jonge mantelzorger mantelzorg rolstoelNatuurlijk deel ik het liefst de leuke dingen die ik met mijn gezin onderneem, zoals uitstapjes en activiteiten. Maar soms toch ook de lastige kant van het ouderschap. En heel soms trek ik het nog een stukje breder: naar mijn werk waarin ik als docent pedagogiek mijn studenten leer om andermans kinderen op te voeden (en zichzelf daarmee ook een beetje).

lopen wandelstokDe afgelopen weken/maanden is er hier en daar weleens een leerkracht in het nieuws geweest die wellicht niet zo gehandeld heeft als zou moeten. Afgelopen weekend kwam dit wel heel dichtbij en kwam de school van mijn dochter in de media voorbij. De bagger die die juf vervolgens over zich heen kreeg, echt niet normaal.

Vervolgens wordt opgeroepen dat leerkrachten neutraal moeten zijn in het lesgeven (en ook in alles wat ze daarbuiten doen of delen). Ja natuurlijk, maar leerkrachten zijn ook maar mensen!

Als ik voor elke fout zo afgestraft zou worden, zou ik allang niet meer in het onderwijs werken. En ik ga er nog steeds vanuit dat ik een prima docent ben.

Fouten maken mag

Als pedagoog en moeder ben ik van mening dat iedereen fouten mag maken, daar leer je van. Het gaat er vooral om hoe je er vervolgens mee omgaat. Gisteren werd me dat weer heel duidelijk toen allebei onze dochters een ‘blunder’ hadden gemaakt. De één vertelde er lachend over, zonder schaamte. De ander kroop weg en wilde er niet over praten. Ik heb haar verteld wat voor stomme dingen ik vroeger als kind weleens gedaan had, waar ik achteraf spijt van had. Vergeleken met mijn blunders viel die van haar in het niet, haha!

Als ik aan mijn kinderen en studenten wil laten zien dat zij fouten mogen maken, kan het niet anders dan daar zelf ook het goede voorbeeld in te geven. Niet om het expres te doen, maar vooral om te laten zien hoe je het daarna oplost. En dat je niet perfect hoeft te zijn, betekent nog niet dat je niet je best hoeft te doen, maar laten we vooral menselijk blijven.

Hier dan een paar van mijn blunders. Wel degene waar ik me niet (meer) voor schaam, er blijven altijd wel dingen die ik liever voor me houd.

In aanraking komen met de politie

Tja, wat kan ik erover zeggen… Ik was als kind altijd wel op straat te vinden, we haalden kattenkwaad uit en soms ging dat iets verder. De wijk waar ik opgroeide heb ik zelf niet als een achterstandswijk ervaren. Maar toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, werd duidelijk dat er door anderen wel werd neergekeken op onze wijk. Ik werd al voor een junk en crimineel uitgemaakt, voordat er ook maar iets was voorgevallen. Ik voelde me meer thuis bij de hangjongeren op straat dan bij de kakkers op ‘t vwo. En ja, dan komt zo’n self-fulfilling prophecy toch uit.

Maar na één keer een cel van binnen bekeken te hebben, had ik mijn lesje wel geleerd. Verder ben ik uiteraard heel braaf gebleven, zeker in mijn volwassen leven.

Een cliënt bij de haren pakken

Ooit werkte ik al als begeleider in de gehandicaptenzorg. Bijscholing in hoe om te gaan met gedragsproblemen had ik niet gehad. Dus toen ik met een cliënt aan het worstelen was en zij hele plukken haar uit mijn hoofd trok, was het enige wat ik kon bedenken ook haar haar vast te pakken. Ik trok er niet aan, maar dreigde er wel mee: ‘Laat mijn haar los, anders trek ik aan jouw haar.’ Binnen drie maanden op die groep was ik overspannen, het paste totaal niet bij mij om met cliënten met gedragsproblemen te werken.

Later als vrijwilliger heb ik nog eens zo’n situatie gehad. We waren met z’n tweeën in de snoezelruimte en zij greep me uit het niets bij mijn keel. Ze kneep zo hard mijn luchtpijn dicht, dat ik niet om hulp kon roepen, er kwam gewoon geen geluid uit. Dus in een reflex pakte ik haar haar beet en keek ik haar dreigend aan. Dat was genoeg voor haar om los te laten, gelukkig.

Hartstikke onpedagogische handelingen natuurlijk. Maar op die momenten kon ik niet anders. En naar mijn studenten toe gebruik ik deze voorbeelden weleens om aan te geven hoe belangrijk bijscholing in het werkveld is en dat je niet alles op school zelf kunt leren.

Zelfbeheersing verliezen voor de klas

De laatste jaren kan ik het best hebben, dat bloed dat onder je nagels vandaan gehaald wordt door studenten die je op stang willen jagen. Maar in mijn beginjaren als docent had ik daar meer moeite mee. Ik kan me een student herinneren die me zo pissig maakte, dat we echt aan het bekvechten waren, tot ik jankend de klas uitliep. Dit was overigens een student die al snel met de opleiding stopte, omdat het zorgen voor een ander totaal niet bij haar persoonlijkheid paste. Maar de illusie dat je op sociale opleidingen alleen sociale studenten hebt… Nee, dat valt soms tegen.

Een andere keer dat de tranen over mijn wangen liepen, was een heel ander geval. Er had een student zelfmoord gepleegd en de klassen moesten daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik dacht: dat doe ik wel even, maar eenmaal voor de klas werd het me toch teveel. Ik denk niet dat iemand me dat kwalijk heeft genomen, maar aan de andere kant had de klas ook niet zoveel aan mij op dat moment.

En jij, heb jij weleens fouten gemaakt? Of ben jij van mening dat alleen perfecte mensen voor de klas mogen en/of (andermans) kinderen mogen opvoeden?

schelden emoji's

Soms, heel soms heb ik gewoon niets zinnigs om bij te dragen. Dan ben ik gewoon zo pissig of teleurgesteld of verdrietig, dat ik alleen maar wil schelden. Ik doe best mijn best om me hierbij in te houden, dus des te serieuzer mag je me nemen als ik me wel aan het schelden en tieren ben.

#doeslief? Nee zeg, nu even niet!

Schelden: de spelregels

We weten allemaal dat schelden met heftige ziektes niet gewaardeerd wordt. Schelden met kanker is echt not done, ik geloof dat dat inmiddels wel bij iedereen bekend is. Krijg de tering, tyfus, pestpokken, pleuris of klere: daar hebben dan weer minder mensen moeite mee. Misschien omdat er tegenwoordig niet zoveel mensen meer overlijden aan deze ziekten.

Iemand uitschelden vanwege ras, geaardheid, geloof, handicap, of wat dan ook… Nee, doe maar niet. En dus ook niet als het niets met de persoon of het gedrag te maken heeft. Je praat niet over kutvolk als één iemand iets vreselijks gedaan heeft. En je maakt ook niet iemand uit voor idioot of imbeciel, zeker als het IQ van diegene niet de oorzaak is van het uitkramen van onzin.

Noem het beestje gerust bij de naam. Als iemand een kinderverkrachter is, dan mag je ‘m best een vieze, vuile, gore kinderverkrachter noemen. Maar geen vieze, vuile, gore homo, want dat heeft er niks mee te maken.

Hele groepen mensen kwetsen met je woorden, terwijl die maar voor een specifiek persoon bedoeld zijn, gaat het doel van schelden voorbij, wat mij betreft.

Nog een laatste die ik zelf best lastig vind, ondanks mijn christelijke opvoeding: Jezus of god buiten je scheldkanonnade laten. Vooral die eerste klanken rollen zo lekker door je mond: jeeeeee of ggggggg. Maar ik weet dat ook dat mensen kwetst die niet het lijdend voorwerp van mijn scheldpartij zijn, dus dan maar beter ook die weglaten. (Ken je de Bond tegen vloeken nog?)

Schelden mag van mij best een beetje grof zijn. De persoon voor wie het bedoeld is, moet duidelijk doorkrijgen dat hij/zij fout bezig is. Zich diep moet schamen. Wegkruipen in een holletje. Smeken om vergiffenis. Dat krijg je niet voor elkaar met een potverdikkie.

Deze scheldwoorden kunnen wèl door de beugel

Ja hallo, blijft er dan nog wat over wat je wèl als scheldwoord mag gebruiken? Alsof je er überhaupt de tijd voor hebt om na te denken voordat er een scheldwoord uitrolt.

Ach, het went. Sinds ik in het onderwijs werk, heb ik me zelfs aan kunnen leren om meer verantwoorde scheldwoorden te gebruiken hoe dichter ik bij mijn werkplek kom. Gooi je je fiets voor mijn auto binnen een straal van 100 meter van mijn school, dan ben je een oelewapper, mafkees of flapdrol. Best lief toch?

En uiteraard probeer ik thuis het goede voorbeeld te geven voor mijn kinderen. Ik heb me ook weleens vergist hoor. Wilde ik mijn kleuterdochter voor muts uitschelden, noemde ik haar gewoon een trut. Maar nu ze wat ouder zijn en zelf kunnen beslissen welke scheldwoorden passend zijn, hou ik me thuis een stuk minder in.

Hoewel smaken verschillen, ben ik niet vies van het gooien met geslachtsdelen en is fucking kut de overtreffende trap van kut. En de oude vertrouwde klootzakken of kuttekoppen doen het ook nog steeds prima.

Klaphark, klootviool of steegclown zie ik regelmatig op Twitter voorbij komen, vind ik wel mooie scheldwoorden.

Of wat dacht je van deze retroscheldwoorden: krotekoker, droeftoeter, slampamper, stoethaspel, schijtlijster, naarling, knurft, etterbak.

En alles wordt natuurlijk nog wat sterker door er fucking voor te zetten.

Nog even lekker afreageren met wat muziekjes

Soms heb je misschien net wat meer nodig dan alleen wat schelden. Zeker als je je voor je gevoel al inhoudt bij je woordkeuze. Maar gelukkig zijn er ook andere manieren om je af te reageren. Ik kan dat heel goed kwijt in muziek, lekker mee schreeuwen of losgaan.

Ooit mijn dochters favoriet, met een lekkere catchy tekst: poep in je hoofd! Ik vond ‘m in ieder geval heel verantwoord om lekker mee te blèren in de auto met het volume op 80 met de kinderen achterin headbangend in hun autostoeltjes.

Een prima liedje om even op te zetten als mensen veel teveel onzin uitkramen.

Ik weet niet hoe de jeugd van tegenwoordig dat doet, maar ik vond het afreageren van mijn frustraties in de pit bij een punkbandje altijd heel fijn. Gewoon lekker erop los beuken als alternatief voor het in elkaar slaan van één persoon, omdat we nu eenmaal moeten vertrouwen op ons rechtssysteem. Alle klappen die ik op onderstaand liedje heb uitgedeeld, waren eigenlijk bedoeld voor die klootzak van een collega.

Wat zijn jouw favoriete scheldwoorden?

sneeuwtrappelen

De social media waren in shock: een kinderdagverblijf in Amsterdam liet peuters met blote benen en voeten door de sneeuw, sneeuwtrappelen. Vreselijk. Dat mag toch helemaal niet?! Want daar worden de kinderen ziek van. Want dat doe je zelf toch ook niet. Want dat mag toch helemaal niet volgens de AVG. Want al die pedofielen op internet. Kindermishandeling. Sluiten dat kinderdagverblijf.

Of je voor je eigen kind wel of niet kiest om hieraan mee te doen, laat ik helemaal aan de ouders zelf over. Maar om een kinderdagverblijf wat hier overduidelijk goed over na heeft gedacht zo af te branden… Dan wil ik het als pedagoog toch wel even voor ze opnemen.

Kinderdagverblijven in alle soorten en maten

Bijna vijftien jaar werk ik nu als docent pedagogiek (onder andere) bij de opleiding Pedagogisch Werk. Ik leid studenten op om in de kinderopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang of het (basis-)onderwijs te gaan werken. Tijdens stagebezoeken heb ik ontzettend veel organisaties van dichtbij mogen bekijken. Van Hoek van Holland tot Alphen aan den Rijn, Bleiswijk tot Oud Beijerland en binnen Rotterdam van noord tot zuid en van oost tot west.

In die vijftien jaar heb ik meegemaakt dat kinderopvangorganisaties als paddenstoelen uit de grond opkwamen, weer inkrompen en failliet gingen door keuzes vanuit de overheid en de laatste jaren trekt het weer aardig aan. Je ziet grote organisaties die goed draaien door in te spelen op wat ouders willen, of juist wat de gemeente stimuleert. Maar ook organisaties die vanuit hun eigen samengestelde visie iets unieks neer willen zetten. Of organisaties die vooral snel winst willen maken en alleen het hoognodige bieden. Prachtige buitenlocaties met veel natuur, maar ook eenvoudige omgebouwde rijtjeshuizen met alleen een betegeld plaatsje.

En ik heb heus weleens mijn twijfels gehad over de kwaliteiten van de leidsters, voldoende veiligheid of aandacht voor de kinderen. Maar niet in die mate dat ik melding heb moeten maken van kindermishandeling. Meestal voldeed het om feedback te geven aan een leidster zelf of de leidinggevende.

Maar bovenal heb ik genoten van het zien van de verschillen, hoe kinderdagverblijven binnen hun middelen een eigen draai geven aan het zorgen voor kinderen.

Kinderdagverblijven met een eigenzinnig beleid: ik juich het alleen maar toe!

Tijdens de opleiding probeer ik mijn studenten warm te krijgen om zich te verdiepen in de verschillende pedagogische visies die er zijn. Antroposofie, Reggio Emilia, Montessori, enzovoort. Met een beetje geluk herkennen ze de visies in de manier van werken op hun stage. Maar vaak houden ze toch vast aan wat ze zelf hebben meegekregen in hun opvoeding of wat ze op hun verschillende stageplekken hebben geleerd. Iets anders is vaak vreemd, lastig uit te leggen naar anderen. Dan is het makkelijker aan te sluiten bij het vertrouwde.

Het verbaast me dan ook niet dat er via social media ook door pedagogisch medewerkers fel gereageerd wordt op zoiets als het sneeuwtrappelen. Niet alle lessen pedagogiek of gezondheidskunde blijven even goed hangen. Dat maakt ze niet meteen slechte pedagogisch medewerkers. Er zijn er genoeg die het zorgen voor kinderen zó in de vingers hebben, dat je je kinderen met een gerust hart bij ze achter kunt laten. Ook al zijn ze een beetje vergeten wat ze op school geleerd hebben.

Maar als er dan kinderdagverblijven zijn die zo’n unieke visie hebben dat ze eruit springen, dan juich ik dat alleen maar toe. Het maakt dat mensen (ouders, studenten, pedagogisch medewerkers) na gaan denken over wat ze zelf belangrijk vinden in de opvang van kinderen. Een mooi voorbeeld om te gebruiken in de klas, de discussie aan te zwengelen. Want voordat je dan aan komt zetten met: ‘Dit mag niet, want het hoort niet zo’, verdiep je dan eerst in het waarom.

Waarom zou je wèl sneeuwtrappelen of watertrappelen, buiten slapen, inbakeren, biologisch eten of wat dan ook? Wat zijn nu echt de voors en tegens? En dan vooral vanuit het kind gezien, niet puur en alleen vanuit je eigen belevingswereld.

Zou ik het mijn kinderen ‘aandoen’?

Sneeuwtrappelen of watertrappelen was nieuw voor mij, alhoewel ik wel eens van de Kneippmethode gehoord had. Het klinkt voor mij dan ook gewoon logisch dat zoiets goed is voor de bloedsomloop en kinderen er beter door slapen. Onze kinderen hebben toen ze klein waren weleens met blote voeten door de sneeuw gelopen, maar niet zo doelgericht voor het slapen gaan. Gewoon voor de lol.

Ik was vrij jong (23) toen ik moeder werd en ondanks mijn pedagogische achtergrond had ik me toen niet zo verdiept in verschillende visies en welke ik zelf toe zou willen passen. Ik was net als mijn studenten. 😉 Mijn oudste dochter was ook vreselijk makkelijk als baby, ik kon van alles met haar doen. Weinig rust, reinheid en regelmaat voor haar dus (nee grapje hoor, we wasten haar weleens).

Maar mijn jongste gooide wel al vroeg de kont tegen de krib. En daardoor ben ik wat verder gaan kijken wat zou kunnen werken bij haar. Zij sliep bijvoorbeeld in een bakerzak. Niet echt ingebakerd, vanwege haar heupdysplasie. Maar de bakerzak hielp haar al om zichzelf niet wakker te wapperen met haar armen.

Ze was ook negen maanden lang een felle flesweigeraar. En dan kon ze het krijgen ook: toen ze ging eten, boden we het haar aan volgens de Rapleymethode, doe het dan maar lekker zelf!

Die Rapleymethode gaat ervan uit dat als een kind de fijne motoriek beheerst om iets van een bord te pakken, de mondmotoriek dit ook aankan. Je biedt een baby vanaf zes maanden dan eten aan in grove stukken, dus niet gepureerd. De baby kan dan zelf keuzes maken, leek mij wel handig met die eigenwijze dame van mij.

Inmiddels zijn ze allebei opgegroeid tot twee geweldige tienermeiden die allebei prima eten, slapen, enzovoort. Wat dat betreft heb ik geen bewijs of het wel of niet beter is om een gerichte methode of visie te gebruiken of alleen maar op je moederinstinct te vertrouwen. Als ze maar genoeg liefde krijgen, dat ik het belangrijkste!

En waar sta jij in deze discussie? Sta jij open voor andere visies als het gaat om opvoeden van kinderen?

Euromast Rotterdam nachtKun je het nog herinneren dat we een jaar geleden zo gedesillusioneerd terugkwamen van een uitje naar de Euromast? Niet eens zozeer vanwege de (on-)toegankelijkheid van de Euromast zelf, maar vooral door de lompe benadering door het personeel.

Maar we hadden dus nog vrijkaartjes, die maar een jaar geldig waren. En omdat ik ze toch wel een herkansing gunde, zijn we afgelopen week weer geweest. Dit keer in de avond, om Rotterdam eens van bovenaf in het donker te bekijken.

Euromast RotterdamDonker, koud, nat en winderig

Ja, ik weet het wel uit te kiezen wanneer we eropuit gaan. Dit keer waaide het behoorlijk en het motregende af en toe. Het was dus nog de vraag of de Euroscoop (de lift die tot 185 meter hoog gaat) wel zou gaan, maar we hadden geluk.

Zo hoog op de Euromast waait die wind nog een tikkeltje harder en in de avond, zonder zon, was het behoorlijk fris. Het was ook een hele uitdaging om mijn camera stil te houden. Sowieso voor mij om zo in het donker te ontdekken hoe ik mijn camera het beste kon instellen…

Voordeel van dit weer was wel dat het lekker rustig was op het platform en in de Euroscoop. We konden onze gang gaan en stonden niemand in de weg. En ik vond het erg mooi om Rotterdam zo met al die lichtjes te zien. Heel anders dan overdag.

Euromast Rotterdam

Euroscoop niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers? Pfff, echt wel! (Of nee, toch maar niet)

Mijn man is eerst met de kinderen de Euroscoop in geweest. Daarvoor moet je een steile trap op om weer bij een lift aan te komen. Maar omdat het zo rustig was, ging hij nog een keer met mij naar boven. Met het idee dat de wachttijd toch niet zo lang zou zijn.

De trap is inderdaad behoorlijk pittig en zou ik zonder mijn man waarschijnlijk niet aangedurfd hebben. En daarbij wilde de medewerker van de Euromast net even gaan testen of de wind niet te hard was, dus een keer op en neer zonder bezoekers. Dus moesten we toch nog even wat langer wachten dan gedacht. Ik kon wel tegen een hek aan leunen, maar eigenlijk was het staan te lang.

Dus tja… ik snap wel dat ze zeggen dat de Euroscoop niet toegankelijk is voor rolstoelgebruikers of mensen die slecht ter been zijn. Maar ben toch blij dat ik het gedaan heb, ondanks de pijn en moeite. Het maakt het bezoekje aan de Euromast net wat meer af. Met het commentaar door de speakers over wat je allemaal kunt zien als je zo over Rotterdam kijkt, voelde ik me een echte toerist.

Euromast Rotterdam

Herkansing = voldoende

Het zal er vast mee te maken hebben gehad dat het zo rustig was, maar het personeel was ook een stuk vriendelijker dan de vorige keer. En we hebben zo een leuk uitje met het gezin gehad.

Ik blijf het een gemis vinden dat het hoogste gedeelte van de Euromast niet toegankelijk is voor iedereen. Wat dat betreft is de €1,50 korting, die je krijgt als je slecht ter been bent, totaal niet in verhouding. De helft van de prijs zou veel meer in verhouding zijn: je komt maar tot het platform op 100 meter, staat daar in de regen en wind en moet het zonder praatje uit de speakers doen.

Maar al met al toch wel een voldoende voor de herkansing. Mochten ze ooit voor een goed willen gaan, dan is duidelijk wat er verbeterd kan worden. 😉

Ben jij al eens in de Euromast geweest? Wat vond jij ervan?

bril 40

Wellicht had het handiger geweest als ik een lijstje als dit iets eerder zou beginnen dan bij de start van het jaar dat ik veertig word. Ach ja, ik hobbel wel vaker achter de feiten aan. Dus dan moet ik er maar voor zorgen dat het veertig haalbare punten zijn die ik nog even gauw voor mijn veertigste kan afvinken. En natuurlijk neem ik dan meteen mijn eerdere plannen voor 2019 daarin mee.

Goed, hier is dan mijn bucketlist 40x voor mijn 40e. Ik ga ‘m uitprinten en ophangen en weet zeker dat ik dit allemaal ga behalen!

  1. Een O4 workhopper een week uitproberen op mijn werk.
  2. Samen met mijn ergotherapeut een geschikte aangepaste stoel/stoelen vinden en aanvragen bij het UWV voor mijn werk.
  3. Vier a zes lesuur lesgeven per week.
  4. Mijn hele aanstelling werken, dus zonder deels ziek gemeld te hoeven zijn.
  5. Een weekend zonder internet overleven.
  6. Een hele dag mijn nieuwe bril dragen, dus ook buitenshuis. Want hij is best leuk.
  7. Voorgoed afscheid nemen van de basisschool als ook onze jongste dochter naar het voortgezet onderwijs gaat.
  8. Twee a drie weken bij mijn schoonouders douchen.
  9. Onze badkamer laten verbouwen.
  10. Met z’n vieren tegelijk tanden poetsen in de nieuwe, ruime badkamer met dubbele wasbak.
  11. Een nieuw klusproject bedenken.
  12. Mijn man overhalen om dat klusproject op zich te nemen.
  13. Een dagje qualitytime met mijn meiden, allebei een eigen dagje.
  14. Alle filmpjes van de gebarenchallenge 2018 bekeken hebben. Ik loop echt vreselijk achter…
  15. Mijn kledingkast uitmesten en kleding die ik niet meer draag weggeven/ruilen/verkopen.
  16. Een cursus of workshop volgen om beter met mijn camera te leren omgaan.
  17. Via mijn blog en Instagram het bewijs leveren dat mijn fotografieskills verbeterd zijn door die cursus of workshop.
  18. Een keer echt uit mijn comfortzone stappen om mijn blog onder de aandacht te brengen.
  19. Een e-reader aanschaffen en voortaan wat vaker lezen in plaats van voor de tv hangen.
  20. Een retrojurkje en blouse maken in een stijl die ik nog niet eerder geprobeerd heb.
  21. Een te gekke blogpost schrijven in het thema ‘retro’ voor de Crea-Cross 2019.
  22. Een originele verjaardagsslinger borduren.
  23. Zomervakantie boeken en vieren.
  24. Optreden met Misiconi.
  25. Een fusion buikdansworkshop of (privé-)les volgen.
  26. Weekendje weg met manlief, zonder kids.
  27. Dagje strand in bikini (ja joh, ik gun anderen ook een pleziertje).
  28. Een dagje met de fiets eropuit.
  29. Thuis een cupcakecup organiseren en de resultaten delen op mijn blog (inclusief recepten).
  30. Al het geblondeerde uit mijn haar laten knippen, zodat ik echt weer helemaal mijn eigen haarkleur heb.
  31. Mooie (portret-)foto’s van mezelf laten maken.
  32. Dagje (of beter nog: een weekendje) alleen op stap gaan.
  33. Logeren bij mijn Duitse vriendin, met of zonder gezin.
  34. Het ‘nieuwe’ huis van een andere vriendin bewonderen, nog voordat ze er een jaar woont.
  35. Bandje kijken met weer een andere vriendin.
  36. Fotoalbums met/voor de kinderen maken.
  37. Een plant kopen voor in de slaapkamer en deze in leven houden.
  38. Een leuke coverband vinden en boeken voor mijn verjaardagsfeestje.
  39. De allerbeste feestjurk maken of kopen. Of allebei.
  40. Mijn allerleukste en liefste vriendjes en vriendinnetjes uitnodigen voor mijn verjaardagsfeestje.

En welk item is volgens jou het spannendst van deze lijst? Waar zou je wel een artikel over willen lezen?

Tips hoe/wat/waar ik punten van deze lijst kan afvinken zijn altijd welkom!

frittata bladerdeeghapjesHet is alweer zover, we mogen ons weer uitsloven in de keuken voor alle kerstdiners. En omdat het zo lekker is om te proeven wat anderen maken, hebben we dit jaar weer drie kerstdiners waarbij je zelf wat mee mag nemen. Op de school van mijn jongste dochter, op mijn werk en bij mijn schoonfamilie. Dan wil ik natuurlijk niet door de mand vallen en doe ik net of ik een keukenprinses ben.

Onze traditionele kersthapjes

Bladerdeeghapjes met fetakaas of knakworst: Hier ben ik geloof ik mee begonnen toen de oudste net bij de kleuters zat. Ook gezellig om samen te maken. Inmiddels kan de jongste het helemaal zelf en ze wil niks anders meer maken. Meestal valt het wel goed in de smaak in de klas en anders gaat het de dag erna bij elk gezinslid mee in de lunchtrommel.

Fritatta: Volgens mij is dit van oorsprong een Italiaans gerecht, soort van omelet met kliekjes erdoorheen. Ik doe er meestal niet meer in dan fetakaas en gehalveerde snacktomaatjes, naast het ei en melk/kookroom. De ene keer een grote die ik in stukken snijd en de andere keer kleine fritattaatjes in cupcakevormpjes gemaakt.

Wraps met kruidenkaas, komkommer en zalm of kipfilet: Nog zo één die je aan je kinderen kan overlaten. Lui als ik ben, gebruik ik er gewoon kant en klare kruidenkaas voor. De komkommer in de lengte in plakjes gesneden, zodat het goed blijft zitten als je de belegde wrap in stukjes snijdt.

Hummus: kikkererwten, tahin, knoflook en citroensap, hup, allemaal de blender in. Of een fatsoenlijke keukenmachine zou misschien beter zijn, maar die hebben we dus niet. Dus bij mijn hummus kom je af en toe nog een hele kikkererwt tegen. De hoeveelheden gok ik maar een beetje, meestal wel een beetje teveel knoflook…

Pastasalade met tonijn: We hebben thuis een enorme schaal waar je een pastasalade voor een heel weeshuis in kunt doen. Behalve pasta en tonijn doe ik er rode ui, snacktomaatjes, sla, komkommer in. Qua dressing de ene keer iets met mayonaise en de andere keer met olijfolie en kruiden. Ik vind het ook lekker met olijven, maar daar ben ik thuis de enige in.

Tijd voor nieuwe makkelijke kerstrecepten

Alhoewel de bladerdeeghapjes weer gemaakt zullen worden voor het kerstdiner op school, is het wel weer eens leuk om daarnaast wat anders te maken. 

Ik ging op zoek naar wat inspiratie en vond deze recepten:

Eigenlijk wil ik ze allemaal wel uitproberen voor de komende kerstdiners! Het klinkt allemaal niet zo ingewikkeld en ziet er toch feestelijk uit.

Weet jij al wat je gaat maken met kerst? Gaan jullie ook voor kersthapjes, of juist een viergangendiner?

tradities schoen zetten klomp

Waar is toch die goede oude tijd gebleven? Die tijd dat het enige recht van de vrouw echt nog alleen het aanrecht was. Dat gehandicapten en psychiatrische patiënten ver weg van de bewoonde wereld in enorme instellingen opgehokt werden. Dat je gewoon in de klas kon roken. Dat pieten gewoon zwart waren. Dat een man niet met een man mocht trouwen. Dat je kinderen tenminste nog een pak slaag mocht geven als ze stout waren geweest. Ook als het jouw eigen kind niet was. Dat ongewenste intimiteiten gewoon verzwegen werden en er niet zo’n #metoo heisa van gemaakt werd.

Mis je het ook niet? Die goede oude tijd?

Nee, natuurlijk niet. Tijden veranderen. Culturen en tradities veranderen. En dat is maar goed ook.

Cultuur en tradities zijn plaats- en tijdgebonden

Cultuur is niet iets wat aangeboren is, maar aangeleerd. Gewoontes, gebruiken, tradities, bedacht door mensen zelf, om zich te verbinden of juist af te scheiden van de rest.

In Nederland hebben we niet maar één cultuur, maar tal van subculturen. En dan heb ik het niet eens over iemands huidskleur of waar hun (voor-)ouders vandaan komen.

Als ik alleen al kijk naar de verschillende gezinnen die ik ben tegengekomen bij de sporten van mijn kinderen. Dan waren de ouders die langs het hockeyveld stonden best een beetje anders dan die langs het voetbalveld. Maar ook van wijk tot wijk kan het verschillen hoe er bijvoorbeeld tegen opleidingsniveau, geloof, kunst, sport en rolverdeling aan wordt gekeken.

En toch verandert het ook. Hockey is allang geen elitesport meer. Nederland is niet alleen maar protestant of katholiek. Inzichten in wat goed is voor mensen veranderen ook. En het is ook echt niet erg om te veranderen van mening. Soms zie je later pas in dat iets toch niet zo geweldig is als je ooit dacht. Dat die leuke zwarte piet niet voor iedereen zo leuk is en wel degelijk als racisme gezien kan worden.

Het kan ook anders

Ik heb gerookt in een tijd dat dat nog overal kon en ook helemaal prima was. Dat mijn broertje niet bij mij in de rookcoupé wilde zitten, vond ik toen maar raar. En dat mijn teamleider commentaar had op het vele gerook in de woonkamer bij de overdracht, vond ik wat overdreven. Ja, er werd gewoon gerookt op woningen voor verstandelijk gehandicapten, ongeacht of ze zelf rookten of niet, astma hadden of niet… Dat kun je je nu toch niet meer voorstellen?

Mijn ouders hebben erg hun best gedaan op een christelijke opvoeding. De zondag was een rustdag, dus geen ijsjes kopen op zondag, bij het uitgaan voor de zondag thuis zijn en zo waren er nog wel meer regels waar ik niet zo blij mee was. En alhoewel het geloof voor mijn ouders nog steeds zoveel betekent als toen, denk ik wel dat ze milder zijn geworden in de loop van de jaren. Dat iets voor hun als christenen zo is, hoeft niet te betekenen dat een ander minder waard is als diegene andere keuzes maakt.

Soms helpt het om even te schoppen tegen de algemeen geaccepteerde normen om anderen te doen inzien dat het ook anders kan. Zoals ik als puber tegen de regels van mijn ouders schopte. Zoals #metoo mensen wakker schudt. En nee, dat is niet fijn, voor beide partijen niet.

Maar soms kun je je er gewoon meteen al bij neerleggen dat normen veranderen, zeker als je er zelf geen last van hebt. Bijvoorbeeld dat bij wet is vastgelegd dat de samenleving toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Of winkels die zich inzetten om meer genderneutraal hun kleding aan te bieden. Wat maakt het uit of iets niet meer onder het bordje ‘jongens’ of ‘meisjes’ hangt? Koop gewoon wat je leuk vindt!

Mensenrechten zijn cultuuroverstijgend

Mocht je het nou echt lastig vinden, al die veranderingen, dan is er een uitgangspunt wat altijd toe te passen is: mensenrechten. Daar valt een hoop over te lezen (klik maar op de link), maar bovenal: discriminatie is gewoon not done. Mensen belachelijk maken of minderwaardig behandelen om hun ras, geloof, gender, handicap of wat dan ook, kan gewoon niet.

Dus als een groep zich gediscrimineerd voelt, zijn wij als samenleving verplicht hier wat mee te doen. En als dat je niet zint, dan ‘rot je maar op naar een land waar geen mensenrechten zijn’? Nee, dat oog om oog, tand om tand is ook allang niet meer van deze tijd. Maar ik word er wel een beetje moe van als mensen steeds maar blijven zeggen dat anderen op moeten rotten als ze moeite hebben met Nederlandse tradities. Mensenrechten horen bij de Nederlands cultuur, veel meer dan de schmink van een piet.

Het is echt niet zo ingrijpend om hier en daar wat wijzigingen in tradities aan te brengen. Is er iemand die de roe mist? Of denk je dat de kerstboom bij de geboorte van het kindeke Jezus ook al versierd werd? Hoeveel Nederlanders lopen er nu echt nog op klompen?

Als we dat sinterklaasfeest echt zo belangrijk vinden voor de kinderen als dat we zeggen, dan moeten we ook naar ze luisteren als ze zeggen dat zwarte piet om aanpassing vraagt.

Aanpassen naar tradities waar iedereen plezier van heeft

In mijn ogen is het niet zo moeilijk: die roetveegpiet is een prima alternatief. Het past mooi in het sinterklaasverhaal, voor kinderen maakt het echt niet uit, je zit niet meer met schmink die je niet uit je oren krijgt, prima allemaal toch?

Dan is nog wel de vraag hoe daar te komen.

Mijn aanpak: alle felle pro-zwartepieten op Facebook zet ik op snooze. Hiermee in discussie gaan, levert toch niets op en het kwetst me alleen maar om te zien dat mensen die ik toch graag zie, zo lelijk kunnen doen naar anderen. Protestacties zijn niet mijn ding, maar ik wil wel laten weten waar ik sta. Als maar steeds meer mensen dat doen: laten horen hoe het anders kan, waarom het anders moet. En daar tegenover geweld en racisme niet meer beloond wordt. Misschien wordt het dan ooit wel beter?

Even als voetnoot: Ik besef me heel goed dat we in een land met zoveel diversiteit niet allemaal hetzelfde kunnen denken. Hoeft ook niet, ik zal je niet afschrijven als je een andere mening hebt dan ik. Maar ik hoop wel dat ik hiermee iets meer zicht heb gegeven op mijn mening en misschien zelfs hier en daar iemand heb laten inzien dat het echt geen ramp is als tradities veranderen.

lompheid frustratiesOh man, wat is het toch deze week? De ene frustratie volgt de andere op. Ik word er strontchagrijnig van. En omdat ik maar geen manier heb kunnen vinden om me op een andere manier af te reageren, gebruik ik jullie als lezers daar maar voor. Neem het niet persoonlijk op. Normaal zijn dit maar kleine frustratietjes en kan ik ze prima hebben. Maar we zijn nu pas halverwege de week en ik heb mijn frustratietaks al bereikt. Dus. Het moet eruit!

Fietsers die voorrang nemen, terwijl ze dat niet hebben

En dan ook nog lelijk kijken en gaan schelden als ik toeterend vlak voor hun neus tot stilstand kom. Tsss, dat kan ik veel beter en ik heb er een veel betere reden voor. Het is maar goed dat ze me niet horen als ik in de auto zit.

Op de route naar mijn werk zitten een paar drukke kruispunten waar verder niets met borden of stoplichten aangegeven is, dus rechts heeft altijd voorrang. Maar het lijkt er maar niet in te gaan bij de verkeersgebruikers daar. En zeker bij scholieren/tieners kun je ervan uitgaan dat ze je geen voorrang gaan geven. Ja, dat klinkt best generaliserend. Maar je kunt er soms maar beter rekening mee houden om ongelukken te voorkomen. Dat wil dan nog niet zeggen dat ik het niet laat horen hoe irritant die fietsers zijn als ze vlak voor mijn auto langs schieten.

Automobilisten die me voorrang geven, terwijl ik het niet heb

Hoe moeilijk is het? Groen is rijden en op een voorrangsweg heb je voorrang.

Ik weet niet waarom mensen denken dat ze me een plezier doen als ze me onterecht voorrang geven, maar ik heb er echt niks aan. Heb ik eindelijk even een moment om stil te staan en mijn muts wat meer over mijn oren te trekken, of mijn spiegel goed te zetten, word ik door zo’n overdreven vriendelijke automobilist gedwongen om alweer door te gaan.

Als ik op mijn fiets ben, vind ik het zelfs nog vervelender dan met de scooter. Hé, die conditie van mij is gewoon niet zo jofel meer. Laat me gewoon even uitrusten.

Studenten die regels aan hun laars lappen

En dan denken dat ze met jou in discussie kunnen gaan om alsnog hun zin door te drammen. Nee, daar heb ik echt geen zin in. En nee, ik hoef het niet beleefd te vragen als een bekende regel overtreden wordt.

De wereld draait niet om maar één persoon. Zeker op plekken als een school is het handig als er afspraken zijn om elkaar niet tot last te zijn. Geen stinkchips eten in een lokaal en/of je troep achterlaten. Niet een lokaal binnenstormen wanneer de les of het examen al begonnen is.

Gedraag je gewoon zoals je ook graag ziet dat anderen zich naar jou toe gedragen. Dat zou eigenlijk de enige regel hoeven te zijn.

Mensen die ‘dat betekend’ schrijven

Nu ben ik ook weer niet zo’n strenge juf dat ik mijn studenten hierop afreken. Maar bij mensen die geld verdienen met hun schrijfwerk, verwacht ik toch wel wat meer. Deze week heb ik het zeker bij drie bloggers voorbij zien komen. Dan wil ik ook weer niet diegene zijn die ze daar in een flauwe reactie op wijst. Het is ook niet het einde van de wereld. Maar als je het meerdere keren achter elkaar tegenkomt, frustreert het me toch wel wat.

Het is namelijk echt niet zo moeilijk. ‘Dat’ als onderwerp kun je gewoon net zo vervoegen als hij/het/de paashaas: stam + -t. Ook al lijkt het misschien al snel op een voltooid deelwoord als een werkwoord met ‘be-‘, ‘ge-‘ of ‘ver-‘ begint, dat is het dus niet altijd. In het geval van ‘dat heeft betekend’ mag het wel met een -d, dan is het wel een voltooid deelwoord.

Afgewezen worden zonder uitleg

Dat voelt net als een onvoldoende krijgen, terwijl je denkt dat je de opdracht goed gemaakt hebt. Ik snap ook best wel de frustraties van mijn studenten als ze een onvoldoende krijgen. Het is niet zo lang geleden dat ik zelf nog een opleiding volgde. Wat dat betreft is het voor elke docent een aanrader om alleen al om die reden een opleiding te volgen: om te voelen hoe het is om een onvoldoende te krijgen. dat maakt het vervolgens makkelijker om met de frustraties van studenten om te gaan die van jou een onvoldoende krijgen.

Maar goed, op zich volg ik nu geen opleiding en toch word ik weleens afgewezen. Als blogger stuur ik soms een pitch in naar een opdrachtgever en dat is niet altijd met succes. Meestal weet ik van tevoren wel wanneer iets misschien net iets te hoog gegrepen is voor een kleine blogger als ik. Maar soms begrijp ik niet waarom mijn pitch afgewezen wordt. En dat is gewoon frustrerend.

Wéér een rekening voor een ‘vrijwillige’ ouderbijdrage

Dan denk je dat je aan het begin van het schooljaar alles wel betaald hebt voor de school van je kids, komt er weer een rekening bij. Nu wist ik wel dat tweetalig onderwijs wat meer kosten meebrengt, vanwege de uitstapjes en extra examens. Maar dit schooljaar zou juist één van de goedkopere schooljaren zijn.

Van de 160 euro die we aan het begin al betaald hadden, zaten er onder andere licenties bij voor online of softwareprogramma’s. En nu mochten we daar nog eens voor betalen, voor iets van digitaal programma voor studiekeuze ofzo.

Dus ik vraag om uitleg en dat was dan dat die eerdere ‘vrijwillige’ ouderbijdrage algemeen was en dit voor een paar specifieke klassen. Ja dag, het boekenpakket is toch ook meteen al afgestemd per klas? Waarom is het dan zo moeilijk om al die extra bijdragen tegelijk in kaart te hebben? En waarom moet alles maar digitaal? En wat nou als ik niet betaal? Hoe vrijwillig is die ouderbijdrage eigenlijk?

Op die laatste vraag heb ik overigens nog geen antwoord gehad…

Ok, nu is het klaar met mijn gezeur. Vanaf nu kan de week alleen maar beter worden!

Wat zijn jouw grootste frustraties?

 

geld donaties bijbaantje

En dan heeft je vijftienjarige dochter ineens een bijbaantje bij een patatzaak. Hartstikke leuk natuurlijk, zo verdient ze lekker wat bij en leert ze hoe het is om te moeten werken. Maar als ouder komt daar ook weer van alles bij kijken. Want wat mag ze eigenlijk allemaal wel of niet als vijftienjarige? En wat heb jij daar als ouder nog over te zeggen?

Dan zal je maar een moeder hebben die niet alleen juf is, maar ook nog examenleider en dus heel precies de regeltjes wil volgen. Nee, dat valt best mee, maar ik wil wel altijd precies weten hoe het zit.

Werktijden vijftienjarigen

Op schooldagen mogen vijftienjarigen volgens de arbeidstijdenwet 2 uur per dag werken, weekend en vakantie 8 uur. Daar zit dan wel een maximum aan van 12 uur per schoolweek en 40 uur in de vakantie.

Doordeweeks mogen ze tot 19.00 uur werken en in weekenden of vakanties tot 21.00 uur.

En dan komt het eerste dilemma al: ze werkt op vrijdag van 16.00 – 21.30 uur. Dat is meer dan 2 uur en tot na 21.00 uur. Ze is in de vakantie begonnen en toen had ik zoiets van: we kijken het wel even aan. Ergens vind ik het ook wel logisch, het is nu eenmaal de horeca en dan heb je niet zoveel aan een werknemer die van 16.00 – 18.00 uur werkt. En vrijdagavond is het koopavond, dus dan gaat het werk nu eenmaal wat langer door.

Maar toch… Vaak werken ze nog langer door en dan wordt het wel een erg lange dag. Zeker omdat ze pas half vier uit school is.

Werkzaamheden

Ook voor wat een vijftienjarige mag doen, zijn er regels opgesteld. Dit is om te voorkomen dat ze te zwaar of gevaarlijk werk zouden doen.

Dus geen zware dingen tillen, duwen of trekken, niet met giftige stoffen werken. Maar ook geen alcohol schenken bijvoorbeeld. Nu wordt dat in deze patatzaak toch niet gedaan, dus dat scheelt.

Maar er zijn ook een aantal werkzaamheden die niet mogen, die niet zo duidelijk zijn. Vijftienjarigen mogen niet met of in de omgeving van machines werken. Maar wat wordt er dan precies verstaan onder een machine? Is dat ook het softijsautomaat? Of de patatsnijder? En de friteuse, waar valt die dan onder?

Achter de kassa werken, mag ook al niet. En dat snap ik niet helemaal, want hoe gevaarlijk is dit nou? Voor elke snack die besteld wordt, hoeft alleen een knop aangetikt te worden, kan bijna niet mis gaan. En de andere medewerkers staan op minder dan een meter afstand in die krappe zaak, dus altijd beschikbaar als er toch iets niet goed gaat.

Arbeidsovereenkomst tekenen

Ruim een maand na haar eerste werkdag, kreeg ze een arbeidscontract mee. Dus ook weer even opgezocht wat ik daar als ouder mee moet. Vanaf zestien jaar mag een arbeidscontract getekend worden zonder toestemming van ouders. Voor die tijd moet je als ouder of verzorger toestemming geven. Maar als je dat niet binnen vier weken doet, mag de werkgever ervan uitgaan dat je ermee akkoord bent gegaan.

Dus zoveel is je handtekening ook niet waard. Mocht je nou een heel laks kind hebben die pas na twee maanden aan komt zetten met dat contract, dan heb je er als ouder niet zoveel meer over te zeggen.

Ik heb overigens nog even gebeld met de baas over het contract. Het was een nogal standaard contract, waarin alleen met het salaris rekening gehouden werd met haar leeftijd (€2,91 bruto, gewoon standaard volgens het jeugdloon). Werktijden waren dus ook gericht op een volwassen medewerker, deze konden tussen 5.00 en 23.00 uur liggen.

Er werd nogal lacherig aan de telefoon gedaan dat ik hierover navraag deed en ze wees op de arbeidstijdenwet. Zij zouden het contract niet kunnen veranderen, maar wel mondeling met mijn dochter kunnen overleggen wat haar werkdagen en -tijden worden. Ok, prima, maar ik heb dus wel telefonisch bezwaar gemaakt en teken het contract niet.

Voorlopig gaan we gewoon kijken hoe het loopt, hoe eerlijk ze zijn met de betalingen en of ze in het maken van het rooster voldoende rekening houden.

En hoe zit het met andere leeftijden?

Nu heb ik dit vooral gericht op mijn vijftienjarige, omdat ik daar nu middenin zit. Maar ook over jongere en oudere kinderen kun je deze informatie vinden, bijvoorbeeld op de website Weet je wat jij waard bent?

Ik denk wel dat vijftien de leeftijd is dat veel jongeren beginnen met een bijbaantje. Omdat ze net iets meer mogen dan dertien- en veertienjarigen en misschien ook net iets meer behoefte hebben aan extra geld. Er zijn in ieder geval een hoop (oud-) klasgenootjes die nu ook beginnen met een bijbaantje. Bij een drogist, broodjeszaak, als afwasser bij een restaurant, vakkenvuller bij een supermarkt. Genoeg om ervaringen mee uit te wisselen!

Wanneer begon jij (of je kind) met een bijbaantje? Wist jij wat wel en niet mocht?

agenda schoolagenda

Het nieuwe schooljaar is ook hier al begonnen, maar het voelt nog niet zo. Het is gewoon nog niet helemaal goed opgestart, er mist iets… Een agenda! Hier in huis heeft gewoon nog niemand een schoolagenda aangeschaft.

Schoolagenda = overbodig

Vroeger kon ik altijd wel genieten van zo’n dagje shoppen voor schoolspullen met mijn moeder. Nieuwe pennen, etui, schriften, kaftpapier en een hippe agenda. En zeker die agenda, want daarmee liet je aan je klasgenoten zien of je een beetje op de hoogte van de trends was. Dus die moest zorgvuldig gekozen worden.

Maar helaas is dat een traditie die ik niet meer met mijn dochter in ere houd. Tegenwoordig heb je van die rekbare stoffen kaften, die gaan wel een paar schooljaren mee. En voor die paar boeken die wel gekaft moeten worden, gaat ze zelf even heen en weer naar de Action. Meteen wat schriften en pennen mee en klaar. Want een schoolagenda, die is toch helemaal niet meer nodig?

Al het huiswerk wordt tegenwoordig digitaal door leerkrachten bijgehouden, dus een agenda is blijkbaar niet meer nodig in het voortgezet onderwijs. Een beetje jammer vind ik dat wel.

Zelf ook nog geen nieuwe agenda…

Normaal houd ik dus wel van die tradities in stand houden. Nieuw schooljaar, nieuwe agenda. Het oude schooljaar met bijbehorende klassen en lessen kan de kast in en met de nieuwe agenda kan weer met een schone lei begonnen worden.

Maar… er komen geen nieuwe klassen meer die ik nu ga begeleiden of les ga geven. En stiekem wil ik dus gewoon nog even blijven vasthouden aan vorig schooljaar. Want dit schooljaar heeft maar een rare start zo zonder eigen klas.

En wat die agenda betreft kan dat ook gewoon, want ik heb er één van Moleskine en die gaat gewoon anderhalf jaar mee. Een hele toffe van Alice in Wonderland ook nog eens. Dus ik stel die frisse, nieuwe start gewoon nog even uit tot ik echt een nieuwe agenda nodig heb.

En gewoon omdat het leuk is: toch even gluren naar agenda’s

  • Zelf ben ik jarenlang voor dezelfde agenda gegaan: één met een spiraal waar je zelf kaartjes of foto’s in kon doen. Kon ik leuk foto’s van de kinderen in doen enzo. Deze agenda’s heb je nog steeds, bijvoorbeeld met leuke tekstkaartjes erin.
  • Een gezinsplanner hebben we hier ook in de woonkamer hangen. Als de kinderen dan toch geen schoolagenda meer nodig hebben, dan hebben we hier tenminste iets van overzicht van wie wanneer waarheen moet. Je hebt ze met plaatjes of waar je foto’s van de gezinsleden in kunt schuiven, maar ik kwam nu een stoere zwarte tegen. Hier zitten ook gekleurde en witte stiften bij, zodat de tekst op de zwarte ondergrond goed leesbaar is.
  • Moleskine is nu de laatste twee jaar mijn favoriet. Vooral omdat de indeling zo praktisch is: links de dagen van de week, rechts ruimte voor je to-do-lijstje. Je hebt ze in effen varianten, maar ik vind ze met een print erop net iets leuker. Zoals die van Harry Potter.
  • Als je net als ik bullet journals wel leuk, maar teveel werk vindt, is de agenda van Zoedt wel een leuke. De basics die je nodig hebt van een agenda zitten erin, maar er is genoeg ruimte voor je eigen creativiteit.
  • En weet je nog dat je vroeger altijd leuke teksten in elkaars schoolagenda schreef? Met een Loesje agenda heb je bij elke week een zo’n tekst. Of als je van net wat andere teksten houdt, er is er ook zo één van Rumag.
  • Mooie plaatjes hou ik ook wel van. Ik ben dan ook erg benieuwd of er in de Outlander agenda bij elke week een foto uit de serie zit. Heel erg veel schrijfruimte heeft deze agenda niet, het is er dus echt één voor de dromers. 😉
  • Als je voor elke dag (en dus ook de zaterdag en zondag) evenveel schrijfruimte nodig hebt, zijn de agenda’s van Peter Pauper erg geschikt. En nog steeds met een mooie kaft, zoals een bloesem.
  • De laatste in het rijtje is een organizer. Handig voor als je je agenda net zo vaak bij je moet hebben als je pasjes en dergelijken. Zo heb je gewoon alles bij de hand.

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.