Berichten

Jacqueline zit in rolstoel voor de klas en naast het bord.

Nadat ik Paul’s artikel las over hoe hij zijn online lessen aanpakt, bedacht ik dat ik dat ook wel weer eens kon doen over de beroepsgerichte lessen en studieloopbaanbegeleiding aan mijn klas onderwijsassistenten. In maart had ik daar al eens over geschreven, maar dat was een totaal andere situatie dan nu.

Online les: hier moeten we het maar mee doen!

Bij de start van dit schooljaar waren de klassen al gehalveerd en waren de lessen hierop aangepast in het rooster. In plaats van losse beroepsgerichte lessen en losse uren studieloopbaanbegeleiding werd dit ingeroosterd als drie lesuur op school en drie lesuur zelfstandig/online met het leerteam. De ene helft van de klas kwam dan op dinsdag naar school, de andere helft van de klas op woensdag.

Rekening houdend met een eventuele lockdown (die er nu dus is), konden we hiermee snel switchen naar volledig online onderwijs. Of weer terug naar volledige klassen zodra dat zou kunnen. Ik dacht dat we voor die twee weken online wel de halve klassen zouden aanhouden. Maar toen ik een dag van tevoren in mijn rooster keek, zag ik dat toch de hele klas ingeroosterd was.

Even op een rij is dit waar ik rekening mee moet houden bij de online les die ik geef:

  • Eén keer per week drie lesuur achter elkaar online les via Teams.
  • De klas krijgt vanaf september al in halve klassen les, de helft kreeg daarbij les van een andere collega. Nu dus alleen van mij les online met de hele klas bij elkaar.
  • De les start met een bordsessie waarin doelen en acties besproken worden.
  • Uitleg en ondersteuning bij (praktijk-)examens komen ook in deze les aan bod.
  • De motivatie van studenten ligt vooral bij het af kunnen vinken van examens, minder bij het verdiepen in de theorie die ze daaraan kunnen koppelen.
  • Studieloopbaanbegeleiding (en daarbij ook de stagebeleiding) is gekoppeld aan deze les en vindt deels ook binnen de les plaats.
  • Van studenten wordt verwacht dat ze naast de drie lesuur begeleid ook drie lesuur onbegeleid aan de slag gaan.

Opbouw beroepsgerichte online les

Studenten hebben via Teams een uitnodiging voor de les gehad. Hierin is de opbouw van de les vermeld en de werkafspraken die op onze locatie gelden bij de online lessen.

De opbouw is zo’n beetje hetzelfde als in de les op school, maar hier licht ik toe hoe het nu online ging deze week.

Vragenrondje examens (5 – 15 minuten)

Meestal start ik met een aandachtspunt wat me is opgevallen die week en ga ik daarna de lijst met deelnemers af, zodat iedereen de kans krijgt om een vraag te stellen. Op dit moment gingen de vragen vooral over wanneer ze wel op school verwacht worden voor (voorbereiden op) examens en wanneer niet.

Bordsessie (15 minuten)

De bordsessie is in de loop van het schooljaar met mijn helft van de klas omgevormd tot wat je hieronder in de afbeelding ziet. De eerste online les was dat even wennen, omdat de andere helft niet mijn aanpak, maar die van mijn collega gewend is.

We starten met het invullen van de check-in (hoe zit iedereen erbij?) en de successen van de studenten afgelopen week. De doelen en examens staan er vooral op als reminder, zodat duidelijk is waar naartoe gewerkt wordt. De doelen hebben we samen al eerder opgesteld en de examens werk ik elke bordsessie vooraf bij aan de hand van de examenplanning.

Bij het onderdeel behandelen in de les bied ik ze onderwerpen aan die aan bod moeten komen. Tijdens de bordsessie plannen zij in wanneer dit aan bod komt. Uiteraard is er altijd ruimte voor onderwerpen die de studenten zelf aandragen. Omdat de al behandelde onderwerpen verschillen per halve klas, hebben we het in de eerste online les even gelaten voor wat het is. Ik had ook nog geen kans gehad om dit af te stemmen met mijn collega.

Het onderdeel acties is gekoppeld aan de doelen. Dit is een mix van opdrachten, het plannen van examens en stage-gerelateerde zaken. Het is de bedoeling dat die acties vooral vanuit de studenten komen, maar ook hier stuur ik nog veel aan. Aangezien het enige beoordelingsmoment van de derdejaars ligt bij de examens, merk je dat hier dan ook vooral de noodzaak van gezien wordt en bij de rest de motivatie minder is. Vandaar ook mijn poging tot extrinsieke motivatie in de laatste actie: trakteren als alle acties op tijd gedaan zijn.

Instructie (15 – 25 minuten)

Deze instructie is afhankelijk van wat er door de studenten gekozen is om te behandelen in de les. Dit kan een uitleg zijn over hoe een praktijkexamen uitgevoerd moet worden, uitleg van nieuwe theorie of herhaling met behulp van een powerpoint, Prezi, opdracht en/of Kahoot-quiz.

Wanneer het vragenrondje en de bordsessie langer hebben geduurd dan gepland en de concentratie verminderd is, wordt dit onderdeel naar het einde van de les geschoven. Dit keer hebben we deze tijd vooral gebruikt om met elkaar af te stemmen hoe we het gaan aanpakken in de online les en wat we van elkaar kunnen verwachten.

In leerteams/zelfstandig werken (60 – 75 minuten)

Binnen de leerteams spreken de studenten af hoe ze deze tijd gaan gebruiken. Bijvoorbeeld door een opdracht individueel of met elkaar te maken of een examen voor te bereiden of uit te werken. In de opdrachten die ik voor ze heb opgesteld, komt steeds een stuk theorie terug wat gekoppeld is aan één van de praktijkexamens. Maar ook intervisie en elkaar feedback geven, of verdieping door vakliteratuur te raadplegen.

Terwijl ze aan het werk zijn, is er ook ruimte voor individuele gesprekken. Hiervoor heeft de student zich vooraf ingeschreven, of ik heb bij de start van de les aangegeven dat ik iemand even wil spreken. Meestal gaan deze gesprekken over stage en examens, maar vaak ook over privéomstandigheden.

In de eerste online les wilde iedereen zelfstandig werken en heb ik met de helft één op één contact gehad via chat of videobellen. Veel daarvan was om feedback te geven op gemaakt werk of uitleg te geven hoe ze iets aan konden pakken.

Afsluiten van de les (15 minuten)

In mijn lessen op school heb ik regelmatig gebruik gemaakt van papieren exit-tickets. Nu doe ik dat via Forms als afsluiting van de les. De vragen gaan over wat ze gedaan en geleerd hebben, hoe ze hun eigen inzet en de begeleiding van de docent hebben ervaren, wat ze tijdens de onbegeleide lesuren gaan doen en wat er in de volgende les meer aandacht nodig heeft.

Ik gebruik elke les hetzelfde vragenformulier, zodat ik na een paar lessen de antwoorden per les of per student kan selecteren om te zien wat er opvalt. Na deze eerste online les met de twee halve klassen samen viel al op dat de behoeften erg uiteenlopen. De één werkt graag zelfstandig, de ander liever in het leerteam. En weer een ander komt niet aan leren toe als dit niet heel strak door de docent aangestuurd wordt.

Zelf had ik de les als wat chaotisch ervaren. En als ik zie wat de studenten deze les geleerd hebben, kan daar nog veel meer uitgehaald worden. Deze week ga ik dus nog even afstemmen met mijn collega zodat ik volgende online les wat beter neer kan zetten.

Het is geen ideale situatie. Behalve het online lesgeven zijn er wel meer dingen die ik volgend schooljaar anders zou willen aanpakken. Maar voor nu moeten we er hier iets van maken. En op zich lukt dat prima, maar ik hoop toch dat deze situatie niet al te lang meer hoeft te duren!

Een jaar geleden eindigde ik mijn terug- en vooruitblik met: ‘Maar het is ook weleens fijn om het jaar over je heen te laten komen en te zien waar het je brengt.’ Een keer geen doelen of concrete plannen voor het nieuwe jaar, laat maar komen. En tjongejonge, wat is 2020 over ons heen gekomen!

Een stukje inclusiever

Maar ook zonder doelen waren er wel wat dingen waar ik verder mee wilde afgelopen jaar. Lekker cliché, maar ik wilde onder andere mijn passie weer vinden. Inclusiever onderwijs is iets waar ik wel meer uit zou willen halen. Ik ben naar een conferentie hierover geweest en daarnaast heb ik me aangesloten bij de meedenkgroep onderwijs van Iederin. Ook was ik als gastspreker uitgenodigd op een hogeschool, maar helaas ging dat niet door vanwege Corona.

Op het gebied van inclusiedans is het helaas weinig gekomen van optreden. Wel mocht ik meepraten over inclusieve podiumkunsten bij een webinar en werden we bij Misiconi geïnterviewd door RTV Rijnmond. Ook werd ik opgenomen in de koffer van Rick, waarbij ik op mijn werk geïnterviewd en gefilmd werd.

Op dit gebied heb ik wat meer van me laten horen en dat smaakte eigenlijk wel naar meer! Ik zie mezelf niet als een activist, maar ik denk wel dat ik mijn steentje bij kan dragen als het gaat om het laten zien en horen hoe en waarom de samenleving een stuk rijker wordt als deze inclusiever wordt. En dan vooral vanuit mijn eigen kennis en ervaring in het onderwijs en dans.

Investeren in ons huis

In de woonkamer kwam er een nieuwe eethoek en een geweldige lamp bij. Verder ging er achter elkaar van alles kapot wat vervangen moest worden. Dus hebben we inmiddels een nieuwe cv-ketel, close-in boiler, vaatwasser, een paar nieuwe kozijnen en alle platte stukken dak zijn opnieuw bedekt.

Je zou denken dat daarmee ons spaargeld wel flink geslonken is. Dat is ook wel zo, maar toch is er nog ruimte om binnenkort ook wat dakpannen op het schuine stuk van het dak te laten vervangen. En nog een nieuwe kastenwand te laten plaatsen. Hé, met al dat thuiszitten kun je maar beter een fijn plekje hebben!

En alhoewel 2020 financieel best wat kosten meebracht, hebben we een goed vooruitzicht voor 2021. De rentevaste periode van onze hypotheek liep af en straks gaan we zo’n 200 euro minder per maand betalen. Dat willen we dan weer extra inleggen, zodat we hopelijk de looptijd van onze hypotheek wat kunnen inkorten. Ik ga ervan uit dat ik niet tot mijn pensioen kan blijven werken en dan is het een fijn idee om te weten dat de maandlasten van de hypotheek prima te betalen zijn, ook als ik niet meer zou werken.

Lesgeven anno 2020

Lesgeven in 2020 was anders dan anders. Met het online/op afstand lesgeven heb ik wel weer wat vaardigheden kunnen oefenen. Instructiefilmpjes maken, via Teams lesgeven en examens afnemen, hybride lesgeven. Het is best een uitdaging om studenten via een beeldscherm net zo betrokken te krijgen als in de klas.

Je wordt zo’n beetje doodgegooid met tools en ideeën voor het online of hybride lesgeven. Maar mijn ervaring is dat je de studenten nog het beste meekrijgt, als de inhoud zinvol is en aansluit bij wat ze op dat moment nodig hebben. En door ervoor te zorgen dat ze zich gezien voelen, of ze nu in de klas of in hun kamer zitten. Door iedereen aan bod te laten komen (wat overigens een stuk makkelijker gaat met halve klassen) en gemaakte opdrachten van feedback te voorzien waar ze verder mee kunnen.

EDS enzo

Op het gebied van EDS valt er blijkbaar ook genoeg te ontdekken. Door Corona ben ik wat meer gaan opletten wat mijn lijf doet. Normaal lette ik nooit zo op mijn lichaamstemperatuur, maar nu heb ik toch wat vaker die thermometer erbij gepakt. En wat blijkt? Ik krijg gewoon koorts wanneer mijn lijf overbelast wordt. En dat gebeurt al snel. Bijvoorbeeld zodra ik mijn werkdagen van zes uur oprek naar acht uur, of op mijn vrije dag doorwerk. Wat bij de eerste lockdown ook het geval was.

En die koorts in combinatie met mijn gebruikelijke pijn, vermoeidheid en benauwdheid maakten dat ik toch maar een keer zo’n coronatest onderging. Gelukkig met een negatieve uitkomst. Daarna heb ik ook met een arts van de GGD gesproken wat ik nou moet met zo’n lijf waarbij er een grote overlap zit tussen symptomen van EDS en corona. Bij twijfel mag ik een volgende keer eerst bellen voordat ik bij elke keer dat ik koorts heb met een stokje in mijn neus en keel zit.

In de zomer ben ik bij een diëtist geweest om uit te zoeken waar mijn maag en darmen vervelend op reageren. Ik heb een low fodmap dieet geprobeerd, maar dan niet zo heel strikt. Het gaf al snel rust en bij het opbouwen van verschillende fodmaps ben ik uiteindelijk geëindigd met alleen zo min mogelijk lactose en gluten. En dat gaat eigenlijk wel prima zo. Af en toe eet ik het wel, maar ik merk dat het vooral de lactose is waar ik snel last van krijg. Of misschien toch ook weer die overbelasting. Want als ik even terug reken, kwamen de vervelendste klachten (dumping, overloopdiarree) ook weer tijdens die eerste lockdown waarin ik veel overuren maakte om de examinering aan te passen.

En inmiddels heb ik ook een slaaponderzoek gehad, vanwege dat benauwde waar ik ‘s nachts en ‘s ochtends last van heb. De uitkomst daarvan moet ik nog even afwachten, maar het is wel weer een stapje in de richting van het beter begrijpen van mijn lijf.

Ik kijk uit naar 2021!

Voor 2021 heb ik goede hoop dat het een beter jaar gaat worden dan dat 2020 was. Nog meer duidelijkheid over mijn lijf en hoe ik hiermee om kan gaan. Hopelijk weer meer optredens en projecten waar ik energie uit haal. En een huis wat steeds meer ons ideale plekje wordt.

Wat betreft Corona hoop ik ook echt dat er nu eindelijk eens een flink dalende lijn in gaat komen, zodat iedereen weer het normale leven op kan pakken.

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Bij de start van het schooljaar schreef ik een nogal pessimistisch bericht: ik heb mijn beste tijd als docent wel gehad. Inmiddels zijn we weer wat weken verder en ik ga natuurlijk niet bij de pakken neer zitten. Want eerlijk is eerlijk, ik heb een klas vol met schatten van studenten. En het is ontzettend leuk om ze les te mogen geven en ze op te leiden tot onderwijsassistent. Andersom krijg ik van studenten ook te horen dat ze blij zijn met mijn lessen.

Dus ik wilde nu eens een kijkje geven in wat me zoal bezighoudt in mijn lessen en hoe ik daar het beste uit probeer te halen, zowel bij studenten als bij mezelf.

Werken met leerteams

In het mbo mag op dit moment nog niet aan hele klassen tegelijk lesgegeven worden. Dat heeft bij ons een mix opgeleverd van deels lessen op school met halve klassen (soms ook streamen voor de thuiszittende studenten), deels online lessen en deels onbegeleid zelfstandig (online) werken. En de stage is er gelukkig ook nog!

Nederlands, Engels en rekenen worden door de vakdocenten gegeven. Alle beroepsgerichte vakken worden nu door de studieloopbaanbegeleider gegeven in een andere vorm dan gebruikelijk. De eerste- en tweedejaars studenten werken met een vijfwekenplan waar ze binnen kaders zelf de lesstof indelen en hieraan werken met hun eigen leerteam. De derdejaars werken nu niet met het vijfwekenplan, maar wel met leerteams en het zelf indelen van de lesstof. Hier is de focus meer op de examens.

Het is even zoeken naar wat nu het beste werkt, zeker omdat de studenten deze aanpak nog niet zo gewend zijn. Ik heb mijn groep van tien studenten drie lesuur achter elkaar. We starten dan steeds met een bordsessie waar de successen, doelen en acties voorbijkomen. Daarna geef ik nog een uitleg of instructie en gaan de studenten in twee leerteams uiteen. Die structuur vinden ze wel fijn. Alhoewel zij soms liever individueel werken in plaats van met leerteams en ik eigenlijk wel meer theorie zou willen aanbieden.

Vorige week heb ik dat spontaan toch nog even erbij gedaan. Ik ving een gesprek van een leerteam op en bood aan om na de lunchpauze uitleg te geven over gedragsproblemen. Beide leerteams kregen de keuze om naar die uitleg te luisteren of door te gaan met hun eigen werk. Uiteindelijk had ik een hele groep voor me die aandachtig luisterde en met praktijkvoorbeelden kwam.

Evalueren met studenten en collega’s

In ons team en met de studenten werken we met de LeerKRACHT-methodiek, daarbij gaat het evalueren middels een retrospective. Dit keer kozen we voor de zeester, waarbij dan bij elke punt een vraag wordt beantwoord:

  1. Waar willen we mee doorgaan?
  2. Waar willen we mee stoppen?
  3. Waar willen we meer van?
  4. Waar willen we minder van?
  5. Waar willen we mee starten?

Al die zeesterren van de leerteams uit de verschillende derdejaars klassen hebben wij als docenten dan weer bekeken. Nu we deels online en deels in de klas lesgeven, zien we dat de studenten de uitleg en begeleiding op school erg waarderen. Dat is altijd wel fijn om te horen.

Tegelijkertijd willen ze dan niet naar school komen voor iets wat ze ook thuis kunnen doen. Alhoewel het dan de vraag is of ze het daadwerkelijk ook thuis gaan doen… En of ze de concentratie kunnen vasthouden als we op school alleen nog maar non-stop uitleg geven.

Het is dus altijd wel even afwegen tussen wat de behoefte van de studenten is, wat het meest effectief is en wat wij als docenten zien als noodzakelijk voor het beroep waar we ze voor opleiden.

Exit tickets

Het einde van de les (die drie lesuren dus) is vaak lastig om daar nog echt iets effectiefs uit te halen. Meestal vraag ik aan de leerteams terug wat ze gedaan hebben en of er iets is wat ik voor volgende week voor ze kan voorbereiden. Dan zijn er maar een paar studenten aan het woord. Anderen zijn waarschijnlijk met hun gedachten al bij de volgende les.

Ik had via collega’s al eens over exit tickets of afzwaaiers gehoord en ben daar eens verder naar gaan kijken. Hiermee krijg je in korte tijd van iedereen input in de vorm van een invulblaadje. Er zijn tal van voorbeelden, zoals die van Juffrouw Femke (of eigenlijk Angéla) die 68 downloadbare exit tickets heeft.

Zelf heb ik er nu een paar gemaakt. Eén die ik bij meerdere websites voorbij zag komen, is de 3, 2, 1. Deze gaat vooral over de lesstof, wat er geleerd is en wat ze nog willen leren. Die heb ik dus ook gebruikt.

Bij het tweede exit ticket heb ik wat acties benoemd, waarbij studenten kunnen aangeven in hoeverre ze dit in de les ook uitgevoerd hebben. En voor het derde exit ticket heb ik het juist wat vrijer interpretabel gehouden.

Hieronder is te zien wat ik ervan gebakken heb. Voor de klas print ik ze samen op één A4 en snij dat A4 in drieën. Per les laat ik de studenten kiezen welk exit ticket ze willen invullen.

Lekker bezig

Al met al ben ik best lekker bezig zo. Het was even inkomen dit schooljaar, maar het is fijn om te zien dat mijn kennis en het lesgeven hierin gewaardeerd wordt door de studenten. En af en toe wat nieuws erbij proberen, houdt het ook wel afwisselend zo.

Ik ben wel benieuwd wat er straks blijft hangen van alles wat we nu anders doen, als uiteindelijk alles weer ‘normaal’ kan. Zouden we dan nog steeds lessen streamen?

Ach, ondertussen heeft mijn man er nu ook werk aan: die is elektricien en heeft toevallig deze herfstvakantie als klus om nog wat future classrooms te installeren. Onder andere op de locatie waar ik werk.

foto van een laptop met de webpagina van de koffer van Rick geopend op het profiel van Jacqueline

Een jaar geleden stuurde ik een filmpje in na een oproep voor de koffer van Rick (minister van gehandicaptenzaken). Hij was op zoek naar mensen met een talent of expertise, die dan toevallig ook een beperking hebben. Want daarvan zijn er genoeg, maar ze zijn veel te weinig zichtbaar in de media.

En eigenlijk kwam die oproep voor mij wel op het juiste moment. Ik was een beetje aan het inkakken, mijn passie was ver te zoeken. Ik wilde weer iets hebben om voor te gaan, energie van te krijgen. Nu een jaar verder heb ik wel het idee dat ik daarin weer stappen heb kunnen zetten, ook al ga ik tegelijkertijd op andere vlakken wel weer achteruit.

Inclusie als streven

Als pedagoog, docent en moeder vind ik het belangrijk om vanuit een bepaalde visie te kunnen handelen, mijn kinderen op te voeden en mijn studenten keuzemogelijkheden te geven in hoe zij pedagogisch te werk kunnen gaan. Inclusie is één van de dingen die ik daarin belangrijk vind. Kleur, gender, geloof, handicap of wat dan ook zou geen verschil moeten maken in hoeverre iemand mee kan doen in de samenleving.

Maar dat verschil is er helaas nog wel. En vanuit het stukje waar ik ervaring mee heb, het hebben van een fysieke handicap, hoop ik aan anderen mee te kunnen geven dat dit ook anders kan. Door het te laten zien als docent in het mbo, maar ook als danser bij Misiconi. Door te luisteren en mee te praten in de meedenkgroep onderwijs van Iederin. En nu dus ook door me beschikbaar te stellen voor programmamakers om dan wel mèt mijn beperking in beeld te komen, maar niet vanwege die beperking.

Kijkje in de Koffer van Rick

Deze week, de week van de toegankelijkheid, is de koffer van Rick gepresenteerd en overhandigd aan programmamakers. In die koffer zijn mensen met verschillende talenten en expertise verzameld, die daarnaast ook een beperking hebben. En daarbij gaat het niet zozeer om wat voor beperking, maar om hun specialisme waar ze in programma’s over kunnen praten. Om zo een meer representatief beeld in de media te krijgen: mensen met een beperking zijn niet hun beperking, ze zijn zoveel meer!

In die koffer zitten experts in verschillende categorieën, zoals kunst, wetenschap, sport, media, zorg en onderwijs. En het is echt een mooie diverse database aan het worden. Eigenlijk ben ik toch wel trots dat ik daar ook deel van uitmaak.

Je vindt mij hier in de Koffer van Rick: Jacqueline van Kuilenburg

Alvast een voorproefje

In de aanloop naar het presenteren van de Koffer van Rick zijn er verschillende portretten opgenomen en interviews afgenomen. Ook met mij! Na een jaar vrij weinig ervan gehoord te hebben (onder andere vanwege Corona), kwam het twee weken geleden ineens in een stroomversnelling. Althans, zo leek het voor mij. Ze zullen vast in de tussentijd bergen werk achter de schermen hebben verricht.

In een sneltreinvaart werden er afspraken gemaakt over het interview en filmen op mijn werk, het bijwerken van mijn profiel in de database en nog een interview voor een artikel. Het werd allemaal professioneel aangepakt en ik vond het wel interessant om te zien hoe het allemaal in zijn werk ging. De interviewers waren echt geïnteresseerd en stelden goede vragen. Zelf struikelde ik nog weleens over mijn woorden, maar al met al denk ik dat ik wel gezegd heb wat ik wilde zeggen.

Het interview kun je hier lezen: ‘Ik moet steeds iets inleveren, maar kan nog genoeg betekenen.’

Wat vind jij van het idee achter de Koffer van Rick?

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Dit is niet de eerste keer dat ik op een punt sta waar ik niet wil staan. EDS gooit weer roet in het eten en helpt mijn ooit zo zorgvuldig uitgestippelde loopbaan langzaam om zeep. Dat maakt niet dat ik er minder van baal. Het went een beetje, maar niet helemaal.

En dat komt niet omdat ik lesgeef vanuit mijn rolstoel, of omdat ik geen lange dagen meer kan werken. Daar zijn ook wel wat aanpassingen bij nodig, maar eenmaal een oplossing gevonden en gewend aan de salamitechniek, is het prima werkbaar. Het zijn juist de onzichtbare EDS-kwaaltjes die me steeds meer in de weg gaan staan.

Nog steeds goed genoeg?

Voordat jullie je zorgen gaan maken om mijn studenten en collega’s: ik functioneer nog prima hoor! Ik heb ontzettend veel kennis en ervaring in de (beroepsgerichte) vakken waar ik les in geef en weet ook hoe ik dit kan overbrengen naar studenten. Collega’s kunnen op me bouwen en waarderen mijn kwaliteiten. En van het lesgeven zelf word ik ook nog steeds blij.

Ik maak me dan ook geen zorgen om functioneringsgesprekken of dat studenten iets tekortkomen. Het is alleen niet zoals ik zelf zou willen. En misschien leg ik de lat onnodig hoog voor mezelf. Daarin vind ik het vooral vervelend dat ik weet hoe het anders kan, maar het lukt me gewoon niet meer.

Brain fog

Eerder schreef ik al hoe brain fog mijn lompheid verklaarde. Ruim vier jaar geleden is dat inmiddels en wat die brain fog betreft ben ik wel wat lomper geworden.

Nu aan het begin van het schooljaar kan ik nog als grap zeggen dat ik in de zomervakantie echt op de resetknop druk. Ik wis alles om eind augustus weer fris te kunnen beginnen. Ook namen van studenten of collega’s van een andere locatie of bij wie ik voor wat moet zijn bijvoorbeeld. En op zich is het ook niet zo vreemd dat ik soms iets vergeet als procedures drie keer in een schooljaar gewijzigd worden. Maar ooit was ik hier juist wèl heel scherp in.

Dat vind ik nog het vervelendste. Het is niet dat ik grove fouten maak, meestal gaat het om iets dat ik nog even moet navragen bij een ander of een onhandig foutje waardoor ik mezelf met meer werk opzadel. Maar het feit dat mijn ooit zo sterke geheugen me steeds vaker in de steek laat, vind ik behoorlijk frustrerend.

Stemproblemen

Vorig jaar ben ik een poosje bij een logopedist geweest, omdat het slikken en praten me steeds meer moeite kosten. Daar heb ik wel wat handige oefeningen meegekregen. Onder andere ‘lax vox’, waarbij je met een siliconen buisje bubbels blaast in een flesje water. Dat hielp wel iets, maar de problemen er nog steeds. Als ik lang of hard praat, is het op een gegeven moment net of ik de woorden eruit moet persen. Door vaak slokjes water of thee te nemen krijg ik die brok in mijn keel er even uit, maar die is al snel weer terug.

Sommige collega’s van me zijn er echt goed in om zelf rustiger te gaan praten als de klas drukker wordt. Ik niet. Ik kom zittend al niet boven de studenten uit, dus gebruik ik vaak toch mijn stem om aandacht te vragen. Al weet ik dat dat niet goed is, ik krijg die gewoonte er maar niet uit.

Hier moet ik dus echt nog een weg in vinden. Ik merk dat ik het echt vervelend vind worden om lang te moeten praten en dat is toch een beetje raar als docent.

Gevoelig voor prikkels

Wat hier nu precies de oorzaak van is, weet ik niet. Misschien komt het doordat ik sowieso meer last heb van dysautonomie en hoort dit daar gewoon bij. Of komt het doordat ik weer slechter slaap en daardoor minder kan hebben. Of doordat we een poos geen lessen hebben kunnen geven en ik het gewoon niet meer zo gewend ben.

Ik zie, hoor en ruik alles wat er in de klas gebeurt, maar het lijkt gewoon drie keer zo hard binnen te komen. Het lukt me niet om overal op in te spelen of altijd een goede keuze te maken welke prikkel op dat moment het dringendst aandacht nodig heeft. Er komen vragen over stage of examens of een perforator op het moment dat ik de theorie door wil nemen. En tegelijkertijd zie ik dat sommigen niet de anderhalve meter afstand houden, hoor ik iemand met een buurvrouw kletsen en ruik ik dat iemand een zak chips open in haar tas heeft.

Mijn les heb ik keurig voorbereid, maar toch krijg ik het niet voor elkaar om de volgorde aan te houden zoals ik die op het bord heb gezet. Aan het eind van de les baal ik van mezelf dat ik op sommige dingen niet gereageerd heb, of dat niet alle lesdoelen behaald zijn.

De volgende dag ben ik nog steeds kapot van die drie uurtjes lesgeven. Niet gewoon een beetje moe, maar echt knock-out gaan alsof ik drie flessen wijn op heb.

Waar ligt de grens?

Ik gooi het bijltje er voorlopig nog niet bij neer. Wie weet gaat het straks weer een stuk beter als ik met de diëtist een goed voedingspatroon heb gevonden. En binnenkort krijg ik een slaaponderzoek, dus misschien komt daar nog wat uit wat voor verbetering kan zorgen.

Maar los daarvan pieker ik er wel een beetje over: wat als dit het nu is en het alleen maar verder achteruit zal gaan als ik mezelf blijf pushen? En wanneer heeft die achteruitgang mijn kwaliteiten als docent zo beïnvloedt dat het verstandiger is om wat anders te gaan doen?

#IkBlijfThuis thuiswerken online lesgeven

We zijn alweer even bezig met het online lesgeven en ik begin er zowaar wat routine in te krijgen. Elke school en elk team lijkt dit weer anders aan te pakken. Op zich kan ik me goed vinden in de manier waarop wij het als team aanpakken, maar ideaal is het zeker niet.

Los van elkaar, maar onderwijs is nog steeds teamwork

In de eerste week dat studenten niet meer op school kwamen, waren er nog wel wat collega’s die op de locatie zelf werkten. Inmiddels is vorige week ook het schoolgebouw gesloten en werkt iedereen vanuit huis. En dat was echt wel even wennen. Ineens heb je vrijwel alleen maar contact met elkaar als het over werk gaat. Voor ditjes en datjes ga je niet zo snel even iemand bellen als je niet weet of diegene druk aan het werk is. Terwijl je dat normaal wel deed als je bij elkaar in de docentenkamer zat.

Nu heb ik al een keer met een collega afgesproken om in de lunchpauze samen pauze te houden en te kletsen via videobellen. En elke ochtend hebben we als team een check-in waar ieder teamlid (dat die dag werkt) ruimte krijgt om te vertellen hoe het gaat en we met elkaar kunnen afstemmen. Dat is wel fijn zo, naast al het zakelijke.

Ondanks de afstand zijn de lijntjes nog steeds kort. Docenten brengen de slb’er (studieloopbaanbegeleider) op de hoogte als studenten meerdere keren afwezig zijn of opdrachten niet maken. In de eerste week was al geïnventariseerd welke studenten thuis geen laptop hadden en zijn deze door school in bruikleen gegeven. Wie wel of geen stage loopt, alles is in kaart gebracht door de slb’ers.

Als examenleider nodig ik mezelf nog weleens uit om bij anderen in de les aan te haken, vooral om vragen te beantwoorden. En ook online gaat dat vrij makkelijk. En buiten de lessen weten we elkaar te vinden via chat of videobellen in Teams.

Online studenten begeleiden

Het rooster is wel iets uitgedund nu we de lessen online moeten geven. Maar in principe komen alle vakken wekelijks terug. De check-in met de slb’er is om 10 uur en om 11 uur starten de lessen. Zelf heb ik vier klassen die ik lesgeef, elke werkdag één (woensdag ben ik vrij), in totaal acht lesuur per week.

De twee derdejaars klassen geef ik vooral begeleiding bij examens. Nu ligt de afname van de examens even stil, maar ze zijn wel met het uitwerken van verslagen bezig. Ik ben tijdens de les vooral beschikbaar via chat of videobellen en geef de studenten feedback op hun werk.

Eerst was het erg onduidelijk welke examens wel of niet doorgingen en hoe dan, dus was het echt een vragenuurtje. Nu bijna alle examens opgeschort zijn, is het wat rustiger. Maar ik vermoed dat dat zo weer om kan slaan als er weer nieuwe besluiten worden genomen vanuit de overheid en/of directie.

Online theorielessen geven

Dan heb ik ook nog een eerstejaars en tweedejaars klas die ik lesgeef in beroepsgerichte theorievakken. Daar heb ik inmiddels een beetje een vaste structuur in gevonden.

Nadat de studenten zijn binnengedruppeld in de online les, zetten ze zelf hun microfoon uit als ik start met de instructie. De meeste studenten hebben hun camera al uit staan. Ik begin met een terugblik op de vorige les, wat me is opgevallen uit de opdrachten die ik bekeken heb. Daarna uitleg over een stukje theorie en de opdrachten waar ze aan kunnen werken. Bij elkaar zo’n 20 a 30 minuten, afhankelijk van de vragen die studenten stellen. Als ze snappen wat ze moeten doen, mogen ze ophangen en aan de slag. En anders kunnen ze blijven hangen voor extra uitleg.

Meestal zet ik die opdrachten klaar in Teams en leveren ze die aan het einde van de les in. Maar ik heb ook wel eens een les waarbij ze niet iets hoeven uit te schrijven, maar in groepjes aan de slag gaan. Dan vraag ik ze aan het einde van de les om een mondelinge terugkoppeling van elk groepje.

Ook als ze aan opdrachten werken, ben ik via chat en videobellen beschikbaar voor vragen. Daar wordt veel gebruik van gemaakt en studenten waarderen de hulp. Tot nu toe lukt het me ook om binnen een week feedback op hun gemaakte opdrachten te geven. Via Teams is meteen zichtbaar wie ingeleverd heeft en welke opdrachten al beoordeeld zijn. En de feedback die ik individueel geef, verzamel ik weer als input voor mijn volgende les. Extra huiswerk geef ik niet, ik verwacht dat ze in de les echt ervoor gaan en de opdrachten zoveel mogelijk af proberen te krijgen. Is het niet af, dan verwerk ik dat in de volgende les.

Online lesgeven noodzakelijk, maar niet te vergelijken met gewoon lesgeven

Binnen de mogelijkheden die we nu hebben, denk ik dat we goed bezig zijn als team. Studenten worden door ons gezien, ze weten ons te vinden als ze hulp nodig hebben. En het leren staat niet stil, studenten krijgen lesstof aangeboden en feedback op hun gemaakte werk.

Maar het blijft maar een noodmaatregel, dit is echt niet de ideale situatie. Ik kan lang niet alle lesstof kwijt in een online les en je kan van studenten ook niet verwachten dat ze een hele dag lang via een scherm de lesstof tot zich nemen.

Als studenten hun camera en microfoon uitzetten bij een online les, is dat wel lekker rustig, maar tegelijkertijd hoor en zie ik dus totaal niet waar ze mee bezig zijn. Het is dan net of je tegen een muur aan het praten bent. In een klaslokaal kan ik veel meer inspelen op hoe studenten zich gedragen en ze erbij betrekken als ik zie dat ze afdwalen. Sowieso is het in een klaslokaal makkelijker om voor afwisseling te zorgen en te switchen van klassikaal lesgeven naar individueel of in groepjes en terug.

En voor zowel studenten als docenten komen er in één keer een hoop extra vaardigheden bij die ze moeten beheersen om het afstandsonderwijs te doen slagen. Niet iedereen zit daarbij op hetzelfde niveau. Daarnaast heeft niet iedereen thuis de mogelijkheden om rustig te kunnen studeren.

Op zich zie ik nu ook wel mogelijkheden die ik meer wil gaan gebruiken als we weer op school les gaan geven. Het werken in Teams bevalt me bijvoorbeeld erg goed. Daarbinnen communiceren en informatie delen met verschillende groepen houdt mijn mailbox ook een stuk opgeruimder.

Inmiddels dus iets minder druk en chaotisch dan wat ik vorige week schreef over het thuisblijven en thuiswerken. Maar ik hoop toch dat de situatie snel weer verantwoord genoeg is om gewoon weer op school les te kunnen geven!

#IkBlijfThuis thuiswerken

Je kunt er niet meer omheen, Corona is inmiddels overal en iedereen moet zich aanpassen. En welke beslissingen er ook genomen worden door het kabinet, het blijft gewoon naar. Ik wil het er dan ook niet over hebben welke keuzes de beste zijn, dat laat ik liever aan anderen over. Waar ik het wel over wil hebben, is wat dit alles met mij doet. Want ik had niet kunnen voorzien dat het zo’n impact op me zou hebben als docent/moeder met EDS.

EDS als kwetsbare groep

Vrijdag kreeg ik een mail van de patiëntenvereniging VED dat we met EDS extra alert dienen te zijn en als kwetsbare groep gezien worden. Daarbij gaat het vooral om aandoeningen die vaak samengaan met EDS, de precieze risico’s zijn niet bekend. Daarnaast las ik een artikel over het Coronavirus en dysautonomie, waarbij ook benadrukt werd om extra voorzichtig te zijn.

Eigenlijk zag ik mezelf nooit zo als kwetsbaar persoon. Op zich heb ik voor iemand met EDS best een aardige weerstand. Maar ik ben daar toch aan gaan twijfelen. Op het moment dat ik mijn lijf overbelast, heb ik meer klachten, ook gekoppeld aan dysautonomie. Dan ben ik ook vatbaarder voor een verkoudheid of griep.

Dus ik blijf thuis. Sinds vrijdagavond heb ik alleen nog maar ‘live’ contact met mijn eigen gezin, de rest online. Zelfs niet voor een boodschapje naar buiten. En ik vind dat zwaar.

Er zijn veel EDS-lotgenoten of andere mensen met een beperking of chronische ziekte die het wel gewend zijn om minder contact met buiten te hebben. Xandra schreef hier ook al over in het artikel Hoe help ik ook na Corona mensen die gedwongen thuis zitten? Voor mijn gevoel kan ik me nu met dat thuiszitten beter inleven in die mensen. Maar ik vraag het me af of dit ook echt geldt voor mensen die niet binnen een kwetsbare groep vallen of hiermee te maken hebben. Ik zie nog zoveel grappig bedoelde memes en berichtjes voorbijkomen, ik heb niet het idee dat die mensen echt de risico’s zien en voelen. Zij gaan nog steeds gewoon naar hun werk, hamsteren wc-papier en vinden het prima als alleen de zwakkeren van de samenleving doodgaan aan Corona.

En dat voelt alsof ons leven minder waard is. Niet de moeite waard om je aan strakke maatregelen te houden. Dat doet pijn.

Sociaal contact mijden

Had ik net een goede balans gevonden in mijn belastbaarheid van waaruit ik weer andere leuke activiteiten kon ondernemen, nu kan daar een streep door. Geen familiebezoekjes meer, niet meer uitgaan met vriendinnen, geen dansles meer, niet meer naar de dierentuin. En de meedenkgroep over onderwijs van Iederin, waar ik me nog maar net bij gevoegd had, werd afgezegd. Ook een studiedag van een toneelacademie waar ik als spreker was uitgenodigd, ging niet door. Allemaal leuke dingen waar ik energie van krijg die ik nu moet missen.

Ondertussen heb ik twee jonge meiden in huis die ik ook moet afremmen. Zij missen die sociale contacten net zo goed. Het lukt me ook niet om ze echt helemaal thuis te houden. Sowieso zijn zij nu degene die boodschappen moeten doen, dus ze moeten wel af en toe de deur uit. En de oudste wordt nog steeds bij haar bijbaantje in de snackbar verwacht.

Ze snappen de maatregelen wel en houden zich ook aan de 1,5 meter afstand. Maar alleen even wat zelfgemaakte baklava afgeven bij hun opa’s en oma’s resulteerde toch weer in daar blijven hangen en bijkletsen.

Thuiswerken als docent en examenleider

Deze eerste week dat de scholen dicht zijn, is het enorm druk voor ons als docenten. Er moet van alles geregeld worden rondom de lessen en examens. Gelukkig ben ik zelf vrij handig in het vinden van mijn weg online en vooral in Teams. Maar om het hele team zover te krijgen dat iedereen het snapt, dat kost ook tijd. We hebben dan ook maandag en dinsdag gebruikt om hier met elkaar vaardiger in te worden en van alles voor te bereiden.

Wat lessen betreft ben ik er klaar voor om morgen te starten met het online lesgeven aan studenten, ook weer via Teams. Een gezamenlijke start met de klas door middel van online vergaderen/videobellen, opdrachten waar studenten thuis mee aan de slag kunnen en digitaal kunnen inleveren en volgens een aangepast rooster beschikbaar zijn via chat of videobellen. Niet ideaal en ik kan lang niet alle lesstof op deze manier overbrengen, maar het is te doen.

De examens zijn een ander verhaal. De beslissingen die daarover genomen worden, kunnen veranderen per dag. Praktijkexamens kunnen echt niet doorgaan, omdat onze studenten in de kinderopvang en het basisonderwijs stage lopen, wat nu ook bij veel stopgezet is. Theorie-examens worden lastig, omdat er afgesproken is dat er maar vijf personen tegelijk in een lokaal mogen en er te weinig docenten op de locatie zijn. Mondelinge examens via videobellen afnemen, vraagt ook weer veel voorbereiding.

En dit alles vanuit huis moeten regelen en afstemmen, is echt niet te doen. Telefoontjes en mails gaan door tot ver na mijn werktijd en ik kan het niet laten liggen. Urenlang overleggen via een beeldscherm is ontzettend vermoeiend. Een ergonomische werkplek heb ik ook niet echt thuis en aan het einde van mijn werkdag ben ik helemaal op. Mijn hoofd en lijf zijn moe en pijnlijk. Ik hoop echt dat het volgende week allemaal wat meer op orde is, zodat het me wel gaat lukken om binnen mijn grenzen te blijven.

Scholen dicht, dus ook de kinderen thuis

Ja, je dacht dat dit het was. Nee joh, bovenop al dat extra werk vanuit huis, het mijden van sociale contacten en het minderwaardige gevoel wat ik meekrijg vanuit de samenleving, moet ik ook nog gewoon moeder zijn. Het werk van mijn man gaat gewoon door, maar gelukkig is hij wel snel thuis doordat het rustiger is op de weg. Met de scholen die nu dicht zijn, betekent dat dus dat ik die twee meiden van ons thuis aan het werk moet zetten.

De oudste van zestien maakt zo haar eigen plan en zorgt zelf wel voor afwisseling in haar dag. Maar de jongste van dertien kan gerust de hele dag op haar telefoon zitten als je haar niet bijstuurt. En met alle drukte van mijn werk, gebeurt dat dan ook langer dan ik zou willen. Ik gun ze hun uitslaapmomentje wel, ook zodat ik in die tijd rustig kan overleggen met collega’s. Maar daardoor missen we een gezamenlijke start van de dag waarbij we hun bezigheden kunnen plannen.

Vandaag ben ik vrij en vandaag krijgen zij ook meer instructies vanuit hun school. Dus ik ga er vanuit dat we er nu wel weer wat meer structuur in krijgen en meer gedaan krijgen samen. Maar de afgelopen dagen voelde ik me wel een beetje een flutmoeder.

Online verbinding zoeken

Toch nog even iets fijns als afsluiter. Want er zijn genoeg initiatieven van mensen die wèl de groepen zien met wie het nu minder goed gaat. Die zich inzetten voor mensen die kwetsbaar of eenzaam zijn, die meedenken wanneer mensen inkomsten moeten missen.

En waar ik persoonlijk erg blij van wordt, is dit filmpje dat Jordy Dik en Manouk Schrauwen in elkaar hebben gezet met verschillende dansers. Zo hebben we toch samen kunnen dansen en kunnen we dit delen met anderen, maar dan op afstand.

Hoe gaat het bij jou in deze dagen van sociale afzondering? Ben je al gewend of komt er ook zoveel op je af? En waar word jij blij van?

Toetsenbord met flexzi rolstoelbevestiging

Sinds deze maand staan er weer wat meer theorielessen in mijn lesrooster. Heel fijn, want het overdragen van kennis vind ik nog altijd leuker dan achter de schermen met examens bezig te zijn. Maar het was wel weer even inkomen en aanpassen. En zo kwamen er weer twee gadgets bij om het mij wat gemakkelijker te maken: een draadloos toetsenbord en een Flexzi.

Lesgeven met behulp van een Smartboard

Inmiddels hebben we in alle lokalen Smartboards. Hierbij kun je je laptop koppelen aan het bord en vervolgens via het touchscreen het bord gebruiken. Alleen kan ik er vanuit mijn rolstoel niet goed bij. Wel om dia’s door te schuiven, maar niet om iets op het bord te schrijven.

Ik had tijdens een workshop al eens gevraagd of er geen draadloos systeem was, zodat ik via mijn laptop op schoot het bord kon bedienen. Maar dat was er niet en het zou nog lang duren voor zoiets goed getest en beveiligd zou zijn. Dus de laptop moet gewoon via het kabeltje met het bord verbonden zijn. En dat kabeltje is maar kort en zit in de hoek van het lokaal.

Vanuit mijn rolstoel heb ik al een beperkter zicht over de klas, omdat ik lager zit dan wanneer je staand lesgeeft. Daarnaast is het bij onze doelgroep (mbo niveau 3 en 4) nodig om zelf actief te zijn om de klas actief te krijgen. Lesgeven vanachter een bureau in de hoek werkt dan toch niet fijn. Ik wil graag zo dicht mogelijk bij de studenten kunnen komen, ook heen en weer kunnen gaan van bord naar student, om ze betrokken te houden.

Het Smartboard is een hartstikke fijn hulpmiddel, zeker met de software die erbij zit om interactieve presentaties te kunnen geven. Maar zo vanuit mijn rolstoel kan ik er dus niet optimaal gebruik van maken.

Draadloos toetsenbord en Flexzi

Bij onze ICT helpdesk had ik al de vraag gesteld of ze mee wilden denken over een oplossing. Daar kwam nog geen antwoord op en ineens had ik zelf een ingeving. Waarom geen draadloos toetsenbord op schoot? Dan kan mijn laptop verbonden aan het kabeltje in de hoek blijven en kan ik via dat toetsenbord op het bord schrijven.

Dus ik gooide mijn idee in de Wheelchairmafia groep en kreeg daar nog meer tips. Onder andere om een laptoptafel/schoottafel te gebruiken om het toetsenbord stabiel op schoot te kunnen leggen. Maar ook een tip over de Flexzi, een standaard met klittenbandbevestiging (onder andere voor tablets) die met een stevige klem aan een rolstoel of tafel bevestigd kan worden.

Na weer wat googelen vond ik de Nederlandse webwinkel van stichting Edupro die niet alleen de Flexzi verkoopt, maar ook een enorme keuze heeft aan toetsenborden, geschikt voor verschillende handicaps. Ik mocht de combinatie van een klein toetsenbord en de Flexzi 2 uitproberen, voordat ik zou beslissen om tot de koop over te gaan.

Het is even wennen om schuin voor het bord te staan en dan met een tracking ball de cursor over het bord op de goede plek te krijgen. Zo vergevorderd is mijn oog-handcoördinatie nog niet. Maar nu na een weekje oefenen gaat het al beter dan de eerste keer. Dus dat komt vast goed.

Behalve een tracking ball zitten er ook een wieltje om te scrollen en de ‘muisknoppen’ op het toetsenbord. Ik heb expres voor een toetsenbord gekozen met een wat bredere rand, zodat ik er ook met mijn handen op kan leunen zonder allerlei toetsen in te drukken. En dat alles bevalt goed!

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Vergoeding door UWV?

Nog een tip dit ik kreeg, was om het via UWV te regelen, zodat zij het zouden vergoeden. In de periode dat ik het van stichting Edupro mocht uitproberen, heb ik dan ook een aanvraag ingediend bij UWV. Binnenkort komt er iemand langs om te zien hoe het voor mij werkt en of ze het eventueel gaan vergoeden. Wel was me al verteld dat UWV normaal gesproken geen toetsenborden vergoedt.

Bij dit toetsenbord en de Flexzi gaat het niet om zulke grote bedragen als de O4 rolstoel die ik via het UWV gekregen heb. Ik weet dat mijn werkgever ook bereid is om deze hulpmiddelen te betalen. En mocht dat niet zo zijn, dan zou ik het er wel voor over hebben om het zelf aan te schaffen.

Dus het is even afwachten hoe dit uitpakt, maar ik ben in ieder geval al blij met mijn nieuwe toetsenbord en Flexzi die mij helpen bij het lesgeven.

*Edit* Inmiddels is er iemand van het UWV langs geweest. Zij was ook enthousiast en zowel de Flexzi als het toetsenbord gaan vergoed worden. Heel fijn dit!

Heb jij ook zulke handige gadgets die jou helpen in je werk, hobby of huishouden?

conferentie naar inclusiever onderwijs

Afgelopen woensdag was ik een dagje in Bussum voor de startconferentie Naar Inclusiever Onderwijs. Eigenlijk met wel drie petten op. Pet één was om de ontwikkelingen in kinderopvang en onderwijs bij te houden om over te kunnen dragen aan mijn studenten Pedagogisch Medewerker en Onderwijsassistent. Pet twee als docent in het mbo, om te zien wat wij in het mbo kunnen doen om het onderwijs inclusiever te maken. En pet drie als chronisch zieke/EDS’er/rolstoelgebruiker: is dit nu wel wat ik verwacht van een inclusieve samenleving?

Als je kijkt naar het plaatje hierboven met de cirkels, is de inclusieve school nu nog ver te zoeken. Bij deze conferentie hoopte ik geïnspireerd te raken. Maar ook mijn kritiek kwijt te kunnen. Om uiteindelijk ook bij te kunnen dragen aan stappen in de richting van inclusief onderwijs.

Opening Naar Inclusiever Onderwijs

Bij de opening kwamen een aantal sprekers aan het woord. Minister Arie Slob had het meteen al voor me verpest toen hij zei dat er twee soorten mensen waren: mensen met een beperking en mensen die denken dat ze geen beperking hebben. Nee, niet iedereen heeft een beperking! En mensen die denken dat ze geen beperking hebben, hebben hier dus geen last van, dat is juist wat die hele beperking inhoudt.

Adriana van Dooijeweert sprak met duidelijk meer kennis over het onderwerp als voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. Onder andere benoemde ze het principe: Nothing about us without us. Om de rechten van de mensen met een handicap in de praktijk te brengen, heb je mensen met een handicap nodig om te zien wat er nodig is.

Er volgde een panelgesprek, waarbij de panelleden op bijzonder knullige manier aangekondigd werden. De lopende panelleden werden uitgenodigd, de panelleden met rolstoel zouden wel even gehaald en vanuit de coulisse gerold worden. Bijzonder respectloze woordkeuze, zeker als je het hebt over inclusie en wil dat iedereen meetelt.

Wim Ludeke (voorzitter LESCO) benoemde het belang van kennis en kunde delen tussen speciaal en regulier onderwijs. Want dat kinderen samen kunnen opgroeien en samen naar school kunnen gaan, is ontzettend belangrijk. Lobke Vlaming (directeur Ouders & Onderwijs) was terecht wat kritisch. Vanuit ouders komen nog teveel berichten dat het niet goed gaat met inclusief onderwijs. Leraren voelen zich vaak nog handelingsonbekwaam op dit gebied. Rick Brink (minister van Gehandicaptenzaken) gaf met humor en praktijkvoorbeelden aan hoe belangrijk het is om als kind naar een school in de buurt te kunnen.

Tot slot volgde een supersnelle presentatie van Mel Ainscow (hoogleraar Universiteit van Manchester) over hoe inclusief onderwijs volgens hem aangepakt moet worden. Daar had ik graag meer over willen horen, maar er waren zoveel interessante workshops om uit te kiezen, dat ik niet bij die van hem geweest ben.

Workshop Jongerenteam Deltion

Met dit filmpje begon de eerste workshop die ik volgde, een leuke binnenkomer. Deze workshop werd gegeven door medewerkers van het Deltion College (mbo) in Zwolle. Zij legden uit dat er bij de intake van studenten met een beperking al een ambulant begeleider vanuit het speciaal onderwijs of een loopbaanadviseur gericht op passend onderwijs bij de intake aanwezig is.

In de eerste lijn spreken ze van passend onderwijzen: de basis moet op orde zijn met een pedagogisch/didactisch klimaat waarin ruimte is voor handelingsgericht werken. In de tweede lijn zijn de loopbaanadviseurs van het studiesuccescentrum (passend onderwijs) en daarnaast het jongerenteam (jeugdhulpverlening) beschikbaar binnen de school.

Dat jongerenteam bestaat uit hulpverleners vanuit verschillende organisaties die ook deels in dienst zijn van de school. Deze zijn gericht op jeugdhulp, verslavingszorg, GGZ, leerplicht, enzovoort. Het jongerenteam was in eerste instantie vooral op niveau 1 en 2 gericht, maar nu ook steeds meer voor niveau 3 en 4. Het verschil daartussen is dat je bij niveau 1 en 2 vaker studenten tegenkomt waarbij de problematiek al in beeld is. Terwijl studenten van niveau 3 en 4 vaker later pas aan de bel trekken.

De lijntjes zijn kort, waardoor de studenten snel terecht kunnen. Er zitten wel grenzen aan de hulpverlening binnen de school, in sommige gevallen zal er toch doorverwezen worden.

Een effect op het voortijdig schoolverlaten is nog niet zichtbaar, maar ik ben zelf ook van mening dat dat niet het belangrijkste is. Belangrijker is dat studenten op hun plek zijn bij de opleiding die ze volgen en zich daarbij fijn voelen.

Workshop ‘Dat kind hoort hier wèl!’ – IKC de Ark

Deze workshop had ik gekozen vanwege de titel en omdat deze door twee IKC’s (Integraal KindCentrum, waar opvang en onderwijs bij elkaar aangeboden wordt) werd gegeven. Toevallig kende ik één van die IKC’s, omdat studenten van ons er ook stage lopen, zowel in de kinderopvang als in het basisonderwijs.

IKC de Ark vertelde over hoe zij de zorgstructuur in de wijk veranderd hadden samen met andere scholen voor regulier en speciaal basisonderwijs. De zorg volgt het kind en niet andersom. Want ieder kind heeft het recht om erbij te horen.

Hierin zijn ze de afgelopen jaren gegroeid. Zo hadden ze bijvoorbeeld eerst nog een aparte groep voor kinderen met een lage cognitie, later kwam er een instructieplein voor deze kinderen, naast hun eigen (gemixte) klas.

Op dit moment heeft IKC de Ark 15% kinderen met zorg. Wat mij opviel, is dat die zorg vooral gericht is op gedragsproblematiek en lage cognitie. De school zelf heeft geen lift en op dit moment ook geen leerlingen die een lift nodig hebben. Maar wel zes ouders die gebruik maken van een rolstoel en die nu dus nog buitengesloten worden in dit IKC.

Ook miste ik de samenwerking met de kinderopvang in het verhaal. Met de peuterspeelzaal was die er wel, maar de hele dagopvang was toch ook een wat andere doelgroep qua kinderen en ouders. Later hoorde ik van een collega van me dat die samenwerking er wel meer is dan ik gehoord had. Er is daar bijvoorbeeld een intern begeleider die niet alleen voor de school, maar ook voor de kinderen van 0 tot 4 jaar beschikbaar is. Dat lijkt me ontzettend zinvol om op die manier de doorlopende lijn in de zorg ook te kunnen vasthouden.

Workshop ‘Dat kind hoort hier wèl!’ – IEKC Lichtenvoorde

Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij het verhaal van de kwartiermaker van Integraal Educatief KindCentrum Lichtenvoorde niet zoveel aantekeningen heb gemaakt. Maar werd er wel enthousiast van! Wat een mooie kans om met de nieuwbouw van een schoolgebouw meteen na te kunnen denken over hoe het reguliere basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs samen verder kunnen.

In dit filmpje wordt kort uitgelegd wat ik in de workshop ook te horen kreeg. En eigenlijk ben ik wel heel erg benieuwd hoe dit verder uit zal pakken.

Hoe toegankelijk en inclusief was ‘Naar Inclusiever Onderwijs’ eigenlijk?

De allereerste misser was al de toegankelijkheid van de zaal waarin de opening plaatsvond. Voor rolstoelgebruikers was alleen maar plek in een hoekje, naast de boxen. Of eigenlijk was dat al een tweede misser. Vlak daarvoor werd ik door iemand bij mijn schouders vastgepakt toen ik vroeg waar het toilet was.

De kaartjes om workshops te kiezen, stonden in bakjes op een hoge statafel. Ik kon wel bij de bakjes, maar niet zien wat erin lag. Om de kaartjes te kunnen lezen, pakte ik elk bakje van de tafel.

Er was een lift, maar de vrouw met wie ik de lift deelde, kon vanuit haar rolstoel niet bij de knopjes. Best lastig als ze alleen in de lift had gestaan.

De ene workshop was prima toegankelijk, met stoelen in een U-vorm waar ik makkelijk kon aanschuiven. Bij de andere was de deuropening zo smal, dat ik niet met mijn handen op de hoepels naar binnen kon.

Bij de lunch waren verschillende tafels als lopend buffet opgesteld, genoeg om niet in een rij te hoeven staan. Daarnaast werden er ook broodjes en soep uitgedeeld door het personeel daar. Dat vind ik altijd wel prettig, dan hoef je niet met je bordje op schoot door een mensenmassa heen. Thee of koffie haal ik eigenlijk nooit bij zulke drukke gelegenheden. Ik heb zelf mijn thermosfles bij me, scheelt weer met dat geknoei met hete drank.

Achteraf begreep ik dat de toegankelijkheid voor doven en slechthorenden niet zo goed geregeld was. Wat een gemiste kans! Met het geld wat er in een conferentie als deze omgaat, is het een kleine moeite om standaard één of twee gebarentolken in te zetten.

Nog iets wat me tot slot opviel aan het publiek bij deze conferentie: ik heb nog nooit zoveel grijze mannen met colberts in het onderwijs bij elkaar gezien! Als ik het vergelijk met een bijeenkomst van mijn werkgever, is er bij ons in Rotterdam meer kleur (nee, niet alleen de haarkleur) en zijn de vrouwen wat in de meerderheid. Ik durf zelfs bijna te zeggen dat er bij zo’n bijeenkomst bij mijn werkgever meer diversiteit is als het gaat om docenten met een beperking. Nu is dat natuurlijk niet altijd zichtbaar aan de buitenkant, maar het Nothing about us without us kwam bij deze conferentie Naar Inclusiever Onderwijs niet zo heel erg goed uit de verf.

Wel moet ik zeggen dat ik leuke en interessante gesprekken heb gehad met andere bezoekers. Terwijl ik bij andere onderwijsgerelateerde bijeenkomsten vaak letterlijk en figuurlijk over het hoofd word gezien met mijn rolstoel. Maar hier waren mensen oprecht geïnteresseerd in wat ik in het onderwijs deed en hoe ik over inclusief onderwijs denk als docent.

Zo. Dat was een lang verhaal en eigenlijk ben ik er nog niet over uitgepraat. Ik vind het een boeiend onderwerp hoe scholen vorm willen geven aan inclusiever onderwijs en hoop dat deze ontwikkeling steeds meer vorm gaat krijgen!

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Dit semester ben ik weer wat meer op de (theorie-)lessen ingezet en daar word ik toch wel blij van. Het mooie van mijn werk is dat ik de lesstof die ik overdraag, ook meteen zelf kan gebruiken. Zo geef ik bijvoorbeeld les in het vak ‘Ontwikkeling gestimuleerd’ aan een groep eerstejaars en was het onderwerp van de les het maken van een doelgroepanalyse. Om te laten zien hoe ze die kunnen opstellen, heb ik ze zelf een vragenlijst laten invullen om mij input te geven voor een doelgroepanalyse van hun klas.

En het leek me wel leuk om vervolgens die doelgroepanalyse met jullie te delen, om meteen eens een kijkje te geven in mijn klas. Deze is niet zo uitgebreid als je ‘m zou kunnen maken, moet wel wat aan de verbeelding overlaten hè.

Leeftijd & ontwikkelingsfase klas

Van deze groep hebben 24 studenten de vragenlijst ingevuld. Het grootste gedeelte van deze groep is 16 a 17 jaar, een enkeling is ouder dan 20. De groep is een mix van studenten die niveau 3 en 4 doen en bestaat uit 20 meiden en 4 jongens.

Bij adolescenten zijn de hersenen nog in ontwikkeling, waardoor ze nog niet goed kunnen plannen en prioriteiten kunnen stellen. Ze hebben moeite met overzicht houden en concentreren. Studenten geven zelf ook al aan dat hun telefoon tijdens de les voor afleiding zorgt, deze laten ze niet uit zichzelf in de tas zitten.

Bijna de hele groep geeft aan dat het ze wel lukt om elke les op tijd aanwezig te zijn, hun spullen bij zich hebben en opdrachten op tijd inleveren. Ook staan ze open voor het delen van ervaringen en feedback met elkaar.

Ervaring met ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

De studenten lopen inmiddels ruim tien weken stage in het basisonderwijs en de kinderopvang. Ze hebben vooral ervaring met het aanbieden van activiteiten gericht op de creatieve en motorische ontwikkeling. De zintuiglijke ontwikkeling is nog het minst aan bod gekomen.

Hierbij hebben ze vooral positieve feedback gekregen van hun begeleiders. De activiteiten zijn leuk, worden goed aangeboden en de omgang met de kinderen is goed. Soms mogen studenten hierin nog wat zekerder worden en dit in hun houding of spreken laten zien.

Kwaliteiten en leerdoelen bij het aanbieden van activiteiten

Veel studenten geven aan dat ze goed zijn in het helpen of ondersteunen van de kinderen. Andere kwaliteiten die meerdere keren genoemd worden, zijn: geduldig zijn, rustig zijn, kunnen inleven in anderen, iets duidelijk kunnen overbrengen en creatief zijn.

De leerdoelen die ze noemen zijn met name gericht op het van A tot Z kunnen aanbieden van activiteiten: goed voorbereiden, met creatieve activiteiten komen die passen bij de doelgroep. Ook zijn ze gericht op het omgaan met de kinderen: aandacht kunnen verdelen, zorgen dat de kinderen luisteren of hun aandacht vasthouden.

Begeleidingsbehoefte in de les

Studenten geven aan dat ze vooral in tweetallen (of groepjes) willen werken en klassikaal les krijgen. Presentaties geven doen sommigen liever niet.

Daarbij verwachten ze van de docent dat deze een goede en duidelijke uitleg kan geven, maar ook weer niet te lang. Een uitleg van tien a twintig minuten redden de meesten wel. En ze verwachten dat de docent waar nodig hulp, feedback of antwoord op vragen geeft. Sommigen geven aan graag een gevarieerde, leuke en creatieve les te willen krijgen. Zelfstandig werken is ook iets wat meerdere studenten prettig vinden.

Vanuit de theorie is ook terug te vinden dat adolescenten gebaad zijn bij veel praktische instructie en begeleiding door de docent. De docent biedt een kader aan van waaruit de student doelgericht kennis en vaardigheden kan opbouwen, rekening houdend met wat studenten al weten. Veel herhalen helpt daarbij om uiteindelijk de verbanden te kunnen leggen. Structuur en grenzen stellen, maar ook keuzemogelijkheden aanbieden, de studenten echt zien en complimenteren motiveert de studenten.

Bronvermelding bij deze doelgroepanalyse

Voor het schrijven van deze doelgroepanalyse heb ik input gekregen vanuit de studenten middels een vragenlijst die ze digitaal hebben ingevuld. Daarnaast heb ik de volgende boeken gebruikt om (een klein beetje) theorie hieraan te koppelen:

Ik heb zelf de oude boeken Puberbrein binnenstebuiten en Kleine ontwikkelingsspychologie III, maar inmiddels zijn er ook nieuwe versies:

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.