Berichten

 

1979Er is er één jarig hoera, hoera. Dat kun je wel zien, dat ben ik. Een goed moment om weer eens terug in de tijd te gaan: 39 jaar geleden, naar de dag dat ik geboren ben.

Ik dook even in wat oude kranten, een babyalbum, schriftje en een oud jaarboek.

Mini-Jacqueline

Op 22 augustus 1979 om 16.07 uur ben ik geboren en wel thuis in Vlaardingen na een bevalling van tien uur en zeven minuten. Ik was de tweede dochter van mijn ouders en na mij zouden er nog een dochter en twee zoons komen. Wel een leuk detail: mijn moeder was 23 jaar toen ze mij kreeg, bijna 24. Net zo oud als ik was toen ik mijn eerste dochter kreeg. Alle drie zijn we dus in het jaar van de geit geboren (volgens de Chinese sterrenbeelden). Verder ben ik nooit zo geïnteresseerd geweest in sterrenbeelden, maar dit vond ik wel grappig.

Ik ben naar mijn opa’s genoemd, maar mijn ouders hebben er gelukkig wel een iets modernere variant van gemaakt. Alhoewel Jacqueline niet in de top 10 stond van babynamen in 1979, kom ik regelmatig leeftijdsgenootjes tegen die ook zo heten. Jacqueline is mijn tweede naam, mijn eerste naam houd ik lekker geheim. Mocht ik ooit willen onderduiken, dan kan ik gewoon mijn eerste naam en meisjesnaam gebruiken, haha!

Het weer op 22 augustus 1979

Deze dag was koel met zo’n 17 a 18 graden en buien. En dat kwam dan door een depressie tussen Schotland en de Faroër, waardoor er koele lucht uit het noordelijk deel van de oceaan naar ons kwam. De wind kwam krachtig uit het zuidwesten tot westen en met nu en dan harde vlagen. Geen strandweer dus, maar volgens mij een prima dag om te bevallen.

Hieperdepiep hoera! Tori Amos 16 jaar

Toen ik nog maar net het daglicht zag, was Tori Amos al een geweldige pianiste en zou haar zangcarrière niet lang meer op haar wachten. In de jaren ’90 heb ik haar albums grijsgedraaid. Heerlijk herkenbare liedjes van deze opstandige domineesdochter.

Een andere bekende uit de 90’s die dan weer over 1979 zong, was de band Smashing Pumpkins natuurlijk.

En het dringt eigenlijk nu pas tot me door dat die helden uit de 90’s in 1979 stonden waar ik in die jaren negentig stond als tiener. Gek idee, je ziet je idolen toch wel een beetje als gelijkgestemden, maar ondertussen waren ze zo 12 tot 16 jaar ouder.

Vlaardings nieuws uit 1979

In 1979 werd het Streekmuseum Jan Anderson opgeknapt, wat meer dan een verdubbeling van de bezoekers opleverde. Behalve een vermeerdering van bezoekers, werd ook de collectie uitgebreid. En wat moet de rest van Nederland met deze informatie? Nou, wist je dat van de verzameling van Jan Anderson door heel veel musea gebruik wordt gemaakt? En zelfs in tv-programma’s! Bijvoorbeeld in De Beste Vriendenquiz, waar de deelnemers moeten raden waar een voorwerp voor bedoeld was. Superleuk om dan te weten dat dat voorwerp in mijn geboortestad in het depot van Jan Anderson ligt opgeslagen.

Een nieuwtje uit de krant van 22 augustus 1979 is dat de tram in de wijk Holy niet ondergronds zal gaan. Deze tramverbinding zou dan vanuit Schiedam door de Holy naar het centrum gaan. Uiteindelijk kwam die tram er pas in 2005 en werd deze niet doorgetrokken naar het centrum.

Nog iets wat jaren op zich liet wachten: op mijn geboortedag meldden de kranten ook al (waarschijnlijk voor de zoveelste keer al) over de plannen van het doortrekken van de A4, zodat je vanuit de Beneluxtunnel meteen door kon naar Delft. Ik kan me ook niet anders herinneren dan dat er tussen Schiedam en Vlaardingen een strook was, klaar om er een snelweg op aan te leggen. En deze kwam er pas in 2015.

Verder werd er in augustus 1979 de eerste speel-o-theek in Vlaardingen opgericht. Of in ieder geval de stichting hiervoor, die als doel had om speelgoed uit te lenen. En in dit jaar werd de eerste paal geslagen voor het schoolgebouw waar ik nu op dit moment werk.

Nummer 1 in de top 40 op 22 augustus 1979

Kiss stond op nummer 1 met het nummer I was made for loving you. Alhoewel ik niet denk dat mijn ouders dit nummer nou zoveel gedraaid zouden hebben. Ik denk dat mijn moeder eerder voor Julio Iglesias was gegaan, die toen op nummer 2 stond met Quiereme mucho. Maar nog waarschijnlijker is dat er vooral lp’s van Elly & Rikkert gedraaid werden in huis. Mocht ik ooit gaan dementeren, dan weet ik zeker dat al die vreselijk catchy christelijke kinderliedjes allemaal weer naar boven komen.

In welk jaar ben jij geboren? Weet jij wat er toentertijd speelde?

Via Lotus Writings kwam ik de Body Positivity Tag tegen van Cassandra. En ook al ben ik normaal niet zo van de tags, deze vond ik wel toepasselijk zo in de zomervakantie. Met dat mooie zomerweer en minder kleren aan je lijf, is het wel zo fijn om je daar lekker bij te voelen!

Wat versta jij onder Body Positivity en wat betekent het voor jou?

Blij zijn met je lijf zoals het is en dat uitstralen. Het is niet één perfect plaatje, een lijf kan op heel veel manieren mooi zijn.

Van mij hoeft dat niet per se een ‘ik omarm de gebreken van mijn lijf’ te zijn. Die mag je van mij best weleens wegstoppen. Hoef je echt niet mee te koop te lopen als je dat niet wil. Maar dan nog kun je blij zijn met je lijf, je mooi voelen.

backbeat fit 500 sportkoptelefoon

Kijk eens naar een foto van jezelf, wat valt jou het eerste op? Hoe voel je je daarbij? (deel ook deze foto)

Ik kijk blij, dat is wat me het eerste opvalt. Ben daar ook heerlijk in mijn element: in mijn naaikamertje, muziek luisteren… Wat me verder opvalt is dat de rimpels in mijn voorhoofd zichtbaar zijn en mijn oogleden wat over mijn ogen hangen. Ach ja, ik word ook wat ouder. En ik draag geen make-up, dat doe ik overigens vrijwel nooit. Mijn haar zit wat warrig, waarschijnlijk heb ik het nog niet geborsteld.

Ik voel me er eigenlijk wel prima bij.

tattoos schoudersNoem nu twee mooie dingen aan je body waar je gelukkig mee bent!

Alhoewel ik wel een paar kilootjes meer meedraag dan gezond is, is het wel goed verdeeld. Ik ben dus wel blij met de verhoudingen van mijn lijf, mijn rondingen zitten op de goede plekken. Mijn billen en borsten zijn aardig gevuld, maar ik heb wel een zichtbare taille. En mijn kuiten zijn nog aardig gespierd voor iemand die er niet veel mee doet.

En op nummer twee dan mijn schouders. Niet alleen vanwege de mooie plaatjes die erop staan. Maar vooral omdat je met je schouders zoveel kan veranderen aan je houding of hoe je je beweegt. Dat maakt het een stuk interessanter om naar te kijken en is leuk om mee te spelen.

Zelfacceptatie in de zomer: bikini of badpak?

Vanuit praktisch oogpunt kies ik liever voor een bikini. Zo’n nat badpak uit- en aantrekken als je even naar het toilet wilt, vind ik maar niks.

Overigens draag ik die bikini dan wel met zo’n megagroot bikinibroekje, lekker retro. En het houdt mijn buik wat meer bedekt, waar ik me dan toch wel weer wat prettiger in voel.

In deze outfit voel ik me mooi

Natuurlijk draag ik bijna alleen maar leuke jurkjes waar ik me mooi in voel. Maar historische kostuums hebben net iets meer dan dat. De Victoriaanse kostuums met enorme rokken zijn dan helaas niet zo praktisch in een rolstoel. Dus toen ik het linkerplaatje tegenkwam, leek dat me een mooi alternatief.

En ok, de jurk is uiteindelijk wel wat anders geworden dan het voorbeeld. Maar ik voel me er zeker mooi in. Krijg er ook veel complimenten over als ik ‘m draag. Dus als iemand een gelegenheid weet waarbij ik deze jurk weer eens aan kan trekken, laat maar weten!

Hoe denk jij dat anderen jou zien? En hoe zie jij jezelf? Is dit in het verleden ook anders geweest? Zo ja, wat is hiervan de oorzaak?

Anderen zien me om één of andere reden slanker dan dat ik ben. En nee, dat is niet omdat ik mezelf als ontzettend dik zie. Maar ik heb gewoon aardig wat overgewicht en een maatje XL.

Toen mijn studenten ooit een gastles over gebarentaal kregen, mochten ze zelf een gebaar bedenken voor elkaar en dus ook voor mij als docent. Met dat gebaar beeldden ze een jurkje uit en dat paste ook wel heel erg bij mij. Nu nog steeds trouwens, ik ben gek op leuke jurkjes.

Verder denk ik dat mijn uiterlijk bij de één meer in de smaak valt dan bij de ander. Ik heb een vrij uitgesproken smaak. En gelukkig maar dat niet iedereen mij zo leuk vindt.

Hoe ik mezelf zie, is heel erg veranderd in de loop van de jaren. Op de basisschool werd ik gepest en werd er zo vaak tegen me gezegd dat ik lelijk was, dat ik het zelf ging geloven. Pas rond mijn vijftiende kreeg ik door dat ik er best mocht wezen.

Nu ben ik tevreden met hoe ik eruitzie. Of ik nu zo dik ben als ik nu ben, of tien kilo minder aan mijn lijf zou hebben, ik voel me net zo mooi. Alleen met tien kilo minder zou ik meer jurkjes hebben die me mooi staan, dus ze mogen er wel een keer af, die kilootjes.

Ik denk ook dat het enorm scheelt dat ik al twintig jaar bij dezelfde man ben, die me altijd al mooi heeft gevonden. Wat ik mezelf ook aandoe qua kledingstijl, haarkleur, piercings en tattoos (welke hij niet altijd even mooi vindt), hoe dik of dun ik ook geweest ben, hij kijkt daar gewoon doorheen. Alhoewel hij me achteraf gezien best weleens had mogen afremmen. Soms droeg ik echt achterlijke outfits. Waar ik me overigens nog steeds geweldig in voelde op dat moment.

Noem een overwinning van wat jouw lijf je heeft laten doen?

Nou moet ik zeggen dat mijn lijf me eigenlijk vooral steeds meer in de steek laat. Maar ik heb goede herinneringen aan de keren dat ik wel op mijn lijf kon rekenen.

Ik kon als kind al lange afstanden fietsen. Fietstochten van 40 of 60 kilometer.

En toen ik na een aantal dansloze jaren ging buikdansen, verbaasde me het dat dit me nog best aardig af ging.

Er zijn momenten geweest dat het slecht ging met mijn lijf, maar dat ik toch weer kon opbouwen. Dat is met EDS toch wel bijzonder te noemen. En het betekent ook dat ik het wel kàn, dat luisteren naar mijn lijf en binnen mijn grenzen blijven.

Vijftien kilo afvallen in een jaar tijd, dat vond ik wel een prestatie. Zou het graag nog een keer willen doen, haha!

O ja, die twee keer dat ik een kind op de wereld heb gezet, dat mag ook wel een overwinning genoemd worden. Dit hoeft dan weer niet in de herhaling hoor.

Vind jij dat er meer size diversiteit in de media mag komen? (denk bijvoorbeeld aan curve model) en waarom?

Ja, zeker weten. Eerlijk gezegd lees ik niet echt tijdschriften, modeprogramma’s op tv volg ik ook niet. Niet mijn smaak en niet mijn maat. Ik neus vooral rond op Instagram en kijk dan hoe iets staat bij iemand die ongeveer dezelfde vormen heeft als ik. Of ook in een rolstoel zit, want dat maakt ook een groot verschil hoe iets je staat. Dus behalve diversiteit in maten, mag die rolstoel (of prothese, of krukken, of wat dan ook) best wat meer in beeld gebracht worden. Of diversiteit in leeftijd, kleur… in alles eigenlijk wel.

Je favoriete body positivity instagram account

Lana Leesvoer vind ik sowieso een mooi mens met een superleuke kledingstijl. En ze durft meer dan ik zou durven: croptops, foto’s in ondergoed of bikini op Instagram. Nou hoef ik dat niet allemaal per se te durven hoor, maar hoe vaker ik haar in een croptop zie, hoe vaker ik denk: dat moet ik toch ook eens proberen! Ze laat zien dat je met een maatje meer net zo mooi gekleed kunt zijn.

Body positivity hoeft van mij niet tot het extreme. Ik volg ook mensen die hun lichaamshaar, sondeslangen, of wat dan ook in beeld brengen. Prima als zij zich daar goed bij voelen en ze zullen vast anderen ook helpen om zich zo prettiger in hun lijf te laten voelen. Maar voor mij is dat iets teveel van het goede. Ik hou graag wat dingen voor mezelf. En ik vind ook niet dat je per se met elk stukje van je lijf tevreden hoeft te zijn om van je lijf te houden. Dat herken ik ook terug in wat Lana post, vandaar dat zij toch wel mijn favoriet is.

Je beste zelfacceptatie tip

Hier moest ik toch wel even over nadenken. Met mijn twee tienermeiden ben ik hier ook wel mee bezig. En ik denk dat het vooral prettig is om in een veilige omgeving (thuis of met vriendinnen) te experimenteren in waar jij je mooi en fijn bij voelt. En als je je dan eenmaal hebt overtuigd van datgene wat bij je past, vooral niet teveel van andermans mening aantrekken. Tenzij het iemand is die van je houdt en je om een hele goede reden een ietsjepietsje afremt of juist stimuleert.

Wat zou jij een ander meegeven als tip als het gaat om zelfacceptatie en bodypositivity?

fietsongeluk

Foto is met toestemming overgenomen van Flashphoto.nl

In een maand tijd kregen twee dierbaren van mij een ongeluk met de fiets. En op zo’n moment, dat je er niet meteen bij kunt zijn, hoop je toch op fatsoenlijke omstanders die te hulp schieten. Maar hoe verschillend kan dat zijn.

Fietsongeluk 1: Dochter gaat onderuit in een bochtje

In een bijna onverstaanbaar telefoongesprek werd ik pas door dochterlief gevraagd of ik meteen kon komen, want ze was gevallen en bloedde heel erg. Ik dacht nog even dat het vooral de schrik zou zijn en het vast wel mee zou vallen. Maar om haar zo snel mogelijk bij te kunnen staan, sprong ik op mijn scooter naar de plek des onheils.

Daar aangekomen was ik juist degene die zich de pestpokken schrok. Een plas bloed op straat, dochter onder het bloed en een verband om haar hoofd. En een hoop mensen om zich heen verzameld. Via die omstanders en mijn dochter hoorde ik wat er gebeurd was. Ze was in de bocht onderuit gegaan met haar fiets en met haar hoofd hard op de straat gevallen. Heel toevallig was er een verpleegkundige in de buurt, die van een taxichauffeur verband kreeg en haar dus kon verbinden. De straat werd afgezet met een auto, 112 was gebeld en een vrouw ‘met connecties’ zorgde er wel even voor dat de ambulance er snel zou zijn. Ze kreeg water aangereikt en een andere vrouw stelde voor om haar fiets in haar tuin te zetten, zodat deze niet ten prooi zou vallen van fietsdieven.

Toen de ambulance er eenmaal was en bleek dat we even naar de spoedeisende hulp moesten, bedacht ik me dat de pasjes (ID en zorgverzekering) thuis lagen. Maar ons huis lag op de route naar het ziekenhuis, dus reden ze daar even langs.

Ondertussen had ik bedacht dat ik in het ziekenhuis niet ver zou komen zonder rolstoel, dus nam ik ook mijn wandelstok mee toen we bij ons huis waren. In de ambulance legde ik aan de verpleegkundige uit dat ik EDS heb en normaal een rolstoel buitenshuis gebruik. Ze was enorm begripvol, snapte meteen dat ik daar puur op adrenaline liep en op een later moment wel zou instorten. Aangekomen in het ziekenhuis nam ze mijn dochters schooltas uit mijn handen (man, die dingen zijn echt loodzwaar) en ging ze op zoek naar een zo comfortabel mogelijke stoel voor mij.

Al met al is het goed afgelopen: het gat in haar hoofd kon gelijmd worden en verder was er niet zo veel aan de hand. Mijn man was inmiddels klaar met werken en kwam ons ophalen, met mijn rolstoel. ‘s Avonds haalde hij de fiets op, waar de behulpzame vrouw nog eens vroeg hoe het met onze dochter was. En diezelfde week kreeg ik een bericht van een collega met dezelfde vraag. Die had via een oud-student gehoord wat er gebeurd was, die had met haar moeder mijn dochter opgevangen voordat ik er was.

Fietsongeluk 2: Vriendin wordt aangereden na een avondje uit

Na een avondje stappen met mijn vriendin is het de gewoonte dat we elkaar op de hoogte houden als we veilig zijn thuisgekomen. Dit keer stuurde ik wel een berichtje, maar kreeg geen bericht terug. Eigenlijk maakte ik me op dat moment geen zorgen, het ging immers altijd wel goed en was meer een gewoonte dan dat het echt nodig was. Ik stuurde nog een laatste berichtje dat ik hoopte dat ze goed thuisgekomen was en ik naar bed zou gaan.

De volgende ochtend zag ik dat er een berichtje van haar verstuurd was na drie uur ‘s nachts: ‘Ik lig in het ziekenhuis.’ Daarnaast een berichtje van haar vader met wat meer uitleg. Ze was dus onderweg naar huis aangereden door een auto en die bestuurder was doorgereden na het ongeluk.

Geen idee hoe lang het voor haar geduurd heeft voor ze geholpen werd, maar getuigen waren er dus niet. Gelukkig heeft ook zij er geen ernstig letsel aan overgehouden, dat had zomaar anders kunnen zijn.

Op Facebook volgde ik de nieuwsberichten hierover, omdat hier ook een oproep werd gedaan voor getuigen. Zelf deelde ik dit bericht ook, dat leverde een reactie op van een letselschadeadvocaat die er wel brood in zag. Verder nog geen reacties van getuigen gelezen, wel vooral veel veroordelende reacties naar de bestuurder die door is gereden. Op zich terecht, maar heel veel schiet je er niet mee op. En vrolijk word je er al helemaal niet van.

Zo hoort het dus wel/niet

Het moge duidelijk zijn dat ik positief onder de indruk was van hoe de omstanders handelden bij het fietsongeluk met mijn dochter. Zo ontzettend betrokken en behulpzaam. Mensen die elkaar niet kenden, werkten samen om mijn dochter (en mij) op te vangen en te helpen.

Maar wat een verschil met het tweede fietsongeluk van mijn vriendin. Nu is dat wel op een ander tijdstip gebeurt, maar dan nog. Hoe haalt die bestuurder het in zijn of haar hoofd om door te rijden nadat je iemand geraakt hebt? Ongeacht wiens fout het is, je stopt toch om te kijken hoe het met de ander gaat? En dan zo’n aasgier die ervan denkt te kunnen profiteren. Bah.

En weet je, ik ben zelf ook echt geen held als het om ongelukken gaat. Als ik zie dat er iets is gebeurd en er staan een hoop mensen om heen, dan denk ik: ‘Mooi, genoeg mensen die kunnen helpen, mij hebben ze niet nodig.’

Maar ik probeer in ieder geval die inschatting te maken. Of mijn hulp nodig zou kunnen zijn, of dat ik alleen maar in de weg zou staan als pottenkijker. En als er maar één of twee omstanders zijn, dan vraag ik sowieso of ik ergens bij kan helpen.

Het zou toch fijn zijn als je in zulke situaties op je medemens kunt rekenen. Dat je niet aan je lot wordt overgelaten en er geen misbruik van de situatie gemaakt wordt. Maar blijkbaar is dat helaas niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Hoe handel jij als je een ongeluk hebt zien gebeuren?

gemeenteraadsverkiezingen

Vandaag mogen we weer stemmen, zowel voor de gemeenteraadsverkiezingen als voor het referendum over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Noem me ouderwets, maar ik vind nog altijd: als je niet stemt, moet je ook niet klagen. Alhoewel ik niet zo’n hoge pet op heb van een raadgevend referendum, denk ik wel dat mijn stem voor de gemeenteraadsverkiezingen verschil kan maken. Al is het maar om tegenwicht te geven aan de partijen waar ik absoluut niet teveel van in mijn stadje wil terugzien.

Maar dat kiezen, is nog best lastig.

Mijn stem krijg je niet als…

  • Je niet eens de moeite hebt genomen om de spellingscontrole door je verkiezingsprogramma te halen.
  • Je niet verder kunt kijken dan je eigen stokpaardje en zo voorbij gaat aan al het andere wat in de gemeente speelt.
  • Je alleen maar met een vingertje kan wijzen en zelf geen concrete oplossingen aandraagt.
  • Je vanuit je geloof politieke beslissingen neemt. Sorry, maar dat is gewoon niet zo mijn ding.
  • Je verkiezingsprogramma meer weg heeft van een sprookjesboek dan de realiteit.

Blanco stemmen

Als er echt geen enkele partij is waar ik achter zou kunnen staan, is er altijd nog de optie van blanco stemmen. Ik heb het jaren geleden weleens gedaan, ik geloof bij de landelijke verkiezingen.

Een blanco stem telt wel mee voor de opkomst, maar gaat niet naar een partij. Voor het referendum heeft het dan nog een waarde, omdat daar een opkomstdrempel van 30% is. Stel dat er zonder de blanco stemmen geen 30% behaald zou worden, dan wordt de uitkomst van het referendum niet meegenomen in de uiteindelijke beslissing.

Maar verder is een blanco stem dus vooral symbolisch. Je laat dan zien dat je wel onderdeel wil zijn van de democratie, maar dat je je niet kunt vinden in de programma’s van de deelnemende partijen.

Waar ik dan wel op ga stemmen?

Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik nog een zwevende kiezer. Voorheen had ik wel een voorkeur bij één van de partijen hier in de gemeente. Maar op dit moment vind ik ze niet zulke hele sterke punten hebben. En alhoewel ze in het verleden best wat bereikt hebben, heb ik nu soms het idee dat ze maar wat roepen, zonder dat ze het waar kunnen maken. En de partij waar ik bij de landelijke verkiezingen op gestemd heb, spreekt me hier in de gemeente helemaal niet aan.

In de hoop een goede keuze te kunnen maken, heb ik een paar stemwijzers ingevuld en bij vrijwel alle partijen het verkiezingsprogramma doorgenomen. Echt heel veel wijzer werd ik daar niet van. Sommige punten vind ik gewoon niet zo belangrijk en andere punten miste ik juist weer.

Wat ik vooral miste, was hoe de de partijen omgaan met het toegankelijk maken van onze gemeente. Die wet op toegankelijkheid is er toch al een tijdje en er is wat dat betreft toch echt nog wel flink wat werk aan de winkel.

Op de Facebookpagina van Salami stinkt had ik hier een berichtje over geplaatst en wat partijen getagd. En dat leverde een paar reacties op van lokale politici, erg verhelderend. Interessant ook om te zien welke partijen dan reageren en hoe. Het heeft me wel weer wat opgeleverd in het wegstrepen. En tegelijkertijd besef ik dat er gewoon geen partij bestaat die echt helemaal precies voor ogen heeft wat ik belangrijk vind.

Ach, ik kom er nog wel uit voor het einde van de dag.

Laat jij je stem horen vandaag?

bso tienermeidenVijftien jaar geleden gingen we op zoek naar een kinderopvang die paste bij de opvoeding die wij voor ogen hadden en praktisch gezien aansloot bij onze behoeftes. En achteraf gezien hebben we het enorm getroffen met het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang (bso) waar onze meiden opgroeiden van kleine hummeltjes tot zelfstandige dames.

Door mijn werk heb ik inmiddels meer dan genoeg vergelijkingsmateriaal gezien. Van kleinschalige, huiselijke opvang tot gigantische ruimtes waar het bruist van energieke kinderen. Sommigen met een prachtige visie op papier, maar waar weinig van terechtkomt in de praktijk. En andersom hebben sommige leidsters niets op papier nodig. Die hebben van nature al zoveel feeling met kinderen, dat zit meteen al goed.

Maar die opvang van onze meiden paste prima bij ons. Niet betuttelen, maar juist ruimte geven om zelf te proberen en ontdekken. Niet krampachtig vasthouden aan de regeltjes, maar handelen met oog voor de kinderen.

Maar nu komt er na al die jaren een einde aan die opvang waar we ons zo thuis voelen. Onze oudste dochter zit al een tijdje op het voortgezet onderwijs. En nu is onze jongste dochter die in groep zeven zit, ook klaar met de bso.

Wanneer zeg je de bso op?

Normaal gesproken loopt de bso door tot je kind dertien wordt, of naar het voortgezet onderwijs gaat. Maar zo in groep zeven of acht blijven er steeds meer kinderen alleen thuis voor, tussen of na schooltijd. Het is natuurlijk ook prettig om het geleidelijk af te bouwen. Met de bso worden vaak al afspraken gemaakt wat betreft die zelfstandigheid. Hoe ver ze mogen met buiten spelen. Of ze zelfstandig van de bso naar school mogen en andersom.

Wanneer een kind eraan toe is om alleen thuis te blijven, is afhankelijk van het kind zelf. Wat voor ons redenen waren om de bso uiteindelijk op te zeggen:

  • Ze houdt zelf de tijd in de gaten en gaat op tijd de deur uit.
  • Ik hoef haar niet te herinneren wat ze in haar tas moet doen.
  • Ze is verkeersveilig en kan de weg naar school zelfstandig lopen of fietsen.
  • Mijn werktijden zijn veranderd, waardoor naschoolse opvang niet meer nodig is.
  • De schooltijden zijn veranderd. Ze is daardoor ‘s ochtends maar hooguit een half uur op de bso, maar vaker maar twintig minuten. En we betalen voor een uur en een kwartier.
  • Met alleen nog maar voorschoolse opvang, doet ze weinig aan activiteiten op de bso. Een stripboek lezen kan thuis ook.
  • Ze wil soms met de fiets naar school, terwijl ik de auto voor mijn werk nodig heb. Dan past ze zich aan mij aan, omdat dat het meest praktisch is.
  • Om via de bso op tijd op mijn werk aan te komen, moeten we eerder de deur uit en dus de wekker vroeger zetten.
  • Ze is zo belachelijk zelfstandig dat ze op een vrije dag zelf met oma afspreekt. Dus ook bij studiedagen is de bso niet meer nodig.
  • Inmiddels is ze samen met haar neefje de enige van hun basisschool die van deze bso gebruik maken.

Hoe bouw je de bso af?

Bij onze oudste dochter was de situatie anders. Toen was er nog geen continurooster op de basisschool. En met een jongere zus die de bso wel echt nodig had, was het makkelijker om ook voor de oudste de bso langer aan te houden.

Bij haar hebben we het in de loop van groep acht afgebouwd door haar eerst alleen tussen de middag en na schooltijd alleen thuis te laten. Voorschoolse opvang vond ik wel zo prettig, omdat ik dan ook zeker wist dat ze op tijd naar school zou gaan.

Maar nu er bij de jongste sinds dit schooljaar wel een continurooster is, is er dus geen tussenschoolse opvang meer nodig. Mijn werktijden heb ik daar verder op aangepast, zodat we de naschoolse opvang ook op konden zeggen. In principe zijn we tegelijk ‘uit’, maar soms ben ik net een kwartiertje later thuis dan haar.

Op dinsdag gaat ze eigenlijk al vanaf het begin van dit schooljaar alleen naar school. Ze is dan ‘s ochtends even alleen thuis met haar zus van veertien. Dat gaat verder prima.

Het enige waarom we de drie overige ochtenden voorschoolse opvang nog aanhielden, was omdat ze het zelf wel gezellig vond. Maar inmiddels vindt ze het belangrijker om langer in bed te kunnen blijven en zelf te kiezen hoe ze naar school gaat.

Dus dat was het dan. Nog een paar weken en dan is dit weer een einde van een fase. Dan nemen we afscheid van de bso en mag ze ‘s ochtends haar eigen boontjes doppen.

Wat is volgens jou een goed moment om te stoppen met de buitenschoolse opvang en te vertrouwen op de zelfstandigheid van je kind?

quotes onderzetters Het was bij de wisseling van de gymles in de meisjeskleedkamer. Ik denk dat ik in ongeveer in groep 7 zat. Wij kwamen aan om ons om te kleden voor de gymles en een andere klas vertrok. Eén van de meisjes uit de groep voor ons had een lekkende beker in haar tas, alles zat onder. Ze zat daar in tranen, niemand die haar hulp aanbood. En om er nog een schepje bovenop te doen, lachten mijn klasgenoten haar uit.

Ik had zo met haar te doen en was zo boos op mijn klasgenoten, dat ik de gymtas van één van mijn lachende vriendinnen pakte en die aan het meisje gaf om alles mee schoon te vegen.

Die neiging om op te komen voor anderen, daar heb ik nog steeds weleens last van. Ik kan gewoon niet zo goed tegen pesten of onrechtvaardigheid. Inmiddels ben ik er wel iets minder lomp in geworden, wat fijn is voor anderen, maar ook voor mezelf.

En toch… Toch loop ik er de laatste tijd weer tegenaan dat ik er moeite mee heb dat mensen zo weinig rekening met een ander houden.

Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken

Die onderzetters met quotes op de foto hierboven zijn natuurlijk erg grappig. Maar wat minder grappig is, is dat mensen er tegenwoordig naar gaan leven. Het individu is belangrijker dan de rest van de samenleving. Aardig doen voor een ander is prima, zolang het jou maar geen nadeel oplevert. En je mag best een andere mening hebben, als je je mond maar houdt.

Er is echt niets mis met een beetje om de ander denken. Het hoeft ook niet altijd maar leuk voor jou te zijn.

Hier hadden we bijvoorbeeld een discussie aan de eettafel over het afsteken van vuurwerk voor twaalf uur. Ik vind dat niet nodig. Onze kinderen zijn oud genoeg om op te kunnen blijven en dan om twaalf uur naar buiten te gaan en vuurwerk af te steken. Dat het al eerder mag, tja, ok. Maar is het dan meteen nodig? Alleen omdat je je eigen plezier niet uit kunt stellen? Niet iedereen zit te wachten op al die knallen, dieren doe je er ook geen plezier mee. Dan is het toch maar een kleine moeite om dat afsteken uit te stellen tot middernacht, wanneer het echte feest losbarst.

Ben ik dan zo perfect, een heilig boontje?

Nee, absoluut niet. Ik barst van de vooroordelen, heb geen tafelmanieren en ruim niet altijd mijn zooi op. Maar dat betekent niet dat ik het niet belangrijk vind om mezelf en anderen hier bewust van te maken. Als je een ander alleen maar feedback mag geven als je zelf perfect bent, komen we nooit verder.

Toch vind ik het bijvoorbeeld lastig om een collega feedback te geven op het feit dat hij in één zin de woorden kut, shit en godverdomme gebruikt, zonder dat daar nu een aanleiding voor is. Ik gebruik ook weleens scheldwoorden en ik vind het ook niet vreselijk dat mensen zo nu en dan niet zo netjes praten. Maar in het onderwijs heb je toch een voorbeeldfunctie en er zijn genoeg andere woorden beschikbaar.

Al ben ik niet perfect, ik doe wel mijn best om het goede voorbeeld te geven. Naar mijn studenten toe en natuurlijk ook naar mijn kinderen. Daarin vind ik het trouwens ook goed voorbeeldgedrag dat ik fouten mag maken en kan toegeven. Als ik echt perfect zou zijn, zou ik de lat wel heel erg hoog leggen voor anderen.

Gedrag afkeuren, maar niet de persoon

Die vriendin die in de kleedkamer dat meisje uitlachte, die is uitgegroeid tot een ontzettend mooi mens, van binnen en van buiten. Toen was ze ook al een leuke meid hoor, alleen op dat moment vond ik het even niet zo tof wat ze deed. En dat zal vast wederzijds zijn geweest.

En zo kom ik ook nu nog weleens in situaties waarbij ik er moeite mee heb dat die ander waar ik zo om geef, andere mensen als minderwaardig behandelt. Maar hoe ik ook mijn best doe om niet zo lomp mijn mening te geven, ik kan niet altijd voorkomen dat ik de ander kwets met mijn mening. Niemand vind het leuk om van de ander te horen dat hij of zij iets gedaan heeft wat de ander afkeurt. En toch kan ik het niet laten er wat van te zeggen, omdat ik anders voorbij ga aan mezelf en wat ik belangrijk vind. Dat wil nog niet zeggen dat ik de ander minder waardeer als persoon.

Gedrag is maar gedrag. Soms is het maar een momentopname en zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat het niet zo leuk overkomt. Het hoeft dus niet te betekenen dat de ander egoïstisch of asociaal is als hij of zij een keer niet om een ander denkt. En ik ben ook niet zo lomp als ik soms doe overkomen.

Wat zijn mijn intenties voor 2018 en welke stappen ga ik hiervoor zetten?

Marion van Mijn Kladblog had een mooi artikel geschreven over 10 vragen en opdrachten die je gaan helpen 2018 tot een mooi jaar te maken. Die hebben me wel aan het denken gezet en vooral de laatste twee vragen bleven hangen.

Ik zou heel graag willen dat mensen meer oog voor elkaar zouden hebben, verdraagzamer, empathischer en minder egoïstisch zijn. Maar ik heb geen idee hoe ik dat anders aan zou moeten pakken dan ik nu doe. Ik doe mijn best om mijn kinderen en studenten hier bewust van te maken en ik hoop dat ik in mijn gedrag ook uitstraal wat ik belangrijk vind. Maar het blijft lastig om een ander aan te spreken op zijn of haar gedrag. Want heb ik op dat moment wel genoeg oog voor die ander? Ben ik wel verdraagzaam of empathisch als ik het gedrag van de ander afkeur? Of ben ik niet gewoon zelf egoïstisch als ik zou willen dat iedereen dezelfde normen en waarden zou hebben als ik?

Het antwoord op de vraag in de titel heb ik dus niet. Hoe zou jij het aanpakken om 2018 minder egoïstisch te maken?

smartphone iphone

Die smartphone is wel een dingetje. Ik heb er een haat-/liefdeverhouding mee. En hoe ik ook mijn best doe, sommige voornemens zijn gewoon gedoemd te mislukken. Zoals deze tien:

1. Alle pushmeldingen uitzetten

Die meldingen leiden toch alleen maar af. Elke keer weer zo’n trillende of oplichtende iPhone voor je op tafel wanneer je in gesprek bent…

Dus ik heb er nu al heel wat uitgezet. Mail, Twitter, Facebook, Instagram: ik kijk wel wanneer ik tijd heb.

Maar ik twijfel dus of ik de pushmeldingen van mijn mail niet weer aan wil hebben. Vorig weekend stond ik al voor een dichte deur, omdat ik mijn mail nog niet gelezen had. En ik miste ook al een leuke aanbieding die maar één dag geldig was. Ze zijn toch best handig.

2. Een uur voor het slapen niet meer op je beeldscherm kijken

Lijkt me zo’n goed idee om dat eens uit te proberen om te zien of ik er echt beter door zou slapen. Maar ondertussen pak ik nog steeds bij elk reclameblok op tv mijn telefoon erbij om even door mijn social media te scrollen. En ik lees eerder even een blog van iemand, dan dat ik er een boek bij pak.

Toch lastig om zo’n gewoonte te doorbreken, al lijkt het nog zo eenvoudig.

3. Mijn kinderen krijgen geen smartphone voor groep 8

En het leek er echt op dat dit zou lukken. De oudste had er één in groep 8 en de jongste die nu in groep 7 zit, leek er niet naar om te kijken. Inmiddels is dat dus wel veranderd. Begin januari wordt ze elf en je kunt wel raden wat er nu bovenaan aan verlanglijstje staat: een Apple iPhone.

Het is echt niet zo dat ze nu meteen een gloednieuwe iPhone van ons krijgt, omdat ze erom vraagt. Maar met haar verjaardag in aantocht, verwacht ik dat ze een aardig eind komt met het aftroggelen van een financiële bijdrage bij opa’s, oma’s, ooms en tantes… En dan leggen wij er nog wel dat laatste beetje bij, zodat ze een gebruikte iPhone kan aanschaffen.

4. ICE personen instellen

Als je telefoon vergrendeld is en je wil een noodoproep doen, kun je behalve 112 ook naar van tevoren ingestelde nummers bellen. Ik heb mijn man daar wel in opgeslagen, verder eigenlijk nog niemand.

Maar stel nou dat ik samen met mijn man een ongeluk krijg, dan is er niemand anders die ze via mijn telefoon kunnen bereiken. Ik weet alleen nog niet wie ik er verder in moet zetten. Mijn dochter? Die schrikt zich vast rot als een vreemde met mijn nummer belt. Of mijn moeder misschien? Of mijn zussen? Geen idee…

5. Een smartphonevrije school

Misschien komt het omdat ik in het mbo lesgeef, waar het merendeel van de studenten al boven de achttien is en opvoeden nog maar beperkt zin heeft. Maar van mij hoeft het gewoon niet zo, een smartphonevrije school. Dat mijn zus in het voortgezet onderwijs daar anders over denkt, snap ik wel. Daar zijn de leerlingen nog gewend aan de regels van de basisschool en is het niet zo gek om die door te trekken. En daar hebben we het nog over kinderen, nog niet over studenten die zelf kinderen hebben.

Natuurlijk word ik er weleens moe van om weer te moeten zeggen dat die iPhone weg moet. Maar meestal als studenten na een paar lessen aan mij gewend zijn, hoef ik het niet meer te zeggen. En dan vind ik het ook niet zo’n probleem als ze die telefoon tevoorschijn halen wanneer ze klaar zijn met hun opdracht.

6. Smartphonesabbatical

Gewoon even een poosje helemaal niks met die smartphone doen. Niet bellen, appen, mailen, buienradar checken, een route opzoeken, parkeerapp gebruiken, foto’s maken, iets uitrekenen (ja echt, voor al mijn toetsen die ik nakijk, gebruik ik de rekenmachine op mijn telefoon).

Hoeft geen heel jaar te zijn, maar een week of een maand is ook al heel wat.

Nee joh, dat is gewoon ècht niet te doen.

7. Weinig gebruikte apps verwijderen

Van sommige apps vraag je je weleens af waarom je ze nog op je telefoon hebt staan. Maar ze verwijderen… Tja, stel je voor dat je ze toch nodig hebt. Maar ondertussen klaagt mijn dochter bijvoorbeeld dat ze geen foto’s meer kan maken, omdat het geheugen van haar iPhone vol is. Weg dus met al die onnodige apps!

Ik heb bijvoorbeeld een app waarbij je per gemeente kunt zien wat de afspraken zijn rondom de gehandicaptenparkeerkaart. Hartstikke handig leek me dat. Maar je hebt dus ook een website die precies dezelfde informatie geeft. Een website opslaan bij je favorieten neemt een stuk minder geheugen in beslag dan zo’n app.

8. De kleine lettertjes lezen als je een nieuwe app download

Ik weet het wel, dat is wel zo verstandig om te doen. Dan weet je precies wat die app allemaal voor informatie uit je telefoon haalt en kun je op basis daarvan beslissen of je die app wel wilt downloaden.

Maar ik ben zo naïef om te denken dat ik geen geheimen op mijn telefoon heb en dat het me niets kan schelen. Dus meestal kies ik toch voor het gemak van een app, ook al kost dat me wat van mijn privacy.

9. Wachtwoorden wijzigen

Nog zo één die zo verstandig is om te doen, maar ik veel te weinig doe. Nu ik dat hier geschreven heb, moet ik natuurlijk wel al mijn wachtwoorden wijzigen. Want stel je voor dat iemand heel toevallig zes jaar geleden mijn wachtwoord wist van mijn mail, dan…. Haha, nee hoor, zo erg is het niet.

10. Niet achter je telefoon verstoppen

Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik wat doelloos op mijn telefoon zit te scrollen als ik ergens aan het wachten ben. Wachtend op de metro of bus, of tot je aan de beurt bent bij de kassa.

En iedereen maar klagen dat mensen niet meer tegen elkaar praten op straat, maar alleen maar naar dat schermpje zitten te turen. Ja hoor, daar doe ik dus gewoon aan mee.

Wat neem jij qua smartphonegebruik mee als goede voornemen in 2018?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

telefoon smartphone telefoongebruik tienersZo in de vakantie zit ik er weer met mijn neus bovenop en zie ik dat die veertienjarige dame van mij toch wel heel erg verknocht is aan haar telefoon. Ze kan zich er uren mee kan vermaken.

Maar omdat het kan, wil nog niet betekenen dat het altijd maar mag.

Telefoongebruik: wanneer niet?

Behalve moeder ben ik ook docent in het mbo. De verantwoordelijkheden van het leren omgaan met een telefoon vind ik persoonlijk niet alleen bij de ouders of alleen bij school liggen. Beide partijen hebben hier een rol in.

Los van wat de school besluit over het wel of niet verbieden van een smartphone, vind ik dat je als ouder hier je kind wel het één en ander over kunt bijbrengen.

Dat het niet beleefd is om je telefoon te pakken als je met iemand in gesprek bent bijvoorbeeld. En hetzelfde geldt bij het volgen van een les, of het kijken van een film of voorstelling. Als je wil laten zien dat datgene de moeite waard is om je aandacht bij te houden, dan blijft die telefoon gewoon weg.

De telefoon gaat niet mee naar de slaapkamer wanneer het bedtijd is. Ook bij mij niet trouwens. De verleiding is dan te groot om door je social media heen te scrollen als je even niet kunt slapen. En daar ga je echt niet beter van slapen.

En met alles geldt dat de uitzondering de regel bevestigt. Als een vriendin blijft logeren en het toch al een nacht keten wordt, mag die telefoon daar dan heus wel een keer bij.

Soms is er geen concrete reden of regel. Dan gaat de telefoon gewoon even weg omdat ik het zeg. Zolang zij niet altijd aanvoelt wanneer en hoe ze haar telefoongebruik moet afremmen, help ik haar daar een handje bij.

Wanneer dan wel die telefoon gebruiken?

Los van al die grijze gebieden, is die telefoon toch wel onmisbaar geworden. Voor het checken van het rooster, huiswerk, cijfers en banksaldo. Of het contact houden met vrienden en familie. En voor het opzoeken of vertalen van iets of gewoon doelloos je tijd verdrijven met een spelletje of app.

Eigenlijk wordt er vanaf de eerste klas van het voortgezet onderwijs al van uitgegaan dat kinderen een smartphone hebben. Een telefoonboom is al hopeloos ouderwets, alle informatie gaat via apps.

Mijn oudste dochter (die nu dus veertien is) had er één vanaf groep acht. De jongste (nu tien jaar en gaat naar groep zeven) heeft er op dit moment nog geen behoefte aan. Nu voorziet haar Ipad mini haar al genoeg van spelletjes, filmpjes en af en toe een berichtje versturen. Ik verwacht dat wanneer meer kinderen uit haar klas een telefoon krijgen, zij er ook één wil.

Op zich vind ik de leeftijd van elf a twaalf jaar wel redelijk om een eigen smartphone te hebben. Op die leeftijd zijn ze bovendien net iets meer kneedbaar en nemen ze meer van jou als ouder aan dan wanneer ze een paar jaar ouder zijn. Alhoewel dat per kind natuurlijk kan verschillen. Ik denk dat je dat als ouder wel goed kunt aanvoelen en ze hier op het juiste moment wegwijs in kunt maken. Bijvoorbeeld in wat ze wel of niet kunnen delen op social media of hoe digitaal pesten tegen te gaan.

Kosten besparen

De eerste smartphone die mijn dochter had, was een eenvoudige waar ze zelf voor gespaard had. Maar al snel voldeed deze niet meer, al die leuke apps vragen toch iets meer van een telefoon. Wetende hoe onvoorzichtig ze soms kan zijn met haar telefoon, vond ik het niet zo’n goed idee om een dure smartphone aan te schaffen voor haar. Vandaar dat ze de oude Iphone 5 van haar vader mocht overnemen.

Het Sim-Only abonnement betalen wij overigens voor haar. Prepaid ben ik zelf niet zo’n fan van, voor je het weet is het beltegoed op of juist verlopen. Met een abonnement heb je toch meer de zekerheid dat ze kan bellen en gebeld worden.

Zelf hebben mijn man en ik ook een Sim-Only. Als je drie jaar met een telefoon doet, heb je het geld van een abonnement waar de telefoon bij zit er lang en breed uit.

Bij haar abonnement hebben we er wel voor gekozen om er geen internet bij te nemen. Thuis en op school heeft ze wifi, dus is de noodzaak niet zo groot om daarbuiten ook internet te hebben. Ze heeft ook de kleinste belbundel (alles gaat toch maar via Whatsapp en Facetime). Dan ben je dus echt maar een euro of drie kwijt per maand.

Sowieso vind ik tegenwoordig dat het helemaal niet zoveel hoeft te kosten om bereikbaar te zijn. Er is op zoveel plaatsen wifi. Ideaal ook dat je nu binnen de EU niets extra’s bovenop je abonnement betaalt om te kunnen internetten. (Ok, dat laatste geldt dan niet voor mijn dochter met haar internetloze abonnement, maar ik vind het voor mezelf wel erg prettig.)

Blijft jouw tiener binnen de perken als het gaat om telefoongebruik?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

bemoederende uitspraken zomervakantie

‘Dat zijn geen klimtoestellen hoor!’

Heerlijk hoor, die zomervakantie. Geen wekker, geen werk of school. Het enige wat ik nog mis, is een grammofoonplaat met mijn bemoederende uitspraken, zodat ik daar ook even vrij van ben. Of om wat meer van deze tijd te zijn: een app op de smartphone of Ipad die het even van mij overneemt.

Want zo met al die weken op elkaars lip, krijg ik meteen een berg respect voor de thuisblijfmoeders. Je zit (zeker met slecht weer) zoveel op elkaars lip, dat je je aan ieder dingetje wel kan gaan irriteren.

Aan de ene kant heb ik dan het geluk dat ze met hun tien en veertien jaar zichzelf best aardig weten te redden. Maar aan de andere kant hebben zij een totaal ander beeld hoe dat zichzelf weten te redden eruit moet zien. En ik heb dan weer de drang om dat als moeder bij te willen sturen.

Mocht die app er ooit komen, dan heb ik alvast een voorraadje bemoederende uitspraken. Zelfs al geordend naar categorie.

Basisbehoeften

  1. Ga eerst even fatsoenlijk ontbijten.
  2. Heb je nou die hele meloen in je eentje op?!
  3. Ik kwam even kijken of je nog leeft, het is half elf en je ligt nog in je bed te meuren.
  4. Wat zullen we vanavond eten? Nee, niet weer pizza/patat.
  5. Is het niet eens een keer bedtijd voor jou?
  6. Nu is het even klaar met die beeldschermen.

Huishoudelijke activiteiten

  1. Geen waterballonnen in huis!
  2. Ruim je schoenen op.
  3. Er staat nog een bord en glas van iemand op tafel.
  4. Verveel je je? Het aanrecht staat nog vol.
  5. Zou je je kamer niet eens een keer opruimen?
  6. Lief dat je de was doet, maar het is dan niet de bedoeling dat je alleen je eigen kleren in de wasmachine doet.

Sociale/persoonlijke/creatieve vaardigheden

  1. Laat je zus met rust.
  2. Je kan best even jezelf vermaken.
  3. Wel lief zijn voor elkaar als ik weg ben.
  4. Haal een vriendin op en ga lekker naar buiten.
  5. Ga nu maar even allebei op je eigen kamer wat voor jezelf doen.
  6. Mooi schilderij heb je gemaakt hoor. Is dat nou een wietblad?!

Persoonlijke verzorging

  1. Wanneer ga je je eens aankleden?
  2. Wordt het niet eens tijd om je nagels te knippen?
  3. Aan die voeten te zien, mag jij weleens gaan douchen.
  4. Heb je je tanden al gepoetst?
  5. Ga eerst je haar maar borstelen.
  6. Zit je nou nog in je pyjama?!

Welke bemoederende opmerkingen moet jij iets te vaak maken deze zomervakantie?

(Hoeft niet eens een opmerking te zijn die voor een kind bedoeld is. Ik betrap me er ook weleens op dat ik ze naar mijn man maak.)

mbo-studenten superhelden

Het schooljaar zit erop, de diplomering is geweest. En man, wat ben ik trots op mijn afgestudeerde studenten!

Mbo-studenten Welzijn & Onderwijs

Het team waar ik nu werk biedt verschillende opleidingen aan binnen Welzijn & Onderwijs, van niveau 2 tot en met niveau 4. Allemaal opleidingen waarbij ze uiteindelijk met mensen willen gaan werken, ze verzorgen en/of begeleiden. Met kinderen in de kinderopvang, buitenschoolse opvang of het (basis-) onderwijs, met ouderen, verstandelijk gehandicapten of mensen die om wat voor reden dan ook een hulpvraag hebben en begeleid moeten worden.

En daarbij zijn ze zelf het instrument. Hoe zij de cliënten of kinderen begeleiden, met ze communiceren, hoe ze het groepsklimaat beïnvloeden: alles wat ze doen, heeft invloed op hoe hun doelgroep zich verder ontwikkelt.

Dat geldt net zo goed voor docenten trouwens.

Van straatkatten en prinsessen…

Als ze net binnenkomen, hebben studenten vaak nog geen idee wat het beroep inhoudt waar ze voor gaan leren. Ze spelen graag met kleine kinderen, of willen zelf een betere begeleider worden dan die ze zelf hebben gehad.

Uiteindelijk moeten ze allemaal zover komen, dat ze (zelfstandig) een groep kunnen begeleiden. En waar de één dit van nature al in zich heeft, moet de ander van ver komen.

De afgelopen twee jaar was ik studieloopbaanbegeleider van een kleine klas. Maar hoe klein die klas ook was, de diversiteit was enorm:

  • Jonge moeders die naast hun school en stage dus ook nog de zorg voor hun kind hebben.
  • Studenten die zijn opgeklommen van niveau 2 naar niveau 3 en echt keihard moeten werken om het tempo en niveau bij te kunnen houden.
  • Een andere culturele achtergrond kan soms een struikelblok zijn. Niet alleen in de zin van verschil in normen en waarden, maar ook heel praktisch: het opvragen van een VOG die nodig is voor stage, kan veel langer duren bij een student die niet in Nederland geboren is.
  • Sommige studenten komen uit een warm nest waar hun ouders ervoor zorgen dat ze niks tekortkomen.
  • Anderen hebben zichzelf al die jaren al staande moeten houden en hebben echt een straatmentaliteit.

… tot bekwame professionals

Hoe mooi is het dan om te zien dat al die verschillende studenten zo naar dat diploma groeien. Dat ze gaan inzien wat wel en niet belangrijk is om mee te nemen in hun vak.

Toen ik ze aan het begin van het tweede jaar voor het eerst voor mijn neus kreeg, hebben we best nog wel wat pittige momenten gehad. Ik vond (uiteraard) dat ik wel wat belangrijks te melden had als docent en irriteerde me aan de laksheid van sommigen. Studenten die te laat kwamen, met andere dingen bezig waren of gewoon veel te weinig aanwezig waren. Mijn grenzen heb ik toen duidelijk aangegeven en dat viel niet bij iedereen even goed.

Maar eenmaal gewend aan elkaar en toen duidelijk was wat we aan elkaar hadden, verliep het een stuk soepeler.

Van die onverschillige houding veranderden ze in leergierige studenten. De lessen leken te kort en ze bleven maar vragen stellen, ze wilden ècht meer leren.

En zelfs de studenten waar ik me zorgen om maakte of ze het wel zouden halen, maakten aan het einde een inhaalrace. Om de praktijk hoefde ik me bij de meesten geen zorgen te maken, ze deden het prima op hun stage. De kinderen waren gek op ze en ze werkten goed samen met hun collega’s. Maar het inplannen, uitvoeren en inleveren van (examen-)opdrachten… dat leek toch wel het lastigste onderdeel van de opleiding.

Mijn mbo-studenten, mijn superhelden

Wat hebben ze het geweldig gedaan, die studenten van mij. Dat ze zich zo hebben kunnen transformeren in een paar jaar tijd, maakt ze echte superhelden.

Voor de diploma-uitreiking had ik voor al mijn studenten een kaart geborduurd met een superheld erop. En terwijl ze om de beurt naar voren kwamen om hun diploma in ontvangst te nemen en in het zonnetje gezet te worden, kwamen ook hun superkrachten langs. Humor, standvastig, mooi van binnen en van buiten, precies, zelfstandig, doorzettingsvermogen, beleefd, doelgericht, enzovoort.

Maar het zijn niet alleen mijn studenten waar ik studieloopbaanbegeleider van was, waar ik trots op ben. Als examenleider heb ik van alle gediplomeerden wel wat voorbij zien komen. En met het beoordelen van examengesprekken of -verslagen, krijg je een beeld van hoe ze het in de praktijk doen.

En ook daar zitten echte kanjers tussen. Studenten op niveau 2 die veel meer verantwoordelijkheden krijgen dan zou moeten, maar dit prima aankunnen. Of studenten van Maatschappelijke Zorg die echt wel hele pittige doelgroepen voor hun neus krijgen en hier hun eigen manier van begeleiden in kunnen vinden. Mooi om te zien, horen en lezen hoe zij het kind of de cliënt centraal stellen en als een professional handelen.

 Ik ga met een trots gevoel de vakantie in! En jij?