lesgeven onderwijsIn het dagelijks leven werk ik als docent in het mbo. Tegenwoordig sta ik dan wel niet meer zo heel veel voor de klas als examenleider, maar dat betekent niet dat ik minder betrokken ben bij het onderwijs.

Sommige artikelen binnen deze categorie zijn specifiek gericht op de opleidingen waar ik lesgeef, anderen wat breder gericht op mbo of onderwijs in het algemeen.

 

 

 

 

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Eerder schreef ik al dat het met pieken en dalen ging, maar vooral bergafwaarts. Inmiddels gaat het toch weer zo bagger, dat ik me heb ziekgemeld op mijn werk.

Geleidelijk aan steeds meer achteruit

Ik had het wel al door dat het niet meer zo lekker ging. Maar omdat het zo geleidelijk aan is gegaan, ben ik het eerst maar eens bij gaan houden. Voor mijn gevoel bestonden mijn dagen vooral uit werken en op de bank liggen en ik wilde zeker weten of mijn gevoel klopte. En het was eigenlijk erger dan ik dacht. Op mijn werkdagen kwam ik na mijn werk amper van de bank af. Op mijn vrije dagen ondernam ik dan nog wel eens wat, maar ook niet veel. Zeker in de voorjaarsvakantie en in het paasweekend was ik vooral aan het bijkomen.

Het maakte niet uit wat ik deed. Al paste ik op mijn vrije dagen perfect de salamitechniek toe, ging ik op mijn werkdagen vroeg naar bed, ik was nog steeds kapot.

En dat was natuurlijk niet de bedoeling. Ik ben niet mijn werkdagen gaan spreiden om vervolgens nog meer uren en dagen doodop te zijn door mijn werk. Het was juist de bedoeling dat ik daar meer energie van kreeg om aan mijn gezin te besteden.

Minder pijn, meer vermoeid

Op sommige vlakken gaat het best aardig hoor. Ik let er goed op dat ik mijn gewrichten niet overbelast en daardoor heb ik daar minder pijn. Nog steeds niet pijnloos, maar qua pijn kom ik de dag echt wel goed door. Ik gebruik mijn rolstoel bij alles wat verder lopen is dan van de voordeur tot de auto. En over het vele platliggen zal je mijn bekken niet horen klagen.

Maar die vermoeidheid voel ik door heel mijn lijf. In mijn spieren, in mijn hoofd. Te moe om te koken of zelfs maar rechtop te zitten bij het avondeten. Te moe om aan het eind van de middag nog een gesprek te kunnen volgen. Of mijn irritaties voor me te houden. Ik word er niet gezelliger op en baal van mezelf. Als moeder, als partner, als collega, als docent.

Ziekgemeld. En toen ging het ineens snel

Het spookte al een tijdje door mijn hoofd, maar ik kreeg het op mijn werk maar niet uit mijn strot. En ik dacht nog even om het bezoek aan mijn revalidatiearts af te wachten, zodat ik misschien iets concreets had om aan te geven. Maar afgelopen dinsdag bleef ik maar met een knoop in mijn maag zitten en heb ik het er (met wat hulp van een collega) toch maar uit gegooid. Het ging niet meer en ik wilde me ziekmelden. En toen ging het snel. Mijn klas zag ik maar één keer in de week en die zat op dat moment in het lokaal op mij te wachten. Als ik het zelf wilde vertellen, was dit wel het moment. En dan het team nog.

Flink wat traantjes gelaten, maar ik voelde me wel erg gesteund door zowel collega’s als studenten.

Woensdag had ik een afspraak bij mijn revalidatiearts en ook daar kreeg ik de bevestiging dat het een goed besluit was. Bij thuiskomst stond er een mooie bos bloemen van collega’s en studenten op me te wachten.

Donderdag zette ik de komende taken rondom de examinering op een rijtje en schreef ik een overdracht van mijn klas. Ik had mijn beoordelingsgesprek wat al eerder ingepland was. Heel fijn om te horen dat ik op veel vlakken nog steeds zeer goed functioneer als docent. We liepen de taken langs die van me overgenomen moesten worden, hoe we het verder aan gingen pakken, ik zei mijn collega’s gedag en dat was dan mijn laatste werkdag op school.

Vrijdag nog een paar laatste mailtjes naar stagebegeleiders, nog meer bloemen gekregen en met het instellen van een automatisch antwoord ook mijn werkmail afgesloten.

Terug naar start

En nu maar zien hoe dit gaat uitpakken. Eerst even terug naar de basis en van daaruit weer kijken in hoe ik mijn belasting en belastbaarheid weer in balans krijg en houd. Ik heb er geen hoge verwachtingen van. Er is als zoveel aangepast in mijn werk en nog is het niet genoeg. Ik denk niet dat het gaat lukken om weer op te bouwen naar die 24 uur werken per week. Ik denk ook niet dat er daarin nog meer aangepast kan worden. Maar ik hoop wel dat ik op een gegeven moment thuis weer wat beter kan functioneren.

Ik weet wel dat ik het vreselijk ga missen. Mijn collega’s, de studenten, het lesgeven, alles. En andersom is het fijn om te horen dat ik ook gemist ga worden, maar verder is het gewoon even om te janken allemaal.

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Als mbo-docent met een fysieke beperking kan ik soms wat kritisch zijn over hoe passend onderwijs in het mbo vormgegeven wordt. Niet alleen hoe scholen het oppakken, maar ook wat er van scholen gevraagd wordt. Soms past het onderwijs gewoon niet. En soms valt er wèl meer uit te halen.

Verbeteragenda Passend middelbaar beroepsonderwijs

Onder andere naar aanleiding van de evaluatie passend onderwijs is er voor het mbo een verbeteragenda ‘Passend middelbaar beroepsonderwijs 2020-2025’ opgesteld. Hierin worden een aantal punten toegelicht waar met diverse partijen aan zal worden gewerkt, namelijk deze:

  1. De intake van aspirant-studenten en betrokkenheid van hun ouders
  2. De kwaliteit van ondersteuning door onderwijsteams
  3. De samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp en volwassenenzorg
  4. De begeleiding bij stages en eerste stappen op de arbeidsmarkt

Via de meedenkgroep onderwijs van Iederin mag ik ook meedenken hierover (en komen nog wat bijeenkomsten aan waarin jij dat ook kan), dus ik ben er eens wat meer in gaan duiken. Als ik de uitwerking van die vier punten zie, denk ik: ja, aan de slag ermee! Maar tegelijkertijd denk ik dat het nog wel veel duidelijker en concreter mag allemaal.

Als nou elke docent op de hoogte zou zijn van wat er allemaal mogelijk is aan ondersteuning en hoe dat iemand met een beperking kan helpen om uiteindelijk dat mbo-diploma te behalen, dan zou je zomaar al die vier punten kunnen dekken. Maar goed, dat is natuurlijk in de ideale wereld. In de echte wereld leidt onwetendheid nog te vaak naar onbegrip en afwijzing. En wordt ondersteuning onnodig moeilijk gemaakt door bureaucratie of ingewikkelde systemen.

Voordat ik trouwens te pessimistisch ga klinken: uit de eindevaluatie passend onderwijs bleek dat mbo’ers met een beperking over het algemeen tevreden zijn over de geboden ondersteuning. Maar uiteraard wil ik het liefst dat iedereen gewoon het beste uit zichzelf kan halen tijdens de opleiding. Ook de studenten met een wat complexere ondersteuningsvraag.

Website MboToegankelijk.nl

Eén van de dingen die zouden moeten helpen om duidelijk te krijgen wat je aan ondersteuning kan verwachten in het mbo, is de website Mbo Toegankelijk. Hier kun je informatie vinden gericht op ondersteuningsvraag, belemmeringen of voorzieningen en regelingen. Ook is er een overzicht met alle ROC’s waar je door kunt klikken naar de pagina op hun website waar de door dat ROC aangeboden ondersteuning beschreven staat.

Klinkt goed, maar mag van mij nog wel wat concreter en overzichtelijker. Je bent vooral veel aan het klikken. En als je meerdere belemmeringen hebt, kun je dus steeds weer opnieuw beginnen met klikken op linkjes. Uiteindelijk wordt er toch vaak benoemd dat je het op school bij de mentor kunt navragen of dat er andere personen zijn die je kunnen helpen.

Ik heb ook even doorgeklikt naar de website van het ROC waar ik werk. En ook hier wordt je na wat klikken weer doorverwezen met de mededeling dat je bij de intake aan kunt geven dat je extra ondersteuning nodig hebt en dat er dan een zorgcoördinator ingeschakeld wordt.

Eigenlijk niks nieuws dus, net als buiten school word je van het kastje naar de muur verwezen en moet je maar geluk hebben dat je iemand treft die er verstand van heeft en je ècht verder kan helpen…

Aandachtspunten van mbo’ers zelf

Om niet alleen maar vanuit mijn eigen ervaringen te praten, heb ik eens rondgevraagd naar andere ervaringen van mbo’ers met een beperking. En die zijn heel wisselend. Van scholen die alles op alles zetten om een student te helpen tot scholen die op een nare manier studenten weigeren of wegsturen vanwege hun beperking.

Samenvattend kwam ik uit op de onderstaande aandachtspunten. En ik denk dat er naast de open deuren ook wellicht ook punten bij staan die minder vanzelfsprekend zijn.

  • Een liftpas en vrijstelling voor gym is vaak het makkelijkst geregeld, maar niet zo snel als er nog geen duidelijke diagnose is
  • Toegankelijk gebouw
  • Begrip van docenten, medestudenten en stage
  • Aanpassingen in uren (zowel lessen als stage)
  • Mogelijkheid tot zelfstudie/online lessen volgen
  • Reizen naar school/stage is extra belastend: hier dus rekening mee houden
  • Rustruimte
  • Duidelijke communicatie en afspraken
  • Maatwerk in plaats van standaard oplossingen
  • Warm welkom bij open dag of intake
  • Niet pushen om over grenzen te gaan of zich moeten bewijzen (doen ze uit zichzelf vaak al genoeg)
  • Aangeboden ondersteuning moet niet afhankelijk zijn van geluk hebben en de juiste docent treffen, maar vast beleid zijn
  • Zorgcoördinator of docent met kennis van stappen naar vervolgtraject (werk, vervolgopleiding of stoppen met opleiding)
  • Uitval of weigering van studenten met een beperking als oorzaak is niet altijd in kaart gebracht
  • Studenten met een beperking zitten soms onder hun niveau op het mbo en kunnen dan cognitief meer uitdaging aan

Tot slot wil ik nog even de praktische handleiding voor leerkrachten (via de link even naar beneden scrollen) onder de aandacht brengen die pas geleden door de Vereniging Ehlers Danlospatiënten geschreven is. Het gedeelte wat voor het voortgezet onderwijs is geschreven, kan men vaak ook toepassen in het mbo. En wellicht zijn er meer patiëntenverenigingen die dit soort handleidingen hebben.

Wat moeten we volgens jou niet vergeten om het mbo inclusiever te maken?

Jacqueline zit in rolstoel voor de klas en naast het bord.

Nadat ik Paul’s artikel las over hoe hij zijn online lessen aanpakt, bedacht ik dat ik dat ook wel weer eens kon doen over de beroepsgerichte lessen en studieloopbaanbegeleiding aan mijn klas onderwijsassistenten. In maart had ik daar al eens over geschreven, maar dat was een totaal andere situatie dan nu.

Online les: hier moeten we het maar mee doen!

Bij de start van dit schooljaar waren de klassen al gehalveerd en waren de lessen hierop aangepast in het rooster. In plaats van losse beroepsgerichte lessen en losse uren studieloopbaanbegeleiding werd dit ingeroosterd als drie lesuur op school en drie lesuur zelfstandig/online met het leerteam. De ene helft van de klas kwam dan op dinsdag naar school, de andere helft van de klas op woensdag.

Rekening houdend met een eventuele lockdown (die er nu dus is), konden we hiermee snel switchen naar volledig online onderwijs. Of weer terug naar volledige klassen zodra dat zou kunnen. Ik dacht dat we voor die twee weken online wel de halve klassen zouden aanhouden. Maar toen ik een dag van tevoren in mijn rooster keek, zag ik dat toch de hele klas ingeroosterd was.

Even op een rij is dit waar ik rekening mee moet houden bij de online les die ik geef:

  • Eén keer per week drie lesuur achter elkaar online les via Teams.
  • De klas krijgt vanaf september al in halve klassen les, de helft kreeg daarbij les van een andere collega. Nu dus alleen van mij les online met de hele klas bij elkaar.
  • De les start met een bordsessie waarin doelen en acties besproken worden.
  • Uitleg en ondersteuning bij (praktijk-)examens komen ook in deze les aan bod.
  • De motivatie van studenten ligt vooral bij het af kunnen vinken van examens, minder bij het verdiepen in de theorie die ze daaraan kunnen koppelen.
  • Studieloopbaanbegeleiding (en daarbij ook de stagebeleiding) is gekoppeld aan deze les en vindt deels ook binnen de les plaats.
  • Van studenten wordt verwacht dat ze naast de drie lesuur begeleid ook drie lesuur onbegeleid aan de slag gaan.

Opbouw beroepsgerichte online les

Studenten hebben via Teams een uitnodiging voor de les gehad. Hierin is de opbouw van de les vermeld en de werkafspraken die op onze locatie gelden bij de online lessen.

De opbouw is zo’n beetje hetzelfde als in de les op school, maar hier licht ik toe hoe het nu online ging deze week.

Vragenrondje examens (5 – 15 minuten)

Meestal start ik met een aandachtspunt wat me is opgevallen die week en ga ik daarna de lijst met deelnemers af, zodat iedereen de kans krijgt om een vraag te stellen. Op dit moment gingen de vragen vooral over wanneer ze wel op school verwacht worden voor (voorbereiden op) examens en wanneer niet.

Bordsessie (15 minuten)

De bordsessie is in de loop van het schooljaar met mijn helft van de klas omgevormd tot wat je hieronder in de afbeelding ziet. De eerste online les was dat even wennen, omdat de andere helft niet mijn aanpak, maar die van mijn collega gewend is.

We starten met het invullen van de check-in (hoe zit iedereen erbij?) en de successen van de studenten afgelopen week. De doelen en examens staan er vooral op als reminder, zodat duidelijk is waar naartoe gewerkt wordt. De doelen hebben we samen al eerder opgesteld en de examens werk ik elke bordsessie vooraf bij aan de hand van de examenplanning.

Bij het onderdeel behandelen in de les bied ik ze onderwerpen aan die aan bod moeten komen. Tijdens de bordsessie plannen zij in wanneer dit aan bod komt. Uiteraard is er altijd ruimte voor onderwerpen die de studenten zelf aandragen. Omdat de al behandelde onderwerpen verschillen per halve klas, hebben we het in de eerste online les even gelaten voor wat het is. Ik had ook nog geen kans gehad om dit af te stemmen met mijn collega.

Het onderdeel acties is gekoppeld aan de doelen. Dit is een mix van opdrachten, het plannen van examens en stage-gerelateerde zaken. Het is de bedoeling dat die acties vooral vanuit de studenten komen, maar ook hier stuur ik nog veel aan. Aangezien het enige beoordelingsmoment van de derdejaars ligt bij de examens, merk je dat hier dan ook vooral de noodzaak van gezien wordt en bij de rest de motivatie minder is. Vandaar ook mijn poging tot extrinsieke motivatie in de laatste actie: trakteren als alle acties op tijd gedaan zijn.

Instructie (15 – 25 minuten)

Deze instructie is afhankelijk van wat er door de studenten gekozen is om te behandelen in de les. Dit kan een uitleg zijn over hoe een praktijkexamen uitgevoerd moet worden, uitleg van nieuwe theorie of herhaling met behulp van een powerpoint, Prezi, opdracht en/of Kahoot-quiz.

Wanneer het vragenrondje en de bordsessie langer hebben geduurd dan gepland en de concentratie verminderd is, wordt dit onderdeel naar het einde van de les geschoven. Dit keer hebben we deze tijd vooral gebruikt om met elkaar af te stemmen hoe we het gaan aanpakken in de online les en wat we van elkaar kunnen verwachten.

In leerteams/zelfstandig werken (60 – 75 minuten)

Binnen de leerteams spreken de studenten af hoe ze deze tijd gaan gebruiken. Bijvoorbeeld door een opdracht individueel of met elkaar te maken of een examen voor te bereiden of uit te werken. In de opdrachten die ik voor ze heb opgesteld, komt steeds een stuk theorie terug wat gekoppeld is aan één van de praktijkexamens. Maar ook intervisie en elkaar feedback geven, of verdieping door vakliteratuur te raadplegen.

Terwijl ze aan het werk zijn, is er ook ruimte voor individuele gesprekken. Hiervoor heeft de student zich vooraf ingeschreven, of ik heb bij de start van de les aangegeven dat ik iemand even wil spreken. Meestal gaan deze gesprekken over stage en examens, maar vaak ook over privéomstandigheden.

In de eerste online les wilde iedereen zelfstandig werken en heb ik met de helft één op één contact gehad via chat of videobellen. Veel daarvan was om feedback te geven op gemaakt werk of uitleg te geven hoe ze iets aan konden pakken.

Afsluiten van de les (15 minuten)

In mijn lessen op school heb ik regelmatig gebruik gemaakt van papieren exit-tickets. Nu doe ik dat via Forms als afsluiting van de les. De vragen gaan over wat ze gedaan en geleerd hebben, hoe ze hun eigen inzet en de begeleiding van de docent hebben ervaren, wat ze tijdens de onbegeleide lesuren gaan doen en wat er in de volgende les meer aandacht nodig heeft.

Ik gebruik elke les hetzelfde vragenformulier, zodat ik na een paar lessen de antwoorden per les of per student kan selecteren om te zien wat er opvalt. Na deze eerste online les met de twee halve klassen samen viel al op dat de behoeften erg uiteenlopen. De één werkt graag zelfstandig, de ander liever in het leerteam. En weer een ander komt niet aan leren toe als dit niet heel strak door de docent aangestuurd wordt.

Zelf had ik de les als wat chaotisch ervaren. En als ik zie wat de studenten deze les geleerd hebben, kan daar nog veel meer uitgehaald worden. Deze week ga ik dus nog even afstemmen met mijn collega zodat ik volgende online les wat beter neer kan zetten.

Het is geen ideale situatie. Behalve het online lesgeven zijn er wel meer dingen die ik volgend schooljaar anders zou willen aanpakken. Maar voor nu moeten we er hier iets van maken. En op zich lukt dat prima, maar ik hoop toch dat deze situatie niet al te lang meer hoeft te duren!

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Bij de start van het schooljaar schreef ik een nogal pessimistisch bericht: ik heb mijn beste tijd als docent wel gehad. Inmiddels zijn we weer wat weken verder en ik ga natuurlijk niet bij de pakken neer zitten. Want eerlijk is eerlijk, ik heb een klas vol met schatten van studenten. En het is ontzettend leuk om ze les te mogen geven en ze op te leiden tot onderwijsassistent. Andersom krijg ik van studenten ook te horen dat ze blij zijn met mijn lessen.

Dus ik wilde nu eens een kijkje geven in wat me zoal bezighoudt in mijn lessen en hoe ik daar het beste uit probeer te halen, zowel bij studenten als bij mezelf.

Werken met leerteams

In het mbo mag op dit moment nog niet aan hele klassen tegelijk lesgegeven worden. Dat heeft bij ons een mix opgeleverd van deels lessen op school met halve klassen (soms ook streamen voor de thuiszittende studenten), deels online lessen en deels onbegeleid zelfstandig (online) werken. En de stage is er gelukkig ook nog!

Nederlands, Engels en rekenen worden door de vakdocenten gegeven. Alle beroepsgerichte vakken worden nu door de studieloopbaanbegeleider gegeven in een andere vorm dan gebruikelijk. De eerste- en tweedejaars studenten werken met een vijfwekenplan waar ze binnen kaders zelf de lesstof indelen en hieraan werken met hun eigen leerteam. De derdejaars werken nu niet met het vijfwekenplan, maar wel met leerteams en het zelf indelen van de lesstof. Hier is de focus meer op de examens.

Het is even zoeken naar wat nu het beste werkt, zeker omdat de studenten deze aanpak nog niet zo gewend zijn. Ik heb mijn groep van tien studenten drie lesuur achter elkaar. We starten dan steeds met een bordsessie waar de successen, doelen en acties voorbijkomen. Daarna geef ik nog een uitleg of instructie en gaan de studenten in twee leerteams uiteen. Die structuur vinden ze wel fijn. Alhoewel zij soms liever individueel werken in plaats van met leerteams en ik eigenlijk wel meer theorie zou willen aanbieden.

Vorige week heb ik dat spontaan toch nog even erbij gedaan. Ik ving een gesprek van een leerteam op en bood aan om na de lunchpauze uitleg te geven over gedragsproblemen. Beide leerteams kregen de keuze om naar die uitleg te luisteren of door te gaan met hun eigen werk. Uiteindelijk had ik een hele groep voor me die aandachtig luisterde en met praktijkvoorbeelden kwam.

Evalueren met studenten en collega’s

In ons team en met de studenten werken we met de LeerKRACHT-methodiek, daarbij gaat het evalueren middels een retrospective. Dit keer kozen we voor de zeester, waarbij dan bij elke punt een vraag wordt beantwoord:

  1. Waar willen we mee doorgaan?
  2. Waar willen we mee stoppen?
  3. Waar willen we meer van?
  4. Waar willen we minder van?
  5. Waar willen we mee starten?

Al die zeesterren van de leerteams uit de verschillende derdejaars klassen hebben wij als docenten dan weer bekeken. Nu we deels online en deels in de klas lesgeven, zien we dat de studenten de uitleg en begeleiding op school erg waarderen. Dat is altijd wel fijn om te horen.

Tegelijkertijd willen ze dan niet naar school komen voor iets wat ze ook thuis kunnen doen. Alhoewel het dan de vraag is of ze het daadwerkelijk ook thuis gaan doen… En of ze de concentratie kunnen vasthouden als we op school alleen nog maar non-stop uitleg geven.

Het is dus altijd wel even afwegen tussen wat de behoefte van de studenten is, wat het meest effectief is en wat wij als docenten zien als noodzakelijk voor het beroep waar we ze voor opleiden.

Exit tickets

Het einde van de les (die drie lesuren dus) is vaak lastig om daar nog echt iets effectiefs uit te halen. Meestal vraag ik aan de leerteams terug wat ze gedaan hebben en of er iets is wat ik voor volgende week voor ze kan voorbereiden. Dan zijn er maar een paar studenten aan het woord. Anderen zijn waarschijnlijk met hun gedachten al bij de volgende les.

Ik had via collega’s al eens over exit tickets of afzwaaiers gehoord en ben daar eens verder naar gaan kijken. Hiermee krijg je in korte tijd van iedereen input in de vorm van een invulblaadje. Er zijn tal van voorbeelden, zoals die van Juffrouw Femke (of eigenlijk Angéla) die 68 downloadbare exit tickets heeft.

Zelf heb ik er nu een paar gemaakt. Eén die ik bij meerdere websites voorbij zag komen, is de 3, 2, 1. Deze gaat vooral over de lesstof, wat er geleerd is en wat ze nog willen leren. Die heb ik dus ook gebruikt.

Bij het tweede exit ticket heb ik wat acties benoemd, waarbij studenten kunnen aangeven in hoeverre ze dit in de les ook uitgevoerd hebben. En voor het derde exit ticket heb ik het juist wat vrijer interpretabel gehouden.

Hieronder is te zien wat ik ervan gebakken heb. Voor de klas print ik ze samen op één A4 en snij dat A4 in drieën. Per les laat ik de studenten kiezen welk exit ticket ze willen invullen.

Lekker bezig

Al met al ben ik best lekker bezig zo. Het was even inkomen dit schooljaar, maar het is fijn om te zien dat mijn kennis en het lesgeven hierin gewaardeerd wordt door de studenten. En af en toe wat nieuws erbij proberen, houdt het ook wel afwisselend zo.

Ik ben wel benieuwd wat er straks blijft hangen van alles wat we nu anders doen, als uiteindelijk alles weer ‘normaal’ kan. Zouden we dan nog steeds lessen streamen?

Ach, ondertussen heeft mijn man er nu ook werk aan: die is elektricien en heeft toevallig deze herfstvakantie als klus om nog wat future classrooms te installeren. Onder andere op de locatie waar ik werk.

foto van een laptop met de webpagina van de koffer van Rick geopend op het profiel van Jacqueline

Een jaar geleden stuurde ik een filmpje in na een oproep voor de koffer van Rick (minister van gehandicaptenzaken). Hij was op zoek naar mensen met een talent of expertise, die dan toevallig ook een beperking hebben. Want daarvan zijn er genoeg, maar ze zijn veel te weinig zichtbaar in de media.

En eigenlijk kwam die oproep voor mij wel op het juiste moment. Ik was een beetje aan het inkakken, mijn passie was ver te zoeken. Ik wilde weer iets hebben om voor te gaan, energie van te krijgen. Nu een jaar verder heb ik wel het idee dat ik daarin weer stappen heb kunnen zetten, ook al ga ik tegelijkertijd op andere vlakken wel weer achteruit.

Inclusie als streven

Als pedagoog, docent en moeder vind ik het belangrijk om vanuit een bepaalde visie te kunnen handelen, mijn kinderen op te voeden en mijn studenten keuzemogelijkheden te geven in hoe zij pedagogisch te werk kunnen gaan. Inclusie is één van de dingen die ik daarin belangrijk vind. Kleur, gender, geloof, handicap of wat dan ook zou geen verschil moeten maken in hoeverre iemand mee kan doen in de samenleving.

Maar dat verschil is er helaas nog wel. En vanuit het stukje waar ik ervaring mee heb, het hebben van een fysieke handicap, hoop ik aan anderen mee te kunnen geven dat dit ook anders kan. Door het te laten zien als docent in het mbo, maar ook als danser bij Misiconi. Door te luisteren en mee te praten in de meedenkgroep onderwijs van Iederin. En nu dus ook door me beschikbaar te stellen voor programmamakers om dan wel mèt mijn beperking in beeld te komen, maar niet vanwege die beperking.

Kijkje in de Koffer van Rick

Deze week, de week van de toegankelijkheid, is de koffer van Rick gepresenteerd en overhandigd aan programmamakers. In die koffer zijn mensen met verschillende talenten en expertise verzameld, die daarnaast ook een beperking hebben. En daarbij gaat het niet zozeer om wat voor beperking, maar om hun specialisme waar ze in programma’s over kunnen praten. Om zo een meer representatief beeld in de media te krijgen: mensen met een beperking zijn niet hun beperking, ze zijn zoveel meer!

In die koffer zitten experts in verschillende categorieën, zoals kunst, wetenschap, sport, media, zorg en onderwijs. En het is echt een mooie diverse database aan het worden. Eigenlijk ben ik toch wel trots dat ik daar ook deel van uitmaak.

Je vindt mij hier in de Koffer van Rick: Jacqueline van Kuilenburg

Alvast een voorproefje

In de aanloop naar het presenteren van de Koffer van Rick zijn er verschillende portretten opgenomen en interviews afgenomen. Ook met mij! Na een jaar vrij weinig ervan gehoord te hebben (onder andere vanwege Corona), kwam het twee weken geleden ineens in een stroomversnelling. Althans, zo leek het voor mij. Ze zullen vast in de tussentijd bergen werk achter de schermen hebben verricht.

In een sneltreinvaart werden er afspraken gemaakt over het interview en filmen op mijn werk, het bijwerken van mijn profiel in de database en nog een interview voor een artikel. Het werd allemaal professioneel aangepakt en ik vond het wel interessant om te zien hoe het allemaal in zijn werk ging. De interviewers waren echt geïnteresseerd en stelden goede vragen. Zelf struikelde ik nog weleens over mijn woorden, maar al met al denk ik dat ik wel gezegd heb wat ik wilde zeggen.

Het interview kun je hier lezen: ‘Ik moet steeds iets inleveren, maar kan nog genoeg betekenen.’

Wat vind jij van het idee achter de Koffer van Rick?

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Dit is niet de eerste keer dat ik op een punt sta waar ik niet wil staan. EDS gooit weer roet in het eten en helpt mijn ooit zo zorgvuldig uitgestippelde loopbaan langzaam om zeep. Dat maakt niet dat ik er minder van baal. Het went een beetje, maar niet helemaal.

En dat komt niet omdat ik lesgeef vanuit mijn rolstoel, of omdat ik geen lange dagen meer kan werken. Daar zijn ook wel wat aanpassingen bij nodig, maar eenmaal een oplossing gevonden en gewend aan de salamitechniek, is het prima werkbaar. Het zijn juist de onzichtbare EDS-kwaaltjes die me steeds meer in de weg gaan staan.

Nog steeds goed genoeg?

Voordat jullie je zorgen gaan maken om mijn studenten en collega’s: ik functioneer nog prima hoor! Ik heb ontzettend veel kennis en ervaring in de (beroepsgerichte) vakken waar ik les in geef en weet ook hoe ik dit kan overbrengen naar studenten. Collega’s kunnen op me bouwen en waarderen mijn kwaliteiten. En van het lesgeven zelf word ik ook nog steeds blij.

Ik maak me dan ook geen zorgen om functioneringsgesprekken of dat studenten iets tekortkomen. Het is alleen niet zoals ik zelf zou willen. En misschien leg ik de lat onnodig hoog voor mezelf. Daarin vind ik het vooral vervelend dat ik weet hoe het anders kan, maar het lukt me gewoon niet meer.

Brain fog

Eerder schreef ik al hoe brain fog mijn lompheid verklaarde. Ruim vier jaar geleden is dat inmiddels en wat die brain fog betreft ben ik wel wat lomper geworden.

Nu aan het begin van het schooljaar kan ik nog als grap zeggen dat ik in de zomervakantie echt op de resetknop druk. Ik wis alles om eind augustus weer fris te kunnen beginnen. Ook namen van studenten of collega’s van een andere locatie of bij wie ik voor wat moet zijn bijvoorbeeld. En op zich is het ook niet zo vreemd dat ik soms iets vergeet als procedures drie keer in een schooljaar gewijzigd worden. Maar ooit was ik hier juist wèl heel scherp in.

Dat vind ik nog het vervelendste. Het is niet dat ik grove fouten maak, meestal gaat het om iets dat ik nog even moet navragen bij een ander of een onhandig foutje waardoor ik mezelf met meer werk opzadel. Maar het feit dat mijn ooit zo sterke geheugen me steeds vaker in de steek laat, vind ik behoorlijk frustrerend.

Stemproblemen

Vorig jaar ben ik een poosje bij een logopedist geweest, omdat het slikken en praten me steeds meer moeite kosten. Daar heb ik wel wat handige oefeningen meegekregen. Onder andere ‘lax vox’, waarbij je met een siliconen buisje bubbels blaast in een flesje water. Dat hielp wel iets, maar de problemen er nog steeds. Als ik lang of hard praat, is het op een gegeven moment net of ik de woorden eruit moet persen. Door vaak slokjes water of thee te nemen krijg ik die brok in mijn keel er even uit, maar die is al snel weer terug.

Sommige collega’s van me zijn er echt goed in om zelf rustiger te gaan praten als de klas drukker wordt. Ik niet. Ik kom zittend al niet boven de studenten uit, dus gebruik ik vaak toch mijn stem om aandacht te vragen. Al weet ik dat dat niet goed is, ik krijg die gewoonte er maar niet uit.

Hier moet ik dus echt nog een weg in vinden. Ik merk dat ik het echt vervelend vind worden om lang te moeten praten en dat is toch een beetje raar als docent.

Gevoelig voor prikkels

Wat hier nu precies de oorzaak van is, weet ik niet. Misschien komt het doordat ik sowieso meer last heb van dysautonomie en hoort dit daar gewoon bij. Of komt het doordat ik weer slechter slaap en daardoor minder kan hebben. Of doordat we een poos geen lessen hebben kunnen geven en ik het gewoon niet meer zo gewend ben.

Ik zie, hoor en ruik alles wat er in de klas gebeurt, maar het lijkt gewoon drie keer zo hard binnen te komen. Het lukt me niet om overal op in te spelen of altijd een goede keuze te maken welke prikkel op dat moment het dringendst aandacht nodig heeft. Er komen vragen over stage of examens of een perforator op het moment dat ik de theorie door wil nemen. En tegelijkertijd zie ik dat sommigen niet de anderhalve meter afstand houden, hoor ik iemand met een buurvrouw kletsen en ruik ik dat iemand een zak chips open in haar tas heeft.

Mijn les heb ik keurig voorbereid, maar toch krijg ik het niet voor elkaar om de volgorde aan te houden zoals ik die op het bord heb gezet. Aan het eind van de les baal ik van mezelf dat ik op sommige dingen niet gereageerd heb, of dat niet alle lesdoelen behaald zijn.

De volgende dag ben ik nog steeds kapot van die drie uurtjes lesgeven. Niet gewoon een beetje moe, maar echt knock-out gaan alsof ik drie flessen wijn op heb.

Waar ligt de grens?

Ik gooi het bijltje er voorlopig nog niet bij neer. Wie weet gaat het straks weer een stuk beter als ik met de diëtist een goed voedingspatroon heb gevonden. En binnenkort krijg ik een slaaponderzoek, dus misschien komt daar nog wat uit wat voor verbetering kan zorgen.

Maar los daarvan pieker ik er wel een beetje over: wat als dit het nu is en het alleen maar verder achteruit zal gaan als ik mezelf blijf pushen? En wanneer heeft die achteruitgang mijn kwaliteiten als docent zo beïnvloedt dat het verstandiger is om wat anders te gaan doen?

fuchsia roze agenda, thermosfles en broodtrommel

Deze week beginnen we weer met het voorbereiden van het nieuwe schooljaar wat voor ons op 31 augustus start. Dat schooljaar gaat er wat anders uitzien dan we gewend zijn, maar sommige basics neem ik gewoon weer mee dit schooljaar in.

Elke werkdag als ik ‘s ochtends mijn tas inpak, zitten daar in ieder geval deze drie fuchsia roze items in: mijn agenda, thermosfles en broodtrommel.

Thermosfles

Als ik voor elk kopje thee een papieren bekertje bij het automaat zou gebruiken, zouden er echt belachelijk veel bekertjes verspild worden. Beter om dan gewoon een fles mee te nemen welke ik kan bijvullen en die mij de hele dag zo van drinken kan voorzien, warm of koud.

Deze mat roze thermosfles van Chilly’s heb ik nu bijna een jaar en neem ‘m elke werkdag wel mee naar mijn werk. Trouwens ook daarbuiten. Als ik een stukje ga fietsen, naar dansles ga of een dagje weg ben.

Wat misschien wel een beetje irritant is voor mijn studenten en collega’s, is dat de dop piept als je ‘m opendraait. En nu ben ik iemand die juist regelmatig even een klein slokje neemt, zeker tijdens mijn les. Tja… sorry mensen…

Broodtrommel

Zo’n broodtrommel neemt altijd zoveel ruimte in in je tas. En aan het eind van de dag is dat vooral lege ruimte. Toen ik deze platte broodtrommel tegenkwam, wist ik meteen dat deze perfect in mijn laptoptas zou passen. En er passen vier boterhammen in, voor mij meer dan genoeg.

Inmiddels gaat deze broodtrommel al een paar jaar mee. Mijn man heeft een hogere versie ervan (Large) en mijn dochter het gebruikelijke model (Midi). En al wordt er hier thuis niet voorzichtig mee omgegaan, ze zien er allemaal nog helemaal prima uit.

Agenda

Nog zoiets waar ik al jaren op kan vertrouwen, alhoewel ik deze wel elk jaar moet vervangen. En ook al heb ik inmiddels ontdekt dat er meer merken agenda’s zijn met dezelfde fijne indeling, ik ben toch weer op een Moleskine agenda uitgekomen.

En wel grappig: toen ik er op Twitter over begon, bleken er meer docenten fan te zijn van de Moleskine agenda. Zo ontdekte ik ook dat er een naam is voor die fijne indeling met links de dagen van de week en rechts een gelinieerde pagina: dat heet een verso indeling.

Echt heel handig voor je to do lijstjes. Zelf begin ik altijd bovenaan met de taken voor mijn werk en onderaan met privédingen die ik moet doen die week. Als de bladzijde vol is, heb ik meer dan genoeg gepland voor die week.

Nu ben ik dus voor een fuchsia roze gegaan, dit jaar vond ik de agenda’s met print op de omslag wat tegenvallen. En hij matcht mooi bij mijn broodtrommel en thermosfles zo.

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de links klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

#IkBlijfThuis thuiswerken online lesgeven

We zijn alweer even bezig met het online lesgeven en ik begin er zowaar wat routine in te krijgen. Elke school en elk team lijkt dit weer anders aan te pakken. Op zich kan ik me goed vinden in de manier waarop wij het als team aanpakken, maar ideaal is het zeker niet.

Los van elkaar, maar onderwijs is nog steeds teamwork

In de eerste week dat studenten niet meer op school kwamen, waren er nog wel wat collega’s die op de locatie zelf werkten. Inmiddels is vorige week ook het schoolgebouw gesloten en werkt iedereen vanuit huis. En dat was echt wel even wennen. Ineens heb je vrijwel alleen maar contact met elkaar als het over werk gaat. Voor ditjes en datjes ga je niet zo snel even iemand bellen als je niet weet of diegene druk aan het werk is. Terwijl je dat normaal wel deed als je bij elkaar in de docentenkamer zat.

Nu heb ik al een keer met een collega afgesproken om in de lunchpauze samen pauze te houden en te kletsen via videobellen. En elke ochtend hebben we als team een check-in waar ieder teamlid (dat die dag werkt) ruimte krijgt om te vertellen hoe het gaat en we met elkaar kunnen afstemmen. Dat is wel fijn zo, naast al het zakelijke.

Ondanks de afstand zijn de lijntjes nog steeds kort. Docenten brengen de slb’er (studieloopbaanbegeleider) op de hoogte als studenten meerdere keren afwezig zijn of opdrachten niet maken. In de eerste week was al geïnventariseerd welke studenten thuis geen laptop hadden en zijn deze door school in bruikleen gegeven. Wie wel of geen stage loopt, alles is in kaart gebracht door de slb’ers.

Als examenleider nodig ik mezelf nog weleens uit om bij anderen in de les aan te haken, vooral om vragen te beantwoorden. En ook online gaat dat vrij makkelijk. En buiten de lessen weten we elkaar te vinden via chat of videobellen in Teams.

Online studenten begeleiden

Het rooster is wel iets uitgedund nu we de lessen online moeten geven. Maar in principe komen alle vakken wekelijks terug. De check-in met de slb’er is om 10 uur en om 11 uur starten de lessen. Zelf heb ik vier klassen die ik lesgeef, elke werkdag één (woensdag ben ik vrij), in totaal acht lesuur per week.

De twee derdejaars klassen geef ik vooral begeleiding bij examens. Nu ligt de afname van de examens even stil, maar ze zijn wel met het uitwerken van verslagen bezig. Ik ben tijdens de les vooral beschikbaar via chat of videobellen en geef de studenten feedback op hun werk.

Eerst was het erg onduidelijk welke examens wel of niet doorgingen en hoe dan, dus was het echt een vragenuurtje. Nu bijna alle examens opgeschort zijn, is het wat rustiger. Maar ik vermoed dat dat zo weer om kan slaan als er weer nieuwe besluiten worden genomen vanuit de overheid en/of directie.

Online theorielessen geven

Dan heb ik ook nog een eerstejaars en tweedejaars klas die ik lesgeef in beroepsgerichte theorievakken. Daar heb ik inmiddels een beetje een vaste structuur in gevonden.

Nadat de studenten zijn binnengedruppeld in de online les, zetten ze zelf hun microfoon uit als ik start met de instructie. De meeste studenten hebben hun camera al uit staan. Ik begin met een terugblik op de vorige les, wat me is opgevallen uit de opdrachten die ik bekeken heb. Daarna uitleg over een stukje theorie en de opdrachten waar ze aan kunnen werken. Bij elkaar zo’n 20 a 30 minuten, afhankelijk van de vragen die studenten stellen. Als ze snappen wat ze moeten doen, mogen ze ophangen en aan de slag. En anders kunnen ze blijven hangen voor extra uitleg.

Meestal zet ik die opdrachten klaar in Teams en leveren ze die aan het einde van de les in. Maar ik heb ook wel eens een les waarbij ze niet iets hoeven uit te schrijven, maar in groepjes aan de slag gaan. Dan vraag ik ze aan het einde van de les om een mondelinge terugkoppeling van elk groepje.

Ook als ze aan opdrachten werken, ben ik via chat en videobellen beschikbaar voor vragen. Daar wordt veel gebruik van gemaakt en studenten waarderen de hulp. Tot nu toe lukt het me ook om binnen een week feedback op hun gemaakte opdrachten te geven. Via Teams is meteen zichtbaar wie ingeleverd heeft en welke opdrachten al beoordeeld zijn. En de feedback die ik individueel geef, verzamel ik weer als input voor mijn volgende les. Extra huiswerk geef ik niet, ik verwacht dat ze in de les echt ervoor gaan en de opdrachten zoveel mogelijk af proberen te krijgen. Is het niet af, dan verwerk ik dat in de volgende les.

Online lesgeven noodzakelijk, maar niet te vergelijken met gewoon lesgeven

Binnen de mogelijkheden die we nu hebben, denk ik dat we goed bezig zijn als team. Studenten worden door ons gezien, ze weten ons te vinden als ze hulp nodig hebben. En het leren staat niet stil, studenten krijgen lesstof aangeboden en feedback op hun gemaakte werk.

Maar het blijft maar een noodmaatregel, dit is echt niet de ideale situatie. Ik kan lang niet alle lesstof kwijt in een online les en je kan van studenten ook niet verwachten dat ze een hele dag lang via een scherm de lesstof tot zich nemen.

Als studenten hun camera en microfoon uitzetten bij een online les, is dat wel lekker rustig, maar tegelijkertijd hoor en zie ik dus totaal niet waar ze mee bezig zijn. Het is dan net of je tegen een muur aan het praten bent. In een klaslokaal kan ik veel meer inspelen op hoe studenten zich gedragen en ze erbij betrekken als ik zie dat ze afdwalen. Sowieso is het in een klaslokaal makkelijker om voor afwisseling te zorgen en te switchen van klassikaal lesgeven naar individueel of in groepjes en terug.

En voor zowel studenten als docenten komen er in één keer een hoop extra vaardigheden bij die ze moeten beheersen om het afstandsonderwijs te doen slagen. Niet iedereen zit daarbij op hetzelfde niveau. Daarnaast heeft niet iedereen thuis de mogelijkheden om rustig te kunnen studeren.

Op zich zie ik nu ook wel mogelijkheden die ik meer wil gaan gebruiken als we weer op school les gaan geven. Het werken in Teams bevalt me bijvoorbeeld erg goed. Daarbinnen communiceren en informatie delen met verschillende groepen houdt mijn mailbox ook een stuk opgeruimder.

Inmiddels dus iets minder druk en chaotisch dan wat ik vorige week schreef over het thuisblijven en thuiswerken. Maar ik hoop toch dat de situatie snel weer verantwoord genoeg is om gewoon weer op school les te kunnen geven!

Toetsenbord met flexzi rolstoelbevestiging

Sinds deze maand staan er weer wat meer theorielessen in mijn lesrooster. Heel fijn, want het overdragen van kennis vind ik nog altijd leuker dan achter de schermen met examens bezig te zijn. Maar het was wel weer even inkomen en aanpassen. En zo kwamen er weer twee gadgets bij om het mij wat gemakkelijker te maken: een draadloos toetsenbord en een Flexzi.

Lesgeven met behulp van een Smartboard

Inmiddels hebben we in alle lokalen Smartboards. Hierbij kun je je laptop koppelen aan het bord en vervolgens via het touchscreen het bord gebruiken. Alleen kan ik er vanuit mijn rolstoel niet goed bij. Wel om dia’s door te schuiven, maar niet om iets op het bord te schrijven.

Ik had tijdens een workshop al eens gevraagd of er geen draadloos systeem was, zodat ik via mijn laptop op schoot het bord kon bedienen. Maar dat was er niet en het zou nog lang duren voor zoiets goed getest en beveiligd zou zijn. Dus de laptop moet gewoon via het kabeltje met het bord verbonden zijn. En dat kabeltje is maar kort en zit in de hoek van het lokaal.

Vanuit mijn rolstoel heb ik al een beperkter zicht over de klas, omdat ik lager zit dan wanneer je staand lesgeeft. Daarnaast is het bij onze doelgroep (mbo niveau 3 en 4) nodig om zelf actief te zijn om de klas actief te krijgen. Lesgeven vanachter een bureau in de hoek werkt dan toch niet fijn. Ik wil graag zo dicht mogelijk bij de studenten kunnen komen, ook heen en weer kunnen gaan van bord naar student, om ze betrokken te houden.

Het Smartboard is een hartstikke fijn hulpmiddel, zeker met de software die erbij zit om interactieve presentaties te kunnen geven. Maar zo vanuit mijn rolstoel kan ik er dus niet optimaal gebruik van maken.

Draadloos toetsenbord en Flexzi

Bij onze ICT helpdesk had ik al de vraag gesteld of ze mee wilden denken over een oplossing. Daar kwam nog geen antwoord op en ineens had ik zelf een ingeving. Waarom geen draadloos toetsenbord op schoot? Dan kan mijn laptop verbonden aan het kabeltje in de hoek blijven en kan ik via dat toetsenbord op het bord schrijven.

Dus ik gooide mijn idee in de Wheelchairmafia groep en kreeg daar nog meer tips. Onder andere om een laptoptafel/schoottafel te gebruiken om het toetsenbord stabiel op schoot te kunnen leggen. Maar ook een tip over de Flexzi, een standaard met klittenbandbevestiging (onder andere voor tablets) die met een stevige klem aan een rolstoel of tafel bevestigd kan worden.

Na weer wat googelen vond ik de Nederlandse webwinkel van stichting Edupro die niet alleen de Flexzi verkoopt, maar ook een enorme keuze heeft aan toetsenborden, geschikt voor verschillende handicaps. Ik mocht de combinatie van een klein toetsenbord en de Flexzi 2 uitproberen, voordat ik zou beslissen om tot de koop over te gaan.

Het is even wennen om schuin voor het bord te staan en dan met een tracking ball de cursor over het bord op de goede plek te krijgen. Zo vergevorderd is mijn oog-handcoördinatie nog niet. Maar nu na een weekje oefenen gaat het al beter dan de eerste keer. Dus dat komt vast goed.

Behalve een tracking ball zitten er ook een wieltje om te scrollen en de ‘muisknoppen’ op het toetsenbord. Ik heb expres voor een toetsenbord gekozen met een wat bredere rand, zodat ik er ook met mijn handen op kan leunen zonder allerlei toetsen in te drukken. En dat alles bevalt goed!

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Vergoeding door UWV?

Nog een tip dit ik kreeg, was om het via UWV te regelen, zodat zij het zouden vergoeden. In de periode dat ik het van stichting Edupro mocht uitproberen, heb ik dan ook een aanvraag ingediend bij UWV. Binnenkort komt er iemand langs om te zien hoe het voor mij werkt en of ze het eventueel gaan vergoeden. Wel was me al verteld dat UWV normaal gesproken geen toetsenborden vergoedt.

Bij dit toetsenbord en de Flexzi gaat het niet om zulke grote bedragen als de O4 rolstoel die ik via het UWV gekregen heb. Ik weet dat mijn werkgever ook bereid is om deze hulpmiddelen te betalen. En mocht dat niet zo zijn, dan zou ik het er wel voor over hebben om het zelf aan te schaffen.

Dus het is even afwachten hoe dit uitpakt, maar ik ben in ieder geval al blij met mijn nieuwe toetsenbord en Flexzi die mij helpen bij het lesgeven.

*Edit* Inmiddels is er iemand van het UWV langs geweest. Zij was ook enthousiast en zowel de Flexzi als het toetsenbord gaan vergoed worden. Heel fijn dit!

Heb jij ook zulke handige gadgets die jou helpen in je werk, hobby of huishouden?

conferentie naar inclusiever onderwijs

Afgelopen woensdag was ik een dagje in Bussum voor de startconferentie Naar Inclusiever Onderwijs. Eigenlijk met wel drie petten op. Pet één was om de ontwikkelingen in kinderopvang en onderwijs bij te houden om over te kunnen dragen aan mijn studenten Pedagogisch Medewerker en Onderwijsassistent. Pet twee als docent in het mbo, om te zien wat wij in het mbo kunnen doen om het onderwijs inclusiever te maken. En pet drie als chronisch zieke/EDS’er/rolstoelgebruiker: is dit nu wel wat ik verwacht van een inclusieve samenleving?

Als je kijkt naar het plaatje hierboven met de cirkels, is de inclusieve school nu nog ver te zoeken. Bij deze conferentie hoopte ik geïnspireerd te raken. Maar ook mijn kritiek kwijt te kunnen. Om uiteindelijk ook bij te kunnen dragen aan stappen in de richting van inclusief onderwijs.

Opening Naar Inclusiever Onderwijs

Bij de opening kwamen een aantal sprekers aan het woord. Minister Arie Slob had het meteen al voor me verpest toen hij zei dat er twee soorten mensen waren: mensen met een beperking en mensen die denken dat ze geen beperking hebben. Nee, niet iedereen heeft een beperking! En mensen die denken dat ze geen beperking hebben, hebben hier dus geen last van, dat is juist wat die hele beperking inhoudt.

Adriana van Dooijeweert sprak met duidelijk meer kennis over het onderwerp als voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. Onder andere benoemde ze het principe: Nothing about us without us. Om de rechten van de mensen met een handicap in de praktijk te brengen, heb je mensen met een handicap nodig om te zien wat er nodig is.

Er volgde een panelgesprek, waarbij de panelleden op bijzonder knullige manier aangekondigd werden. De lopende panelleden werden uitgenodigd, de panelleden met rolstoel zouden wel even gehaald en vanuit de coulisse gerold worden. Bijzonder respectloze woordkeuze, zeker als je het hebt over inclusie en wil dat iedereen meetelt.

Wim Ludeke (voorzitter LESCO) benoemde het belang van kennis en kunde delen tussen speciaal en regulier onderwijs. Want dat kinderen samen kunnen opgroeien en samen naar school kunnen gaan, is ontzettend belangrijk. Lobke Vlaming (directeur Ouders & Onderwijs) was terecht wat kritisch. Vanuit ouders komen nog teveel berichten dat het niet goed gaat met inclusief onderwijs. Leraren voelen zich vaak nog handelingsonbekwaam op dit gebied. Rick Brink (minister van Gehandicaptenzaken) gaf met humor en praktijkvoorbeelden aan hoe belangrijk het is om als kind naar een school in de buurt te kunnen.

Tot slot volgde een supersnelle presentatie van Mel Ainscow (hoogleraar Universiteit van Manchester) over hoe inclusief onderwijs volgens hem aangepakt moet worden. Daar had ik graag meer over willen horen, maar er waren zoveel interessante workshops om uit te kiezen, dat ik niet bij die van hem geweest ben.

Workshop Jongerenteam Deltion

Met dit filmpje begon de eerste workshop die ik volgde, een leuke binnenkomer. Deze workshop werd gegeven door medewerkers van het Deltion College (mbo) in Zwolle. Zij legden uit dat er bij de intake van studenten met een beperking al een ambulant begeleider vanuit het speciaal onderwijs of een loopbaanadviseur gericht op passend onderwijs bij de intake aanwezig is.

In de eerste lijn spreken ze van passend onderwijzen: de basis moet op orde zijn met een pedagogisch/didactisch klimaat waarin ruimte is voor handelingsgericht werken. In de tweede lijn zijn de loopbaanadviseurs van het studiesuccescentrum (passend onderwijs) en daarnaast het jongerenteam (jeugdhulpverlening) beschikbaar binnen de school.

Dat jongerenteam bestaat uit hulpverleners vanuit verschillende organisaties die ook deels in dienst zijn van de school. Deze zijn gericht op jeugdhulp, verslavingszorg, GGZ, leerplicht, enzovoort. Het jongerenteam was in eerste instantie vooral op niveau 1 en 2 gericht, maar nu ook steeds meer voor niveau 3 en 4. Het verschil daartussen is dat je bij niveau 1 en 2 vaker studenten tegenkomt waarbij de problematiek al in beeld is. Terwijl studenten van niveau 3 en 4 vaker later pas aan de bel trekken.

De lijntjes zijn kort, waardoor de studenten snel terecht kunnen. Er zitten wel grenzen aan de hulpverlening binnen de school, in sommige gevallen zal er toch doorverwezen worden.

Een effect op het voortijdig schoolverlaten is nog niet zichtbaar, maar ik ben zelf ook van mening dat dat niet het belangrijkste is. Belangrijker is dat studenten op hun plek zijn bij de opleiding die ze volgen en zich daarbij fijn voelen.

Workshop ‘Dat kind hoort hier wèl!’ – IKC de Ark

Deze workshop had ik gekozen vanwege de titel en omdat deze door twee IKC’s (Integraal KindCentrum, waar opvang en onderwijs bij elkaar aangeboden wordt) werd gegeven. Toevallig kende ik één van die IKC’s, omdat studenten van ons er ook stage lopen, zowel in de kinderopvang als in het basisonderwijs.

IKC de Ark vertelde over hoe zij de zorgstructuur in de wijk veranderd hadden samen met andere scholen voor regulier en speciaal basisonderwijs. De zorg volgt het kind en niet andersom. Want ieder kind heeft het recht om erbij te horen.

Hierin zijn ze de afgelopen jaren gegroeid. Zo hadden ze bijvoorbeeld eerst nog een aparte groep voor kinderen met een lage cognitie, later kwam er een instructieplein voor deze kinderen, naast hun eigen (gemixte) klas.

Op dit moment heeft IKC de Ark 15% kinderen met zorg. Wat mij opviel, is dat die zorg vooral gericht is op gedragsproblematiek en lage cognitie. De school zelf heeft geen lift en op dit moment ook geen leerlingen die een lift nodig hebben. Maar wel zes ouders die gebruik maken van een rolstoel en die nu dus nog buitengesloten worden in dit IKC.

Ook miste ik de samenwerking met de kinderopvang in het verhaal. Met de peuterspeelzaal was die er wel, maar de hele dagopvang was toch ook een wat andere doelgroep qua kinderen en ouders. Later hoorde ik van een collega van me dat die samenwerking er wel meer is dan ik gehoord had. Er is daar bijvoorbeeld een intern begeleider die niet alleen voor de school, maar ook voor de kinderen van 0 tot 4 jaar beschikbaar is. Dat lijkt me ontzettend zinvol om op die manier de doorlopende lijn in de zorg ook te kunnen vasthouden.

Workshop ‘Dat kind hoort hier wèl!’ – IEKC Lichtenvoorde

Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij het verhaal van de kwartiermaker van Integraal Educatief KindCentrum Lichtenvoorde niet zoveel aantekeningen heb gemaakt. Maar werd er wel enthousiast van! Wat een mooie kans om met de nieuwbouw van een schoolgebouw meteen na te kunnen denken over hoe het reguliere basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs samen verder kunnen.

In dit filmpje wordt kort uitgelegd wat ik in de workshop ook te horen kreeg. En eigenlijk ben ik wel heel erg benieuwd hoe dit verder uit zal pakken.

Hoe toegankelijk en inclusief was ‘Naar Inclusiever Onderwijs’ eigenlijk?

De allereerste misser was al de toegankelijkheid van de zaal waarin de opening plaatsvond. Voor rolstoelgebruikers was alleen maar plek in een hoekje, naast de boxen. Of eigenlijk was dat al een tweede misser. Vlak daarvoor werd ik door iemand bij mijn schouders vastgepakt toen ik vroeg waar het toilet was.

De kaartjes om workshops te kiezen, stonden in bakjes op een hoge statafel. Ik kon wel bij de bakjes, maar niet zien wat erin lag. Om de kaartjes te kunnen lezen, pakte ik elk bakje van de tafel.

Er was een lift, maar de vrouw met wie ik de lift deelde, kon vanuit haar rolstoel niet bij de knopjes. Best lastig als ze alleen in de lift had gestaan.

De ene workshop was prima toegankelijk, met stoelen in een U-vorm waar ik makkelijk kon aanschuiven. Bij de andere was de deuropening zo smal, dat ik niet met mijn handen op de hoepels naar binnen kon.

Bij de lunch waren verschillende tafels als lopend buffet opgesteld, genoeg om niet in een rij te hoeven staan. Daarnaast werden er ook broodjes en soep uitgedeeld door het personeel daar. Dat vind ik altijd wel prettig, dan hoef je niet met je bordje op schoot door een mensenmassa heen. Thee of koffie haal ik eigenlijk nooit bij zulke drukke gelegenheden. Ik heb zelf mijn thermosfles bij me, scheelt weer met dat geknoei met hete drank.

Achteraf begreep ik dat de toegankelijkheid voor doven en slechthorenden niet zo goed geregeld was. Wat een gemiste kans! Met het geld wat er in een conferentie als deze omgaat, is het een kleine moeite om standaard één of twee gebarentolken in te zetten.

Nog iets wat me tot slot opviel aan het publiek bij deze conferentie: ik heb nog nooit zoveel grijze mannen met colberts in het onderwijs bij elkaar gezien! Als ik het vergelijk met een bijeenkomst van mijn werkgever, is er bij ons in Rotterdam meer kleur (nee, niet alleen de haarkleur) en zijn de vrouwen wat in de meerderheid. Ik durf zelfs bijna te zeggen dat er bij zo’n bijeenkomst bij mijn werkgever meer diversiteit is als het gaat om docenten met een beperking. Nu is dat natuurlijk niet altijd zichtbaar aan de buitenkant, maar het Nothing about us without us kwam bij deze conferentie Naar Inclusiever Onderwijs niet zo heel erg goed uit de verf.

Wel moet ik zeggen dat ik leuke en interessante gesprekken heb gehad met andere bezoekers. Terwijl ik bij andere onderwijsgerelateerde bijeenkomsten vaak letterlijk en figuurlijk over het hoofd word gezien met mijn rolstoel. Maar hier waren mensen oprecht geïnteresseerd in wat ik in het onderwijs deed en hoe ik over inclusief onderwijs denk als docent.

Zo. Dat was een lang verhaal en eigenlijk ben ik er nog niet over uitgepraat. Ik vind het een boeiend onderwerp hoe scholen vorm willen geven aan inclusiever onderwijs en hoop dat deze ontwikkeling steeds meer vorm gaat krijgen!