Berichten

lesgeven vanuit rolstoel met smartboard

Dit semester ben ik weer wat meer op de (theorie-)lessen ingezet en daar word ik toch wel blij van. Het mooie van mijn werk is dat ik de lesstof die ik overdraag, ook meteen zelf kan gebruiken. Zo geef ik bijvoorbeeld les in het vak ‘Ontwikkeling gestimuleerd’ aan een groep eerstejaars en was het onderwerp van de les het maken van een doelgroepanalyse. Om te laten zien hoe ze die kunnen opstellen, heb ik ze zelf een vragenlijst laten invullen om mij input te geven voor een doelgroepanalyse van hun klas.

En het leek me wel leuk om vervolgens die doelgroepanalyse met jullie te delen, om meteen eens een kijkje te geven in mijn klas. Deze is niet zo uitgebreid als je ‘m zou kunnen maken, moet wel wat aan de verbeelding overlaten hè.

Leeftijd & ontwikkelingsfase klas

Van deze groep hebben 24 studenten de vragenlijst ingevuld. Het grootste gedeelte van deze groep is 16 a 17 jaar, een enkeling is ouder dan 20. De groep is een mix van studenten die niveau 3 en 4 doen en bestaat uit 20 meiden en 4 jongens.

Bij adolescenten zijn de hersenen nog in ontwikkeling, waardoor ze nog niet goed kunnen plannen en prioriteiten kunnen stellen. Ze hebben moeite met overzicht houden en concentreren. Studenten geven zelf ook al aan dat hun telefoon tijdens de les voor afleiding zorgt, deze laten ze niet uit zichzelf in de tas zitten.

Bijna de hele groep geeft aan dat het ze wel lukt om elke les op tijd aanwezig te zijn, hun spullen bij zich hebben en opdrachten op tijd inleveren. Ook staan ze open voor het delen van ervaringen en feedback met elkaar.

Ervaring met ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

De studenten lopen inmiddels ruim tien weken stage in het basisonderwijs en de kinderopvang. Ze hebben vooral ervaring met het aanbieden van activiteiten gericht op de creatieve en motorische ontwikkeling. De zintuiglijke ontwikkeling is nog het minst aan bod gekomen.

Hierbij hebben ze vooral positieve feedback gekregen van hun begeleiders. De activiteiten zijn leuk, worden goed aangeboden en de omgang met de kinderen is goed. Soms mogen studenten hierin nog wat zekerder worden en dit in hun houding of spreken laten zien.

Kwaliteiten en leerdoelen bij het aanbieden van activiteiten

Veel studenten geven aan dat ze goed zijn in het helpen of ondersteunen van de kinderen. Andere kwaliteiten die meerdere keren genoemd worden, zijn: geduldig zijn, rustig zijn, kunnen inleven in anderen, iets duidelijk kunnen overbrengen en creatief zijn.

De leerdoelen die ze noemen zijn met name gericht op het van A tot Z kunnen aanbieden van activiteiten: goed voorbereiden, met creatieve activiteiten komen die passen bij de doelgroep. Ook zijn ze gericht op het omgaan met de kinderen: aandacht kunnen verdelen, zorgen dat de kinderen luisteren of hun aandacht vasthouden.

Begeleidingsbehoefte in de les

Studenten geven aan dat ze vooral in tweetallen (of groepjes) willen werken en klassikaal les krijgen. Presentaties geven doen sommigen liever niet.

Daarbij verwachten ze van de docent dat deze een goede en duidelijke uitleg kan geven, maar ook weer niet te lang. Een uitleg van tien a twintig minuten redden de meesten wel. En ze verwachten dat de docent waar nodig hulp, feedback of antwoord op vragen geeft. Sommigen geven aan graag een gevarieerde, leuke en creatieve les te willen krijgen. Zelfstandig werken is ook iets wat meerdere studenten prettig vinden.

Vanuit de theorie is ook terug te vinden dat adolescenten gebaad zijn bij veel praktische instructie en begeleiding door de docent. De docent biedt een kader aan van waaruit de student doelgericht kennis en vaardigheden kan opbouwen, rekening houdend met wat studenten al weten. Veel herhalen helpt daarbij om uiteindelijk de verbanden te kunnen leggen. Structuur en grenzen stellen, maar ook keuzemogelijkheden aanbieden, de studenten echt zien en complimenteren motiveert de studenten.

Bronvermelding bij deze doelgroepanalyse

Voor het schrijven van deze doelgroepanalyse heb ik input gekregen vanuit de studenten middels een vragenlijst die ze digitaal hebben ingevuld. Daarnaast heb ik de volgende boeken gebruikt om (een klein beetje) theorie hieraan te koppelen:

Ik heb zelf de oude boeken Puberbrein binnenstebuiten en Kleine ontwikkelingsspychologie III, maar inmiddels zijn er ook nieuwe versies:

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

schoolboeken studeren

Dat de beste stuurlui aan wal staan, is in het onderwijs wel heel duidelijk te merken. Iedereen heeft wel op school gezeten, dus iedereen heeft er wel een mening over. Over de stakingen, het lerarentekort, kansenongelijkheid, bijzondere aanpakken binnen scholen. Er is altijd wel wat van te vinden.

Nu allebei mijn meiden in het voortgezet onderwijs zitten, houdt het me ook meer bezig. Of eigenlijk vraag ik me dan vooral af: waar zijn ze nou eigenlijk mee bezig?

Vroeger, toen ik nog op school zat…

Vroeger, dat is inmiddels al ruim 25 jaar geleden, zat ik zelf nog op school. Ik deed vwo zonder dat ik er moeite voor hoefde te doen. In de brugklas vond ik het nog wel leuk om dan zoveel mogelijk negens op mijn rapport te hebben. Maar in de tweede en derde nam ik wel genoegen met minder. Bladerde ik het boek door voor een toets, dan haalde ik een tien. Had ik er geen zin in, dan haalde ik een twee. Maar gemiddeld stond ik wel voldoende. Behalve voor Duits. Ik vond die leraar zo’n kwal, dat ik hem geen voldoende gunde.

In de derde besloot ik om te stoppen met vwo. Ik had ontdekt dat je met een overgangsbewijs van drie naar vier vwo naar het mbo kon en dat leek me wel wat. De lessen op school boeiden me niet, ik voelde me niet thuis tussen de vwo’ers en had niet zoveel zin om die zes jaar vol te maken en dan ook nog te gaan studeren. Binnen dezelfde tijd kon ik een mbo-diploma halen. Dan kon ik meteen aan het werk en dus ook het huis uit. Leek me een veel beter plan.

Ik heb dus maar drie jaar ervaring in het voortgezet onderwijs. Heb nooit een vakkenpakket hoeven kiezen en ook nooit examen gedaan. Geen idee hoe zwaar de bovenbouw is van het vwo, want zover ben ik nooit gekomen. Het enige beeld dat ik ervan mee heb gekregen is dat er geen oog was voor de onzichtbare leerling, die prima mee kon komen met de stof en zich keurig gedroeg op school, maar niet op haar plek zat.

Mijn dochters in het voortgezet onderwijs

Mijn oudste dochter doet vwo en zit in de vijfde, de jongste havo en zit in de eerste. Allebei doen ze tweetalig onderwijs (TTO). Dat leek ons wel wat voor ze. Een beetje extra uitdaging, een goede voorbereiding op een vervolgstudie en mooie ervaringen opdoen in het buitenland.

Je wil dat je kinderen een stapje verder komen dan hoever jijzelf gekomen bent. Maar dat is lastig als er al een bepaald instapniveau wordt verwacht van ouders, waar je als ouder niet altijd de kansen voor hebt (gehad) om dat te realiseren.

Vooral dat TTO vind ik nogal een impact hebben. De kosten voor dat TTO lopen dit schooljaar voor beide meiden samen op tot boven de duizend euro. Nu kunnen wij dit nog betalen, maar er zijn er genoeg die dit niet kunnen en die zie je dus niet in het TTO. Daarnaast wordt er maar van uitgegaan dat je een netwerk hebt om even een buitenlandstage te regelen en de gelegenheid hebt om een uitwisselingsleerling in huis te nemen. En ik wil niet steeds maar met het excuus komen dat het me vanwege EDS zoveel meer moeite kost, maar dat is wel waardoor ik me ook hierin meer beperkt voel.

Ouders mogen voor van alles op komen draven, maar ik hoef niet te verwachten dat er een rolstoeltoegankelijke hoofdingang komt in de komende vijf jaar. Dus laat ik steeds meer mijn man opdraven voor al die ouder-/informatieavonden en het halen en brengen bij schooluitjes.

Niet alleen van ouders, maar ook van leerlingen wordt veel verwacht. Leerlingen moeten maar meegaan met allerlei veranderingen, waar niet elke leerkracht achter staat of leerlingen goed in kan begeleiden.

Maar goed, de meiden hebben het er naar hun zin, dus we blijven nog wel even hangen de komende vijf jaar.

Ik heb dus de ballen verstand van het voortgezet onderwijs

Dat voortgezet onderwijs, daar heb ik dus maar een miezerbeetje verstand van. Ik heb het zelf nooit van begin tot eind meegemaakt, via mijn kinderen zie ik maar één school en wat ik via mijn studenten zie en hoor, is ook maar beperkt en ingekleurd. En wat ik er tijdens mijn studies van mee heb gekregen, is ook alweer een flink eind weggezakt.

Ik heb geen idee wat er goed of slecht is aan dat nieuwe curriculum vergeleken met het huidige. Kan niet uit ervaring meepraten of de manier waarop ze nu de schoolkeuze uit willen stellen, ook de juiste manier is. Of de werkdruk vergelijkbaar is met die in het mbo? Ik zou het niet weten.

En ik doe wel mijn best om er iets meer van te begrijpen. De nieuwsberichten volg ik en op Twitter en in blogs lees ik de meningen van leraren die er wel verstand van hebben (zoals Michelle). Maar nog steeds: Het is niet mijn vakgebied.

Waar ik nu eigenlijk naartoe wil met dit hele verhaal: luister gewoon naar de mensen die wèl van de hoed en de rand weten. Leuk al die columns van mensen die puur van hun eigen beperkte ervaring van dertig jaar geleden uitgaan, maar ze zeggen niet zoveel. Als ik al kan zeggen dat ik de wijsheid niet in pacht heb, terwijl ik er toch van meerdere kanten wat van mee heb gekregen, dan hebben zij dat zeker niet. Luister naar de leraren die morgen en overmorgen gaan staken en waarom ze dat doen. Die zitten er middenin en hebben wel de kennis en ervaring.

shimmy shake fusion buikdans

Annelies & Jacqueline tijdens de Shimmy Shake Matinée Mash Up
Foto door Ben van Duin

De afgelopen weken waren weken met pieken en dalen. Verdriet om het overlijden van een collega en een lotgenootje, die allebei te vroeg in hun leven gemist moeten worden. Blij om te kunnen dansen tijdens het Shimmy Shake Festival, echt geweldig veel mooie complimenten gehad over het optreden van Annelies en mij.

Deze week ging ik op mijn vrije dag met mijn klas naar de conferentie STRONG. En wat was ik trots op mijn studenten die de hele dag aandachtig hebben geluisterd naar de informatie over kinderrechten en ook heftige verhalen rondom kindermishandeling. Daarnaast kwam de onderwijsinspectie langs op onze locatie. Dat dat zo ontzettend positief uitpakte, had ik van tevoren niet kunnen bedenken.

Maar met al dat heen en weer geschommel van verdriet naar blijdschap, spanning, trots… maakt ook dat ik aan het twijfelen ga. Zoveel mensen vol passie, maar waar is die van mij gebleven?

In balans, maar afgevlakt

Als mensen vragen hoe het met mij gaat, dan zeg ik oprecht dat het goed gaat. (Ja, ok, er zijn wel wat dingetjes die ik nog even uitstel om verder te laten onderzoeken, komt nog wel.) Ik ken mijn grenzen, maak hierin de juiste keuzes en dat pakt positief uit voor mijn lijf. Daarnaast heb ik nog zoveel meer om gelukkig om te zijn, maar toch knaagt er iets.

Steeds maar die juiste keuzes maken voor mijn lijf, betekent ook dat ik nee moet zeggen tegen dingen die ik dolgraag zou willen. Zo’n hele dag naar een conferentie met een klas geeft me wel heel veel voldoening, maar is eigenlijk niet meer te doen met mijn lijf. Het levert me teveel pijn op en ik heb dan het gevoel dat ik er niet helemaal ben voor mijn studenten.

En op het gebied van dans komen er ineens wat mooie kansen voorbij, die ik toch soms moet laten schieten. Alles wat erbij komt kijken, maakt het een te zware belasting.

Dat ik dat jammer vind, is nog zacht uitgedrukt. Mijn hoofd wil ook vol enthousiasme en passie ergens voor kunnen gaan, maar mijn lijf kan dit niet meer.

Ik ben niet meer de docent die ik was of wil zijn

Tijdens het gesprek met de onderwijsinspectie voelde ik me gezegend met zoveel collega’s om me heen met een passie voor onderwijs. Maar achteraf gezien vraag ik me dan af of ik zelf nog wel iets van die passie uitstraal. In het gesprek werd ik in de kennismaking al afgekapt, waar bij anderen wel doorgevraagd werd naar werkervaring en opleiding. En dat is prima, het draaide ook niet om mij in dit gesprek. Maar het bevestigt wel weer mijn gevoel dat ik maar voor spek en bonen meedoe, dat het al snel genoeg is wat ik doe, maar dat er niet gekeken wordt naar wat er nog meer in mij zit.

En het is ook wel dubbel. Want ik ben oprecht blij dat ik überhaupt nog kan werken en dat ik in zo’n fijn team zit. Maar of ik zingend naar mijn werk ga… nee, dat niet.

Af en toe voel ik me echt zo’n zeikdocent. Zo eentje die continu maar anderen op de regeltjes wijst. Nee, je mag hier niet eten. Nee, dit heb je niet goed ingeleverd. Nee, die onvoldoende wordt niet aangepast omdat jij het niet eens bent met de beoordelaar. Dit is niet hoe ik wil zijn.

Toen ik een paar jaar geleden begon als examenleider, waren er nog docenten en studenten die het jammer vonden dat een goede docent minder lessen ging geven. En ik mis het om niet meer gemist te worden op dat vlak.

Eén been in het rijk der zieken, één in het rijk der gezonden

Al dat getwijfel maakt me meer en meer bewust dat ik er een beetje tussenin hang. Zoals Hanna Bervoets in haar boek al over het rijk der zieken schreef, besef ik steeds meer dat ik niet meer zo in het rijk der gezonden pas.

Ik hou een ander tempo aan, moet eerder op de rem trappen en met andere dingen rekening houden. Anderen doen vaak wel hun best om hier rekening mee te houden en tonen begrip. Maar het helemaal snappen is lastig als je zelf gezond bent. Dat verwacht ik ook niet. En ik wil ze dan ook niet zeggen dat hun bemoedigende woorden op mij soms overkomen alsof ik niet serieus genomen word. Want ik weet wel dat het niet zo bedoeld is.

Aan de andere kant ben ik ook nog niet helemaal ingeburgerd in het rijk der zieken. Ik besef dat ik nog best veel kan voor iemand met EDS. Soms krijg ik het idee dat lotgenoten tegen me opkijken, vanwege mijn werk of het dansen wat ik doe. Maar dat is ook weer niet nodig. Mijn aanpak past bij mij, maar hoeft niet bij iedere EDS’er te passen. Niet iedereen krijgt dezelfde opties voorgeschoteld. Maar wat we wel gemeen hebben als lotgenoten is dat je voor elke keuze die je maakt wel weer iets moet inleveren.

Die passie komt wel weer

Ok, dit stuk komt misschien wel een tikkeltje pessimistisch over, maar zo bedoel ik het niet. Het is meer dat ik het voor mezelf op een rijtje wil zetten. Wat vind ik belangrijk, waar wil ik voor gaan en wat heb ik daar voor over? Nu ik fysiek redelijk mijn balans gevonden heb, heb ik daar ruimte voor om over na te denken. En ik heb er alle vertrouwen in dat ik wel weer iets vind. In mijn werk, of daarbuiten.

Wat is jouw passie? En lukt het jou om deze uit te voeren zonder hoeven in te leveren?

O4 workhopper rolstoel getest

Zo rond mei/juni staan de examens en de uitslagen van het voortgezet onderwijs in de spotlights. Bijna iedereen weet wel hoe spannend en stressvol die periode kan zijn, of het nu uit eigen ervaring is of die van je kinderen. Dat het in het mbo net wat anders loopt (maar niet altijd minder spannend of stressvol), daar heeft dan weer niet iedereen ervaring mee. En als ik vertel dat ik vooral als examenleider in het mbo werk, krijg ik vaak de vraag: ‘Wat doe je de rest van het jaar dan?’

Examens in het mbo

Nu ben ik dan weer iemand die (nog) geen ervaring heeft met examens in het voortgezet onderwijs, maar in het mbo heb ik er de afgelopen vijftien jaar wel wat van meegekregen.

In het team waar ik nu werk, hebben we de opleidingen Maatschappelijke Zorg, Pedagogisch Werk en Dienstverlening. Elke opleiding bestaat uit een basisdeel, profieldeel en keuzedelen. Zo heb je bijvoorbeeld bij Pedagogisch Werk de profielen Pedagogisch Medewerker Kinderopvang, Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker en Onderwijsassistent waar de student een keuze uit maakt. En al deze delen worden geëxamineerd verspreid over de hele opleidingsduur. Sommige keuzedelen al in het eerste jaar, maar het grootste gedeelte (bij Pedagogisch Werk in ieder geval) in het derde jaar.

Deze examens zijn altijd gelinkt aan de praktijk. Sommigen worden daar helemaal afgenomen en beoordeeld, anderen (deels) middels een verslag of gesprek.

Daarnaast zijn er de examens Nederlands, Engels en rekenen, ook weer met verschillende onderdelen en verschillend van niveau. Deze vinden bij onze opleidingen in het laatste jaar plaats, tenzij de student het al eerder aankan.

Plannen, aanvragen en verwerken van examens

Je kunt je wel voorstellen dat het best een kluif werk is om al die verschillende examens te stroomlijnen. Elk profiel heeft weer een eigen examengids met planningen die aangehouden moeten worden. Binnen die planningen regel ik beoordelaars en surveillanten en vul ik de planning wat concreter in. Voor het basis- en profieldeel hebben studenten een map, maar andere examens moet ik aanvragen per klas of zelfs op naam van de student.

En wanneer examens eenmaal beoordeeld zijn, check ik de formulieren, voer ik de cijfers in met de administratie en vul ik de examendossiers. Als eenmaal alle examens geweest zijn, bereid ik de examenvergadering voor en kunnen de studenten diplomeren.

Dit alles begint in september al en loopt het hele jaar door, met hier en daar een piek.

Eindeloos overleggen

Regelmatig bezoek ik een andere locatie om te overleggen met de examenleiders van de verschillende locaties. Of hebben we een vergadering met de examencommissie. En dan zit ik ook nog in een werkgroep die zich bezighoudt met de examinering. De laatste tijd zit ik wel één a twee keer per week bij een overleg op een andere locatie.

Door al die overleggen zitten we met z’n allen steeds meer op één lijn. We weten elkaar te vinden om elkaar te helpen en zetten de examinering stevig neer. En dat is goed, alleen niet zo goed voor mijn lijf. Het reizen (vaak in de spits, dus filerijden) en mijn rustmoment overslaan, maken toch dat ik weer veel last krijg van mijn heup/bekken. En er blijft niet veel van mijn werkdag (van maar zes uur) over na zo’n overleg, waardoor ik mijn collega’s minder zie.

Instructie geven aan studenten en collega’s

Dit is eigenlijk nog wel wat ik het leukste vind aan mijn werk als examenleider. Mijn stukje expertise delen met collega’s en studenten. Gedurende een schooljaar verandert er vaak nog weleens wat in de examinering, of is een klas toe aan een stap verder. Dan kom ik graag in de klassen langs om uitleg te geven.

Daarnaast heb ik me al eens verdiept in hoe we als docenten ervoor kunnen zorgen dat studenten zelf verantwoordelijkheid nemen over hun examens, in plaats van dat wij ze achter hun broek aan zitten. En daarna ben ik meer naar de docenten zelf gaan kijken, hoe patronen doorbroken konden worden om tot een meer eenduidige aanpak te komen.

De lessen die ik nu geef, zijn vooral gericht op het begeleiden bij de examens. Daarbij geef ik uitleg over hoe de verschillende examenonderdelen afgenomen worden en stuur ik waar nodig aan bij het plannen, wat de studenten grotendeels zelf moeten doen in de praktijk.

Examenleider… met vlagen een rotbaan

Ach ja, ik schreef het al eens eerder: soms heb ik echt een rotbaan. Dan baal ik ervan als iets niet gaat zoals zou moeten. Of dat collega’s en studenten me alleen maar weten te vinden als er iets te klagen valt. Deze en vorige week liepen er ook wat dingen niet zo soepel. Dan komt er zoveel verschillende informatie via verschillende kanalen, dat ik toch iets mis. Uiteindelijk komt het wel goed, helemaal met de hulp van collega’s. Maar ik kan daar dan toch wel even flink van balen.

En toch heeft het ook z’n leuke kanten. Als je bij het invoeren van cijfers ziet dat het einde in zicht is. Als verlengers toch ineens de smaak te pakken krijgen en als een speer aan het inhalen zijn. Als klassen vol interesse naar jouw verhaal luisteren. Als je van collega’s complimenten krijgt of als ze hulp aanbieden. Als alles op rolletjes loopt.

Volgend schooljaar gaat er weer van alles veranderen. In ons team, in de examenorganisatie. Dan zal ook mijn taak als examenleider weer totaal anders ingevuld gaan worden. Als ik de keuze zou hebben, zou ik voor minder reizen en meer contact met mijn directe collega’s en studenten gaan. Nu nog zien of dat gaat passen…

schoolboeken studerenHet zal je niet verbazen dat methodes, boeken, websites, enzovoort op het gebied van leren mij als docent interesseren. Zelf heb ik altijd wel gemakkelijk kunnen leren, maar voor de meeste van mijn studenten trekt de theorie ze meestal niet zo. Het is dan een uitdaging om ze toch aan het leren te krijgen. Toen ik een mooie website voorbij zag komen van Study Smart with Chris, was ik erg benieuwd of het wel echt zo mooi was als het eruit ziet.

Om meer te weten te komen over Study Smart, mocht ik Christiaan Henny interviewen.

Wie is Chris?

Christiaan Henny, heeft Study Smart with Chris opgezet vanuit zijn eigen ervaringen, waar hij tegenaan liep als student. Inmiddels is hij hier fulltime mee bezig en gaat hij (met zijn team) de hele wereld over. Zo zijn ze al in Denemarken en Aruba geweest en zijn ze nu in Noorwegen om workshops op scholen te geven.

Wat waren je problemen met leren? Hoe werd je hierin begeleid door de leerkrachten?

‘Op de basisschool en middelbare school zag ik door de bomen het bos niet meer, ik had geen overzicht over de stof. Huiswerk niet afmaken, omdat je geen planning maakt. Maar ook gewoon het leren. Dat je niet weet wat je moet doen, hoe je het aan moet pakken. Wat belangrijk is, wat niet. En als je wat ziet wat belangrijk is, hoe kun je dat dan dusdanig verwerken in aantekeningen dat je het ook onthoudt.

Ik geen begeleiding gekregen in hoe ik moest leren, ook op de basisschool niet. Ik heb 4 jaar gymnasium gedaan, uiteindelijk atheneum afgemaakt en voor elk vak kreeg ik bijles. In de bijles werd er stof behandeld. Het huiswerk doen onder begeleiding van iemand die het wel kan en dan hopen dat je aan het einde van het uur het zelf ook een beetje kan. Voor sommige (technische) vakken had ik op een gegeven moment aanleg, in het begin niet. En verder gewoon heel veel hulp, heel veel tijd erin stoppen en dan elke keer net over.

Echt technieken hoe beter te kunnen studeren kreeg ik pas in mijn derde jaar op de universiteit van een studiecoach. Uiteindelijk heb ik in vijf jaar mijn bachelor Technische bedrijfskunde gehaald, terwijl ik eerst praktisch twee jaar achter stond. Normaal doe je dit in drie jaar, ik heb er vijf jaar over gedaan.’

Wat miste je hierin op school?

‘Waar ik achter ben gekomen is dat leerkrachten als doel hebben zo snel mogelijk content over te dragen van zichzelf naar de student. Maar dat is natuurlijk maar een heel klein deel van het leerproces.

Je zit op school om twee dingen. Eén is om de stof te begrijpen. Als je medicijnen studeert, dan zul je die informatie moeten kennen. Twee is het hele proces doormaken om hoofd- en bijzaken te onderscheiden, om informatie slim te verwerken, om vragen te stellen over de stof, verdieping te zoeken. Dat zijn skills, vaardigheden en attitudes die je moet leren. Het is een proces waarvan ze willen dat je het doormaakt, maar je krijgt het niet voorgeschoteld.

Als je iets wil onthouden, dan zul je die informatie opnieuw zelf moeten creëren in je hoofd. Om het echt te laten plakken moet je het koppelen aan dingen die je al weet. En daar zijn docenten niet mee bezig. Die zijn bezig met de stof over te dragen in de vorm van taal of tekst, vervolgens een beetje oefeningen en dan is het klaar. Maar echt het proces hoe je een stuk stof moet lezen dat leer je niet.

Een goede lesopbouw geeft zo verschrikkelijk veel houvast. En dat doet bijna geen docent. Zoals aan het begin van de les zeggen: dit zijn de vier onderdelen die we vandaag gaan bespreken, aan het eind van de les wil ik dat jullie dit begrijpen, dat begrijpen en dat kunnen doen.’

Wat is Study Smart?

Het Study Smart pakket bestaat uit een studietool, video workshops, samenvattingen en een e-book ‘De kunst van effectief studeren’. Hiertoe heb je toegang voor €8,95 per maand.

Het gaat hierbij om het leren onthouden en begrijpen van lesstof. Het is bijvoorbeeld niet gericht op het zelf leren schrijven van stukken. Dat is een ander deel van het leerproces waar Study Smart zich niet mee bezighoudt.

Welke tips, technieken of (onderzoeks-)literatuur heb je verder uitgebouwd in Study Smart?

‘Op een gegeven moment heb ik alle boekwinkels leeg gekocht met allerlei boeken over effectief leren en studeren, leren leren, enzovoort. En toen kwam deze interface in me op, waar je het met elkaar kan combineren.

Contextual learning, self questioning, spaced repetition, dat is de basis. Goed begrijpen wat de opbouw van de stof is, dus de context, vanuit je samenvattingen vragen stellen en veel herhalen.

En dan heb ik er heel veel dingen aan gekoppeld, al dan niet wetenschappelijk. Bijvoorbeeld wanneer je een hoofdstuk begint te bestuderen, dat je nadenkt hoe de stof van toepassing is op je privéleven. Daardoor verbind je weer de stof met je eigen leven, komt er meer verbinding in je hersens, daardoor ga je het meer onthouden.

De kracht van dit systeem is dat er heel veel verschillende technieken gecombineerd zijn. Bijvoorbeeld mindmapping, bepaalde vormen van samen leren, alle herhaaltechnieken, dat zijn de essentiële dingen. Er zijn wel meer tools, maar in ons systeem staat altijd de inhoudsopgave centraal. Ook al heb je lessen of een college, dan heb je daar de structuuropbouw van en kun je per kopje de aantekeningen maken en die dan weer herhalen.’

Zijn de 350.000 samenvattingen op Study Smart aan bepaalde opleidingen of boeken gekoppeld? En door wie zijn deze gemaakt?

‘Het zijn er zoveel, omdat het juist zo breed is. Studenten uit alle hoeken en gaten van het onderwijssysteem gebruiken het. Zowel postdoctoraal als vmbo, alles.

Het zijn heel veel samenvattingen van boeken, maar ook van syllabi, series slides van colleges, artikelen, enzovoort.

Deze worden door de gebruikers gemaakt. Stel je vindt een artikel online over effectief studeren en gaat dat bestuderen met Study Smart, dan vul je de inhoudsopgave van het artikel eerst in. Dan ga je aantekeningen maken per kopje en samen is dat een samenvatting. En als iemand anders dat ook studeert, dan vult die dat weer aan. We hebben boeken, waar letterlijk honderden studenten in zitten, die allemaal een eigen deel van het boek hebben samengevat. De ene gebruikt meer, de ander wil ze juist zelf maken, je werkt samen.’

In dit filmpje is te zien hoe hiermee gewerkt wordt:

Voor wie is Study Smart?

Er worden veel partners genoemd op de website, waaronder ook universiteiten. Wat houdt dit partnerschap in?

‘Ze raden het aan, of ze gebruiken het in de klas, maar ze verplichten het niet. Juist ook omdat het systeem niet voor iedereen is. Het is voor mensen die moeite hebben met leren en beter willen. Dus ze kunnen het moeilijk verplichten voor iedereen. Het zijn voornamelijk partners die het structureel aanbevelen, die het op hun website hebben staan en die ons inhoudsopgaven sturen van hun studiemateriaal.’

Wat heeft een student nodig aan voorkennis om met StudySmart te werken? Zou het bijvoorbeeld ook voor vmbo/mbo te gebruiken zijn?

‘De kernmarkt voor StudySmart is wel hbo/wo, maar er zijn ook veel mbo-studenten die er gebruik van maken. Wel met name niveau 3 of 4 en vooral voor de leervakken.

Ze hoeven nul aan voorkennis te hebben. Het enige wat je echt moet hebben als je met dit systeem aan de slag gaat, is een wil om goed te leren.

Je gaat met het systeem aan de slag omdat je:

  • altijd vijven/zessen/zevens haalt, maar onzeker bent over je cijfers;
  • er gewoon van baalt dat als je twee uur achter je boeken zit, je doet ze dicht en denkt: wat zit er nou eigenlijk echt in mijn hoofd?
  • de dag na het studeren alles bent vergeten;
  • de stof vaak opnieuw moet bestuderen;
  • een heel onvoldaan gevoel hebt over je studie;
  • het wel kunt, maar het niet doet, puur omdat je niet op de goede manier studeert, maar het wel erg graag wil.

Als je gewoon een student bent die er tijd in stopt, die leert en je haalt altijd die zes of zeven en je bent er blij mee, dan ga je waarschijnlijk hier niet je tanden in zetten. Je moet het beter willen doen.’

En wat vind ik zelf nu eigenlijk van Study Smart with Chris?

Als docent zie ik de voordelen van wat Study Smart te bieden heeft, het zijn nuttige tools en technieken. Een nadeel is wellicht dat het zich beperkt tot het leren van stof, terwijl er zo ontzettend veel meer vaardigheden nodig zijn om goed te kunnen leren. Andere methodes zijn daarin wel completer, maar hebben dan bijvoorbeeld niet het mooie systeem met hoe er aan samenvattingen gewerkt wordt.

Het verbaasde me wel dat studievaardigheden als deze niet vanzelfsprekend een onderdeel zijn in het onderwijs. In het mbo heb ik die ervaring niet, hier is de structuur in de les en lesstof, variatie in werkvormen en het leren leren altijd een belangrijk onderdeel geweest in het overdragen van kennis.

Maar als ik het vergelijk met mijn dochter die inmiddels in 4vwo zit, dan zie ik daar wel verschillen in. Ze heeft op een Daltonbasisschool gezeten, waarbij er op zich wel aandacht was voor het samenwerken, leren plannen en dat soort vaardigheden. Maar qua leerstof ging het vaak maar om kleine hoeveelheden stof, die ze gemakkelijk in haar hoofd kreeg.

Bij de overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs moeten ze veel grotere hoeveelheden leren en wordt er maar van uitgegaan dat ze dat kunnen, want ze doen vwo. In het voortgezet onderwijs heeft zij geen begeleiding gehad in hoe effectief te kunnen leren.

Hoe je leert mag dus best wat meer aandacht krijgen!

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

bso tienermeiden

Vandaag is het Koningsdag. Dat heeft op zich niet zo heel veel te maken met het onderwerp waar ik over wil schrijven, maar het feit dat we hier een koningshuis hebben, geeft me wel de mogelijkheid om dat enorme contrast in kansen weer te geven. Want als je als prins of prinses wordt geboren, krijg je andere kansen voorgeschoteld. Niet dat ik zou willen ruilen of het ze niet gun, maar je kunt er niet omheen dat er een verschil is.

Straks zitten alle drie de prinsessen op het gymnasium. Met zo’n koninklijke achtergrond zal geen leerkracht eraan denken om ‘voor de zekerheid’ het advies wat lager in te zetten. Mocht het toch iets te hoog gegrepen zijn, dan laten de financiën van pa en ma het makkelijk toe om bijlessen in te zetten. En ook na hun gymnasium en verdere studieloopbaan hoeven ze zich geen zorgen te maken. Hun salaris of uitkering zal niet eens in de buurt komen van het minimumloon.

Hoe anders is dat als je wieg in Rotterdam Zuid stond, je bij je geboorte een kleurtje mee hebt gekregen, je ouders geen vet salaris of de juiste diploma’s hebben. Om maar een voorbeeld te noemen.

Nee, het is gewoon niet eerlijk verdeeld

Je kunt zeggen wat je wilt, vreselijk je best doen om alles zo eerlijk mogelijk te verdelen, maar er is gewoon sprake van kansenongelijkheid. Ook al ben jij niet degene die anderen achterstelt, het gebeurt, dat kun je niet ontkennen.

We hebben een enorm diverse samenleving. De vraag is vervolgens hoe je daarmee omgaat. Ik schreef al eens eerder over visies op diversiteit. En in mijn ogen is er niet één passende oplossing. Verschillende situaties vragen om verschillende oplossingen. Niet alles kan in wetgeving vastgelegd worden en soms werkt goedbedoelde wetgeving zelfs averechts.

Er is niet één handleiding die je overal bij kunt gebruiken. En dat betekent dus dat je veel vanuit je eigen boerenverstand moet bedenken. Maar daarbij helpt het wel om iets van verschillende oogpunten te bekijken en niet al teveel op je eigen aannames te vertrouwen.

De impact die je als docent hebt

Even voor mij als mbo-docent gezien, begint het bij de intake van een opleiding: wie wordt wel aangenomen en wie niet? En vervolgens: welke begeleiding krijg je van start tot diplomering? Als docent heb je zo ontzettend veel invloed op hoe iemands loopbaan vorm gegeven wordt.

Ik ben me er ook niet altijd bewust van wat ik voor impact heb op mijn studenten. Ik vraag regelmatig feedback, maar weet wel dat dan nog niet alles gezegd wordt. Soms hoor ik via een collega dat een student blij was met mijn steun in een gesprek. Of kom ik jaren later een oud-student tegen waar ik best wel eens mee in de clinch had gelegen en die dan pas vertelt hoe ze mijn lessen gewaardeerd heeft.

Daarom vind ik tweets als deze en de reacties erop zo verfrissend.

Het houdt een spiegel voor en zet je aan het nadenken. Heb ik niet weleens iemand een verkeerde kant opgestuurd op basis van mijn eigen aannames en vooroordelen? Ja, vast wel. Ik kan soms wat kritisch zijn als het gaat om passend onderwijs bijvoorbeeld. Ik wil mensen niet opleiden voor een uitkering, maar voor een beroep wat ze ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Aan de andere kant zie ik dat sommige studenten langer de tijd nodig hebben voor een opleiding dan er voor staat, om verschillende redenen. En ik ben er wel een voorstander van om die studenten dan die tijd te geven om eruit te kunnen halen wat erin zit.

Bewustwording is een eerste stap, maar wat dan?

Er wordt al heel veel gesproken en ondernomen om die kansenongelijkheid terug te dringen. Bij de laatste Meetup010 over kansengelijkheid kwamen daar verschillende voorbeelden van voorbij. Er zijn ontzettend veel projecten die allemaal op hun eigen manier kinderen en jongeren begeleiden om die kansen iets meer gelijk te trekken. Wat mij opviel bij drie verschillende projecten waar ik wat van heb gehoord, is dat ze vooral gericht zijn op het stellen van haalbare doelen en de kinderen/jongeren begeleiden in het behalen hiervan. Soms buiten de school, maar wel gericht op schoolse thema’s of de schoolloopbaan.

In eerste instantie dacht ik: is dat alles? Helpt dit wel? Maar ergens is het ook logisch dat het wèl zou werken. Als iemand continu kansen ontnomen worden, lijkt heel veel onhaalbaar. Juist door succeservaringen en het bereiken van doelen, kan dat voortgezet worden en worden kleine doelen grote doelen.

Onorthodoxe aanpak van het onderwijs

Maar dan nog moet er veel gebeuren willen we die kansenongelijkheid opheffen. Michelle van Dijk schreef eerder over een onorthodoxe aanpak van het onderwijs in Rotterdam, welke volgens haar nodig is om de achtergrond van een kind geen impact te laten hebben op het onderwijssucces. En ze zegt daar zeker wat nuttige dingen waar ik me ook in kan vinden. Zoals gewoon goed onderwijs, uitstel van de selectie vmbo/havo/vwo, een gratis alternatief voor schaduwonderwijs. Maar ook: Educate a parent, educate a child.

Dat is iets wat me bij al die verschillende projecten in Rotterdam Zuid ook opviel. Er wordt veel ingezet op rolmodellen, begeleiders, mentoren, anders dan de eigen ouder. Maar hoeveel mooier en effectiever zou het zijn als de ouders zelf een rolmodel en mentor kunnen zijn.

Nu weet ik dat ouderbetrokkenheid door onderwijsmensen niet altijd als prettig ervaren wordt, maar er kan nog zoveel meer uit gehaald worden. Als we eerst maar weer eens die vooroordelen over ouders los kunnen laten. En als school en schoolgebouw op alle manieren toegankelijk zijn voor de ouders.

Daarin zie ik wel een taak voor mij weggelegd in het opleiden van pedagogisch medewerkers en onderwijsassistenten. Als zij het belang inzien van gelijke kansen voor kinderen en wat zij hierin kunnen betekenen, kan dit zich als een olievlek verspreiden.

Heb jij altijd dezelfde kansen gehad in het onderwijs? Wat kan hier volgens jou nog aan verbeterd worden?

conferenties toegankelijkheid

Dit is niet de eerste keer dat ik over dit onderwerp schrijf. In 2016 schreef ik al over de plus- en minpunten met betrekking tot rolstoelvriendelijkheid bij symposia en conferenties.

Je zou zeggen dat er in drie jaar tijd wel wat veranderd mag zijn. Met dat VN-verdrag dat in werking is gesteld en zelfs al geëvalueerd. Voor mij persoonlijk zijn er ook veranderingen geweest: ik heb mijn rolstoel nu meer nodig dan toen. Elke extra drempel irriteert me nog meer dan toen.

Is het nog wel de moeite waard? Waarom zou je nog naar conferenties willen?

Ik ben docent pedagogiek met een master in Leren & Innoveren. En ik ben niet zover gekomen om verder maar op de automatische piloot les te gaan geven. Ik wil geïnspireerd worden, nieuwe dingen leren, bij blijven met nieuwe ontwikkelingen.

Bijscholing is een belangrijk onderdeel van je vak als docent. Je wil je studenten niet iets leren wat tien jaar geleden relevant was, je wil ze leren wat nu relevant is, of in de toekomst. Daarnaast zijn conferenties, beurzen, symposia en congressen een mooie gelegenheid om te netwerken. Ook om zo samen het onderwijs sterker neer te zetten, maar ook om te zien of er ergens in het onderwijs een plek is waar ik nog beter op mijn plek zou zijn.

Dus ja, ik vind het zeker de moeite waard om dit soort bijeenkomsten te blijven bezoeken. Dat betekent vaak wel dat ik mijn werkdag of vrije dagen eromheen erop aan moet passen. Twee uurtjes langer werken en de dag erna nodig hebben om ervan bij te komen, vind ik nog te overzien voor een keer. Maar een werkdag van 8.00 tot 20.00 uur trek ik echt niet, dus dan zal ik daar nog meer aanpassingen in moeten maken.

Het effect van een ontoegankelijke conferentie

Als het jaren later nog steeds niet verbeterd is, heb ik misschien te weinig laten merken hoeveel last ik ervan heb als een conferentie niet toegankelijk is. Blijkbaar is dan het aangeven in een evaluatie of het doorgeven aan de organisatie niet genoeg.

Goed, hier dan een opsomming, misschien dat het zo iets duidelijker wordt:

  • Als ik na een lange autorit, inclusief file, bij binnenkomst welkom wordt geheten met: ‘Is dat blijvend?’ met een knik naar mijn rolstoel, dan komen er even geen pedagogisch verantwoorde woorden uit mijn mond. Nee, dat is geen fijne binnenkomer.
  • Als ik uit mijn rolstoel moet stappen om een drempel of trap te nemen om bij een workshop of lezing te komen, kost mij dat veel pijn en inspanning. De helft van de informatie gaat dan aan mij voorbij, omdat ik nog aan het bijkomen ben. Ik kan me niet focussen op waar ik voor gekomen ben.
  • Een andere route moeten nemen, of om een liftsleutel moeten vragen, kost tijd. Die tijd is al beperkt tussen het wisselen van workshops (die vaak ook al uitlopen). En het is gewoon niet tof om in een zaal vol mensen te laat binnen te komen.
  • Hoe behulpzaam anderen ook willen zijn, de meesten weten niet hoe ze een rolstoel moeten tillen. Afgelopen week heb ik daardoor mijn rolstoel moeten repareren tijdens een workshop. Een rolstoel repareren is niet iets wat mij makkelijk af gaat, ook dat kost mij veel pijn en inspanning.
  • Continu omhoog moeten kijken om met mensen in gesprek te gaan, wordt al snel vermoeiend. Net als het steeds maar moeten vragen of ik ergens langs mag. Niet alleen fysiek vermoeiend, maar het geeft me ook het gevoel alsof ik er niet bij hoor. Ik word niet gezien.
  • En ik waardeer de hulp van mijn collega’s echt heel erg, maar ik word daardoor wel in een rol geduwd die niet bij mij past. Ik wil zelfstandig kunnen gaan waar ik wil. Niet moeten vragen of iemand drinken voor me wil halen. Of een plekje aan een lage tafel bezet wil houden. Dat ik bof met collega’s die me zo fijn helpen, zou niet eens uitgesproken hoeven te worden. Maar dat wordt het wel, door mensen die mij niet kennen en mij zo nog meer in die afhankelijke rol duwen.

Al die pijn, vermoeidheid, te laat komen en niet gezien of juist als hulpbehoevend gezien worden, maakt dat ik echt strontchagrijnig word van zo’n conferentie. Terwijl de workshops en sprekers inhoudelijk misschien best interessant kunnen zijn.

Beste organisatie, aanpassen is echt niet zo moeilijk!

Ik zal heus niet vragen om alle oude, ontoegankelijke gebouwen plat te gooien. Als er voor die paar mensen zoveel sentimentele waarde aan hangt om per se op zo’n locatie een conferentie te organiseren, prima. Hier dan toch wat tips, die echt niet zo heel veel moeite of geld kosten:

  • Als je weet dat sommige zalen niet toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel of die slecht ter been zijn, neem dan zelf het initiatief om dat als opmerking aan te kunnen vinken op het inschrijfformulier. Dat ik te horen krijg dat ik dat zelf moet aangeven, zonder dat daar ruimte voor is op het inschrijfformulier, is natuurlijk een beetje de omgekeerde wereld. Had ik dat dan bij ‘dieetwensen’ aan moeten geven?
  • In het geval van liften (of invalidentoilet) die alleen met een sleutel werken: geef zo’n sleutel meteen bij de aanmeldbalie mee. Ik ben best bereid om iets als borg af te geven, veel liever dat dan om hulp moeten vragen. En ik denk dat ik niet de enige ben die daar zo over denkt.
  • Grote groepen mensen van eten en drinken moeten voorzien, is altijd lastig. Ik snap dat er in die gevallen (vrijwel altijd) voor een lopend buffet gekozen wordt. Maar als alleen al de drankjes op dienbladen rondgebracht worden, zou dat zoveel schelen. Ook voor mensen zonder beperkingen: hoef je niet twee keer in de rij te staan, of met een bord èn een glas door de mensenmassa te gaan. Maar ik heb ook bijeenkomsten meegemaakt waar zowel de hapjes als de drankjes rondgebracht werden, ideaal!
  • Ook de statafels snap ik, veel praktischer met grote groepen mensen. Maar let hierbij op de plaatsing van de tafels. Zorg voor genoeg ruimte tussen de tafels, zodat er nog steeds een looppad vrij is als er mensen om de tafels staan. En wissel statafels af met lage tafels met stoelen of losse banken. Stop de lage zitjes niet ver weg in een hoek. Alleen maar drie kwartier ouwehoeren bij je vaste statafel met je vaste clubje, levert niet bijzonder veel op. Als het doel netwerken is, zorg dan voor een opdracht waarbij mensen letterlijk in beweging komen en iedereen gezien wordt.
  • Zorg dat de medewerkers die daarover gaan goed op de hoogte zijn van waar te parkeren en wat praktische routes zijn. Dus ook waar de gehandicaptenparkeerplaatsen zich bevinden. Die zijn er niet voor niets en kunnen iemand een hoop moeite besparen.
  • Op een onderwijsgerelateerde bijeenkomst is iemands aandoening of beperking niet handig om in een openingszin op te nemen. Mocht het gesprek toevallig zo lopen, prima. Het hoeft ook weer geen taboe te zijn. Maar zonder verdere kennismaking daarmee binnen te willen vallen… Nee, doe maar niet.

Dit artikel dekt lang niet alles als het gaat om toegankelijkheid bij conferenties. Het is vooral beschreven vanuit mijn oogpunt als rolstoelgebruiker. Voel je dan ook vrij om aanvullingen (al dan niet in de vorm van linkjes) in de reacties achter te laten. En delen mag uiteraard ook! Wie weet kan ik dan over nog drie jaar een heel ander verhaal vertellen.

En aan de organisaties die nu vreselijk op hun teentjes getrapt zijn vanwege al mijn kritiek: wees maar niet bang, dit is vooral een samenvatting van meerdere bijeenkomsten. Er zijn maar weinig organisaties die het op alle punten verprutsen.

Ik weet ook niet wat het de laatste tijd is. Het schrijven gaat gewoon even minder soepel dan voorheen. Of eigenlijk gaat het schrijven wel aardig, alleen ben ik er niet zo over uit of ik die schrijfsels wel online wil zetten. Of het wel interessant genoeg is. Er staat dus van alles als concept klaar, maar het afmaken en plaatsen wil even niet lukken.

En het is niet dat er hier niks gebeurt, er gebeurt genoeg! Van alles waar ik me druk om kan maken, of waar ik juist heel blij van word.

Voor vandaag dan maar even ongestructureerd wat zitten tikken, vooral om het maar even van me af te schrijven. En wie weet kom ik zo weer uit dat blogdipje!

Twitter herontdekt

Ik had (of heb nog steeds) twee accounts op Twitter: een persoonlijke en één voor mijn blog. Nu laat ik mijn persoonlijke account langzaamaan afsterven en wil ik die van mijn blog wat meer gaan gebruiken. Niet alleen voor het delen van mijn blogartikelen, maar ook om anderen te volgen, te reageren en te retweeten wat interessant is.

En dat is best leuk! Via via ontdek ik weer nieuwe mensen om te volgen, die weer interessante artikelen of opmerkingen delen. Ik vermaak me er wel mee.

Dus kom me gerust ook volgen en/of laat weten wie ik absoluut zou moeten volgen. Hier kun je me vinden: Salamistinkt

Daten met vriendinnen

Hier kan ik ook zoveel energie van krijgen, zelfs al levert het voor mijn lijf soms wat meer pijn op.

Met een vriendin naar een bandje geweest en daar ontzettend veel lol gehad. Al was het alleen al om de port die per se op moest voor we daar aankwamen en die dus in mijn thermosbeker meegenomen werd. Maar ook de band zelf met hun covers van de Beach Boys, echt geweldig van genoten.

En dan een etentje met vriendinnen die al jaren meegaan, maar waarvan de afstand tussen onze huizen steeds groter wordt. We hadden elkaar al een poos niet gezien, maar het was als vanouds, supergezellig!

Binnenkort heb ik weer een etentje met een groepje andere vriendinnen, die ken ik dan weer van de masteropleiding Leren & Innoveren. Ook dat is inmiddels een trouw clubje geworden en ik kijk ernaar uit om ze weer te zien.

Onderwijsgerelateerde events

Daar heb ik er de laatste tijd ook een aantal van gehad. De NOT, Meetup010, een borrel met het college van bestuur en alle andere docenten van onze organisatie die genomineerd waren voor leraar van het jaar Rotterdam en nog een diner pensant met collega’s van andere locaties en mensen uit het werkveld (kinderopvang).

Hele boeiende gesprekken gehad, waar ik zeker in mijn werk wat aan gehad heb. En het was ook alweer een poos geleden dat ik wat verder dan alleen mijn eigen locatie keek. Het is natuurlijk al een tijdje dat ik deels ziek gemeld ben en eerder had ik er niet de energie voor om dit soort dingen op te pakken. Ik heb het wel gemist en ben blij dat er weer ruimte voor is.

En toch… alles heeft een vreemde nasmaak

Zo kom ik weer bij dat blogdipje uit. Met al die verschillende groepen mensen waar ik contact mee heb of heb gehad, is er geen groep waar ik me voor de volle 100% bij voel passen. En op zich is dat prima, ze vullen elkaar aan en ik kan er halen of brengen wat ik wil.

Maar toch vind ik het lastig als anderen niet begrijpen wat ontoegankelijkheid met mij doet. Of dat ik het gevoel heb minder serieus genomen te worden, omdat ik maar zo weinig werk of zelfs omdat ik een rolstoel gebruik. En aan de andere kant voel ik me niet altijd passen bij de mensen die hier juist voor strijden, omdat niet altijd alles op mij van toepassing is. Ik werk nog, heb een rijk sociaal leven en kan mijn rol als ouder prima vervullen. Wat heb ik dan te klagen?

Ik hang er een beetje tussenin en moet hier weer even mijn draai in vinden. Komt vast goed, ik ben vast niet de enige die zich af en toe een buitenbeentje voelt.

Meteen een oproepje: overspoel me met van alles wat me uit dit dipje kan helpen!

staking onderwijs

Van 11 tot en met 15 maart voert het hele onderwijs actie. Goed onderwijs is nodig en daar heb je leraren voor nodig, waar juist steeds meer een tekort aan is. De actieweek wordt afgesloten met een staking op 15 maart.

Ik zie de noodzaak om actie te voeren, maar twijfel nog wat ik hierin kan betekenen. Wel of niet staken…

Waarom wel staken?

Alleen over het waarom wel zou je al hele artikelen kunnen vullen. Frans Droog en Michelle van Dijk deden dit al. Zij noemen heel veel goede argumenten, dus zeker even doorklikken en hun stuk lezen!

Wat voor mij belangrijk is:

  • Het zijn niet alleen de leraren die er last van hebben, ook de leerlingen en hun ouders. Leerlingen missen lesstof door lesuitval en zijn daardoor misschien minder goed voorbereid op hun vervolgopleiding of toekomstige beroep. Ouders moeten opvang regelen als de school kinderen naar huis stuurt bij gebrek aan leraren.
  • Onderwijs is de basis van de samenleving. Als dat niet op orde is, brokkelt de rest ook af.  Wanneer leerlingen/studenten klaar zijn met school en het werkende leven in gaan, breidt het zich als een olievlek uit. Dan kun je niet de lat steeds lager leggen en die beginnende beroepsbeoefenaars met een halflege rugzak het werkveld insturen. Of wat ook wel gebeurt: de lat hoger leggen, maar dit niet faciliteren in het onderwijs.
  • Het lerarentekort en daarbij de hoge werkdruk zijn problemen die al zo lang spelen en nog is er geen oplossing voor. Het werken in het onderwijs moet aantrekkelijker gemaakt worden, zodat meer mensen hiervoor willen kiezen en ook willen en kunnen blijven werken. Lagere werkdruk, een passend salaris en carrièreperspectief.

Waarom niet staken?

  • CNV doet niet mee aan de staking. Mijn werkgever en de mbo-raad staan ook niet achter de staking. Zij zien een staking als een uiterste middel, wat nu niet het moment is, omdat ze nog in onderhandeling zijn over de cao. Vind ik op zich een logische verklaring.
  • Ik heb nog steeds een zure nasmaak van de NOT waar onderwijsmensen niet om wisten te gaan met het feit dat ik in een rolstoel zit. Wil ik dan in een nog grotere mensenmassa met diezelfde mensen rondlopen?
  • Ik ben nog steeds deels ziek gemeld, wel al aardig aan het opbouwen. Maar dat kleine beetje dat ik lesgeef, is precies die vrijdag wanneer er ook gestaakt wordt. En precies aan die ene groep waar ik zelf hoge eisen aan stel qua aanwezigheid. Het voelt dan niet fijn om zelf niet op te komen dagen bij die les.
  • Dat opbouwen wil ik graag doorzetten. Een uitstapje naar Malieveld is fysiek gezien zo zwaar voor mij, dat ik daar zeker twee weken van moet herstellen en even niet kan opbouwen. Dat is het me niet waard. En thuiszitten tijdens het staken? Daar wil ik nu juist van af, voor mij voelt dat niet als staken en kan ik dan net zo goed wèl mijn werk doen.

En ja, dat zijn best persoonlijke redenen om niet te gaan staken, terwijl ik de redenen om wel te staken wel veel breder kan trekken dan alleen mijn eigen hachje. Maar hoe meer ik in mijn werk beperkt wordt door EDS, hoe minder ik gezien word. Ik voel de solidariteit niet, die juist zo nodig is bij een staking als deze. Als ik dan toch niet gezien word, waarom zou ik er dan moeite in stoppen?

Dus, overtuig mij: waarom zou ik wel of niet gaan staken op 15 maart?

dansrolstoel antikiepwielHet is amper bij te houden, elk jaar komen er weer nieuwe dagen van dit, weken van dat. Sommigen nationaal en anderen internationaal en die hoeven dan niet eens altijd op dezelfde dag te vallen.

En nu de maand oktober gestart is, lijkt het wel of het helemaal is losgebarsten.

De dag van…

Dat het op 4 oktober dierendag was, wist je vast al wel. Maar wist je ook dat het 5 oktober de dag van de leraar was? Dat was overigens tegelijk met de nationale ouderendag (terwijl er op 1 oktober dan weer een internationale dag voor ouderen was).

Op de dag van de leraar wordt er aandacht besteed aan het belang van onderwijs. Ook was er een verkiezing voor leraar van het jaar. Daar was ik wel voor genomineerd, maar ik had niet de illusie dat ik die ook zou winnen. Er was een onderwijsfestival met allerlei interessante sprekers en workshops, maar ik ben er helaas niet heen geweest. Wel heb ik een gebakje op mijn werk gekregen, net als alle andere docenten.

De week van…

Afgelopen week was door meerderen opgeëist. Het was de week van de toegankelijkheid, de week van de opvoeding en valpreventieweek. En niet te vergeten: de kinderboekenweek is inmiddels ook alweer gestart.

Ik heb het idee dat er steeds meer met de week van de toegankelijkheid gedaan wordt. Mag ook wel een keer, want zo toegankelijk is Nederland echt nog niet. Afgelopen woensdag was er bijvoorbeeld een testdag van Ongehinderd, waarbij overal in het land vrijetijdslocaties getest en in kaart gebracht werden. Op social media heb ik er van alles van voorbij zien komen, dus hopelijk heeft dit alles een positief effect gehad.

De week van de opvoeding is eerlijk gezegd een beetje langs me heen gegaan. En ergens vind ik dat wel jammer, zeker aangezien we op mijn werk studenten opleiden om in de kinderopvang of het basisonderwijs te gaan werken. Daar hadden we best wat meer mee kunnen doen.

De maand van…

Buy Nothing New maand is hier in Nederland volgens mij nog niet zo hot, alhoewel het idee erachter helemaal prima is. Dat zal vast een klein beetje komen doordat 1 oktober de kinderbijslag binnenkomt en het echt weer tijd wordt voor nieuwe winterjassen en degelijke schoenen. Maar op zich is het natuurlijk een mooi streven om wat kritischer te kijken naar wat je allemaal koopt en of dit ook niet wat duurzamer kan.

Dan hebben we nog Stoptober, waarbij verschillende organisaties mensen aanmoedigen om te stoppen met roken. Ook een heel goed initiatief, want inmiddels weet iedereen wel dat roken niet goed voor je is. En met wat steun van anderen, wordt het stoppen vast net iets makkelijker.

Pink Ribbon vraagt deze maand ook aandacht voor borstkanker. En ik mag hopen dat mensen inmiddels snappen dat niemand blij wordt van vage statussen op je social media te plaatsen. Maar er wordt genoeg georganiseerd waar men wel wat aan heeft. Bijvoorbeeld acties om geld in te zamelen voor meer onderzoek.

Last but nog least is er ook nog Dysautonomie Awareness maand. Hier zie ik vooral veel van bij mijn wat meer internationaal georiënteerde EDS-lotgenoten. Ik weet eigenlijk niet zo goed of er ook Nederlandse organisaties zijn die hier aandacht aan geven. Ja, in ieder geval op de website van Dit is POTS. POTS is één van de meest voorkomende vormen van dysautonomie.

Bij dysautonomie werkt het autonoom zenuwstelsel niet zoals zou moeten, waardoor hartslag, bloeddruk, ademhaling, vertering, temperatuurregeling, enzovoort niet werkt zoals zou moeten. Bij EDS komt het geregeld voor.

Wil je geen dag missen? Check dan ook Issuekalender of Wereld Feesten Almanak.