Berichten

#IkBlijfThuis thuiswerken online lesgeven

We zijn alweer even bezig met het online lesgeven en ik begin er zowaar wat routine in te krijgen. Elke school en elk team lijkt dit weer anders aan te pakken. Op zich kan ik me goed vinden in de manier waarop wij het als team aanpakken, maar ideaal is het zeker niet.

Los van elkaar, maar onderwijs is nog steeds teamwork

In de eerste week dat studenten niet meer op school kwamen, waren er nog wel wat collega’s die op de locatie zelf werkten. Inmiddels is vorige week ook het schoolgebouw gesloten en werkt iedereen vanuit huis. En dat was echt wel even wennen. Ineens heb je vrijwel alleen maar contact met elkaar als het over werk gaat. Voor ditjes en datjes ga je niet zo snel even iemand bellen als je niet weet of diegene druk aan het werk is. Terwijl je dat normaal wel deed als je bij elkaar in de docentenkamer zat.

Nu heb ik al een keer met een collega afgesproken om in de lunchpauze samen pauze te houden en te kletsen via videobellen. En elke ochtend hebben we als team een check-in waar ieder teamlid (dat die dag werkt) ruimte krijgt om te vertellen hoe het gaat en we met elkaar kunnen afstemmen. Dat is wel fijn zo, naast al het zakelijke.

Ondanks de afstand zijn de lijntjes nog steeds kort. Docenten brengen de slb’er (studieloopbaanbegeleider) op de hoogte als studenten meerdere keren afwezig zijn of opdrachten niet maken. In de eerste week was al geïnventariseerd welke studenten thuis geen laptop hadden en zijn deze door school in bruikleen gegeven. Wie wel of geen stage loopt, alles is in kaart gebracht door de slb’ers.

Als examenleider nodig ik mezelf nog weleens uit om bij anderen in de les aan te haken, vooral om vragen te beantwoorden. En ook online gaat dat vrij makkelijk. En buiten de lessen weten we elkaar te vinden via chat of videobellen in Teams.

Online studenten begeleiden

Het rooster is wel iets uitgedund nu we de lessen online moeten geven. Maar in principe komen alle vakken wekelijks terug. De check-in met de slb’er is om 10 uur en om 11 uur starten de lessen. Zelf heb ik vier klassen die ik lesgeef, elke werkdag één (woensdag ben ik vrij), in totaal acht lesuur per week.

De twee derdejaars klassen geef ik vooral begeleiding bij examens. Nu ligt de afname van de examens even stil, maar ze zijn wel met het uitwerken van verslagen bezig. Ik ben tijdens de les vooral beschikbaar via chat of videobellen en geef de studenten feedback op hun werk.

Eerst was het erg onduidelijk welke examens wel of niet doorgingen en hoe dan, dus was het echt een vragenuurtje. Nu bijna alle examens opgeschort zijn, is het wat rustiger. Maar ik vermoed dat dat zo weer om kan slaan als er weer nieuwe besluiten worden genomen vanuit de overheid en/of directie.

Online theorielessen geven

Dan heb ik ook nog een eerstejaars en tweedejaars klas die ik lesgeef in beroepsgerichte theorievakken. Daar heb ik inmiddels een beetje een vaste structuur in gevonden.

Nadat de studenten zijn binnengedruppeld in de online les, zetten ze zelf hun microfoon uit als ik start met de instructie. De meeste studenten hebben hun camera al uit staan. Ik begin met een terugblik op de vorige les, wat me is opgevallen uit de opdrachten die ik bekeken heb. Daarna uitleg over een stukje theorie en de opdrachten waar ze aan kunnen werken. Bij elkaar zo’n 20 a 30 minuten, afhankelijk van de vragen die studenten stellen. Als ze snappen wat ze moeten doen, mogen ze ophangen en aan de slag. En anders kunnen ze blijven hangen voor extra uitleg.

Meestal zet ik die opdrachten klaar in Teams en leveren ze die aan het einde van de les in. Maar ik heb ook wel eens een les waarbij ze niet iets hoeven uit te schrijven, maar in groepjes aan de slag gaan. Dan vraag ik ze aan het einde van de les om een mondelinge terugkoppeling van elk groepje.

Ook als ze aan opdrachten werken, ben ik via chat en videobellen beschikbaar voor vragen. Daar wordt veel gebruik van gemaakt en studenten waarderen de hulp. Tot nu toe lukt het me ook om binnen een week feedback op hun gemaakte opdrachten te geven. Via Teams is meteen zichtbaar wie ingeleverd heeft en welke opdrachten al beoordeeld zijn. En de feedback die ik individueel geef, verzamel ik weer als input voor mijn volgende les. Extra huiswerk geef ik niet, ik verwacht dat ze in de les echt ervoor gaan en de opdrachten zoveel mogelijk af proberen te krijgen. Is het niet af, dan verwerk ik dat in de volgende les.

Online lesgeven noodzakelijk, maar niet te vergelijken met gewoon lesgeven

Binnen de mogelijkheden die we nu hebben, denk ik dat we goed bezig zijn als team. Studenten worden door ons gezien, ze weten ons te vinden als ze hulp nodig hebben. En het leren staat niet stil, studenten krijgen lesstof aangeboden en feedback op hun gemaakte werk.

Maar het blijft maar een noodmaatregel, dit is echt niet de ideale situatie. Ik kan lang niet alle lesstof kwijt in een online les en je kan van studenten ook niet verwachten dat ze een hele dag lang via een scherm de lesstof tot zich nemen.

Als studenten hun camera en microfoon uitzetten bij een online les, is dat wel lekker rustig, maar tegelijkertijd hoor en zie ik dus totaal niet waar ze mee bezig zijn. Het is dan net of je tegen een muur aan het praten bent. In een klaslokaal kan ik veel meer inspelen op hoe studenten zich gedragen en ze erbij betrekken als ik zie dat ze afdwalen. Sowieso is het in een klaslokaal makkelijker om voor afwisseling te zorgen en te switchen van klassikaal lesgeven naar individueel of in groepjes en terug.

En voor zowel studenten als docenten komen er in één keer een hoop extra vaardigheden bij die ze moeten beheersen om het afstandsonderwijs te doen slagen. Niet iedereen zit daarbij op hetzelfde niveau. Daarnaast heeft niet iedereen thuis de mogelijkheden om rustig te kunnen studeren.

Op zich zie ik nu ook wel mogelijkheden die ik meer wil gaan gebruiken als we weer op school les gaan geven. Het werken in Teams bevalt me bijvoorbeeld erg goed. Daarbinnen communiceren en informatie delen met verschillende groepen houdt mijn mailbox ook een stuk opgeruimder.

Inmiddels dus iets minder druk en chaotisch dan wat ik vorige week schreef over het thuisblijven en thuiswerken. Maar ik hoop toch dat de situatie snel weer verantwoord genoeg is om gewoon weer op school les te kunnen geven!

#IkBlijfThuis thuiswerken

Je kunt er niet meer omheen, Corona is inmiddels overal en iedereen moet zich aanpassen. En welke beslissingen er ook genomen worden door het kabinet, het blijft gewoon naar. Ik wil het er dan ook niet over hebben welke keuzes de beste zijn, dat laat ik liever aan anderen over. Waar ik het wel over wil hebben, is wat dit alles met mij doet. Want ik had niet kunnen voorzien dat het zo’n impact op me zou hebben als docent/moeder met EDS.

EDS als kwetsbare groep

Vrijdag kreeg ik een mail van de patiëntenvereniging VED dat we met EDS extra alert dienen te zijn en als kwetsbare groep gezien worden. Daarbij gaat het vooral om aandoeningen die vaak samengaan met EDS, de precieze risico’s zijn niet bekend. Daarnaast las ik een artikel over het Coronavirus en dysautonomie, waarbij ook benadrukt werd om extra voorzichtig te zijn.

Eigenlijk zag ik mezelf nooit zo als kwetsbaar persoon. Op zich heb ik voor iemand met EDS best een aardige weerstand. Maar ik ben daar toch aan gaan twijfelen. Op het moment dat ik mijn lijf overbelast, heb ik meer klachten, ook gekoppeld aan dysautonomie. Dan ben ik ook vatbaarder voor een verkoudheid of griep.

Dus ik blijf thuis. Sinds vrijdagavond heb ik alleen nog maar ‘live’ contact met mijn eigen gezin, de rest online. Zelfs niet voor een boodschapje naar buiten. En ik vind dat zwaar.

Er zijn veel EDS-lotgenoten of andere mensen met een beperking of chronische ziekte die het wel gewend zijn om minder contact met buiten te hebben. Xandra schreef hier ook al over in het artikel Hoe help ik ook na Corona mensen die gedwongen thuis zitten? Voor mijn gevoel kan ik me nu met dat thuiszitten beter inleven in die mensen. Maar ik vraag het me af of dit ook echt geldt voor mensen die niet binnen een kwetsbare groep vallen of hiermee te maken hebben. Ik zie nog zoveel grappig bedoelde memes en berichtjes voorbijkomen, ik heb niet het idee dat die mensen echt de risico’s zien en voelen. Zij gaan nog steeds gewoon naar hun werk, hamsteren wc-papier en vinden het prima als alleen de zwakkeren van de samenleving doodgaan aan Corona.

En dat voelt alsof ons leven minder waard is. Niet de moeite waard om je aan strakke maatregelen te houden. Dat doet pijn.

Sociaal contact mijden

Had ik net een goede balans gevonden in mijn belastbaarheid van waaruit ik weer andere leuke activiteiten kon ondernemen, nu kan daar een streep door. Geen familiebezoekjes meer, niet meer uitgaan met vriendinnen, geen dansles meer, niet meer naar de dierentuin. En de meedenkgroep over onderwijs van Iederin, waar ik me nog maar net bij gevoegd had, werd afgezegd. Ook een studiedag van een toneelacademie waar ik als spreker was uitgenodigd, ging niet door. Allemaal leuke dingen waar ik energie van krijg die ik nu moet missen.

Ondertussen heb ik twee jonge meiden in huis die ik ook moet afremmen. Zij missen die sociale contacten net zo goed. Het lukt me ook niet om ze echt helemaal thuis te houden. Sowieso zijn zij nu degene die boodschappen moeten doen, dus ze moeten wel af en toe de deur uit. En de oudste wordt nog steeds bij haar bijbaantje in de snackbar verwacht.

Ze snappen de maatregelen wel en houden zich ook aan de 1,5 meter afstand. Maar alleen even wat zelfgemaakte baklava afgeven bij hun opa’s en oma’s resulteerde toch weer in daar blijven hangen en bijkletsen.

Thuiswerken als docent en examenleider

Deze eerste week dat de scholen dicht zijn, is het enorm druk voor ons als docenten. Er moet van alles geregeld worden rondom de lessen en examens. Gelukkig ben ik zelf vrij handig in het vinden van mijn weg online en vooral in Teams. Maar om het hele team zover te krijgen dat iedereen het snapt, dat kost ook tijd. We hebben dan ook maandag en dinsdag gebruikt om hier met elkaar vaardiger in te worden en van alles voor te bereiden.

Wat lessen betreft ben ik er klaar voor om morgen te starten met het online lesgeven aan studenten, ook weer via Teams. Een gezamenlijke start met de klas door middel van online vergaderen/videobellen, opdrachten waar studenten thuis mee aan de slag kunnen en digitaal kunnen inleveren en volgens een aangepast rooster beschikbaar zijn via chat of videobellen. Niet ideaal en ik kan lang niet alle lesstof op deze manier overbrengen, maar het is te doen.

De examens zijn een ander verhaal. De beslissingen die daarover genomen worden, kunnen veranderen per dag. Praktijkexamens kunnen echt niet doorgaan, omdat onze studenten in de kinderopvang en het basisonderwijs stage lopen, wat nu ook bij veel stopgezet is. Theorie-examens worden lastig, omdat er afgesproken is dat er maar vijf personen tegelijk in een lokaal mogen en er te weinig docenten op de locatie zijn. Mondelinge examens via videobellen afnemen, vraagt ook weer veel voorbereiding.

En dit alles vanuit huis moeten regelen en afstemmen, is echt niet te doen. Telefoontjes en mails gaan door tot ver na mijn werktijd en ik kan het niet laten liggen. Urenlang overleggen via een beeldscherm is ontzettend vermoeiend. Een ergonomische werkplek heb ik ook niet echt thuis en aan het einde van mijn werkdag ben ik helemaal op. Mijn hoofd en lijf zijn moe en pijnlijk. Ik hoop echt dat het volgende week allemaal wat meer op orde is, zodat het me wel gaat lukken om binnen mijn grenzen te blijven.

Scholen dicht, dus ook de kinderen thuis

Ja, je dacht dat dit het was. Nee joh, bovenop al dat extra werk vanuit huis, het mijden van sociale contacten en het minderwaardige gevoel wat ik meekrijg vanuit de samenleving, moet ik ook nog gewoon moeder zijn. Het werk van mijn man gaat gewoon door, maar gelukkig is hij wel snel thuis doordat het rustiger is op de weg. Met de scholen die nu dicht zijn, betekent dat dus dat ik die twee meiden van ons thuis aan het werk moet zetten.

De oudste van zestien maakt zo haar eigen plan en zorgt zelf wel voor afwisseling in haar dag. Maar de jongste van dertien kan gerust de hele dag op haar telefoon zitten als je haar niet bijstuurt. En met alle drukte van mijn werk, gebeurt dat dan ook langer dan ik zou willen. Ik gun ze hun uitslaapmomentje wel, ook zodat ik in die tijd rustig kan overleggen met collega’s. Maar daardoor missen we een gezamenlijke start van de dag waarbij we hun bezigheden kunnen plannen.

Vandaag ben ik vrij en vandaag krijgen zij ook meer instructies vanuit hun school. Dus ik ga er vanuit dat we er nu wel weer wat meer structuur in krijgen en meer gedaan krijgen samen. Maar de afgelopen dagen voelde ik me wel een beetje een flutmoeder.

Online verbinding zoeken

Toch nog even iets fijns als afsluiter. Want er zijn genoeg initiatieven van mensen die wèl de groepen zien met wie het nu minder goed gaat. Die zich inzetten voor mensen die kwetsbaar of eenzaam zijn, die meedenken wanneer mensen inkomsten moeten missen.

En waar ik persoonlijk erg blij van wordt, is dit filmpje dat Jordy Dik en Manouk Schrauwen in elkaar hebben gezet met verschillende dansers. Zo hebben we toch samen kunnen dansen en kunnen we dit delen met anderen, maar dan op afstand.

Hoe gaat het bij jou in deze dagen van sociale afzondering? Ben je al gewend of komt er ook zoveel op je af? En waar word jij blij van?

Toetsenbord met flexzi rolstoelbevestiging

Sinds deze maand staan er weer wat meer theorielessen in mijn lesrooster. Heel fijn, want het overdragen van kennis vind ik nog altijd leuker dan achter de schermen met examens bezig te zijn. Maar het was wel weer even inkomen en aanpassen. En zo kwamen er weer twee gadgets bij om het mij wat gemakkelijker te maken: een draadloos toetsenbord en een Flexzi.

Lesgeven met behulp van een Smartboard

Inmiddels hebben we in alle lokalen Smartboards. Hierbij kun je je laptop koppelen aan het bord en vervolgens via het touchscreen het bord gebruiken. Alleen kan ik er vanuit mijn rolstoel niet goed bij. Wel om dia’s door te schuiven, maar niet om iets op het bord te schrijven.

Ik had tijdens een workshop al eens gevraagd of er geen draadloos systeem was, zodat ik via mijn laptop op schoot het bord kon bedienen. Maar dat was er niet en het zou nog lang duren voor zoiets goed getest en beveiligd zou zijn. Dus de laptop moet gewoon via het kabeltje met het bord verbonden zijn. En dat kabeltje is maar kort en zit in de hoek van het lokaal.

Vanuit mijn rolstoel heb ik al een beperkter zicht over de klas, omdat ik lager zit dan wanneer je staand lesgeeft. Daarnaast is het bij onze doelgroep (mbo niveau 3 en 4) nodig om zelf actief te zijn om de klas actief te krijgen. Lesgeven vanachter een bureau in de hoek werkt dan toch niet fijn. Ik wil graag zo dicht mogelijk bij de studenten kunnen komen, ook heen en weer kunnen gaan van bord naar student, om ze betrokken te houden.

Het Smartboard is een hartstikke fijn hulpmiddel, zeker met de software die erbij zit om interactieve presentaties te kunnen geven. Maar zo vanuit mijn rolstoel kan ik er dus niet optimaal gebruik van maken.

Draadloos toetsenbord en Flexzi

Bij onze ICT helpdesk had ik al de vraag gesteld of ze mee wilden denken over een oplossing. Daar kwam nog geen antwoord op en ineens had ik zelf een ingeving. Waarom geen draadloos toetsenbord op schoot? Dan kan mijn laptop verbonden aan het kabeltje in de hoek blijven en kan ik via dat toetsenbord op het bord schrijven.

Dus ik gooide mijn idee in de Wheelchairmafia groep en kreeg daar nog meer tips. Onder andere om een laptoptafel/schoottafel te gebruiken om het toetsenbord stabiel op schoot te kunnen leggen. Maar ook een tip over de Flexzi, een standaard met klittenbandbevestiging (onder andere voor tablets) die met een stevige klem aan een rolstoel of tafel bevestigd kan worden.

Na weer wat googelen vond ik de Nederlandse webwinkel van stichting Edupro die niet alleen de Flexzi verkoopt, maar ook een enorme keuze heeft aan toetsenborden, geschikt voor verschillende handicaps. Ik mocht de combinatie van een klein toetsenbord en de Flexzi 2 uitproberen, voordat ik zou beslissen om tot de koop over te gaan.

Het is even wennen om schuin voor het bord te staan en dan met een tracking ball de cursor over het bord op de goede plek te krijgen. Zo vergevorderd is mijn oog-handcoördinatie nog niet. Maar nu na een weekje oefenen gaat het al beter dan de eerste keer. Dus dat komt vast goed.

Behalve een tracking ball zitten er ook een wieltje om te scrollen en de ‘muisknoppen’ op het toetsenbord. Ik heb expres voor een toetsenbord gekozen met een wat bredere rand, zodat ik er ook met mijn handen op kan leunen zonder allerlei toetsen in te drukken. En dat alles bevalt goed!

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Vergoeding door UWV?

Nog een tip dit ik kreeg, was om het via UWV te regelen, zodat zij het zouden vergoeden. In de periode dat ik het van stichting Edupro mocht uitproberen, heb ik dan ook een aanvraag ingediend bij UWV. Binnenkort komt er iemand langs om te zien hoe het voor mij werkt en of ze het eventueel gaan vergoeden. Wel was me al verteld dat UWV normaal gesproken geen toetsenborden vergoedt.

Bij dit toetsenbord en de Flexzi gaat het niet om zulke grote bedragen als de O4 rolstoel die ik via het UWV gekregen heb. Ik weet dat mijn werkgever ook bereid is om deze hulpmiddelen te betalen. En mocht dat niet zo zijn, dan zou ik het er wel voor over hebben om het zelf aan te schaffen.

Dus het is even afwachten hoe dit uitpakt, maar ik ben in ieder geval al blij met mijn nieuwe toetsenbord en Flexzi die mij helpen bij het lesgeven.

*Edit* Inmiddels is er iemand van het UWV langs geweest. Zij was ook enthousiast en zowel de Flexzi als het toetsenbord gaan vergoed worden. Heel fijn dit!

Heb jij ook zulke handige gadgets die jou helpen in je werk, hobby of huishouden?

statief samsung lenovo yoga olympus pen visitekaartjes

Nou, 2019 was best een goed jaar voor mij. Ik werd 40 en ook mijn kinderen maakten stappen richting het volwassen worden. Voor 2019 wilde ik dat mijn werk weer haalbaar werd om te kunnen doen en daarnaast nog wat leuke dingen plannen. Deze vier doelen had ik een jaar geleden bedacht:

1. Een goede stoel (of stoelen) op mijn werk

Al een poosje was ik met mijn ergotherapeut bezig om een stoel te vinden waar ik tijdens mijn werk goed op kon zitten en me mee kon verplaatsen. De trippelrolstoel was al afgevallen, omdat deze voor mij te zwaar was om mee te rollen of te trippelen. Even dachten we dat het dan maar twee goede stoelen moesten worden: een rolstoel die op mijn werk bleef staan en een trippelstoel waar ik goed in kon zitten. Maar toen kwam ik de O4 Workhopper tegen.

In februari mocht ik deze O4 workhopper testen en dat beviel me erg goed! Dus vervolgens deed ik een aanvraag bij het UWV, wat niet helemaal vlekkeloos verliep. Maar eind september had ik ‘m dan. En de Workhopper bevalt me heel goed. Ik kan regelmatig afwisselen in houding, hoef niet over te stappen van stoel als ik me verder op de verdieping wil verplaatsen, kan er mee trippelen en rollen.

Dus dit punt is zeker weten geslaagd!

2. Weer helemaal ‘beter’ zijn

Vanaf het begin van het schooljaar 2018 – 2019 was ik weer begonnen met opbouwen. Heel rustig aan, eerst vier dagen van drie uur en toen dat goed ging steeds een uurtje of twee per week erbij. In april 2019 werkte ik weer mijn volledige aanstelling, vier dagen van zes uur.

In totaal ben ik bijna een jaar (deels) ziek geweest, wat werk betreft dan. En zo’n lange periode had ik niet eerder meegemaakt, maar blijkbaar was het nodig om echt weer heel langzaam en binnen mijn grenzen op deze manier op te bouwen. Het was ook echt weer even zoeken naar wat ik kan en wil binnen mijn werk.

Echt beter ben ik natuurlijk niet. Ik heb nog steeds hEDS en ben daardoor nog steeds beperkt belastbaar en heb altijd wel pijn. Maar ik ben tevreden met hoe ik mijn dagen nu indeel en hoe ik binnen mijn grenzen kan blijven.

3. Mooie foto’s kunnen maken

Dus… tja… Nee, hier heb ik echt te weinig energie in gestopt om te kunnen zeggen dat dit verbeterd is. Ik heb wel een keer een gratis webinar gevolgd. Dat was al leerzaam, maar ik ben er nog geen betere fotograaf van geworden.

Op de valreep heb ik in december nog geïnvesteerd in daglichtlampen en een achtergrond. Deze heb ik nog niet gebruikt, maar ik hoop dat het verschil straks wel zichtbaar is bij de outfitfoto’s die ik regelmatig maak.

4. Een heel tof feestje gaan geven als ik 40 word!!!

Eigenlijk had ik het al vrij vroeg in het jaar allemaal gepland: Een café afgehuurd, een leuke coverband geregeld en allemaal leuke mensen uitgenodigd. Dat uitnodigen vond ik nog wel een lastige. Omdat er meteen al zoveel mensen hadden toegezegd dat ze zouden komen, ben ik op een gegeven moment maar gestopt met uitnodigingen versturen. Ik wilde ook weer niet dat het te vol zou worden en ik zelf geen kant op kon.

Uiteindelijk was het toch nog wel iets rustiger dan ik verwacht had, maar eigenlijk was dat helemaal prima. Ik was blij met de mensen die er waren: vrienden, familie en buren. En we hebben het enorm gezellig gehad en de band was echt heel tof. Wel veel te veel cadeautjes gehad, ben vreselijk verwend.

Ik ga er niet van uit dat ik mijn 50e verjaardag ook nog op deze manier kan vieren. Maar dit feestje past zeker in het rijtje met mooie herinneringen waar ik nog lang op kan teren.

Nog meer toffe dingen uit 2019

Niet op alles heb ik zelf invloed, soms maken anderen plannen waar ik mee van mag genieten, of gebeurt het vanzelf. Dit zijn zomaar een paar van die toffe dingen uit 2019 waar ik enorm blij van werd:

  1. Mijn jongste dochter maakte de overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs.
  2. Mijn oudste dochter haalde haar brommerrijbewijs.
  3. We kregen een nieuwe badkamer en de woonkamer kreeg een update.
  4. Dansen op Spoffin, Shimmy Shake en DanceAble was super!
  5. We gingen met het gezin naar een goede vriendin in Duitsland voor een paar dagen.

Op naar een mooi 2020!

Eigenlijk ben ik een heel gelukkig mens. Als heel 2020 net zo door blijft kabbelen als 2019, dan ben ik tevreden.

Niet dat mijn leven perfect is of dat er niets aan mij verbeterd kan worden. En we hebben als gezin zeker nog wel plannen voor 2019, onder andere voor wat er nog in ons huis te klussen valt. Maar het is ook weleens fijn om het jaar over je heen te laten komen en te zien waar het je brengt.

Nu is er wel iets wat ik in 2020 meer aandacht aan wil geven, waar ik het ook al eerder over heb gehad. Met alles zo in balans, mis ik de passie een beetje. Maar ik denk niet dat dat iets is wat te plannen is. Ik hoop wel 2020 met een open blik in te gaan, af en toe ‘ja’ te kunnen zeggen op dingen die misschien voor mijn lijf niet het allerbeste zijn, maar me wel op een ander vlak energie geven.

Kom maar op met dat nieuwe decennium! Ik ben er klaar voor.

En waar kijk jij tevreden op terug/vooruit?

Foto: Bianca Toeps

De laatste weken hoorde of las ik meerdere keren dat ‘iedereen wel een beperking heeft’ en daar wil ik toch wel iets over kwijt. Ik snap de goede bedoelingen en de intentie om mensen met of zonder beperking als gelijkwaardig te willen zien. Maar zeggen dat iedereen wel gehandicapt is of een beperking heeft, helpt daar niet aan mee.

Wanneer heb je dan wèl een beperking?

Je hebt een beperking als je door het niet goed functioneren van iets in je lijf/psyche vervolgens zelf niet zo kunt functioneren of participeren als normaal is. En ja, normaal is vrij betrekkelijk. Maar toch zijn er zo wel bepaalde verwachtingen waar de meeste mensen wel aan kunnen voldoen, maar mensen met een beperking niet.

Om mezelf even als voorbeeld te nemen:

Ik heb EDS, mijn bindweefsel functioneert niet zoals zou moeten. Dat levert wat kwalen op die vervelend, maar niet per se allemaal even beperkend zijn. Wat me hierin wel beperkt, is mijn beperkte belastbaarheid. Ik kan niet lang lopen, staan of zitten. Dat is mijn beperking. Hierdoor moet ik mijn dagelijks leven aanpassen (salamitechniek) en heb ik hulpmiddelen (onder andere mijn rolstoel) nodig om nog een beetje te kunnen functioneren.

Het dragen van een bril of lenzen, omdat je anders slecht ziet, is dan weer geen beperking. Want mèt die bril of lenzen kunnen de meeste mensen zonder problemen functioneren. Andersom zijn er wel slechtzienden die een bril dragen en die wel degelijk beperkt zijn. Die bril neemt dan maar een klein gedeelte van die beperking weg. Als ik in mijn rolstoel zit, is mijn beperking niet ineens verdwenen. Ik ben dan nog steeds beperkt belastbaar. Zitten levert me ook pijn en vermoeidheid op, alleen iets minder snel dan bij lopen of staan.

Dat de samenleving vervolgens niet is ingericht op rolstoelgebruikers of mensen die maar beperkt belastbaar zijn, maakt het nog meer beperkend, of een handicap. Ik kan niet de betrokken ouder zijn die ik wil zijn, omdat de school van mijn kinderen niet rolstoeltoegankelijk is. Sommige winkels kan ik niet in, of ik moet mijn pincode zowat boven mijn hoofd invoeren, voor iedereen achter mij zichtbaar. Bij onderwijsgerelateerde evenementen word ik letterlijk en figuurlijk over het hoofd gezien, omdat men niet gewend is dat iemand met een rolstoel ook docent kan zijn.

Zeg dit maar niet meer…

“‘Arbeidsbeperking’ is eigenlijk een raar woord, bedenk ik me na mijn bezoek aan Abrona – Nudoen! in Woerden. Wij hebben immers allemaal een arbeidsbeperking. Het hangt van de taak af of je daartoe goed uitgerust bent. Zo heb ik geen groene vingers en kan ik ook niet klussen. Je mag mij in die taken rustig arbeidsbeperkt noemen.”
Kamerlid Wim-Jan Renkema (GroenLinks)

Nee, het ontbreken van een talent is geen beperking. Je hebt geen arbeidsbeperking als je geen groene vingers hebt.

“Iedereen heeft wel een beperking, maar daar moet je je niet door laten tegenhouden. Heb ik ook niet gedaan. Bij mij aan tafel twee mensen die ondanks een wat stevigere beperking toch hun dromen najagen.”

Jack Spijkerman in DWDD Heimwee: Kopspijkers

Naar opmerkingen als deze had ik nu net even geen heimwee. En als ze in dit programma wel snappen dat fatshaming niet meer van deze tijd is, mogen ze de woorden ook wel wat zorgvuldiger kiezen als het gaat om beperkingen.

Nu ken ik Jack Spijkerman niet goed genoeg om te zeggen of hij wel of geen beperking heeft. Mij is in ieder geval niet bekend dat hij er één heeft. En natuurlijk is het mooi dat de twee getalenteerde heren die bij hem aan tafel zitten hun dromen kunnen najagen. Maar leg dan liever de nadruk op hun talent en niet dat dit ‘ondanks een wat stevigere beperking’ toch lukt. In het gesprek zelf komt dit wel naar voren, maar de inleiding stoort mij nogal.

Een volgende stap in het bagatelliseren van een beperking

Zoals ik al zei, snap ik de goede bedoelingen erachter wel, de gelijkwaardigheid willen uitstralen door te zeggen dat iedereen een beperking heeft. Alleen komt dit niet zo over. Voor mij niet en ik weet dat veel anderen met een beperking daar net zo over denken. Het komt over als bagatelliseren: jij hebt dan wel een beperking, maar die heeft iedereen wel. Dus zeur niet zo.

Net zo’n dooddoener is het benoemen wat iemand heeft bereikt ‘ondanks’ zijn beperking, door hard te werken. Hard werken is niet voor iedereen met een beperking weggelegd, ook al lukt het sommigen wel. Door dit zo te benoemen, schrijf je mensen af bij wie dit niet lukt.

Een andere vorm van een beperking bagatelliseren, is het benoemen dat je de handicap of beperking niet ziet. Deze is er gewoon en het is nodig dat deze gezien wordt. Hoe kunnen we anders de samenleving zo inrichten dat mensen hun beperking niet als handicap ervaren?

En een flinke stap verder zijn opmerkingen als: met wat wilskracht heb je die hulpmiddelen helemaal niet nodig! Als je niet snapt dat dit soort opmerkingen kwetsend zijn en dat dit niet zozeer iets zegt over het gevoel van de mensen die het kwetst, maar over de intentie van degene die de opmerking maakt (hé, ik wil liever geen gehandicapten zien, die staan mij in de weg met hun hulpmiddelen, dus neem ze die hulpmiddelen maar af, zodat ik er geen last meer van heb), is er nog een lange weg te gaan.

“Wij hebben in Nederland de mentaliteit van: ik heb er recht op en de overheid betaalt. Maar wanneer de overheid dat niet of in mindere mate zou doen, gaan wij dan onze houding aanpassen en hetzelfde doen als de mensen in Denemarken, Frankrijk of Spanje? Jouw wilskracht vergroten, met moeite maar voldaan een stukje langer elke dag proberen te lopen om aan het eind van de dag met veel trots te kunnen zeggen: ik heb vandaag weer mijn grenzen verlegd, ik heb een beetje pijn maar ik ben trots op mijzelf.”

Luz Maria Camacho, raadslid D66 Apeldoorn

Ik ben benieuwd hoe jullie over dit alles denken, of je zelf nu wel of geen beperking hebt. Laat wat achter in de reacties, linkjes zijn ook welkom!

 

bordsessie O4 workhopper

Aan het begin van dit schooljaar schreef ik al dat ik er even in moest komen. Weer een nieuw ritme thuis en op mijn werk. En dan ben je ineens weer weken verder en staat de herfstvakantie weer voor de deur. Het voelt weer helemaal als vertrouwd.

Zo ziet mijn werkweek er nu uit

Op maandag heb ik geen lessen, maar besteed ik mijn tijd vooral aan examentaken. Dat is nu nog vrij rustig. De planningen zijn rond, de meeste examens al aangevraagd en op dit moment zijn het vooral de keuzedelen en wat herkansingen. Vanaf november gaat het al wat drukker worden, maar nu heb ik genoeg ruimte om alles goed voor te bereiden.

Dinsdag beginnen we met een bordsessie met het team en daarna overleg. Dan heb ik nog vier lesuur met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben en dan zit mijn werkdag er weer op. Die klas diplomeert in februari, dus het is vooral begeleiden bij de examens wat ik met ze doe.

Woensdag is mijn vrije dag. En het lukt me ook aardig om mijn werktelefoon uit te laten en niet in mijn werkmail te kijken. Meestal heb ik het druk genoeg met afspraken of dingen thuis die geregeld moeten worden.

Donderdag is eigenlijk de enige dag dat ik echt lesgeef, meer theorie dan begeleiding bedoel ik dan. En dan meteen aan twee klassen twee verschillende vakken tegelijk. Het zijn twee kleine klassen met in totaal nog steeds maar dertien studenten, dus gesplitst hou je amper nog wat over. Maar ingewikkeld is het wel, want de twee vakken lijken totaal niet op elkaar en ik ben dus continu aan het switchen.

Verder heb ik op donderdag ook tijd om aan mijn examentaken te werken en lessen voor te bereiden.

Op vrijdag heb ik weer geen lessen en ben ik vooral met examens bezig. Vaak komen studenten dan ook wat inleveren. Daarnaast heb ik dan de tijd om met stagebegeleiders te bellen of mailen. En afgelopen vrijdag hadden we voor het eerst ‘Onderwijs in de Praktijk’. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, gingen we naar de stage van één van mijn studenten om daar aan leervragen te werken en intervisie te hebben. Het was even inkomen die eerste keer, maar het is de bedoeling dat we dat elke vijf weken doen en dan op verschillende stageadressen.

En niet te vergeten: ik heb mijn O4 Workhopper!

Het lijkt alweer zo lang geleden. In januari mocht ik een poosje een O4 Workhopper testen, een rolstoel die speciaal gemaakt is om op de werkplek fijn te kunnen zitten en voort te bewegen. Deze had ik in maart aangevraagd bij het UWV en in mei was me toegezegd dat ik ‘m zou krijgen. Nu had ik niet verwacht dat deze rolstoel er bij de start van het nieuwe schooljaar zou zijn, maar op een gegeven moment werd ik wel wat ongeduldig. En toen ik de leverancier belde en die geen idee had waar ik het over had, kreeg ik het wel even benauwd. Maar uiteindelijk kwam het toch goed en werd eind september mijn nieuwe O4 Workhopper geleverd.

En zo blij dat ik daarmee ben! Hij zit fantastisch en ik hoef nu niet meer elke keer over te stappen van stoel naar stoel. Mijn eigen rolstoel kan ik thuis laten, dat scheelt weer gesjouw in en uit de auto en kan ik ook gewoon kiezen hoe ik naar mijn werk wil. Alhoewel ik met dat herfstige weer toch meestal voor de auto kies. Van mijn auto loop ik met mijn wandelstok naar de docentenkamer (via de lift uiteraard), waar mijn rolstoel staat.

Het is wel even wennen dat deze rolstoel aan de voorkant breder is dan mijn andere rolstoelen. Ik bots regelmatig tegen stoelen en tafels aan. En met het rollen zitten de armleuningen wel iets in de weg, maar die zou ik toch niet willen missen als ik achter mijn bureau zit. Ik heb ze wel omgewisseld, zodat ze iets meer naar binnen uitsteken dan naar buiten. Dat scheelt ook al wat.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Verder weinig tijd voor bloggen en naaien, wel veel aan het dansen!

Met die weken die voorbij vliegen, merk ik dat ik niet zo heel erg veel aan bloggen toekom. En dat zie ik dan weer aan de cijfers, mijn blog wordt zo een stuk minder bezocht. Het naaien van leuke jurkjes ligt ook een beetje stil. Misschien moet ik gewoon weer eens tegen een tof patroon of stofje aanlopen, maar voor nu heb ik even wat minder inspiratie hiervoor.

Op zich valt de vermoeidheid na het werken wel mee. Meestal ga ik even een uurtje liggen en kan ik daarna weer een boodschapje doen of iets anders. Dus dat is niet zozeer de reden dat het bloggen en naaien op een laag pitje staat.

Wel ben ik wat meer dan normaal met dansen bezig. In november komen er een paar toffe events aan waar ik mag dansen en daar moet flink voor geoefend worden.

Dit zijn ze (en klik even door op de titel als je meer wil weten over de tickets, locatie, enzovoort):

10 november: Shimmy Shake Festival – Matinée Mash Up

Hier dans ik samen met Annelies Jansen (van She Beckons) een fusion buikdans duet. Voor het eerst dat we samen dansen en ook voor het eerst dat ik met mijn dansrolstoel een fusion buikdans duet doe.

Matinée Mash Up is een show met verschillende fusion buikdansacts en is een onderdeel van een heel tof festival met workshops en shows.

29 november: DanceAble #3 – afsluiting Symposium Step into the Future

Doel van dit symposium is kennisdeling en bewustwording van de mogelijkheden van mixed ability dance, zowel op artistiek als op sociaal gebied. En na een dag vol interessante lezingen en workshops laten we een trio zien met Misiconi Dance Company.

30 november: DanceAble #3 – IncLab Open stage

Hetzelfde duet met Annelies nog een keer, maar dan tussen allerlei dansgezelschappen die gericht zijn op inclusiedans. En waar Shimmy Shake juist gericht is op fusion buikdans en rolstoeldansers niet zo gewend is, verwacht ik dat ze bij dit open podium van DanceAble juist niet zo gewend zijn aan fusion buikdans. Dus leuk om die twee totaal verschillende kanten straks te kunnen meemaken!

Mocht je me gemist hebben de afgelopen weken, dan weet je me te vinden! 😉

masterclass geluk guido weijers jaaropening start schooljaar

Als laatste regio van Nederland, zijn ook wij deze week weer begonnen met school. Voor ons gezin is dat voor het eerst dat beide meiden op het voortgezet onderwijs zitten. Een hele verandering dus. Voor mezelf verwacht ik ook dat dit een totaal ander schooljaar dan vorig schooljaar wordt. Met de veranderingen in het team en daarbij ga ik weer meer lesgeven.

Laatste vakantiedagen Start met studiedagen

Waar de studenten vorige week nog lekker vrij waren, waren er voor de docenten al twee studiedagen ingepland.

De eerste was met het hele college, dus een stuk of vijf teams. Meteen een lange zit, van 8.30 tot 16.00 uur, terwijl mijn werkdagen eigenlijk niet meer dan zes uur moeten zijn. Er waren verschillende workshoprondes en ik twijfelde nog even om de eerste workshopronde over te slaan. Maar ik dacht: laat ik me die eerste dag even van mijn goede kant zien en gewoon het hele programma volgen.

De studiedag was niet op mijn werklocatie of de hoofdlocatie, dus toen we naar de workshops gingen, moest ik even vragen waar de lift was. Die was er dus niet. Vrijwel alle workshops werden op de eerste verdieping gegeven, maar er was geen lift in het gebouw. Ik kon wel janken, voelde me totaal niet welkom.

De workshops die ik wilde volgen, werden vervolgens wel meteen naar een lokaal op de begane grond verplaatst. En om de haverklap kwam er iemand sorry zeggen. Ik heb er niet zo netjes op gereageerd, kon er ook geen fatsoenlijkere woorden voor bedenken dan dat het gewoon kut geregeld was. Ze weten dat ik gebruik maak van een rolstoel en we hebben meer dan genoeg locaties die wèl rolstoeltoegankelijk zijn. Waarom dan toch voor deze locatie gekozen is, geen idee.

Voor de tweede studiedag met ons eigen team was ik even bang dat ik weer vergeten was toen ik zag dat we naar het strand zouden gaan. Maar alles was georganiseerd op het terras en de verharde paden, dus dat was helemaal top. Ook een hele fijne eerste studiedag zo met het team, veel beter dan binnen zitten vergaderen.

Feestelijke start

Afgelopen vrijdagavond vierde ik mijn veertigste verjaardag. Als dat geen leuke start van het schooljaar is! En hoewel ik normaal niet echt wat bijzonders doe met mijn verjaardag, had ik deze keer wel echt uitgepakt. Ik had een muziekcafé in de buurt afgehuurd en coverband Square geboekt. En behalve mijn vaste groepje vrienden en familie, had ik ook wat buren en collega’s uitgenodigd. Zij zorgen ervoor dat ik me thuis voel zodra ik de straat inrijd. Of dat ik mijn werk kan blijven doen en me nuttig kan maken. En daar wilde ik ze met dit feestje ook voor bedanken.

Ergens vond ik het ook wel spannend met zoveel mensen die ik had uitgenodigd. Zouden ze wel op komen dagen? Vinden ze het wel gezellig met elkaar? Maar tijdens het feest zelf kon ik dat op een gegeven moment wel loslaten. Het was supergezellig, de band was echt heel tof en ik ben veel te veel verwend met leuke cadeaus. Ook zo mooi om te zien hoe onze kinderen en neefjes en nichtjes zich vermaakten. Een nieuwe generatie die (letterlijk) de dansvloer overneemt. En deze ouwe veertiger ging bij thuiskomst meteen naar bed, haha!

Jaaropening in het Nieuwe Luxor

Aan de start van elk schooljaar worden mijn tweeduizend collega’s en ik verwacht in het Nieuwe Luxor in Rotterdam, waar een mooi programma voor ons klaarstaat. Zo ook afgelopen maandag.

Met muziek van Shirma Rouse, wethouder Said Kasmi die twee mbo’ers interviewde, minister Hugo de Jong met een praatje, nog een woord van de voorzitter van het college van bestuur en tot slot een masterclass geluk van Guido Weijers. Ja ja, de baas had weer flink uitgepakt.

En het was ook echt een mooi programma, mooi en grappig om naar te luisteren. Het enige waar ik een beetje moe van word, is dat er meerdere keren benoemd werd dat er neergekeken wordt op het mbo. Ten eerste zit de zaal vol met mensen die graag mbo’ers opleiden, een beetje preaching to the choir dus. Dat er fantastische mensen een mbo-opleiding volgen of in het werkveld rondlopen, hoef je ons niet te vertellen. En ten tweede is het voor de mbo’ers in de zaal niet tof om te horen dat er blijkbaar mensen zijn die mbo minder waard vinden. Als het dan nodig is om het mbo te verdedigen, doe dat dan op je feestjes en partijen waar alleen maar hoogopgeleiden rondlopen die geen flauw idee hebben dat er meer buiten hun bubbel is.

Nieuwe roosters, nieuwe ritmes

En dan gaan we nu echt beginnen met het nieuwe schooljaar. Met daarbij een nieuw rooster en een nieuw ritme om weer in te komen. Voor mij is het anders dan vorig jaar, omdat ik weer meer les ga geven. Dat zal wel weer even wennen zijn. De lesstof die ik moet overdragen weer opfrissen. Ontdekken welke aanpak en werkvormen het beste aansluiten bij de klassen die ik krijg. En niet te vergeten: het smartbord onder de knie krijgen. Eigenlijk heb ik geen theorieles meer gegeven sinds deze vernieuwd zijn. Dus daar zal ik wel even mee moeten oefenen voor ik mezelf voor een hele klas voor schut zet.

Thuis gaat er ook een nieuw ritme komen nu ook mijn jongste dochter naar het voortgezet onderwijs gaat. Dat voelt echt als een nieuwe fase. Helemaal van die basisschool af en ik zal het niet missen. En meteen al volgende week op kamp. Dan al dat huiswerk en ook nog in het Engels, want ze doet net als haar zus tweetalig onderwijs. Ook een pittige start, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat goedkomt. Die oudste van mij redt het inmiddels ook prima en start deze week in 5vwo.

Al met al kan ik wel zeggen dat ik gelukkig ben met hoe ik erbij zit deze start van het schooljaar. Ik heb er zin in en kijk ernaar uit om me weer op andere gebieden nuttig te maken dan alleen maar de examens. Daarnaast ben ik een trotse moeder met die twee tienermeiden die lekker hun eigen gang gaan op school en daarbuiten.

Om aan te sluiten bij de quote uit Guido’s masterclass:

Wat wil jij het komende schooljaar nalaten?

Dat was het dan alweer. Het schooljaar zit er weer op na deze week. Gisteravond was de diplomering, de lessen zijn al gestopt en het is alleen nog even opruimen en hier en daar wat voorbereiden voor volgend schooljaar.

En het verbaast me nog steeds hoe anders ik erbij zit ten opzichte van vorig jaar.

Lees maar eens het artikel wat ik een jaar geleden aan het einde van het schooljaar schreef: Wat als het werken straks echt niet meer gaat?

Ik werk weer mijn volle aanstelling en dat gaat goed!

Ja, dat mag best met grote letters gezegd worden. Dit schooljaar heb ik keihard mijn best gedaan om binnen mijn grenzen weer langzaamaan op te bouwen. Dat me dat is gelukt, is ook te danken aan mijn onderwijsleider en team. Sowieso dat ik de ruimte kreeg om meer taak- dan lesuren op mijn jaartaak te hebben. Maar ook het begrip wanneer ik me afmeldde voor activiteiten laat op de dag of in het weekend.

Om tussendoor op mijn werk te kunnen rusten, heb ik een stretcher in mijn kantoortje staan en is er een slot op de deur gemaakt wat ik van binnenuit op slot kan draaien. Ik moet zeggen dat ik hier steeds minder gebruik van maak, maar dat de optie er is, is al fijn!

En mijn man en kinderen moet ik ook niet vergeten, daar heb ik het ook aan te danken. Zij redden het prima zonder mij. Boodschappen en koken wordt hier in huis door iedereen gedaan, dus ik kan gerust op de bank blijven liggen als een werkdag een keer toch iets zwaarder uitviel dan verwacht.

Taken verdelen in het team: wat wil of kan ik?

Pas geleden hebben we ons als team weer over de werkverdeling voor volgend jaar gebogen. We begonnen met het benoemen van elkaars kwaliteiten, wat we al eens eerder gedaan hadden. Wat ik als kwaliteiten toegeschreven kreeg, was vergelijkbaar met de vorige keer. Ik werk gestructureerd, ben duidelijk in mijn communicatie, soms ook direct. Ik ben consciëntieus/accuraat, heb een brede kennis en deel deze graag.

Wat me dan meteen opvalt, is dat al die kwaliteiten vooral over mijn werk als examenleider gaan. Dat steekt wel een beetje. Met de doorstroom van studenten zijn er nu al vrij weinig studenten die ik echt les heb gegeven en blijkbaar hebben mijn collega’s er ook geen beeld meer bij hoe ik voor de klas sta.

Nog iets wat steekt, is dat er bij het verdelen van taken steeds benoemd werd dat je een taak op je moet nemen waar je blij van wordt. Ja, het is mooi als dat kan, maar voor mij gaat dat niet op. Ik ben blij dat ik kan werken, maar van het werk zelf word ik niet altijd blij. Maar het moet gewoon gebeuren en blijkbaar ben ik er goed ik, dus hou ik die taak voorlopig nog wel aan. En ook dat wisten sommige collega’s niet van mij.

Verder moet ik zeggen dat het bespreken van de werkverdeling best relaxt ging nu we een veel kleiner team hebben. Volgend schooljaar zijn we echt gesplitst en zit ik in het team Pedagogisch Werk (inclusief Onderwijsassistent), dus helemaal los van het team Dienstverlening en Maatschappelijke Zorg.

Wat ga ik volgend schooljaar wel doen?

Die taak van examenleider mag ik dus blijven doen. En ook al is ons team gesplitst, er blijven nog zoveel uren over voor de examinering, dat ik daardoor niet teveel les hoef te geven. Dat is fijn dat dat kan en dat het team daarvoor wil afwijken van de verdeling taken/lessen zoals die in de cao staat. Want voor mij betekent het dat het werken haalbaar blijft. Zeker nu ik dit schooljaar heb ervaren dat het lukt zolang ik binnen mijn grenzen blijf.

Daarnaast ga ik meer lesgeven dan ik dit schooljaar gedaan heb. Ik hoop op de acht a tien lesuur per week. Afgelopen schooljaar heb ik vooral begeleiding gegeven bij examenopdrachten, dus ik moet me weer helemaal opnieuw gaan inlezen in de lessen die er zijn. Welke lessen ik ga geven, weet ik nog niet. Wel dat het de beroepsgerichte vakken zijn, die voorbereiden op de beroepsgerichte examens, dus het ligt nog steeds wel binnen mijn expertise.

Wat ga ik volgend jaar niet meer doen?

Wat ik niet meer wil gaan doen, is werken in een werkgroep voor het hele college. Dat heb ik de afgelopen maanden gedaan sinds ik weer mijn hele aanstelling werk. En nu was ik redelijk flexibel, omdat ik vrijwel geen les gaf. Maar als ik straks weer wat meer les ga geven, is het lastiger inplannen om naar een andere locatie te gaan.

Naast dat praktische (en fysiek belastende) stukje van moeten schuiven in werktijden en moeten reizen naar de hoofdlocatie, was ik ook inhoudelijk wat teleurgesteld. Niet dat we als werkgroep baggerstukken hebben opgeleverd, maar ik had er meer van verwacht. De manier van plannen, samenwerken en communiceren stond me tegen. Zoveel onder tijdsdruk moeten werken, doet in mijn ogen af aan de kwaliteit die ik zou willen leveren.

Nu was deze werkgroep gericht op het maken van een kwaliteitsslag in de examinering, maar in voorgaande jaren heb ik dit eerder meegemaakt in andere werkgroepen. Bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van curriculum, leerlijnen of lesplanners per vak, of het bijschaven hiervan. Het moeten leveren van een product binnen een bepaalde tijd komt dan voorop te staan. Dat product voldoet dan wel aan de eisen, maar ik mis het om ècht een goed product neer te zetten waar je trots op kunt zijn.

Misschien heb ik gewoon te hoge verwachtingen bij zo’n werkgroep.

Conclusie: volgend jaar weer volop met mijn eigen team en studenten aan de slag!

De foto boven dit artikel laat wel een beetje zien hoe ik me dit afgelopen schooljaar in mijn werk voelde. Ik was er wel, maar toch ook weer niet. Ik voelde me er niet helemaal bij horen, voelde me niet altijd gehoord of gezien.

En ik was er ook letterlijk niet altijd bij. Pas in april kon ik weer mijn hele aanstelling (vier dagen van zes uur) werken, dus het grootste deel van het schooljaar was ik nog ‘ziek’. Op de foto zelf was ik weer eens niet bij een teamvergadering, omdat ik naar die werkgroep moest. Ik had een stukje uitleg voor mijn collega’s gefilmd, in de hoop dat ze het op die manier ook zonder mij konden doen. Maar dat werkt dus niet zo hè. Docenten zijn net studenten wat dat betreft, direct contact werkt dan toch beter.

Laat mij het komende schooljaar dan maar weer gewoon lekker lesgeven en daarnaast examenleider zijn. Weg met die te hoge verwachtingen die toch niet waargemaakt kunnen worden. Welke werkgroep zit er nou te wachten op iemand die constant commentaar heeft dat het nog niet goed genoeg is?

En hoe was jouw (school-)jaar? Wat zou jij anders willen aanpakken in je werk of studie?

O4 workhopper rolstoel getest

Zo rond mei/juni staan de examens en de uitslagen van het voortgezet onderwijs in de spotlights. Bijna iedereen weet wel hoe spannend en stressvol die periode kan zijn, of het nu uit eigen ervaring is of die van je kinderen. Dat het in het mbo net wat anders loopt (maar niet altijd minder spannend of stressvol), daar heeft dan weer niet iedereen ervaring mee. En als ik vertel dat ik vooral als examenleider in het mbo werk, krijg ik vaak de vraag: ‘Wat doe je de rest van het jaar dan?’

Examens in het mbo

Nu ben ik dan weer iemand die (nog) geen ervaring heeft met examens in het voortgezet onderwijs, maar in het mbo heb ik er de afgelopen vijftien jaar wel wat van meegekregen.

In het team waar ik nu werk, hebben we de opleidingen Maatschappelijke Zorg, Pedagogisch Werk en Dienstverlening. Elke opleiding bestaat uit een basisdeel, profieldeel en keuzedelen. Zo heb je bijvoorbeeld bij Pedagogisch Werk de profielen Pedagogisch Medewerker Kinderopvang, Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker en Onderwijsassistent waar de student een keuze uit maakt. En al deze delen worden geëxamineerd verspreid over de hele opleidingsduur. Sommige keuzedelen al in het eerste jaar, maar het grootste gedeelte (bij Pedagogisch Werk in ieder geval) in het derde jaar.

Deze examens zijn altijd gelinkt aan de praktijk. Sommigen worden daar helemaal afgenomen en beoordeeld, anderen (deels) middels een verslag of gesprek.

Daarnaast zijn er de examens Nederlands, Engels en rekenen, ook weer met verschillende onderdelen en verschillend van niveau. Deze vinden bij onze opleidingen in het laatste jaar plaats, tenzij de student het al eerder aankan.

Plannen, aanvragen en verwerken van examens

Je kunt je wel voorstellen dat het best een kluif werk is om al die verschillende examens te stroomlijnen. Elk profiel heeft weer een eigen examengids met planningen die aangehouden moeten worden. Binnen die planningen regel ik beoordelaars en surveillanten en vul ik de planning wat concreter in. Voor het basis- en profieldeel hebben studenten een map, maar andere examens moet ik aanvragen per klas of zelfs op naam van de student.

En wanneer examens eenmaal beoordeeld zijn, check ik de formulieren, voer ik de cijfers in met de administratie en vul ik de examendossiers. Als eenmaal alle examens geweest zijn, bereid ik de examenvergadering voor en kunnen de studenten diplomeren.

Dit alles begint in september al en loopt het hele jaar door, met hier en daar een piek.

Eindeloos overleggen

Regelmatig bezoek ik een andere locatie om te overleggen met de examenleiders van de verschillende locaties. Of hebben we een vergadering met de examencommissie. En dan zit ik ook nog in een werkgroep die zich bezighoudt met de examinering. De laatste tijd zit ik wel één a twee keer per week bij een overleg op een andere locatie.

Door al die overleggen zitten we met z’n allen steeds meer op één lijn. We weten elkaar te vinden om elkaar te helpen en zetten de examinering stevig neer. En dat is goed, alleen niet zo goed voor mijn lijf. Het reizen (vaak in de spits, dus filerijden) en mijn rustmoment overslaan, maken toch dat ik weer veel last krijg van mijn heup/bekken. En er blijft niet veel van mijn werkdag (van maar zes uur) over na zo’n overleg, waardoor ik mijn collega’s minder zie.

Instructie geven aan studenten en collega’s

Dit is eigenlijk nog wel wat ik het leukste vind aan mijn werk als examenleider. Mijn stukje expertise delen met collega’s en studenten. Gedurende een schooljaar verandert er vaak nog weleens wat in de examinering, of is een klas toe aan een stap verder. Dan kom ik graag in de klassen langs om uitleg te geven.

Daarnaast heb ik me al eens verdiept in hoe we als docenten ervoor kunnen zorgen dat studenten zelf verantwoordelijkheid nemen over hun examens, in plaats van dat wij ze achter hun broek aan zitten. En daarna ben ik meer naar de docenten zelf gaan kijken, hoe patronen doorbroken konden worden om tot een meer eenduidige aanpak te komen.

De lessen die ik nu geef, zijn vooral gericht op het begeleiden bij de examens. Daarbij geef ik uitleg over hoe de verschillende examenonderdelen afgenomen worden en stuur ik waar nodig aan bij het plannen, wat de studenten grotendeels zelf moeten doen in de praktijk.

Examenleider… met vlagen een rotbaan

Ach ja, ik schreef het al eens eerder: soms heb ik echt een rotbaan. Dan baal ik ervan als iets niet gaat zoals zou moeten. Of dat collega’s en studenten me alleen maar weten te vinden als er iets te klagen valt. Deze en vorige week liepen er ook wat dingen niet zo soepel. Dan komt er zoveel verschillende informatie via verschillende kanalen, dat ik toch iets mis. Uiteindelijk komt het wel goed, helemaal met de hulp van collega’s. Maar ik kan daar dan toch wel even flink van balen.

En toch heeft het ook z’n leuke kanten. Als je bij het invoeren van cijfers ziet dat het einde in zicht is. Als verlengers toch ineens de smaak te pakken krijgen en als een speer aan het inhalen zijn. Als klassen vol interesse naar jouw verhaal luisteren. Als je van collega’s complimenten krijgt of als ze hulp aanbieden. Als alles op rolletjes loopt.

Volgend schooljaar gaat er weer van alles veranderen. In ons team, in de examenorganisatie. Dan zal ook mijn taak als examenleider weer totaal anders ingevuld gaan worden. Als ik de keuze zou hebben, zou ik voor minder reizen en meer contact met mijn directe collega’s en studenten gaan. Nu nog zien of dat gaat passen…

Pas geleden was ik op stagebezoek bij een kinderdagverblijf in Rotterdam. Terwijl ik wachtte in een kantoor, kwam er een medewerker in een rolstoel voorbij. We begroetten elkaar, allebei verrast om nog iemand in een rolstoel te zien. En hoe cool is dat, dacht ik. Die kinderen hier op het kinderdagverblijf groeien op met het beeld dat iemand in een rolstoel gewoon net als ieder ander hier kan werken. Zou zo mooi zijn als dat op meer plaatsen zo zou zijn. Gewoon mensen met en zonder (zichtbare) handicap die gewoon hun werk doen.

Het zou niet bijzonder moeten zijn, maar toch is dat het.

Als je de afleveringen van Rolstoel Roadmovie hebt gezien, zie je hierin ook de verschillen binnen Europa. In sommige landen (zoals Italië) is er geen speciaal onderwijs zoals wij dat kennen, maar gaan kinderen met een beperking gewoon naar dezelfde school. Weer een heel ander voorbeeld was een bedrijf in Spanje, waar het merendeel van de medewerkers een beperking had. Op zich fijn dat ze dat werk hebben, maar of er daar dan sprake is van een inclusieve samenleving…

Rollend rolmodel

Een rolmodel heeft een voorbeeldfunctie voor een bepaalde groep mensen. In bovenstaande voorbeelden zie ik de medewerker op het kinderdagverblijf als rolmodel. Maar ook Mari Sanders, die met zijn Rolstoel Roadmovie laat zien dat er nog veel drempels weg te nemen zijn. En daarnaast zelf een filmmaker is die in een rolstoel zit.

Het zou tof zijn als mensen met een beperking in diverse beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. Zodat ook kinderen en jongeren met een beperking een voorbeeld kunnen zien van wat zij in de toekomst kunnen doen.

Op het gebied van dans (en vooral inclusiedans) ben ik ook op zoek naar rolmodellen. Maar dat is nog lastig te vinden, dus tips zijn welkom! Niet alle dansstijlen spreken mij aan en bij de dansstijlen die me wel aanspreken, is het vaak een gespierde man die in de rolstoel danst. Iets wat ik nooit zal worden, gespierd of man.

Rolmodel of inspiration porn, waar ligt de grens?

In mijn ogen hoef je niet altijd extreem uit te blinken om een rolmodel te zijn. Complimenten geven omdat iemand iets goed kan, ook niks mis mee.

Maar waar ligt dan de grens tussen het waarderen van iemand als rolmodel en het misbruiken van die rol als inspiration porn, als kijkvermaak voor (met name) niet-gehandicapten? Ik vind dat nog best een lastige. Zeker op gebieden waar ik niet zoveel verstand van heb en dus al snel onder de indruk ben.

Op social media zie ik mensen verschillend reageren. De één vindt iemand prachtig zingen en geweldig dat hij met zijn beperkingen op tv komt, de ander irriteert zich aan het feit dat mensen al ‘aaaww’ roepen bij het zien van zijn geleidestok. Of de bewondering die uitgesproken wordt naar iemand die vol geduld iemand met autisme helpt, terwijl een ander vindt dat normaal gedrag als de ander respecteren niet zoveel bewondering verdient.

Die verschillen zijn niet één op één de verschillen tussen hoe mensen met of zonder handicap hiernaar kijken. Ook binnen deze groepen zijn er verschillen.

Aandacht en applaus mag, maar wel verdiend

Ik ben docent geworden omdat ik denk dat ik iets te delen heb waar anderen wat aan hebben. En dan heb ik het vooral over mijn vakgebied (pedagogiek). Ik ben niet vies van een beetje aandacht. Sterker nog: het lijkt me vrij zinloos als ik les sta te geven en niemand luistert naar me.

Maar ik hoef geen complimenten om het feit dat ik werk, ‘ook al zit ik in een rolstoel’.

Met het dansen net zo. Het geeft een kick als je de aandacht van het publiek weet vast te houden en applaus krijgt. Maar dan wel om het dansen, niet omdat ik toevallig in een rolstoel zit tijdens dat dansen.

En natuurlijk streelt het mijn ego als mijn blog en bijbehorende social media steeds meer groeien, maar dan wel graag om de inhoud. Toch krijgen de mooie plaatjes mèt rolstoel meer likes dan die zonder.

Dus als ik het voor mijzelf persoonlijk bekijk, dan denk ik dat de grens ligt tussen het bewonderen van de expertise van iemand (die toevallig gehandicapt is) en het bewonderen van iemand als gehandicapte, gewoon omdat ie gehandicapt is. In dat laatste geval zou je net zo goed iemands navel kunnen bewonderen, wat nergens op slaat en eigenlijk zelfs een beetje creepy is.

En waar ligt voor jou die grens?

Complimenten voor de bovenstaande foto’s mogen trouwens naar Bianca Toeps die mij zo mooi heeft weten vast te leggen. Complimenten voor de blauwe jurk mogen wel naar mij, want die heb ik zelf gemaakt, haha!