jonge mantelzorger mantelzorg rolstoelNatuurlijk deel ik het liefst de leuke dingen die ik met mijn gezin onderneem, zoals uitstapjes en activiteiten. Maar soms toch ook de lastige kant van het ouderschap. En heel soms trek ik het nog een stukje breder: naar mijn werk waarin ik als docent pedagogiek mijn studenten leer om andermans kinderen op te voeden (en zichzelf daarmee ook een beetje).

bso tienermeidenVijftien jaar geleden gingen we op zoek naar een kinderopvang die paste bij de opvoeding die wij voor ogen hadden en praktisch gezien aansloot bij onze behoeftes. En achteraf gezien hebben we het enorm getroffen met het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang (bso) waar onze meiden opgroeiden van kleine hummeltjes tot zelfstandige dames.

Door mijn werk heb ik inmiddels meer dan genoeg vergelijkingsmateriaal gezien. Van kleinschalige, huiselijke opvang tot gigantische ruimtes waar het bruist van energieke kinderen. Sommigen met een prachtige visie op papier, maar waar weinig van terechtkomt in de praktijk. En andersom hebben sommige leidsters niets op papier nodig. Die hebben van nature al zoveel feeling met kinderen, dat zit meteen al goed.

Maar die opvang van onze meiden paste prima bij ons. Niet betuttelen, maar juist ruimte geven om zelf te proberen en ontdekken. Niet krampachtig vasthouden aan de regeltjes, maar handelen met oog voor de kinderen.

Maar nu komt er na al die jaren een einde aan die opvang waar we ons zo thuis voelen. Onze oudste dochter zit al een tijdje op het voortgezet onderwijs. En nu is onze jongste dochter die in groep zeven zit, ook klaar met de bso.

Wanneer zeg je de bso op?

Normaal gesproken loopt de bso door tot je kind dertien wordt, of naar het voortgezet onderwijs gaat. Maar zo in groep zeven of acht blijven er steeds meer kinderen alleen thuis voor, tussen of na schooltijd. Het is natuurlijk ook prettig om het geleidelijk af te bouwen. Met de bso worden vaak al afspraken gemaakt wat betreft die zelfstandigheid. Hoe ver ze mogen met buiten spelen. Of ze zelfstandig van de bso naar school mogen en andersom.

Wanneer een kind eraan toe is om alleen thuis te blijven, is afhankelijk van het kind zelf. Wat voor ons redenen waren om de bso uiteindelijk op te zeggen:

  • Ze houdt zelf de tijd in de gaten en gaat op tijd de deur uit.
  • Ik hoef haar niet te herinneren wat ze in haar tas moet doen.
  • Ze is verkeersveilig en kan de weg naar school zelfstandig lopen of fietsen.
  • Mijn werktijden zijn veranderd, waardoor naschoolse opvang niet meer nodig is.
  • De schooltijden zijn veranderd. Ze is daardoor ‘s ochtends maar hooguit een half uur op de bso, maar vaker maar twintig minuten. En we betalen voor een uur en een kwartier.
  • Met alleen nog maar voorschoolse opvang, doet ze weinig aan activiteiten op de bso. Een stripboek lezen kan thuis ook.
  • Ze wil soms met de fiets naar school, terwijl ik de auto voor mijn werk nodig heb. Dan past ze zich aan mij aan, omdat dat het meest praktisch is.
  • Om via de bso op tijd op mijn werk aan te komen, moeten we eerder de deur uit en dus de wekker vroeger zetten.
  • Ze is zo belachelijk zelfstandig dat ze op een vrije dag zelf met oma afspreekt. Dus ook bij studiedagen is de bso niet meer nodig.
  • Inmiddels is ze samen met haar neefje de enige van hun basisschool die van deze bso gebruik maken.

Hoe bouw je de bso af?

Bij onze oudste dochter was de situatie anders. Toen was er nog geen continurooster op de basisschool. En met een jongere zus die de bso wel echt nodig had, was het makkelijker om ook voor de oudste de bso langer aan te houden.

Bij haar hebben we het in de loop van groep acht afgebouwd door haar eerst alleen tussen de middag en na schooltijd alleen thuis te laten. Voorschoolse opvang vond ik wel zo prettig, omdat ik dan ook zeker wist dat ze op tijd naar school zou gaan.

Maar nu er bij de jongste sinds dit schooljaar wel een continurooster is, is er dus geen tussenschoolse opvang meer nodig. Mijn werktijden heb ik daar verder op aangepast, zodat we de naschoolse opvang ook op konden zeggen. In principe zijn we tegelijk ‘uit’, maar soms ben ik net een kwartiertje later thuis dan haar.

Op dinsdag gaat ze eigenlijk al vanaf het begin van dit schooljaar alleen naar school. Ze is dan ‘s ochtends even alleen thuis met haar zus van veertien. Dat gaat verder prima.

Het enige waarom we de drie overige ochtenden voorschoolse opvang nog aanhielden, was omdat ze het zelf wel gezellig vond. Maar inmiddels vindt ze het belangrijker om langer in bed te kunnen blijven en zelf te kiezen hoe ze naar school gaat.

Dus dat was het dan. Nog een paar weken en dan is dit weer een einde van een fase. Dan nemen we afscheid van de bso en mag ze ‘s ochtends haar eigen boontjes doppen.

Wat is volgens jou een goed moment om te stoppen met de buitenschoolse opvang en te vertrouwen op de zelfstandigheid van je kind?

strand Normandië

Zo op Valentijnsdag is het toch wel weer eens leuk om een stukje over de liefde te schrijven. Niet dat ik zoveel waarde hecht aan deze dag. In de twintig jaar dat mijn man en ik samen zijn, hebben we elkaar één keer een valentijnskaart gegeven. En wel precies dezelfde, eentje die je gratis bij de boodschappen kreeg.

Met die twintig jaar samen mogen we toch wel spreken van ervaringsdeskundigen als het gaat om de liefde. En die ervaring wil ik graag met jullie delen. Volg je deze tips, dan krijg je dus net zo’n geweldige relatie als wij die hebben!

Ik zou het alleen mijn dochters niet aanraden, dus neem het maar niet al te serieus…

Moed indrinken

Ik ben van mezelf vrij preuts en verlegen en zou nooit zo snel uit mezelf op een leuke vent afstappen. Maar met een paar glaasjes op, gaat het een stuk makkelijker.

Die paar glaasjes waren in mijn geval een halve fles Southern Comfort, dus ik was flink moedig toen ik op hem afstapte. Ok, gewoon straalbezopen. En de volgende dag had ik geen idee meer of het nu echt gebeurd was, of dat mijn fantasie op hol was geslagen.

Een beetje vent is niet vies van wat kots

Met zo’n lading alcohol is het vrij onvermijdelijk, maar meteen een goede test. Als hij niet hard wegrent terwijl jij over je nek gaat, maar heel lief je haar opzij houdt, dan is dat toch wel echte liefde.

Ik zou nog veel meer over onze kotsavonturen kunnen vertellen. Maar ik denk niet dat iemand daar op zit te wachten, dus ik laat het hier maar bij.

Al bezet? Ach, daar voel je niks van!

Want hoe serieus kan je zo’n verkering in je tienerjaren nou nemen? En in combinatie met die Southern Comfort kon ik hem er ook van overtuigen dat ik veel mooier was dan zijn vriendin.

Niet dat ik zo’n voorstander ben van vreemdgaan hoor. Als hij me nu zou vertellen dat hij met één of andere bezopen chick zou hebben gezoend en bij me weg zou willen, zou ik behoorlijk pissig zijn. Maar inmiddels hebben we behoorlijk wat opgebouwd samen en toen met dat andere vriendinnetje had hij misschien net een paar weken.

Ja, ok. Slecht verhaal. Gewoon niet doen.

Snel samenwonen

Officieel gingen we pas na ruim een jaar samenwonen, toen zijn moeder hertrouwde, kwam dat wel mooi uit. Maar eigenlijk waren we al heel snel meer bij elkaar dan alleen. Ik ging net op mezelf wonen toen we verkering kregen en vond het maar niks, dat alleen in een huis zitten. Dus bleef hij vaker wel dan niet bij mij slapen.

Eenmaal met al zijn spullen ingetrokken, was dat éénkamerflatje toch wel erg krap. En al snel hadden we door dat kopen goedkoper was dan huren. Ik weet nog dat de 27-jarige makelaar die nog bij zijn moeder woonde erg onder de indruk was dat wij zo jong al een huis gingen kopen. Ik was toen 19 jaar en voor mij voelde het ook wel als heel bijzonder. Maar we waren erg zeker van onze zaak dat onze relatie voor de lange termijn zou zijn.

Jong vader & moeder worden

En als je dan toch al zo zeker bent dat je samen oud wil worden, waarom dan niet ook jong ouders worden? Ik kreeg alweer helemaal vlinders in mijn buik toen we besloten hier samen voor te gaan. Familie en goede vrienden hadden we het ook verteld, toen ik nog maar net gestopt was met de pil. Ik wilde niet dat ze zouden denken dat ons kind een ‘ongelukje’ zou zijn, dit was iets waar we voor de volle 100% voor wilden gaan.

Gelukkig was het bij de eerste vrij snel raak, want je wordt er wel een beetje gestoord van als mensen continu gaan vragen of het al gelukt is. Bij de tweede hebben we het dan ook maar voor ons gehouden tot ik echt de twaalf weken gepasseerd was.

In onze vriendenkring waren we een uitzondering met ons gezinnetje. De meerderheid werd pas jaren later vader of moeder.

Trouwen is overrated

Samen vader en moeder worden was voor ons al zo’n bevestiging van onze liefde, dat trouwen vond ik niet zo belangrijk. En wat voor waarde heeft een huwelijk als er zoveel huwelijken stuklopen tegenwoordig? Zo dacht hij er ook over. Het kwam totaal als een verrassing toen hij toch op zijn knieën ging. Dat gebeurde precies tien jaar na die eerste dronken kus.

Maar eerlijk is eerlijk: het feestje is wel heel erg leuk. We kijken er nog steeds met veel plezier op terug. En het is wel zo praktisch dat we alle vier dezelfde achternaam hebben.

Afstand

Alhoewel we snel gingen samenwonen, zagen we elkaar niet superveel. Ik werkte onregelmatige diensten in de gehandicaptenzorg en hij was net klaar met zijn MTS en werkte kantoortijden als tekenaar. Daarna hebben we een periode gehad dat we elkaar afwisselden: dan deed ik een opleiding in de avonduren, dan weer hij, dan weer ik. En hij heeft een poos op behoorlijk niveau aan zaalvoetbal gedaan, daar was hij zo vier avonden in de week zoet mee.

Inmiddels is dat wel over met studeren en fanatiek sporten. Maar we hebben nog steeds onze eigen interesses en zo nu en dan iets op eigen houtje ondernemen, is best fijn. Wintersport heb ik bijvoorbeeld helemaal niks mee, mag hij lekker met zijn eigen vrienden of familie doen. Aan de andere kant heeft hij niet zoveel met dans of fantasyfestivals, dan ga ik zonder hem. En die keer dat ik alleen met het vliegtuig naar een vriendin in Duitsland ging, vind ik eigenlijk wel voor herhaling vatbaar.

Elkaar dan weer zien nadat we elkaar even gemist te hebben, is dan dubbel zo fijn.

Eén van de twee wordt chronisch ziek

Jarenlang gingen we gelijk op, waren we samen één. Maar toen ik door EDS steeds meer klachten kreeg, was het alsof er bij mij aan de rem getrokken werd en hij in zijn tempo doorging. Dat hele acceptatieproces doorliepen we allebei op onze eigen manier. Niet gemakkelijk en soms met een behoorlijke dip. Maar juist doordat we hier samen weer uit zijn gekomen, is onze relatie alleen maar sterker geworden.

Ik kan niet zeggen of onze relatie stand zou hebben gehouden als we elkaar pas hadden ontmoet toen ik al meer beperkt was door mijn EDS. Had hij me überhaupt zien staan (of zitten) met mijn rolstoel? Geen idee.

 

Al met al ben ik blij met hoe het allemaal gelopen is. We hebben het op onze manier aangepakt, niks aangetrokken van wat anderen zouden denken. En misschien is dat het enige advies uit dit artikel dat je wel serieus mag nemen: doe vooral wat voor jou of jullie goed voelt!

Wat zou jouw advies zijn voor mensen op zoek naar liefde?

Eén van de onderwerpen in mijn lessen, is het geven van feedback. Mijn studenten hebben dit nodig om nu in hun stage en straks in hun werk feedback te kunnen geven aan collega’s en kinderen of cliënten. Voor de kinderen of cliënten is de feedback nuttig om te leren en ontwikkelen. En het geven van feedback aan collega’s is nodig om goed te kunnen samenwerken. Je maakt de ander bewust van zijn of haar gedrag en kunt hiermee ook je grenzen aangeven.

Johari venster feedback

Johari-venster

Het schema wat je hierboven ziet, wordt ook wel het Johari-venster genoemd. Dit venster wordt gebruikt om zicht te krijgen over de communicatie en hoe je feedback hierbij kunt inzetten.

Het gebied waar openheid over is, is datgene waar je naar wil streven in de communicatie. Het is zowel voor jou bekend als voor de ander, dat werkt een stuk gemakkelijker.

Wanneer iets onbekend aan de ander is, maar wel bekend aan jou, spreken we van een verborgen gebied of geheim. Dit hoeft de samenwerking niet altijd in de weg te staan, maar je snapt dat dit gebied beter niet al te groot moet zijn. Het is bijvoorbeeld niet handig om verborgen te houden dat je een bepaalde taak niet begrijpt. Maar dat je in je vrije tijd naar de vreselijkste tv-programma’s kijkt, mag je best voor jezelf houden.

Dan is er ook nog een gebied dat zowel voor jou als de ander onbekend is. Door te experimenteren ontdek je wellicht meer in dit gebied en zal het kleiner worden. Misschien heb je wel kwaliteiten die je nog niet ontdekt hebt.

Tot slot is er de blinde vlek, die wel voor anderen zichtbaar is, maar voor jou niet. En daar komt de feedback om de hoek kijken. Want wanneer je feedback krijgt over je blinde vlek, geeft dit je meer inzicht en zal dit gebied kleiner worden.

Ik-boodschap + 4G

Vanuit de Gordonmethode is het idee dat je feedback geeft, zonder te oordelen. Dat doe je door middel van de ik-boodschap.
Wanneer studenten hier voor het eerst mee oefenen, denken ze nog weleens dat elke boodschap die met ‘ik’ begint, een ik-boodschap is. Zo werkt het niet helemaal. Want ‘Ik vind dat je stom bezig bent’ komt nog steeds net zo hard over als ‘Jij bent stom bezig’.

Samen met die ik-boodschap kun je 4G als ezelsbruggetje gebruiken om feedback te geven: je benoemt het gedrag van de ander, het gevoel wat dat bij jou teweegbracht, het gevolg van dat gedrag en het gewenste gedrag wat je graag wil zien. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je met je telefoon bezig bent, dat geeft mij het gevoel dat je niet geïnteresseerd bent in de les, maar straks weet je niet wat je moet doen. Ik heb liever dat je je telefoon weglegt en oplet bij de uitleg.’

Feed-up, feedback en feedforward

Als je (als docent, maar vast in meerdere situaties toe te passen) effectieve, procesgerichte feedback wil geven, zijn er een paar stappen die je eraan toe kunt voegen.

Allereerst is er de feed-up. Hier start je mee al voordat de ander iets moet uitvoeren. Je legt het doel of de verwachtingen uit, zodat duidelijk is waarnaartoe gewerkt wordt.

Bij het geven van feedback (liefst ook tussentijds) geef je niet alleen een compliment of juist afkeuring. Door vragen te stellen laat je de ander verder denken of het alsnog zelf oplossen.

Feedforward bevat de instructie die nog nodig is om het uiteindelijke doel te behalen.

Tips bij het geven van feedback

Het lesboek wat ik in mijn lessen gebruik, geeft een paar enorme lijsten met tips. Die zijn grotendeels vanzelfsprekend, maar er zit ook veel overlap in. En omdat al die lange lijsten niet meewerken aan het makkelijk onthouden ervan, heb ik hier in het kort de belangrijkste tips:

  • Richt de feedback op het gedrag of de taak, niet op de persoon.
  • Doseer de feedback: teveel verbeterpunten in één keer benoemen kan juist averechts werken.
  • Wacht niet te lang met feedback. Ouwe koeien uit de sloot halen, heeft niemand iets aan.
  • Wees kort en concreet in wat je wil zeggen.
  • Geef de ander ruimte om te reageren.

En soms… kan je beter niet teveel aantrekken van die methodes, regels en tips

Het ligt heel erg aan de situatie hoe je je feedback formuleert. Natuurlijk is het verstandig om het goed aan te pakken als het gaat om het samenwerken met collega’s.

Maar als je ziet dat één van de peuters van jouw groep wil oversteken terwijl er een auto aankomt, dan heb je geen tijd voor een uitgebreide ik-boodschap. ‘STOP!’ is dan genoeg.

En denk je echt dat ik mijn studenten zo netjes aanspreek als ik ze voor de zoveelste keer met een telefoon zie? Nee hoor, dan is het ook gewoon: ‘Weg met die telefoon!’  En soms is het voldoende om met humor of een blik de ander op zijn of haar gedrag te wijzen. De hele tijd politieagentje spelen, word je ook niet vrolijk van.

Daarnaast zijn we allemaal ook maar mensen. En dus heb ik ook weleens (niet zo handig) een collega aangesproken op zijn te laat komen, waar een hele klas bij was. Zonder ik-boodschap. En ik weet niet meer helemaal zeker of ik het alleen maar gedacht heb, of ook hardop heb gezegd, maar de woorden ‘pleur op’ komen regelmatig in me op wanneer studenten ontzettend slordig met hun examens omgaan.

Kom maar op met die feedback!

Een leuke tool die je kunt gebruiken als je niet bang bent voor kritiek, zijn websites waar mensen anoniem feedback over jou kunnen droppen. Hier moet je dan wel anderen voor uitnodigen en vervolgens kun je zelf bepalen wat je wel of niet openbaar zet.

Bij deze wil ik jullie dus uitnodigen om mij van feedback te voorzien! En wees maar niet bang, ik kan wel wat hebben hoor. 😉

Vind je het oersaai als ik hier over mijn werk aan het praten ben? Lees je liever over hoe EDS mijn leven verziekt? (Dat is namelijk wel een beetje wat de bezoekersaantallen zeggen…) Of vind je de afwisseling hier juist verfrissend? Roept u maar!

 

De laatste dag van de kerstvakantie was toevallig ook de verjaardag van onze jongste dochter. Ook al vierden we het de dag erna, we wilden toch even wat gezelligs doen met het gezin. Er was een ijsbaan in het Park bij de Euromast, wat ons leuk leek te combineren met een bezoekje aan die toren.

Park bij de EuromastPark bij de Euromast

We zijn wel vaker in het Park bij de Euromast geweest, maar dan kwamen we van een andere kant. Dit keer parkeerden we bij de Euromast zelf en liepen we vanaf daar het park in. Ja, liepen inderdaad. Ook ik moest een stuk te voet afleggen, want de brug die over de weg heen gaat, eindigt in een steile trap. En daarna was er de keuze tussen weer een trap, of een modderige helling. Aangezien ik niet met mijn neus in de blubber wilde eindigen, koos ik voor de trap.

Het was ook wel een hele druilerige dag die we uitgekozen hadden en in die week had het behoorlijk gewaaid. Takken en blubber verbaasden me dan ook niet. Wat me wel verbaasde, was een stuk geasfalteerd pad waar de wortels van de bomen zover naar boven kwamen, dat ik er onmogelijk met mijn rolstoel overheen kon. Weer een stukje lopen dus. Apart om dit verschil te zien met de andere kant van het park, wat een stuk beter begaanbaar is.

schaatsen EuromastSchaatsen onder de Euromast

Inmiddels zal de schaatsbaan alweer afgebroken zijn, maar vorige week stond er dus een gezellige ronde schaatsbaan in het park. Na de weg ernaartoe had ik geen hoge verwachtingen wat betreft de toegankelijkheid, maar dat hadden ze wel netjes geregeld. Ik hoefde in ieder geval niet in de regen of in het gras te staan.

Voor mijn kinderen was het misschien wel een minpuntje dat de schaatsbaan niet helemaal overdekt was en er plassen water op het ijs lagen. Daar hadden we niet echt rekening mee gehouden wat betreft kleding, dus na één keer vallen in een plas was het schaatsen wel klaar.

De sfeer was erg gezellig. Je zag gezinnen vanuit alle hoeken van Rotterdam en allemaal kwamen ze er om plezier te maken. Het personeel had het ook duidelijk naar hun zin. En dat alles maakte het voor mij een stuk aangenamer om langs de kant in de kou te wachten tot mijn man en kinderen uit geschaatst waren.

Uitzicht Euromast

En dan wat een hoogtepunt had moeten worden…

Voor mij was het ruim vijfentwintig jaar geleden dat ik in de Euromast was geweest en onze kinderen waren er nog nooit geweest. Het leek ons dus een mooie afsluiter om Rotterdam dan eens van bovenaf te bekijken.

Dus we sloten aan in de rij bij de kassa. Om vervolgens afgesnauwd te worden door een dame achter de kassa: ‘Jullie staan allemaal bij de uitgang. Zo worden jullie niet geholpen.’ Eenmaal bij de kassa, viel het de kassière bij het betalen pas op dat ik in een rolstoel zat en ratelde ze een rijtje op waar ik wel of niet kon komen en hoe. Ik kreeg wel €1,25 korting, omdat ik niet in de Euroscoop kon.

Zoals je op de foto’s ziet, was het echt een grauwe dag. Toch was het uitzicht prachtig om te zien. Ik ken aardig de weg in Rotterdam en dan is het leuk om zo alles van bovenaf te herkennen. Mijn man en dochter wilden met de Euroscoop helemaal omhoog, dus klommen ze de spekgladde trap op om in de rij te wachten. Na zo’n twintig minuten kwamen ze weer terug: er was een storing waardoor de Euroscoop niet naar boven ging.

Euromast… werd een dieptepunt

Eenmaal weer beneden konden we net als de andere teleurgestelde bezoekers òf een deel van het entreegeld terugkrijgen òf een vrijkaartje. We kozen voor een vrijkaartje, zodat de kinderen toch nog een keer echt vanaf het hoogste punt Rotterdam en omstreken kunnen zien. Maar: ‘Voor deze ene keer krijgen jullie vier vrijkaartjes. Maar eigenlijk had u die korting al gehad omdat u met rolstoel toch al niet in de Euroscoop kunt.’

Ja tuurlijk. Ik tel toch al niet meer mee. Ik neem wel genoegen met in de auto wachten tot de rest van mijn gezin terug is van een leuk uitje.

EuromastZo jammer dat zo’n troela niet snapt dat ik al genoeg inlever bij een dagje uit. Ik heb het er heus wel voor over om een belachelijk bedrag neer te leggen om vanaf de zijlijn mijn gezin te zien genieten. Zolang ik ze maar kan zien en mee kan genieten van de sfeer. Maar met zo’n opmerking is het net of ik er niet toe doe. Echt een domper op een leuke dag uit.

Maar goed, wie weet hadden de dames achter de kassa gewoon hun dag niet. Of hadden ze hun training sociale vaardigheden nog niet afgerond. De Euromast gaat nog een keer in de herkansing. Hopelijk heeft het personeel die dag wel door dat niet iedereen alleen maar komt om die toeristische trekpleister alleen maar af te vinken van een lijstje, maar mensen soms ook gewoon een leuke ervaring willen delen met elkaar als gezin.

quotes onderzetters Het was bij de wisseling van de gymles in de meisjeskleedkamer. Ik denk dat ik in ongeveer in groep 7 zat. Wij kwamen aan om ons om te kleden voor de gymles en een andere klas vertrok. Eén van de meisjes uit de groep voor ons had een lekkende beker in haar tas, alles zat onder. Ze zat daar in tranen, niemand die haar hulp aanbood. En om er nog een schepje bovenop te doen, lachten mijn klasgenoten haar uit.

Ik had zo met haar te doen en was zo boos op mijn klasgenoten, dat ik de gymtas van één van mijn lachende vriendinnen pakte en die aan het meisje gaf om alles mee schoon te vegen.

Die neiging om op te komen voor anderen, daar heb ik nog steeds weleens last van. Ik kan gewoon niet zo goed tegen pesten of onrechtvaardigheid. Inmiddels ben ik er wel iets minder lomp in geworden, wat fijn is voor anderen, maar ook voor mezelf.

En toch… Toch loop ik er de laatste tijd weer tegenaan dat ik er moeite mee heb dat mensen zo weinig rekening met een ander houden.

Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken

Die onderzetters met quotes op de foto hierboven zijn natuurlijk erg grappig. Maar wat minder grappig is, is dat mensen er tegenwoordig naar gaan leven. Het individu is belangrijker dan de rest van de samenleving. Aardig doen voor een ander is prima, zolang het jou maar geen nadeel oplevert. En je mag best een andere mening hebben, als je je mond maar houdt.

Er is echt niets mis met een beetje om de ander denken. Het hoeft ook niet altijd maar leuk voor jou te zijn.

Hier hadden we bijvoorbeeld een discussie aan de eettafel over het afsteken van vuurwerk voor twaalf uur. Ik vind dat niet nodig. Onze kinderen zijn oud genoeg om op te kunnen blijven en dan om twaalf uur naar buiten te gaan en vuurwerk af te steken. Dat het al eerder mag, tja, ok. Maar is het dan meteen nodig? Alleen omdat je je eigen plezier niet uit kunt stellen? Niet iedereen zit te wachten op al die knallen, dieren doe je er ook geen plezier mee. Dan is het toch maar een kleine moeite om dat afsteken uit te stellen tot middernacht, wanneer het echte feest losbarst.

Ben ik dan zo perfect, een heilig boontje?

Nee, absoluut niet. Ik barst van de vooroordelen, heb geen tafelmanieren en ruim niet altijd mijn zooi op. Maar dat betekent niet dat ik het niet belangrijk vind om mezelf en anderen hier bewust van te maken. Als je een ander alleen maar feedback mag geven als je zelf perfect bent, komen we nooit verder.

Toch vind ik het bijvoorbeeld lastig om een collega feedback te geven op het feit dat hij in één zin de woorden kut, shit en godverdomme gebruikt, zonder dat daar nu een aanleiding voor is. Ik gebruik ook weleens scheldwoorden en ik vind het ook niet vreselijk dat mensen zo nu en dan niet zo netjes praten. Maar in het onderwijs heb je toch een voorbeeldfunctie en er zijn genoeg andere woorden beschikbaar.

Al ben ik niet perfect, ik doe wel mijn best om het goede voorbeeld te geven. Naar mijn studenten toe en natuurlijk ook naar mijn kinderen. Daarin vind ik het trouwens ook goed voorbeeldgedrag dat ik fouten mag maken en kan toegeven. Als ik echt perfect zou zijn, zou ik de lat wel heel erg hoog leggen voor anderen.

Gedrag afkeuren, maar niet de persoon

Die vriendin die in de kleedkamer dat meisje uitlachte, die is uitgegroeid tot een ontzettend mooi mens, van binnen en van buiten. Toen was ze ook al een leuke meid hoor, alleen op dat moment vond ik het even niet zo tof wat ze deed. En dat zal vast wederzijds zijn geweest.

En zo kom ik ook nu nog weleens in situaties waarbij ik er moeite mee heb dat die ander waar ik zo om geef, andere mensen als minderwaardig behandelt. Maar hoe ik ook mijn best doe om niet zo lomp mijn mening te geven, ik kan niet altijd voorkomen dat ik de ander kwets met mijn mening. Niemand vind het leuk om van de ander te horen dat hij of zij iets gedaan heeft wat de ander afkeurt. En toch kan ik het niet laten er wat van te zeggen, omdat ik anders voorbij ga aan mezelf en wat ik belangrijk vind. Dat wil nog niet zeggen dat ik de ander minder waardeer als persoon.

Gedrag is maar gedrag. Soms is het maar een momentopname en zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat het niet zo leuk overkomt. Het hoeft dus niet te betekenen dat de ander egoïstisch of asociaal is als hij of zij een keer niet om een ander denkt. En ik ben ook niet zo lomp als ik soms doe overkomen.

Wat zijn mijn intenties voor 2018 en welke stappen ga ik hiervoor zetten?

Marion van Mijn Kladblog had een mooi artikel geschreven over 10 vragen en opdrachten die je gaan helpen 2018 tot een mooi jaar te maken. Die hebben me wel aan het denken gezet en vooral de laatste twee vragen bleven hangen.

Ik zou heel graag willen dat mensen meer oog voor elkaar zouden hebben, verdraagzamer, empathischer en minder egoïstisch zijn. Maar ik heb geen idee hoe ik dat anders aan zou moeten pakken dan ik nu doe. Ik doe mijn best om mijn kinderen en studenten hier bewust van te maken en ik hoop dat ik in mijn gedrag ook uitstraal wat ik belangrijk vind. Maar het blijft lastig om een ander aan te spreken op zijn of haar gedrag. Want heb ik op dat moment wel genoeg oog voor die ander? Ben ik wel verdraagzaam of empathisch als ik het gedrag van de ander afkeur? Of ben ik niet gewoon zelf egoïstisch als ik zou willen dat iedereen dezelfde normen en waarden zou hebben als ik?

Het antwoord op de vraag in de titel heb ik dus niet. Hoe zou jij het aanpakken om 2018 minder egoïstisch te maken?

smartphone iphone

Die smartphone is wel een dingetje. Ik heb er een haat-/liefdeverhouding mee. En hoe ik ook mijn best doe, sommige voornemens zijn gewoon gedoemd te mislukken. Zoals deze tien:

1. Alle pushmeldingen uitzetten

Die meldingen leiden toch alleen maar af. Elke keer weer zo’n trillende of oplichtende iPhone voor je op tafel wanneer je in gesprek bent…

Dus ik heb er nu al heel wat uitgezet. Mail, Twitter, Facebook, Instagram: ik kijk wel wanneer ik tijd heb.

Maar ik twijfel dus of ik de pushmeldingen van mijn mail niet weer aan wil hebben. Vorig weekend stond ik al voor een dichte deur, omdat ik mijn mail nog niet gelezen had. En ik miste ook al een leuke aanbieding die maar één dag geldig was. Ze zijn toch best handig.

2. Een uur voor het slapen niet meer op je beeldscherm kijken

Lijkt me zo’n goed idee om dat eens uit te proberen om te zien of ik er echt beter door zou slapen. Maar ondertussen pak ik nog steeds bij elk reclameblok op tv mijn telefoon erbij om even door mijn social media te scrollen. En ik lees eerder even een blog van iemand, dan dat ik er een boek bij pak.

Toch lastig om zo’n gewoonte te doorbreken, al lijkt het nog zo eenvoudig.

3. Mijn kinderen krijgen geen smartphone voor groep 8

En het leek er echt op dat dit zou lukken. De oudste had er één in groep 8 en de jongste die nu in groep 7 zit, leek er niet naar om te kijken. Inmiddels is dat dus wel veranderd. Begin januari wordt ze elf en je kunt wel raden wat er nu bovenaan aan verlanglijstje staat: een Apple iPhone.

Het is echt niet zo dat ze nu meteen een gloednieuwe iPhone van ons krijgt, omdat ze erom vraagt. Maar met haar verjaardag in aantocht, verwacht ik dat ze een aardig eind komt met het aftroggelen van een financiële bijdrage bij opa’s, oma’s, ooms en tantes… En dan leggen wij er nog wel dat laatste beetje bij, zodat ze een gebruikte iPhone kan aanschaffen.

4. ICE personen instellen

Als je telefoon vergrendeld is en je wil een noodoproep doen, kun je behalve 112 ook naar van tevoren ingestelde nummers bellen. Ik heb mijn man daar wel in opgeslagen, verder eigenlijk nog niemand.

Maar stel nou dat ik samen met mijn man een ongeluk krijg, dan is er niemand anders die ze via mijn telefoon kunnen bereiken. Ik weet alleen nog niet wie ik er verder in moet zetten. Mijn dochter? Die schrikt zich vast rot als een vreemde met mijn nummer belt. Of mijn moeder misschien? Of mijn zussen? Geen idee…

5. Een smartphonevrije school

Misschien komt het omdat ik in het mbo lesgeef, waar het merendeel van de studenten al boven de achttien is en opvoeden nog maar beperkt zin heeft. Maar van mij hoeft het gewoon niet zo, een smartphonevrije school. Dat mijn zus in het voortgezet onderwijs daar anders over denkt, snap ik wel. Daar zijn de leerlingen nog gewend aan de regels van de basisschool en is het niet zo gek om die door te trekken. En daar hebben we het nog over kinderen, nog niet over studenten die zelf kinderen hebben.

Natuurlijk word ik er weleens moe van om weer te moeten zeggen dat die iPhone weg moet. Maar meestal als studenten na een paar lessen aan mij gewend zijn, hoef ik het niet meer te zeggen. En dan vind ik het ook niet zo’n probleem als ze die telefoon tevoorschijn halen wanneer ze klaar zijn met hun opdracht.

6. Smartphonesabbatical

Gewoon even een poosje helemaal niks met die smartphone doen. Niet bellen, appen, mailen, buienradar checken, een route opzoeken, parkeerapp gebruiken, foto’s maken, iets uitrekenen (ja echt, voor al mijn toetsen die ik nakijk, gebruik ik de rekenmachine op mijn telefoon).

Hoeft geen heel jaar te zijn, maar een week of een maand is ook al heel wat.

Nee joh, dat is gewoon ècht niet te doen.

7. Weinig gebruikte apps verwijderen

Van sommige apps vraag je je weleens af waarom je ze nog op je telefoon hebt staan. Maar ze verwijderen… Tja, stel je voor dat je ze toch nodig hebt. Maar ondertussen klaagt mijn dochter bijvoorbeeld dat ze geen foto’s meer kan maken, omdat het geheugen van haar iPhone vol is. Weg dus met al die onnodige apps!

Ik heb bijvoorbeeld een app waarbij je per gemeente kunt zien wat de afspraken zijn rondom de gehandicaptenparkeerkaart. Hartstikke handig leek me dat. Maar je hebt dus ook een website die precies dezelfde informatie geeft. Een website opslaan bij je favorieten neemt een stuk minder geheugen in beslag dan zo’n app.

8. De kleine lettertjes lezen als je een nieuwe app download

Ik weet het wel, dat is wel zo verstandig om te doen. Dan weet je precies wat die app allemaal voor informatie uit je telefoon haalt en kun je op basis daarvan beslissen of je die app wel wilt downloaden.

Maar ik ben zo naïef om te denken dat ik geen geheimen op mijn telefoon heb en dat het me niets kan schelen. Dus meestal kies ik toch voor het gemak van een app, ook al kost dat me wat van mijn privacy.

9. Wachtwoorden wijzigen

Nog zo één die zo verstandig is om te doen, maar ik veel te weinig doe. Nu ik dat hier geschreven heb, moet ik natuurlijk wel al mijn wachtwoorden wijzigen. Want stel je voor dat iemand heel toevallig zes jaar geleden mijn wachtwoord wist van mijn mail, dan…. Haha, nee hoor, zo erg is het niet.

10. Niet achter je telefoon verstoppen

Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik wat doelloos op mijn telefoon zit te scrollen als ik ergens aan het wachten ben. Wachtend op de metro of bus, of tot je aan de beurt bent bij de kassa.

En iedereen maar klagen dat mensen niet meer tegen elkaar praten op straat, maar alleen maar naar dat schermpje zitten te turen. Ja hoor, daar doe ik dus gewoon aan mee.

Wat neem jij qua smartphonegebruik mee als goede voornemen in 2018?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

jonge mantelzorger mantelzorg rolstoel

Vandaag is het de Dag van de mantelzorg, een dag om mantelzorgers in het zonnetje te zetten. Hiervoor is een nationaal mozaïek van mooie mantelzorgmomenten in het leven geroepen, waarbij vooral de mantelzorgers hun momenten delen. Eigenlijk zou ik dat toch andersom willen doen en delen hoe ik één van mijn mantelzorgers ervaar. Niet zomaar één, maar mijn oudste dochter.

Jonge mantelzorgers

Wist je dat een kwart van de kinderen opgroeit met een ouder, broer of zus die een lichamelijke of verstandelijke beperking heeft, ernstig of langdurig ziek is, psychische problemen of een ernstige verslaving heeft? Zo’n kind heeft andere taken en verantwoordelijkheden in huis dan andere leeftijdsgenootjes, wat ook weer invloed heeft op het kind als persoon.

Gelukkig is er vanuit mantelzorgorganisaties aandacht voor deze kinderen om te voorkomen dat ze overbelast raken of hierbij te ondersteunen. Nu ben ik niet zo bang dat onze kinderen zo snel overbelast zullen raken. We vormen een stabiel gezin met elkaar en hebben een fijn netwerk van familie en vrienden waar we terecht kunnen. En ik ben daarnaast van mening dat het hebben van EDS ook een positieve invloed heeft op ons gezin.

Lees ook: 10 redenen waarom ik mijn chronische ziekte (EDS) zie als draagkracht.

Dat neemt niet weg dat het iets is wat er zomaar extra bij komt. En er hoeft niet veel voor nodig te zijn om de weegschaal uit balans te krijgen. Het is niet te voorspellen hoe EDS bij mij zal verlopen in de loop van de jaren. Of wat er verder op ons bordje zal komen. Zo wacht ik bijvoorbeeld nog steeds op het moment dat die twee meiden van ons ècht gaan puberen.

WMO verplicht mantelzorg

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning gaat ervan uit dat je eerst vanuit je eigen netwerk kijkt waar je die ondersteuning vandaan kan halen. In de praktijk betekent dat dat er gekeken wordt naar de gezinssituatie.

Van kinderen van twaalf tot en met zeventien jaar verwacht men dat zij licht huishoudelijk werk doen, zoals opruimen en afwassen. Nu vind ik dat niet meer dan logisch, want je wil je kinderen toch ook bijbrengen dat ze voor hun eigen zooi kunnen zorgen.

Vanaf achttien jaar wordt er verwacht dat ze alle huishoudelijke taken op zich nemen en ondersteuning bieden. In de eerste plaats komt dat dan op de schouders van de partner neer, maar de meeste kinderen wonen met achttien jaar toch ook nog wel thuis.

Maar stel je voor dat je een alleenstaande ouder bent, je kind studeert en heeft een bijbaantje, omdat je nu eenmaal lastig rond kan komen van het inkomen van een ouder met beperkingen (of dat nu een uitkering is of een kleiner salaris doordat fulltime werken er niet in zit). En dan ook nog alle huishoudelijke taken erbij. Dan worden het ineens wel veel ballen om in de lucht te houden als mantelzorger. Ik vind dat niet kunnen om dat te verplichten bij jongeren die juist hun eigen toekomst zouden moeten opbouwen.

Mijn veertienjarige mantelzorger

Maar ook in onze situatie als twee-oudergezin met twee kinderen om al die taken onder elkaar te verdelen, vind ik het nogal wat om dit kinderen te verplichten.

Mijn oudste van veertien zit nu in de derde van het gymnasium, ook nog eens tweetalig onderwijs. Daar moet ze toch aardig haar best voor doen om goed mee te kunnen komen. Ze maakt flink wat uurtjes in de week vol met huiswerk.

Daarnaast voetbalt ze, om lekker sportief en in een team bezig te zijn. Toch weer twee keer per week trainen en een wedstrijd op zaterdag. Af en toe spreekt ze af met vriendinnen of gaat ze naar een feestje. En dan heeft ze nog een folderwijk op zondag, om een extra zakcentje te verdienen. Lijken mij hele normale bezigheden voor zo’n veertienjarige.

Iets minder gebruikelijk is dan dat ze die moeder met EDS heeft. Die moeder die haar niet zomaar overal en altijd naartoe kan brengen of halen. Die tijdens het shoppen of een dagje uit veel te langzaam rolt en regelmatig een duwtje nodig heeft. Die na een werkdag niet altijd puf heeft om nog te koken en waarvoor het bijhouden van de was een onbegonnen klus is.

Ze helpt dus regelmatig een handje mee. Kan prima zelfstandig koken, doet de was, haalt boodschappen, brengt het vuilnis weg, vlecht het haar van haar zusje en bekommert zich om haar moeder bij uitstapjes.

Maar al die eigen bezigheden zullen zich alleen maar uitbreiden naarmate ze ouder wordt. En de taken in het huishouden die ik moeilijk uit kan voeren alleen maar meer.

Mantelzorg als maatschappelijke stage?

Op de school waar die dame van ons zit, hebben ze een verplichte maatschappelijke stage van dertig uur, buiten schooltijd. Het doel hiervan is dat ze kennis maken met én een onbetaalde bijdrage leveren aan de samenleving (vrijwilligerswerk). Het draait om een zinvolle bijdrage leveren, wederzijds begrip en maatschappelijke samenhang creëren. Hiermee leren de kinderen samenwerken en verantwoordelijkheid nemen.

Hartstikke mooi dat die school daar het belang van inziet natuurlijk!

Nu had mijn dochter al twee evenementen gezien waar ze zich voor aan zou willen melden, maar daarmee zou ze zelfs ruim boven die dertig uur komen. Waar moet ze die tijd vandaan halen? En als ik dan kijk naar die doelen, dan werkt ze daar als mantelzorger ook al aan.

Het leek mij dus wel een goed idee om het mantelzorgen als maatschappelijke stage in te zetten. Naast één van die leuke evenementen waar ze graag bij wil helpen natuurlijk. En daarin ben ik niet de enige. In één van mijn lotgenotengroepen op Facebook zag ik dat een andere moeder hetzelfde idee had. Uit de reacties van anderen kwam dat sommige scholen dit niet goedkeuren, anderen alleen bij een ander thuis en weer een ander wel gewoon in het eigen huis.

Bij het mantelzorgen in een stage verpakken gaat het mij er niet zozeer om al de taken die ze al uitvoert ‘gecompenseerd’ te krijgen. Ik denk dat het goed voor haar is om zich er bewuster van te worden. Wat is nu vanzelfsprekend en wat valt onder mantelzorg? Hoe zou dit er in de toekomst uitzien wanneer mijn lijf nog meer achteruit is gegaan en zij met haar achttien jaar verplicht wordt om nog meer in huis te helpen? In hoeverre lever je een bijdrage aan de maatschappij als het alleen om je eigen moeder gaat?

Wat dat betreft heeft ze misschien wel de pech dat die moeder van haar zo graag de juf uithangt. 😉

Hoe denk jij over kinderen als mantelzorgers? Zou dit volgens jou in een maatschappelijke stage passen?

borduursels borduurpatronen borduurmachineTerwijl ik dit artikel aan het typen ben, borduur ik een cadeautje voor mijn neefje. Tegelijkertijd? Ja hoor, tegelijkertijd. Tien vingers op mijn toetsenbord en af en toe kijk ik vanuit mijn ooghoek naar hoe de naald het garen door de stof haalt.

Ik heb namelijk de luxe van een borduurmachine. Heb er ooit mijn dertiende maand aan uitgegeven en sindsdien is het een leuke, maar vrij prijzige hobby. Al moet ik zeggen dat ik er al een tijdje niet zoveel mee gedaan heb. Maar met een neef die niet alleen alweer zeven jaar wordt, maar ook nog eens zijn zwemdiploma heeft gehaald, vond ik het wel weer eens tijd om die borduurmachine onder het stof vandaan te halen. Wat ik voor hem heb gemaakt, hou ik nog even een verrassing (stel je voor dat hij toevallig even met zijn moeder meekijkt hier), maar vanavond zal ik een fotootje delen op Instagram.

Overigens is het natuurlijk niet echt voor luie mensen, dat borduren met een borduurmachine. Het blijft nog een behoorlijke klus met het inspannen van het raam, verwisselen van het garen, enzovoort. Maar met de hand borduren, daar zijn mijn handen gewoon niet voor gemaakt. Dit is een stuk gemakkelijker!

Namen of teksten borduren

Dit is één van de eenvoudigste klusjes op mijn borduurmachine. Er zitten namelijk een aantal lettertypes op, waarmee je met het touchscreen de namen mee kunt intikken.

Zo heb ik al heel wat slabbetjes geborduurd als kraamcadeautje en heel wat vriendinnetjes van mijn dochters blij gemaakt met een etui of tasje met naam als cadeautje bij een kinderfeestje. Eén keer heb ik voor de drie kleuterjuffen alle namen van de kleuters op een kussenhoes geborduurd. Maar dat was toch wel een klus die ik iets onderschat had… Daar zaten aardig wat uurtjes in.

Met langere teksten of wanneer ik een ander lettertype wil gebruiken, gebruik ik overigens de software die ik op mijn laptop heb.

Borduursoftware

Misschien kun je de tasjes die ik heb gemaakt voor de crowdfunding van mijn dansrolstoel nog herinneren. Hier had ik het logo van Misiconi van een digitaal plaatje naar een borduurbestand omgezet.

Het leuke is dat je dit met bijna elk plaatje wel kunt doen. Zo heb ik bijvoorbeeld mijn kinderen weleens een tekening laten maken op de Ipad en dit omgezet naar een borduurpatroon. Dat borduurpatroon gaat op een usb-stick en die gaat weer in de borduurmachine.

Heel erg gedetailleerde plaatjes komen er niet superstrak uit. Daar heb ik niet de professionele spullen voor.

Borduurpatronen online kopen

Voor echt de mooiste resultaten koop ik mijn borduurpatronen online. Ik ben helemaal fan van Urban Threads, die alles behalve truttige borduurpatronen heeft. Zo heb ik een aantal alfabetten in een mooi lettertype daar aangeschaft, best wel wat steampunk borduurpatronen en nog veel meer.

Als ik er weer eens één heb gekocht, zet ik ‘m meteen op een Pinterest bord, zodat ik daar eens doorheen kan bladeren als ik op zoek ben naar iets. Ik heb ook nog lang niet alles geborduurd van die verzameling.

Het gaat ook zo gemakkelijk. Je klikt aan in welke maat je het borduurpatroon wil hebben, betaalt met Paypal en je kunt het borduurpatroon meteen downloaden. En daardoor maakt het ook niet uit of je het nou in de VS of in Duitsland of waar dan ook koopt, het is meteen binnen.

Leuke projectjes

Behalve die namen ergens op borduren, kun je nog veel meer met een borduurmachine. Zo heb je ‘in the hoop’ borduurpatronen, waarbij je bijna geen naaimachine meer nodig hebt. Het borduurpatroon bestaat dan uit verschillende delen, vaak een voor- en achterkant. En vervolgens worden die delen ook met de borduurmachine aan elkaar gemaakt. Hier heb ik bijvoorbeeld de poppetjes mee gemaakt die je boven in de foto ziet.

En ik heb een periode gehad dat ik verslaafd was aan kant maken. Dat ziet er zo bijzonder uit. Je borduurt het patroon op een stuk oplosbare steunstof. Als het borduurpatroon klaar is, houd je het onder de kraan en dan blijft alleen een uniek stukje kant over.

Patches zijn ook erg leuk om te maken en weg te geven. Hier heb je ook kant-en-klare borduurpatronen voor. En op de borduurmachine zelf zitten wat standaard vormen die je hiervoor kunt gebruiken, bijvoorbeeld in combinatie met een tekst. Ik bedenk me nu ineens dat ik best met dat nieuwe logo een leuke patch zou kunnen maken.

Als ik mezelf heel erg wil uitdagen, dan verwerk ik een herhalend borduurpatroon in een jurk die ik aan het maken ben. Dit is toch wel een gepuzzel om het mooi uit te laten komen. Het is dan ook alweer een poos geleden dat ik dat gedaan heb.

Wat zou jij allemaal borduren als je een borduurmachine had?

Ik was er vroeger gek op, die geschiedenislessen. Het zal er vast ook wel mee te maken hebben gehad dat ik meestal wel een toffe geschiedenisleraar had, die z’n best deed er een leuke les van te maken. Maar het luisteren naar de verhalen en het in je kop stampen van de jaartallen vond ik ook leuk.

Zo anders dan mijn studenten, die ik meestal niet warm krijg voor zo’n les in wat allemaal al geweest is. Nu is er bij de opleiding Pedagogisch Werk waar ik lesgeef geen maandenlange reeks met geschiedenislessen over de kinderopvang, dus dat scheelt. Maar bij gebrek aan uitdagende opdrachten om in de theorie te duiken, bleef ik al een paar jaar hangen in dezelfde opdracht: ‘Zet de begrippen op de juiste plaats in de tijdlijn.’

Maar deze week had ik wat meer tijd om mijn les voor te bereiden en heb ik het in een ander jasje gegoten.

Voorbereiding geschiedenisles

  • Omdat het boek uit de studiewijzer niet op de boekenlijst van de studenten stond, kon ik beginnen met het kopiëren van de lesstof. En om zo min mogelijk papier te verspillen, heb ik geknipt en geplakt tot ik drie A4 op één A4 kreeg. Alleen maar tekst, zonder plaatjes dus.
  • De belangrijkste gebeurtenissen/ wetten/ regelgeving/ begrippen uit de tekst heb ik zo kort mogelijk overgetypt in een tabel en uitgeprint. Liefst zelfs afgekort, als het een gebruikelijke afkorting is.
  • De vakjes met begrippen heb ik uitgeknipt, zodat ik uiteindelijk achttien kaartjes had. Ik had nog een restje magnetisch plakband, maar gewoon plakband of losse magneetjes doen het ook prima hierbij.
  • Een paar kaartjes heb ik tot bonuskaartjes omgedoopt. Bij de ene was het jaartal niet terug te vinden in de tekst en zou deze dus gegokt moeten worden. De andere was helemaal niet in de tekst terug te vinden, omdat het om een nieuwe wet ging, die we de week ervoor behandeld hadden.
  • Tot slot heb ik een paar buzzers erbij gepakt. Daar hadden we meer dan genoeg van, maar uiteindelijk had ik er maar drie gebruikt, omdat ik vergeten was de anderen van batterijen te voorzien. Gelukkig was het maar een klein klasje.

Het spel

  • Terwijl de studenten de uitgedeelde tekst lazen en met highlighters aan de slag gingen, tekende ik de tijdlijn op het bord. Niet helemaal in proporties zoals je ziet, maar met genoeg ruimte voor de kaartjes.
  • Vervolgens de spelregels uitgelegd:
    • Als een groep weet welk jaartal er bij het door mij opgelezen en omhoog gehouden kaartje hoort, mag er op de buzzer gedrukt worden.
    • De groep die het eerst heeft gedrukt, mag het kaartje op de tijdlijn plaatsen. Hangt het goed, dan mogen ze het begrip toelichten. Hangt het verkeerd, dan krijgen de andere groepen een kans (wie het eerst drukt op mijn teken).
    • Goed opgehangen is één punt, een goede toelichting in eigen woorden is nog een punt erbij.
    • De groep met de meeste punten wint.

geschiedenisles kinderopvang spel

Resultaat van de geschiedenisles

Deze les gaf ik aan een kleine, maar behoorlijk drukke en enthousiaste klas. Eigenlijk vond ik het na twintig minuten wel weer tijd voor wat anders, maar de klas wilde doorgaan tot alle kaartjes op waren. Uiteindelijk zijn we er dik een half uur aan kwijt geweest.

Door het spelelement werden sommigen zo hyper en luidruchtig, dat het me nog meeviel dat er geen collega’s kwamen klagen.

Wat me opviel, was dat veel studenten moeite hadden met het vertalen van ‘de 19e eeuw’ uit de tekst naar de tijdlijn op het bord. Dit kwam bij een stuk of drie kaartjes voor en elke keer werd het verkeerd opgehangen en heb ik het opnieuw uitgelegd hoe het werkt.

Het uitleggen in eigen woorden was ook een lastige. Het kunnen vinden in de tekst lukte prima. Maar vervolgens ook begrijpen en uitleggen wat er dan in die tekst staat, is een ander verhaal. Afkortingen die in de tekst niet afgekort waren, kostten ook behoorlijk wat moeite om gevonden te worden. Behalve als ze ze bij andere vakken al eens besproken hadden, zoals VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie).

De bonuskaartjes waren ook lastiger dan ik had ingeschat. Zelfs toen er nog maar één specifiek jaartal over was en maar één kaartje, werd het verkeerd opgehangen. Maar het meest teleurstellend was toch wel dat echt niemand het kaartje herkende van de les van vorige week, haha!

Conclusie?

Deze meiden zijn niet zo van de theorie, maar met een beetje stimulans krijg je ze allemaal actief met hun neus in de lesstof. En met wat herhaling (ook bij andere vakken) blijft het wel hangen.

Als het aan de klas ligt, doen we elke week zo’n spel. Of ik er nou op zit te wachten om elke keer zo’n stel joelende meiden voor m’n neus te hebben. Ik weet het niet hoor. Later in de les hebben ze heel rustig en geconcentreerd een mindmap gemaakt, dat beviel me net iets beter.

En omdat iedereen wel mee kan praten over onderwijs:

Wat maakt voor jou een theoretische les minder saai?

vriendschap

Ach ja, je hebt weleens van die momenten dat je teveel nadenkt over iets wat zo vanzelfsprekend lijkt. En dan tijdens zo’n slapeloze nacht lig ik daar dan weer over te malen.

Vriendschap een illusie? Nee, zo denk ik er echt niet over. Ik heb een aantal goede vriendinnen die echt al vanaf mijn jonge jaren meegaan. Maar wat maakt een vriendschap dan sterk? Wat telt er wel of niet mee?

7 x totaal onbelangrijk in een vriendschap

  1. Uiterlijk: Echt, het kan me niets schelen of je er nu elke dag compleet gestyled bijloopt of juist in je ouwe kloffie over straat gaat. En het hoeft ook echt niet mijn smaak te zijn, het is maar de buitenkant!
  2. Afkomst: Ik wil niet zeggen dat mijn vriendengroep enorm divers is, het is ook maar net wie je tegenkomt in je leven. Maar ik kies ze niet bewust uit op waar hun roots liggen.
  3. Geloof: Islam, Christendom, Boeddhisme, whatever. Voor mij is het allemaal één pot nat. En zolang de ander mij niet probeert te bekeren, maar ook weer niet vies is van een discussie over het één of ander, kunnen wij best vriendjes zijn.
  4. Politieke voorkeur: Anders dan wanneer het gaat om het geloof, ben ik geen fan van politieke discussies. Hier heb ik namelijk wèl een mening over en soms wil ik het gewoon liever niet horen als die mening van een vriend of vriendin totaal afwijkt van die van mij, haha. Maar dat betekent niet dat we geen vrienden kunnen zijn, omdat we hier anders over denken. Zelfs mijn man en ik zijn elkaars tegenpolen als het om politiek gaat.
  5. Beperkingen: Via social media en bijeenkomsten met lotgenoten wordt het aandeel vrienden met een beperking wel steeds wat groter. Het is ook fijn om ervaringen te delen met anderen die precies snappen wat je bedoelt. Maar ik moet er ook weer niet aan denken om alleen maar vrienden te hebben die hetzelfde mankeren als ik. Wie moet er anders een wijntje bij de bar halen als ik met mijn rolstoel niet door de mensenmassa kom? 😉
  6. Opleidingsniveau: Eigenlijk had ik hier nooit eerder bij stilgestaan dat dit een ding kon zijn. Tot ik ooit een collega had die zei dat ze alleen hoger opgeleiden in haar vriendenkring had, met een toon alsof mbo’ers minderwaardig zijn. Ik heb het geluk hierin een diverse vriendenkring te hebben die elkaar in kennis en ervaring mooi aanvullen.
  7. Interesses: Misschien is daarom mijn vriendenkring wel zo breed, er is niemand die precies alles wat ik leuk vind, ook leuk vindt. En waar ik met de één een bandje ga bezoeken, ontmoet ik de ander bij een fantasy festival. Via het dansen heb ik een hoop leuke mensen leren kennen, maar sommige van mijn beste vriendinnen hebben mij nog nooit zien optreden.

7 x totaal belangrijk in een vriendschap

Ik moet nu ineens aan die reclame denken: ‘Doe mij maar een kapseltje.’ Maar zo makkelijk ben ik ook weer niet als het om vriendschap gaat. Er zijn toch wel een aantal dingen die ik erg belangrijk vind.

  1. Iets voor een ander overhebben: Dan bedoel ik niet zozeer materiële dingen, maar bijvoorbeeld ruimte in je agenda maken voor de ander. Dat doe ik graag voor mijn vriendinnen en waardeer het ook als de ander dat doet.
  2. Gelijkwaardigheid: Het kan niet zo zijn dat in een vriendschap één iemand alles bepaalt. Of neerkijkt op een ander. Ieders aandeel is even groot en belangrijk.
  3. Andermans kwaliteiten waarderen: Ik vind het geweldig om bijvoorbeeld te zien hoe mijn vriendinnen als moeder zijn, hoe ze uitblinken in hun werk of hobby. Dan kan ik alleen maar trots op ze zijn, als vrienden gun je elkaar dit toch? Jaloezie in een vriendschap lijkt mij maar ongezond.
  4. Inleven in de ander: Met al die verschillende achtergronden kun je niet altijd letterlijk weten hoe de ander zich voelt. Maar een beetje empathie helpt dan wel mee om je bij goede vrienden voor te stellen hoe ze zich in een situatie voelen. Door ernaar te vragen en voort te bouwen op de ervaringen die je al eerder gedeeld hebt met elkaar.
  5. Vertrouwen: Als vrienden onder elkaar moet je erop kunnen vertrouwen dat de gevoelens en meningen die je met elkaar deelt, ook tussen jullie blijven. Maar ook bij het nakomen van afspraken wil ik op de ander kunnen bouwen.
  6. Eerlijkheid: Ik word liever gekwetst door iemands eerlijkheid, dan door iemands achterbaksheid. Bij mij kun je ervan op aan dat wat ik zeg, ook datgene is wat ik denk en wat ik zou zeggen als je er niet bij bent. Dat is ook wat ik van vrienden verwacht.
  7. Een klik hebben: Tja, zonder die klik kun je net zo goed ‘alleen maar’ collega’s of buren zijn. Je moet het wel naar je zin hebben bij elkaar! Het beste voel je die klik als je elkaar een lange tijd niet hebt gezien en het aanvoelt als vanouds.

Het lijkt zo simpel, een vriendschap. Ik kan er blijkbaar zo een artikel mee vullen met wat ik wel en niet belangrijk vind.

Maar toch loopt het weleens mis. En wanneer besluit je er een punt achter te zetten? Of is het beste maar vergeten en vergeven? Daar ben ik nog niet zo goed in, ik weet gewoon niet altijd wat het beste is. Helemaal vergeten vind ik lastig. Maar als het te verklaren is waardoor het mis is gelopen en te voorkomen is dat dit nog eens gebeurt, ben ik niet te beroerd om een ander te vergeven.

En net als met alles in een vriendschap geldt: het moet wel van twee kanten komen.

Wat vind jij wel of niet belangrijk in een vriendschap?