jonge mantelzorger mantelzorg rolstoelNatuurlijk deel ik het liefst de leuke dingen die ik met mijn gezin onderneem, zoals uitstapjes en activiteiten. Maar soms toch ook de lastige kant van het ouderschap. En heel soms trek ik het nog een stukje breder: naar mijn werk waarin ik als docent pedagogiek mijn studenten leer om andermans kinderen op te voeden (en zichzelf daarmee ook een beetje).

Uitzicht Deutsches Museum Munchen

Vorige week hadden we herfstvakantie. En omdat we in de zomer niet met het hele gezin weg zijn geweest, hadden we nog een uitstapje tegoed. Om het meteen maar te combineren met een bezoek aan een vriendin in Duitsland, zijn we voor München gegaan!

Een city-trip met tieners

Onze meiden zijn inmiddels twaalf en zestien jaar oud en al wat gewend wat reizen betreft. Maar het blijft een uitdaging om iedereen tevreden te houden met zo’n uitstapje van een paar dagen. De lange reis ernaartoe met de auto, een kamer moeten delen, compromissen sluiten wat betreft bestemmingen en eten, enzovoort.

Gelukkig houden we alle vier van shoppen en dat gaat helemaal prima in München. En tijdens dat shoppen kom je een hoop mooie gebouwen tegen in het oude centrum, waar we even de toerist konden uithangen.

Behalve een beetje shoppen zijn we ook naar het Deutsches Museum geweest. Dat is zo enorm groot, niet normaal. We hebben nog lang niet alles gezien in de tijd dat we er waren. Sommige stukken waren iets minder interessant dan de andere, daar gingen we dan wat sneller doorheen. Maar stiekem blijven die meiden het toch wel leuk vinden om dingen uit te proberen en te zien hoe de verschillende technieken werken.

De wandeling naar en door de Englischer Garten was best een lange. Maar wat drinken en een taartje bij de Chinesischer Turm maakte het weer helemaal goed.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Rolstoeltoegankelijkheid in München?

Tja, dat viel nog aardig tegen. Op zich zijn de meeste winkels wel te doen, maar de straten zelf zijn soms wel een uitdaging. Nu had ik mijn Smartdrive en Freewheel bij me, maar had ook echt niet zonder gekund. Er zijn veel kinderkopjes rondom de oudere gebouwen en heel veel drempels. De stoepranden zijn bij oversteekplaatsen wel iets verlaagd, maar nog steeds een hobbel van zo’n vijf centimeter die je moet nemen. En dan zwerven er nog overal huurfietsen en -steppen rond, die op de meest ongelukkige plaatsen worden gestald. Soms gewoon midden dwars op de stoep.

Ook het Deutsches Museum is niet helemaal toegankelijk met de rolstoel. Nu had ik op de website al gezien dat je daarom korting kon krijgen op de entreeprijs. Maar ik had niet verwacht dat zowel ik als mijn man (als begeleider?) gratis naar binnen mochten. De liften daar binnen snapte ik niet helemaal. Er zou er één speciaal voor rolstoelgebruikers moeten zijn, maar ik zag het verschil niet met de andere liften. En sommige verdiepingen waren volgens de plattegrond niet toegankelijk met de rolstoel, maar daarin was nog een verschil tussen een drempeltje of een trap die genomen moest worden. Ik ben maar gewoon gaan proberen hoe ver ik kwam en daar was ik wel blij om. Anders had ik bijvoorbeeld niet van het uitzicht kunnen genieten vanaf de bovenste verdieping, terwijl daar alleen een kleine drempel naar het dakterras was.

München vraagt dus wel wat voorbereiding en doorzettingsvermogen, maar ik vond het zeker de moeite waard.

Hotel Dolomit

We hadden niet zo heel veel eisen aan ons hotel. Op zich hoef ik geen compleet aangepaste kamer, als ik mijn rolstoel erin kwijt kan, is dat voldoende. Verder wilden we een hotel op loopafstand van het centrum en met een parkeerplaats. Liever wat goedkoper dan enorme luxe, maar wel een fatsoenlijk ontbijt. En zo kwamen we op hotel Dolomit uit.

Overigens stond er wel in de omschrijving op de website dat de kamer rolstoeltoegankelijk was en er handgrepen in de badkamer zaten, maar daar klopte helemaal niks van. De dame achter de balie kreeg het ook wel een beetje benauwd toen ze mij met mijn rolstoel zag en ze moest vertellen dat de kamer niet zo toegankelijk was. Maar de kamer was voor mij goed te doen. De glazen badkamerdeur meteen naast de wc was wel wat vreemd, heel veel privacy had je niet (en die hebben pubermeiden soms wel nodig).

Ook een beetje apart was dat we voor het ontbijt naar het hotel naast het onze moesten. Maar dat hotel had wel een paar sterren meer en dat kon je merken aan het ontbijt. Dat was echt een heerlijk uitgebreid buffet! Dus dan klagen we ook niet over die paar meter die je even buitenom moet.

Qua locatie was het hotel vlakbij het station en het centrum. Overdag volop toeristen op straat, ‘s avonds net wat ander publiek. Maar hé: bij ons vertrek ontdekten we dat de auto al die tijd niet op slot had gezeten (oeps…) en al onze spullen in de auto lagen er nog steeds. Dus zo’n slechte buurt is het dan ook weer niet.

Wij hebben ons in ieder geval prima vermaakt deze herfstvakantie. En jij?

In dit artikel is gebruik gemaakt van een affiliate link. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op deze link klikken en daar een hotel of reis boeken, dan help je mij aan een paar centen.

duurzame drinkbeker drinkfles bidon thermosbeker

Om een beetje te compenseren met alle pakjes drinken die er hier in huis doorheen gaan, heb ik zelf altijd een thermosbeker of bidon om op mijn werk of tijdens dansles uit te drinken. En zo’n duurzame drinkfles gaat best een flinke poos mee. Maar op een gegeven moment moet deze toch vervangen worden.

SIGG drinkfles

Na mijn eerste revalidatietraject in 2010 nam ik me voor om te gaan sporten bij een sportschool. Mijn man had het niet verwacht, maar ik hield dit echt goed vol. Een lange tijd ging ik twee a drie keer per week een uurtje fitnessen. En omdat mijn man dit zo knap van me vond, kreeg ik een mooie drinkfles van SIGG.

Dit is een drinkfles van aluminium met een schroefdop, maar je kunt er ook andere doppen op zetten. Ik heb in de loop van de tijd twee verschillende bidondoppen gehad. Wel zo praktisch tijdens het sporten, alleen iets lastiger schoon te maken dan de fles zelf.

Op de foto hierboven is het misschien al een beetje te zien, maar ik heb de drinkfles flink wat keren laten stuiteren. Daardoor zijn er wel wat deukjes in gekomen, maar de verflaag bleef al die jaren verrassend goed erop zitten. Ok, inmiddels ziet de fles er wel wat versleten uit, maar dat is wel na ruim acht jaar intensief gebruik. Ik deed ‘m ook gewoon altijd in de vaatwasser, ging prima.

Dat dit een duurzame drinkfles, blijkt ook wel. En eigenlijk wil ik ‘m ook nog niet weggooien.

Mizu thermosbeker

Ook deze beker was een cadeautje van mijn man en kinderen. Ik denk dat ik ‘m heb sinds ik met mijn rolstoel naar mijn werk ga, zo’n drieënhalf jaar nu. Ik wilde graag een thermosbeker hebben die in de bidonhouder op mijn rolstoel paste en dat werd dus deze!

Maar wellicht was ik een beetje verwend met de SIGG drinkfles die wel in de vaatwasser kan. En ik heb ervan geleerd: als er aangegeven is dat iets niet in de vaatwasser kan, dan is dat niet voor niks. De verf is echt lelijk eraf gaan bladderen. Af en toe dacht ik eraan om dan maar alle verf eraf te schuren, maar toch maar niet gedaan. En dat was vooral omdat het deksel zo vreselijk lekte, dat ik het de moeite niet meer waard vond om de beker wat op te lappen. Bij elke slok thee kwam er wat op mijn kleding terecht. Niet zo charmant.

Inmiddels zie ik in de webshops dat Mizu een ander deksel heeft dan dat ik had. Laten we er maar van uitgaan dat deze minder lekt.

Maar dat lelijke, afgebladderde, lekkende ding kan de prullenbak in!

Chilly’s thermosfles

Als vervanging van mijn lekkende thermosbeker en ingedeukte bidon heb ik nu een duurzame drinkfles van Chilly’s. Deze is zowel voor koude als warme dranken te gebruiken, door de dubbele wand. Hierdoor is er geen condensvorming als je er iets kouds in bewaard (wat ik bij de SIGG drinkfles wel heb). En het blijft lang koud of warm. Eigenlijk iets te goed, want als ik er thee in doe met water rechtstreeks uit de waterkoker, is het te heet om zo uit de fles te drinken. Dus daarom doe ik er altijd wat koud water bij.

Helaas kan deze fles niet in de vaatwasser. Volgens de verkoper zou het best kunnen, maar dan loop je dus weer het risico dat de verf er op een gegeven moment afbladdert. Maar die verkoper wist me ook te vertellen dat vuil niet snel blijft zitten op dit materiaal (roestvrij staal) en afspoelen dus al genoeg is.

De fles is lekvrij en past mooi in mijn bidonhouder aan mijn rolstoel. Waar hij dan weer niet past, is onder het koffieautomaat op mijn werk. Dat is wel een beetje jammer, had ik niet over nagedacht. Als ik nu op mijn werk heet of koud water wil bijvullen, moet ik alsnog een bekertje gebruiken om het erin te gieten. Meestal neem ik nu dus gewoon thee vanuit huis mee. En voor koud water kan ik altijd nog naar de kraan.

De dop deukt snel in als je ‘m op een tegelvloer laat stuiteren, dat heb ik ook al ontdekt. De fles zelf lijkt een stuk steviger.

En als laatste puntje van aandacht is dit wel een fles waarbij je allebei je handen nodig hebt om ‘m open te krijgen. Of ik wel in ieder geval. En dat had ik bij zijn voorgangers niet. Dat betekent dus dat ik niet tijdens het rollen kan drinken, dan moet ik echt even stilstaan. Is niet zo’n groot probleem en ik heb het er zeker voor over nu ik er tijdens het drinken niet meer uitzie als een kwijlende peuter.

Dure fles, maar toch besparen?

Behalve dat je afval bespaart met zo’n duurzame drinkfles, bespaar je uiteindelijk ook op kosten. Ik las dat het vijfhonderd keer goedkoper is dan een wegwerpflesje met water te kopen. En dat wilde ik even voor mezelf uitrekenen…

Stel dat je voor de goedkope flesjes water gaat: ongeveer een euro voor zes flesjes van een halve liter. En dan voor het gemak ervan uitgaat dat je die zes flesjes in één week opmaakt. Dan ben je in een jaar 52 euro kwijt. Een goede, duurzame drinkfles heb je al voor de helft van dat bedrag, maar die gaan ook niet oneindig lang mee. Zeg, vijf jaar. Dan kom ik nog steeds maar op tien keer goedkoper uit (5x 52 euro ten opzichte van 1x 25 euro).

Maar aan de andere kant heb je de kosten van de duurzame drinkfles er wel al vrij snel uit. Ik vind het dan ook zeker het geld waard, ook voor het comfort wat je erbij krijgt, wat je bij een plastic flesje niet hebt.

Waar drink jij buitenshuis uit? Ga jij voor wegwerp drinkbekers of -flessen, of heb jij ook een duurzame drinkfles?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op deze links klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

ziek euthanasie kindereuthanasie

Een heftig onderwerp, maar zo nodig om besproken te worden: kindereuthanasie. Of eigenlijk is het actieve levensbeëindiging bij kinderen onder de twaalf jaar, die zelf niet in staat zijn hier een beslissing over te nemen. Mijn mening hierover is lang niet zo belangrijk als die van de ouders die zulke lastige dilemma’s in hun schoot geworpen krijgen. Maar het roept toch iets bij me op, wat ik graag wil delen.

Mocht je je er nog niet zo in verdiept hebben, kijk dan eens onderstaand filmpje en lees dit artikel: Donker – Anna is anders. Beiden laten zien wat een gemis het is dat er nu zo weinig over gesproken wordt en wat de alternatieven zijn voor kindereuthanasie. Laten lijden of laten versterven.

Zelf heb ik geen ervaring als ouder van een ernstig ziek of meervoudig beperkt kind. Maar als docent en ex-begeleider in de gehandicaptenzorg vind ik het belangrijk dat hun verhalen gedeeld worden, om zo meer inzicht te krijgen in hoe zij dit ervaren. Wat ik ook al eerder schreef over de documentaire ‘De wereld van Puck‘: als (beginnende) begeleider in de gehandicaptenzorg heb je niet altijd meteen hier inzicht in en/of begrip voor.

Henk ging dood en ik hielp daaraan mee

Rond de twintig was ik toen ik dacht mijn plek helemaal gevonden te hebben als begeleider van ernstig meervoudig gehandicapten. Eerst op woonvoorzieningen, waar ik cliënten zoals Anna, Bram, Nuria en Puck verzorgde en begeleidde in hun dagelijks leven. Zo ook Henk (niet zijn echte naam), een jongeman van mijn leeftijd. Hij had een vergroeid en verkrampt lijf, kon alleen vloeibaar eten met hulp en kreeg dagelijks darmspoelingen, omdat zijn darmen niet goed werkten. Zijn rolstoel kon hij niet zelf voortbewegen en om te communiceren kon hij alleen zijn eigen vorm van ‘ja’ en ‘nee’ gebruiken.

Als begeleider was ik gewend aan alle verzorging, dat hoorde er voor mij bij. Ik zag de lach op Henk’s gezicht als hij me binnen zag komen. Zijn stralende ogen als je zijn favoriete muziek opzette. Zijn humor in de gesprekken die we hadden. Maar zijn leed zag ik in eerste instantie niet, of te weinig in ieder geval.

De ouders van Henk waren al vanaf zijn geboorte bezig met zijn dood, hadden al zoveel angstige momenten meegemaakt. Zij zagen zijn lijden wèl, onder andere bij alle operaties die hij al had ondergaan. Dus toen hij voor de zoveelste keer een darmafsluiting had, werd besloten niet meer te behandelen. Geen operatie meer, geen ziekenhuis meer. Maar ook geen voeding meer, alleen maar pijnbestrijding.

Niet alle begeleiders hadden een verpleegkundige achtergrond (ik ook niet), dus we kregen een spoedcursus om hem pijnmedicatie te mogen toedienen. Zo kon Henk zijn laatste dagen op zijn eigen kamer doorbrengen, met vertrouwde gezichten om hem heen. Regelmatig stond ik met een collega aan zijn bed om samen het besluit te nemen dat het tijd was voor een extra dosis en dit samen toe te dienen. Henk sprak al snel helemaal niet meer. Zijn ogen straalden niet meer, hij draaide ze juist weg, alsof hij wist dat het klaar was en zich erbij neer had gelegd.

Wie bepaalt wanneer lijden teveel wordt? Of kindereuthanasie mag?

Jong en onervaren als ik was, was ik er wel even boos om dat Henk niet meer behandeld zou worden. Bij de crematie huilden wij als begeleiders het hardst en ik snapte niet waarom de ouders niet huilden. Maar door goede gesprekken met mijn collega’s kreeg ik er wel meer begrip voor. Henk’s ouders hadden al hun tranen al gehuild voor hem, in al die jaren daarvoor. Zijn overlijden gaf Henk rust en daarmee ook zijn ouders. Maar dat maakt hun verdriet niet minder.

En het eerste wat door mijn hoofd schiet als ik in het filmpje het verhaal van Nuria en Bram hoor, is: ‘Maar wie zegt dat ze lijden, wie zegt dat ze niet gelukkig zijn op hun eigen manier? Zelf kunnen ze het niet zeggen!’ Tegelijkertijd besef ik dat dit mijn eigen, egoïstische kijk erop is. Dat ik ontzettend blij werd van mijn werk als begeleider bij ernstig meervoudig gehandicapten, wil nog niet zeggen dat zij dat ook waren. En stel, al heb ik ze een klein beetje gelukkig gemaakt in dat kleine stukje van hun leven dat ik met ze deelde, dan nog heb ik geen compleet zicht gehad op hoe het ze daarbuiten vergaan is.

Maar hoeveel leed had Henk bespaard kunnen blijven als er wel een mogelijkheid was geweest om op een respectvolle manier zijn leven te beëindigen, al op jongere leeftijd? Wat voor meerwaarde heeft het om langer te leven, maar daarbij alsmaar heftige behandelingen en operaties aan te moeten gaan, die alleen maar meer pijn opleveren?

Als er al iemand is die antwoord kan geven op zulke vragen, in een situatie waarin het kind het zelf niet aan kan geven, dan zijn het toch wel de ouders. En daarbij is het zo ontzettend belangrijk dat het bespreekbaar is met artsen, behandelaars, begeleiders, enzovoort. Ik snap dat wetgeving rondom zo’n heftig onderwerp niet zo snel veranderd is. Maar meteen al roepen dat er geen ruimte is om een grens te verleggen als het gaat om kindereuthanasie, daarmee verlicht je het lijden echt niet. Daarmee snoer je ouders de mond, die juist zo nodig gehoord moeten worden.

Nee Kees, hier help je niemand mee. Luister op zijn minst eens echt naar de ouders.

masterclass geluk guido weijers jaaropening start schooljaar

Als laatste regio van Nederland, zijn ook wij deze week weer begonnen met school. Voor ons gezin is dat voor het eerst dat beide meiden op het voortgezet onderwijs zitten. Een hele verandering dus. Voor mezelf verwacht ik ook dat dit een totaal ander schooljaar dan vorig schooljaar wordt. Met de veranderingen in het team en daarbij ga ik weer meer lesgeven.

Laatste vakantiedagen Start met studiedagen

Waar de studenten vorige week nog lekker vrij waren, waren er voor de docenten al twee studiedagen ingepland.

De eerste was met het hele college, dus een stuk of vijf teams. Meteen een lange zit, van 8.30 tot 16.00 uur, terwijl mijn werkdagen eigenlijk niet meer dan zes uur moeten zijn. Er waren verschillende workshoprondes en ik twijfelde nog even om de eerste workshopronde over te slaan. Maar ik dacht: laat ik me die eerste dag even van mijn goede kant zien en gewoon het hele programma volgen.

De studiedag was niet op mijn werklocatie of de hoofdlocatie, dus toen we naar de workshops gingen, moest ik even vragen waar de lift was. Die was er dus niet. Vrijwel alle workshops werden op de eerste verdieping gegeven, maar er was geen lift in het gebouw. Ik kon wel janken, voelde me totaal niet welkom.

De workshops die ik wilde volgen, werden vervolgens wel meteen naar een lokaal op de begane grond verplaatst. En om de haverklap kwam er iemand sorry zeggen. Ik heb er niet zo netjes op gereageerd, kon er ook geen fatsoenlijkere woorden voor bedenken dan dat het gewoon kut geregeld was. Ze weten dat ik gebruik maak van een rolstoel en we hebben meer dan genoeg locaties die wèl rolstoeltoegankelijk zijn. Waarom dan toch voor deze locatie gekozen is, geen idee.

Voor de tweede studiedag met ons eigen team was ik even bang dat ik weer vergeten was toen ik zag dat we naar het strand zouden gaan. Maar alles was georganiseerd op het terras en de verharde paden, dus dat was helemaal top. Ook een hele fijne eerste studiedag zo met het team, veel beter dan binnen zitten vergaderen.

Feestelijke start

Afgelopen vrijdagavond vierde ik mijn veertigste verjaardag. Als dat geen leuke start van het schooljaar is! En hoewel ik normaal niet echt wat bijzonders doe met mijn verjaardag, had ik deze keer wel echt uitgepakt. Ik had een muziekcafé in de buurt afgehuurd en coverband Square geboekt. En behalve mijn vaste groepje vrienden en familie, had ik ook wat buren en collega’s uitgenodigd. Zij zorgen ervoor dat ik me thuis voel zodra ik de straat inrijd. Of dat ik mijn werk kan blijven doen en me nuttig kan maken. En daar wilde ik ze met dit feestje ook voor bedanken.

Ergens vond ik het ook wel spannend met zoveel mensen die ik had uitgenodigd. Zouden ze wel op komen dagen? Vinden ze het wel gezellig met elkaar? Maar tijdens het feest zelf kon ik dat op een gegeven moment wel loslaten. Het was supergezellig, de band was echt heel tof en ik ben veel te veel verwend met leuke cadeaus. Ook zo mooi om te zien hoe onze kinderen en neefjes en nichtjes zich vermaakten. Een nieuwe generatie die (letterlijk) de dansvloer overneemt. En deze ouwe veertiger ging bij thuiskomst meteen naar bed, haha!

Jaaropening in het Nieuwe Luxor

Aan de start van elk schooljaar worden mijn tweeduizend collega’s en ik verwacht in het Nieuwe Luxor in Rotterdam, waar een mooi programma voor ons klaarstaat. Zo ook afgelopen maandag.

Met muziek van Shirma Rouse, wethouder Said Kasmi die twee mbo’ers interviewde, minister Hugo de Jong met een praatje, nog een woord van de voorzitter van het college van bestuur en tot slot een masterclass geluk van Guido Weijers. Ja ja, de baas had weer flink uitgepakt.

En het was ook echt een mooi programma, mooi en grappig om naar te luisteren. Het enige waar ik een beetje moe van word, is dat er meerdere keren benoemd werd dat er neergekeken wordt op het mbo. Ten eerste zit de zaal vol met mensen die graag mbo’ers opleiden, een beetje preaching to the choir dus. Dat er fantastische mensen een mbo-opleiding volgen of in het werkveld rondlopen, hoef je ons niet te vertellen. En ten tweede is het voor de mbo’ers in de zaal niet tof om te horen dat er blijkbaar mensen zijn die mbo minder waard vinden. Als het dan nodig is om het mbo te verdedigen, doe dat dan op je feestjes en partijen waar alleen maar hoogopgeleiden rondlopen die geen flauw idee hebben dat er meer buiten hun bubbel is.

Nieuwe roosters, nieuwe ritmes

En dan gaan we nu echt beginnen met het nieuwe schooljaar. Met daarbij een nieuw rooster en een nieuw ritme om weer in te komen. Voor mij is het anders dan vorig jaar, omdat ik weer meer les ga geven. Dat zal wel weer even wennen zijn. De lesstof die ik moet overdragen weer opfrissen. Ontdekken welke aanpak en werkvormen het beste aansluiten bij de klassen die ik krijg. En niet te vergeten: het smartbord onder de knie krijgen. Eigenlijk heb ik geen theorieles meer gegeven sinds deze vernieuwd zijn. Dus daar zal ik wel even mee moeten oefenen voor ik mezelf voor een hele klas voor schut zet.

Thuis gaat er ook een nieuw ritme komen nu ook mijn jongste dochter naar het voortgezet onderwijs gaat. Dat voelt echt als een nieuwe fase. Helemaal van die basisschool af en ik zal het niet missen. En meteen al volgende week op kamp. Dan al dat huiswerk en ook nog in het Engels, want ze doet net als haar zus tweetalig onderwijs. Ook een pittige start, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat goedkomt. Die oudste van mij redt het inmiddels ook prima en start deze week in 5vwo.

Al met al kan ik wel zeggen dat ik gelukkig ben met hoe ik erbij zit deze start van het schooljaar. Ik heb er zin in en kijk ernaar uit om me weer op andere gebieden nuttig te maken dan alleen maar de examens. Daarnaast ben ik een trotse moeder met die twee tienermeiden die lekker hun eigen gang gaan op school en daarbuiten.

Om aan te sluiten bij de quote uit Guido’s masterclass:

Wat wil jij het komende schooljaar nalaten?

bakken

Normaal ben ik niet zo van het koken en bakken. Maar aangezien ik straks uitgebreid mijn veertigste verjaardag ga vieren, leek het me wel leuk om wat te gaan bakken. Met wat hulp van mijn kinderen gaat dat vast lukken en is het nog gezellig ook.

En ik hou van brownies, dus ging ik op zoek naar wat verschillende recepten. Of we ze ook allemaal gaan maken, weet ik nog niet. Dit is meer wat brainstormen vooraf, ik heb ook nog wel een weekje om te bedenken wat ik echt wil.

Brownies basisrecept

Eerst maar beginnen met de basis, gewoon de eenvoudige brownie zonder toeters en bellen. Zoetrecepten heeft een makkelijk recept en dan meteen voor twintig personen. Dat schiet tenminste op. Alhoewel ik niet weet of ik daar wel een bakvorm voor heb wat gaat passen…

Cheesecake brownies

Deze heb ik ooit bij mijn zus op een verjaardag gegeten, echt superlekker! Sowieso vind ik cheesecake ook al lekker en met deze combinatie hoef je dus niet te kiezen.

Het recept is hier te vinden: cheesecake brownies van Culy.

Vegan brownies

Een aantal van mijn vrienden/familie eten vegetarisch of veganistisch. En om ook hun tegemoet te komen, zocht ik naar een vegan recept. Ik vond het recept van Lisa goes vegan wel verrassend, met dadels, cashewnoten, appelmoes en amandelmelk erin.

Boterkoek brownie

Nog zo’n heerlijke combinatie! Een bodem van boterkoek en daarbovenop een laag brownie. Vast heel erg slecht voor de lijn, maar dat is met een feestje toch niet zo belangrijk.

Het recept is te vinden op Laura’s Bakery.

Bak- en bewaartips

Als ik alleen voor ons gezin ga bakken, heb ik daar alles al voor in huis. Maar voor een grote groep bakken, vraagt toch iets meer. Wat schaf je er wel of niet voor aan en waar laat je het??

  1. Bakvorm van bakpapier vouwen – Zo kun je achter elkaar doorgaan met bakken, zonder extra bakvormen aan te hoeven schaffen. Nu is het browniebeslag wel vrij vloeibaar, dus ik weet niet of het hier wel bij gaat werken. Je wil natuurlijk niet een hap van een brownie nemen waar nog een laagje bakpapier in zit.
  2. Eko bakvorm – Iets duurder, maar ook steviger dan zelf een bakvorm vouwen. En meteen handig om de brownies in te bewaren en mee te nemen. Deze zijn vierkant, vrij stevig en tien voor € 4,95. Je hebt natuurlijk ook de bekende muffinvormen van papier, die zijn een stuk goedkoper, maar daar heb ik nooit zulke goede ervaringen mee. Aluminium bakjes zouden vast ook goed kunnen werken hiervoor, maar zien er iets minder feestelijk uit, vind ik zelf.
  3. Ziplock zakjes – Ik heb echt geen luchtdichte koektrommels voor tachtig personen. En je kunt brownies ook wel in aluminiumfolie verpakken, maar dat is zo’n gedoe met uitpakken als je het wil gaan serveren. Dus ik dacht aan die grote ziplock zakjes, daar passen vast een paar van die bakvormen in. En dan zou ik ze eventueel ook nog in kunnen vriezen, als ik toch langer van tevoren begin met bakken.

Extra feestelijk

Behalve de brownies ga ik niet zo heel veel meer feestelijks maken. Ik heb wel een slinger gemaakt met geborduurde letters. Niet alleen voor mezelf, voor de rest van het gezin heb ik ook hun naam geborduurd en kan de slinger voor elke verjaardag aangepast worden.

En verder maken vooral de mensen het feestje. Er zijn een hoop leuke en lieve mensen uitgenodigd, dus ik heb er alle vertrouwen in dat dat goedkomt. Meer dan dan de brownies gaan lukken….

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op deze links klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

Drievliet brug naar parkeerplaats

Ziet er aantrekkelijk uit hè, die entree van Drievliet? Spoiler-alert: Eenmaal binnen werd het ook niet beter…

En uiteraard houd ik ook ontzettend veel van mijn twee tienermeiden, dus gingen we naar Drievliet.

Ook al heeft Drievliet in de jaren een enorme transformatie doorgaan, ik moet toch altijd even terugdenken aan de eerste keer dat ik daar met vrienden heen ging, zonder ouders. Het was toen echt nog een klein park, dus prima te doen, zou je denken. Ik werd door een ander groepje jongeren weggesleurd bij mijn vrienden en in de tent van het waterorgel in elkaar geslagen, bespuugd en uitgescholden.

Jaren later mocht ik met groep 4/5 mee met het schoolreisje. Niks voor mij. Ik irriteerde me dood aan de leerkracht en andere hulpouder die hun eigen plan hadden getrokken, zittend op een bankje. Terwijl ik op een gegeven moment de hele klas om me heen had en continu in de gaten hield wie bij welke attractie was. Het waterorgel bestond inmiddels niet meer, dus dat was wel een zorg minder.

Maar goed. Het is zomervakantie, we gaan verder niet echt op vakantie als gezin en Drievliet is goed aan te rijden vanaf ons huis. Bovendien had ik geen klas om me verantwoordelijk voor te voelen en ik heb verder geen trauma overgehouden aan die nare ervaring daar. Vooruit dan maar.

Fucking lang stuk van de gehandicaptenparkeerplaats naar de ingang

Ja, zo lang, dat ik daar ook een lang kopje aan moet wijden. Via borden werd je naar een grote parkeerplaats geleid. Ik heb daar aan iemand met een hesje gevraagd waar ik met mijn gehandicaptenparkeerkaart kon staan en werd naar de gereserveerde parkeerplaatsen geleid naast de opgang van een brug.

En die brug was enorm.

Had ik al gezegd dat mijn Smartdrive het net die week begeven had en ik dus zonder Smartdrive dit dagje uit aanging? Mijn dochters hebben dus wel even flink moeten helpen met die brug, want anders kwam ik er echt niet op.

Aan de overkant ging je zigzaggend weer naar beneden en kon je nog een pokkeneind langs de (‘s ochtends nog lege) parkeerplaats voor je eindelijk bij de ingang kwam. En naast die ingang waren dus nog flink wat lege gehandicaptenparkeerplaatsen.

Toen ik bij het weggaan aan een medewerker vroeg waarom ik niet meteen naar die parkeerplaatsen naast de ingang werd verwezen, werd me verteld dat die pas later opengesteld werden, toen het te druk werd op de parkeerplaats aan de andere kant van de brug.

Maar ik snap dit dus echt niet hè. Het hele park is amper zo groot als de afstand die je moet afleggen van de parkeerplaats naar de ingang. Hoe durf je dan mensen die slecht ter been zijn of van een rolstoel gebruik maken zo’n #*@^~ brug over te laten steken?!

Toegankelijkheid is ruk

Op de website heeft Drievliet een nogal apart beleid omschreven als het gaat om bezoekers met een beperking. Als je rolstoelafhankelijk bent en niet zonder begeleiding kan, mag je gratis het park in, anders moet je kunnen aantonen dat je een beperking hebt en krijg je een klein beetje korting. En: ‘Een rolstoelgebruiker dient bij het betreden van attracties altijd vergezeld te worden door een begeleider van minimaal 18 jaar die in staat is de rolstoelgebruiker te helpen waar nodig.’

Vervolgens is er een schema waarin ze attracties met meerdere opstappen gewoon toegankelijk vinden en andere attracties afraden of verbieden, vanwege hevige krachten of evacuaties.

In het park zelf staan er op de borden picto’s van een rolstoel bij attracties (zie foto hieronder), maar het personeel zelf weet ook niet precies of dat betekent of ze wel of niet toegankelijk zijn. Ik moest het maar proberen. Bij de Dynamite Express was er een hobbeltje op en af na een tunneltje, om vervolgens bij een trap uit te komen. Nu had ik dat op het schema van de website wel kunnen zien, maar die had ik niet bij de hand. Ik had het ook gewoon niet verwacht, als er een picto van een rolstoel op een bord staat, verwacht ik dat ik er met rolstoel kan komen. Maar zo werkt het dus niet.

De toiletten zijn zelfs voor mij erg krap en bovendien ontzettend smerig. Ik heb mensen met loggere rolstoelen gezien dan die van mij en vraag me af hoe zij dan gebruik konden maken van deze toiletten. Mijn freewheel moest ik loskoppelen om naar binnen te kunnen gaan. Vind ik op zich niet zo’n probleem, maar er was vervolgens geen enkel droog of schoon stukje vloer waar ik ‘m neer kon zetten. Vervolgens moest ik daarna dus met smerig nat wiel op schoot het toilet uit rollen.

(Soort van) toegankelijke attracties in Drievliet

Uiteindelijk ben ik in de volgende attracties geweest:

  • Jungle river (zo’n boomstam die hard naar beneden gaat en waar je nat van wordt): Ik had later pas door dat ik beter via de uitgang had kunnen gaan. Maar op het moment dat we gingen, was er amper nog een rij en heb ik een stukje gelopen.
  • Chute (foto hierboven rechts): Hier mocht ik via de uitgang naar binnen, terwijl mijn dochter in de rij stond. Zij mocht dan als eerste door het hek, om mij te helpen. Maar op zich kon ik de paar treden wel nemen, omdat er ook een hek naast stond waar ik me aan vast kon houden.
  • Spookmuseum: Hier kon ik naast de rij in- en uitstappen, was een klein opstapje naar het karretje toe. Mijn kinderen stonden in de rij, maar die is hier zo klein, dat ik gewoon met ze kon kletsen. Maar niet echt de moeite waard dat spookmuseum, beetje suf.
  • Formule X: Vergelijkbaar met achtbanen in Walibi, er is een rolstoelhelling bij de uitgang welke je mag gebruiken. Die helling is wel wat smal, zeker met tegenliggers die uit de attractie komen. Mijn kinderen stonden in de rij en ik ben de helling pas op gerold toen ik zag dat ze bijna aan de beurt waren. Bovenaan bleek er toch nog een breder stukje te zijn waar ik kon wachten, maar dat kon ik van onderaf niet zien. Hoewel deze attractie volgens het schema op de website van Drievliet niet aanbevolen wordt, is deze voor mij goed te doen. Juist omdat mijn gammelste stukjes lijf goed klem gezet worden. En het is gewoon een toffe achtbaan.

Zoals je ziet, hebben mijn kinderen steeds alleen in de rij gestaan. Daar zijn ze groot en wijs genoeg voor met hun twaalf en zestien jaar, maar echt gezellig is het niet. En uiteraard hebben zij wèl nog meer attracties bezocht, waarbij ik dan ergens in de schaduw op ze stond te wachten. Waren ze vijf jaar jonger geweest, dan had ik dat echt niet zien zitten.

Beste organisatie van Drievliet…

FUCK YOU!!! Echt, ga je flink schamen. Ik heb nog nooit een pretpark gezien wat zo ontzettend slecht ingesteld is op mensen met een beperking. Ik ga niet naar een pretpark om alleen als kapstok en tassenoppas dienst te doen, ik wil zelf ook een beetje lol hebben met mijn gezin.

Wel even een petje af voor jullie medewerkers, die echt hun best doen om het voor iedereen een leuke dag te maken. Het zou alleen ook een stuk makkelijker gaan als het vooraf al goed geregeld is en zo moeilijk is dat echt niet.

Doe sowieso iets aan die belachelijke websitepagina voor bezoekers met een beperking. Er is een verschil tussen afhankelijk zijn van een begeleider plus rolstoel en rolstoelgebruiker zijn. Maar er is geen verschil in hoeverre de attracties toegankelijk zijn voor deze groepen, dus maak het dan voor elke bezoeker met fysieke beperkingen gratis.

Check meteen even of wat jullie vragen als borg (kopie identiteitsbewijs) voor het lenen van een rolstoel wettelijk gezien wel mag. En of de toiletten wel echt zo toegankelijk zijn als jullie zeggen.

Waarom mag een rolstoelgebruiker maar met één persoon via de uitgang een attractie in? En waarom moet dit een volwassene zijn? Je zal maar (net als in ons geval) met z’n drieën zijn en als rolstoelgebruiker de enige volwassene in het gezelschap.

Die ‘gids’ over toegankelijke attracties mag wel even bijgewerkt worden. Het is nogal een verschil of je met je rolstoel tot naast het karretje kunt komen, of dat je er een complete trap voor op moet. Geen toegang of niet aanbevolen kun je prima aan de bezoeker zelf overlaten om dit te beslissen. Zolang je maar duidelijk aangeeft welke moeilijkheden je tegen kunt komen.

En mocht er dan een goed bijgewerkte gids zijn, dan is het natuurlijk wel zo handig als medewerkers hiervan op de hoogte zijn en/of dat je deze bij de entree meegeeft aan bezoekers.

Die meiden van mij hebben het verder prima naar hun zin gehad. En als zij het leuk hebben, ben ik ook blij. Maar mochten ze nog eens willen, dan zet ik ze wel bij de ingang af. Echt niet dat ik ooit nog mijn tijd, geld of energie aan ga verspillen aan Drievliet.

lopen wandelstokDe afgelopen weken/maanden is er hier en daar weleens een leerkracht in het nieuws geweest die wellicht niet zo gehandeld heeft als zou moeten. Afgelopen weekend kwam dit wel heel dichtbij en kwam de school van mijn dochter in de media voorbij. De bagger die die juf vervolgens over zich heen kreeg, echt niet normaal.

Vervolgens wordt opgeroepen dat leerkrachten neutraal moeten zijn in het lesgeven (en ook in alles wat ze daarbuiten doen of delen). Ja natuurlijk, maar leerkrachten zijn ook maar mensen!

Als ik voor elke fout zo afgestraft zou worden, zou ik allang niet meer in het onderwijs werken. En ik ga er nog steeds vanuit dat ik een prima docent ben.

Fouten maken mag

Als pedagoog en moeder ben ik van mening dat iedereen fouten mag maken, daar leer je van. Het gaat er vooral om hoe je er vervolgens mee omgaat. Gisteren werd me dat weer heel duidelijk toen allebei onze dochters een ‘blunder’ hadden gemaakt. De één vertelde er lachend over, zonder schaamte. De ander kroop weg en wilde er niet over praten. Ik heb haar verteld wat voor stomme dingen ik vroeger als kind weleens gedaan had, waar ik achteraf spijt van had. Vergeleken met mijn blunders viel die van haar in het niet, haha!

Als ik aan mijn kinderen en studenten wil laten zien dat zij fouten mogen maken, kan het niet anders dan daar zelf ook het goede voorbeeld in te geven. Niet om het expres te doen, maar vooral om te laten zien hoe je het daarna oplost. En dat je niet perfect hoeft te zijn, betekent nog niet dat je niet je best hoeft te doen, maar laten we vooral menselijk blijven.

Hier dan een paar van mijn blunders. Wel degene waar ik me niet (meer) voor schaam, er blijven altijd wel dingen die ik liever voor me houd.

In aanraking komen met de politie

Tja, wat kan ik erover zeggen… Ik was als kind altijd wel op straat te vinden, we haalden kattenkwaad uit en soms ging dat iets verder. De wijk waar ik opgroeide heb ik zelf niet als een achterstandswijk ervaren. Maar toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, werd duidelijk dat er door anderen wel werd neergekeken op onze wijk. Ik werd al voor een junk en crimineel uitgemaakt, voordat er ook maar iets was voorgevallen. Ik voelde me meer thuis bij de hangjongeren op straat dan bij de kakkers op ‘t vwo. En ja, dan komt zo’n self-fulfilling prophecy toch uit.

Maar na één keer een cel van binnen bekeken te hebben, had ik mijn lesje wel geleerd. Verder ben ik uiteraard heel braaf gebleven, zeker in mijn volwassen leven.

Een cliënt bij de haren pakken

Ooit werkte ik al als begeleider in de gehandicaptenzorg. Bijscholing in hoe om te gaan met gedragsproblemen had ik niet gehad. Dus toen ik met een cliënt aan het worstelen was en zij hele plukken haar uit mijn hoofd trok, was het enige wat ik kon bedenken ook haar haar vast te pakken. Ik trok er niet aan, maar dreigde er wel mee: ‘Laat mijn haar los, anders trek ik aan jouw haar.’ Binnen drie maanden op die groep was ik overspannen, het paste totaal niet bij mij om met cliënten met gedragsproblemen te werken.

Later als vrijwilliger heb ik nog eens zo’n situatie gehad. We waren met z’n tweeën in de snoezelruimte en zij greep me uit het niets bij mijn keel. Ze kneep zo hard mijn luchtpijn dicht, dat ik niet om hulp kon roepen, er kwam gewoon geen geluid uit. Dus in een reflex pakte ik haar haar beet en keek ik haar dreigend aan. Dat was genoeg voor haar om los te laten, gelukkig.

Hartstikke onpedagogische handelingen natuurlijk. Maar op die momenten kon ik niet anders. En naar mijn studenten toe gebruik ik deze voorbeelden weleens om aan te geven hoe belangrijk bijscholing in het werkveld is en dat je niet alles op school zelf kunt leren.

Zelfbeheersing verliezen voor de klas

De laatste jaren kan ik het best hebben, dat bloed dat onder je nagels vandaan gehaald wordt door studenten die je op stang willen jagen. Maar in mijn beginjaren als docent had ik daar meer moeite mee. Ik kan me een student herinneren die me zo pissig maakte, dat we echt aan het bekvechten waren, tot ik jankend de klas uitliep. Dit was overigens een student die al snel met de opleiding stopte, omdat het zorgen voor een ander totaal niet bij haar persoonlijkheid paste. Maar de illusie dat je op sociale opleidingen alleen sociale studenten hebt… Nee, dat valt soms tegen.

Een andere keer dat de tranen over mijn wangen liepen, was een heel ander geval. Er had een student zelfmoord gepleegd en de klassen moesten daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik dacht: dat doe ik wel even, maar eenmaal voor de klas werd het me toch teveel. Ik denk niet dat iemand me dat kwalijk heeft genomen, maar aan de andere kant had de klas ook niet zoveel aan mij op dat moment.

En jij, heb jij weleens fouten gemaakt? Of ben jij van mening dat alleen perfecte mensen voor de klas mogen en/of (andermans) kinderen mogen opvoeden?

schelden emoji's

Soms, heel soms heb ik gewoon niets zinnigs om bij te dragen. Dan ben ik gewoon zo pissig of teleurgesteld of verdrietig, dat ik alleen maar wil schelden. Ik doe best mijn best om me hierbij in te houden, dus des te serieuzer mag je me nemen als ik me wel aan het schelden en tieren ben.

#doeslief? Nee zeg, nu even niet!

Schelden: de spelregels

We weten allemaal dat schelden met heftige ziektes niet gewaardeerd wordt. Schelden met kanker is echt not done, ik geloof dat dat inmiddels wel bij iedereen bekend is. Krijg de tering, tyfus, pestpokken, pleuris of klere: daar hebben dan weer minder mensen moeite mee. Misschien omdat er tegenwoordig niet zoveel mensen meer overlijden aan deze ziekten.

Iemand uitschelden vanwege ras, geaardheid, geloof, handicap, of wat dan ook… Nee, doe maar niet. En dus ook niet als het niets met de persoon of het gedrag te maken heeft. Je praat niet over kutvolk als één iemand iets vreselijks gedaan heeft. En je maakt ook niet iemand uit voor idioot of imbeciel, zeker als het IQ van diegene niet de oorzaak is van het uitkramen van onzin.

Noem het beestje gerust bij de naam. Als iemand een kinderverkrachter is, dan mag je ‘m best een vieze, vuile, gore kinderverkrachter noemen. Maar geen vieze, vuile, gore homo, want dat heeft er niks mee te maken.

Hele groepen mensen kwetsen met je woorden, terwijl die maar voor een specifiek persoon bedoeld zijn, gaat het doel van schelden voorbij, wat mij betreft.

Nog een laatste die ik zelf best lastig vind, ondanks mijn christelijke opvoeding: Jezus of god buiten je scheldkanonnade laten. Vooral die eerste klanken rollen zo lekker door je mond: jeeeeee of ggggggg. Maar ik weet dat ook dat mensen kwetst die niet het lijdend voorwerp van mijn scheldpartij zijn, dus dan maar beter ook die weglaten. (Ken je de Bond tegen vloeken nog?)

Schelden mag van mij best een beetje grof zijn. De persoon voor wie het bedoeld is, moet duidelijk doorkrijgen dat hij/zij fout bezig is. Zich diep moet schamen. Wegkruipen in een holletje. Smeken om vergiffenis. Dat krijg je niet voor elkaar met een potverdikkie.

Deze scheldwoorden kunnen wèl door de beugel

Ja hallo, blijft er dan nog wat over wat je wèl als scheldwoord mag gebruiken? Alsof je er überhaupt de tijd voor hebt om na te denken voordat er een scheldwoord uitrolt.

Ach, het went. Sinds ik in het onderwijs werk, heb ik me zelfs aan kunnen leren om meer verantwoorde scheldwoorden te gebruiken hoe dichter ik bij mijn werkplek kom. Gooi je je fiets voor mijn auto binnen een straal van 100 meter van mijn school, dan ben je een oelewapper, mafkees of flapdrol. Best lief toch?

En uiteraard probeer ik thuis het goede voorbeeld te geven voor mijn kinderen. Ik heb me ook weleens vergist hoor. Wilde ik mijn kleuterdochter voor muts uitschelden, noemde ik haar gewoon een trut. Maar nu ze wat ouder zijn en zelf kunnen beslissen welke scheldwoorden passend zijn, hou ik me thuis een stuk minder in.

Hoewel smaken verschillen, ben ik niet vies van het gooien met geslachtsdelen en is fucking kut de overtreffende trap van kut. En de oude vertrouwde klootzakken of kuttekoppen doen het ook nog steeds prima.

Klaphark, klootviool of steegclown zie ik regelmatig op Twitter voorbij komen, vind ik wel mooie scheldwoorden.

Of wat dacht je van deze retroscheldwoorden: krotekoker, droeftoeter, slampamper, stoethaspel, schijtlijster, naarling, knurft, etterbak.

En alles wordt natuurlijk nog wat sterker door er fucking voor te zetten.

Nog even lekker afreageren met wat muziekjes

Soms heb je misschien net wat meer nodig dan alleen wat schelden. Zeker als je je voor je gevoel al inhoudt bij je woordkeuze. Maar gelukkig zijn er ook andere manieren om je af te reageren. Ik kan dat heel goed kwijt in muziek, lekker mee schreeuwen of losgaan.

Ooit mijn dochters favoriet, met een lekkere catchy tekst: poep in je hoofd! Ik vond ‘m in ieder geval heel verantwoord om lekker mee te blèren in de auto met het volume op 80 met de kinderen achterin headbangend in hun autostoeltjes.

Een prima liedje om even op te zetten als mensen veel teveel onzin uitkramen.

Ik weet niet hoe de jeugd van tegenwoordig dat doet, maar ik vond het afreageren van mijn frustraties in de pit bij een punkbandje altijd heel fijn. Gewoon lekker erop los beuken als alternatief voor het in elkaar slaan van één persoon, omdat we nu eenmaal moeten vertrouwen op ons rechtssysteem. Alle klappen die ik op onderstaand liedje heb uitgedeeld, waren eigenlijk bedoeld voor die klootzak van een collega.

Wat zijn jouw favoriete scheldwoorden?

sneeuwtrappelen

De social media waren in shock: een kinderdagverblijf in Amsterdam liet peuters met blote benen en voeten door de sneeuw, sneeuwtrappelen. Vreselijk. Dat mag toch helemaal niet?! Want daar worden de kinderen ziek van. Want dat doe je zelf toch ook niet. Want dat mag toch helemaal niet volgens de AVG. Want al die pedofielen op internet. Kindermishandeling. Sluiten dat kinderdagverblijf.

Of je voor je eigen kind wel of niet kiest om hieraan mee te doen, laat ik helemaal aan de ouders zelf over. Maar om een kinderdagverblijf wat hier overduidelijk goed over na heeft gedacht zo af te branden… Dan wil ik het als pedagoog toch wel even voor ze opnemen.

Kinderdagverblijven in alle soorten en maten

Bijna vijftien jaar werk ik nu als docent pedagogiek (onder andere) bij de opleiding Pedagogisch Werk. Ik leid studenten op om in de kinderopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang of het (basis-)onderwijs te gaan werken. Tijdens stagebezoeken heb ik ontzettend veel organisaties van dichtbij mogen bekijken. Van Hoek van Holland tot Alphen aan den Rijn, Bleiswijk tot Oud Beijerland en binnen Rotterdam van noord tot zuid en van oost tot west.

In die vijftien jaar heb ik meegemaakt dat kinderopvangorganisaties als paddenstoelen uit de grond opkwamen, weer inkrompen en failliet gingen door keuzes vanuit de overheid en de laatste jaren trekt het weer aardig aan. Je ziet grote organisaties die goed draaien door in te spelen op wat ouders willen, of juist wat de gemeente stimuleert. Maar ook organisaties die vanuit hun eigen samengestelde visie iets unieks neer willen zetten. Of organisaties die vooral snel winst willen maken en alleen het hoognodige bieden. Prachtige buitenlocaties met veel natuur, maar ook eenvoudige omgebouwde rijtjeshuizen met alleen een betegeld plaatsje.

En ik heb heus weleens mijn twijfels gehad over de kwaliteiten van de leidsters, voldoende veiligheid of aandacht voor de kinderen. Maar niet in die mate dat ik melding heb moeten maken van kindermishandeling. Meestal voldeed het om feedback te geven aan een leidster zelf of de leidinggevende.

Maar bovenal heb ik genoten van het zien van de verschillen, hoe kinderdagverblijven binnen hun middelen een eigen draai geven aan het zorgen voor kinderen.

Kinderdagverblijven met een eigenzinnig beleid: ik juich het alleen maar toe!

Tijdens de opleiding probeer ik mijn studenten warm te krijgen om zich te verdiepen in de verschillende pedagogische visies die er zijn. Antroposofie, Reggio Emilia, Montessori, enzovoort. Met een beetje geluk herkennen ze de visies in de manier van werken op hun stage. Maar vaak houden ze toch vast aan wat ze zelf hebben meegekregen in hun opvoeding of wat ze op hun verschillende stageplekken hebben geleerd. Iets anders is vaak vreemd, lastig uit te leggen naar anderen. Dan is het makkelijker aan te sluiten bij het vertrouwde.

Het verbaast me dan ook niet dat er via social media ook door pedagogisch medewerkers fel gereageerd wordt op zoiets als het sneeuwtrappelen. Niet alle lessen pedagogiek of gezondheidskunde blijven even goed hangen. Dat maakt ze niet meteen slechte pedagogisch medewerkers. Er zijn er genoeg die het zorgen voor kinderen zó in de vingers hebben, dat je je kinderen met een gerust hart bij ze achter kunt laten. Ook al zijn ze een beetje vergeten wat ze op school geleerd hebben.

Maar als er dan kinderdagverblijven zijn die zo’n unieke visie hebben dat ze eruit springen, dan juich ik dat alleen maar toe. Het maakt dat mensen (ouders, studenten, pedagogisch medewerkers) na gaan denken over wat ze zelf belangrijk vinden in de opvang van kinderen. Een mooi voorbeeld om te gebruiken in de klas, de discussie aan te zwengelen. Want voordat je dan aan komt zetten met: ‘Dit mag niet, want het hoort niet zo’, verdiep je dan eerst in het waarom.

Waarom zou je wèl sneeuwtrappelen of watertrappelen, buiten slapen, inbakeren, biologisch eten of wat dan ook? Wat zijn nu echt de voors en tegens? En dan vooral vanuit het kind gezien, niet puur en alleen vanuit je eigen belevingswereld.

Zou ik het mijn kinderen ‘aandoen’?

Sneeuwtrappelen of watertrappelen was nieuw voor mij, alhoewel ik wel eens van de Kneippmethode gehoord had. Het klinkt voor mij dan ook gewoon logisch dat zoiets goed is voor de bloedsomloop en kinderen er beter door slapen. Onze kinderen hebben toen ze klein waren weleens met blote voeten door de sneeuw gelopen, maar niet zo doelgericht voor het slapen gaan. Gewoon voor de lol.

Ik was vrij jong (23) toen ik moeder werd en ondanks mijn pedagogische achtergrond had ik me toen niet zo verdiept in verschillende visies en welke ik zelf toe zou willen passen. Ik was net als mijn studenten. 😉 Mijn oudste dochter was ook vreselijk makkelijk als baby, ik kon van alles met haar doen. Weinig rust, reinheid en regelmaat voor haar dus (nee grapje hoor, we wasten haar weleens).

Maar mijn jongste gooide wel al vroeg de kont tegen de krib. En daardoor ben ik wat verder gaan kijken wat zou kunnen werken bij haar. Zij sliep bijvoorbeeld in een bakerzak. Niet echt ingebakerd, vanwege haar heupdysplasie. Maar de bakerzak hielp haar al om zichzelf niet wakker te wapperen met haar armen.

Ze was ook negen maanden lang een felle flesweigeraar. En dan kon ze het krijgen ook: toen ze ging eten, boden we het haar aan volgens de Rapleymethode, doe het dan maar lekker zelf!

Die Rapleymethode gaat ervan uit dat als een kind de fijne motoriek beheerst om iets van een bord te pakken, de mondmotoriek dit ook aankan. Je biedt een baby vanaf zes maanden dan eten aan in grove stukken, dus niet gepureerd. De baby kan dan zelf keuzes maken, leek mij wel handig met die eigenwijze dame van mij.

Inmiddels zijn ze allebei opgegroeid tot twee geweldige tienermeiden die allebei prima eten, slapen, enzovoort. Wat dat betreft heb ik geen bewijs of het wel of niet beter is om een gerichte methode of visie te gebruiken of alleen maar op je moederinstinct te vertrouwen. Als ze maar genoeg liefde krijgen, dat ik het belangrijkste!

En waar sta jij in deze discussie? Sta jij open voor andere visies als het gaat om opvoeden van kinderen?

Euromast Rotterdam nachtKun je het nog herinneren dat we een jaar geleden zo gedesillusioneerd terugkwamen van een uitje naar de Euromast? Niet eens zozeer vanwege de (on-)toegankelijkheid van de Euromast zelf, maar vooral door de lompe benadering door het personeel.

Maar we hadden dus nog vrijkaartjes, die maar een jaar geldig waren. En omdat ik ze toch wel een herkansing gunde, zijn we afgelopen week weer geweest. Dit keer in de avond, om Rotterdam eens van bovenaf in het donker te bekijken.

Euromast RotterdamDonker, koud, nat en winderig

Ja, ik weet het wel uit te kiezen wanneer we eropuit gaan. Dit keer waaide het behoorlijk en het motregende af en toe. Het was dus nog de vraag of de Euroscoop (de lift die tot 185 meter hoog gaat) wel zou gaan, maar we hadden geluk.

Zo hoog op de Euromast waait die wind nog een tikkeltje harder en in de avond, zonder zon, was het behoorlijk fris. Het was ook een hele uitdaging om mijn camera stil te houden. Sowieso voor mij om zo in het donker te ontdekken hoe ik mijn camera het beste kon instellen…

Voordeel van dit weer was wel dat het lekker rustig was op het platform en in de Euroscoop. We konden onze gang gaan en stonden niemand in de weg. En ik vond het erg mooi om Rotterdam zo met al die lichtjes te zien. Heel anders dan overdag.

Euromast Rotterdam

Euroscoop niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers? Pfff, echt wel! (Of nee, toch maar niet)

Mijn man is eerst met de kinderen de Euroscoop in geweest. Daarvoor moet je een steile trap op om weer bij een lift aan te komen. Maar omdat het zo rustig was, ging hij nog een keer met mij naar boven. Met het idee dat de wachttijd toch niet zo lang zou zijn.

De trap is inderdaad behoorlijk pittig en zou ik zonder mijn man waarschijnlijk niet aangedurfd hebben. En daarbij wilde de medewerker van de Euromast net even gaan testen of de wind niet te hard was, dus een keer op en neer zonder bezoekers. Dus moesten we toch nog even wat langer wachten dan gedacht. Ik kon wel tegen een hek aan leunen, maar eigenlijk was het staan te lang.

Dus tja… ik snap wel dat ze zeggen dat de Euroscoop niet toegankelijk is voor rolstoelgebruikers of mensen die slecht ter been zijn. Maar ben toch blij dat ik het gedaan heb, ondanks de pijn en moeite. Het maakt het bezoekje aan de Euromast net wat meer af. Met het commentaar door de speakers over wat je allemaal kunt zien als je zo over Rotterdam kijkt, voelde ik me een echte toerist.

Euromast Rotterdam

Herkansing = voldoende

Het zal er vast mee te maken hebben gehad dat het zo rustig was, maar het personeel was ook een stuk vriendelijker dan de vorige keer. En we hebben zo een leuk uitje met het gezin gehad.

Ik blijf het een gemis vinden dat het hoogste gedeelte van de Euromast niet toegankelijk is voor iedereen. Wat dat betreft is de €1,50 korting, die je krijgt als je slecht ter been bent, totaal niet in verhouding. De helft van de prijs zou veel meer in verhouding zijn: je komt maar tot het platform op 100 meter, staat daar in de regen en wind en moet het zonder praatje uit de speakers doen.

Maar al met al toch wel een voldoende voor de herkansing. Mochten ze ooit voor een goed willen gaan, dan is duidelijk wat er verbeterd kan worden. 😉

Ben jij al eens in de Euromast geweest? Wat vond jij ervan?