Berichten

conferenties toegankelijkheid

Dit is niet de eerste keer dat ik over dit onderwerp schrijf. In 2016 schreef ik al over de plus- en minpunten met betrekking tot rolstoelvriendelijkheid bij symposia en conferenties.

Je zou zeggen dat er in drie jaar tijd wel wat veranderd mag zijn. Met dat VN-verdrag dat in werking is gesteld en zelfs al geëvalueerd. Voor mij persoonlijk zijn er ook veranderingen geweest: ik heb mijn rolstoel nu meer nodig dan toen. Elke extra drempel irriteert me nog meer dan toen.

Is het nog wel de moeite waard? Waarom zou je nog naar conferenties willen?

Ik ben docent pedagogiek met een master in Leren & Innoveren. En ik ben niet zover gekomen om verder maar op de automatische piloot les te gaan geven. Ik wil geïnspireerd worden, nieuwe dingen leren, bij blijven met nieuwe ontwikkelingen.

Bijscholing is een belangrijk onderdeel van je vak als docent. Je wil je studenten niet iets leren wat tien jaar geleden relevant was, je wil ze leren wat nu relevant is, of in de toekomst. Daarnaast zijn conferenties, beurzen, symposia en congressen een mooie gelegenheid om te netwerken. Ook om zo samen het onderwijs sterker neer te zetten, maar ook om te zien of er ergens in het onderwijs een plek is waar ik nog beter op mijn plek zou zijn.

Dus ja, ik vind het zeker de moeite waard om dit soort bijeenkomsten te blijven bezoeken. Dat betekent vaak wel dat ik mijn werkdag of vrije dagen eromheen erop aan moet passen. Twee uurtjes langer werken en de dag erna nodig hebben om ervan bij te komen, vind ik nog te overzien voor een keer. Maar een werkdag van 8.00 tot 20.00 uur trek ik echt niet, dus dan zal ik daar nog meer aanpassingen in moeten maken.

Het effect van een ontoegankelijke conferentie

Als het jaren later nog steeds niet verbeterd is, heb ik misschien te weinig laten merken hoeveel last ik ervan heb als een conferentie niet toegankelijk is. Blijkbaar is dan het aangeven in een evaluatie of het doorgeven aan de organisatie niet genoeg.

Goed, hier dan een opsomming, misschien dat het zo iets duidelijker wordt:

  • Als ik na een lange autorit, inclusief file, bij binnenkomst welkom wordt geheten met: ‘Is dat blijvend?’ met een knik naar mijn rolstoel, dan komen er even geen pedagogisch verantwoorde woorden uit mijn mond. Nee, dat is geen fijne binnenkomer.
  • Als ik uit mijn rolstoel moet stappen om een drempel of trap te nemen om bij een workshop of lezing te komen, kost mij dat veel pijn en inspanning. De helft van de informatie gaat dan aan mij voorbij, omdat ik nog aan het bijkomen ben. Ik kan me niet focussen op waar ik voor gekomen ben.
  • Een andere route moeten nemen, of om een liftsleutel moeten vragen, kost tijd. Die tijd is al beperkt tussen het wisselen van workshops (die vaak ook al uitlopen). En het is gewoon niet tof om in een zaal vol mensen te laat binnen te komen.
  • Hoe behulpzaam anderen ook willen zijn, de meesten weten niet hoe ze een rolstoel moeten tillen. Afgelopen week heb ik daardoor mijn rolstoel moeten repareren tijdens een workshop. Een rolstoel repareren is niet iets wat mij makkelijk af gaat, ook dat kost mij veel pijn en inspanning.
  • Continu omhoog moeten kijken om met mensen in gesprek te gaan, wordt al snel vermoeiend. Net als het steeds maar moeten vragen of ik ergens langs mag. Niet alleen fysiek vermoeiend, maar het geeft me ook het gevoel alsof ik er niet bij hoor. Ik word niet gezien.
  • En ik waardeer de hulp van mijn collega’s echt heel erg, maar ik word daardoor wel in een rol geduwd die niet bij mij past. Ik wil zelfstandig kunnen gaan waar ik wil. Niet moeten vragen of iemand drinken voor me wil halen. Of een plekje aan een lage tafel bezet wil houden. Dat ik bof met collega’s die me zo fijn helpen, zou niet eens uitgesproken hoeven te worden. Maar dat wordt het wel, door mensen die mij niet kennen en mij zo nog meer in die afhankelijke rol duwen.

Al die pijn, vermoeidheid, te laat komen en niet gezien of juist als hulpbehoevend gezien worden, maakt dat ik echt strontchagrijnig word van zo’n conferentie. Terwijl de workshops en sprekers inhoudelijk misschien best interessant kunnen zijn.

Beste organisatie, aanpassen is echt niet zo moeilijk!

Ik zal heus niet vragen om alle oude, ontoegankelijke gebouwen plat te gooien. Als er voor die paar mensen zoveel sentimentele waarde aan hangt om per se op zo’n locatie een conferentie te organiseren, prima. Hier dan toch wat tips, die echt niet zo heel veel moeite of geld kosten:

  • Als je weet dat sommige zalen niet toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel of die slecht ter been zijn, neem dan zelf het initiatief om dat als opmerking aan te kunnen vinken op het inschrijfformulier. Dat ik te horen krijg dat ik dat zelf moet aangeven, zonder dat daar ruimte voor is op het inschrijfformulier, is natuurlijk een beetje de omgekeerde wereld. Had ik dat dan bij ‘dieetwensen’ aan moeten geven?
  • In het geval van liften (of invalidentoilet) die alleen met een sleutel werken: geef zo’n sleutel meteen bij de aanmeldbalie mee. Ik ben best bereid om iets als borg af te geven, veel liever dat dan om hulp moeten vragen. En ik denk dat ik niet de enige ben die daar zo over denkt.
  • Grote groepen mensen van eten en drinken moeten voorzien, is altijd lastig. Ik snap dat er in die gevallen (vrijwel altijd) voor een lopend buffet gekozen wordt. Maar als alleen al de drankjes op dienbladen rondgebracht worden, zou dat zoveel schelen. Ook voor mensen zonder beperkingen: hoef je niet twee keer in de rij te staan, of met een bord èn een glas door de mensenmassa te gaan. Maar ik heb ook bijeenkomsten meegemaakt waar zowel de hapjes als de drankjes rondgebracht werden, ideaal!
  • Ook de statafels snap ik, veel praktischer met grote groepen mensen. Maar let hierbij op de plaatsing van de tafels. Zorg voor genoeg ruimte tussen de tafels, zodat er nog steeds een looppad vrij is als er mensen om de tafels staan. En wissel statafels af met lage tafels met stoelen of losse banken. Stop de lage zitjes niet ver weg in een hoek. Alleen maar drie kwartier ouwehoeren bij je vaste statafel met je vaste clubje, levert niet bijzonder veel op. Als het doel netwerken is, zorg dan voor een opdracht waarbij mensen letterlijk in beweging komen en iedereen gezien wordt.
  • Zorg dat de medewerkers die daarover gaan goed op de hoogte zijn van waar te parkeren en wat praktische routes zijn. Dus ook waar de gehandicaptenparkeerplaatsen zich bevinden. Die zijn er niet voor niets en kunnen iemand een hoop moeite besparen.
  • Op een onderwijsgerelateerde bijeenkomst is iemands aandoening of beperking niet handig om in een openingszin op te nemen. Mocht het gesprek toevallig zo lopen, prima. Het hoeft ook weer geen taboe te zijn. Maar zonder verdere kennismaking daarmee binnen te willen vallen… Nee, doe maar niet.

Dit artikel dekt lang niet alles als het gaat om toegankelijkheid bij conferenties. Het is vooral beschreven vanuit mijn oogpunt als rolstoelgebruiker. Voel je dan ook vrij om aanvullingen (al dan niet in de vorm van linkjes) in de reacties achter te laten. En delen mag uiteraard ook! Wie weet kan ik dan over nog drie jaar een heel ander verhaal vertellen.

En aan de organisaties die nu vreselijk op hun teentjes getrapt zijn vanwege al mijn kritiek: wees maar niet bang, dit is vooral een samenvatting van meerdere bijeenkomsten. Er zijn maar weinig organisaties die het op alle punten verprutsen.

Ik weet ook niet wat het de laatste tijd is. Het schrijven gaat gewoon even minder soepel dan voorheen. Of eigenlijk gaat het schrijven wel aardig, alleen ben ik er niet zo over uit of ik die schrijfsels wel online wil zetten. Of het wel interessant genoeg is. Er staat dus van alles als concept klaar, maar het afmaken en plaatsen wil even niet lukken.

En het is niet dat er hier niks gebeurt, er gebeurt genoeg! Van alles waar ik me druk om kan maken, of waar ik juist heel blij van word.

Voor vandaag dan maar even ongestructureerd wat zitten tikken, vooral om het maar even van me af te schrijven. En wie weet kom ik zo weer uit dat blogdipje!

Twitter herontdekt

Ik had (of heb nog steeds) twee accounts op Twitter: een persoonlijke en één voor mijn blog. Nu laat ik mijn persoonlijke account langzaamaan afsterven en wil ik die van mijn blog wat meer gaan gebruiken. Niet alleen voor het delen van mijn blogartikelen, maar ook om anderen te volgen, te reageren en te retweeten wat interessant is.

En dat is best leuk! Via via ontdek ik weer nieuwe mensen om te volgen, die weer interessante artikelen of opmerkingen delen. Ik vermaak me er wel mee.

Dus kom me gerust ook volgen en/of laat weten wie ik absoluut zou moeten volgen. Hier kun je me vinden: Salamistinkt

Daten met vriendinnen

Hier kan ik ook zoveel energie van krijgen, zelfs al levert het voor mijn lijf soms wat meer pijn op.

Met een vriendin naar een bandje geweest en daar ontzettend veel lol gehad. Al was het alleen al om de port die per se op moest voor we daar aankwamen en die dus in mijn thermosbeker meegenomen werd. Maar ook de band zelf met hun covers van de Beach Boys, echt geweldig van genoten.

En dan een etentje met vriendinnen die al jaren meegaan, maar waarvan de afstand tussen onze huizen steeds groter wordt. We hadden elkaar al een poos niet gezien, maar het was als vanouds, supergezellig!

Binnenkort heb ik weer een etentje met een groepje andere vriendinnen, die ken ik dan weer van de masteropleiding Leren & Innoveren. Ook dat is inmiddels een trouw clubje geworden en ik kijk ernaar uit om ze weer te zien.

Onderwijsgerelateerde events

Daar heb ik er de laatste tijd ook een aantal van gehad. De NOT, Meetup010, een borrel met het college van bestuur en alle andere docenten van onze organisatie die genomineerd waren voor leraar van het jaar Rotterdam en nog een diner pensant met collega’s van andere locaties en mensen uit het werkveld (kinderopvang).

Hele boeiende gesprekken gehad, waar ik zeker in mijn werk wat aan gehad heb. En het was ook alweer een poos geleden dat ik wat verder dan alleen mijn eigen locatie keek. Het is natuurlijk al een tijdje dat ik deels ziek gemeld ben en eerder had ik er niet de energie voor om dit soort dingen op te pakken. Ik heb het wel gemist en ben blij dat er weer ruimte voor is.

En toch… alles heeft een vreemde nasmaak

Zo kom ik weer bij dat blogdipje uit. Met al die verschillende groepen mensen waar ik contact mee heb of heb gehad, is er geen groep waar ik me voor de volle 100% bij voel passen. En op zich is dat prima, ze vullen elkaar aan en ik kan er halen of brengen wat ik wil.

Maar toch vind ik het lastig als anderen niet begrijpen wat ontoegankelijkheid met mij doet. Of dat ik het gevoel heb minder serieus genomen te worden, omdat ik maar zo weinig werk of zelfs omdat ik een rolstoel gebruik. En aan de andere kant voel ik me niet altijd passen bij de mensen die hier juist voor strijden, omdat niet altijd alles op mij van toepassing is. Ik werk nog, heb een rijk sociaal leven en kan mijn rol als ouder prima vervullen. Wat heb ik dan te klagen?

Ik hang er een beetje tussenin en moet hier weer even mijn draai in vinden. Komt vast goed, ik ben vast niet de enige die zich af en toe een buitenbeentje voelt.

Meteen een oproepje: overspoel me met van alles wat me uit dit dipje kan helpen!

staking onderwijs

Van 11 tot en met 15 maart voert het hele onderwijs actie. Goed onderwijs is nodig en daar heb je leraren voor nodig, waar juist steeds meer een tekort aan is. De actieweek wordt afgesloten met een staking op 15 maart.

Ik zie de noodzaak om actie te voeren, maar twijfel nog wat ik hierin kan betekenen. Wel of niet staken…

Waarom wel staken?

Alleen over het waarom wel zou je al hele artikelen kunnen vullen. Frans Droog en Michelle van Dijk deden dit al. Zij noemen heel veel goede argumenten, dus zeker even doorklikken en hun stuk lezen!

Wat voor mij belangrijk is:

  • Het zijn niet alleen de leraren die er last van hebben, ook de leerlingen en hun ouders. Leerlingen missen lesstof door lesuitval en zijn daardoor misschien minder goed voorbereid op hun vervolgopleiding of toekomstige beroep. Ouders moeten opvang regelen als de school kinderen naar huis stuurt bij gebrek aan leraren.
  • Onderwijs is de basis van de samenleving. Als dat niet op orde is, brokkelt de rest ook af.  Wanneer leerlingen/studenten klaar zijn met school en het werkende leven in gaan, breidt het zich als een olievlek uit. Dan kun je niet de lat steeds lager leggen en die beginnende beroepsbeoefenaars met een halflege rugzak het werkveld insturen. Of wat ook wel gebeurt: de lat hoger leggen, maar dit niet faciliteren in het onderwijs.
  • Het lerarentekort en daarbij de hoge werkdruk zijn problemen die al zo lang spelen en nog is er geen oplossing voor. Het werken in het onderwijs moet aantrekkelijker gemaakt worden, zodat meer mensen hiervoor willen kiezen en ook willen en kunnen blijven werken. Lagere werkdruk, een passend salaris en carrièreperspectief.

Waarom niet staken?

  • CNV doet niet mee aan de staking. Mijn werkgever en de mbo-raad staan ook niet achter de staking. Zij zien een staking als een uiterste middel, wat nu niet het moment is, omdat ze nog in onderhandeling zijn over de cao. Vind ik op zich een logische verklaring.
  • Ik heb nog steeds een zure nasmaak van de NOT waar onderwijsmensen niet om wisten te gaan met het feit dat ik in een rolstoel zit. Wil ik dan in een nog grotere mensenmassa met diezelfde mensen rondlopen?
  • Ik ben nog steeds deels ziek gemeld, wel al aardig aan het opbouwen. Maar dat kleine beetje dat ik lesgeef, is precies die vrijdag wanneer er ook gestaakt wordt. En precies aan die ene groep waar ik zelf hoge eisen aan stel qua aanwezigheid. Het voelt dan niet fijn om zelf niet op te komen dagen bij die les.
  • Dat opbouwen wil ik graag doorzetten. Een uitstapje naar Malieveld is fysiek gezien zo zwaar voor mij, dat ik daar zeker twee weken van moet herstellen en even niet kan opbouwen. Dat is het me niet waard. En thuiszitten tijdens het staken? Daar wil ik nu juist van af, voor mij voelt dat niet als staken en kan ik dan net zo goed wèl mijn werk doen.

En ja, dat zijn best persoonlijke redenen om niet te gaan staken, terwijl ik de redenen om wel te staken wel veel breder kan trekken dan alleen mijn eigen hachje. Maar hoe meer ik in mijn werk beperkt wordt door EDS, hoe minder ik gezien word. Ik voel de solidariteit niet, die juist zo nodig is bij een staking als deze. Als ik dan toch niet gezien word, waarom zou ik er dan moeite in stoppen?

Dus, overtuig mij: waarom zou ik wel of niet gaan staken op 15 maart?

dansrolstoel antikiepwielHet is amper bij te houden, elk jaar komen er weer nieuwe dagen van dit, weken van dat. Sommigen nationaal en anderen internationaal en die hoeven dan niet eens altijd op dezelfde dag te vallen.

En nu de maand oktober gestart is, lijkt het wel of het helemaal is losgebarsten.

De dag van…

Dat het op 4 oktober dierendag was, wist je vast al wel. Maar wist je ook dat het 5 oktober de dag van de leraar was? Dat was overigens tegelijk met de nationale ouderendag (terwijl er op 1 oktober dan weer een internationale dag voor ouderen was).

Op de dag van de leraar wordt er aandacht besteed aan het belang van onderwijs. Ook was er een verkiezing voor leraar van het jaar. Daar was ik wel voor genomineerd, maar ik had niet de illusie dat ik die ook zou winnen. Er was een onderwijsfestival met allerlei interessante sprekers en workshops, maar ik ben er helaas niet heen geweest. Wel heb ik een gebakje op mijn werk gekregen, net als alle andere docenten.

De week van…

Afgelopen week was door meerderen opgeëist. Het was de week van de toegankelijkheid, de week van de opvoeding en valpreventieweek. En niet te vergeten: de kinderboekenweek is inmiddels ook alweer gestart.

Ik heb het idee dat er steeds meer met de week van de toegankelijkheid gedaan wordt. Mag ook wel een keer, want zo toegankelijk is Nederland echt nog niet. Afgelopen woensdag was er bijvoorbeeld een testdag van Ongehinderd, waarbij overal in het land vrijetijdslocaties getest en in kaart gebracht werden. Op social media heb ik er van alles van voorbij zien komen, dus hopelijk heeft dit alles een positief effect gehad.

De week van de opvoeding is eerlijk gezegd een beetje langs me heen gegaan. En ergens vind ik dat wel jammer, zeker aangezien we op mijn werk studenten opleiden om in de kinderopvang of het basisonderwijs te gaan werken. Daar hadden we best wat meer mee kunnen doen.

De maand van…

Buy Nothing New maand is hier in Nederland volgens mij nog niet zo hot, alhoewel het idee erachter helemaal prima is. Dat zal vast een klein beetje komen doordat 1 oktober de kinderbijslag binnenkomt en het echt weer tijd wordt voor nieuwe winterjassen en degelijke schoenen. Maar op zich is het natuurlijk een mooi streven om wat kritischer te kijken naar wat je allemaal koopt en of dit ook niet wat duurzamer kan.

Dan hebben we nog Stoptober, waarbij verschillende organisaties mensen aanmoedigen om te stoppen met roken. Ook een heel goed initiatief, want inmiddels weet iedereen wel dat roken niet goed voor je is. En met wat steun van anderen, wordt het stoppen vast net iets makkelijker.

Pink Ribbon vraagt deze maand ook aandacht voor borstkanker. En ik mag hopen dat mensen inmiddels snappen dat niemand blij wordt van vage statussen op je social media te plaatsen. Maar er wordt genoeg georganiseerd waar men wel wat aan heeft. Bijvoorbeeld acties om geld in te zamelen voor meer onderzoek.

Last but nog least is er ook nog Dysautonomie Awareness maand. Hier zie ik vooral veel van bij mijn wat meer internationaal georiënteerde EDS-lotgenoten. Ik weet eigenlijk niet zo goed of er ook Nederlandse organisaties zijn die hier aandacht aan geven. Ja, in ieder geval op de website van Dit is POTS. POTS is één van de meest voorkomende vormen van dysautonomie.

Bij dysautonomie werkt het autonoom zenuwstelsel niet zoals zou moeten, waardoor hartslag, bloeddruk, ademhaling, vertering, temperatuurregeling, enzovoort niet werkt zoals zou moeten. Bij EDS komt het geregeld voor.

Wil je geen dag missen? Check dan ook Issuekalender of Wereld Feesten Almanak.

kwaliteitenAls zowel het huiswerk van mijn revalidatiearts als dat van een onderzoek waar ik aan meedoe over vrijwel hetzelfde gaan, kan ik er net zo goed een artikel aan wijden! Dus hier komen ze dan, mijn sterkte en zwakke punten.

Sterkte karaktereigenschappen

Bij dat onderzoek waar ik aan meedoe, krijg ik vragenlijsten en opdrachten. Eén van die opdrachten was het invullen van een vragenlijst over je sterke karaktereigenschappen van VIA, Institute on Character. Hier moet je wel even een account aanmaken, maar het is verder wel gratis. Voordeel is dat je ook de taal kunt instellen. Als je bij 120 stellingen moet aangeven wat wel of niet bij je past, is dat wel net iets makkelijker in het Nederlands.

Je krijgt dan 24 karaktereigenschappen in een bepaalde volgorde. Bovenaan degene die het beste bij jou passen en onderaan die het minst bij je passen. Bij mij staan ze in deze volgorde:

  1. Eerlijk, oprecht en authentiek
  2. IJverig en een echte doorzetter
  3. Creatief, origineel en vindingrijk
  4. Moed en onverschrokkenheid
  5. Kritisch denker, objectief oordeel en onpartijdig
  6. Vermogen lief te hebben en zich te laten liefhebben
  7. Nieuwsgierig en belangstelling voor de wereld
  8. Eerlijk en rechtvaardig
  9. Levenswijs en een goed inzicht
  10. Hoopvol en optimistisch
  11. Teamwerker en loyaal aan de groep
  12. Vergevingsgezind en barmhartig
  13. Dankbaar
  14. Vriendelijk en gul
  15. Leergierig
  16. Leiderschap
  17. Sociale intelligentie
  18. Vrolijk en humoristisch
  19. Enthousiast, energiek en levenslustig
  20. Zelfbeheersing en discipline
  21. Waarderen van schoonheid en uitblinken
  22. Voorzichtigheid, zorgvuldigheid en discretie
  23. Bescheiden en nederig
  24. Spiritualiteit, zingeving en geloof

Bij die test staan ze natuurlijk nog wat meer toegelicht, maar op zich vond ik het zo ook al duidelijk en kon ik me erin vinden.

Kwaliteiten in mijn werk

Al ben ik niet verder dan een nominatie gekomen voor leraar van het jaar, die nominatie op zich was al een mooi compliment waar een paar van mijn kwaliteiten in omschreven werden:

‘Ze is een docent met een echte persoonlijkheid. Ze weet van allerlei werkplekken voorbeelden te noemen, zodat de klas zich de praktijk kan voorstellen. Positieve relatie met de klas, duidelijke grenzen wanneer het moet. Bovendien is ze een rolmodel omdat ze laat zien hoe je ook met een beperking kunt werken, met zo veel inspiratie en kennisoverdracht.’

Van mijn collega’s had ik vorig schooljaar wat post-its met complimenten op mijn rug geplakt gekregen tijdens een studiedag. Daarin werden punten genoemd als: zorgvuldig, gestructureerd, behulpzaam, vriendelijk, duidelijk.

En eigenlijk kan ik me wel vinden in wat anderen over me zeggen. Ik werk gestructureerd en kan mijn verantwoordelijkheid nemen, heb ook geen moeite om collega’s hierin aan te sturen. Wat betreft de examinering heb ik het overzicht in wat er komt en hoe het moet gebeuren, kan hier ook duidelijk uitleg en instructies over geven. Als iets niet loopt zoals zou moeten, ga ik ervoor om het probleem op te lossen.

Op dit moment doe ik er niet veel mee, maar het ontwikkelen van onderwijs en lessen is ook iets wat ik graag (en goed) doe. Mijn kennis en werkervaring van het werkveld waar ik mijn studenten voor opleid en wat ik geleerd heb tijdens mijn masteropleiding Leren & Innoveren, kan ik daar mooi bij gebruiken.

En ja, dat bescheidenheid niet bovenaan staat bij mijn sterke karaktereigenschappen is nu wel duidelijk geworden. 😉

Zwakke punten

Voordat mensen me nu spontaan gaan uitnodigen voor sollicitatiegesprekken, ik heb toch ook nog wel een paar zwakke puntjes…

  • Lange werkdagen zijn niet haalbaar. Op dit moment werk ik vier dagen van drie uur, maar hoop dit wel weer op te kunnen bouwen naar vier keer zes uur.
  • Reizen naar mijn werk is ook wel een dingetje. Nu ik in mijn eigen woonplaats werk, ben ik met de auto in vijf minuten op mijn werk. Met de scooter in tien minuten en met de fiets in twintig minuten. Dat is goed te doen, maar een half uur met de auto vind ik toch wel de max als het gaat om mijn werk. Filerijden is ook niet te doen als ik dit dagelijks moet doen om op mijn werk te komen.
  • Doordat ik maar korte dagen kan werken, is het lastig om bijscholing te volgen.
  • En binnen mijn korte werkdag kan ik maar maximaal twee lesuur lesgeven. Of eigenlijk op dit moment zelfs dat nog niet.
  • Alhoewel ik weet wat wel of niet goed is voor mijn lijf, vind ik het lastig om binnen die grenzen te blijven. Bijvoorbeeld om echt pauze te nemen, op tijd naar huis te gaan, thuis niet meer mijn mail te openen. Als iemand met een vraag komt, of als ik iets fout zie lopen, wil ik het gewoon graag oplossen. Het dan uit handen geven, vind ik erg lastig, want ik wil graag dat het goed gebeurt.
  • De piekbelasting rondom de diplomering is daardoor echt killing. Er is dan zoveel wat geregeld moet worden en wat niet uitgesteld kan worden, hierdoor ga ik toch vaak over mijn grenzen. Dat merk ik aan mijn lijf en het herstel hiervan duurt lang.

En wat te doen met die kwaliteiten, rekening houdend met mijn zwakke punten?

Voor de zomervakantie had ik al een deadline met mezelf afgesproken. Ik ben nu voor 50% ziek gemeld en als er op 22 oktober nog geen verbetering is, meld ik me voor 100% ziek. Maar, het is nog niet zover en ik ben voorzichtig aan wat positiever.

Tot nu toe lukt het me aardig om na een kort ochtendje werken de deur achter me dicht te trekken en thuis echt mijn rust te pakken. Ik heb het ook echt nog nodig, de zomervakantie was nog niet genoeg en daarna kon ik gerust na drie uur werken weer twee uur plat liggen om ervan bij te komen. Nu lijkt dat iets beter te gaan. Alleen zodra ik ook maar iets langer heb gewerkt, of voor de klas heb gestaan, dan ben ik weer terug bij af. Opbouwen zit er dus nog even niet in.

Maar ik zie wel nog steeds mogelijkheden. Het meesjouwen van mijn rolstoel in de auto en steeds over moeten stappen van trippelstoel naar rolstoel en terug, zijn wel echt energievreters. Als ik een goede stoel zou hebben waar ik mee achter mijn bureau kan werken, me kan verplaatsen in het gebouw en mee kan lesgeven, zou me dat veel schelen. Dus daar ga ik nu maar eens actie op zetten.

En verder gewoon maar heel erg goed op mijn grenzen blijven letten. Echt. Al is het alleen al omdat mijn team niet zonder me kan, haha!

 

agenda schoolagenda

Het nieuwe schooljaar is ook hier al begonnen, maar het voelt nog niet zo. Het is gewoon nog niet helemaal goed opgestart, er mist iets… Een agenda! Hier in huis heeft gewoon nog niemand een schoolagenda aangeschaft.

Schoolagenda = overbodig

Vroeger kon ik altijd wel genieten van zo’n dagje shoppen voor schoolspullen met mijn moeder. Nieuwe pennen, etui, schriften, kaftpapier en een hippe agenda. En zeker die agenda, want daarmee liet je aan je klasgenoten zien of je een beetje op de hoogte van de trends was. Dus die moest zorgvuldig gekozen worden.

Maar helaas is dat een traditie die ik niet meer met mijn dochter in ere houd. Tegenwoordig heb je van die rekbare stoffen kaften, die gaan wel een paar schooljaren mee. En voor die paar boeken die wel gekaft moeten worden, gaat ze zelf even heen en weer naar de Action. Meteen wat schriften en pennen mee en klaar. Want een schoolagenda, die is toch helemaal niet meer nodig?

Al het huiswerk wordt tegenwoordig digitaal door leerkrachten bijgehouden, dus een agenda is blijkbaar niet meer nodig in het voortgezet onderwijs. Een beetje jammer vind ik dat wel.

Zelf ook nog geen nieuwe agenda…

Normaal houd ik dus wel van die tradities in stand houden. Nieuw schooljaar, nieuwe agenda. Het oude schooljaar met bijbehorende klassen en lessen kan de kast in en met de nieuwe agenda kan weer met een schone lei begonnen worden.

Maar… er komen geen nieuwe klassen meer die ik nu ga begeleiden of les ga geven. En stiekem wil ik dus gewoon nog even blijven vasthouden aan vorig schooljaar. Want dit schooljaar heeft maar een rare start zo zonder eigen klas.

En wat die agenda betreft kan dat ook gewoon, want ik heb er één van Moleskine en die gaat gewoon anderhalf jaar mee. Een hele toffe van Alice in Wonderland ook nog eens. Dus ik stel die frisse, nieuwe start gewoon nog even uit tot ik echt een nieuwe agenda nodig heb.

En gewoon omdat het leuk is: toch even gluren naar agenda’s

  • Zelf ben ik jarenlang voor dezelfde agenda gegaan: één met een spiraal waar je zelf kaartjes of foto’s in kon doen. Kon ik leuk foto’s van de kinderen in doen enzo. Deze agenda’s heb je nog steeds, bijvoorbeeld met leuke tekstkaartjes erin.
  • Een gezinsplanner hebben we hier ook in de woonkamer hangen. Als de kinderen dan toch geen schoolagenda meer nodig hebben, dan hebben we hier tenminste iets van overzicht van wie wanneer waarheen moet. Je hebt ze met plaatjes of waar je foto’s van de gezinsleden in kunt schuiven, maar ik kwam nu een stoere zwarte tegen. Hier zitten ook gekleurde en witte stiften bij, zodat de tekst op de zwarte ondergrond goed leesbaar is.
  • Moleskine is nu de laatste twee jaar mijn favoriet. Vooral omdat de indeling zo praktisch is: links de dagen van de week, rechts ruimte voor je to-do-lijstje. Je hebt ze in effen varianten, maar ik vind ze met een print erop net iets leuker. Zoals die van Harry Potter.
  • Als je net als ik bullet journals wel leuk, maar teveel werk vindt, is de agenda van Zoedt wel een leuke. De basics die je nodig hebt van een agenda zitten erin, maar er is genoeg ruimte voor je eigen creativiteit.
  • En weet je nog dat je vroeger altijd leuke teksten in elkaars schoolagenda schreef? Met een Loesje agenda heb je bij elke week een zo’n tekst. Of als je van net wat andere teksten houdt, er is er ook zo één van Rumag.
  • Mooie plaatjes hou ik ook wel van. Ik ben dan ook erg benieuwd of er in de Outlander agenda bij elke week een foto uit de serie zit. Heel erg veel schrijfruimte heeft deze agenda niet, het is er dus echt één voor de dromers. 😉
  • Als je voor elke dag (en dus ook de zaterdag en zondag) evenveel schrijfruimte nodig hebt, zijn de agenda’s van Peter Pauper erg geschikt. En nog steeds met een mooie kaft, zoals een bloesem.
  • De laatste in het rijtje is een organizer. Handig voor als je je agenda net zo vaak bij je moet hebben als je pasjes en dergelijken. Zo heb je gewoon alles bij de hand.

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

stage activiteitencentrumGisteren hadden we een studiedag. Niet alleen ons team, maar nog meer teams in onze branche, in totaal zo’n 150 mensen. En dit keer was het geen gewone studiedag. Iedereen kreeg als verrassing een brief met een adres waar ze die dag stage zouden gaan lopen. Ik mocht een dagje meedraaien op een activiteitencentrum, anderen gingen de kinderopvang in of naar een basisschool.

De bedoeling hiervan was dat we als docenten en onderwijsondersteunend personeel in het werkveld input zouden ophalen om het onderwijs uiteindelijk nog beter te kunnen maken.

Mijn stageplek: activiteitencentrum Kogge

Toen ik mijn brief met adres kreeg, herkende ik de naam van de stichting wel. Ik dacht dat deze stichting vooral gericht was op het ondersteunen van mensen met een verstandelijke beperking, maar dat gaat dus nog veel breder. Het activiteitencentrum waar ik een dagje mee mocht draaien, is gericht op mensen met NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel). Dat is voor mij een doelgroep waar ik geen ervaring mee heb, dus ik was erg benieuwd.

De locatie zelf bestaat nog maar een paar jaar en dat was te zien. Alles zag er mooi, nieuw en lekker ruim uit. Vooral de sportzaal en computerruimte maakten indruk. Die had ik echt niet in de tijd dat ik in de dagbesteding werkte.

Ik vond het niet heel erg gepast om de cliënten te bevragen wat er precies ‘mis’ met ze was en waarom ze daar kwamen. Maar de indruk die ik van de groep kreeg, is dat het een erg diverse groep is. Onder andere met beperkingen op fysiek of visueel vlak of geheugen. Soms valt dat in eerste instantie niet eens zo op. Maar na een rondje met een bal overgooien en namen benoemen, zie je dan dat het onthouden van namen niet iedereen zo makkelijk afgaat. Mij ging het gooien overigens niet zo goed af, haha!

Verder viel me op dat het dagprogramma een stuk minder strak gestructureerd verliep dan wat ik gewend was vanuit de dagbesteding voor verstandelijk gehandicapten. De ene activiteit liep als vanzelf over in de anderen en cliënten gingen hierin hun eigen weg. Niet dat er geen structuur was, die was er zeker wel. Cliënten wisten wat er zou komen en wat er van ze verwacht werd. Maar dus geen picto’s of liedjes waar juf Ank jaloers op zou zijn.

Lesstof op de werkvloer

Hierbij moet ik wel zeggen dat ik op dit moment geen les geef aan de opleidingen binnen Maatschappelijke Zorg. Maar met de examens zie ik wel het één en ander voorbij komen aan wat studenten moeten kunnen en kennen voordat ze als (persoonlijk) begeleider aan de slag kunnen.

Het opstellen, uitvoeren en evalueren van een ondersteuningsplan is iets wat in de opleiding aan bod komt en waar ze op dit activiteitencentrum ook mee werken. Bij deze doelgroep is het zeker zinvol om doelgericht aan het werk te gaan op deze manier. En dat kan dan variëren van weer leren omgaan met een computer tot het onderhouden van sociale contacten.

Alles rondom het samenwerken en overleggen komt in de hele opleiding naar voren. En op de werkvloer zie je ook dat ze continu aan het afstemmen zijn. Wie welke activiteit aanbiedt, wie welke cliënt ondersteunt in ADL, overleggen met andere instanties, enzovoort.

Vanuit hun visie streven ze naar een eigen regie van cliënten. Daarbij kom je dan wel (ethische) dilemma’s tegen wanneer je als begeleider wel of niet ingrijpt. Laat je ze hun ideeën vanuit de cliëntenraad helemaal zelf uitvoeren, of blijf je dit toch nog een beetje aansturen? Dit soort dilemma’s hoor ik ook van mijn studenten terug.

Nieuwe ontwikkelingen, nieuwe input voor lesstof?

De gemeente bepaalt tegenwoordig de indicaties voor dagbesteding, wie recht heeft op hoeveel dagdelen en waar. Daardoor komt er bij activiteitencentrum Kogge ook steeds meer een mix van doelgroepen. Psychische problematiek komt bijvoorbeeld nu meer naar voren. Die mix vraagt om aanpassingen in de begeleiding.

Daarnaast is het coördineren van vrijwilligers en stagiaires een groot onderdeel van de taak van een persoonlijk begeleider, net als andere neventaken. Er komt veel meer bij kijken dan alleen maar op de groep staan.

Zo is ook het contact met mantelzorgers veranderd in de loop van de jaren. Het is dan een zoektocht hoe begeleiders hiermee omgaan en wat hun rol hierin is.

En met het vooropstellen van de eigen regie van cliënten, betekent dat praktisch bijvoorbeeld dat zij de rapportages ook mogen lezen. Een begeleider moet dan dus niet alleen rapporten op kunnen stellen voor andere instanties en deskundigen, maar dit ook begrijpelijk over kunnen brengen naar cliënten.

Alles bij elkaar vind ik het nogal wat voor onze mbo-studenten die in de toekomst hier aan de slag zouden kunnen. Maar ook in hun stage wordt er al veel van ze verwacht. Zeker wanneer ik het vergelijk met de verantwoordelijkheden van een pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf of een onderwijsassistent op de basisschool, zie ik een groot verschil hierin.

Wanneer heb jij voor het laatst stage gelopen? En waarin kan de opleiding nog meer leren van de praktijk?

Eén van de onderwerpen in mijn lessen, is het geven van feedback. Mijn studenten hebben dit nodig om nu in hun stage en straks in hun werk feedback te kunnen geven aan collega’s en kinderen of cliënten. Voor de kinderen of cliënten is de feedback nuttig om te leren en ontwikkelen. En het geven van feedback aan collega’s is nodig om goed te kunnen samenwerken. Je maakt de ander bewust van zijn of haar gedrag en kunt hiermee ook je grenzen aangeven.

Johari venster feedback

Johari-venster

Het schema wat je hierboven ziet, wordt ook wel het Johari-venster genoemd. Dit venster wordt gebruikt om zicht te krijgen over de communicatie en hoe je feedback hierbij kunt inzetten.

Het gebied waar openheid over is, is datgene waar je naar wil streven in de communicatie. Het is zowel voor jou bekend als voor de ander, dat werkt een stuk gemakkelijker.

Wanneer iets onbekend aan de ander is, maar wel bekend aan jou, spreken we van een verborgen gebied of geheim. Dit hoeft de samenwerking niet altijd in de weg te staan, maar je snapt dat dit gebied beter niet al te groot moet zijn. Het is bijvoorbeeld niet handig om verborgen te houden dat je een bepaalde taak niet begrijpt. Maar dat je in je vrije tijd naar de vreselijkste tv-programma’s kijkt, mag je best voor jezelf houden.

Dan is er ook nog een gebied dat zowel voor jou als de ander onbekend is. Door te experimenteren ontdek je wellicht meer in dit gebied en zal het kleiner worden. Misschien heb je wel kwaliteiten die je nog niet ontdekt hebt.

Tot slot is er de blinde vlek, die wel voor anderen zichtbaar is, maar voor jou niet. En daar komt de feedback om de hoek kijken. Want wanneer je feedback krijgt over je blinde vlek, geeft dit je meer inzicht en zal dit gebied kleiner worden.

Ik-boodschap + 4G

Vanuit de Gordonmethode is het idee dat je feedback geeft, zonder te oordelen. Dat doe je door middel van de ik-boodschap.
Wanneer studenten hier voor het eerst mee oefenen, denken ze nog weleens dat elke boodschap die met ‘ik’ begint, een ik-boodschap is. Zo werkt het niet helemaal. Want ‘Ik vind dat je stom bezig bent’ komt nog steeds net zo hard over als ‘Jij bent stom bezig’.

Samen met die ik-boodschap kun je 4G als ezelsbruggetje gebruiken om feedback te geven: je benoemt het gedrag van de ander, het gevoel wat dat bij jou teweegbracht, het gevolg van dat gedrag en het gewenste gedrag wat je graag wil zien. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je met je telefoon bezig bent, dat geeft mij het gevoel dat je niet geïnteresseerd bent in de les, maar straks weet je niet wat je moet doen. Ik heb liever dat je je telefoon weglegt en oplet bij de uitleg.’

Feed-up, feedback en feedforward

Als je (als docent, maar vast in meerdere situaties toe te passen) effectieve, procesgerichte feedback wil geven, zijn er een paar stappen die je eraan toe kunt voegen.

Allereerst is er de feed-up. Hier start je mee al voordat de ander iets moet uitvoeren. Je legt het doel of de verwachtingen uit, zodat duidelijk is waarnaartoe gewerkt wordt.

Bij het geven van feedback (liefst ook tussentijds) geef je niet alleen een compliment of juist afkeuring. Door vragen te stellen laat je de ander verder denken of het alsnog zelf oplossen.

Feedforward bevat de instructie die nog nodig is om het uiteindelijke doel te behalen.

Tips bij het geven van feedback

Het lesboek wat ik in mijn lessen gebruik, geeft een paar enorme lijsten met tips. Die zijn grotendeels vanzelfsprekend, maar er zit ook veel overlap in. En omdat al die lange lijsten niet meewerken aan het makkelijk onthouden ervan, heb ik hier in het kort de belangrijkste tips:

  • Richt de feedback op het gedrag of de taak, niet op de persoon.
  • Doseer de feedback: teveel verbeterpunten in één keer benoemen kan juist averechts werken.
  • Wacht niet te lang met feedback. Ouwe koeien uit de sloot halen, heeft niemand iets aan.
  • Wees kort en concreet in wat je wil zeggen.
  • Geef de ander ruimte om te reageren.

En soms… kan je beter niet teveel aantrekken van die methodes, regels en tips

Het ligt heel erg aan de situatie hoe je je feedback formuleert. Natuurlijk is het verstandig om het goed aan te pakken als het gaat om het samenwerken met collega’s.

Maar als je ziet dat één van de peuters van jouw groep wil oversteken terwijl er een auto aankomt, dan heb je geen tijd voor een uitgebreide ik-boodschap. ‘STOP!’ is dan genoeg.

En denk je echt dat ik mijn studenten zo netjes aanspreek als ik ze voor de zoveelste keer met een telefoon zie? Nee hoor, dan is het ook gewoon: ‘Weg met die telefoon!’  En soms is het voldoende om met humor of een blik de ander op zijn of haar gedrag te wijzen. De hele tijd politieagentje spelen, word je ook niet vrolijk van.

Daarnaast zijn we allemaal ook maar mensen. En dus heb ik ook weleens (niet zo handig) een collega aangesproken op zijn te laat komen, waar een hele klas bij was. Zonder ik-boodschap. En ik weet niet meer helemaal zeker of ik het alleen maar gedacht heb, of ook hardop heb gezegd, maar de woorden ‘pleur op’ komen regelmatig in me op wanneer studenten ontzettend slordig met hun examens omgaan.

Kom maar op met die feedback!

Een leuke tool die je kunt gebruiken als je niet bang bent voor kritiek, zijn websites waar mensen anoniem feedback over jou kunnen droppen. Hier moet je dan wel anderen voor uitnodigen en vervolgens kun je zelf bepalen wat je wel of niet openbaar zet.

Bij deze wil ik jullie dus uitnodigen om mij van feedback te voorzien! En wees maar niet bang, ik kan wel wat hebben hoor. 😉

Vind je het oersaai als ik hier over mijn werk aan het praten ben? Lees je liever over hoe EDS mijn leven verziekt? (Dat is namelijk wel een beetje wat de bezoekersaantallen zeggen…) Of vind je de afwisseling hier juist verfrissend? Roept u maar!

 

Vorig jaar heb ik me verdiept in het verbeteren van het verantwoordelijkheidsgevoel en zelfregulering bij studenten, zodat de examinering efficiënter zou verlopen. Hoewel het steeds beter gaat, blijven er struikelblokken die ik nog meer aan zou willen pakken.

Dit jaar wilde ik hierop doorgaan en een methode gebruiken waar ik tijdens mijn masteropleiding Leren & Innoveren al mee had kennisgemaakt: systeemdenken. Nu dan iets meer gericht op ons als team, in plaats van de studenten.

Wat is systeemdenken?

Er zullen vast meerdere beschrijvingen en methodes zijn, maar ik ben ermee aan de slag gegaan zoals het beschreven is in het boek ‘Systeemdenken, van goed bedoeld naar goed gedaan’ van Schaveling, Bryan en Goodman. Peter Sneijders heeft hier ook een informatief artikel over geschreven.


In dat boek wordt systeemdenken omschreven als een methode om zicht te krijgen op de complexiteit in organisaties. Zo’n organisatie bestaat uit patronen, waar je je misschien niet heel bewust van bent, maar waar je behoorlijk vast in kunt zitten.

Door systeemdenken toe te passen, worden die patronen zichtbaar en kun je loskomen van de standaard oplossing die niet meer werkt en dieper naar de oorzaak en gevolgen kijken. Om uiteindelijk dan ook die oorzaak goed aan te kunnen pakken en uit het vastgeroeste patroon te kunnen stappen. Hiervoor is een stappenplan beschreven van zeven stappen om systeemdenken toe te passen.

In dit artikel wil ik jullie meenemen in de stappen die ik tot nu toe uitgewerkt heb. Wel ietsje ingekort, om het wat leesbaarder te houden. En met de opmerking dat ik geen expert ben op het gebied van systeemdenken, dus mijn uitwerking zal vast hier en daar voor verbetering vatbaar zijn.

Stap 1: Beschrijf de incidenten of gebeurtenissen

Er is soms onduidelijkheid bij de studenten over de verwachtingen wat betreft de inhoud van de examens en de wijze waarop formulieren ingevuld dienen te worden. Ze ervaren daarnaast de uitleg van examens door docenten of slb’ers (studieloopbaanbegeleiders) als verschillend, wat tot vragen leidt.

Al die onduidelijkheid leidt ertoe dat examens onnodig op de verkeerde manier ingeleverd worden en dat levert de slb’ers en examenleider extra werk op.

Stap 2: Beschrijf het verloop van de incidenten in de tijd in grafieken

grafiek systeemdenkenOp het moment dat slb’ers en examenleider bij individuele vragen of problemen het uit handen nemen bij de student, is het voor studenten nog niet altijd duidelijk wat nu de juiste aanpak is volgens de procedures. Hoe vaker een quick fix wordt toegepast, hoe meer studenten ervan uitgaan dat het wel voor hen opgelost wordt en hoe vaker die quick fix nodig is. Het zelfoplossend vermogen van studenten gaat naar beneden, omdat het al voor hun opgelost wordt.

De vragen of onduidelijkheden van studenten gaan hierbij vaak om:

  • wat precies inhoudelijk de eisen bij een examen zijn
  • welke formulieren toegevoegd moeten worden en hoe deze ingevuld moeten worden

Stap 3: Formuleer de scope en richtinggevende vraag

De scope is hierbij beperkt tot het eigen team, omdat hier de meeste invloed op uitgeoefend kan worden.

De richtinggevende vraag hierbij is:

Waarom blijken de procedures rondom examinering onduidelijk te zijn voor studenten, ondanks vele uitleg en instructie door docenten, slb’ers en examenleider, terwijl duidelijkheid rondom deze procedures van belang is voor studenten om te kunnen slagen?

Stap 4: Identificeer de patronen die mogelijk ten grondslag liggen aan de incidenten

De patronen die hierbij mogelijk ten grondslag liggen, zijn te herkennen in het archetype symptoombestrijding (shifting the burden). Bij dit archetype wordt een probleemsymptoom verholpen, zonder dat het onderliggende probleem wordt aangepakt. Het symptoom blijft aanhouden en vergt steeds meer bestrijding om het onder controle te houden. Door het beslag dat symptoombestrijding legt, wordt de diepere oorzaak niet aangepakt. Het systeem raakt verslaafd aan symptoombestrijding.

loops systeemdenken

De bovenste loop laat de quick fix zien, welke op korte termijn het probleem oplost. Door individueel een student uitleg te geven of te helpen, wordt de vraag weggenomen bij die ene student.  

De onderste loop corrigeert de diepere oorzaak. Wanneer de procedures correct en eenduidig zijn uitgelegd aan alle studenten, neemt dit vragen en onduidelijkheden weg. Hierbij zit er een vertraging in het systeem, doordat studenten bijvoorbeeld niet allemaal aanwezig zijn op het moment dat er een uitleg is.  

De quick fix heeft een versterkende looprelatie met de diepere oorzaak. Hoe meer er individueel bijgesprongen wordt wanneer studenten ergens tegenaan lopen, hoe meer verschillen er in de aanpak van docenten zitten. Dit hindert de eenduidige uitleg/aanpak. 

Het verhelpen van individuele vragen wordt zo dominant, dat het er niet van komt om te werken aan de structurele oplossing, omdat die een tijdsvertraging heeft.

Stap 5: Ga op zoek naar drijvende krachten 

 Dominante mentale modellen in deze situatie kunnen zijn: 

  • Laat de student het dan maar even op deze manier inleveren, ik maak het verder wel in orde, zodat het op tijd ingeleverd is. 
  • Liever ingeleverd en onvoldoende, dan helemaal niets ingeleverd. Dan maar de feedback bij de beoordeling afwachten om weer te kunnen verbeteren. 
  • Als het nu niet meegenomen wordt in de beoordeling, hebben we er straks bij de herkansing nog meer werk aan.

Reflectievragen om de drijvende krachten in beeld te krijgen, zijn: 

  • Persoonlijk meesterschap: Hoe heb ik als examenleider bijgedragen aan het uit handen nemen van het probleem van de studenten, wanneer deze niet volgens de examenprocedure weten te handelen? 
  • Teamleren/groepsdynamiek: Welk belang hebben slb’ers en docenten bij het op hun eigen manier uitleggen/handhaven van procedures rondom examinering? 
  • Systeemscope: Komt dit probleem ook bij andere teams voor? Hoe gaan andere teams hiermee om? Wat voor gevolgen heeft de huidige aanpak voor de branche? 
  • Mentale modellen: Waarom kiezen we steeds voor de snelle oplossing door op individuele problemen/vragen in te gaan, waardoor het complete plaatje alleen maar onduidelijker wordt voor studenten? 
  • Gedeelde visie: Hoe dragen we met elkaar bij aan een duidelijk en overzichtelijk geheel van procedures? 

Wordt vervolgd….

Stap 6: Plan een interventie

Stap 7: Review de resultaten en het proces

In stap 1 heb ik input gehad van studenten en collega’s. Bij stap 5 heb ik dit ook nog nodig, om weer verder te kunnen met stap 6. Hier ben ik dus gebleven met het uitwerken van de stappen.

Ik hoop binnenkort stap 5 verder in te kunnen vullen en stap 6 vorm te geven. Aan het eind van het schooljaar komt stap 7 pas aan bod, dus het zal nog wel even duren voor ik hier wat over te vertellen heb.

Ben jij bekend met systeemdenken?

Wat denk jij dat er hierbij als interventie ingezet kan worden om het probleem op te lossen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

werkplek trippelstoel swopperVolgens mij heb ik het al een paar keer geroepen: het wordt echt weer eens tijd voor een update wat betreft mijn werk. Hier en daar heb ik wel wat verteld over wat ik doe op mijn werk, maar niet hoe ik bezig ben om mijn werk aan te passen aan mijn beperkingen. En daarin heb ik best al wat slagen gemaakt.

Op zich was er al het één en ander aangepast aan mijn taken, maar erg tevreden was ik daar niet over. De taak als examenleider vond ik toch best pittig en gaf me weinig energie. Na een zoektocht naar wat ik dan wèl wilde, kwam ik toch weer terug bij af. Ik wil niet weg uit het mbo, maar (veel) voor de klas staan, lukt niet.

En alhoewel ik mijn werkdagen al iets had aangepast, lukte het toepassen van de salamitechniek nog niet geweldig. Maar inmiddels zijn er toch wel weer wat dingen veranderd.

Veranderingen ten opzichte van vorig schooljaar

  • In plaats van twee hele en twee halve dagen, werk ik nu vier dagen van zes uur. De woensdag ben ik nog steeds vrij, dus ik heb steeds maar twee korte werkdagen achter elkaar. Dat bevalt me eigenlijk heel goed. Natuurlijk is er weleens een dag dat ik wel langer moet blijven, vanwege een studiedag of bijeenkomst. Dat merk ik dan meteen aan mijn lijf, ben dan helemaal gesloopt. Maar zes uur is goed te doen. Als ik dan thuiskom, ga ik even liggen en kan ik daarna nog iets in huis doen of met de kinderen.
  • Ik sta iets minder voor de klas, zes lesuur per week in plaats van acht a tien. Dit is verdeeld over mijn werkdagen, dus heb ik één dag zonder lessen en de rest steeds een blok van twee lesuur per dag.
  • Voor het eerst sinds jaren ben ik geen studieloopbaanbegeleider van een klas. Dat scheelt zoveel, kan me een stuk beter focussen op mijn taak als examenleider.
  • We hebben (weer!) een nieuwe onderwijsleider, die er ook weer anders tegenaan kijkt. Ik mag steeds aangeven wat voor mij nodig is en zij houdt hier dan rekening mee. Ik vind dat best een luxe, maar tegelijkertijd lastig dit aan te geven. Het werk moet toch gedaan worden, is het niet door mij, dan wel door mijn collega’s. Toch is het erg fijn dat er zo wat afspraken gemaakt zijn. Zo beginnen mijn lessen niet voor 10.00 uur, zodat ik eerst wat van mijn taken als examenleider kan doen. En na de lunchpauze heb ik ook geen lessen, waardoor ik het laatste uur van mijn werkdag rustig kan afbouwen met bijvoorbeeld wat archiveerwerk.
  • Na een jaar als examenleider heb ik inmiddels ook wat meer routine in bepaalde taken. Dat scheelt een hoop ten opzichte van vorig jaar, waarbij ik regelmatig iets opnieuw moest doen of moest vragen hoe ik het moest doen.
  • In de loop van vorig schooljaar heb ik een dockingstation en groot beeldscherm gehad. Plus nog een scanner, zodat ik niet voor één blaadje inscannen heen en weer hoef te lopen naar het kopieerapparaat. En dit schooljaar kwam daar een in hoogte verstelbaar bureau bij. Mijn werkplek is dus een stuk ergonomischer geworden.
  • Tot slot nog iets wat niet zozeer met mijn werk te maken heeft, maar wel met mijn werkdag: Mijn jongste dochter heeft sinds dit schooljaar een continurooster tot 14.00 uur en komt zelf naar huis uit school. Ik hoef dus niet nog eens heen en weer naar de bso na mijn werk.

De effecten van die veranderingen

  • De kortere werkdagen zorgen ervoor dat ik meer energie overhoud aan het einde van de dag.
  • Dat mijn dochter alleen thuis is na school en we in principe tegelijkertijd ‘uit’ zijn, zorgt ervoor dat ik niet te lang blijf hangen op mijn werk. Het is voor mij een stok achter de deur, omdat ik weet dat ze zonder ouderlijk toezicht veel te veel naar haar Ipad zit te turen.
  • Minder lessen en dus ook minder lopen zorgt ervoor dat ik minder pijn heb. Alhoewel ik wel merk dat het lopen steeds slechter gaat.
  • Zelf zoveel mogelijk mijn werkdag indelen helpt me om dan ook zoveel mogelijk af te wisselen.
  • Meer routine zorgt voor meer rust in mijn hoofd. Dat is altijd fijn.

Zoals het nu gaat, ben ik best tevreden. Op deze manier zie ik het wel zitten om nog een flinke poos te kunnen blijven werken.

Het kan altijd beter

Er zijn nog steeds dagen dat ik helemaal kapot ben na die zes uurtjes. Daarnaast haal ik niet meer zoveel voldoening uit mijn werk als voorheen. Daar zou best nog wat meer balans in kunnen komen.

Ik wil gaan kijken hoe ik het vele lopen kan verminderen. De onderwijsleider stelde bijvoorbeeld voor om een paar taken aan een collega over te dragen. En ik wil het toch weer eens gaan proberen om mijn rolstoel mee te nemen. Maar dan wel als deze wat beter is afgestemd en ik er wat langer zonder pijn in kan zitten.

Maar als ik alleen maar in dat examenhok zit, voel ik me weer een beetje buiten het team staan. Al doe ik wel mijn best om elke pauze naar de docentenkamer te gaan, ik mis toch wel wat van wat er daar speelt.

Er is nog wel iets dat ik mis. Ik wil meer uit mijn werk kunnen halen dan ik nu doe. Dat is lastig met mijn kleine aanstelling die al grotendeels ingenomen wordt door mijn taak als examenleider. Dus een uitdaging om toch iets te vinden!