Berichten

masterclass geluk guido weijers jaaropening start schooljaar

Als laatste regio van Nederland, zijn ook wij deze week weer begonnen met school. Voor ons gezin is dat voor het eerst dat beide meiden op het voortgezet onderwijs zitten. Een hele verandering dus. Voor mezelf verwacht ik ook dat dit een totaal ander schooljaar dan vorig schooljaar wordt. Met de veranderingen in het team en daarbij ga ik weer meer lesgeven.

Laatste vakantiedagen Start met studiedagen

Waar de studenten vorige week nog lekker vrij waren, waren er voor de docenten al twee studiedagen ingepland.

De eerste was met het hele college, dus een stuk of vijf teams. Meteen een lange zit, van 8.30 tot 16.00 uur, terwijl mijn werkdagen eigenlijk niet meer dan zes uur moeten zijn. Er waren verschillende workshoprondes en ik twijfelde nog even om de eerste workshopronde over te slaan. Maar ik dacht: laat ik me die eerste dag even van mijn goede kant zien en gewoon het hele programma volgen.

De studiedag was niet op mijn werklocatie of de hoofdlocatie, dus toen we naar de workshops gingen, moest ik even vragen waar de lift was. Die was er dus niet. Vrijwel alle workshops werden op de eerste verdieping gegeven, maar er was geen lift in het gebouw. Ik kon wel janken, voelde me totaal niet welkom.

De workshops die ik wilde volgen, werden vervolgens wel meteen naar een lokaal op de begane grond verplaatst. En om de haverklap kwam er iemand sorry zeggen. Ik heb er niet zo netjes op gereageerd, kon er ook geen fatsoenlijkere woorden voor bedenken dan dat het gewoon kut geregeld was. Ze weten dat ik gebruik maak van een rolstoel en we hebben meer dan genoeg locaties die wèl rolstoeltoegankelijk zijn. Waarom dan toch voor deze locatie gekozen is, geen idee.

Voor de tweede studiedag met ons eigen team was ik even bang dat ik weer vergeten was toen ik zag dat we naar het strand zouden gaan. Maar alles was georganiseerd op het terras en de verharde paden, dus dat was helemaal top. Ook een hele fijne eerste studiedag zo met het team, veel beter dan binnen zitten vergaderen.

Feestelijke start

Afgelopen vrijdagavond vierde ik mijn veertigste verjaardag. Als dat geen leuke start van het schooljaar is! En hoewel ik normaal niet echt wat bijzonders doe met mijn verjaardag, had ik deze keer wel echt uitgepakt. Ik had een muziekcafé in de buurt afgehuurd en coverband Square geboekt. En behalve mijn vaste groepje vrienden en familie, had ik ook wat buren en collega’s uitgenodigd. Zij zorgen ervoor dat ik me thuis voel zodra ik de straat inrijd. Of dat ik mijn werk kan blijven doen en me nuttig kan maken. En daar wilde ik ze met dit feestje ook voor bedanken.

Ergens vond ik het ook wel spannend met zoveel mensen die ik had uitgenodigd. Zouden ze wel op komen dagen? Vinden ze het wel gezellig met elkaar? Maar tijdens het feest zelf kon ik dat op een gegeven moment wel loslaten. Het was supergezellig, de band was echt heel tof en ik ben veel te veel verwend met leuke cadeaus. Ook zo mooi om te zien hoe onze kinderen en neefjes en nichtjes zich vermaakten. Een nieuwe generatie die (letterlijk) de dansvloer overneemt. En deze ouwe veertiger ging bij thuiskomst meteen naar bed, haha!

Jaaropening in het Nieuwe Luxor

Aan de start van elk schooljaar worden mijn tweeduizend collega’s en ik verwacht in het Nieuwe Luxor in Rotterdam, waar een mooi programma voor ons klaarstaat. Zo ook afgelopen maandag.

Met muziek van Shirma Rouse, wethouder Said Kasmi die twee mbo’ers interviewde, minister Hugo de Jong met een praatje, nog een woord van de voorzitter van het college van bestuur en tot slot een masterclass geluk van Guido Weijers. Ja ja, de baas had weer flink uitgepakt.

En het was ook echt een mooi programma, mooi en grappig om naar te luisteren. Het enige waar ik een beetje moe van word, is dat er meerdere keren benoemd werd dat er neergekeken wordt op het mbo. Ten eerste zit de zaal vol met mensen die graag mbo’ers opleiden, een beetje preaching to the choir dus. Dat er fantastische mensen een mbo-opleiding volgen of in het werkveld rondlopen, hoef je ons niet te vertellen. En ten tweede is het voor de mbo’ers in de zaal niet tof om te horen dat er blijkbaar mensen zijn die mbo minder waard vinden. Als het dan nodig is om het mbo te verdedigen, doe dat dan op je feestjes en partijen waar alleen maar hoogopgeleiden rondlopen die geen flauw idee hebben dat er meer buiten hun bubbel is.

Nieuwe roosters, nieuwe ritmes

En dan gaan we nu echt beginnen met het nieuwe schooljaar. Met daarbij een nieuw rooster en een nieuw ritme om weer in te komen. Voor mij is het anders dan vorig jaar, omdat ik weer meer les ga geven. Dat zal wel weer even wennen zijn. De lesstof die ik moet overdragen weer opfrissen. Ontdekken welke aanpak en werkvormen het beste aansluiten bij de klassen die ik krijg. En niet te vergeten: het smartbord onder de knie krijgen. Eigenlijk heb ik geen theorieles meer gegeven sinds deze vernieuwd zijn. Dus daar zal ik wel even mee moeten oefenen voor ik mezelf voor een hele klas voor schut zet.

Thuis gaat er ook een nieuw ritme komen nu ook mijn jongste dochter naar het voortgezet onderwijs gaat. Dat voelt echt als een nieuwe fase. Helemaal van die basisschool af en ik zal het niet missen. En meteen al volgende week op kamp. Dan al dat huiswerk en ook nog in het Engels, want ze doet net als haar zus tweetalig onderwijs. Ook een pittige start, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat goedkomt. Die oudste van mij redt het inmiddels ook prima en start deze week in 5vwo.

Al met al kan ik wel zeggen dat ik gelukkig ben met hoe ik erbij zit deze start van het schooljaar. Ik heb er zin in en kijk ernaar uit om me weer op andere gebieden nuttig te maken dan alleen maar de examens. Daarnaast ben ik een trotse moeder met die twee tienermeiden die lekker hun eigen gang gaan op school en daarbuiten.

Om aan te sluiten bij de quote uit Guido’s masterclass:

Wat wil jij het komende schooljaar nalaten?

lopen wandelstokDe afgelopen weken/maanden is er hier en daar weleens een leerkracht in het nieuws geweest die wellicht niet zo gehandeld heeft als zou moeten. Afgelopen weekend kwam dit wel heel dichtbij en kwam de school van mijn dochter in de media voorbij. De bagger die die juf vervolgens over zich heen kreeg, echt niet normaal.

Vervolgens wordt opgeroepen dat leerkrachten neutraal moeten zijn in het lesgeven (en ook in alles wat ze daarbuiten doen of delen). Ja natuurlijk, maar leerkrachten zijn ook maar mensen!

Als ik voor elke fout zo afgestraft zou worden, zou ik allang niet meer in het onderwijs werken. En ik ga er nog steeds vanuit dat ik een prima docent ben.

Fouten maken mag

Als pedagoog en moeder ben ik van mening dat iedereen fouten mag maken, daar leer je van. Het gaat er vooral om hoe je er vervolgens mee omgaat. Gisteren werd me dat weer heel duidelijk toen allebei onze dochters een ‘blunder’ hadden gemaakt. De één vertelde er lachend over, zonder schaamte. De ander kroop weg en wilde er niet over praten. Ik heb haar verteld wat voor stomme dingen ik vroeger als kind weleens gedaan had, waar ik achteraf spijt van had. Vergeleken met mijn blunders viel die van haar in het niet, haha!

Als ik aan mijn kinderen en studenten wil laten zien dat zij fouten mogen maken, kan het niet anders dan daar zelf ook het goede voorbeeld in te geven. Niet om het expres te doen, maar vooral om te laten zien hoe je het daarna oplost. En dat je niet perfect hoeft te zijn, betekent nog niet dat je niet je best hoeft te doen, maar laten we vooral menselijk blijven.

Hier dan een paar van mijn blunders. Wel degene waar ik me niet (meer) voor schaam, er blijven altijd wel dingen die ik liever voor me houd.

In aanraking komen met de politie

Tja, wat kan ik erover zeggen… Ik was als kind altijd wel op straat te vinden, we haalden kattenkwaad uit en soms ging dat iets verder. De wijk waar ik opgroeide heb ik zelf niet als een achterstandswijk ervaren. Maar toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, werd duidelijk dat er door anderen wel werd neergekeken op onze wijk. Ik werd al voor een junk en crimineel uitgemaakt, voordat er ook maar iets was voorgevallen. Ik voelde me meer thuis bij de hangjongeren op straat dan bij de kakkers op ‘t vwo. En ja, dan komt zo’n self-fulfilling prophecy toch uit.

Maar na één keer een cel van binnen bekeken te hebben, had ik mijn lesje wel geleerd. Verder ben ik uiteraard heel braaf gebleven, zeker in mijn volwassen leven.

Een cliënt bij de haren pakken

Ooit werkte ik al als begeleider in de gehandicaptenzorg. Bijscholing in hoe om te gaan met gedragsproblemen had ik niet gehad. Dus toen ik met een cliënt aan het worstelen was en zij hele plukken haar uit mijn hoofd trok, was het enige wat ik kon bedenken ook haar haar vast te pakken. Ik trok er niet aan, maar dreigde er wel mee: ‘Laat mijn haar los, anders trek ik aan jouw haar.’ Binnen drie maanden op die groep was ik overspannen, het paste totaal niet bij mij om met cliënten met gedragsproblemen te werken.

Later als vrijwilliger heb ik nog eens zo’n situatie gehad. We waren met z’n tweeën in de snoezelruimte en zij greep me uit het niets bij mijn keel. Ze kneep zo hard mijn luchtpijn dicht, dat ik niet om hulp kon roepen, er kwam gewoon geen geluid uit. Dus in een reflex pakte ik haar haar beet en keek ik haar dreigend aan. Dat was genoeg voor haar om los te laten, gelukkig.

Hartstikke onpedagogische handelingen natuurlijk. Maar op die momenten kon ik niet anders. En naar mijn studenten toe gebruik ik deze voorbeelden weleens om aan te geven hoe belangrijk bijscholing in het werkveld is en dat je niet alles op school zelf kunt leren.

Zelfbeheersing verliezen voor de klas

De laatste jaren kan ik het best hebben, dat bloed dat onder je nagels vandaan gehaald wordt door studenten die je op stang willen jagen. Maar in mijn beginjaren als docent had ik daar meer moeite mee. Ik kan me een student herinneren die me zo pissig maakte, dat we echt aan het bekvechten waren, tot ik jankend de klas uitliep. Dit was overigens een student die al snel met de opleiding stopte, omdat het zorgen voor een ander totaal niet bij haar persoonlijkheid paste. Maar de illusie dat je op sociale opleidingen alleen sociale studenten hebt… Nee, dat valt soms tegen.

Een andere keer dat de tranen over mijn wangen liepen, was een heel ander geval. Er had een student zelfmoord gepleegd en de klassen moesten daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik dacht: dat doe ik wel even, maar eenmaal voor de klas werd het me toch teveel. Ik denk niet dat iemand me dat kwalijk heeft genomen, maar aan de andere kant had de klas ook niet zoveel aan mij op dat moment.

En jij, heb jij weleens fouten gemaakt? Of ben jij van mening dat alleen perfecte mensen voor de klas mogen en/of (andermans) kinderen mogen opvoeden?

schelden emoji's

Soms, heel soms heb ik gewoon niets zinnigs om bij te dragen. Dan ben ik gewoon zo pissig of teleurgesteld of verdrietig, dat ik alleen maar wil schelden. Ik doe best mijn best om me hierbij in te houden, dus des te serieuzer mag je me nemen als ik me wel aan het schelden en tieren ben.

#doeslief? Nee zeg, nu even niet!

Schelden: de spelregels

We weten allemaal dat schelden met heftige ziektes niet gewaardeerd wordt. Schelden met kanker is echt not done, ik geloof dat dat inmiddels wel bij iedereen bekend is. Krijg de tering, tyfus, pestpokken, pleuris of klere: daar hebben dan weer minder mensen moeite mee. Misschien omdat er tegenwoordig niet zoveel mensen meer overlijden aan deze ziekten.

Iemand uitschelden vanwege ras, geaardheid, geloof, handicap, of wat dan ook… Nee, doe maar niet. En dus ook niet als het niets met de persoon of het gedrag te maken heeft. Je praat niet over kutvolk als één iemand iets vreselijks gedaan heeft. En je maakt ook niet iemand uit voor idioot of imbeciel, zeker als het IQ van diegene niet de oorzaak is van het uitkramen van onzin.

Noem het beestje gerust bij de naam. Als iemand een kinderverkrachter is, dan mag je ‘m best een vieze, vuile, gore kinderverkrachter noemen. Maar geen vieze, vuile, gore homo, want dat heeft er niks mee te maken.

Hele groepen mensen kwetsen met je woorden, terwijl die maar voor een specifiek persoon bedoeld zijn, gaat het doel van schelden voorbij, wat mij betreft.

Nog een laatste die ik zelf best lastig vind, ondanks mijn christelijke opvoeding: Jezus of god buiten je scheldkanonnade laten. Vooral die eerste klanken rollen zo lekker door je mond: jeeeeee of ggggggg. Maar ik weet dat ook dat mensen kwetst die niet het lijdend voorwerp van mijn scheldpartij zijn, dus dan maar beter ook die weglaten. (Ken je de Bond tegen vloeken nog?)

Schelden mag van mij best een beetje grof zijn. De persoon voor wie het bedoeld is, moet duidelijk doorkrijgen dat hij/zij fout bezig is. Zich diep moet schamen. Wegkruipen in een holletje. Smeken om vergiffenis. Dat krijg je niet voor elkaar met een potverdikkie.

Deze scheldwoorden kunnen wèl door de beugel

Ja hallo, blijft er dan nog wat over wat je wèl als scheldwoord mag gebruiken? Alsof je er überhaupt de tijd voor hebt om na te denken voordat er een scheldwoord uitrolt.

Ach, het went. Sinds ik in het onderwijs werk, heb ik me zelfs aan kunnen leren om meer verantwoorde scheldwoorden te gebruiken hoe dichter ik bij mijn werkplek kom. Gooi je je fiets voor mijn auto binnen een straal van 100 meter van mijn school, dan ben je een oelewapper, mafkees of flapdrol. Best lief toch?

En uiteraard probeer ik thuis het goede voorbeeld te geven voor mijn kinderen. Ik heb me ook weleens vergist hoor. Wilde ik mijn kleuterdochter voor muts uitschelden, noemde ik haar gewoon een trut. Maar nu ze wat ouder zijn en zelf kunnen beslissen welke scheldwoorden passend zijn, hou ik me thuis een stuk minder in.

Hoewel smaken verschillen, ben ik niet vies van het gooien met geslachtsdelen en is fucking kut de overtreffende trap van kut. En de oude vertrouwde klootzakken of kuttekoppen doen het ook nog steeds prima.

Klaphark, klootviool of steegclown zie ik regelmatig op Twitter voorbij komen, vind ik wel mooie scheldwoorden.

Of wat dacht je van deze retroscheldwoorden: krotekoker, droeftoeter, slampamper, stoethaspel, schijtlijster, naarling, knurft, etterbak.

En alles wordt natuurlijk nog wat sterker door er fucking voor te zetten.

Nog even lekker afreageren met wat muziekjes

Soms heb je misschien net wat meer nodig dan alleen wat schelden. Zeker als je je voor je gevoel al inhoudt bij je woordkeuze. Maar gelukkig zijn er ook andere manieren om je af te reageren. Ik kan dat heel goed kwijt in muziek, lekker mee schreeuwen of losgaan.

Ooit mijn dochters favoriet, met een lekkere catchy tekst: poep in je hoofd! Ik vond ‘m in ieder geval heel verantwoord om lekker mee te blèren in de auto met het volume op 80 met de kinderen achterin headbangend in hun autostoeltjes.

Een prima liedje om even op te zetten als mensen veel teveel onzin uitkramen.

Ik weet niet hoe de jeugd van tegenwoordig dat doet, maar ik vond het afreageren van mijn frustraties in de pit bij een punkbandje altijd heel fijn. Gewoon lekker erop los beuken als alternatief voor het in elkaar slaan van één persoon, omdat we nu eenmaal moeten vertrouwen op ons rechtssysteem. Alle klappen die ik op onderstaand liedje heb uitgedeeld, waren eigenlijk bedoeld voor die klootzak van een collega.

Wat zijn jouw favoriete scheldwoorden?

sneeuwtrappelen

De social media waren in shock: een kinderdagverblijf in Amsterdam liet peuters met blote benen en voeten door de sneeuw, sneeuwtrappelen. Vreselijk. Dat mag toch helemaal niet?! Want daar worden de kinderen ziek van. Want dat doe je zelf toch ook niet. Want dat mag toch helemaal niet volgens de AVG. Want al die pedofielen op internet. Kindermishandeling. Sluiten dat kinderdagverblijf.

Of je voor je eigen kind wel of niet kiest om hieraan mee te doen, laat ik helemaal aan de ouders zelf over. Maar om een kinderdagverblijf wat hier overduidelijk goed over na heeft gedacht zo af te branden… Dan wil ik het als pedagoog toch wel even voor ze opnemen.

Kinderdagverblijven in alle soorten en maten

Bijna vijftien jaar werk ik nu als docent pedagogiek (onder andere) bij de opleiding Pedagogisch Werk. Ik leid studenten op om in de kinderopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang of het (basis-)onderwijs te gaan werken. Tijdens stagebezoeken heb ik ontzettend veel organisaties van dichtbij mogen bekijken. Van Hoek van Holland tot Alphen aan den Rijn, Bleiswijk tot Oud Beijerland en binnen Rotterdam van noord tot zuid en van oost tot west.

In die vijftien jaar heb ik meegemaakt dat kinderopvangorganisaties als paddenstoelen uit de grond opkwamen, weer inkrompen en failliet gingen door keuzes vanuit de overheid en de laatste jaren trekt het weer aardig aan. Je ziet grote organisaties die goed draaien door in te spelen op wat ouders willen, of juist wat de gemeente stimuleert. Maar ook organisaties die vanuit hun eigen samengestelde visie iets unieks neer willen zetten. Of organisaties die vooral snel winst willen maken en alleen het hoognodige bieden. Prachtige buitenlocaties met veel natuur, maar ook eenvoudige omgebouwde rijtjeshuizen met alleen een betegeld plaatsje.

En ik heb heus weleens mijn twijfels gehad over de kwaliteiten van de leidsters, voldoende veiligheid of aandacht voor de kinderen. Maar niet in die mate dat ik melding heb moeten maken van kindermishandeling. Meestal voldeed het om feedback te geven aan een leidster zelf of de leidinggevende.

Maar bovenal heb ik genoten van het zien van de verschillen, hoe kinderdagverblijven binnen hun middelen een eigen draai geven aan het zorgen voor kinderen.

Kinderdagverblijven met een eigenzinnig beleid: ik juich het alleen maar toe!

Tijdens de opleiding probeer ik mijn studenten warm te krijgen om zich te verdiepen in de verschillende pedagogische visies die er zijn. Antroposofie, Reggio Emilia, Montessori, enzovoort. Met een beetje geluk herkennen ze de visies in de manier van werken op hun stage. Maar vaak houden ze toch vast aan wat ze zelf hebben meegekregen in hun opvoeding of wat ze op hun verschillende stageplekken hebben geleerd. Iets anders is vaak vreemd, lastig uit te leggen naar anderen. Dan is het makkelijker aan te sluiten bij het vertrouwde.

Het verbaast me dan ook niet dat er via social media ook door pedagogisch medewerkers fel gereageerd wordt op zoiets als het sneeuwtrappelen. Niet alle lessen pedagogiek of gezondheidskunde blijven even goed hangen. Dat maakt ze niet meteen slechte pedagogisch medewerkers. Er zijn er genoeg die het zorgen voor kinderen zó in de vingers hebben, dat je je kinderen met een gerust hart bij ze achter kunt laten. Ook al zijn ze een beetje vergeten wat ze op school geleerd hebben.

Maar als er dan kinderdagverblijven zijn die zo’n unieke visie hebben dat ze eruit springen, dan juich ik dat alleen maar toe. Het maakt dat mensen (ouders, studenten, pedagogisch medewerkers) na gaan denken over wat ze zelf belangrijk vinden in de opvang van kinderen. Een mooi voorbeeld om te gebruiken in de klas, de discussie aan te zwengelen. Want voordat je dan aan komt zetten met: ‘Dit mag niet, want het hoort niet zo’, verdiep je dan eerst in het waarom.

Waarom zou je wèl sneeuwtrappelen of watertrappelen, buiten slapen, inbakeren, biologisch eten of wat dan ook? Wat zijn nu echt de voors en tegens? En dan vooral vanuit het kind gezien, niet puur en alleen vanuit je eigen belevingswereld.

Zou ik het mijn kinderen ‘aandoen’?

Sneeuwtrappelen of watertrappelen was nieuw voor mij, alhoewel ik wel eens van de Kneippmethode gehoord had. Het klinkt voor mij dan ook gewoon logisch dat zoiets goed is voor de bloedsomloop en kinderen er beter door slapen. Onze kinderen hebben toen ze klein waren weleens met blote voeten door de sneeuw gelopen, maar niet zo doelgericht voor het slapen gaan. Gewoon voor de lol.

Ik was vrij jong (23) toen ik moeder werd en ondanks mijn pedagogische achtergrond had ik me toen niet zo verdiept in verschillende visies en welke ik zelf toe zou willen passen. Ik was net als mijn studenten. 😉 Mijn oudste dochter was ook vreselijk makkelijk als baby, ik kon van alles met haar doen. Weinig rust, reinheid en regelmaat voor haar dus (nee grapje hoor, we wasten haar weleens).

Maar mijn jongste gooide wel al vroeg de kont tegen de krib. En daardoor ben ik wat verder gaan kijken wat zou kunnen werken bij haar. Zij sliep bijvoorbeeld in een bakerzak. Niet echt ingebakerd, vanwege haar heupdysplasie. Maar de bakerzak hielp haar al om zichzelf niet wakker te wapperen met haar armen.

Ze was ook negen maanden lang een felle flesweigeraar. En dan kon ze het krijgen ook: toen ze ging eten, boden we het haar aan volgens de Rapleymethode, doe het dan maar lekker zelf!

Die Rapleymethode gaat ervan uit dat als een kind de fijne motoriek beheerst om iets van een bord te pakken, de mondmotoriek dit ook aankan. Je biedt een baby vanaf zes maanden dan eten aan in grove stukken, dus niet gepureerd. De baby kan dan zelf keuzes maken, leek mij wel handig met die eigenwijze dame van mij.

Inmiddels zijn ze allebei opgegroeid tot twee geweldige tienermeiden die allebei prima eten, slapen, enzovoort. Wat dat betreft heb ik geen bewijs of het wel of niet beter is om een gerichte methode of visie te gebruiken of alleen maar op je moederinstinct te vertrouwen. Als ze maar genoeg liefde krijgen, dat ik het belangrijkste!

En waar sta jij in deze discussie? Sta jij open voor andere visies als het gaat om opvoeden van kinderen?

lompheid frustratiesOh man, wat is het toch deze week? De ene frustratie volgt de andere op. Ik word er strontchagrijnig van. En omdat ik maar geen manier heb kunnen vinden om me op een andere manier af te reageren, gebruik ik jullie als lezers daar maar voor. Neem het niet persoonlijk op. Normaal zijn dit maar kleine frustratietjes en kan ik ze prima hebben. Maar we zijn nu pas halverwege de week en ik heb mijn frustratietaks al bereikt. Dus. Het moet eruit!

Fietsers die voorrang nemen, terwijl ze dat niet hebben

En dan ook nog lelijk kijken en gaan schelden als ik toeterend vlak voor hun neus tot stilstand kom. Tsss, dat kan ik veel beter en ik heb er een veel betere reden voor. Het is maar goed dat ze me niet horen als ik in de auto zit.

Op de route naar mijn werk zitten een paar drukke kruispunten waar verder niets met borden of stoplichten aangegeven is, dus rechts heeft altijd voorrang. Maar het lijkt er maar niet in te gaan bij de verkeersgebruikers daar. En zeker bij scholieren/tieners kun je ervan uitgaan dat ze je geen voorrang gaan geven. Ja, dat klinkt best generaliserend. Maar je kunt er soms maar beter rekening mee houden om ongelukken te voorkomen. Dat wil dan nog niet zeggen dat ik het niet laat horen hoe irritant die fietsers zijn als ze vlak voor mijn auto langs schieten.

Automobilisten die me voorrang geven, terwijl ik het niet heb

Hoe moeilijk is het? Groen is rijden en op een voorrangsweg heb je voorrang.

Ik weet niet waarom mensen denken dat ze me een plezier doen als ze me onterecht voorrang geven, maar ik heb er echt niks aan. Heb ik eindelijk even een moment om stil te staan en mijn muts wat meer over mijn oren te trekken, of mijn spiegel goed te zetten, word ik door zo’n overdreven vriendelijke automobilist gedwongen om alweer door te gaan.

Als ik op mijn fiets ben, vind ik het zelfs nog vervelender dan met de scooter. Hé, die conditie van mij is gewoon niet zo jofel meer. Laat me gewoon even uitrusten.

Studenten die regels aan hun laars lappen

En dan denken dat ze met jou in discussie kunnen gaan om alsnog hun zin door te drammen. Nee, daar heb ik echt geen zin in. En nee, ik hoef het niet beleefd te vragen als een bekende regel overtreden wordt.

De wereld draait niet om maar één persoon. Zeker op plekken als een school is het handig als er afspraken zijn om elkaar niet tot last te zijn. Geen stinkchips eten in een lokaal en/of je troep achterlaten. Niet een lokaal binnenstormen wanneer de les of het examen al begonnen is.

Gedraag je gewoon zoals je ook graag ziet dat anderen zich naar jou toe gedragen. Dat zou eigenlijk de enige regel hoeven te zijn.

Mensen die ‘dat betekend’ schrijven

Nu ben ik ook weer niet zo’n strenge juf dat ik mijn studenten hierop afreken. Maar bij mensen die geld verdienen met hun schrijfwerk, verwacht ik toch wel wat meer. Deze week heb ik het zeker bij drie bloggers voorbij zien komen. Dan wil ik ook weer niet diegene zijn die ze daar in een flauwe reactie op wijst. Het is ook niet het einde van de wereld. Maar als je het meerdere keren achter elkaar tegenkomt, frustreert het me toch wel wat.

Het is namelijk echt niet zo moeilijk. ‘Dat’ als onderwerp kun je gewoon net zo vervoegen als hij/het/de paashaas: stam + -t. Ook al lijkt het misschien al snel op een voltooid deelwoord als een werkwoord met ‘be-‘, ‘ge-‘ of ‘ver-‘ begint, dat is het dus niet altijd. In het geval van ‘dat heeft betekend’ mag het wel met een -d, dan is het wel een voltooid deelwoord.

Afgewezen worden zonder uitleg

Dat voelt net als een onvoldoende krijgen, terwijl je denkt dat je de opdracht goed gemaakt hebt. Ik snap ook best wel de frustraties van mijn studenten als ze een onvoldoende krijgen. Het is niet zo lang geleden dat ik zelf nog een opleiding volgde. Wat dat betreft is het voor elke docent een aanrader om alleen al om die reden een opleiding te volgen: om te voelen hoe het is om een onvoldoende te krijgen. dat maakt het vervolgens makkelijker om met de frustraties van studenten om te gaan die van jou een onvoldoende krijgen.

Maar goed, op zich volg ik nu geen opleiding en toch word ik weleens afgewezen. Als blogger stuur ik soms een pitch in naar een opdrachtgever en dat is niet altijd met succes. Meestal weet ik van tevoren wel wanneer iets misschien net iets te hoog gegrepen is voor een kleine blogger als ik. Maar soms begrijp ik niet waarom mijn pitch afgewezen wordt. En dat is gewoon frustrerend.

Wéér een rekening voor een ‘vrijwillige’ ouderbijdrage

Dan denk je dat je aan het begin van het schooljaar alles wel betaald hebt voor de school van je kids, komt er weer een rekening bij. Nu wist ik wel dat tweetalig onderwijs wat meer kosten meebrengt, vanwege de uitstapjes en extra examens. Maar dit schooljaar zou juist één van de goedkopere schooljaren zijn.

Van de 160 euro die we aan het begin al betaald hadden, zaten er onder andere licenties bij voor online of softwareprogramma’s. En nu mochten we daar nog eens voor betalen, voor iets van digitaal programma voor studiekeuze ofzo.

Dus ik vraag om uitleg en dat was dan dat die eerdere ‘vrijwillige’ ouderbijdrage algemeen was en dit voor een paar specifieke klassen. Ja dag, het boekenpakket is toch ook meteen al afgestemd per klas? Waarom is het dan zo moeilijk om al die extra bijdragen tegelijk in kaart te hebben? En waarom moet alles maar digitaal? En wat nou als ik niet betaal? Hoe vrijwillig is die ouderbijdrage eigenlijk?

Op die laatste vraag heb ik overigens nog geen antwoord gehad…

Ok, nu is het klaar met mijn gezeur. Vanaf nu kan de week alleen maar beter worden!

Wat zijn jouw grootste frustraties?

 

geld donaties bijbaantje

En dan heeft je vijftienjarige dochter ineens een bijbaantje bij een patatzaak. Hartstikke leuk natuurlijk, zo verdient ze lekker wat bij en leert ze hoe het is om te moeten werken. Maar als ouder komt daar ook weer van alles bij kijken. Want wat mag ze eigenlijk allemaal wel of niet als vijftienjarige? En wat heb jij daar als ouder nog over te zeggen?

Dan zal je maar een moeder hebben die niet alleen juf is, maar ook nog examenleider en dus heel precies de regeltjes wil volgen. Nee, dat valt best mee, maar ik wil wel altijd precies weten hoe het zit.

Werktijden vijftienjarigen

Op schooldagen mogen vijftienjarigen volgens de arbeidstijdenwet 2 uur per dag werken, weekend en vakantie 8 uur. Daar zit dan wel een maximum aan van 12 uur per schoolweek en 40 uur in de vakantie.

Doordeweeks mogen ze tot 19.00 uur werken en in weekenden of vakanties tot 21.00 uur.

En dan komt het eerste dilemma al: ze werkt op vrijdag van 16.00 – 21.30 uur. Dat is meer dan 2 uur en tot na 21.00 uur. Ze is in de vakantie begonnen en toen had ik zoiets van: we kijken het wel even aan. Ergens vind ik het ook wel logisch, het is nu eenmaal de horeca en dan heb je niet zoveel aan een werknemer die van 16.00 – 18.00 uur werkt. En vrijdagavond is het koopavond, dus dan gaat het werk nu eenmaal wat langer door.

Maar toch… Vaak werken ze nog langer door en dan wordt het wel een erg lange dag. Zeker omdat ze pas half vier uit school is.

Werkzaamheden

Ook voor wat een vijftienjarige mag doen, zijn er regels opgesteld. Dit is om te voorkomen dat ze te zwaar of gevaarlijk werk zouden doen.

Dus geen zware dingen tillen, duwen of trekken, niet met giftige stoffen werken. Maar ook geen alcohol schenken bijvoorbeeld. Nu wordt dat in deze patatzaak toch niet gedaan, dus dat scheelt.

Maar er zijn ook een aantal werkzaamheden die niet mogen, die niet zo duidelijk zijn. Vijftienjarigen mogen niet met of in de omgeving van machines werken. Maar wat wordt er dan precies verstaan onder een machine? Is dat ook het softijsautomaat? Of de patatsnijder? En de friteuse, waar valt die dan onder?

Achter de kassa werken, mag ook al niet. En dat snap ik niet helemaal, want hoe gevaarlijk is dit nou? Voor elke snack die besteld wordt, hoeft alleen een knop aangetikt te worden, kan bijna niet mis gaan. En de andere medewerkers staan op minder dan een meter afstand in die krappe zaak, dus altijd beschikbaar als er toch iets niet goed gaat.

Arbeidsovereenkomst tekenen

Ruim een maand na haar eerste werkdag, kreeg ze een arbeidscontract mee. Dus ook weer even opgezocht wat ik daar als ouder mee moet. Vanaf zestien jaar mag een arbeidscontract getekend worden zonder toestemming van ouders. Voor die tijd moet je als ouder of verzorger toestemming geven. Maar als je dat niet binnen vier weken doet, mag de werkgever ervan uitgaan dat je ermee akkoord bent gegaan.

Dus zoveel is je handtekening ook niet waard. Mocht je nou een heel laks kind hebben die pas na twee maanden aan komt zetten met dat contract, dan heb je er als ouder niet zoveel meer over te zeggen.

Ik heb overigens nog even gebeld met de baas over het contract. Het was een nogal standaard contract, waarin alleen met het salaris rekening gehouden werd met haar leeftijd (€2,91 bruto, gewoon standaard volgens het jeugdloon). Werktijden waren dus ook gericht op een volwassen medewerker, deze konden tussen 5.00 en 23.00 uur liggen.

Er werd nogal lacherig aan de telefoon gedaan dat ik hierover navraag deed en ze wees op de arbeidstijdenwet. Zij zouden het contract niet kunnen veranderen, maar wel mondeling met mijn dochter kunnen overleggen wat haar werkdagen en -tijden worden. Ok, prima, maar ik heb dus wel telefonisch bezwaar gemaakt en teken het contract niet.

Voorlopig gaan we gewoon kijken hoe het loopt, hoe eerlijk ze zijn met de betalingen en of ze in het maken van het rooster voldoende rekening houden.

En hoe zit het met andere leeftijden?

Nu heb ik dit vooral gericht op mijn vijftienjarige, omdat ik daar nu middenin zit. Maar ook over jongere en oudere kinderen kun je deze informatie vinden, bijvoorbeeld op de website Weet je wat jij waard bent?

Ik denk wel dat vijftien de leeftijd is dat veel jongeren beginnen met een bijbaantje. Omdat ze net iets meer mogen dan dertien- en veertienjarigen en misschien ook net iets meer behoefte hebben aan extra geld. Er zijn in ieder geval een hoop (oud-) klasgenootjes die nu ook beginnen met een bijbaantje. Bij een drogist, broodjeszaak, als afwasser bij een restaurant, vakkenvuller bij een supermarkt. Genoeg om ervaringen mee uit te wisselen!

Wanneer begon jij (of je kind) met een bijbaantje? Wist jij wat wel en niet mocht?

 

1979Er is er één jarig hoera, hoera. Dat kun je wel zien, dat ben ik. Een goed moment om weer eens terug in de tijd te gaan: 39 jaar geleden, naar de dag dat ik geboren ben.

Ik dook even in wat oude kranten, een babyalbum, schriftje en een oud jaarboek.

Mini-Jacqueline

Op 22 augustus 1979 om 16.07 uur ben ik geboren en wel thuis in Vlaardingen na een bevalling van tien uur en zeven minuten. Ik was de tweede dochter van mijn ouders en na mij zouden er nog een dochter en twee zoons komen. Wel een leuk detail: mijn moeder was 23 jaar toen ze mij kreeg, bijna 24. Net zo oud als ik was toen ik mijn eerste dochter kreeg. Alle drie zijn we dus in het jaar van de geit geboren (volgens de Chinese sterrenbeelden). Verder ben ik nooit zo geïnteresseerd geweest in sterrenbeelden, maar dit vond ik wel grappig.

Ik ben naar mijn opa’s genoemd, maar mijn ouders hebben er gelukkig wel een iets modernere variant van gemaakt. Alhoewel Jacqueline niet in de top 10 stond van babynamen in 1979, kom ik regelmatig leeftijdsgenootjes tegen die ook zo heten. Jacqueline is mijn tweede naam, mijn eerste naam houd ik lekker geheim. Mocht ik ooit willen onderduiken, dan kan ik gewoon mijn eerste naam en meisjesnaam gebruiken, haha!

Het weer op 22 augustus 1979

Deze dag was koel met zo’n 17 a 18 graden en buien. En dat kwam dan door een depressie tussen Schotland en de Faroër, waardoor er koele lucht uit het noordelijk deel van de oceaan naar ons kwam. De wind kwam krachtig uit het zuidwesten tot westen en met nu en dan harde vlagen. Geen strandweer dus, maar volgens mij een prima dag om te bevallen.

Hieperdepiep hoera! Tori Amos 16 jaar

Toen ik nog maar net het daglicht zag, was Tori Amos al een geweldige pianiste en zou haar zangcarrière niet lang meer op haar wachten. In de jaren ’90 heb ik haar albums grijsgedraaid. Heerlijk herkenbare liedjes van deze opstandige domineesdochter.

Een andere bekende uit de 90’s die dan weer over 1979 zong, was de band Smashing Pumpkins natuurlijk.

En het dringt eigenlijk nu pas tot me door dat die helden uit de 90’s in 1979 stonden waar ik in die jaren negentig stond als tiener. Gek idee, je ziet je idolen toch wel een beetje als gelijkgestemden, maar ondertussen waren ze zo 12 tot 16 jaar ouder.

Vlaardings nieuws uit 1979

In 1979 werd het Streekmuseum Jan Anderson opgeknapt, wat meer dan een verdubbeling van de bezoekers opleverde. Behalve een vermeerdering van bezoekers, werd ook de collectie uitgebreid. En wat moet de rest van Nederland met deze informatie? Nou, wist je dat van de verzameling van Jan Anderson door heel veel musea gebruik wordt gemaakt? En zelfs in tv-programma’s! Bijvoorbeeld in De Beste Vriendenquiz, waar de deelnemers moeten raden waar een voorwerp voor bedoeld was. Superleuk om dan te weten dat dat voorwerp in mijn geboortestad in het depot van Jan Anderson ligt opgeslagen.

Een nieuwtje uit de krant van 22 augustus 1979 is dat de tram in de wijk Holy niet ondergronds zal gaan. Deze tramverbinding zou dan vanuit Schiedam door de Holy naar het centrum gaan. Uiteindelijk kwam die tram er pas in 2005 en werd deze niet doorgetrokken naar het centrum.

Nog iets wat jaren op zich liet wachten: op mijn geboortedag meldden de kranten ook al (waarschijnlijk voor de zoveelste keer al) over de plannen van het doortrekken van de A4, zodat je vanuit de Beneluxtunnel meteen door kon naar Delft. Ik kan me ook niet anders herinneren dan dat er tussen Schiedam en Vlaardingen een strook was, klaar om er een snelweg op aan te leggen. En deze kwam er pas in 2015.

Verder werd er in augustus 1979 de eerste speel-o-theek in Vlaardingen opgericht. Of in ieder geval de stichting hiervoor, die als doel had om speelgoed uit te lenen. En in dit jaar werd de eerste paal geslagen voor het schoolgebouw waar ik nu op dit moment werk.

Nummer 1 in de top 40 op 22 augustus 1979

Kiss stond op nummer 1 met het nummer I was made for loving you. Alhoewel ik niet denk dat mijn ouders dit nummer nou zoveel gedraaid zouden hebben. Ik denk dat mijn moeder eerder voor Julio Iglesias was gegaan, die toen op nummer 2 stond met Quiereme mucho. Maar nog waarschijnlijker is dat er vooral lp’s van Elly & Rikkert gedraaid werden in huis. Mocht ik ooit gaan dementeren, dan weet ik zeker dat al die vreselijk catchy christelijke kinderliedjes allemaal weer naar boven komen.

In welk jaar ben jij geboren? Weet jij wat er toentertijd speelde?

Via Lotus Writings kwam ik de Body Positivity Tag tegen van Cassandra. En ook al ben ik normaal niet zo van de tags, deze vond ik wel toepasselijk zo in de zomervakantie. Met dat mooie zomerweer en minder kleren aan je lijf, is het wel zo fijn om je daar lekker bij te voelen!

Wat versta jij onder Body Positivity en wat betekent het voor jou?

Blij zijn met je lijf zoals het is en dat uitstralen. Het is niet één perfect plaatje, een lijf kan op heel veel manieren mooi zijn.

Van mij hoeft dat niet per se een ‘ik omarm de gebreken van mijn lijf’ te zijn. Die mag je van mij best weleens wegstoppen. Hoef je echt niet mee te koop te lopen als je dat niet wil. Maar dan nog kun je blij zijn met je lijf, je mooi voelen.

backbeat fit 500 sportkoptelefoon

Kijk eens naar een foto van jezelf, wat valt jou het eerste op? Hoe voel je je daarbij? (deel ook deze foto)

Ik kijk blij, dat is wat me het eerste opvalt. Ben daar ook heerlijk in mijn element: in mijn naaikamertje, muziek luisteren… Wat me verder opvalt is dat de rimpels in mijn voorhoofd zichtbaar zijn en mijn oogleden wat over mijn ogen hangen. Ach ja, ik word ook wat ouder. En ik draag geen make-up, dat doe ik overigens vrijwel nooit. Mijn haar zit wat warrig, waarschijnlijk heb ik het nog niet geborsteld.

Ik voel me er eigenlijk wel prima bij.

tattoos schoudersNoem nu twee mooie dingen aan je body waar je gelukkig mee bent!

Alhoewel ik wel een paar kilootjes meer meedraag dan gezond is, is het wel goed verdeeld. Ik ben dus wel blij met de verhoudingen van mijn lijf, mijn rondingen zitten op de goede plekken. Mijn billen en borsten zijn aardig gevuld, maar ik heb wel een zichtbare taille. En mijn kuiten zijn nog aardig gespierd voor iemand die er niet veel mee doet.

En op nummer twee dan mijn schouders. Niet alleen vanwege de mooie plaatjes die erop staan. Maar vooral omdat je met je schouders zoveel kan veranderen aan je houding of hoe je je beweegt. Dat maakt het een stuk interessanter om naar te kijken en is leuk om mee te spelen.

Zelfacceptatie in de zomer: bikini of badpak?

Vanuit praktisch oogpunt kies ik liever voor een bikini. Zo’n nat badpak uit- en aantrekken als je even naar het toilet wilt, vind ik maar niks.

Overigens draag ik die bikini dan wel met zo’n megagroot bikinibroekje, lekker retro. En het houdt mijn buik wat meer bedekt, waar ik me dan toch wel weer wat prettiger in voel.

In deze outfit voel ik me mooi

Natuurlijk draag ik bijna alleen maar leuke jurkjes waar ik me mooi in voel. Maar historische kostuums hebben net iets meer dan dat. De Victoriaanse kostuums met enorme rokken zijn dan helaas niet zo praktisch in een rolstoel. Dus toen ik het linkerplaatje tegenkwam, leek dat me een mooi alternatief.

En ok, de jurk is uiteindelijk wel wat anders geworden dan het voorbeeld. Maar ik voel me er zeker mooi in. Krijg er ook veel complimenten over als ik ‘m draag. Dus als iemand een gelegenheid weet waarbij ik deze jurk weer eens aan kan trekken, laat maar weten!

Hoe denk jij dat anderen jou zien? En hoe zie jij jezelf? Is dit in het verleden ook anders geweest? Zo ja, wat is hiervan de oorzaak?

Anderen zien me om één of andere reden slanker dan dat ik ben. En nee, dat is niet omdat ik mezelf als ontzettend dik zie. Maar ik heb gewoon aardig wat overgewicht en een maatje XL.

Toen mijn studenten ooit een gastles over gebarentaal kregen, mochten ze zelf een gebaar bedenken voor elkaar en dus ook voor mij als docent. Met dat gebaar beeldden ze een jurkje uit en dat paste ook wel heel erg bij mij. Nu nog steeds trouwens, ik ben gek op leuke jurkjes.

Verder denk ik dat mijn uiterlijk bij de één meer in de smaak valt dan bij de ander. Ik heb een vrij uitgesproken smaak. En gelukkig maar dat niet iedereen mij zo leuk vindt.

Hoe ik mezelf zie, is heel erg veranderd in de loop van de jaren. Op de basisschool werd ik gepest en werd er zo vaak tegen me gezegd dat ik lelijk was, dat ik het zelf ging geloven. Pas rond mijn vijftiende kreeg ik door dat ik er best mocht wezen.

Nu ben ik tevreden met hoe ik eruitzie. Of ik nu zo dik ben als ik nu ben, of tien kilo minder aan mijn lijf zou hebben, ik voel me net zo mooi. Alleen met tien kilo minder zou ik meer jurkjes hebben die me mooi staan, dus ze mogen er wel een keer af, die kilootjes.

Ik denk ook dat het enorm scheelt dat ik al twintig jaar bij dezelfde man ben, die me altijd al mooi heeft gevonden. Wat ik mezelf ook aandoe qua kledingstijl, haarkleur, piercings en tattoos (welke hij niet altijd even mooi vindt), hoe dik of dun ik ook geweest ben, hij kijkt daar gewoon doorheen. Alhoewel hij me achteraf gezien best weleens had mogen afremmen. Soms droeg ik echt achterlijke outfits. Waar ik me overigens nog steeds geweldig in voelde op dat moment.

Noem een overwinning van wat jouw lijf je heeft laten doen?

Nou moet ik zeggen dat mijn lijf me eigenlijk vooral steeds meer in de steek laat. Maar ik heb goede herinneringen aan de keren dat ik wel op mijn lijf kon rekenen.

Ik kon als kind al lange afstanden fietsen. Fietstochten van 40 of 60 kilometer.

En toen ik na een aantal dansloze jaren ging buikdansen, verbaasde me het dat dit me nog best aardig af ging.

Er zijn momenten geweest dat het slecht ging met mijn lijf, maar dat ik toch weer kon opbouwen. Dat is met EDS toch wel bijzonder te noemen. En het betekent ook dat ik het wel kàn, dat luisteren naar mijn lijf en binnen mijn grenzen blijven.

Vijftien kilo afvallen in een jaar tijd, dat vond ik wel een prestatie. Zou het graag nog een keer willen doen, haha!

O ja, die twee keer dat ik een kind op de wereld heb gezet, dat mag ook wel een overwinning genoemd worden. Dit hoeft dan weer niet in de herhaling hoor.

Vind jij dat er meer size diversiteit in de media mag komen? (denk bijvoorbeeld aan curve model) en waarom?

Ja, zeker weten. Eerlijk gezegd lees ik niet echt tijdschriften, modeprogramma’s op tv volg ik ook niet. Niet mijn smaak en niet mijn maat. Ik neus vooral rond op Instagram en kijk dan hoe iets staat bij iemand die ongeveer dezelfde vormen heeft als ik. Of ook in een rolstoel zit, want dat maakt ook een groot verschil hoe iets je staat. Dus behalve diversiteit in maten, mag die rolstoel (of prothese, of krukken, of wat dan ook) best wat meer in beeld gebracht worden. Of diversiteit in leeftijd, kleur… in alles eigenlijk wel.

Je favoriete body positivity instagram account

Lana Leesvoer vind ik sowieso een mooi mens met een superleuke kledingstijl. En ze durft meer dan ik zou durven: croptops, foto’s in ondergoed of bikini op Instagram. Nou hoef ik dat niet allemaal per se te durven hoor, maar hoe vaker ik haar in een croptop zie, hoe vaker ik denk: dat moet ik toch ook eens proberen! Ze laat zien dat je met een maatje meer net zo mooi gekleed kunt zijn.

Body positivity hoeft van mij niet tot het extreme. Ik volg ook mensen die hun lichaamshaar, sondeslangen, of wat dan ook in beeld brengen. Prima als zij zich daar goed bij voelen en ze zullen vast anderen ook helpen om zich zo prettiger in hun lijf te laten voelen. Maar voor mij is dat iets teveel van het goede. Ik hou graag wat dingen voor mezelf. En ik vind ook niet dat je per se met elk stukje van je lijf tevreden hoeft te zijn om van je lijf te houden. Dat herken ik ook terug in wat Lana post, vandaar dat zij toch wel mijn favoriet is.

Je beste zelfacceptatie tip

Hier moest ik toch wel even over nadenken. Met mijn twee tienermeiden ben ik hier ook wel mee bezig. En ik denk dat het vooral prettig is om in een veilige omgeving (thuis of met vriendinnen) te experimenteren in waar jij je mooi en fijn bij voelt. En als je je dan eenmaal hebt overtuigd van datgene wat bij je past, vooral niet teveel van andermans mening aantrekken. Tenzij het iemand is die van je houdt en je om een hele goede reden een ietsjepietsje afremt of juist stimuleert.

Wat zou jij een ander meegeven als tip als het gaat om zelfacceptatie en bodypositivity?

fietsongeluk

Foto is met toestemming overgenomen van Flashphoto.nl

In een maand tijd kregen twee dierbaren van mij een ongeluk met de fiets. En op zo’n moment, dat je er niet meteen bij kunt zijn, hoop je toch op fatsoenlijke omstanders die te hulp schieten. Maar hoe verschillend kan dat zijn.

Fietsongeluk 1: Dochter gaat onderuit in een bochtje

In een bijna onverstaanbaar telefoongesprek werd ik pas door dochterlief gevraagd of ik meteen kon komen, want ze was gevallen en bloedde heel erg. Ik dacht nog even dat het vooral de schrik zou zijn en het vast wel mee zou vallen. Maar om haar zo snel mogelijk bij te kunnen staan, sprong ik op mijn scooter naar de plek des onheils.

Daar aangekomen was ik juist degene die zich de pestpokken schrok. Een plas bloed op straat, dochter onder het bloed en een verband om haar hoofd. En een hoop mensen om zich heen verzameld. Via die omstanders en mijn dochter hoorde ik wat er gebeurd was. Ze was in de bocht onderuit gegaan met haar fiets en met haar hoofd hard op de straat gevallen. Heel toevallig was er een verpleegkundige in de buurt, die van een taxichauffeur verband kreeg en haar dus kon verbinden. De straat werd afgezet met een auto, 112 was gebeld en een vrouw ‘met connecties’ zorgde er wel even voor dat de ambulance er snel zou zijn. Ze kreeg water aangereikt en een andere vrouw stelde voor om haar fiets in haar tuin te zetten, zodat deze niet ten prooi zou vallen van fietsdieven.

Toen de ambulance er eenmaal was en bleek dat we even naar de spoedeisende hulp moesten, bedacht ik me dat de pasjes (ID en zorgverzekering) thuis lagen. Maar ons huis lag op de route naar het ziekenhuis, dus reden ze daar even langs.

Ondertussen had ik bedacht dat ik in het ziekenhuis niet ver zou komen zonder rolstoel, dus nam ik ook mijn wandelstok mee toen we bij ons huis waren. In de ambulance legde ik aan de verpleegkundige uit dat ik EDS heb en normaal een rolstoel buitenshuis gebruik. Ze was enorm begripvol, snapte meteen dat ik daar puur op adrenaline liep en op een later moment wel zou instorten. Aangekomen in het ziekenhuis nam ze mijn dochters schooltas uit mijn handen (man, die dingen zijn echt loodzwaar) en ging ze op zoek naar een zo comfortabel mogelijke stoel voor mij.

Al met al is het goed afgelopen: het gat in haar hoofd kon gelijmd worden en verder was er niet zo veel aan de hand. Mijn man was inmiddels klaar met werken en kwam ons ophalen, met mijn rolstoel. ‘s Avonds haalde hij de fiets op, waar de behulpzame vrouw nog eens vroeg hoe het met onze dochter was. En diezelfde week kreeg ik een bericht van een collega met dezelfde vraag. Die had via een oud-student gehoord wat er gebeurd was, die had met haar moeder mijn dochter opgevangen voordat ik er was.

Fietsongeluk 2: Vriendin wordt aangereden na een avondje uit

Na een avondje stappen met mijn vriendin is het de gewoonte dat we elkaar op de hoogte houden als we veilig zijn thuisgekomen. Dit keer stuurde ik wel een berichtje, maar kreeg geen bericht terug. Eigenlijk maakte ik me op dat moment geen zorgen, het ging immers altijd wel goed en was meer een gewoonte dan dat het echt nodig was. Ik stuurde nog een laatste berichtje dat ik hoopte dat ze goed thuisgekomen was en ik naar bed zou gaan.

De volgende ochtend zag ik dat er een berichtje van haar verstuurd was na drie uur ‘s nachts: ‘Ik lig in het ziekenhuis.’ Daarnaast een berichtje van haar vader met wat meer uitleg. Ze was dus onderweg naar huis aangereden door een auto en die bestuurder was doorgereden na het ongeluk.

Geen idee hoe lang het voor haar geduurd heeft voor ze geholpen werd, maar getuigen waren er dus niet. Gelukkig heeft ook zij er geen ernstig letsel aan overgehouden, dat had zomaar anders kunnen zijn.

Op Facebook volgde ik de nieuwsberichten hierover, omdat hier ook een oproep werd gedaan voor getuigen. Zelf deelde ik dit bericht ook, dat leverde een reactie op van een letselschadeadvocaat die er wel brood in zag. Verder nog geen reacties van getuigen gelezen, wel vooral veel veroordelende reacties naar de bestuurder die door is gereden. Op zich terecht, maar heel veel schiet je er niet mee op. En vrolijk word je er al helemaal niet van.

Zo hoort het dus wel/niet

Het moge duidelijk zijn dat ik positief onder de indruk was van hoe de omstanders handelden bij het fietsongeluk met mijn dochter. Zo ontzettend betrokken en behulpzaam. Mensen die elkaar niet kenden, werkten samen om mijn dochter (en mij) op te vangen en te helpen.

Maar wat een verschil met het tweede fietsongeluk van mijn vriendin. Nu is dat wel op een ander tijdstip gebeurt, maar dan nog. Hoe haalt die bestuurder het in zijn of haar hoofd om door te rijden nadat je iemand geraakt hebt? Ongeacht wiens fout het is, je stopt toch om te kijken hoe het met de ander gaat? En dan zo’n aasgier die ervan denkt te kunnen profiteren. Bah.

En weet je, ik ben zelf ook echt geen held als het om ongelukken gaat. Als ik zie dat er iets is gebeurd en er staan een hoop mensen om heen, dan denk ik: ‘Mooi, genoeg mensen die kunnen helpen, mij hebben ze niet nodig.’

Maar ik probeer in ieder geval die inschatting te maken. Of mijn hulp nodig zou kunnen zijn, of dat ik alleen maar in de weg zou staan als pottenkijker. En als er maar één of twee omstanders zijn, dan vraag ik sowieso of ik ergens bij kan helpen.

Het zou toch fijn zijn als je in zulke situaties op je medemens kunt rekenen. Dat je niet aan je lot wordt overgelaten en er geen misbruik van de situatie gemaakt wordt. Maar blijkbaar is dat helaas niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Hoe handel jij als je een ongeluk hebt zien gebeuren?

gemeenteraadsverkiezingen

Vandaag mogen we weer stemmen, zowel voor de gemeenteraadsverkiezingen als voor het referendum over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Noem me ouderwets, maar ik vind nog altijd: als je niet stemt, moet je ook niet klagen. Alhoewel ik niet zo’n hoge pet op heb van een raadgevend referendum, denk ik wel dat mijn stem voor de gemeenteraadsverkiezingen verschil kan maken. Al is het maar om tegenwicht te geven aan de partijen waar ik absoluut niet teveel van in mijn stadje wil terugzien.

Maar dat kiezen, is nog best lastig.

Mijn stem krijg je niet als…

  • Je niet eens de moeite hebt genomen om de spellingscontrole door je verkiezingsprogramma te halen.
  • Je niet verder kunt kijken dan je eigen stokpaardje en zo voorbij gaat aan al het andere wat in de gemeente speelt.
  • Je alleen maar met een vingertje kan wijzen en zelf geen concrete oplossingen aandraagt.
  • Je vanuit je geloof politieke beslissingen neemt. Sorry, maar dat is gewoon niet zo mijn ding.
  • Je verkiezingsprogramma meer weg heeft van een sprookjesboek dan de realiteit.

Blanco stemmen

Als er echt geen enkele partij is waar ik achter zou kunnen staan, is er altijd nog de optie van blanco stemmen. Ik heb het jaren geleden weleens gedaan, ik geloof bij de landelijke verkiezingen.

Een blanco stem telt wel mee voor de opkomst, maar gaat niet naar een partij. Voor het referendum heeft het dan nog een waarde, omdat daar een opkomstdrempel van 30% is. Stel dat er zonder de blanco stemmen geen 30% behaald zou worden, dan wordt de uitkomst van het referendum niet meegenomen in de uiteindelijke beslissing.

Maar verder is een blanco stem dus vooral symbolisch. Je laat dan zien dat je wel onderdeel wil zijn van de democratie, maar dat je je niet kunt vinden in de programma’s van de deelnemende partijen.

Waar ik dan wel op ga stemmen?

Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik nog een zwevende kiezer. Voorheen had ik wel een voorkeur bij één van de partijen hier in de gemeente. Maar op dit moment vind ik ze niet zulke hele sterke punten hebben. En alhoewel ze in het verleden best wat bereikt hebben, heb ik nu soms het idee dat ze maar wat roepen, zonder dat ze het waar kunnen maken. En de partij waar ik bij de landelijke verkiezingen op gestemd heb, spreekt me hier in de gemeente helemaal niet aan.

In de hoop een goede keuze te kunnen maken, heb ik een paar stemwijzers ingevuld en bij vrijwel alle partijen het verkiezingsprogramma doorgenomen. Echt heel veel wijzer werd ik daar niet van. Sommige punten vind ik gewoon niet zo belangrijk en andere punten miste ik juist weer.

Wat ik vooral miste, was hoe de de partijen omgaan met het toegankelijk maken van onze gemeente. Die wet op toegankelijkheid is er toch al een tijdje en er is wat dat betreft toch echt nog wel flink wat werk aan de winkel.

Op de Facebookpagina van Salami stinkt had ik hier een berichtje over geplaatst en wat partijen getagd. En dat leverde een paar reacties op van lokale politici, erg verhelderend. Interessant ook om te zien welke partijen dan reageren en hoe. Het heeft me wel weer wat opgeleverd in het wegstrepen. En tegelijkertijd besef ik dat er gewoon geen partij bestaat die echt helemaal precies voor ogen heeft wat ik belangrijk vind.

Ach, ik kom er nog wel uit voor het einde van de dag.

Laat jij je stem horen vandaag?