EDS

Hoe het gaat? Een beetje hetzelfde

tekening met bergen en dalen waarop poppetjes te zien zijn met en zonder rolstoel

Inmiddels zijn we alweer vijf maanden verder sinds ik me op mijn werk heb ziek gemeld. En natuurlijk blijft die vraag dan steeds maar komen: ‘Hoe gaat het met je?’ Maar ik heb niet zoveel nieuws te melden, het gaat nog steeds hetzelfde als een paar maanden geleden. Dus dat is meestal ook het antwoord wat ik geef: een beetje hetzelfde.

En dat is ook wel een beetje de reden waarom ik niet zo heel veel schrijf op mijn blog. Ik las nog even mijn laatste update terug die ik hier een paar maanden geleden schreef: Alles gaat door en ik sta stil. En eigenlijk kan ik ‘m net zo goed kopiëren en plakken, want er is echt niet zo veel veranderd.

Werk in de verleden tijd

In de laatste week van augustus mocht ik een weekje het account van NL Buitenbeentjes vullen. Hier had ik onder andere onderstaand draadje gedeeld, over werk wat er niet meer is, vaardigheden die ik anders in moet gaan zetten. Het helpt me wel om die dingen op te schrijven en te delen.

Het voelt wat onwennig om over mijn werk te praten in de verleden tijd, omdat ik op dit moment alleen nog ziek gemeld ben. Ik wil nog wel de hoop houden dat ik (deels) terug kan komen, maar denk ook dat het verstandiger is om dat hoofdstuk af te sluiten en voor mezelf te zorgen.

Toch wil ik er wat over vertellen, al is het maar om de kwaliteiten die ik in mijn werk had, ook nu vast te houden. En ik ben toch ook trots op wat ik bereikt heb en wie ik bereikt heb als docent pedagogiek en examenleider in het mbo.

Ik heb kunnen laten zien dat je met een rolstoel ook een prima docent kan zijn. Hopelijk kunnen de pedagogisch medewerkers en onderwijsassistenten die ik heb opgeleid in al die jaren dat ook meenemen in hun werk en met een open blik kijken naar kinderen en collega’s.

Door de ontoegankelijkheid binnen school(gebouwen) bespreekbaar te maken, hoop ik dat men zich hiervan bewuster is geworden en het sneller op kan pakken voor studenten en collega’s die dat nodig hebben.

Dat bewustmaken van anderen binnen het mbo wil ik nog niet opgeven. Via Iederin en Zorgeloos Naar School ben ik als vrijwilliger betrokken bij werkgroepen die zich richten op het inclusiever en toegankelijker maken van het mbo.

Het bijhouden en overdragen van kennis van alles wat raakvlakken heeft met pedagogiek is iets waarvan ik nog niet weet hoe ik dat kan blijven doen. Moeilijk om los te laten ook, zeker omdat het al sinds mijn 14e een bewuste keuze is geweest om me hierop te richten qua werk.

Andere kwaliteiten kan ik goed gebruiken om nu om te schakelen en mijn dagelijkse leven goed vorm te geven. Of ik dat altijd leuk ga vinden? Vast niet. Maar ik weet dat ik het kan en dat maakt dat ik me niet al teveel zorgen maak over de toekomst.

Als docent en examenleider was ik goed in plannen, duidelijk in het uitleggen van werkwijzen, achterliggende redenen en consequenties.
In plaats van examens plannen, plan ik nu mijn dagelijkse bezigheden om een balans te krijgen in belasting en belastbaarheid.

Ik kan in kaart brengen waar het goed gaat en waar het mis gaat, dit evalueren en weer aanpassen. Informatie opzoeken en analyseren of het bij mij zou werken. Wel of niet een nieuwe behandeling inzetten, hulpmiddelen aanvragen, enzovoort.

Op dit moment ben ik nog te moe om me te vervelen en mocht het zover komen dat die vermoeidheid minder wordt, dan heb ik genoeg om in te zetten en mijn dagritme weer aan te passen. Maar het impulsieve is wel iets wat ik nu al mis.

En wat ik ook zeker weten ga missen, is de meest fantastische doelgroep binnen het onderwijs: de mbo’ers.

Als ik dan ook nog dit filmpje van De koffer van Rick bekijk, dan ben ik wel trots op wat ik bereikt heb.

Niet helemaal hetzelfde

Het is niet helemaal waar dat ik er nu precies hetzelfde bij zit als een paar maanden geleden. Op sommige vlakken zit er wel verbetering in. Maar het gaat niet meer zover vooruit dat ik denk dat ik weer terug kan komen op mijn werk. Die verbetering zit dan vooral in dingen die het voor mij aangenamer maken, zoals:

  • Thuis is er meer aangepast om hier beter te kunnen functioneren. Ik gebruik mijn rolstoel binnen vaker, heb daarom nu ook een drempelhulp naar de keuken. En in de badkamer een douchekruk en wandsteunen om energie te besparen bij het douchen. Een traplift is ook iets waar ik over nadenk.
  • Op mijn driewielligfiets heb ik nu trapondersteuning, zodat ik in beweging kan blijven, zonder dat het me meer pijn oplevert.
  • Ik heb sinds een paar weken een medische daith piercing. Daar zal ik binnenkort wel meer over vertellen. Tot nu toe lijkt het erop dat het iets van de spierspanning in mijn lijf wegneemt. En mijn darmen ietsje beter hun best doen.
  • Hoewel ik het nog steeds lastig vind om afhankelijk te zijn van anderen, heb ik inmiddels wat meer vertrouwen in de arbodienstverlening. Eerst was er alleen telefonisch contact. Ik had geen idee hoe de bedrijfsarts of verzuimconsulent mij echt zagen en wat zij voor ogen hadden. Na een gesprek op mijn werk werd me wel duidelijk dat zij ook zien dat ik met mijn beperkingen niet meer terug kan komen. Dat geeft me toch weer een beetje rust en vertrouwen.

Alles bij elkaar zorgt het voor wat meer balans en dat ik de fysieke pijn en vermoeidheid, maar ook het afscheid van mezelf als docent beter kan hebben. Niet dat ik het nu leuk vind. Maar het is wat het is en dan moet ik het hiermee maar zo aangenaam mogelijk maken.

Hoe gaat het met …?

Weet je, het is ook gewoon een vraag waar ik niet altijd van weet wat ik ermee moet. Hoe gaat het met je? Wat wil je dan precies horen? Is het gewoon een vraag uit beleefdheid en wil je alleen maar horen dat het goed gaat? Maar als ik dan zeg dat het goed gaat, krijg ik dan meteen de vraag of ik weer ga werken? Of wil je echt alles horen? Echt? Want dan zijn we nog wel even bezig.

Ik weet wel dat de meeste mensen die het mij vragen wel oprecht geïnteresseerd zijn. Maar het is een vraag die ik echt heel vaak krijg en ik heb niet altijd zin of energie om elke keer weer hetzelfde verhaal te vertellen. Vraag dan liever naar een stukje. Hoe het met mijn kinderen gaat, of met het fietsen of dansen. Of iets waar je zelf op in kunt haken. Zodat het gesprek niet hoeft te eindigen met: ‘Nou, vervelend zeg, beterschap!’

Want ik word niet meer beter. En dat is ok en kut tegelijk, dat zal voorlopig ook wel een beetje hetzelfde blijven.

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.