Berichten

bso tienermeidenVijftien jaar geleden gingen we op zoek naar een kinderopvang die paste bij de opvoeding die wij voor ogen hadden en praktisch gezien aansloot bij onze behoeftes. En achteraf gezien hebben we het enorm getroffen met het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang (bso) waar onze meiden opgroeiden van kleine hummeltjes tot zelfstandige dames.

Door mijn werk heb ik inmiddels meer dan genoeg vergelijkingsmateriaal gezien. Van kleinschalige, huiselijke opvang tot gigantische ruimtes waar het bruist van energieke kinderen. Sommigen met een prachtige visie op papier, maar waar weinig van terechtkomt in de praktijk. En andersom hebben sommige leidsters niets op papier nodig. Die hebben van nature al zoveel feeling met kinderen, dat zit meteen al goed.

Maar die opvang van onze meiden paste prima bij ons. Niet betuttelen, maar juist ruimte geven om zelf te proberen en ontdekken. Niet krampachtig vasthouden aan de regeltjes, maar handelen met oog voor de kinderen.

Maar nu komt er na al die jaren een einde aan die opvang waar we ons zo thuis voelen. Onze oudste dochter zit al een tijdje op het voortgezet onderwijs. En nu is onze jongste dochter die in groep zeven zit, ook klaar met de bso.

Wanneer zeg je de bso op?

Normaal gesproken loopt de bso door tot je kind dertien wordt, of naar het voortgezet onderwijs gaat. Maar zo in groep zeven of acht blijven er steeds meer kinderen alleen thuis voor, tussen of na schooltijd. Het is natuurlijk ook prettig om het geleidelijk af te bouwen. Met de bso worden vaak al afspraken gemaakt wat betreft die zelfstandigheid. Hoe ver ze mogen met buiten spelen. Of ze zelfstandig van de bso naar school mogen en andersom.

Wanneer een kind eraan toe is om alleen thuis te blijven, is afhankelijk van het kind zelf. Wat voor ons redenen waren om de bso uiteindelijk op te zeggen:

  • Ze houdt zelf de tijd in de gaten en gaat op tijd de deur uit.
  • Ik hoef haar niet te herinneren wat ze in haar tas moet doen.
  • Ze is verkeersveilig en kan de weg naar school zelfstandig lopen of fietsen.
  • Mijn werktijden zijn veranderd, waardoor naschoolse opvang niet meer nodig is.
  • De schooltijden zijn veranderd. Ze is daardoor ‘s ochtends maar hooguit een half uur op de bso, maar vaker maar twintig minuten. En we betalen voor een uur en een kwartier.
  • Met alleen nog maar voorschoolse opvang, doet ze weinig aan activiteiten op de bso. Een stripboek lezen kan thuis ook.
  • Ze wil soms met de fiets naar school, terwijl ik de auto voor mijn werk nodig heb. Dan past ze zich aan mij aan, omdat dat het meest praktisch is.
  • Om via de bso op tijd op mijn werk aan te komen, moeten we eerder de deur uit en dus de wekker vroeger zetten.
  • Ze is zo belachelijk zelfstandig dat ze op een vrije dag zelf met oma afspreekt. Dus ook bij studiedagen is de bso niet meer nodig.
  • Inmiddels is ze samen met haar neefje de enige van hun basisschool die van deze bso gebruik maken.

Hoe bouw je de bso af?

Bij onze oudste dochter was de situatie anders. Toen was er nog geen continurooster op de basisschool. En met een jongere zus die de bso wel echt nodig had, was het makkelijker om ook voor de oudste de bso langer aan te houden.

Bij haar hebben we het in de loop van groep acht afgebouwd door haar eerst alleen tussen de middag en na schooltijd alleen thuis te laten. Voorschoolse opvang vond ik wel zo prettig, omdat ik dan ook zeker wist dat ze op tijd naar school zou gaan.

Maar nu er bij de jongste sinds dit schooljaar wel een continurooster is, is er dus geen tussenschoolse opvang meer nodig. Mijn werktijden heb ik daar verder op aangepast, zodat we de naschoolse opvang ook op konden zeggen. In principe zijn we tegelijk ‘uit’, maar soms ben ik net een kwartiertje later thuis dan haar.

Op dinsdag gaat ze eigenlijk al vanaf het begin van dit schooljaar alleen naar school. Ze is dan ‘s ochtends even alleen thuis met haar zus van veertien. Dat gaat verder prima.

Het enige waarom we de drie overige ochtenden voorschoolse opvang nog aanhielden, was omdat ze het zelf wel gezellig vond. Maar inmiddels vindt ze het belangrijker om langer in bed te kunnen blijven en zelf te kiezen hoe ze naar school gaat.

Dus dat was het dan. Nog een paar weken en dan is dit weer een einde van een fase. Dan nemen we afscheid van de bso en mag ze ‘s ochtends haar eigen boontjes doppen.

Wat is volgens jou een goed moment om te stoppen met de buitenschoolse opvang en te vertrouwen op de zelfstandigheid van je kind?

quotes onderzetters Het was bij de wisseling van de gymles in de meisjeskleedkamer. Ik denk dat ik in ongeveer in groep 7 zat. Wij kwamen aan om ons om te kleden voor de gymles en een andere klas vertrok. Eén van de meisjes uit de groep voor ons had een lekkende beker in haar tas, alles zat onder. Ze zat daar in tranen, niemand die haar hulp aanbood. En om er nog een schepje bovenop te doen, lachten mijn klasgenoten haar uit.

Ik had zo met haar te doen en was zo boos op mijn klasgenoten, dat ik de gymtas van één van mijn lachende vriendinnen pakte en die aan het meisje gaf om alles mee schoon te vegen.

Die neiging om op te komen voor anderen, daar heb ik nog steeds weleens last van. Ik kan gewoon niet zo goed tegen pesten of onrechtvaardigheid. Inmiddels ben ik er wel iets minder lomp in geworden, wat fijn is voor anderen, maar ook voor mezelf.

En toch… Toch loop ik er de laatste tijd weer tegenaan dat ik er moeite mee heb dat mensen zo weinig rekening met een ander houden.

Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken

Die onderzetters met quotes op de foto hierboven zijn natuurlijk erg grappig. Maar wat minder grappig is, is dat mensen er tegenwoordig naar gaan leven. Het individu is belangrijker dan de rest van de samenleving. Aardig doen voor een ander is prima, zolang het jou maar geen nadeel oplevert. En je mag best een andere mening hebben, als je je mond maar houdt.

Er is echt niets mis met een beetje om de ander denken. Het hoeft ook niet altijd maar leuk voor jou te zijn.

Hier hadden we bijvoorbeeld een discussie aan de eettafel over het afsteken van vuurwerk voor twaalf uur. Ik vind dat niet nodig. Onze kinderen zijn oud genoeg om op te kunnen blijven en dan om twaalf uur naar buiten te gaan en vuurwerk af te steken. Dat het al eerder mag, tja, ok. Maar is het dan meteen nodig? Alleen omdat je je eigen plezier niet uit kunt stellen? Niet iedereen zit te wachten op al die knallen, dieren doe je er ook geen plezier mee. Dan is het toch maar een kleine moeite om dat afsteken uit te stellen tot middernacht, wanneer het echte feest losbarst.

Ben ik dan zo perfect, een heilig boontje?

Nee, absoluut niet. Ik barst van de vooroordelen, heb geen tafelmanieren en ruim niet altijd mijn zooi op. Maar dat betekent niet dat ik het niet belangrijk vind om mezelf en anderen hier bewust van te maken. Als je een ander alleen maar feedback mag geven als je zelf perfect bent, komen we nooit verder.

Toch vind ik het bijvoorbeeld lastig om een collega feedback te geven op het feit dat hij in één zin de woorden kut, shit en godverdomme gebruikt, zonder dat daar nu een aanleiding voor is. Ik gebruik ook weleens scheldwoorden en ik vind het ook niet vreselijk dat mensen zo nu en dan niet zo netjes praten. Maar in het onderwijs heb je toch een voorbeeldfunctie en er zijn genoeg andere woorden beschikbaar.

Al ben ik niet perfect, ik doe wel mijn best om het goede voorbeeld te geven. Naar mijn studenten toe en natuurlijk ook naar mijn kinderen. Daarin vind ik het trouwens ook goed voorbeeldgedrag dat ik fouten mag maken en kan toegeven. Als ik echt perfect zou zijn, zou ik de lat wel heel erg hoog leggen voor anderen.

Gedrag afkeuren, maar niet de persoon

Die vriendin die in de kleedkamer dat meisje uitlachte, die is uitgegroeid tot een ontzettend mooi mens, van binnen en van buiten. Toen was ze ook al een leuke meid hoor, alleen op dat moment vond ik het even niet zo tof wat ze deed. En dat zal vast wederzijds zijn geweest.

En zo kom ik ook nu nog weleens in situaties waarbij ik er moeite mee heb dat die ander waar ik zo om geef, andere mensen als minderwaardig behandelt. Maar hoe ik ook mijn best doe om niet zo lomp mijn mening te geven, ik kan niet altijd voorkomen dat ik de ander kwets met mijn mening. Niemand vind het leuk om van de ander te horen dat hij of zij iets gedaan heeft wat de ander afkeurt. En toch kan ik het niet laten er wat van te zeggen, omdat ik anders voorbij ga aan mezelf en wat ik belangrijk vind. Dat wil nog niet zeggen dat ik de ander minder waardeer als persoon.

Gedrag is maar gedrag. Soms is het maar een momentopname en zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat het niet zo leuk overkomt. Het hoeft dus niet te betekenen dat de ander egoïstisch of asociaal is als hij of zij een keer niet om een ander denkt. En ik ben ook niet zo lomp als ik soms doe overkomen.

Wat zijn mijn intenties voor 2018 en welke stappen ga ik hiervoor zetten?

Marion van Mijn Kladblog had een mooi artikel geschreven over 10 vragen en opdrachten die je gaan helpen 2018 tot een mooi jaar te maken. Die hebben me wel aan het denken gezet en vooral de laatste twee vragen bleven hangen.

Ik zou heel graag willen dat mensen meer oog voor elkaar zouden hebben, verdraagzamer, empathischer en minder egoïstisch zijn. Maar ik heb geen idee hoe ik dat anders aan zou moeten pakken dan ik nu doe. Ik doe mijn best om mijn kinderen en studenten hier bewust van te maken en ik hoop dat ik in mijn gedrag ook uitstraal wat ik belangrijk vind. Maar het blijft lastig om een ander aan te spreken op zijn of haar gedrag. Want heb ik op dat moment wel genoeg oog voor die ander? Ben ik wel verdraagzaam of empathisch als ik het gedrag van de ander afkeur? Of ben ik niet gewoon zelf egoïstisch als ik zou willen dat iedereen dezelfde normen en waarden zou hebben als ik?

Het antwoord op de vraag in de titel heb ik dus niet. Hoe zou jij het aanpakken om 2018 minder egoïstisch te maken?

smartphone iphone

Die smartphone is wel een dingetje. Ik heb er een haat-/liefdeverhouding mee. En hoe ik ook mijn best doe, sommige voornemens zijn gewoon gedoemd te mislukken. Zoals deze tien:

1. Alle pushmeldingen uitzetten

Die meldingen leiden toch alleen maar af. Elke keer weer zo’n trillende of oplichtende iPhone voor je op tafel wanneer je in gesprek bent…

Dus ik heb er nu al heel wat uitgezet. Mail, Twitter, Facebook, Instagram: ik kijk wel wanneer ik tijd heb.

Maar ik twijfel dus of ik de pushmeldingen van mijn mail niet weer aan wil hebben. Vorig weekend stond ik al voor een dichte deur, omdat ik mijn mail nog niet gelezen had. En ik miste ook al een leuke aanbieding die maar één dag geldig was. Ze zijn toch best handig.

2. Een uur voor het slapen niet meer op je beeldscherm kijken

Lijkt me zo’n goed idee om dat eens uit te proberen om te zien of ik er echt beter door zou slapen. Maar ondertussen pak ik nog steeds bij elk reclameblok op tv mijn telefoon erbij om even door mijn social media te scrollen. En ik lees eerder even een blog van iemand, dan dat ik er een boek bij pak.

Toch lastig om zo’n gewoonte te doorbreken, al lijkt het nog zo eenvoudig.

3. Mijn kinderen krijgen geen smartphone voor groep 8

En het leek er echt op dat dit zou lukken. De oudste had er één in groep 8 en de jongste die nu in groep 7 zit, leek er niet naar om te kijken. Inmiddels is dat dus wel veranderd. Begin januari wordt ze elf en je kunt wel raden wat er nu bovenaan aan verlanglijstje staat: een Apple iPhone.

Het is echt niet zo dat ze nu meteen een gloednieuwe iPhone van ons krijgt, omdat ze erom vraagt. Maar met haar verjaardag in aantocht, verwacht ik dat ze een aardig eind komt met het aftroggelen van een financiële bijdrage bij opa’s, oma’s, ooms en tantes… En dan leggen wij er nog wel dat laatste beetje bij, zodat ze een gebruikte iPhone kan aanschaffen.

4. ICE personen instellen

Als je telefoon vergrendeld is en je wil een noodoproep doen, kun je behalve 112 ook naar van tevoren ingestelde nummers bellen. Ik heb mijn man daar wel in opgeslagen, verder eigenlijk nog niemand.

Maar stel nou dat ik samen met mijn man een ongeluk krijg, dan is er niemand anders die ze via mijn telefoon kunnen bereiken. Ik weet alleen nog niet wie ik er verder in moet zetten. Mijn dochter? Die schrikt zich vast rot als een vreemde met mijn nummer belt. Of mijn moeder misschien? Of mijn zussen? Geen idee…

5. Een smartphonevrije school

Misschien komt het omdat ik in het mbo lesgeef, waar het merendeel van de studenten al boven de achttien is en opvoeden nog maar beperkt zin heeft. Maar van mij hoeft het gewoon niet zo, een smartphonevrije school. Dat mijn zus in het voortgezet onderwijs daar anders over denkt, snap ik wel. Daar zijn de leerlingen nog gewend aan de regels van de basisschool en is het niet zo gek om die door te trekken. En daar hebben we het nog over kinderen, nog niet over studenten die zelf kinderen hebben.

Natuurlijk word ik er weleens moe van om weer te moeten zeggen dat die iPhone weg moet. Maar meestal als studenten na een paar lessen aan mij gewend zijn, hoef ik het niet meer te zeggen. En dan vind ik het ook niet zo’n probleem als ze die telefoon tevoorschijn halen wanneer ze klaar zijn met hun opdracht.

6. Smartphonesabbatical

Gewoon even een poosje helemaal niks met die smartphone doen. Niet bellen, appen, mailen, buienradar checken, een route opzoeken, parkeerapp gebruiken, foto’s maken, iets uitrekenen (ja echt, voor al mijn toetsen die ik nakijk, gebruik ik de rekenmachine op mijn telefoon).

Hoeft geen heel jaar te zijn, maar een week of een maand is ook al heel wat.

Nee joh, dat is gewoon ècht niet te doen.

7. Weinig gebruikte apps verwijderen

Van sommige apps vraag je je weleens af waarom je ze nog op je telefoon hebt staan. Maar ze verwijderen… Tja, stel je voor dat je ze toch nodig hebt. Maar ondertussen klaagt mijn dochter bijvoorbeeld dat ze geen foto’s meer kan maken, omdat het geheugen van haar iPhone vol is. Weg dus met al die onnodige apps!

Ik heb bijvoorbeeld een app waarbij je per gemeente kunt zien wat de afspraken zijn rondom de gehandicaptenparkeerkaart. Hartstikke handig leek me dat. Maar je hebt dus ook een website die precies dezelfde informatie geeft. Een website opslaan bij je favorieten neemt een stuk minder geheugen in beslag dan zo’n app.

8. De kleine lettertjes lezen als je een nieuwe app download

Ik weet het wel, dat is wel zo verstandig om te doen. Dan weet je precies wat die app allemaal voor informatie uit je telefoon haalt en kun je op basis daarvan beslissen of je die app wel wilt downloaden.

Maar ik ben zo naïef om te denken dat ik geen geheimen op mijn telefoon heb en dat het me niets kan schelen. Dus meestal kies ik toch voor het gemak van een app, ook al kost dat me wat van mijn privacy.

9. Wachtwoorden wijzigen

Nog zo één die zo verstandig is om te doen, maar ik veel te weinig doe. Nu ik dat hier geschreven heb, moet ik natuurlijk wel al mijn wachtwoorden wijzigen. Want stel je voor dat iemand heel toevallig zes jaar geleden mijn wachtwoord wist van mijn mail, dan…. Haha, nee hoor, zo erg is het niet.

10. Niet achter je telefoon verstoppen

Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik wat doelloos op mijn telefoon zit te scrollen als ik ergens aan het wachten ben. Wachtend op de metro of bus, of tot je aan de beurt bent bij de kassa.

En iedereen maar klagen dat mensen niet meer tegen elkaar praten op straat, maar alleen maar naar dat schermpje zitten te turen. Ja hoor, daar doe ik dus gewoon aan mee.

Wat neem jij qua smartphonegebruik mee als goede voornemen in 2018?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

telefoon smartphone telefoongebruik tienersZo in de vakantie zit ik er weer met mijn neus bovenop en zie ik dat die veertienjarige dame van mij toch wel heel erg verknocht is aan haar telefoon. Ze kan zich er uren mee kan vermaken.

Maar omdat het kan, wil nog niet betekenen dat het altijd maar mag.

Telefoongebruik: wanneer niet?

Behalve moeder ben ik ook docent in het mbo. De verantwoordelijkheden van het leren omgaan met een telefoon vind ik persoonlijk niet alleen bij de ouders of alleen bij school liggen. Beide partijen hebben hier een rol in.

Los van wat de school besluit over het wel of niet verbieden van een smartphone, vind ik dat je als ouder hier je kind wel het één en ander over kunt bijbrengen.

Dat het niet beleefd is om je telefoon te pakken als je met iemand in gesprek bent bijvoorbeeld. En hetzelfde geldt bij het volgen van een les, of het kijken van een film of voorstelling. Als je wil laten zien dat datgene de moeite waard is om je aandacht bij te houden, dan blijft die telefoon gewoon weg.

De telefoon gaat niet mee naar de slaapkamer wanneer het bedtijd is. Ook bij mij niet trouwens. De verleiding is dan te groot om door je social media heen te scrollen als je even niet kunt slapen. En daar ga je echt niet beter van slapen.

En met alles geldt dat de uitzondering de regel bevestigt. Als een vriendin blijft logeren en het toch al een nacht keten wordt, mag die telefoon daar dan heus wel een keer bij.

Soms is er geen concrete reden of regel. Dan gaat de telefoon gewoon even weg omdat ik het zeg. Zolang zij niet altijd aanvoelt wanneer en hoe ze haar telefoongebruik moet afremmen, help ik haar daar een handje bij.

Wanneer dan wel die telefoon gebruiken?

Los van al die grijze gebieden, is die telefoon toch wel onmisbaar geworden. Voor het checken van het rooster, huiswerk, cijfers en banksaldo. Of het contact houden met vrienden en familie. En voor het opzoeken of vertalen van iets of gewoon doelloos je tijd verdrijven met een spelletje of app.

Eigenlijk wordt er vanaf de eerste klas van het voortgezet onderwijs al van uitgegaan dat kinderen een smartphone hebben. Een telefoonboom is al hopeloos ouderwets, alle informatie gaat via apps.

Mijn oudste dochter (die nu dus veertien is) had er één vanaf groep acht. De jongste (nu tien jaar en gaat naar groep zeven) heeft er op dit moment nog geen behoefte aan. Nu voorziet haar Ipad mini haar al genoeg van spelletjes, filmpjes en af en toe een berichtje versturen. Ik verwacht dat wanneer meer kinderen uit haar klas een telefoon krijgen, zij er ook één wil.

Op zich vind ik de leeftijd van elf a twaalf jaar wel redelijk om een eigen smartphone te hebben. Op die leeftijd zijn ze bovendien net iets meer kneedbaar en nemen ze meer van jou als ouder aan dan wanneer ze een paar jaar ouder zijn. Alhoewel dat per kind natuurlijk kan verschillen. Ik denk dat je dat als ouder wel goed kunt aanvoelen en ze hier op het juiste moment wegwijs in kunt maken. Bijvoorbeeld in wat ze wel of niet kunnen delen op social media of hoe digitaal pesten tegen te gaan.

Kosten besparen

De eerste smartphone die mijn dochter had, was een eenvoudige waar ze zelf voor gespaard had. Maar al snel voldeed deze niet meer, al die leuke apps vragen toch iets meer van een telefoon. Wetende hoe onvoorzichtig ze soms kan zijn met haar telefoon, vond ik het niet zo’n goed idee om een dure smartphone aan te schaffen voor haar. Vandaar dat ze de oude Iphone 5 van haar vader mocht overnemen.

Het Sim-Only abonnement betalen wij overigens voor haar. Prepaid ben ik zelf niet zo’n fan van, voor je het weet is het beltegoed op of juist verlopen. Met een abonnement heb je toch meer de zekerheid dat ze kan bellen en gebeld worden.

Zelf hebben mijn man en ik ook een Sim-Only. Als je drie jaar met een telefoon doet, heb je het geld van een abonnement waar de telefoon bij zit er lang en breed uit.

Bij haar abonnement hebben we er wel voor gekozen om er geen internet bij te nemen. Thuis en op school heeft ze wifi, dus is de noodzaak niet zo groot om daarbuiten ook internet te hebben. Ze heeft ook de kleinste belbundel (alles gaat toch maar via Whatsapp en Facetime). Dan ben je dus echt maar een euro of drie kwijt per maand.

Sowieso vind ik tegenwoordig dat het helemaal niet zoveel hoeft te kosten om bereikbaar te zijn. Er is op zoveel plaatsen wifi. Ideaal ook dat je nu binnen de EU niets extra’s bovenop je abonnement betaalt om te kunnen internetten. (Ok, dat laatste geldt dan niet voor mijn dochter met haar internetloze abonnement, maar ik vind het voor mezelf wel erg prettig.)

Blijft jouw tiener binnen de perken als het gaat om telefoongebruik?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

bemoederende uitspraken zomervakantie

‘Dat zijn geen klimtoestellen hoor!’

Heerlijk hoor, die zomervakantie. Geen wekker, geen werk of school. Het enige wat ik nog mis, is een grammofoonplaat met mijn bemoederende uitspraken, zodat ik daar ook even vrij van ben. Of om wat meer van deze tijd te zijn: een app op de smartphone of Ipad die het even van mij overneemt.

Want zo met al die weken op elkaars lip, krijg ik meteen een berg respect voor de thuisblijfmoeders. Je zit (zeker met slecht weer) zoveel op elkaars lip, dat je je aan ieder dingetje wel kan gaan irriteren.

Aan de ene kant heb ik dan het geluk dat ze met hun tien en veertien jaar zichzelf best aardig weten te redden. Maar aan de andere kant hebben zij een totaal ander beeld hoe dat zichzelf weten te redden eruit moet zien. En ik heb dan weer de drang om dat als moeder bij te willen sturen.

Mocht die app er ooit komen, dan heb ik alvast een voorraadje bemoederende uitspraken. Zelfs al geordend naar categorie.

Basisbehoeften

  1. Ga eerst even fatsoenlijk ontbijten.
  2. Heb je nou die hele meloen in je eentje op?!
  3. Ik kwam even kijken of je nog leeft, het is half elf en je ligt nog in je bed te meuren.
  4. Wat zullen we vanavond eten? Nee, niet weer pizza/patat.
  5. Is het niet eens een keer bedtijd voor jou?
  6. Nu is het even klaar met die beeldschermen.

Huishoudelijke activiteiten

  1. Geen waterballonnen in huis!
  2. Ruim je schoenen op.
  3. Er staat nog een bord en glas van iemand op tafel.
  4. Verveel je je? Het aanrecht staat nog vol.
  5. Zou je je kamer niet eens een keer opruimen?
  6. Lief dat je de was doet, maar het is dan niet de bedoeling dat je alleen je eigen kleren in de wasmachine doet.

Sociale/persoonlijke/creatieve vaardigheden

  1. Laat je zus met rust.
  2. Je kan best even jezelf vermaken.
  3. Wel lief zijn voor elkaar als ik weg ben.
  4. Haal een vriendin op en ga lekker naar buiten.
  5. Ga nu maar even allebei op je eigen kamer wat voor jezelf doen.
  6. Mooi schilderij heb je gemaakt hoor. Is dat nou een wietblad?!

Persoonlijke verzorging

  1. Wanneer ga je je eens aankleden?
  2. Wordt het niet eens tijd om je nagels te knippen?
  3. Aan die voeten te zien, mag jij weleens gaan douchen.
  4. Heb je je tanden al gepoetst?
  5. Ga eerst je haar maar borstelen.
  6. Zit je nou nog in je pyjama?!

Welke bemoederende opmerkingen moet jij iets te vaak maken deze zomervakantie?

(Hoeft niet eens een opmerking te zijn die voor een kind bedoeld is. Ik betrap me er ook weleens op dat ik ze naar mijn man maak.)

mbo-studenten superhelden

Het schooljaar zit erop, de diplomering is geweest. En man, wat ben ik trots op mijn afgestudeerde studenten!

Mbo-studenten Welzijn & Onderwijs

Het team waar ik nu werk biedt verschillende opleidingen aan binnen Welzijn & Onderwijs, van niveau 2 tot en met niveau 4. Allemaal opleidingen waarbij ze uiteindelijk met mensen willen gaan werken, ze verzorgen en/of begeleiden. Met kinderen in de kinderopvang, buitenschoolse opvang of het (basis-) onderwijs, met ouderen, verstandelijk gehandicapten of mensen die om wat voor reden dan ook een hulpvraag hebben en begeleid moeten worden.

En daarbij zijn ze zelf het instrument. Hoe zij de cliënten of kinderen begeleiden, met ze communiceren, hoe ze het groepsklimaat beïnvloeden: alles wat ze doen, heeft invloed op hoe hun doelgroep zich verder ontwikkelt.

Dat geldt net zo goed voor docenten trouwens.

Van straatkatten en prinsessen…

Als ze net binnenkomen, hebben studenten vaak nog geen idee wat het beroep inhoudt waar ze voor gaan leren. Ze spelen graag met kleine kinderen, of willen zelf een betere begeleider worden dan die ze zelf hebben gehad.

Uiteindelijk moeten ze allemaal zover komen, dat ze (zelfstandig) een groep kunnen begeleiden. En waar de één dit van nature al in zich heeft, moet de ander van ver komen.

De afgelopen twee jaar was ik studieloopbaanbegeleider van een kleine klas. Maar hoe klein die klas ook was, de diversiteit was enorm:

  • Jonge moeders die naast hun school en stage dus ook nog de zorg voor hun kind hebben.
  • Studenten die zijn opgeklommen van niveau 2 naar niveau 3 en echt keihard moeten werken om het tempo en niveau bij te kunnen houden.
  • Een andere culturele achtergrond kan soms een struikelblok zijn. Niet alleen in de zin van verschil in normen en waarden, maar ook heel praktisch: het opvragen van een VOG die nodig is voor stage, kan veel langer duren bij een student die niet in Nederland geboren is.
  • Sommige studenten komen uit een warm nest waar hun ouders ervoor zorgen dat ze niks tekortkomen.
  • Anderen hebben zichzelf al die jaren al staande moeten houden en hebben echt een straatmentaliteit.

… tot bekwame professionals

Hoe mooi is het dan om te zien dat al die verschillende studenten zo naar dat diploma groeien. Dat ze gaan inzien wat wel en niet belangrijk is om mee te nemen in hun vak.

Toen ik ze aan het begin van het tweede jaar voor het eerst voor mijn neus kreeg, hebben we best nog wel wat pittige momenten gehad. Ik vond (uiteraard) dat ik wel wat belangrijks te melden had als docent en irriteerde me aan de laksheid van sommigen. Studenten die te laat kwamen, met andere dingen bezig waren of gewoon veel te weinig aanwezig waren. Mijn grenzen heb ik toen duidelijk aangegeven en dat viel niet bij iedereen even goed.

Maar eenmaal gewend aan elkaar en toen duidelijk was wat we aan elkaar hadden, verliep het een stuk soepeler.

Van die onverschillige houding veranderden ze in leergierige studenten. De lessen leken te kort en ze bleven maar vragen stellen, ze wilden ècht meer leren.

En zelfs de studenten waar ik me zorgen om maakte of ze het wel zouden halen, maakten aan het einde een inhaalrace. Om de praktijk hoefde ik me bij de meesten geen zorgen te maken, ze deden het prima op hun stage. De kinderen waren gek op ze en ze werkten goed samen met hun collega’s. Maar het inplannen, uitvoeren en inleveren van (examen-)opdrachten… dat leek toch wel het lastigste onderdeel van de opleiding.

Mijn mbo-studenten, mijn superhelden

Wat hebben ze het geweldig gedaan, die studenten van mij. Dat ze zich zo hebben kunnen transformeren in een paar jaar tijd, maakt ze echte superhelden.

Voor de diploma-uitreiking had ik voor al mijn studenten een kaart geborduurd met een superheld erop. En terwijl ze om de beurt naar voren kwamen om hun diploma in ontvangst te nemen en in het zonnetje gezet te worden, kwamen ook hun superkrachten langs. Humor, standvastig, mooi van binnen en van buiten, precies, zelfstandig, doorzettingsvermogen, beleefd, doelgericht, enzovoort.

Maar het zijn niet alleen mijn studenten waar ik studieloopbaanbegeleider van was, waar ik trots op ben. Als examenleider heb ik van alle gediplomeerden wel wat voorbij zien komen. En met het beoordelen van examengesprekken of -verslagen, krijg je een beeld van hoe ze het in de praktijk doen.

En ook daar zitten echte kanjers tussen. Studenten op niveau 2 die veel meer verantwoordelijkheden krijgen dan zou moeten, maar dit prima aankunnen. Of studenten van Maatschappelijke Zorg die echt wel hele pittige doelgroepen voor hun neus krijgen en hier hun eigen manier van begeleiden in kunnen vinden. Mooi om te zien, horen en lezen hoe zij het kind of de cliënt centraal stellen en als een professional handelen.

 Ik ga met een trots gevoel de vakantie in! En jij?

14 veertien

Mijn oudste dochter is net twee weken geleden veertien jaar geworden. Veertien. Als ik terugdenk aan het jaar dat ik veertien was, dan houd ik mijn hart vast voor wat ons nog te wachten staat. Maar aan de andere kant heeft het voor mij voor een omschakeling gezorgd en uiteindelijk ben ik toch wel aardig terecht gekomen.

Toch leuk om dan weer even terug te blikken.

Wat ik in mijn dagboeken schreef…

Ik was niet zo’n prater, maar schreef wel hele dagboeken vol. Die kocht ik in een chinees winkeltje en op mijn veertiende was ik bezig in dagboek nummer vijf. Van alles schreef ik daarin op.

Lijstjes met wat ik wilde veranderen aan mezelf (want ik wilde helemaal geen stil meisje zijn met een bril en beugel), de dingen die ik met vriendinnen uitspookte, op wie ik verliefd was, wat ik van anderen vond en wat ik dacht dat ze van mij vonden.

Zelfs schoolcijfers en mijn maten schreef ik erin op. Blijkbaar had ik toen een cup 75B en wat spijkerbroeken betreft wijdtemaat 29 en lengtemaat 34.

Verder schreef ik over nog wat dingen die maar beter niet op internet kunnen. Iets met een hamster. En wat over Halt. Niet in combinatie met elkaar overigens, maar laat je fantasie gerust de vrije loop.

Hangen op het pleintje

De term BFF bestond toen nog niet, maar ik had wel een paar vriendinnen die ik als mijn beste vriendinnen zag. Ze woonden bij mij in de straat en behalve op het pleintje hangen, ondernamen we ook nog weleens wat. Zoals logeerpartijtjes, op de fiets naar het strand of de surfplas gaan, de stad in, of naar de kermis.

Ik mocht nog niet echt uitgaan op die leeftijd, maar daar gebruikten we de logeerpartijtjes voor (sorry mam). Daar dronk ik mijn eerste pisang-jus en bessenjenever. En bier, maar na een paar keer niet durven weigeren als er weer een rondje gegeven werd, gaf ik toch maar toe dat ik het niet zo lekker vond. Doe toch maar gewoon een colaatje.

Maar meestal waren we met een groepje jongens en meiden op het pleintje te vinden. Een beetje aan het hangen, roken en tegen een bal aan trappen. Verder waren we vooral herrie aan het schoppen en flink de grenzen aan het opzoeken bij onze ouders, buren en politie. En hier en daar gingen we eroverheen.

Van vwo naar het mbo

Toen ik veertien was, zat ik in de derde klas van het vwo. Mijn cijfers zagen er prima uit, behalve voor Duits, maar die leraar mocht ik gewoon niet zo.

Maar dat vwo was niet echt mijn ding, voelde me niet zo thuis in de groep en het vooruitzicht om nog drie jaar op school te zitten en dan nog eens te moeten studeren, daar had ik allemaal geen zin in.

Dus bedacht ik het plan om te stoppen met vwo en samen met mijn vriendin naar het mbo te gaan. Of eigenlijk had ik eerst het plan om over te stappen naar de havo, maar toen ik hoorde dat je met een overgangsbewijs van drie naar vier vwo ook naar het mbo kon, wilde ik daarvoor gaan.

Mijn ouders waren uiteraard niet zo blij met dat plan, maar het mocht uiteindelijk wel. Als ik maar een voldoende voor Duits stond. Dus ik keek een paar keer die boeken in en met een zes voor Duits en verder zevens, achten en hier en daar een negen, schreef ik me in bij de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk.

Ik weet nog dat er een kennismakingsdag was voor de zomervakantie en bij het rondje voorstellen vielen de monden open toen ik zei dat ik veertien was. En ook al was ik na die zomervakantie alweer vijftien, ik bleef een beetje het ‘kindje’ van de klas.

Tienertoer

Die zomer vlak voor mijn vijftiende verjaardag, ging ik samen met mijn vriendin op tienertoer. Daarmee kon je binnen tien dagen vier dagen reizen door heel Nederland. Gewoon saampjes met de trein. De logeeradressen waren via mijn ouders geregeld. We logeerden bij een kennis in Limburg, een neef (of oom?) van mijn vader in Friesland, mijn oom en tante in Noord-Holland en eindigden bij mijn ouders die in Zeeland in een vakantiehuisje zaten.

Man, wat voelde ik me stoer en volwassen dat we zo zelfstandig door het land mochten reizen. Soms ook wel frustrerend als we weer eens op een verkeerd perron stonden of een overstap misten. Maar uiteindelijk kwamen we wel steeds waar we wezen moesten. Zonder internet hè!

Lief dametje van veertien, neem dit nou van me aan

Je bent goed zoals je bent. Met bril en beugel, wat voor cijfers je ook haalt en wat anderen misschien wel of niet van je denken. Je bent een prachtmeid.

Laat die sigaretten en alcohol maar links liggen, het heeft echt geen meerwaarde. Zelfgebakken brownies zijn veel lekkerder.

Maak je vwo maar gewoon af, zo heb je genoeg tijd om je plannen voor de toekomst te smeden.

Nee, je bent nog veel te jong om alleen met een vriendin door Nederland te reizen. Rotterdam is ver genoeg.

En als je net zo lief voor je ouders blijft als je nu bent, vertel ik misschien wel een keer over die hamster en Halt.

Neem nooit een pony. Je hebt het haar van je moeder.

Wat spookte jij uit op je veertiende?

leerklimaat mboHet boek Beter leerklimaat in het mbo vond ik in januari in mijn postvakje, als cadeautje van de directie. Hier maak je mij altijd blij mee: boeken over onderwijs.

Er worden 40 tips gegeven om het gedrag van studenten te verbeteren. Het is een overzichtelijk geheel en daardoor snel door te lezen. Elke tip wordt op dezelfde manier toegelicht:

  • Om over na te denken
  • Aan de slag in je klas
  • De kern van de zaak

Alhoewel het boek van oorsprong geschreven is door Amerikaanse auteurs, zijn de situaties en tips net zo herkenbaar voor de Nederlandse situatie. Sorry voor de jongvolwassen studenten: jullie zijn gewoon ontzettend voorspelbaar. Geldt net zo goed voor de docenten trouwens.

Er zit wel aardig wat overlap in de tips en hier en daar wordt een open deur ingetrapt, maar wie weet is dit voor andere docenten wel wat nieuws.

Heel kort samengevat gaat het om een positieve benadering met oog voor de student. En dat is zeker iets waar ik me in kan vinden.

Tips die nu al goed voor mij werken

  • Geef studenten verantwoordelijkheid: Het zal je verbazen wat het effect is van letterlijk de bordstift in handen te geven van studenten. Als ze merken dat wat zij denken er toe doet, zijn ze veel meer bereid om nog dieper op de stof in te gaan.
  • Enthousiaste docent, enthousiaste studenten: Het ene vak is leuker om te geven dan het andere. Pedagogiek heeft mijn voorkeur, maar het vak organisatie kan ik met net zoveel enthousiasme overbrengen. Studenten zien er ook wel de humor van in: ‘Mevrouw, dit is helemaal niet zo leuk als u doet overkomen.’ En ondertussen blijven ze wel opletten, wachtend op het moment dat het wèl leuk gaat worden. Maar ik verklap natuurlijk niet dat dat leuke moment is wanneer zij de lesstof snappen en het belang ervan inzien.
  • Regels en procedures: Bij deze tip wordt er onderscheid gemaakt tussen regels die niet overtreden mogen worden (anders volgen er consequenties) en procedures, waarbij je een vaste manier hebt hoe dingen moeten gebeuren. Ik vind dat wel een mooi gegeven, iets om met mijn team bespreekbaar te maken. Zo hoeft het verbieden van de telefoon wat mij betreft geen regel te zijn. Maar ik vind het wel onderdeel van een procedure: je let op tijdens de uitleg, gaat aan het werk met een opdracht en pas als alles klaar is, mag de telefoon tevoorschijn komen. Dat is voor mij meteen een teken om misschien wat eerder naar een volgend lesonderdeel te gaan.

Tips die ik nog wel wat meer kan inzetten

  • Negeren is vooruitzien/ de afleidingsmanoeuvre: Dit is meteen wat ik bedoelde met overlap in verschillende tips. Want eigenlijk ben je nooit alleen maar aan het negeren, je gaat niet in op het negatieve gedrag, maar leidt de student af door zijn aandacht ergens anders op te richten. Ik ben er ook van overtuigd dat dit beter werkt dan je les te onderbreken en in te gaan op het negatieve gedrag, maar het lukt niet altijd. Zeker als de ene stoorzender de andere aansteekt, ben ik even kwijt hoe ik ze kan afleiden. En soms sta ik gewoon zo perplex van het gedrag, dat ik dat niet kan verbergen. Om even een extreme te noemen: ik betrapte een keer een student die een hijs nam van zijn elektrische sigaret, gewoon tijdens mijn les.
  • Praat zacht en rustig: Ook hiervan weet ik dat het werkt, in een drukke klas kun je beter juist zacht en rustig praten, dan doen studenten meer hun best om je te kunnen verstaan. Maar als ik in een open ruimte met computers en groepstafels van drie verschillende klassen tegelijkertijd de aandacht wil, lukt het me niet om dit zacht te doen. In een normaal klaslokaal waar ik sneller oogcontact heb met studenten, gaat het me een stuk beter af.

tips leerklimaat mbo

Welke tips zou jij een docent in het mbo willen geven om het leerklimaat te verbeteren?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

kinderfeestjes zaklampentocht
We hebben er inmiddels al flink wat gehad met die twee meiden van ons: kinderfeestjes. En soms pakten we flink uit, zoals bij het laatste kinderfeestje op de basisschool van de oudste. Zij mocht toen met haar beste vriendinnen gaan klimmen in een klimpark. Maar kinderfeestjes met wat minder budget kunnen minstens zo leuk zijn.

cupcakemandje1. Cupcakeparty

Gewoon heel veel cupcakes samen maken, versieren en proeven. En om de overgebleven cupcakes mee te geven, is het extra leuk om daar ook nog eens zelf een mandje voor te maken. Wat je op de foto ziet, is een variatie op het alom bekende paasmandje wat altijd op school gemaakt werd. Hier gebruikte ik twee A4’tjes per mandje voor, waarbij ik de omtrek voorgetekend had. Het uitknippen, vouwen, plakken en versieren konden ze allemaal zelf doen.

2. Speeltuinenfietstocht

Dit deden we toen we nog een bakfiets hadden en een aanhangkar: picknickmand mee vol lekkers, de bakfiets vol met ballonnen en slingers (en kinderen uiteraard). We gingen drie speeltuinen langs. Allemaal speeltuinen die net iets buiten onze wijk lagen en dus niet zo bekend waren bij de kinderen. Maar wel dichtbij genoeg om ze alle drie op één middag te kunnen bezoeken.

En afhankelijk van de leeftijd, kun je hier natuurlijk een eigen draai aan geven. Bijvoorbeeld door de kinderen zelf te laten fietsen, of te kiezen voor een speeltuin die nog wat verder weg is. Natuurspeeltuinen zijn ook altijd een groot succes en zolang je alles netjes achterlaat, mag je hier je eigen eten en drinken meenemen.

3. Oud-Hollandse spelletjes

Spijkerpoepen, koekhappen, ezeltje prik, blikgooien, zaklopen, flessenvoetbal. Ja, ze doen het nog steeds goed hoor! Het leuke is dat we dit eigenlijk niet eens deden met een kinderfeestje, maar gewoon met een verjaardag waar vrienden en familie met hun kinderen op visite kwamen. En de volwassenen deden minstens net zo enthousiast mee!

4. Topmodels modeshow

Ik had er een hele workshop omheen gebouwd, een flinke klus om het te begeleiden, maar met geweldig resultaat. De kinderen mochten zelf een outfit tekenen en de rok ervan zouden ze dan ook nog zelf maken. Gewoon een simpele rok met elastiek in de taille, maar toch: van het tekenen tot en met het naaien deden ze alles zelf (met een beetje hulp van mij op de naaimachine). En aan het einde, toen de ouders er al waren om ze weer op te halen, gaven ze nog even een modeshowtje weg.

Nu is dit voor mij low budget, omdat ik altijd wel een enorme berg met restjes stof heb. Maar op de markt is altijd wel een kraampje te vinden met goedkope stofjes. En ook zonder naaimachine zijn kinderen creatief genoeg om er wat moois van te maken.

5. Slaapfeestje

Op een gegeven moment zijn ze wel oud genoeg om zelf invulling te geven aan een feestje en hoef je het niet meer van begin tot eind voor ze te plannen. Afgelopen weekend gaf mijn jongste van 10 een slaapfeestje. Af en toe kwam ik met limonade of lekkers aanzetten, maar ze vulden zelf de tijd met verstoppertje in huis spelen, heel veel kletsen en doen, durven of de waarheid.

Gegarandeerd succes met een huis vol meiden is Just Dance. En dat hoeft niet eens met de Wii, Youtube staat er ook vol mee. Het gaat dan natuurlijk niet om de scores, maar vooral om het gezellig samen dansen.

6. Zaklampentocht

Het was een onderdeel van het slaapfeestje, maar kan prima los als feestje dienst doen. Maar dan wel in de winter, wanneer je niet tot tien uur hoeft te wachten tot het donker is. Wij kozen dit keer voor een park in de wijk waar geen verlichting is. Eerder zijn we naar een recreatiegebied wat verderop gegaan, daar hadden we dan wel de auto voor nodig.

Alleen het lopen in het donker is al spannend, maar nog leuker is het om in het pikdonker te spelen in een speeltuin. Tikkertje met of zonder zaklampen, de weg vinden in het doolhof (en elkaar flink laten schrikken), schommelen of van de kabelbaan…

Wel een tip: behalve te vragen om een zaklamp mee te geven, is het dragen van kleding die vies mag worden geen overbodige luxe. In het donker zie je de plassen en blubber niet zo goed namelijk.

Aan welke kinderfeestjes heb jij leuke herinneringen overgehouden? En hoe organiseer jij zelf kinderfeestjes: met een groot of klein budget?

rietveld delft

Vorige week las ik een artikel over Pieter (en hier nog een keer), die niet op hulp zit te wachten, maar dit vaak wel opgedrongen krijgt, omdat hij een rolstoel gebruikt. Het artikel werd veel gedeeld door rolstoelgebruikers in mijn social medianetwerk. Veel van hen konden zich vinden in de frustratie van Pieter, maar er zijn ook genoeg mensen die hulp van anderen wèl waarderen.

In de reacties onder het artikel kwamen ook verschillende uitersten naar voren. Om even twee voorbeelden te geven:

‘Ik kijk nu wel uit voordat ik zo’n invalide eikel help. Ik was juist door m’n ouders zo opgevoed om anderen te helpen. Ik laat ze tegenwoordig maar in hun eigen handicap gaarkoken! De deur houd ik ook niet meer open voor ze.’

‘Mensen die eruit zien alsof ze ergens hulp bij kunnen gebruiken, zal ik het altijd aanbieden. Oud, gammel, rollator, reumahanden, klein, verward, verdwaald klein kindje en dus ook diegenen die in een rolstoel zitten.’

Aan die eerste reactie wil ik niet eens mijn energie verspillen. Af en toe komt er gewoon een schreeuwlelijk voorbij die wat aandacht wil en die kun je het beste negeren.

Maar in de tweede reactie zie ik wel dat die persoon het goed bedoeld, maar dit kan voor mensen in een rolstoel toch anders overkomen. En dat is wèl de moeite waard om verder op in te gaan.

Onhandig in de omgang

Bij Pauw ging het gesprek hierover door en ik vond dat Lucille Werner hierbij de spijker op zijn kop sloeg. Mensen bedoelen het vaak goed met het aanbieden van hulp, maar zijn wat onhandig in de omgang met mensen met een beperking. Daarbij ziet zij het ook als taak van mensen met een beperking om hier opener over te zijn. Ze willen anderen niet tot last zijn, juist afhankelijk zijn, maar maken zichzelf onzichtbaar daardoor. Door opener te zijn en te laten zien dat niet iedereen met een beperking hetzelfde is, wordt het voor anderen helderder hoe hiermee om te gaan.

Niet zo lang geleden schreef ik over ongepast gedrag waar je mee te maken krijgt als er iets anders aan je is. Daar gaf ik al aan dat ik vragen over mijn beperkingen juist waardeer, liever dan dat mensen het zelf gaan invullen. En ik denk hetzelfde over het aanbieden van hulp: vraag gewoon of de hulp welkom is.

Beeldvorming over mensen met een beperking

Wat ik een sterk punt van Pieter in dit gesprek vond, is de beeldvorming over mensen met een beperking. Dat deze vaak passief afgebeeld worden, terwijl echt niet alle mensen met een rolstoel passief zijn. Lucille ziet hier weer een voorbeeldrol weggelegd voor mensen met een beperking: laat zien dat je niet zo passief bent als het beeld dat zo vaak geschetst wordt.

Uit veel reacties onder het artikel komt naar voren (even heel bagatelliserend) dat een rolstoel betekent dat je hulpbehoevend bent en wanneer je aangeeft dat dit niet zo is, ben je een eikel.

Dat dit beeld niet altijd klopt met de werkelijkheid, is bijvoorbeeld ook te zien aan SUE, Elianne en Rosita (even doorklikken als je hun kijk hierop wilt lezen).

prints legging

Kom niet ongevraagd aan andermans rolstoel

Wat ik in veel reacties van rolstoelgebruikers terug las en waar ik het heel erg mee eens ben: kom niet ongevraagd aan andermans rolstoel. Gewoon niet.

En al bedoel je het nog zo goed: als er een wesp op je kruis zit, probeer ik jou daar ook niet van te redden door ‘m dood te trappen. Het klinkt misschien als een rare vergelijking, maar vanuit mijn perspectief voelt dit wel zo: ongemakkelijk en pijnlijk.

Als ik gebruik maak van mijn rolstoel, dan doe ik dat om het gedeelte vanaf mijn heupen naar beneden rust te geven. Op het moment dat iemand mijn rolstoel beetpakt en ‘m beweegt op een manier die ik niet gewend ben, gaat er van alles in mijn onderlijf verschuiven. In het minst erge geval levert mij dat een naar en instabiel gevoel op en in het ergste geval levert het een subluxatie met veel pijn op. Of er gaat iets kapot aan de rolstoel, of de rolstoel kiept om, omdat de duwer geen idee heeft met wat voor rolstoel hij te maken heeft.

Er zijn wel momenten dat ik een ander mijn rolstoel laat duwen. Op die momenten heeft mijn bovenlijf ook even rust nodig en span ik mijn spieren zo aan, dat ik de onverwachte bewegingen op kan vangen. Die momenten (en personen) kies ik graag zelf. En in sommige gevallen werkt het voor mij dan gewoon beter om uit mijn rolstoel te stappen en zelf mijn rolstoel te duwen.

De grens tussen beleefdheid en betutteling

De vraag is wat je wil bereiken met het aanbieden van hulp. Wil je dat die persoon zich gezien en gewaardeerd voelt? Of wil je vooral laten zien hoe behulpzaam jij bent en maakt het je niet uit hoe de ander zich daaronder voelt?

Pas geleden had ik een training op mijn werk waarbij de trainer een werkvorm had die staand uitgevoerd moest worden. Ze was niet heel erg op de hoogte van mijn beperkingen, maar wist wel dat ik moeite heb met lang staan, lopen of zitten. Haar vraag naar mij: ‘Gaat dat lukken?’ is misschien maar een klein voorbeeld, maar hierbij laat ze wel zien dat ze oog heeft voor mij en mijn beperkingen en de keuze vervolgens bij mij neerlegt. Als ze had gezegd dat ik mocht blijven zitten en niet mee hoefde te doen, had ik me wel betutteld gevoeld.

Oog voor een ander, maar daarbij dus ook oog voor zijn of haar zelfredzaamheid, valt wat mij betreft onder beleefdheid en èchte behulpzaamheid. Want in dit geval help je de ander echt verder.

Wanneer je een ander iets uit handen neemt, zonder dat je je überhaupt hebt afgevraagd of diegene het zelf kan, ben je aan het betuttelen. Op die manier help je een ander niet verder, maar neem je juist zijn of haar zelfredzaamheid af.

Alleen blijft het lastig om mensen een spiegel voor te houden wanneer ze anderen betuttelen. Want wie wil nou horen dat je eigenlijk niet een ander aan het helpen bent, maar alleen jezelf?

Ik kan hier nog wel duizenden woorden meer aan wijden, betutteling is iets wat op zoveel meer vlakken voorkomt. Betutteling van leerlingen, kinderen, ouderen, enzovoort.

Wanneer voel jij je betutteld?