shimmy shake fusion buikdans

Annelies & Jacqueline tijdens de Shimmy Shake Matinée Mash Up
Foto door Ben van Duin

De afgelopen weken waren weken met pieken en dalen. Verdriet om het overlijden van een collega en een lotgenootje, die allebei te vroeg in hun leven gemist moeten worden. Blij om te kunnen dansen tijdens het Shimmy Shake Festival, echt geweldig veel mooie complimenten gehad over het optreden van Annelies en mij.

Deze week ging ik op mijn vrije dag met mijn klas naar de conferentie STRONG. En wat was ik trots op mijn studenten die de hele dag aandachtig hebben geluisterd naar de informatie over kinderrechten en ook heftige verhalen rondom kindermishandeling. Daarnaast kwam de onderwijsinspectie langs op onze locatie. Dat dat zo ontzettend positief uitpakte, had ik van tevoren niet kunnen bedenken.

Maar met al dat heen en weer geschommel van verdriet naar blijdschap, spanning, trots… maakt ook dat ik aan het twijfelen ga. Zoveel mensen vol passie, maar waar is die van mij gebleven?

In balans, maar afgevlakt

Als mensen vragen hoe het met mij gaat, dan zeg ik oprecht dat het goed gaat. (Ja, ok, er zijn wel wat dingetjes die ik nog even uitstel om verder te laten onderzoeken, komt nog wel.) Ik ken mijn grenzen, maak hierin de juiste keuzes en dat pakt positief uit voor mijn lijf. Daarnaast heb ik nog zoveel meer om gelukkig om te zijn, maar toch knaagt er iets.

Steeds maar die juiste keuzes maken voor mijn lijf, betekent ook dat ik nee moet zeggen tegen dingen die ik dolgraag zou willen. Zo’n hele dag naar een conferentie met een klas geeft me wel heel veel voldoening, maar is eigenlijk niet meer te doen met mijn lijf. Het levert me teveel pijn op en ik heb dan het gevoel dat ik er niet helemaal ben voor mijn studenten.

En op het gebied van dans komen er ineens wat mooie kansen voorbij, die ik toch soms moet laten schieten. Alles wat erbij komt kijken, maakt het een te zware belasting.

Dat ik dat jammer vind, is nog zacht uitgedrukt. Mijn hoofd wil ook vol enthousiasme en passie ergens voor kunnen gaan, maar mijn lijf kan dit niet meer.

Ik ben niet meer de docent die ik was of wil zijn

Tijdens het gesprek met de onderwijsinspectie voelde ik me gezegend met zoveel collega’s om me heen met een passie voor onderwijs. Maar achteraf gezien vraag ik me dan af of ik zelf nog wel iets van die passie uitstraal. In het gesprek werd ik in de kennismaking al afgekapt, waar bij anderen wel doorgevraagd werd naar werkervaring en opleiding. En dat is prima, het draaide ook niet om mij in dit gesprek. Maar het bevestigt wel weer mijn gevoel dat ik maar voor spek en bonen meedoe, dat het al snel genoeg is wat ik doe, maar dat er niet gekeken wordt naar wat er nog meer in mij zit.

En het is ook wel dubbel. Want ik ben oprecht blij dat ik überhaupt nog kan werken en dat ik in zo’n fijn team zit. Maar of ik zingend naar mijn werk ga… nee, dat niet.

Af en toe voel ik me echt zo’n zeikdocent. Zo eentje die continu maar anderen op de regeltjes wijst. Nee, je mag hier niet eten. Nee, dit heb je niet goed ingeleverd. Nee, die onvoldoende wordt niet aangepast omdat jij het niet eens bent met de beoordelaar. Dit is niet hoe ik wil zijn.

Toen ik een paar jaar geleden begon als examenleider, waren er nog docenten en studenten die het jammer vonden dat een goede docent minder lessen ging geven. En ik mis het om niet meer gemist te worden op dat vlak.

Eén been in het rijk der zieken, één in het rijk der gezonden

Al dat getwijfel maakt me meer en meer bewust dat ik er een beetje tussenin hang. Zoals Hanna Bervoets in haar boek al over het rijk der zieken schreef, besef ik steeds meer dat ik niet meer zo in het rijk der gezonden pas.

Ik hou een ander tempo aan, moet eerder op de rem trappen en met andere dingen rekening houden. Anderen doen vaak wel hun best om hier rekening mee te houden en tonen begrip. Maar het helemaal snappen is lastig als je zelf gezond bent. Dat verwacht ik ook niet. En ik wil ze dan ook niet zeggen dat hun bemoedigende woorden op mij soms overkomen alsof ik niet serieus genomen word. Want ik weet wel dat het niet zo bedoeld is.

Aan de andere kant ben ik ook nog niet helemaal ingeburgerd in het rijk der zieken. Ik besef dat ik nog best veel kan voor iemand met EDS. Soms krijg ik het idee dat lotgenoten tegen me opkijken, vanwege mijn werk of het dansen wat ik doe. Maar dat is ook weer niet nodig. Mijn aanpak past bij mij, maar hoeft niet bij iedere EDS’er te passen. Niet iedereen krijgt dezelfde opties voorgeschoteld. Maar wat we wel gemeen hebben als lotgenoten is dat je voor elke keuze die je maakt wel weer iets moet inleveren.

Die passie komt wel weer

Ok, dit stuk komt misschien wel een tikkeltje pessimistisch over, maar zo bedoel ik het niet. Het is meer dat ik het voor mezelf op een rijtje wil zetten. Wat vind ik belangrijk, waar wil ik voor gaan en wat heb ik daar voor over? Nu ik fysiek redelijk mijn balans gevonden heb, heb ik daar ruimte voor om over na te denken. En ik heb er alle vertrouwen in dat ik wel weer iets vind. In mijn werk, of daarbuiten.

Wat is jouw passie? En lukt het jou om deze uit te voeren zonder hoeven in te leveren?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.