Berichten

 

bordsessie O4 workhopper

Aan het begin van dit schooljaar schreef ik al dat ik er even in moest komen. Weer een nieuw ritme thuis en op mijn werk. En dan ben je ineens weer weken verder en staat de herfstvakantie weer voor de deur. Het voelt weer helemaal als vertrouwd.

Zo ziet mijn werkweek er nu uit

Op maandag heb ik geen lessen, maar besteed ik mijn tijd vooral aan examentaken. Dat is nu nog vrij rustig. De planningen zijn rond, de meeste examens al aangevraagd en op dit moment zijn het vooral de keuzedelen en wat herkansingen. Vanaf november gaat het al wat drukker worden, maar nu heb ik genoeg ruimte om alles goed voor te bereiden.

Dinsdag beginnen we met een bordsessie met het team en daarna overleg. Dan heb ik nog vier lesuur met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben en dan zit mijn werkdag er weer op. Die klas diplomeert in februari, dus het is vooral begeleiden bij de examens wat ik met ze doe.

Woensdag is mijn vrije dag. En het lukt me ook aardig om mijn werktelefoon uit te laten en niet in mijn werkmail te kijken. Meestal heb ik het druk genoeg met afspraken of dingen thuis die geregeld moeten worden.

Donderdag is eigenlijk de enige dag dat ik echt lesgeef, meer theorie dan begeleiding bedoel ik dan. En dan meteen aan twee klassen twee verschillende vakken tegelijk. Het zijn twee kleine klassen met in totaal nog steeds maar dertien studenten, dus gesplitst hou je amper nog wat over. Maar ingewikkeld is het wel, want de twee vakken lijken totaal niet op elkaar en ik ben dus continu aan het switchen.

Verder heb ik op donderdag ook tijd om aan mijn examentaken te werken en lessen voor te bereiden.

Op vrijdag heb ik weer geen lessen en ben ik vooral met examens bezig. Vaak komen studenten dan ook wat inleveren. Daarnaast heb ik dan de tijd om met stagebegeleiders te bellen of mailen. En afgelopen vrijdag hadden we voor het eerst ‘Onderwijs in de Praktijk’. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, gingen we naar de stage van één van mijn studenten om daar aan leervragen te werken en intervisie te hebben. Het was even inkomen die eerste keer, maar het is de bedoeling dat we dat elke vijf weken doen en dan op verschillende stageadressen.

En niet te vergeten: ik heb mijn O4 Workhopper!

Het lijkt alweer zo lang geleden. In januari mocht ik een poosje een O4 Workhopper testen, een rolstoel die speciaal gemaakt is om op de werkplek fijn te kunnen zitten en voort te bewegen. Deze had ik in maart aangevraagd bij het UWV en in mei was me toegezegd dat ik ‘m zou krijgen. Nu had ik niet verwacht dat deze rolstoel er bij de start van het nieuwe schooljaar zou zijn, maar op een gegeven moment werd ik wel wat ongeduldig. En toen ik de leverancier belde en die geen idee had waar ik het over had, kreeg ik het wel even benauwd. Maar uiteindelijk kwam het toch goed en werd eind september mijn nieuwe O4 Workhopper geleverd.

En zo blij dat ik daarmee ben! Hij zit fantastisch en ik hoef nu niet meer elke keer over te stappen van stoel naar stoel. Mijn eigen rolstoel kan ik thuis laten, dat scheelt weer gesjouw in en uit de auto en kan ik ook gewoon kiezen hoe ik naar mijn werk wil. Alhoewel ik met dat herfstige weer toch meestal voor de auto kies. Van mijn auto loop ik met mijn wandelstok naar de docentenkamer (via de lift uiteraard), waar mijn rolstoel staat.

Het is wel even wennen dat deze rolstoel aan de voorkant breder is dan mijn andere rolstoelen. Ik bots regelmatig tegen stoelen en tafels aan. En met het rollen zitten de armleuningen wel iets in de weg, maar die zou ik toch niet willen missen als ik achter mijn bureau zit. Ik heb ze wel omgewisseld, zodat ze iets meer naar binnen uitsteken dan naar buiten. Dat scheelt ook al wat.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Verder weinig tijd voor bloggen en naaien, wel veel aan het dansen!

Met die weken die voorbij vliegen, merk ik dat ik niet zo heel erg veel aan bloggen toekom. En dat zie ik dan weer aan de cijfers, mijn blog wordt zo een stuk minder bezocht. Het naaien van leuke jurkjes ligt ook een beetje stil. Misschien moet ik gewoon weer eens tegen een tof patroon of stofje aanlopen, maar voor nu heb ik even wat minder inspiratie hiervoor.

Op zich valt de vermoeidheid na het werken wel mee. Meestal ga ik even een uurtje liggen en kan ik daarna weer een boodschapje doen of iets anders. Dus dat is niet zozeer de reden dat het bloggen en naaien op een laag pitje staat.

Wel ben ik wat meer dan normaal met dansen bezig. In november komen er een paar toffe events aan waar ik mag dansen en daar moet flink voor geoefend worden.

Dit zijn ze (en klik even door op de titel als je meer wil weten over de tickets, locatie, enzovoort):

10 november: Shimmy Shake Festival – Matinée Mash Up

Hier dans ik samen met Annelies Jansen (van She Beckons) een fusion buikdans duet. Voor het eerst dat we samen dansen en ook voor het eerst dat ik met mijn dansrolstoel een fusion buikdans duet doe.

Matinée Mash Up is een show met verschillende fusion buikdansacts en is een onderdeel van een heel tof festival met workshops en shows.

29 november: DanceAble #3 – afsluiting Symposium Step into the Future

Doel van dit symposium is kennisdeling en bewustwording van de mogelijkheden van mixed ability dance, zowel op artistiek als op sociaal gebied. En na een dag vol interessante lezingen en workshops laten we een trio zien met Misiconi Dance Company.

30 november: DanceAble #3 – IncLab Open stage

Hetzelfde duet met Annelies nog een keer, maar dan tussen allerlei dansgezelschappen die gericht zijn op inclusiedans. En waar Shimmy Shake juist gericht is op fusion buikdans en rolstoeldansers niet zo gewend is, verwacht ik dat ze bij dit open podium van DanceAble juist niet zo gewend zijn aan fusion buikdans. Dus leuk om die twee totaal verschillende kanten straks te kunnen meemaken!

Mocht je me gemist hebben de afgelopen weken, dan weet je me te vinden! 😉

masterclass geluk guido weijers jaaropening start schooljaar

Als laatste regio van Nederland, zijn ook wij deze week weer begonnen met school. Voor ons gezin is dat voor het eerst dat beide meiden op het voortgezet onderwijs zitten. Een hele verandering dus. Voor mezelf verwacht ik ook dat dit een totaal ander schooljaar dan vorig schooljaar wordt. Met de veranderingen in het team en daarbij ga ik weer meer lesgeven.

Laatste vakantiedagen Start met studiedagen

Waar de studenten vorige week nog lekker vrij waren, waren er voor de docenten al twee studiedagen ingepland.

De eerste was met het hele college, dus een stuk of vijf teams. Meteen een lange zit, van 8.30 tot 16.00 uur, terwijl mijn werkdagen eigenlijk niet meer dan zes uur moeten zijn. Er waren verschillende workshoprondes en ik twijfelde nog even om de eerste workshopronde over te slaan. Maar ik dacht: laat ik me die eerste dag even van mijn goede kant zien en gewoon het hele programma volgen.

De studiedag was niet op mijn werklocatie of de hoofdlocatie, dus toen we naar de workshops gingen, moest ik even vragen waar de lift was. Die was er dus niet. Vrijwel alle workshops werden op de eerste verdieping gegeven, maar er was geen lift in het gebouw. Ik kon wel janken, voelde me totaal niet welkom.

De workshops die ik wilde volgen, werden vervolgens wel meteen naar een lokaal op de begane grond verplaatst. En om de haverklap kwam er iemand sorry zeggen. Ik heb er niet zo netjes op gereageerd, kon er ook geen fatsoenlijkere woorden voor bedenken dan dat het gewoon kut geregeld was. Ze weten dat ik gebruik maak van een rolstoel en we hebben meer dan genoeg locaties die wèl rolstoeltoegankelijk zijn. Waarom dan toch voor deze locatie gekozen is, geen idee.

Voor de tweede studiedag met ons eigen team was ik even bang dat ik weer vergeten was toen ik zag dat we naar het strand zouden gaan. Maar alles was georganiseerd op het terras en de verharde paden, dus dat was helemaal top. Ook een hele fijne eerste studiedag zo met het team, veel beter dan binnen zitten vergaderen.

Feestelijke start

Afgelopen vrijdagavond vierde ik mijn veertigste verjaardag. Als dat geen leuke start van het schooljaar is! En hoewel ik normaal niet echt wat bijzonders doe met mijn verjaardag, had ik deze keer wel echt uitgepakt. Ik had een muziekcafé in de buurt afgehuurd en coverband Square geboekt. En behalve mijn vaste groepje vrienden en familie, had ik ook wat buren en collega’s uitgenodigd. Zij zorgen ervoor dat ik me thuis voel zodra ik de straat inrijd. Of dat ik mijn werk kan blijven doen en me nuttig kan maken. En daar wilde ik ze met dit feestje ook voor bedanken.

Ergens vond ik het ook wel spannend met zoveel mensen die ik had uitgenodigd. Zouden ze wel op komen dagen? Vinden ze het wel gezellig met elkaar? Maar tijdens het feest zelf kon ik dat op een gegeven moment wel loslaten. Het was supergezellig, de band was echt heel tof en ik ben veel te veel verwend met leuke cadeaus. Ook zo mooi om te zien hoe onze kinderen en neefjes en nichtjes zich vermaakten. Een nieuwe generatie die (letterlijk) de dansvloer overneemt. En deze ouwe veertiger ging bij thuiskomst meteen naar bed, haha!

Jaaropening in het Nieuwe Luxor

Aan de start van elk schooljaar worden mijn tweeduizend collega’s en ik verwacht in het Nieuwe Luxor in Rotterdam, waar een mooi programma voor ons klaarstaat. Zo ook afgelopen maandag.

Met muziek van Shirma Rouse, wethouder Said Kasmi die twee mbo’ers interviewde, minister Hugo de Jong met een praatje, nog een woord van de voorzitter van het college van bestuur en tot slot een masterclass geluk van Guido Weijers. Ja ja, de baas had weer flink uitgepakt.

En het was ook echt een mooi programma, mooi en grappig om naar te luisteren. Het enige waar ik een beetje moe van word, is dat er meerdere keren benoemd werd dat er neergekeken wordt op het mbo. Ten eerste zit de zaal vol met mensen die graag mbo’ers opleiden, een beetje preaching to the choir dus. Dat er fantastische mensen een mbo-opleiding volgen of in het werkveld rondlopen, hoef je ons niet te vertellen. En ten tweede is het voor de mbo’ers in de zaal niet tof om te horen dat er blijkbaar mensen zijn die mbo minder waard vinden. Als het dan nodig is om het mbo te verdedigen, doe dat dan op je feestjes en partijen waar alleen maar hoogopgeleiden rondlopen die geen flauw idee hebben dat er meer buiten hun bubbel is.

Nieuwe roosters, nieuwe ritmes

En dan gaan we nu echt beginnen met het nieuwe schooljaar. Met daarbij een nieuw rooster en een nieuw ritme om weer in te komen. Voor mij is het anders dan vorig jaar, omdat ik weer meer les ga geven. Dat zal wel weer even wennen zijn. De lesstof die ik moet overdragen weer opfrissen. Ontdekken welke aanpak en werkvormen het beste aansluiten bij de klassen die ik krijg. En niet te vergeten: het smartbord onder de knie krijgen. Eigenlijk heb ik geen theorieles meer gegeven sinds deze vernieuwd zijn. Dus daar zal ik wel even mee moeten oefenen voor ik mezelf voor een hele klas voor schut zet.

Thuis gaat er ook een nieuw ritme komen nu ook mijn jongste dochter naar het voortgezet onderwijs gaat. Dat voelt echt als een nieuwe fase. Helemaal van die basisschool af en ik zal het niet missen. En meteen al volgende week op kamp. Dan al dat huiswerk en ook nog in het Engels, want ze doet net als haar zus tweetalig onderwijs. Ook een pittige start, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat goedkomt. Die oudste van mij redt het inmiddels ook prima en start deze week in 5vwo.

Al met al kan ik wel zeggen dat ik gelukkig ben met hoe ik erbij zit deze start van het schooljaar. Ik heb er zin in en kijk ernaar uit om me weer op andere gebieden nuttig te maken dan alleen maar de examens. Daarnaast ben ik een trotse moeder met die twee tienermeiden die lekker hun eigen gang gaan op school en daarbuiten.

Om aan te sluiten bij de quote uit Guido’s masterclass:

Wat wil jij het komende schooljaar nalaten?

Dat was het dan alweer. Het schooljaar zit er weer op na deze week. Gisteravond was de diplomering, de lessen zijn al gestopt en het is alleen nog even opruimen en hier en daar wat voorbereiden voor volgend schooljaar.

En het verbaast me nog steeds hoe anders ik erbij zit ten opzichte van vorig jaar.

Lees maar eens het artikel wat ik een jaar geleden aan het einde van het schooljaar schreef: Wat als het werken straks echt niet meer gaat?

Ik werk weer mijn volle aanstelling en dat gaat goed!

Ja, dat mag best met grote letters gezegd worden. Dit schooljaar heb ik keihard mijn best gedaan om binnen mijn grenzen weer langzaamaan op te bouwen. Dat me dat is gelukt, is ook te danken aan mijn onderwijsleider en team. Sowieso dat ik de ruimte kreeg om meer taak- dan lesuren op mijn jaartaak te hebben. Maar ook het begrip wanneer ik me afmeldde voor activiteiten laat op de dag of in het weekend.

Om tussendoor op mijn werk te kunnen rusten, heb ik een stretcher in mijn kantoortje staan en is er een slot op de deur gemaakt wat ik van binnenuit op slot kan draaien. Ik moet zeggen dat ik hier steeds minder gebruik van maak, maar dat de optie er is, is al fijn!

En mijn man en kinderen moet ik ook niet vergeten, daar heb ik het ook aan te danken. Zij redden het prima zonder mij. Boodschappen en koken wordt hier in huis door iedereen gedaan, dus ik kan gerust op de bank blijven liggen als een werkdag een keer toch iets zwaarder uitviel dan verwacht.

Taken verdelen in het team: wat wil of kan ik?

Pas geleden hebben we ons als team weer over de werkverdeling voor volgend jaar gebogen. We begonnen met het benoemen van elkaars kwaliteiten, wat we al eens eerder gedaan hadden. Wat ik als kwaliteiten toegeschreven kreeg, was vergelijkbaar met de vorige keer. Ik werk gestructureerd, ben duidelijk in mijn communicatie, soms ook direct. Ik ben consciëntieus/accuraat, heb een brede kennis en deel deze graag.

Wat me dan meteen opvalt, is dat al die kwaliteiten vooral over mijn werk als examenleider gaan. Dat steekt wel een beetje. Met de doorstroom van studenten zijn er nu al vrij weinig studenten die ik echt les heb gegeven en blijkbaar hebben mijn collega’s er ook geen beeld meer bij hoe ik voor de klas sta.

Nog iets wat steekt, is dat er bij het verdelen van taken steeds benoemd werd dat je een taak op je moet nemen waar je blij van wordt. Ja, het is mooi als dat kan, maar voor mij gaat dat niet op. Ik ben blij dat ik kan werken, maar van het werk zelf word ik niet altijd blij. Maar het moet gewoon gebeuren en blijkbaar ben ik er goed ik, dus hou ik die taak voorlopig nog wel aan. En ook dat wisten sommige collega’s niet van mij.

Verder moet ik zeggen dat het bespreken van de werkverdeling best relaxt ging nu we een veel kleiner team hebben. Volgend schooljaar zijn we echt gesplitst en zit ik in het team Pedagogisch Werk (inclusief Onderwijsassistent), dus helemaal los van het team Dienstverlening en Maatschappelijke Zorg.

Wat ga ik volgend schooljaar wel doen?

Die taak van examenleider mag ik dus blijven doen. En ook al is ons team gesplitst, er blijven nog zoveel uren over voor de examinering, dat ik daardoor niet teveel les hoef te geven. Dat is fijn dat dat kan en dat het team daarvoor wil afwijken van de verdeling taken/lessen zoals die in de cao staat. Want voor mij betekent het dat het werken haalbaar blijft. Zeker nu ik dit schooljaar heb ervaren dat het lukt zolang ik binnen mijn grenzen blijf.

Daarnaast ga ik meer lesgeven dan ik dit schooljaar gedaan heb. Ik hoop op de acht a tien lesuur per week. Afgelopen schooljaar heb ik vooral begeleiding gegeven bij examenopdrachten, dus ik moet me weer helemaal opnieuw gaan inlezen in de lessen die er zijn. Welke lessen ik ga geven, weet ik nog niet. Wel dat het de beroepsgerichte vakken zijn, die voorbereiden op de beroepsgerichte examens, dus het ligt nog steeds wel binnen mijn expertise.

Wat ga ik volgend jaar niet meer doen?

Wat ik niet meer wil gaan doen, is werken in een werkgroep voor het hele college. Dat heb ik de afgelopen maanden gedaan sinds ik weer mijn hele aanstelling werk. En nu was ik redelijk flexibel, omdat ik vrijwel geen les gaf. Maar als ik straks weer wat meer les ga geven, is het lastiger inplannen om naar een andere locatie te gaan.

Naast dat praktische (en fysiek belastende) stukje van moeten schuiven in werktijden en moeten reizen naar de hoofdlocatie, was ik ook inhoudelijk wat teleurgesteld. Niet dat we als werkgroep baggerstukken hebben opgeleverd, maar ik had er meer van verwacht. De manier van plannen, samenwerken en communiceren stond me tegen. Zoveel onder tijdsdruk moeten werken, doet in mijn ogen af aan de kwaliteit die ik zou willen leveren.

Nu was deze werkgroep gericht op het maken van een kwaliteitsslag in de examinering, maar in voorgaande jaren heb ik dit eerder meegemaakt in andere werkgroepen. Bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van curriculum, leerlijnen of lesplanners per vak, of het bijschaven hiervan. Het moeten leveren van een product binnen een bepaalde tijd komt dan voorop te staan. Dat product voldoet dan wel aan de eisen, maar ik mis het om ècht een goed product neer te zetten waar je trots op kunt zijn.

Misschien heb ik gewoon te hoge verwachtingen bij zo’n werkgroep.

Conclusie: volgend jaar weer volop met mijn eigen team en studenten aan de slag!

De foto boven dit artikel laat wel een beetje zien hoe ik me dit afgelopen schooljaar in mijn werk voelde. Ik was er wel, maar toch ook weer niet. Ik voelde me er niet helemaal bij horen, voelde me niet altijd gehoord of gezien.

En ik was er ook letterlijk niet altijd bij. Pas in april kon ik weer mijn hele aanstelling (vier dagen van zes uur) werken, dus het grootste deel van het schooljaar was ik nog ‘ziek’. Op de foto zelf was ik weer eens niet bij een teamvergadering, omdat ik naar die werkgroep moest. Ik had een stukje uitleg voor mijn collega’s gefilmd, in de hoop dat ze het op die manier ook zonder mij konden doen. Maar dat werkt dus niet zo hè. Docenten zijn net studenten wat dat betreft, direct contact werkt dan toch beter.

Laat mij het komende schooljaar dan maar weer gewoon lekker lesgeven en daarnaast examenleider zijn. Weg met die te hoge verwachtingen die toch niet waargemaakt kunnen worden. Welke werkgroep zit er nou te wachten op iemand die constant commentaar heeft dat het nog niet goed genoeg is?

En hoe was jouw (school-)jaar? Wat zou jij anders willen aanpakken in je werk of studie?

O4 workhopper rolstoel getest

Zo rond mei/juni staan de examens en de uitslagen van het voortgezet onderwijs in de spotlights. Bijna iedereen weet wel hoe spannend en stressvol die periode kan zijn, of het nu uit eigen ervaring is of die van je kinderen. Dat het in het mbo net wat anders loopt (maar niet altijd minder spannend of stressvol), daar heeft dan weer niet iedereen ervaring mee. En als ik vertel dat ik vooral als examenleider in het mbo werk, krijg ik vaak de vraag: ‘Wat doe je de rest van het jaar dan?’

Examens in het mbo

Nu ben ik dan weer iemand die (nog) geen ervaring heeft met examens in het voortgezet onderwijs, maar in het mbo heb ik er de afgelopen vijftien jaar wel wat van meegekregen.

In het team waar ik nu werk, hebben we de opleidingen Maatschappelijke Zorg, Pedagogisch Werk en Dienstverlening. Elke opleiding bestaat uit een basisdeel, profieldeel en keuzedelen. Zo heb je bijvoorbeeld bij Pedagogisch Werk de profielen Pedagogisch Medewerker Kinderopvang, Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker en Onderwijsassistent waar de student een keuze uit maakt. En al deze delen worden geëxamineerd verspreid over de hele opleidingsduur. Sommige keuzedelen al in het eerste jaar, maar het grootste gedeelte (bij Pedagogisch Werk in ieder geval) in het derde jaar.

Deze examens zijn altijd gelinkt aan de praktijk. Sommigen worden daar helemaal afgenomen en beoordeeld, anderen (deels) middels een verslag of gesprek.

Daarnaast zijn er de examens Nederlands, Engels en rekenen, ook weer met verschillende onderdelen en verschillend van niveau. Deze vinden bij onze opleidingen in het laatste jaar plaats, tenzij de student het al eerder aankan.

Plannen, aanvragen en verwerken van examens

Je kunt je wel voorstellen dat het best een kluif werk is om al die verschillende examens te stroomlijnen. Elk profiel heeft weer een eigen examengids met planningen die aangehouden moeten worden. Binnen die planningen regel ik beoordelaars en surveillanten en vul ik de planning wat concreter in. Voor het basis- en profieldeel hebben studenten een map, maar andere examens moet ik aanvragen per klas of zelfs op naam van de student.

En wanneer examens eenmaal beoordeeld zijn, check ik de formulieren, voer ik de cijfers in met de administratie en vul ik de examendossiers. Als eenmaal alle examens geweest zijn, bereid ik de examenvergadering voor en kunnen de studenten diplomeren.

Dit alles begint in september al en loopt het hele jaar door, met hier en daar een piek.

Eindeloos overleggen

Regelmatig bezoek ik een andere locatie om te overleggen met de examenleiders van de verschillende locaties. Of hebben we een vergadering met de examencommissie. En dan zit ik ook nog in een werkgroep die zich bezighoudt met de examinering. De laatste tijd zit ik wel één a twee keer per week bij een overleg op een andere locatie.

Door al die overleggen zitten we met z’n allen steeds meer op één lijn. We weten elkaar te vinden om elkaar te helpen en zetten de examinering stevig neer. En dat is goed, alleen niet zo goed voor mijn lijf. Het reizen (vaak in de spits, dus filerijden) en mijn rustmoment overslaan, maken toch dat ik weer veel last krijg van mijn heup/bekken. En er blijft niet veel van mijn werkdag (van maar zes uur) over na zo’n overleg, waardoor ik mijn collega’s minder zie.

Instructie geven aan studenten en collega’s

Dit is eigenlijk nog wel wat ik het leukste vind aan mijn werk als examenleider. Mijn stukje expertise delen met collega’s en studenten. Gedurende een schooljaar verandert er vaak nog weleens wat in de examinering, of is een klas toe aan een stap verder. Dan kom ik graag in de klassen langs om uitleg te geven.

Daarnaast heb ik me al eens verdiept in hoe we als docenten ervoor kunnen zorgen dat studenten zelf verantwoordelijkheid nemen over hun examens, in plaats van dat wij ze achter hun broek aan zitten. En daarna ben ik meer naar de docenten zelf gaan kijken, hoe patronen doorbroken konden worden om tot een meer eenduidige aanpak te komen.

De lessen die ik nu geef, zijn vooral gericht op het begeleiden bij de examens. Daarbij geef ik uitleg over hoe de verschillende examenonderdelen afgenomen worden en stuur ik waar nodig aan bij het plannen, wat de studenten grotendeels zelf moeten doen in de praktijk.

Examenleider… met vlagen een rotbaan

Ach ja, ik schreef het al eens eerder: soms heb ik echt een rotbaan. Dan baal ik ervan als iets niet gaat zoals zou moeten. Of dat collega’s en studenten me alleen maar weten te vinden als er iets te klagen valt. Deze en vorige week liepen er ook wat dingen niet zo soepel. Dan komt er zoveel verschillende informatie via verschillende kanalen, dat ik toch iets mis. Uiteindelijk komt het wel goed, helemaal met de hulp van collega’s. Maar ik kan daar dan toch wel even flink van balen.

En toch heeft het ook z’n leuke kanten. Als je bij het invoeren van cijfers ziet dat het einde in zicht is. Als verlengers toch ineens de smaak te pakken krijgen en als een speer aan het inhalen zijn. Als klassen vol interesse naar jouw verhaal luisteren. Als je van collega’s complimenten krijgt of als ze hulp aanbieden. Als alles op rolletjes loopt.

Volgend schooljaar gaat er weer van alles veranderen. In ons team, in de examenorganisatie. Dan zal ook mijn taak als examenleider weer totaal anders ingevuld gaan worden. Als ik de keuze zou hebben, zou ik voor minder reizen en meer contact met mijn directe collega’s en studenten gaan. Nu nog zien of dat gaat passen…

Pas geleden was ik op stagebezoek bij een kinderdagverblijf in Rotterdam. Terwijl ik wachtte in een kantoor, kwam er een medewerker in een rolstoel voorbij. We begroetten elkaar, allebei verrast om nog iemand in een rolstoel te zien. En hoe cool is dat, dacht ik. Die kinderen hier op het kinderdagverblijf groeien op met het beeld dat iemand in een rolstoel gewoon net als ieder ander hier kan werken. Zou zo mooi zijn als dat op meer plaatsen zo zou zijn. Gewoon mensen met en zonder (zichtbare) handicap die gewoon hun werk doen.

Het zou niet bijzonder moeten zijn, maar toch is dat het.

Als je de afleveringen van Rolstoel Roadmovie hebt gezien, zie je hierin ook de verschillen binnen Europa. In sommige landen (zoals Italië) is er geen speciaal onderwijs zoals wij dat kennen, maar gaan kinderen met een beperking gewoon naar dezelfde school. Weer een heel ander voorbeeld was een bedrijf in Spanje, waar het merendeel van de medewerkers een beperking had. Op zich fijn dat ze dat werk hebben, maar of er daar dan sprake is van een inclusieve samenleving…

Rollend rolmodel

Een rolmodel heeft een voorbeeldfunctie voor een bepaalde groep mensen. In bovenstaande voorbeelden zie ik de medewerker op het kinderdagverblijf als rolmodel. Maar ook Mari Sanders, die met zijn Rolstoel Roadmovie laat zien dat er nog veel drempels weg te nemen zijn. En daarnaast zelf een filmmaker is die in een rolstoel zit.

Het zou tof zijn als mensen met een beperking in diverse beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. Zodat ook kinderen en jongeren met een beperking een voorbeeld kunnen zien van wat zij in de toekomst kunnen doen.

Op het gebied van dans (en vooral inclusiedans) ben ik ook op zoek naar rolmodellen. Maar dat is nog lastig te vinden, dus tips zijn welkom! Niet alle dansstijlen spreken mij aan en bij de dansstijlen die me wel aanspreken, is het vaak een gespierde man die in de rolstoel danst. Iets wat ik nooit zal worden, gespierd of man.

Rolmodel of inspiration porn, waar ligt de grens?

In mijn ogen hoef je niet altijd extreem uit te blinken om een rolmodel te zijn. Complimenten geven omdat iemand iets goed kan, ook niks mis mee.

Maar waar ligt dan de grens tussen het waarderen van iemand als rolmodel en het misbruiken van die rol als inspiration porn, als kijkvermaak voor (met name) niet-gehandicapten? Ik vind dat nog best een lastige. Zeker op gebieden waar ik niet zoveel verstand van heb en dus al snel onder de indruk ben.

Op social media zie ik mensen verschillend reageren. De één vindt iemand prachtig zingen en geweldig dat hij met zijn beperkingen op tv komt, de ander irriteert zich aan het feit dat mensen al ‘aaaww’ roepen bij het zien van zijn geleidestok. Of de bewondering die uitgesproken wordt naar iemand die vol geduld iemand met autisme helpt, terwijl een ander vindt dat normaal gedrag als de ander respecteren niet zoveel bewondering verdient.

Die verschillen zijn niet één op één de verschillen tussen hoe mensen met of zonder handicap hiernaar kijken. Ook binnen deze groepen zijn er verschillen.

Aandacht en applaus mag, maar wel verdiend

Ik ben docent geworden omdat ik denk dat ik iets te delen heb waar anderen wat aan hebben. En dan heb ik het vooral over mijn vakgebied (pedagogiek). Ik ben niet vies van een beetje aandacht. Sterker nog: het lijkt me vrij zinloos als ik les sta te geven en niemand luistert naar me.

Maar ik hoef geen complimenten om het feit dat ik werk, ‘ook al zit ik in een rolstoel’.

Met het dansen net zo. Het geeft een kick als je de aandacht van het publiek weet vast te houden en applaus krijgt. Maar dan wel om het dansen, niet omdat ik toevallig in een rolstoel zit tijdens dat dansen.

En natuurlijk streelt het mijn ego als mijn blog en bijbehorende social media steeds meer groeien, maar dan wel graag om de inhoud. Toch krijgen de mooie plaatjes mèt rolstoel meer likes dan die zonder.

Dus als ik het voor mijzelf persoonlijk bekijk, dan denk ik dat de grens ligt tussen het bewonderen van de expertise van iemand (die toevallig gehandicapt is) en het bewonderen van iemand als gehandicapte, gewoon omdat ie gehandicapt is. In dat laatste geval zou je net zo goed iemands navel kunnen bewonderen, wat nergens op slaat en eigenlijk zelfs een beetje creepy is.

En waar ligt voor jou die grens?

Complimenten voor de bovenstaande foto’s mogen trouwens naar Bianca Toeps die mij zo mooi heeft weten vast te leggen. Complimenten voor de blauwe jurk mogen wel naar mij, want die heb ik zelf gemaakt, haha!

bso tienermeiden

Vandaag is het Koningsdag. Dat heeft op zich niet zo heel veel te maken met het onderwerp waar ik over wil schrijven, maar het feit dat we hier een koningshuis hebben, geeft me wel de mogelijkheid om dat enorme contrast in kansen weer te geven. Want als je als prins of prinses wordt geboren, krijg je andere kansen voorgeschoteld. Niet dat ik zou willen ruilen of het ze niet gun, maar je kunt er niet omheen dat er een verschil is.

Straks zitten alle drie de prinsessen op het gymnasium. Met zo’n koninklijke achtergrond zal geen leerkracht eraan denken om ‘voor de zekerheid’ het advies wat lager in te zetten. Mocht het toch iets te hoog gegrepen zijn, dan laten de financiën van pa en ma het makkelijk toe om bijlessen in te zetten. En ook na hun gymnasium en verdere studieloopbaan hoeven ze zich geen zorgen te maken. Hun salaris of uitkering zal niet eens in de buurt komen van het minimumloon.

Hoe anders is dat als je wieg in Rotterdam Zuid stond, je bij je geboorte een kleurtje mee hebt gekregen, je ouders geen vet salaris of de juiste diploma’s hebben. Om maar een voorbeeld te noemen.

Nee, het is gewoon niet eerlijk verdeeld

Je kunt zeggen wat je wilt, vreselijk je best doen om alles zo eerlijk mogelijk te verdelen, maar er is gewoon sprake van kansenongelijkheid. Ook al ben jij niet degene die anderen achterstelt, het gebeurt, dat kun je niet ontkennen.

We hebben een enorm diverse samenleving. De vraag is vervolgens hoe je daarmee omgaat. Ik schreef al eens eerder over visies op diversiteit. En in mijn ogen is er niet één passende oplossing. Verschillende situaties vragen om verschillende oplossingen. Niet alles kan in wetgeving vastgelegd worden en soms werkt goedbedoelde wetgeving zelfs averechts.

Er is niet één handleiding die je overal bij kunt gebruiken. En dat betekent dus dat je veel vanuit je eigen boerenverstand moet bedenken. Maar daarbij helpt het wel om iets van verschillende oogpunten te bekijken en niet al teveel op je eigen aannames te vertrouwen.

De impact die je als docent hebt

Even voor mij als mbo-docent gezien, begint het bij de intake van een opleiding: wie wordt wel aangenomen en wie niet? En vervolgens: welke begeleiding krijg je van start tot diplomering? Als docent heb je zo ontzettend veel invloed op hoe iemands loopbaan vorm gegeven wordt.

Ik ben me er ook niet altijd bewust van wat ik voor impact heb op mijn studenten. Ik vraag regelmatig feedback, maar weet wel dat dan nog niet alles gezegd wordt. Soms hoor ik via een collega dat een student blij was met mijn steun in een gesprek. Of kom ik jaren later een oud-student tegen waar ik best wel eens mee in de clinch had gelegen en die dan pas vertelt hoe ze mijn lessen gewaardeerd heeft.

Daarom vind ik tweets als deze en de reacties erop zo verfrissend.

Het houdt een spiegel voor en zet je aan het nadenken. Heb ik niet weleens iemand een verkeerde kant opgestuurd op basis van mijn eigen aannames en vooroordelen? Ja, vast wel. Ik kan soms wat kritisch zijn als het gaat om passend onderwijs bijvoorbeeld. Ik wil mensen niet opleiden voor een uitkering, maar voor een beroep wat ze ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Aan de andere kant zie ik dat sommige studenten langer de tijd nodig hebben voor een opleiding dan er voor staat, om verschillende redenen. En ik ben er wel een voorstander van om die studenten dan die tijd te geven om eruit te kunnen halen wat erin zit.

Bewustwording is een eerste stap, maar wat dan?

Er wordt al heel veel gesproken en ondernomen om die kansenongelijkheid terug te dringen. Bij de laatste Meetup010 over kansengelijkheid kwamen daar verschillende voorbeelden van voorbij. Er zijn ontzettend veel projecten die allemaal op hun eigen manier kinderen en jongeren begeleiden om die kansen iets meer gelijk te trekken. Wat mij opviel bij drie verschillende projecten waar ik wat van heb gehoord, is dat ze vooral gericht zijn op het stellen van haalbare doelen en de kinderen/jongeren begeleiden in het behalen hiervan. Soms buiten de school, maar wel gericht op schoolse thema’s of de schoolloopbaan.

In eerste instantie dacht ik: is dat alles? Helpt dit wel? Maar ergens is het ook logisch dat het wèl zou werken. Als iemand continu kansen ontnomen worden, lijkt heel veel onhaalbaar. Juist door succeservaringen en het bereiken van doelen, kan dat voortgezet worden en worden kleine doelen grote doelen.

Onorthodoxe aanpak van het onderwijs

Maar dan nog moet er veel gebeuren willen we die kansenongelijkheid opheffen. Michelle van Dijk schreef eerder over een onorthodoxe aanpak van het onderwijs in Rotterdam, welke volgens haar nodig is om de achtergrond van een kind geen impact te laten hebben op het onderwijssucces. En ze zegt daar zeker wat nuttige dingen waar ik me ook in kan vinden. Zoals gewoon goed onderwijs, uitstel van de selectie vmbo/havo/vwo, een gratis alternatief voor schaduwonderwijs. Maar ook: Educate a parent, educate a child.

Dat is iets wat me bij al die verschillende projecten in Rotterdam Zuid ook opviel. Er wordt veel ingezet op rolmodellen, begeleiders, mentoren, anders dan de eigen ouder. Maar hoeveel mooier en effectiever zou het zijn als de ouders zelf een rolmodel en mentor kunnen zijn.

Nu weet ik dat ouderbetrokkenheid door onderwijsmensen niet altijd als prettig ervaren wordt, maar er kan nog zoveel meer uit gehaald worden. Als we eerst maar weer eens die vooroordelen over ouders los kunnen laten. En als school en schoolgebouw op alle manieren toegankelijk zijn voor de ouders.

Daarin zie ik wel een taak voor mij weggelegd in het opleiden van pedagogisch medewerkers en onderwijsassistenten. Als zij het belang inzien van gelijke kansen voor kinderen en wat zij hierin kunnen betekenen, kan dit zich als een olievlek verspreiden.

Heb jij altijd dezelfde kansen gehad in het onderwijs? Wat kan hier volgens jou nog aan verbeterd worden?

O4 workhopper rolstoel getest

Het gaat hier best lekker. Niet dat ik mijn dagen nu pijnloos en vol energie doorkom, maar het is allemaal aardig in balans. Mijn werk heb ik inmiddels weer zover opgebouwd, dat ik mijn hele aanstelling weer werk. Ik ben niet meer deels ziek gemeld.

En dat wil ik natuurlijk graag zo houden! Om die reden heb ik de afgelopen week een paar aanvragen de deur uit gedaan. Want ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik met hier en daar wat hulp of aanpassingen, nog best een poos kan blijven werken.

Aanvraag werkrolstoel bij het UWV

Na een aardige zoektocht was ik bij de O4 rolstoel aangekomen. Een rolstoel waar ik me op mijn werk mee kan verplaatsen, goed in kan zitten achter mijn bureau door de verstelbare rugleuning en zitting en de korte stukjes in mijn kantoor kan trippelen. Veel lichter en smaller dan een trippelrolstoel en ik kan er beter mee uit de voeten.

Nu is er dan eindelijk een rapport van mijn ergotherapeut, mede ondertekend door mijn revalidatiearts, dus kon ik de aanvraag versturen.

Ik had dat nooit eerder gedaan, mijn trippelstoel was gewoon door mijn werkgever aangeschaft en dat was eigenlijk wel zo makkelijk. Briefje van de ergotherapeut, bestellen en klaar. Via het UWV gaat dat niet zo snel. Behalve de aanvraag die je met behulp van je Digid verstuurt, moeten er ook documenten met de post verstuurd worden. Of in mijn geval was dat zo, omdat ik nog niet bekend ben bij het UWV. Het rapport van de ergotherapeut waarin staat wat ik nodig heb en waarom, plus mijn arbeidscontract om aan te tonen dat ik in vaste dienst ben.

Aanvraag gehandicaptenparkeerplaats op kenteken

Wij wonen in een oude wijk, vlakbij het centrum, waar de parkeerruimte vrij schaars is. Als ik de auto langs de stoep parkeer, is het voor mij lastig om in en uit te stappen. Dus zo blijven er nog wat minder parkeerplaatsen over. Nu heb ik wel een favoriet plekje op de parkeerplaats iets verderop in de straat. Eentje waarbij ik makkelijk de rolstoel in en uit de auto kan tillen, genoeg ruimte heb om zelf in en uit te stappen en op een afstand die nog net te lopen is voor mij.

Dat is belangrijk voor me, want als ik op een gegeven moment een rolstoel op mijn werk heb, kan ik dus mijn eigen rolstoel thuis laten. Dat scheelt zo zestien keer tillen in de week. Maar als de auto verderop geparkeerd staat, wordt dat lopen toch lastig. En het lijken zulke kleine dingetjes: even de rolstoel in de auto tillen, even een stukje verder lopen… Maar al zulke kleine dingetjes bij elkaar zorgen ervoor dat ik mijn lijf overbelast en weer verder achteruitga. Daar heb ik niet zoveel zin in.

En met een bouwproject om de hoek (ja, daar op mijn favoriete parkeerplekje) wat binnenkort zal gaan starten, raakte ik toch wel een klein beetje in paniek. Straks raak ik alles wat ik nu opgebouwd heb, weer kwijt. Dan zou het zomaar zo kunnen zijn dat de auto drie straten verder geparkeerd moet worden, wat voor mij niet te lopen is.

Vandaar dus dat ik een aanvraag heb ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Bij ons in de gemeente kom je daarvoor in aanmerking als de parkeerdruk hoog is en je zelf een gehandicaptenparkeerkaart hebt als bestuurder, plus een auto natuurlijk. Deze aanvraag ging ook weer ouderwets via de post. Met behalve het aanvraagformulier ook een kopie van mijn gehandicaptenparkeerkaart, rijbewijs en het kentekenbewijs van onze auto.

En nu maar afwachten…

Ja, die ambtenaren nemen hun tijd er wel voor. Twaalf weken voor de aanvraag van de gehandicaptenparkeerplaats en acht weken voor de aanvraag van een meeneembaar hulpmiddel. Dus het is nu vooral even geduld hebben en afwachten welke beslissingen genomen worden. Vervelend om daarin afhankelijk te moeten zijn van instanties. Aan de andere kant fijn dat ik er gebruik van mag maken. Het gaat me echt zoveel helpen om langer te kunnen blijven werken en me zelfstandig te kunnen verplaatsen.

Wat betreft de gehandicaptenparkeerplaats maak ik me op zich niet zoveel zorgen. Voor zover ik het in kan schatten, voldoe ik aan de eisen die ervoor opgesteld zijn. Het enige wat voor problemen kan zorgen, is dat de parkeerplaats nu eigendom is van de projectontwikkelaar en niet van de gemeente. Dat maakt het wellicht wat lastiger en misschien zal het niet de plek worden die voor mij het beste zou werken.

Het UWV heeft wel wat meer voorwaarden die zij zelf invullen. Zij moeten eerst nog bepalen of ik een structurele functionele beperking heb. Ik weet niet of het in mijn nadeel is dat ik inmiddels weer beter gemeld ben, maar verder denk ik wel dat EDS mij structureel en functioneel beperkt. Behalve dat vergoeden ze alleen de goedkoopste voorziening die geschikt voor mij is. Een O4 rolstoel is niet de goedkoopste rolstoel die er is, maar met alles wat ik geprobeerd heb, is deze wel het meest geschikt.

Heb jij ervaring met dit soort aanvragen? Hoe verliep dit bij jou?

En duim je mee dat het wachten het uiteindelijk waard gaat zijn?

staking onderwijs

Van 11 tot en met 15 maart voert het hele onderwijs actie. Goed onderwijs is nodig en daar heb je leraren voor nodig, waar juist steeds meer een tekort aan is. De actieweek wordt afgesloten met een staking op 15 maart.

Ik zie de noodzaak om actie te voeren, maar twijfel nog wat ik hierin kan betekenen. Wel of niet staken…

Waarom wel staken?

Alleen over het waarom wel zou je al hele artikelen kunnen vullen. Frans Droog en Michelle van Dijk deden dit al. Zij noemen heel veel goede argumenten, dus zeker even doorklikken en hun stuk lezen!

Wat voor mij belangrijk is:

  • Het zijn niet alleen de leraren die er last van hebben, ook de leerlingen en hun ouders. Leerlingen missen lesstof door lesuitval en zijn daardoor misschien minder goed voorbereid op hun vervolgopleiding of toekomstige beroep. Ouders moeten opvang regelen als de school kinderen naar huis stuurt bij gebrek aan leraren.
  • Onderwijs is de basis van de samenleving. Als dat niet op orde is, brokkelt de rest ook af.  Wanneer leerlingen/studenten klaar zijn met school en het werkende leven in gaan, breidt het zich als een olievlek uit. Dan kun je niet de lat steeds lager leggen en die beginnende beroepsbeoefenaars met een halflege rugzak het werkveld insturen. Of wat ook wel gebeurt: de lat hoger leggen, maar dit niet faciliteren in het onderwijs.
  • Het lerarentekort en daarbij de hoge werkdruk zijn problemen die al zo lang spelen en nog is er geen oplossing voor. Het werken in het onderwijs moet aantrekkelijker gemaakt worden, zodat meer mensen hiervoor willen kiezen en ook willen en kunnen blijven werken. Lagere werkdruk, een passend salaris en carrièreperspectief.

Waarom niet staken?

  • CNV doet niet mee aan de staking. Mijn werkgever en de mbo-raad staan ook niet achter de staking. Zij zien een staking als een uiterste middel, wat nu niet het moment is, omdat ze nog in onderhandeling zijn over de cao. Vind ik op zich een logische verklaring.
  • Ik heb nog steeds een zure nasmaak van de NOT waar onderwijsmensen niet om wisten te gaan met het feit dat ik in een rolstoel zit. Wil ik dan in een nog grotere mensenmassa met diezelfde mensen rondlopen?
  • Ik ben nog steeds deels ziek gemeld, wel al aardig aan het opbouwen. Maar dat kleine beetje dat ik lesgeef, is precies die vrijdag wanneer er ook gestaakt wordt. En precies aan die ene groep waar ik zelf hoge eisen aan stel qua aanwezigheid. Het voelt dan niet fijn om zelf niet op te komen dagen bij die les.
  • Dat opbouwen wil ik graag doorzetten. Een uitstapje naar Malieveld is fysiek gezien zo zwaar voor mij, dat ik daar zeker twee weken van moet herstellen en even niet kan opbouwen. Dat is het me niet waard. En thuiszitten tijdens het staken? Daar wil ik nu juist van af, voor mij voelt dat niet als staken en kan ik dan net zo goed wèl mijn werk doen.

En ja, dat zijn best persoonlijke redenen om niet te gaan staken, terwijl ik de redenen om wel te staken wel veel breder kan trekken dan alleen mijn eigen hachje. Maar hoe meer ik in mijn werk beperkt wordt door EDS, hoe minder ik gezien word. Ik voel de solidariteit niet, die juist zo nodig is bij een staking als deze. Als ik dan toch niet gezien word, waarom zou ik er dan moeite in stoppen?

Dus, overtuig mij: waarom zou ik wel of niet gaan staken op 15 maart?

O4 workhopper rolstoel getest

Voor op mijn werk ben ik al een tijdje op zoek naar de ideale oplossing als het gaat om zitten en verplaatsen. De trippelrolstoel was het niet helemaal, ongeacht merk of ondergrond. Het blijft gewoon een te zware en te grote stoel om mee te trippelen en/of rollen. Even dacht ik dat ik me er maar bij neer moest leggen dat ik gewoon maar twee stoelen zou moeten aanvragen. Een trippelstoel waar ik echt goed in ondersteund word en een rolstoel die daarnaast op mijn werk kan blijven staan om me tussen de lokalen en kantoren te kunnen verplaatsen.

Maar ondertussen had ik ook nog steeds een oogje op de rolstoelen van O4. En na een bezoekje aan de showroom in Varsseveld mocht ik de Workhopper van O4 uitproberen op mijn werk.

Dit maakt de O4 Workhopper anders dan andere rolstoelen

De zitting en rugleuning zijn gemakkelijk anders in te stellen, zodat je je zithouding kan variëren. Voor mij in mijn werk betekent dit:

  • Net iets hoger zitten om iets uit de kast te pakken of om op het kopieerapparaat te kijken.
  • Bij overleggen, gesprekken of in de pauze de rugleuning iets naar achter zetten, zodat ik meer ontspannen kan zitten.
  • Door de voetplaat opzij te klappen, kan ik trippelen als ik mijn handen vol heb.
  • Achter mijn bureau kan ik variëren in zithouding door de rugleuning zo in te stellen als ik op dat moment prettig vind. Ik zit niet de hele werkdag in dezelfde houding.
  • De rugleuning loopt tot mijn schouderbladen en is daarmee hoger dan die van mijn andere rolstoelen. dat geeft net wat meer steun bij het lange zitten.
  • Vergeleken met de trippelrolstoelen is de O4 Workhopper veel lichter en minder breed. Vergeleken met een gewone rolstoel wel iets zwaarder, maar dat verschil merk ik niet met rollen.
  • Hij heeft een vast zitkussen wat echt heerlijk zit.

Wat mis ik nog aan de O4 Workhopper?

De rolstoel die ik nu geleend heb, is natuurlijk niet helemaal aan mijn behoeften aangepast. Zo vind ik ‘m eigenlijk net iets te hoog voor het trippelen. Ik kan daardoor niet zo goed met mijn voeten afzetten. En ik mis de wig in de zitting heel erg. De zitting van deze rolstoel kan vooral naar voren kantelen, maar dus niet naar achteren.

Ik zou ook wat meer ingeklemd willen zitten, dus wat hogere spatborden. En of de rugleuning mij wel voldoende steun geeft, ben ik nog niet over uit. Misschien dat ik dat minder nodig heb als de spatborden hoger zijn. Maar op dit moment heb ik nog steeds een pijnlijke onderrug als ik een ochtend gewerkt heb. Op zich heb ik dat met andere (rol-)stoelen ook wel, dus of het helemaal op te lossen is, weet ik niet.

Verder kan er wèl een hoop aangepast worden, zoals de zithoogte, wig, spatborden. En dan zou het alles bij elkaar een veel betere rolstoel zijn dan mijn huidige. Zonde eigenlijk om ‘m dan alleen op mijn werk te hebben staan!

Een laatste dingetje is wel dat ik tijdens het rollen niets kan meenemen. Op mijn schoot glijdt het eraf, tussen mijn knieën past niet zoveel en de rugleuning leent zich er niet voor om elke tas hieraan te hangen. Maar hier had ik zelf al snel een oplossing voor gevonden.

O4 workhopper rolstoel met zakje

DIY rolstoelzakje met behulp van Ikea

Toevallig was ik pas met man en kinderen in de Ikea en ging ik bij de opbergspullen eens op zoek naar iets wat dienst kon doen om mapjes en papierwerk in mee te nemen met mijn rolstoel. De schoenendozen daar leken me wel wat, maar deze waren helaas te smal om A4 in op te bergen. Bij het ophangbord Skadis en bijbehorende accessoires kwam ik een zakje tegen met een metalen rand. Dat leek me ook wel wat.

Eenmaal thuis ben ik in mijn kastjes gaan neuzen hoe ik het zakje aan mijn rolstoel kon hangen. En omdat mijn laatje met siernieten, drukknopen en nestelringen wel eens mag slinken qua voorraad, ben ik daarmee in de weer gegaan. Dus een keer zonder naaimachine!

Nu moet ik helaas straks weer de geleende O4 Workhopper inleveren, maar dat zakje kan ik ook makkelijk aan mijn eigen rolstoel hangen. Maar natuurlijk hoop ik dat ik over een tijdje een eigen Workhopper heb om ‘m aan te hangen.

Dit is geen gesponsord artikel, ook jij kunt een O4 rolstoel een week lang uitproberen! Niet alleen op je werk, maar ook thuis.

 

driewielligfiets broekpolder hase lepus woutlander

Wat een jaar was 2018! In januari had ik nooit kunnen bedenken dat ik nu in december hier zou staan. Fysiek gezien heb ik een paar flinke stappen terug moeten doen, maar daardoor kon ik wel weer vooruit. Ik ga met een tevreden gevoel 2019 in. Om overal op terug te blikken, zou een erg lang artikel opleveren. Maar de plannen die ik voor 2018 had, die mogen natuurlijk niet ontbreken. Eens zien wat daarvan terecht is gekomen…

1. Wel of geen ifuse

Nou, daar ben ik nu wel over uit: Nee, dat gaat ‘m niet worden. Na lang twijfelen en de voors en tegens afwegen, had ik eerder dit jaar al besloten die plannen voor een ifuse in de koelkast te zetten. Het vastzetten van mijn SI zou de pijn in mijn heup toch niet wegnemen.

En inmiddels heb ik wel iets gevonden wat mijn pijn vermindert: gewoon mijn lijf niet meer overbelasten. Niet dat dat makkelijk is, maar het werkt wel.

2. Belastbaarheid in kaart brengen

In kaart brengen wat me energie geeft of juist overbelast in mijn werk en hier op aanpassen wat nodig is om het werk te kunnen blijven doen. Dat was nogal een klus, steeds weer een stapje terug nemen. Ik ben weer in de weer geweest met plakjes salami om het inzichtelijk te krijgen. En op dit moment red ik het door halve dagen te werken en mijn rolstoel te gebruiken bij alles wat ik buitenshuis doe. Dus ook op mijn werk.

Wat aanpassingen betreft, zit ik nog midden in die zoektocht. De trippelrolstoel die ik uitgeprobeerd had, was het toch niet helemaal. Het is best lastig iets te vinden wat helemaal aansluit bij wat ik nodig heb, om mijn lijf zo min mogelijk te overbelasten.

3. Fysiek in balans blijven/opbouwen

Tja, die balans ben ik juist dit jaar even flink kwijtgeraakt. Eind januari had ik mijn lijf door een piek in de werkdruk enorm overbelast en het lukte me maar niet om daar weer bovenop te komen. Ook niet toen ik mijn rolstoel voortaan op mijn werk ging gebruiken. In de meivakantie meldde ik me voor 50% ziek en tegen de zomervakantie werd dat zelfs 75%. En eerlijk gezegd was ik het vertrouwen een beetje kwijtgeraakt of het nog wel goed zou komen.

Pas na de zomervakantie lukte het me om ècht binnen mijn grenzen te blijven. Nu kan ik inmiddels wel zeggen dat ik fysiek in balans ben. Ik stem mijn activiteiten op de dag af op wat mijn lijf aankan. En wat werk betreft ben ik langzaamaan weer wat aan het opbouwen. Ik ben nu nog voor 33% ziek gemeld en hoop hierin verder te kunnen opbouwen tot ik weer mijn hele aanstelling kan werken.

Dat was niet het soort opbouwen wat ik aan het begin van 2018 voor ogen had, maar vooruit. Ik denk wel dat ik nu op de juiste manier aan het opbouwen ben.

4. Samenwerken met bedrijven die ècht bij mijn blog passen

Eerlijk gezegd stop ik hier nog niet heel erg veel moeite in. Bedrijven echt actief benaderen is niet zo mijn ding. Maar dat betekent niet dat er geen leuke samenwerkingen op mijn pad zijn gekomen. Zo kwam er precies op het juiste moment een aanbod van sportvasten voorbij. En het pakketje van Woutlander zorgde ervoor dat ik weer zin had om eropuit te trekken. En alles wat ik kan uitproberen in combinatie met dansen, is altijd leuk! Zoals een draadloze koptelefoon en een custom made legging.

Ik zou nog steeds wel meer samenwerkingen aan willen gaan met betrekking tot hulpmiddelen. Zoals het artikel wat ik schreef over of een traplift binnen mijn woonbehoeften past.

5. Meer met fusion buikdans doen

Jawel, ik heb meegedaan aan de Shimmy Shake Talent Search en mocht door voor coaching. Het resultaat van die coaching mocht ik samen met andere prachtige danseressen laten zien bij het Shimmy Shake Talent Carnival. En eigenlijk smaakte dat vooral naar meer!

In de zomer volgde ik een privéles bij Vleer. En in november heb ik een workshop van Olga Meos gevolgd tijdens het Shimmy Shake Festival.

Dus alles bij elkaar genomen, kun je wel zeggen dat ik dit jaar meer met fusion buikdans heb gedaan! Ik blijf deze stijl toch erg leuk vinden om naast inclusiedans te doen. En ik zou er nog wel veel meer in willen leren.

Wat me ook alles is meegevallen, is als enige in een rolstoel dansen. Bij Misiconi dans ik op zich ook wel als enige in een rolstoel, maar daar zijn ze het wel gewend. Ik was er toch wel een beetje onzeker over hoe anderen er tegenover zouden staan als ik daar een beetje in de weg kom staan met mijn rolstoel. Maar daar was ik snel van af, ik voel me er inmiddels niet meer ongemakkelijk bij. Ik durfde het zelfs aan om met mijn jongste dochter mee te dansen met haar streetdance les toen de laatste les voor de kerstvakantie ouders uitgenodigd waren om mee te dansen. Ok, die dansstijl is niet mijn ding, maar het was erg leuk om zo samen met mijn dochter te dansen.

Hallo 2019!

Uiteraard heb ik al wat nagedacht over het komende jaar. Er is nog genoeg wat ik wil bereiken! Maar ik hou het even bij vier puntjes die ik eind 2019 wil kunnen afvinken:

  1. Een goede stoel (of stoelen) op mijn werk. Dat is iets waar ik met mijn ergotherapeut nu mee bezig ben en hopelijk vinden we in 2019 iets wat past bij wat ik nodig heb.
  2. Weer helemaal ‘beter’ zijn. Echt beter word ik natuurlijk niet, maar ik verwacht wel dat ik weer mijn hele aanstelling kan werken. Als ik het maar rustig opbouw en niet over mijn grenzen ga.
  3. Mooie foto’s kunnen maken. Ik heb al een poos een fijne systeemcamera, maar haal daar nog lang niet alles uit. Het wordt weleens tijd voor een cursus, altijd leuk om wat nieuws te leren.
  4. Een heel tof feestje gaan geven als ik 40 word!!! Heerlijk om daar nu al naar uit te kijken. Ik heb al een café afgehuurd, ben op zoek naar een leuk coverbandje… Kan niet wachten tot het augustus is, haha!

Hoe was 2018 voor jou? En wat wil jij in 2019 bereiken?