Berichten

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Eerder schreef ik al dat het met pieken en dalen ging, maar vooral bergafwaarts. Inmiddels gaat het toch weer zo bagger, dat ik me heb ziekgemeld op mijn werk.

Geleidelijk aan steeds meer achteruit

Ik had het wel al door dat het niet meer zo lekker ging. Maar omdat het zo geleidelijk aan is gegaan, ben ik het eerst maar eens bij gaan houden. Voor mijn gevoel bestonden mijn dagen vooral uit werken en op de bank liggen en ik wilde zeker weten of mijn gevoel klopte. En het was eigenlijk erger dan ik dacht. Op mijn werkdagen kwam ik na mijn werk amper van de bank af. Op mijn vrije dagen ondernam ik dan nog wel eens wat, maar ook niet veel. Zeker in de voorjaarsvakantie en in het paasweekend was ik vooral aan het bijkomen.

Het maakte niet uit wat ik deed. Al paste ik op mijn vrije dagen perfect de salamitechniek toe, ging ik op mijn werkdagen vroeg naar bed, ik was nog steeds kapot.

En dat was natuurlijk niet de bedoeling. Ik ben niet mijn werkdagen gaan spreiden om vervolgens nog meer uren en dagen doodop te zijn door mijn werk. Het was juist de bedoeling dat ik daar meer energie van kreeg om aan mijn gezin te besteden.

Minder pijn, meer vermoeid

Op sommige vlakken gaat het best aardig hoor. Ik let er goed op dat ik mijn gewrichten niet overbelast en daardoor heb ik daar minder pijn. Nog steeds niet pijnloos, maar qua pijn kom ik de dag echt wel goed door. Ik gebruik mijn rolstoel bij alles wat verder lopen is dan van de voordeur tot de auto. En over het vele platliggen zal je mijn bekken niet horen klagen.

Maar die vermoeidheid voel ik door heel mijn lijf. In mijn spieren, in mijn hoofd. Te moe om te koken of zelfs maar rechtop te zitten bij het avondeten. Te moe om aan het eind van de middag nog een gesprek te kunnen volgen. Of mijn irritaties voor me te houden. Ik word er niet gezelliger op en baal van mezelf. Als moeder, als partner, als collega, als docent.

Ziekgemeld. En toen ging het ineens snel

Het spookte al een tijdje door mijn hoofd, maar ik kreeg het op mijn werk maar niet uit mijn strot. En ik dacht nog even om het bezoek aan mijn revalidatiearts af te wachten, zodat ik misschien iets concreets had om aan te geven. Maar afgelopen dinsdag bleef ik maar met een knoop in mijn maag zitten en heb ik het er (met wat hulp van een collega) toch maar uit gegooid. Het ging niet meer en ik wilde me ziekmelden. En toen ging het snel. Mijn klas zag ik maar één keer in de week en die zat op dat moment in het lokaal op mij te wachten. Als ik het zelf wilde vertellen, was dit wel het moment. En dan het team nog.

Flink wat traantjes gelaten, maar ik voelde me wel erg gesteund door zowel collega’s als studenten.

Woensdag had ik een afspraak bij mijn revalidatiearts en ook daar kreeg ik de bevestiging dat het een goed besluit was. Bij thuiskomst stond er een mooie bos bloemen van collega’s en studenten op me te wachten.

Donderdag zette ik de komende taken rondom de examinering op een rijtje en schreef ik een overdracht van mijn klas. Ik had mijn beoordelingsgesprek wat al eerder ingepland was. Heel fijn om te horen dat ik op veel vlakken nog steeds zeer goed functioneer als docent. We liepen de taken langs die van me overgenomen moesten worden, hoe we het verder aan gingen pakken, ik zei mijn collega’s gedag en dat was dan mijn laatste werkdag op school.

Vrijdag nog een paar laatste mailtjes naar stagebegeleiders, nog meer bloemen gekregen en met het instellen van een automatisch antwoord ook mijn werkmail afgesloten.

Terug naar start

En nu maar zien hoe dit gaat uitpakken. Eerst even terug naar de basis en van daaruit weer kijken in hoe ik mijn belasting en belastbaarheid weer in balans krijg en houd. Ik heb er geen hoge verwachtingen van. Er is als zoveel aangepast in mijn werk en nog is het niet genoeg. Ik denk niet dat het gaat lukken om weer op te bouwen naar die 24 uur werken per week. Ik denk ook niet dat er daarin nog meer aangepast kan worden. Maar ik hoop wel dat ik op een gegeven moment thuis weer wat beter kan functioneren.

Ik weet wel dat ik het vreselijk ga missen. Mijn collega’s, de studenten, het lesgeven, alles. En andersom is het fijn om te horen dat ik ook gemist ga worden, maar verder is het gewoon even om te janken allemaal.

Martine Reesink (auteur Kneus en Co) zittend in een rolstoel en leunend tegen een muur

Vorige week kreeg ik het nieuwste boek van Martine Reesink in handen: Kneus -en- Co – De isolatie voorbij. Of eigenlijk meer digitaal dan echt fysiek in handen, want de boeken zijn pas sinds gisteren echt beschikbaar.

Martine ontmoette ik jaren geleden online in een lotgenotengroep, maar heb haar ook live leren kennen tijdens een weekendje weg met lotgenoten en een fotoshoot van Facing EDS. Behalve EDS (Ehlers DanlosSyndromen) denk ik dat Martine en ik nog wel meer gemeen hebben. We houden allebei van schrijven en mooie dingen creëren, gaan soms allebei wat te ver over onze grenzen om iets te bereiken of mee te maken. Daarom ook des te meer respect voor haar dat het gelukt is om zo’n prachtig boek uit te brengen!

Om door een ringetje te halen

Want los van wat er dan geschreven is, ziet dit boek eruit om door een ringetje te halen. Met de afwisseling in tekst en afbeeldingen heeft wel iets weg van een tijdschrift, iets wat ook helemaal bij Martine past. Mooie foto’s waarop Martine te zien is, in huispak of badpak en vaak vergezeld met Alex (haar elektrische rolstoel) en Lewis (haar hulphond in opleiding). En de illustraties en gedichten tussendoor maken het helemaal af.

Net als op de website en bijbehorende social media zitten er roze accenten in het boek. Ik hou daar wel van, je ziet dat erover is nagedacht en het ziet er gewoon netjes en strak uit allemaal.

Martine’s beleving van 2020

Ze had er geen beter jaar voor kunnen kiezen om de lezers in mee te nemen. Want wat een raar jaar was 2020. In Kneus -en- Co vertelt Martine hoe alle gebeurtenissen van dat jaar bij haar binnenkwamen. Zoals natuurlijk ook de maatregelen rondom het coronavirus en hoe hier door de (social) media over gesproken werd. De impact die dat maakte op Martine zal voor veel chronisch zieken herkenbaar zijn. En hopelijk geeft het voor de anderen een inkijkje in waar chronisch zieken dagelijks mee moeten dealen.

Daarnaast gebeurde er op persoonlijk vlak ook genoeg. Het trainen van een pup tot hulphond bracht zowel uitdaging als verademing met zich mee. En in het kader van hulp en zorg veranderde er veel in het huishouden van het gezin Reesink.

De gedichten sluiten vaak mooi aan op de columns, alhoewel ik eigenlijk niet zo’n gedichtenmens ben. Bij de meeste gaat de inhoud langs me heen, maar sommigen blijven wel hangen. Zoals ook het gedicht hieronder, wat ook in het boek opgenomen is. Want al zijn mijn dagen vergeleken bij die van Martine wel meer of anders gevuld, ik wil ook zo graag mijn dagen heel.

Aanrader voor zowel bekenden als onbekenden

Onder andere op Facebook heeft Martine al een trouwe club lezers die haar volgen op Welkom in de wereld van een kneus. Zij zullen haar stijl van schrijven en de onderwerpen dan ook zeker herkennen in het boek.

Zelf volg ik Martine ook, maar moet ik eerlijk zeggen dat ik in 2020 een stuk minder online scrollend en lezend mijn vrije tijd doorbracht, omdat mijn werk er al vol genoeg mee zat. Om dan juist nu in boekvorm de belevenissen van haar te lezen, was wel fijn. Het voelde alsof ik iets in te halen had. En een heel boek achter elkaar lezen zorgt er bij mij meer voor dat ik er helemaal in kan duiken. Meer dan de losse blogs, alhoewel die ook wel herkenbaar genoeg zijn om er meteen een beeld bij te hebben.

Ik kan me voorstellen dat andere volgers van Martine dat ook wel zullen hebben. Echt even in het leven van Martine duiken, alsof je bij haar op visite bent en even bijpraat.

Maar voor de lezers die Martine nog niet kennen is Kneus -en- Co juist een mooie gelegenheid om kennis te maken met de belevenissen van iemand die door EDS haar dagen veelal liggend doorbrengt. Wat alle berichtgeving en maatregelen rondom corona met zo iemand doen, welke twijfels er zijn, maar ook de lichtpuntjes.

Meer informatie over het boek en het bestellen daarvan vind je op de website Kneus -en- Co.

Tekening met heuvels waarbij poppetjes met en zonder rolstoel soms op een piek staan en soms in een dal. De pieken worden steeds kleiner en de dalen steeds dieper.

EDS, of in mijn geval hEDS (hypermobiel Ehlers Danlossyndroom) is in principe geen progressieve aandoening, zo is mij ooit verteld. Het bindweefsel is niet goed, maar het is niet zo dat het bindweefsel steeds slechter wordt zoals bij een progressieve spierziekte. Toch is er bij veel EDS’ers achteruitgang te zien, de klachten hebben dan wèl een progressief verloop. En dat kan tal van oorzaken hebben. In mijn geval is het vaak die overbelasting waar ik niet goed van herstel. Het gaat met pieken en dalen, maar toch vooral bergafwaarts.

Met pieken en dalen

Het gaat niet continu bergafwaarts, soms gaat het ook gewoon best lekker! Bijvoorbeeld op mijn werk. Het ene moment denk ik dat ik mijn beste tijd als docent wel gehad heb en het andere moment gaat het me weer prima af. Maar ook op het vlak van mobiliteit. Ik heb het autorijden weer op kunnen bouwen naar ruim anderhalf uur rijden zonder pauze, terwijl ik mijn scooter wel weg heb moeten doen.

Het duurt vaak wel even voor ik door heb dat het weer wat minder gaat allemaal. Het is ook niet van de ene op de andere dag dat ik ineens heel slecht loop of heel veel last van mijn buik heb. Die dingen gaan zo geleidelijk dat het went. Voor mij werkt het om er regelmatig even bij stil te staan en in kaart te brengen hoe ik ervoor sta. Bijvoorbeeld als het gaat om belastbaarheid, dan bekijk ik hoe ik de salamitechniek toepas en wat ik daarbij nodig heb om me weer fit te voelen. Of als ik denk dat bepaalde klachten erger worden of ergens door veroorzaakt worden, dan houd ik dat een poosje bij in mijn bullet journal.

Ook het naar een piek klimmen gaat geleidelijk. Maar niet zonder dat ik er iets voor moet doen of laten. Door op mijn voeding te letten en met wat extra hulp van voedingssupplementen en Macrogol houdt mijn buik zich al een aardig poosje vrij rustig. Nieuwe, beter passende hulpmiddelen helpen me om iets weer wat langer vol te houden.

Steeds lagere pieken en diepere dalen

En net zo geleidelijk als het schommelen van piek naar dal gaat, worden de pieken steeds lager en de dalen steeds dieper. Dan denk ik dat ik het goed voor elkaar heb, maar als ik terugkijk naar een paar jaar daarvoor, bevind ik me op precies hetzelfde punt. Alleen ervaarde ik dat toen als een dal, terwijl ik dat nu als een piek ervaar. Raar is dat eigenlijk.

In 2015 meldde ik me voor het eerst ziek omdat mijn belasting en belastbaarheid flink uit balans waren. Na mijn werk ging ik liggen en ik stond pas weer op van de bank om naar bed te gaan. En ik was het normaal gaan vinden, maar het was nìet normaal. Mijn rooster was belachelijk vol en de werkdruk zorgde ervoor dat ik continu over mijn grenzen ging.

In die paar jaar tijd is er een hoop veranderd. Werktijden en taken aangepast, hulpmiddelen erbij. Het is niet bij die ene keer ziekmelden gebleven, maar ik heb het beide keren weer op kunnen bouwen. Als je me vraagt hoe het met me gaat, dan zeg ik dat het prima gaat. En zo voelt het meestal ook.

En toch… Toch lig ik inmiddels weer na elke werkdag op de bank om pas weer op te staan als ik naar bed ga.

Hoe lang nog heen en weer schommelen?

Het is ook net een grammofoonplaat die blijft hangen als je hier op mijn blog de berichten leest over hoe het gaat op mijn werk. Dan gaat het weer een poosje goed, dan weer niet. Dan vind ik toch weer wat oplossingen om het werken haalbaar te maken en dan twijfel ik weer of ik het nog wel vol blijf houden. Dan leg ik me neer bij de situatie zoals die is en dan wil ik er weer meer uithalen, dingen doen waar ik energie van krijg.

En ik geloof niet dat ze er op mijn werk last van hebben dat ik toch maar weer achteruit blijf gaan. Ik draai mijn lessen, doe mijn taken, help collega’s waar nodig. Maar ondertussen lukt het me dus niet meer om na een werkdag van zes uur bij het avondeten weer rechtop aan tafel te kunnen zitten. Ik heb daar wel last van. Ik wil naast mijn werk ook in mijn gezin goed kunnen functioneren.

Dus tja, ik doe weer wat ik al vaker heb gedaan. Ik probeer weer wat opties en geef mezelf een deadline om te zien of er verbetering komt. Begin april heb ik weer een afspraak met mijn revalidatiearts gepland staan. Dus nog genoeg tijd om alles op een rijtje te zetten en te bekijken of die opties het allemaal wel waard zijn.

Een jaar geleden eindigde ik mijn terug- en vooruitblik met: ‘Maar het is ook weleens fijn om het jaar over je heen te laten komen en te zien waar het je brengt.’ Een keer geen doelen of concrete plannen voor het nieuwe jaar, laat maar komen. En tjongejonge, wat is 2020 over ons heen gekomen!

Een stukje inclusiever

Maar ook zonder doelen waren er wel wat dingen waar ik verder mee wilde afgelopen jaar. Lekker cliché, maar ik wilde onder andere mijn passie weer vinden. Inclusiever onderwijs is iets waar ik wel meer uit zou willen halen. Ik ben naar een conferentie hierover geweest en daarnaast heb ik me aangesloten bij de meedenkgroep onderwijs van Iederin. Ook was ik als gastspreker uitgenodigd op een hogeschool, maar helaas ging dat niet door vanwege Corona.

Op het gebied van inclusiedans is het helaas weinig gekomen van optreden. Wel mocht ik meepraten over inclusieve podiumkunsten bij een webinar en werden we bij Misiconi geïnterviewd door RTV Rijnmond. Ook werd ik opgenomen in de koffer van Rick, waarbij ik op mijn werk geïnterviewd en gefilmd werd.

Op dit gebied heb ik wat meer van me laten horen en dat smaakte eigenlijk wel naar meer! Ik zie mezelf niet als een activist, maar ik denk wel dat ik mijn steentje bij kan dragen als het gaat om het laten zien en horen hoe en waarom de samenleving een stuk rijker wordt als deze inclusiever wordt. En dan vooral vanuit mijn eigen kennis en ervaring in het onderwijs en dans.

Investeren in ons huis

In de woonkamer kwam er een nieuwe eethoek en een geweldige lamp bij. Verder ging er achter elkaar van alles kapot wat vervangen moest worden. Dus hebben we inmiddels een nieuwe cv-ketel, close-in boiler, vaatwasser, een paar nieuwe kozijnen en alle platte stukken dak zijn opnieuw bedekt.

Je zou denken dat daarmee ons spaargeld wel flink geslonken is. Dat is ook wel zo, maar toch is er nog ruimte om binnenkort ook wat dakpannen op het schuine stuk van het dak te laten vervangen. En nog een nieuwe kastenwand te laten plaatsen. Hé, met al dat thuiszitten kun je maar beter een fijn plekje hebben!

En alhoewel 2020 financieel best wat kosten meebracht, hebben we een goed vooruitzicht voor 2021. De rentevaste periode van onze hypotheek liep af en straks gaan we zo’n 200 euro minder per maand betalen. Dat willen we dan weer extra inleggen, zodat we hopelijk de looptijd van onze hypotheek wat kunnen inkorten. Ik ga ervan uit dat ik niet tot mijn pensioen kan blijven werken en dan is het een fijn idee om te weten dat de maandlasten van de hypotheek prima te betalen zijn, ook als ik niet meer zou werken.

Lesgeven anno 2020

Lesgeven in 2020 was anders dan anders. Met het online/op afstand lesgeven heb ik wel weer wat vaardigheden kunnen oefenen. Instructiefilmpjes maken, via Teams lesgeven en examens afnemen, hybride lesgeven. Het is best een uitdaging om studenten via een beeldscherm net zo betrokken te krijgen als in de klas.

Je wordt zo’n beetje doodgegooid met tools en ideeën voor het online of hybride lesgeven. Maar mijn ervaring is dat je de studenten nog het beste meekrijgt, als de inhoud zinvol is en aansluit bij wat ze op dat moment nodig hebben. En door ervoor te zorgen dat ze zich gezien voelen, of ze nu in de klas of in hun kamer zitten. Door iedereen aan bod te laten komen (wat overigens een stuk makkelijker gaat met halve klassen) en gemaakte opdrachten van feedback te voorzien waar ze verder mee kunnen.

EDS enzo

Op het gebied van EDS valt er blijkbaar ook genoeg te ontdekken. Door Corona ben ik wat meer gaan opletten wat mijn lijf doet. Normaal lette ik nooit zo op mijn lichaamstemperatuur, maar nu heb ik toch wat vaker die thermometer erbij gepakt. En wat blijkt? Ik krijg gewoon koorts wanneer mijn lijf overbelast wordt. En dat gebeurt al snel. Bijvoorbeeld zodra ik mijn werkdagen van zes uur oprek naar acht uur, of op mijn vrije dag doorwerk. Wat bij de eerste lockdown ook het geval was.

En die koorts in combinatie met mijn gebruikelijke pijn, vermoeidheid en benauwdheid maakten dat ik toch maar een keer zo’n coronatest onderging. Gelukkig met een negatieve uitkomst. Daarna heb ik ook met een arts van de GGD gesproken wat ik nou moet met zo’n lijf waarbij er een grote overlap zit tussen symptomen van EDS en corona. Bij twijfel mag ik een volgende keer eerst bellen voordat ik bij elke keer dat ik koorts heb met een stokje in mijn neus en keel zit.

In de zomer ben ik bij een diëtist geweest om uit te zoeken waar mijn maag en darmen vervelend op reageren. Ik heb een low fodmap dieet geprobeerd, maar dan niet zo heel strikt. Het gaf al snel rust en bij het opbouwen van verschillende fodmaps ben ik uiteindelijk geëindigd met alleen zo min mogelijk lactose en gluten. En dat gaat eigenlijk wel prima zo. Af en toe eet ik het wel, maar ik merk dat het vooral de lactose is waar ik snel last van krijg. Of misschien toch ook weer die overbelasting. Want als ik even terug reken, kwamen de vervelendste klachten (dumping, overloopdiarree) ook weer tijdens die eerste lockdown waarin ik veel overuren maakte om de examinering aan te passen.

En inmiddels heb ik ook een slaaponderzoek gehad, vanwege dat benauwde waar ik ‘s nachts en ‘s ochtends last van heb. De uitkomst daarvan moet ik nog even afwachten, maar het is wel weer een stapje in de richting van het beter begrijpen van mijn lijf.

Ik kijk uit naar 2021!

Voor 2021 heb ik goede hoop dat het een beter jaar gaat worden dan dat 2020 was. Nog meer duidelijkheid over mijn lijf en hoe ik hiermee om kan gaan. Hopelijk weer meer optredens en projecten waar ik energie uit haal. En een huis wat steeds meer ons ideale plekje wordt.

Wat betreft Corona hoop ik ook echt dat er nu eindelijk eens een flink dalende lijn in gaat komen, zodat iedereen weer het normale leven op kan pakken.

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Dit is niet de eerste keer dat ik op een punt sta waar ik niet wil staan. EDS gooit weer roet in het eten en helpt mijn ooit zo zorgvuldig uitgestippelde loopbaan langzaam om zeep. Dat maakt niet dat ik er minder van baal. Het went een beetje, maar niet helemaal.

En dat komt niet omdat ik lesgeef vanuit mijn rolstoel, of omdat ik geen lange dagen meer kan werken. Daar zijn ook wel wat aanpassingen bij nodig, maar eenmaal een oplossing gevonden en gewend aan de salamitechniek, is het prima werkbaar. Het zijn juist de onzichtbare EDS-kwaaltjes die me steeds meer in de weg gaan staan.

Nog steeds goed genoeg?

Voordat jullie je zorgen gaan maken om mijn studenten en collega’s: ik functioneer nog prima hoor! Ik heb ontzettend veel kennis en ervaring in de (beroepsgerichte) vakken waar ik les in geef en weet ook hoe ik dit kan overbrengen naar studenten. Collega’s kunnen op me bouwen en waarderen mijn kwaliteiten. En van het lesgeven zelf word ik ook nog steeds blij.

Ik maak me dan ook geen zorgen om functioneringsgesprekken of dat studenten iets tekortkomen. Het is alleen niet zoals ik zelf zou willen. En misschien leg ik de lat onnodig hoog voor mezelf. Daarin vind ik het vooral vervelend dat ik weet hoe het anders kan, maar het lukt me gewoon niet meer.

Brain fog

Eerder schreef ik al hoe brain fog mijn lompheid verklaarde. Ruim vier jaar geleden is dat inmiddels en wat die brain fog betreft ben ik wel wat lomper geworden.

Nu aan het begin van het schooljaar kan ik nog als grap zeggen dat ik in de zomervakantie echt op de resetknop druk. Ik wis alles om eind augustus weer fris te kunnen beginnen. Ook namen van studenten of collega’s van een andere locatie of bij wie ik voor wat moet zijn bijvoorbeeld. En op zich is het ook niet zo vreemd dat ik soms iets vergeet als procedures drie keer in een schooljaar gewijzigd worden. Maar ooit was ik hier juist wèl heel scherp in.

Dat vind ik nog het vervelendste. Het is niet dat ik grove fouten maak, meestal gaat het om iets dat ik nog even moet navragen bij een ander of een onhandig foutje waardoor ik mezelf met meer werk opzadel. Maar het feit dat mijn ooit zo sterke geheugen me steeds vaker in de steek laat, vind ik behoorlijk frustrerend.

Stemproblemen

Vorig jaar ben ik een poosje bij een logopedist geweest, omdat het slikken en praten me steeds meer moeite kosten. Daar heb ik wel wat handige oefeningen meegekregen. Onder andere ‘lax vox’, waarbij je met een siliconen buisje bubbels blaast in een flesje water. Dat hielp wel iets, maar de problemen er nog steeds. Als ik lang of hard praat, is het op een gegeven moment net of ik de woorden eruit moet persen. Door vaak slokjes water of thee te nemen krijg ik die brok in mijn keel er even uit, maar die is al snel weer terug.

Sommige collega’s van me zijn er echt goed in om zelf rustiger te gaan praten als de klas drukker wordt. Ik niet. Ik kom zittend al niet boven de studenten uit, dus gebruik ik vaak toch mijn stem om aandacht te vragen. Al weet ik dat dat niet goed is, ik krijg die gewoonte er maar niet uit.

Hier moet ik dus echt nog een weg in vinden. Ik merk dat ik het echt vervelend vind worden om lang te moeten praten en dat is toch een beetje raar als docent.

Gevoelig voor prikkels

Wat hier nu precies de oorzaak van is, weet ik niet. Misschien komt het doordat ik sowieso meer last heb van dysautonomie en hoort dit daar gewoon bij. Of komt het doordat ik weer slechter slaap en daardoor minder kan hebben. Of doordat we een poos geen lessen hebben kunnen geven en ik het gewoon niet meer zo gewend ben.

Ik zie, hoor en ruik alles wat er in de klas gebeurt, maar het lijkt gewoon drie keer zo hard binnen te komen. Het lukt me niet om overal op in te spelen of altijd een goede keuze te maken welke prikkel op dat moment het dringendst aandacht nodig heeft. Er komen vragen over stage of examens of een perforator op het moment dat ik de theorie door wil nemen. En tegelijkertijd zie ik dat sommigen niet de anderhalve meter afstand houden, hoor ik iemand met een buurvrouw kletsen en ruik ik dat iemand een zak chips open in haar tas heeft.

Mijn les heb ik keurig voorbereid, maar toch krijg ik het niet voor elkaar om de volgorde aan te houden zoals ik die op het bord heb gezet. Aan het eind van de les baal ik van mezelf dat ik op sommige dingen niet gereageerd heb, of dat niet alle lesdoelen behaald zijn.

De volgende dag ben ik nog steeds kapot van die drie uurtjes lesgeven. Niet gewoon een beetje moe, maar echt knock-out gaan alsof ik drie flessen wijn op heb.

Waar ligt de grens?

Ik gooi het bijltje er voorlopig nog niet bij neer. Wie weet gaat het straks weer een stuk beter als ik met de diëtist een goed voedingspatroon heb gevonden. En binnenkort krijg ik een slaaponderzoek, dus misschien komt daar nog wat uit wat voor verbetering kan zorgen.

Maar los daarvan pieker ik er wel een beetje over: wat als dit het nu is en het alleen maar verder achteruit zal gaan als ik mezelf blijf pushen? En wanneer heeft die achteruitgang mijn kwaliteiten als docent zo beïnvloedt dat het verstandiger is om wat anders te gaan doen?

vier pizza's, waaronder één kleine glutenvrije/low fodmap pizza

En, wat heb jij verder in de zomervakantie gedaan? Nou, ik neem dan eindelijk eens de tijd om wat achterstallig onderhoud aan mijn lijf te doen. Vorig jaar waren dat een paar bezoekjes aan een logopedist, omdat ik steeds meer moeite had met ademen, slikken en praten. Leverde niet bijzonder veel op, maar mijn slangetje om te bubbelen pak ik er nog regelmatig bij.

Dit keer was mijn buik aan de beurt. Mijn buik is vreselijk onvoorspelbaar en omdat het soms ook weken prima gaat, stelde ik het steeds maar uit om hiermee naar de huisarts te gaan.

Maar begin augustus ben ik dus naar de huisarts geweest en die stelde voor om bij een diëtist een low fodmapdieet te gaan volgen, omdat mijn klachten overeenkwamen met het prikkelbare darmsyndroom (opstopping, diarree, dumping, krampen, opgeblazen gevoel). 

Wat is een low fodmapdieet?

Fodmap staat voor Fermenteerbare Oligosachariden (fructanen en galactanen) Disachariden (lactose) Monosachariden (fructose) And Polyolen (suikeralcoholen). Daar word je nog niet veel wijzer van, maar het gaat dus om allerlei moleculen die niet in de dunne darm opgenomen worden en daardoor in de dikke darm voor problemen zorgen.

Bij een low fodmapdieet is het dan de bedoeling om een periode zo min mogelijk van die fodmaps binnen te krijgen en daarna weer één voor één te herintroduceren om te zien waar je darmen vervelend op reageren. Dat dieet is door de Monash University ontwikkeld voor mensen met het prikkelbare darmsyndroom.

Die lijst van wat je niet mag, is behoorlijk lang en er zitten ook veel gezonde voedingsmiddelen bij. Gluten, lactose, ui, kool, look, peulvruchten, peer, appel, steenvruchten, avocado, sommige zoetstoffen en nog veel meer. Ik hoop dat er straks na het herintroduceren niet al te veel blijvend van mijn menu geschrapt wordt.

Ervaringen tot nu toe

Ik begon dus in de vakantie met het dieet. Best lastig, alhoewel het nooit uitkomt om je eetgewoonten drastisch te veranderen. Mijn reden om er in de vakantie mee te beginnen was vooral omdat ik dan de tijd had om recepten uit te proberen en op zoek te gaan naar wat ik graag eet èn fodmapproof is.

In de supermarkt is het echt even zoeken naar wat wel of niet mag. Als je eenmaal de juiste producten in huis hebt, kost het minder moeite om je aan het dieet te houden. Waarschijnlijk ga ik wel weer vaker boodschappen bestellen, dat scheelt dan weer een speurtocht in de supermarkt.

Toen we op vakantie waren, zijn we ook een paar keer (op een terras) bij een restaurant gaan eten. Eén had ik vooraf opgezocht en daar werd op de menukaart aangegeven wat gluten- of lactosevrij is. Dat is ook waar ik naar vraag bij een restaurant als het niet duidelijk op de kaart staat, of ze iets hebben wat gluten- en lactosevrij is. De andere voedingsmiddelen die ik niet mag, herken ik makkelijker zelf.

Maar het blijft een beetje jammer als je anderen wel lekkere dingen ziet eten die je zelf ook graag eet en dan bij jezelf een karig maaltje op je bord ziet. Alleen toen we sushi gingen eten had ik daar geen last van. Daar was genoeg keuze voor mij!

Alle moeite was tot nu toe niet voor niks: mijn maag/darmen hielden zich redelijk rustig. De keren dat ik wel last had, waren te verklaren omdat ik toch dat ene versgebakken croissantje uit de cadeau gekregen ontbijtbox nam. Of dat ene ijsje wat wel lactosevrij was, maar waar waarschijnlijk toch nog iets anders in zat.

Tips voor low fodmaprecepten

Uitgebreid koken is echt niet voor mij weggelegd. Het liefst pak ik voorgesneden groenten en een pakje/zakje, zodat ik binnen twintig minuten iets op tafel kan zetten. Nu ik de meeste groentenmixen niet mag, zit er niets anders op dan zelf te snijden en samen te stellen. En daar ben ik echt niet goed in. En het duurt lang.

Gelukkig is er op internet wel het één en ander te vinden aan recepten (en heb ik een man thuis die het graag klaarmaakt):

  • Karlijn’s Kitchen: heel veel recepten en tips. Ze legt ook uit wanneer sommige voedingsmiddelen wel mogen, maar beperkt. Dat vind ik vooral handig, want daar heb ik zelf nog niet zoveel inzicht in.
  • Buikfijn: ook weer heel veel recepten en uitleg, ook weekmenu’s. Verder vond ik het wel interessant hoe zij het ervaren heeft om op vakantie haar dieet aan te houden. Als ik dat dan lees, ben ik blij dat we deze vakantie gewoon in Nederland zijn gebleven.
  • Fodmapfoodies: naast alle categorieën, kun je ook zoeken op ingrediënt. Handig wanneer je al iets in huis hebt, of gewoon trek hebt in iets.

Ben jij bekend met het low fodmapdieet? Tips voor recepten en/of restaurants die hier goed mee gecombineerd kunnen worden zijn van harte welkom!

zebraprint EDS Awareness

Het is niet voor niks dat er een hele maand aan awareness-activiteiten nodig is om EDS onder de aandacht te brengen. Ehlers Danlos Syndromen zijn zeldzaam en onbekend, waardoor het lang kan duren voordat men een diagnose (en dus een passende behandeling) krijgt. Zelf was ik 33 toen ik de diagnose hEDS (hypermobiel Ehlers Danlossyndroom) kreeg.

Geen bijzonderheden in mijn jeugd… of toch wel?

Meestal neem ik mijn jeugd niet echt mee als er aan me gevraagd word hoe lang het duurde voor ik een diagnose kreeg. Toen was ik er namelijk nog niet naar op zoek en was er niet zoveel aan de hand dat ik me ergens zorgen om maakte.

Ik werd geboren met heupdysplasie, daar kwamen ze wat laat achter. Na de spreidbroek heb ik ook nog een aardig poosje met spalken mogen slapen. Tot ongeveer mijn twaalfde ben ik bij een orthopeed geweest en heb ik steunzolen gehad. Zwemmen of ballet zou volgens hem goed voor mijn lijf zijn en aangezien ik een hekel had aan zwemles, ging ik op ballet toen ik mijn zwemdiploma’s had. Maar toen die orthopeed werd vervangen, hoefde ik meteen niet meer terug te komen.

En op zich had ik ook niet echt fysieke klachten als kind. Ja, de gymles was een hel. Daar heb ik nooit echt goed mee kunnen doen. Niet op de basisschool en niet op het voortgezet onderwijs. Op een gegeven moment had ik door dat je aan de kant mocht zitten als je door je enkel was gegaan. En laat dat nou net iets zijn waar ik wel goed in was!

Werken in de gehandicaptenzorg: niet zo’n goed idee

Als zeventienjarige kwam ik in de gehandicaptenzorg te werken. Ik dacht dat ik de hele wereld aankon en vond het heerlijk om fysiek zwaar werk te doen. Maar al snel kreeg ik last van mijn polsen door het werken met zware rolstoelen en tilliften. In eerste instantie besloot ik maar om cliënten tot 50 kilo zelf te tillen. Dat was beter te doen dan elke keer die aftandse tillift te gebruiken. En iedereen had pijn en het was ook zwaar werk, dus ik zocht er nog niet veel achter.

Wel zocht ik de orthopeed weer op. Die vond mijn polsen behoorlijk instabiel, adviseerde me een andere baan te zoeken en ik mocht terugkomen als er echt iets uit de kom was.

Ik had het enorm naar mijn zin op mijn werk, dus wilde nog niet op zoek naar wat anders. Een overstap van woonbegeleiding naar dagbesteding leek me wel genoeg, dat was vast minder zwaar. Niet dus. Uiteindelijk heb ik dus toch maar de overstap naar een andere baan gemaakt.

Twee zwangerschappen, twee schepjes erbovenop

Waar vier jaar rolstoelen duwen voor instabiele polsen zorgde, zorgden twee keer negen maanden zwangerschap voor nog meer fysieke klachten die ook niet meer weggingen. Bij de eerste zwangerschap waren het vooral mijn knieën en enkels die er niet zoveel zin meer in hadden. Dat maakte ook dat ik stopte met dansen. Bij de tweede zwangerschap kreeg ik bekkeninstabiliteit. En waar ik eerst nog dacht dat het gewoon allemaal bij die zwangerschappen hoorde en vast wel over zou gaan met hulp van een goede fysiotherapeut, is het daarna alleen maar verder achteruit gegaan.

Al die pijn maakte het op mijn werk ook niet gemakkelijker. Ik had een stretcher om af en toe plat te liggen en bezocht de bedrijfsarts om te voorkomen dat ik me ziek zou moeten melden. Die bedrijfsarts adviseerde me om er toch wat meer mee te doen. Een revalidatietraject waarbij hopelijk ook duidelijk zou worden hoe het kwam dat ik toch zoveel pijn had. Dat ik hypermobiel ben, wist ik al een tijd. Maar volgens mijn fysiotherapeut zou ik daar niet zoveel pijn van moeten hebben.

Geen diagnose, maar ‘gewoon’ chronische pijn

Dat revalidatietraject heeft me op zich wel iets opgebracht in hoe ik met mijn pijn om kon gaan, maar geen duidelijke diagnose. Al voor de intake kreeg ik een folder over het revalidatietraject wat volledig gericht was op chronische pijn. De oorzaak was niet belangrijk volgens hun visie, ik moest er maar gewoon mee leren leven. En vooral niet op de pijn vertrouwen, want die had geen functie.

Ik herkende mezelf niet in wat het revalidatieteam mij voorlegde over mijn pijn. Voor mij had die pijn wèl een functie, die gaf aan wanneer ik te ver over mijn grenzen was gegaan. Inmiddels was ik via een online forum meer te weten gekomen over EDS. Daar herkende ik mezelf veel meer in. Maar nee, dat kon het volgens de revalidatiearts echt niet zijn.

Na dat traject ben ik mezelf alleen maar meer gaan pushen, want ik was nog lang niet tevreden. Ik viel 15 kilo af, in de hoop dat dat de pijn zou verminderen. Ik zocht een psycholoog op die iets verder kon kijken dan het standaard chronische pijn-praatje. Voor mijn polsen ging ik naar een handtherapeut waar ik veel meer gericht geholpen werd. Ook nog een vermogen uitgegeven aan een chiropractor die me wel even van mijn bekkeninstabiliteit zou afhelpen, wat uiteraard een flop was. En ik besloot nog even een master te gaan doen, voordat mijn lijf nog verder zou aftakelen.

Via reumatoloog naar de klinisch geneticus voor een diagnose

Nu had ik gelukkig een fijne fysiotherapeut en huisarts die regelmatig met elkaar overlegden. Beiden ervan overtuigd waren dat mijn pijn een fysieke oorzaak had. Dus toen er weer niks uit bloedonderzoek en röntgenfoto’s kwam, werd ik doorverwezen naar een reumatoloog. Mijn huisarts zelf was er nog niet van overtuigd dat het EDS zou kunnen zijn. Dat was zo zeldzaam dat gemiddeld maar één patiënt per huisartsenpraktijk dit heeft en hij had er al één. Maar de reumatoloog zou er vast meer over kunnen zeggen.

De reumatoloog heeft een uitgebreid lichamelijk onderzoek gedaan en vragen gesteld. Ik heb daar zeker een uur gezeten. Uiteindelijk kwam hij met de diagnose hypermobiliteitssyndroom, met verdenking van het hypermobiele type van EDS. Zijn advies was om naar een klinisch geneticus te gaan voor een diagnose EDS. Dat was in 2013, nog ruim voor de nieuwe criteria van 2017. Inmiddels kan een reumatoloog of revalidatiearts ook zonder de hulp van een klinisch geneticus een diagnose hEDS of HSD (Hypermobility Spectrum Disorder, wat eerst hypermobiliteitssyndroom genoemd werd) stellen.

Voor het onderzoek bij de klinisch geneticus heb ik een vragenlijst moeten invullen over wat er in mijn familie aan fysieke klachten voorkomt. Het lichamelijk onderzoek bij de klinisch geneticus was erg kort, omdat het uitgebreide verslag van de reumatoloog eigenlijk al genoeg zei. Volgens haar wees alles op hEDS. Een paar jaar later is dit door mijn huidige revalidatiearts nog eens bevestigd.

Vanaf de eerste klachten waar ik gericht hulp om zocht tot aan de diagnose hEDS op mijn 33e heeft zo’n 14 jaar geduurd.

Hoe lang heb jij op een passende diagnose moeten wachten?

facing eds fotoshoot Rotterdam

Eerder had ik me er niet zo mee bezig gehouden, omdat ik er zelf niet te maken had. Tijdens de Europese EDS-conferentie had ik professor Bulbena er al over horen spreken en pas werd ik er door een artikel in het VED-magazine weer aan herinnerd. Angststoornissen komen veel voor bij het hypermobiele Ehlers DanlosSyndroom (hEDS). Echt heel veel.

En daar zijn verschillende verklaringen voor te geven, waar ook onderzoek naar gedaan is en wordt. Het kan een gevolg zijn van het omgaan met de moeilijkheden die het leven met EDS met zich meebrengt. Maar ook biologisch gezien valt op dat bepaalde mechanismen en het binnenkomen van prikkels anders werken bij mensen met hEDS.

Vorige week maakte ik iets mee, waardoor het ineens een stuk dichterbij kwam. Al heb ik geen angststoornis, het maakte me wel angstig.

What doesn’t kill you makes you stronger

Er zijn in mijn jonge jaren wel periodes geweest waar ik angstiger was dan ik nu ben. Ik ben wellicht wat pessimistisch ingesteld, op zich heeft dat me juist geholpen. Want als je van het ergste uitgaat, kan het alleen maar meevallen. En met wat ervaring in vervelende gebeurtenissen, werden die vanzelf voorspelbaarder en wist ik op een gegeven moment wel wat ik van mezelf kon verwachten. Een ander kon me kwetsen en vernederen, fysiek of mentaal. En dan waren er twee opties: of ik zou het overleven, of niet.

Natuurlijk zit er nog een enorm scala aan mogelijkheden tussen die twee opties. Maar door ze samen te vatten, leek het allemaal een stuk minder erg. Want tot nu toe heb ik het steeds overleefd als me iets naars overkwam, dus dan gaat het best aardig, toch?

Ik bouwde er een aardig muurtje mee op, wat ik zo nu en dan ook naar buiten kon uitstralen. En of die vervelende ervaringen mij daardoor minder overkwamen of dat ik die ervaringen niet zo snel meer als vervelend ervoer, weet ik niet zo. Maar het vervelende bleef weg en dat vond ik wel prima zo.

Nog nooit zo kwetsbaar gevoeld

Er zijn weleens momenten dat ik me toch nog even wat kwetsbaarder voel. Bijvoorbeeld toen ik moeder werd. Toen werd de optie ‘het niet overleven’ eigenlijk een optie die ik niet wilde, omdat ik me verantwoordelijk voelde voor mijn gezin. Dat maakte wel dat ik sommige risico’s wat beter overwoog.

Maar het alleen reizen ‘s avonds laat hoorde daar niet bij als mogelijk risico. Ik heb me heus weleens minder prettig gevoeld, maar voelde me wel veilig. Tot vorige week.

Ik was uit eten geweest met een vriendin in Rotterdam en zat op de metro te wachten. Er was een man op het perron die behoorlijk overstuur was. Hij huilde en schreeuwde dat zijn hele familie vermoord was. Al snel liep hij naar me toe en duwde tegen mijn borst. Hij stelde vragen over mijn rolstoel die ik normaal gesproken niet eens zou beantwoorden bij een vreemde. Maar hij stelde ze zo dwingend en ik wilde hem niet meer overstuur maken dan hij al was.

Ik betrapte mezelf erop dat ik mijn rolstoel op de rem zette. Ik kon al geen kant op: ik stond met mijn rug tegen de muur en hij stond voor me. Maar het idee dat hij me met gemak van het perron af kon duwen, stond me nog minder aan.

‘Jouw leven ligt in mijn hand’, zei hij tegen me en liep naar de rand van het perron. Ik hoorde de metro al aankomen, dus ik riep naar ‘m weg te gaan bij die rand.

Even later stapte ik trillend in de metro, hij bleef achter op het perron. Ik heb nog naar de politie gebeld en blijkbaar was ik niet de eerste die de melding maakte. Na een poosje aan de lijn te hebben gehangen, werd me verteld dat ze de man hadden aangehouden. Ik was opgelucht dat hij niet voor een metro was gestapt, maar dat gevoel van kwetsbaarheid is niet meer weggegaan.

Kwetsbaarder met rolstoel

Na het lezen van dat artikel van de VED (wat overeenkomt met de informatie in dit Engelstalige artikel), vroeg ik me af waar het dan toch door kwam dat ik me nu ineens wèl zo kwetsbaar voelde.

Het waren niet mijn eerdere ervaringen die me banger hadden gemaakt. Ik heb weleens situaties meegemaakt die meer bedreigend waren en daar kreeg ik veel minder de bibbers van dan nu.

En ik had ook niet het idee dat mijn lijf heel erg intens reageerde op deze situatie. Achteraf kon ik wel zien dat mijn hartslag wat verhoogd was. Maar toen ik met de man praatte, was ik kalm in mijn houding en stem. Pas toen ik met de politie belde, sloegen de bibbers over naar mijn stem.

Maar ik denk toch vooral dat het bij mij een rationele gedachte was die mij beangstigde. Ik ben kwetsbaarder met rolstoel. Ik heb minder vluchtwegen waar ik gebruik van kan maken en ik ben fysiek niet meer zo sterk dat ik me kan afweren. En dat ik al die jaren zo mijn best heb gedaan om dat muurtje op te bouwen waarbinnen ik me veilig voel en dat dat muurtje zomaar omver geblazen wordt, alsof het een hutje van stro is, dat maakt me zowel boos als bang.

Of die man nu de bedoeling had om mij iets aan te doen, of alleen iemand nodig had om tegen te praten: van alle mensen die op het perron stonden, kwam hij meteen op mij af en stelde hij dwingende vragen over mijn beperkingen. En van al die mensen die op het perron stonden, was er niemand die zei: ‘Blijf van die vrouw af! Laat haar met rust!’

Dat had ik wel fijn gevonden, als er iemand naast mij een muurtje kon zijn, of tussen mij en die man. Maar goed, dat besef ik me nu ook pas achteraf. Net zo goed als dat ik nooit meer met mijn rug tegen de muur ga staan als ik alleen reis.

Wat ook de oorzaak precies mag zijn, het is weer iets wat EDS van mij heeft afgenomen. Mijn gevoel van veiligheid, het vertrouwen in mijn medemens en mijn eigen kracht zijn een flink stuk afgebrokkeld.

platliggen bekkeninstabiliteit hEDS

In mijn terugblik over 2018 schreef ik dat het langzaamaan weer wat beter ging. Ik weet ook wel wat ik aankan en hoe ik mijn plakjes salami over de dag moet spreiden. Maar toen kwam de kerstvakantie. Heel even uit mijn vaste, strakke ritme. Een paar uitjes met het gezin, beetje opruimen in huis en… BAM! Ik was weer terug bij af.

Of nou ja, niet helemaal terug bij af. Maar wel flink wat meer pijn dan ik zou willen.

Met EDS sneller overbelast en langer nodig om te herstellen

Zo werd ik weer met de neus op de feiten gedrukt. Soms lijkt het zo goed te gaan, dat ik me weleens afvraag of ik echt zo’n serieuze aandoening heb. Best raar dat ik me dat af moet vragen, want zonder rolstoel en zonder elke minuut van de dag rekening te houden met mijn beperkingen, zou ik veel verder van huis zijn.

En als ik dan terugkijk: wat heb ik nou allemaal gedaan? Een uitstapje naar de Euromast, dat was maar een paar uurtjes. Een verjaardag, wat familie opgezocht, dochterlief geholpen met haar kamer opruimen. Echt geen wereldschokkende dingen. En ik heb steeds daarna mijn rust gepakt.

Wat wel anders is dan op mijn werkdagen, is dat mijn ritme anders was. En waar ik op mijn werk alles met de rolstoel doe, doe ik dat thuis niet. Ik lig wel regelmatig op de bank, maar thuis loop ik meer.

Maar goed, ik dacht dat ik wel weer snel op mijn niveau van voor de kerstvakantie zou zitten, als ik maar weer aan dat strakke ritme vast zou houden. Inmiddels zijn we vier weken verder en ik ben nog niet op dat punt.

Niet dus.

Mensen vragen me weleens of ik achteruitga door EDS, maar ik geloof dat dit precies voor mij het punt is waar ik op achteruitga: Ik raak steeds sneller overbelast en het duurt steeds langer voor ik weer hersteld ben van die overbelasting. En dat hoort er nou eenmaal bij, daar moet je je steeds weer op aanpassen. Maar ik vind er niks aan dat mijn bubbel zo steeds kleiner wordt.

Platliggen, maar dan wel ontspannen

En dan komt er nog bovenop dat er na de kerstvakantie hier een stel bouwvakkers in huis aan het werk gingen om de badkamer te verbouwen. Die moeten ook gewoon hun ding kunnen doen en lopen dus regelmatig door de woonkamer.

Als ik dan na een ochtendje werken even plat moet liggen, lig ik toch niet zo ontspannen. Zodra ik iemand op de trap hoor, ga ik weer rechtop zitten. Voel me toch niet zo op mijn gemak als vreemden mij zien liggen. Echt horizontaal platliggen komt voor mijn gevoel anders over dan wanneer je ondersteund door kussens nog een beetje half zit. Dan kun je nog bezig zijn om wat op je laptop te werken. Maar platliggend kan ik niet meer omhoog houden dan een telefoon.

Nu heb ik ook al bedacht dat als ik weer wat ga opbouwen qua werkuren, ik ook op mijn werk even een kwartiertje moet kunnen liggen. Maar dat vind ik dus ook wel een dingetje. Ik moet wel ontspannen kunnen liggen, wil het nut hebben. En echt ontspannen is het niet, als elk moment iemand mijn kantoor kan binnenlopen. Het praat gewoon raar als ik daar beneden lig en de ander ver boven mij staat.

Ruim tien jaar geleden heb ik ook al een poging gedaan om het platliggen te integreren in mijn werkdag. Ik kreeg het kantoortje van de manager toegewezen om mijn stretcher uit te klappen, maar voelde me erg ongemakkelijk met studenten die grinnikend voorbij liepen. Toen kreeg ik de zolder als alternatief. Dit was echt zo’n stoffige zolder vol spinrag waar verder alleen wat oude archiefmappen opgeslagen stonden. Geen fijne plek om in je pauze je boterhammetjes naar binnen te werken.

Misschien went het platliggen wel, net als die rolstoel?

Die rolstoel was voor mij in het begin ook wel een dingetje waar ik aan moest wennen. Ik vond het lastig dat mensen zouden invullen waarom ik dan wel niet in die rolstoel zou zitten. Inmiddels heb ik daar totaal geen moeite meer mee. Als iemand me anders behandelt vanwege die rolstoel, lukt het me prima om voor mezelf op te komen. En wat er achter mijn rug om gebeurt, tsja, dat hoor en zie ik toch niet, dus maak ik me er ook niet druk om.

Dus misschien moet ik er gewoon maar aan wennen dat anderen mij weleens kunnen zien liggen. Want waarom zou ik me er druk om maken dat anderen me als lui of raar kunnen zien, als ik dat bij mijn rolstoel ook gewoon los kan laten?

Het slaat nergens op dat ik me er ongemakkelijk bij voel, terwijl ik er zelf totaal geen problemen mee heb als anderen liggen. Een goede vriendin van me ligt ook regelmatig als ik bij haar op bezoek ben. En voor mij voelt dat niet anders dan wanneer ze rechtop zou zitten. Bij lotgenootjes die een kantelbare rolstoel hebben, heb ik net zulke goede gesprekken met ze, of ze nu wel of niet hun rolstoel gekanteld hebben. het maakt gewoon niet uit.

En toch… kost het me moeite me daar overheen te zetten als het om mezelf gaat. Maar goed, schop onder mijn kont en gaan.

En toch… ben ik ook benieuwd naar jouw mening. Wat voor indruk geeft het jou als je collega/docent/buur/maatje/whatever ligt terwijl jij staat of zit? Zou je net zo normaal als anders een gesprek met diegene aangaan?

shimmy shake talent carnival

Na een maand lang allerlei gastbloggers aan het woord te hebben gelaten, is het wel weer eens tijd voor een berichtje hoe het nu met mij gaat. Ik kreeg al verschillende keren de vraag hoe ik er nu voor sta wat betreft die ifuse. Daar wil ik best nog wel wat over kwijt natuurlijk. En op mijn werk hebben er inmiddels drastische veranderingen plaatsgevonden, dat ging gewoon niet meer. Maar ik heb ook positief nieuws, namelijk op dansgebied!

Plannen voor de ifuse voorlopig in de koelkast

Kunnen jullie het nog een beetje bijhouden?

Ruim een jaar geleden stelde mijn revalidatiearts voor om me te verdiepen in een ifuse. Dit is een operatie waarbij je SI-gewricht vastgezet wordt. Met het afwegen van de voors en tegens neigde ik meer naar niet doen.

Toch was ik benieuwd of een spuit in mijn SI wat zou uithalen, of dit een teken zou zijn dat een ifuse misschien toch wel een goed idee zou zijn. De spuiten haalden niets uit, dus legde ik me erbij neer dat het niks zou worden.

De laatste keer dat ik erover schreef, was ik toch weer aan het twijfelen gegaan. Een spuit in mijn trochanter zou moeten laten blijken waar de meeste pijn nu echt vandaan kwam.

Die spuit deed z’n werk goed, ik heb een paar weken amper pijn gehad in mijn heup. Weliswaar voelde ik daardoor wel wat andere pijntjes (waaronder in mijn SI) beter, die voorheen overschreeuwt werden door de pijn in mijn heup. Maar nu konden we in ieder geval met zekerheid zeggen dat de meeste pijn niet uit mijn SI komt, maar uit mijn trochanter.

En aangezien een ifuse die pijn niet weg kan halen, heeft dat geen zin. Dan is het zinvoller eerst die trochanter aan te pakken. Wellicht pakt dat meteen ook goed uit voor mijn SI en is een ifuse niet meer nodig.

50% ziek gemeld op mijn werk

Maar goed, dan kom je bij: HOE DAN??? Hoe zorg ik ervoor dat die pijn minder gaat worden? Je heup kun je niet vastzetten.

Met mijn revalidatiearts kom ik steeds weer bij hetzelfde uit: ik doe teveel, ga te vaak over mijn grenzen heen. Alhoewel ik zelf steeds denk dat ik wel genoeg stappen terug heb gedaan, denkt mijn lijf daar anders over. En het herstel komt dus maar niet.

Daar zat ik dus vorige maand al over te piekeren, over het verschil tussen kunnen en durven. Blijkbaar zet ik toch nog te vaak mijn pijn opzij om iets te kunnen doen. Maar eigenlijk kan ik het dan niet, want het is niet normaal om altijd maar pijn te hebben bij alles wat je doet.

Eigenlijk zou ik dus niet moeten lopen zodra mijn heup pijn begint te doen. Die pijn geeft al aan dat ik over mijn grens ga. Maar er blijft dan zo weinig over. Van de voordeur naar de auto zou dan al te ver zijn en op sommige dagen zelfs van mijn bed naar de badkamer.

Dus na mijn bezoekje aan de revalidatiearts ging ik nog even verder piekeren, maar eigenlijk wist ik het al: het is mijn werk wat me sloopt. En dan zit er niets anders op dan toch maar weer die lat verder omlaag te leggen en me deels ziek te melden.

De keuze voor 50% heb ik zelf gemaakt. Ik denk niet dat het goed voor me is om meteen naar 100% ziek melden te gaan. Ik moet iets hebben om mijn hoofd bezig te houden. Maar 25% leek me weer te weinig. Dat heb ik al eens eerder gedaan en daar ging een poos overheen voor ik daar fysiek wat van merkte.

En nu is het dan aan mij om te gaan voelen waar nu precies die grens ligt. Waar houdt mijn belastbaarheid op en start het overbelasten? Pas als het me lukt om onder die grens te blijven en dat zes weken vol te houden, kan er wellicht weer iets opgebouwd worden.

Ook leuk nieuws: ik mag meedoen met het Shimmy Shake Talent Carnival!

In maart deed ik mee met een Talent Search van de Shimmy Shake. In totaal waren er verspreid over Nederland vier rondes waaruit uiteindelijk twaalf dansacts gekozen zouden worden voor verdere coaching en een optreden in een theater.

Dat was ontzettend spannend, want waar andere fusion buikdanseressen op hun benen dansten, deed ik het in mijn dansrolstoel. Maar blijkbaar maakte het indruk, want ik mocht door voor coaching!

En morgen is dan het resultaat van die coaching te zien in een show. Niet alleen van mijn dans, maar ook van nog elf andere dansacts. Dit vindt plaats in ‘t Kapelletje in Rotterdam, op zondag 10 juni dus. Er is een show van 12.30 – 14.30 uur en één van 15.00 – 17.00 uur. En daartussen is er van alles te zien en te beleven in de tuin bij het theater. Kaartjes zijn nu al te koop via Shimmy Shake.

Over mijn werk en het dansen ben ik eigenlijk nog niet uitgepraat, dus binnenkort meer daarover. Maar hoe gaat het verder met jou?