Berichten

30-Day-Blog-Challenge-NL-1

Bloggen en social media: voor mij kunnen die twee niet zonder elkaar. Alhoewel ik niet op alle kanalen even actief ben, komen mijn blogs grotendeels toch via social media bij mijn lezers terecht. Van elk artikel dat ik plaats, komt er automatisch een linkje op Facebook, Twitter, Bloglovin’, LinkedIn en Google+. Op die laatste twee gebeurt er verder niet veel, moet ik eerlijk zeggen. Ik krijg er bericht van als iemand heeft gereageerd via één van deze social media, dus zal ik ook een reactie teruggeven. Maar bij alles dagelijks de interactie opzoeken, daar is mijn leven iets te druk voor.

Vandaag dus zomaar een verdwaalde dag 22 van de 30 Day Blog Challenge van Hare Maristeit!

Twitter

Ik ben niet een heel actieve twitteraar. Op mijn eigen naam volg ik veel mensen die interessante dingen posten en om ze te onthouden, retweet ik ze. Vooral nieuws wat met mijn werk te maken heeft, dus als het over de kinderopvang of het onderwijs gaat. Soms kijk ik een paar keer in de week op Twitter, maar het gebeurt ook wel eens dat ik er weken niet gekeken heb.

Ik heb ook een Twitteraccount gekoppeld aan dit blog. Daar worden automatisch linkjes naar mijn blog geplaatst als er een nieuw artikel is. En ook hier volg ik mensen of organisaties die interessant zijn voor mijn blog. Ik probeer hier regelmatig naar te kijken om te zien wat er speelt.

pinterest salami stinktPinterest

Pinterest gebruik ik vooral als inspiratiebron, ik verzamel er plaatjes van mooie jurken, schoenen, enzovoort. Maar sinds kort post ik er ook af en toe iets van mijn blog, heb daar een paar verschillende mapjes voor gemaakt.

jacqueline_salamistinkt_fullInstagram

Jurkjes en yoga komt het meest voorbij op mijn Instagram, wat ook te zien is op mijn ‘Best nine’ van 2016.

Hier ben ik niet heel erg van de interactie, vooral van het plaatjes kijken (uiteraard van andere jurkjes en yogi’s) en hartjes uitdelen. Niet echt dagelijks, maar wel een paar keer per week. Ik volg ook een aantal chronisch zieken (of spoonies), vind het boeiend om te zien hoe hun leven eruit ziet, of in ieder geval wat ze daarvan delen.

Qua volgen en volgers ben ik hier wat internationaler ingesteld dan op andere sociale media, vandaar dat ik daar in het Engels schrijf. Grappig is dan wel dat mensen toch de moeite nemen om een kijkje te nemen op mijn blog en dit te vertalen naar het Engels.

Facebook

Tja, daar heb ik toch wel een lichte verslaving aan. Ik kijk dagelijks wel een keer of twee, drie wat er in mijn nieuwsoverzicht voorbij komt. Daarnaast zit ik in een paar (besloten) groepen met lotgenoten, bloggers of mama’s en loop ik regelmatig pagina’s langs die ik leuk vind en/of die een link hebben met mijn blog.

Mijn privéaccount hou ik zoveel mogelijk privé, voeg hier niet snel mensen aan toe. Maar daarnaast heb ik ook een pagina voor mijn blog, waar uiteraard iedereen welkom is. Ik vind het dan ook leuk om te zien dat daar behalve een clubje van mijn eigen vrienden, ook mensen die ik niet persoonlijk ken regelmatig komen buurten uit interesse voor mijn blog. En behalve mijn eigen blogartikelen deel ik hier ook wel eens een interessant blog van een ander, of een nieuwsartikel, of zomaar iets waar ik mee bezig ben en wat op een later moment in een artikel verwerkt wordt.

Bloglovin’

Dit medium zal vast vooral onder bloggers bekend zijn, maar als je graag blogs leest, is het superhandig om te gebruiken. Mijn favoriete blogs heb ik hier verzameld en elke dag kies ik wel een momentje om even te gaan lezen. En Salami stinkt kan hier nog wel wat volgers gebruiken!

Volg jij Salami stinkt al? Wat gebruik jij het meest aan social media?

30-Day-Blog-Challenge-NL-1

Ik denk dat dit wel weer de laatste is van de 30 Day Blog Challenge die ik van Hare Maristeit overgenomen heb. Of er moeten nog verzoekjes komen (mag je in de reacties hieronder achterlaten). Tot nu toe heb ik dag 1, 3, 5, 7, 11, 17, 21, 26 en 30 gehad. Vandaag komen dag 15 en 29 samen aan bod: wat ik vroeger wilde worden en mijn eerste baantje.

Wat ik vroeger wilde worden

Zo rond mijn veertiende had ik pas een idee van wat ik wilde worden. Daarvoor had ik vast ook wel dromen over een prinses of juf worden of zoiets, maar toen nog geen idee wat dat dan inhield. Maar ik was dus veertien, een tikkeltje eigenwijs en ik wist het zeker: ik wilde de jeugdhulpverlening in of het speciaal onderwijs.

Om dat te bereiken vond ik het niet zo nodig om vwo af te maken, want met een overgangsbewijs van 3 naar 4 vwo kon ik ook naar het mbo om Sociaal Pedagogisch Werk (SPW) te doen. Als mijn ouders dat echt niet goed hadden gevonden, was plan B om naar de havo te gaan en daarna Sociaal Pedagogische Hulpverlening te doen. Maar ik weet niet eens of ik ze dat ooit verteld heb. Misschien lezen ze dit nu pas en hebben ze spijt dat ze mij naar het mbo hebben laten gaan, haha!

Tijdens die opleiding SPW viel de stage in het speciaal onderwijs me best tegen. Als onderwijsassistent was je echt maar assistent en ik voelde me er niet zo thuis. Mijn tweede stage in een woonvoorziening voor verstandelijk gehandicapten was een schot in de roos. Hier was ik wel echt op mijn plek en ik zag me dit wel tot mijn pensioen doen. Mijn rustige, geduldige karakter deed het goed bij deze doelgroep. De cliënten voelden zich op hun gemak bij mij en andersom net zo goed.

Mijn eerste (losse) baantjes

De krantenwijk die ik van mijn zus overnam en het af en toe rondbrengen van tijdschriften, zag ik niet echt als een baantje. Wel een extra zakcentje, maar die 8 gulden per week zette niet echt zoden aan de dijk. Folders leverden wel wat meer op, maar die zaten toen nog niet allemaal bij elkaar in een stuk plastic, die moest je zelf invouwen. Wat een rotklus was dat.

Ik denk dat ik me rond mijn zeventiende inschreef bij het uitzendbureau voor vakantiebaantjes. Zo heb ik een schoonmaakbaantje gehad, een keer gesurveilleerd bij examens in een sporthal en in een winkel geholpen met het opmaken van de balans.

Toen ik bezig was met mijn scriptie, had ik meer tijd over om te werken en werd ik vaker gevraagd door het uitzendbureau. Achter een rubberknipmachine, steeds tien stapeltjes van tien plakjes rubber in een doos. Gehoorbeschermers op tegen de herrie, de muziek stond zo hard dat je die nog hoorde boven de herrie van de machines en dan nog daar bovenuit gillen om een gesprek te voeren met je collega’s. Alhoewel het werk niet zo uitdagend was, heb ik daar een erg leuke tijd gehad.

sleutels eerste baantje

Grote sleutelbossen doen me altijd weer denken aan mijn eerste baantje, waarbij ik ook altijd met een grote bos rondliep, omdat alles op slot zat.

Mijn eerste vaste baan

Nog voor ik mijn diploma had, solliciteerde ik bij de organisatie waar ik mijn laatste stage had gelopen. Ik werd aangenomen als oproepkracht en na drie maanden werd dat omgezet naar een vast contract van 32 uur als flexwerker.

Ik kan me die eerste keren werken als oproepkracht nog goed herinneren. Ochtenddienst op een groep meervoudig complex gehandicapten. De nachtdienst had vlak daarvoor een cliënt een hoogopgaand klysma gegeven. Toen ik die wilde douchen en aankleden, zat de stront van z’n enkels tot z’n nek. En er was een cliënt met een glazen oog, ik had geen idee hoe ik dat moest doen. De collega’s op de groep ernaast zullen vast gebaald hebben van mij, want het lukte me echt niet om alles in mijn eentje te doen. Ik mocht ook zelfs nog geen medicijnen geven, want ik had mijn diploma nog niet.

Maar toen ik een vast contract kreeg, werd ik tijdelijk ingezet op een kindergroep, totaal iets anders. Het gebouw was erg verouderd (bestaat nu ook niet meer). De meeste kindergroepen waren al naar een andere locatie verhuisd. Behalve deze groep, die een beetje tussen wal en schip viel. De woongroep bevond zich aan het einde van een paar lege gangen. Hier waren er geen deurkrukken, maar vierkante gaten waarbij je een sleutel als deurkruk moest gebruiken. De kinderen hier hadden best pittige gedragsproblemen. Slaan, knijpen, haren trekken, schoppen en smijten was hier aan de orde van de dag. Het was maar een groepje van vijf, maar met mijn zeventien jaar en nog maar net klaar met mijn opleiding, was dit niet te doen. Er waren nog geen vaste krachten op de groep en ik maakte soms wel 48 uur per week.

Wat veel indruk op me heeft gemaakt, was een keer toen ik een jongen probeerde te kalmeren in een kamer. Ik mocht hem niet alleen laten, maar ondertussen schreeuwde hij van alles naar de kinderen op de gang: ‘Jacqueline wurgt me, ze maakt me dood, help me!’ Je kan je voorstellen dat de andere kinderen ook aardig door het lint gingen.

Of de keer dat een jongen met de achterkant van een lepel de deuren openmaakte en ik achter hem aan moest. In die achtervolging kwamen we zelfs op het dak van de woonvoorziening terecht. Uiteindelijk kreeg ik hem in de ernaast gelegen woonwijk te pakken.

Op een gegeven moment kreeg ik een alarm om mijn nek mee als ik daar werkte. Dat duurde soms wel even voor er iemand was. Soms had ik het dan al zelf opgelost, of ik had me opgesloten in het kantoor. Pas toen ik na drie maanden op die groep overspannen wegging, bedachten ze dat je beter met z’n tweeën op die groep kon staan.

En daarna…

Daarna heb ik op verschillende woonvoorzieningen en vormen van dagbesteding gewerkt, met cliënten van verschillend niveau en met verschillende problematiek. Waar ik me het beste thuis voelde, was bij cliënten die veel begeleiding en verzorging nodig hadden. Dan had ik echt het gevoel dat ik aan het werk was. Vaak konden ze niet praten en was het voor mij een uitdaging om te begrijpen wat ze bedoelden.

Maar werken met agressieve cliënten is iets wat ik nooit meer zou willen. Nu werk ik inmiddels niet meer in de gehandicaptenzorg, maar in het onderwijs. En gelukkig vallen mijn af en toe boze studenten in het niets bij de agressie die ik in de gehandicaptenzorg tegenkwam. Inmiddels is er in de gehandicaptenzorg ook van alles veranderd. Mijn werkgever van toen is inmiddels de best presterende werkgever in haar branche. Ik denk ook niet dat ze tegenwoordig zo’n jong meisje op een groep met gedragsproblemen zullen zetten.

Wat was jouw eerste baantje? Werk je nog steeds in dezelfde sector?

Geïnspireerd door Lana’s naaiplannen voor de herfst, ben ik aan het shoppen gegaan voor een leuke retro herfstoutfit. Tja, dat klinkt weer lekker… Ik ga echt nog wel een herfstjurk naaien hoor! Eén van een mooie tricotstof met lange mouwen. Maar die mooie stof ben ik nog niet tegengekomen en ik heb de laatste maanden zo zuinig gedaan, dat ik het wel verdiend heb om met geld te smijten.

En met dit artikel kan ik meteen weer een dag afstrepen van de 30Day Blog Challenge van Hare Maristeit, dag 26!

Cherry Pop Pencil Skirt: een rok?!

Ik heb het altijd al gezegd: ik ben van de jurkjes. Broeken draag ik eigenlijk alleen om in te sporten, fietsen of dansen en rokken ben ik normaal gesproken niet zo’n fan van. In verhouding is mijn taille zoveel smaller dan mijn heupen, dat de tailleband vaak omhoog kruipt. Dat klinkt een stuk beter dan dat ik gewoon enorme heupen heb, toch?

Maar ik wilde het toch eens proberen. En een rok met een hoge taille zou toch niet zoveel omhoog kunnen kruipen?

De rok is van het merk Hell Bunny. Ik vind het altijd wel grappig om te zien dat het woord ‘Hell’ niet terug te vinden is op de website van Topvintage, maar wel in het label. Ik bestel er niet vaak, maar gluur al mee sinds ze nog niet zo groot waren. En om dan te zien dat ze toch vast blijven houden aan hun (christelijke) waarden, ondanks dat ze zo groot zijn geworden, vind ik wel wat hebben.

De maattabel van Topvintage vind ik erg fijn. Ze zetten er precies de maten in centimeters bij, niet dat het ongeveer overeenkomt met een maatje dit of dat. En op advies van die maattabel heb ik een L gekocht, ondanks mijn XL heupen.

De top kan in of over de rok. Voor mijn werk heb ik ‘m liever erover, denk ik.

Hell Bunny pencil skirt King Louie top herfstoutfit

Audrey Boatneck Cottonclub Top

Omdat ik dus bijna nooit rokken of broeken draag, heb ik ook niet veel tops. Dus dan deze er ook maar meteen bij, een mooie basic top van King Louie. De shirts die ik in de kast heb, zijn wat kwaliteit betreft misschien iets te basic om bij zo’n mooie rok te dragen. Mouwen die een beetje uitgelubberd zijn enzo… Dus hier heb ik hoge verwachtingen bij, hopelijk blijft deze lang mooi!

Debbie Check Dress

Vrouwen en doelgericht shoppen, dat gaat gewoon niet samen. Het doel was een herfstoutfit, geen zomerjurk die toevallig in de sale is! Maar… met een vestje erbij kan die prima de hele herfst en winter mee en kan ik ‘m ook gewoon naar mijn werk aan, toch? En zo is zo’n beetje de helft van mijn kledingkast gevuld: heel veel zomerjurkjes en heel veel vestjes en leggings. Maar ruitjes had ik nog niet. Of een pencil jurk met zakken. En hij was heel erg afgeprijsd. En ik heb nog niet eerder een jurkje van Glamour Bunny gekocht. Redenen genoeg, dacht ik zo.

Het is op de foto niet zo goed te zien (gelukkig!), maar je decolleté is erg zichtbaar in deze jurk. Vandaar dat ik er toch maar een hemdje onder aan heb getrokken.

herfstoutfit glamour bunny dress hell bunny cardigan

Paloma Cardigan

Voor bij het jurkje uiteraard. Ik heb voor een vestje gekozen wat hoog aansluit, zodat ik het jurkje ook naar mijn werk aan kan. Deze is ook van Hell Bunny, gewoon een fijn merk met niet teveel poespas en niet te duur, maar wel degelijke kwaliteit.

Het is lastig om van tevoren in te schatten of de kleur goed matcht met de kleur van de jurk. Maar ik ben erg tevreden over de kleur. De bolle knoopjes vind ik trouwens wel erg lastig in gebruik, maar misschien wordt dat nog soepeler als ik ‘m wat vaker gedragen heb.

Mijn favoriete herfstoutfit

Tja, en welke outfit is nu mijn favoriet? Allebei zijn ze niet zo geschikt om mee op mijn fiets te stappen. Maar in de herfst regent het toch vaker, dus wat dat betreft zijn het prima herfstoutfits. De rolstoeltest hebben ze ook allebei overleefd. Een pencil jurk of rok zit best fijn in een rolstoel, kan niet tussen de wielen komen en door de print ligt de nadruk ook niet zo op mijn vetrolletjes.

De zwarte top lijkt wel een beetje weg te vallen in de zwarte rolstoel. En tja, toch blijf ik erbij dat een jurk prettiger zit dan een rok. Dus ik ga voor de blauw-geruite herfstoutfit! Wel met vestje en panty bij koud weer natuurlijk.

herfstoutfit rolstoelmode

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

IMG_20150917_121225
Twee vliegen in één klap: èn ik kan dag 21 van het lijstje afstrepen voor de 30 Day Blog Challenge van Hare Maristeit èn ik draag mijn steentje bij aan het onder de aandacht brengen van de Week van de Pijn. Want die twee hebben alles met elkaar te maken. Hoe mijn dag eruit ziet, is altijd afhankelijk van de pijn die ik heb. Die pijn is er elke dag, maar de mate ervan is wisselend, zoals ik al eens schreef toen ik uitlegde hoe mijn pijnschaal eruit ziet.

Sinds de start van dit schooljaar zijn mijn werkdagen gewijzigd. In plaats van drie hele dagen werk ik nu twee hele en twee halve dagen. Dat heeft enerzijds met mijn nieuwe taak op mijn werk te maken, maar aan de andere kant wilde ik ontdekken of dit voor mij zou werken, of ik de dagen dan beter volhoud. Dus leek het me een goed idee om zo’n dag in kaart te brengen waar ik alleen maar de ochtend werk.

Vrijdagochtend: aan het werk!

Om kwart over zes gaat de wekker. Niet dat ik ‘m nodig heb, ik word altijd minstens een uur daarvoor al wakker van de pijn. ‘s Nachts slaap ik met braces om mijn enkels en pols, als ik dit niet doe, gaan die gewrichten scheef hangen en kan ik door de pijn niet meer slapen. Met braces slaap ik zo’n twee a drie uur langer, maar toch word ik nog wakker van de pijn. Inmiddels ben ik zo gewend aan die kolossale dingen, dat ik er in mijn slaap mee op mijn zij draai. En dan drukt het plastic zo in mijn voet, dat het pijn gaat doen en ik er wakker van word. Dan maar weer uit die dingen.

Maar op zich kom ik aan voldoende rust zo. Zodra de wekker gaat, stap ik onder de douche, kleed ik me aan en ruim nog wat was op, voordat ik mijn jongste dochter wakker maak. Beneden maak ik vast mijn havermoutpap klaar en terwijl die afkoelt, scroll ik op de bank wat blogs door en Facebook. Om zeven uur zijn allebei mijn dochters beneden, worden tassen ingepakt, boterhammen gesmeerd en ontbijten we samen aan tafel. Mijn meiden zorgen zelf voor hun eigen eten en spullen, mij kost dat teveel pijn. Ik heb wel ooit een aangepast (gehoekt) mes aangeschaft, in de hoop dat het dan minder pijn doet om een boterham te smeren en te snijden, maar dat werkte niet. Het vasthouden van de boterham deed me meer pijn dan het snijden en om overal nou maar aangepast keukengerei voor aan te schaffen… dan maar pap.

Voordat we op de scooter stappen om naar de bso te gaan, zorg ik dat de vaatwasser uit- en ingeruimd is. En het eerste wat ik doe als ik om tien voor acht de docentenkamer binnenstap, is even een kopje thee nemen. Bijkomen van alle handelingen die ik al achter de rug heb en even omschakelen naar wat nog gaat komen.

Op vrijdag heb ik geen lessen, maar ben ik alleen met examenzaken bezig. Daar heb ik een apart kamertje voor, waar mijn trippelstoel ook staat. En met de nieuwe vloer die we hebben, is dit ideaal: ik hoef niet op te staan om iets in een kast op te zoeken, kan er gewoon trippelend op mijn stoel heen. De ochtend vliegt voorbij, ik loop nog wat heen en weer om aan collega’s te vragen en dan is het alweer tijd om naar huis te gaan.

Vrijdagmiddag: mama Jacq in de weer

Mijn jongste komt alleen naar huis, we lunchen samen relaxt op de bank. Zo kan ik meteen bijkomen van mijn ochtendje werken waar ik al genoeg rechtop heb gezeten. Op zich is een ochtend goed te doen qua pijn. Ik heb wel wat last van mijn rug en enkels, maar nog genoeg energie om na de lunch lopend even de stad in te gaan. Met mijn dochter heb ik afgesproken dat ik even een cadeautje zou kopen voor het feestje vanmiddag (waar ze gisteren pas voor uitgenodigd was). Na schooltijd wacht ik haar dan bij school op met dat cadeautje om haar naar het feestje te brengen.

Het lopend de stad in gaan heb ik wat overschat, ook al heb ik mijn wandelstok bij me. Het is maar tien minuten lopen en ik heb nog een afspraak bij de opticien, waar ik dan wel even uit kan rusten. Maar net twee straten verder krijg ik al veel last van mijn heup en enkels van het lopen. Teruggaan zou zonde zijn van de tijd, dus ik loop maar door. Zal je net zien dat de opticien in twee minuten klaar is… daar gaat mijn rustmomentje.

Eenmaal thuis moet ik echt even platliggen, alles doet zo’n pijn. En ik blijf liggen tot het bijna tijd is om naar school te gaan. Nog even snel een maaltijdsalade voor vanavond in elkaar flansen en ik ga met mijn eigenwijze kop weer lopend richting school. Ook dit is maar een stukje van vijf minuten en bij school kan ik meteen weer op een bankje gaan zitten. Maar eigenlijk is het teveel, zeker omdat ik ook nog langs dat feestje moet. Dochterlief eenmaal afgezet met cadeautje en al, loop ik weer naar huis waar ik de bank opzoek. Mijn oudste dochter komt thuis en is terwijl zij haar huiswerk maakt aan de eettafel, kletsen we wat terwijl ik op de bank blijf liggen.

Na een half uurtje is de pijn weer wat weggezakt en ga ik nog even achter mijn laptop aan mijn blog werken tot het etenstijd is. Ik zit daarbij in de gekste houdingen in mijn bureaustoel en wissel ze continu af, omdat mijn heup en rug al snel pijn gaan doen. Misschien toch eens een fatsoenlijke stoel hier thuis aanschaffen.

Vrijdagavond: in de chillmodus

Aan het eten hoef ik gelukkig niks meer te doen, dat is opscheppen en naar binnen werken. Als toetje loop ik met mijn oudste dochter even naar de ijssalon. Ik doe alles voor ijs, dus ook mezelf martelen met het heen en weer lopen. Thuis heb ik weer een half uurtje de tijd om te liggen voordat ik mijn jongste dochter op kan halen bij het feestje. Lopend, want het is maar een klein stukje en ik heb me nou eenmaal voorgenomen om die kleine stukjes te blijven lopen.

De rest van de avond is het bankhangtijd. Lekker een filmpje aan met de meiden. Ik merk nu pas hoeveel ik mijn enkels overbelast heb met al dat lopen. Ondertussen word ik gefeliciteerd door mijn telefoon die aangeeft dat ik nog nooit zoveel gelopen heb op een dag, wel een kilometer of zeven. Wat een grapjas, die telefoon. Hij heeft mijn scooterritjes meegerekend, het zal bij elkaar opgeteld hooguit drie kilometer zijn geweest.

Het traplopen ‘s avonds probeer ik zoveel mogelijk te beperken. Mijn jongste breng ik nog wel naar bed en ik hang meteen de was nog even op, zodat ik niet alleen maar die trap op en af hoef voor een kus. Mijn oudste krijgt haar kus beneden als de film is afgelopen. Niet heel lang erna ga ik ook naar boven en naar bed. Ik trek mijn braces weer braaf aan en neem me voor om voortaan eerder mijn fiets of rolstoel te pakken, want ook met braces blijf ik de pijn in mijn enkels voelen.

Salamitechniek

Al is dit wel een behoorlijk volle dag en ben ik met al dat lopen best wat over mijn grens gegaan, toch helpt het mij om die salamitechniek dan toe te passen: inspanning afwisselen met ontspanning. Sowieso hou ik stukken meer energie over na een halve dag werken (anders had ik het ook niet in mijn hoofd gehaald om steeds te gaan lopen). Maar door steeds even te gaan liggen of rusten na het lopen of werken, trekt de pijn weer wat weg en komt er weer wat energie voor terug.

Alleen dat afstemmen van die techniek op wat mijn lijf daadwerkelijk aankan en dit steeds weer bijstellen, daar moet ik nog een beetje in bijschaven…

De Week van de Pijn is van 26 september t/m 1 oktober 2016. Hierbij is het streven meer (h)erkenning te krijgen voor chronische pijn, meer kennis over deze meest voorkomende, maar minst begrepen klacht en meer samenwerking bij pijnbestrijding.

30-Day-Blog-Challenge-NL-1

Vandaag is dag 11 van Maris’ 30 day blog challenge aan de beurt: Piercings en tattoos.

Piercings en tattoos

Als het aan mij zou liggen, zou ik er veel meer hebben dan ik nu heb. Maar goed, alhoewel ik weet dat anderen hier geen compromis voor over hebben, heb ik dat wel. Mijn man houdt niet van tattoos en in mijn werk als docent wordt het ook niet altijd als een gepast visitekaartje gezien om als een kerstboom rond te lopen. Dus ik hou me in.

Mijn ouders waren er ook geen fan van, dus ik heb gewacht tot mijn achttiende. Meteen na mijn verjaardag liet ik mijn wenkbrauw piercen. En een paar maanden later mijn neus. Weer een paar maanden later liet ik mijn eerste tattoo zetten: een tribal, zoals velen met mij in de jaren ’90.

In de loop van de jaren zijn er wat piercings betreft wat wisselingen geweest. Op dit moment heb ik een ringetje in mijn neus en lip en in totaal vijf gaatjes in mijn oren, waarvan in elk oor één van zes millimeter.

Qua tattoos heeft het wat jaren stilgestaan. Na de tribal heb ik er als dertiger nog twee bij laten zetten.

tattoos

Betekenis van mijn piercings en tattoos

Ik heb er juist voor gekozen om tattoos te nemen die niet direct iets betekenen. Een tribal, wat bloemetjes en een hommel. Maar indirect hebben ze misschien toch wel een betekenis, net als de piercings: het afsluiten van een fase, een nieuwe stap, controle hebben over mijn lijf.

Tijdens mijn eerste revalidatietraject liep ik een paar keer per week van het metrostation naar het revalidatiecentrum langs een tattooshop. En elke keer nam ik mezelf voor om er naar binnen te stappen zodra ik klaar was met mijn revalidatietraject. Het werd een klaproos, aan de voorkant van mijn schouder en ik ben er nog steeds erg blij mee.

Anderhalf jaar later vond ik dat ik weer een flinke stap verder was. Ik was uitgepraat bij mijn psycholoog en had daarnaast een hulpboek doorgeworsteld: Leven met pijn. Een nieuw hoofdstuk, een nieuwe tattoo: er kwamen wat bloemetjes en een hommel bij.

JacquelinePiercings en tattoos op het werk

In de gehandicaptenzorg waren mijn piercings of tattoo geen probleem. Alhoewel ik wel besefte dat ik zelf een risico nam en ik de kans liep dat cliënten een piercing eruit konden trekken. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd!

Met sollicitaties heb ik altijd mijn piercings in gehouden. Toen ik in het basisonderwijs ging werken, werd me meteen gevraagd of ik ze uit wilde doen. Ja, op mijn werk wel, maar ik wilde er nog niet definitief afscheid van nemen. In mijn lip deed ik een doorzichtig staafje, zodat het gaatje niet dicht zou groeien. En in plaats van een dik ringetje in mijn neus, deed ik er een klein, onopvallend knopje in. Dat doorzichtige staafje is ooit per ongeluk in mijn maag geëindigd. En sindsdien liet ik het maar voor wat het is, ik deed de piercing uit op mijn werk en gelukkig bleef het gaatje gewoon open, ook zonder doorzichtig staafje.

Bij mijn volgende baan in het mbo kreeg ik te horen dat ik met mijn piercings er te ‘stads’ uitzag om op een buitenlocatie les te geven, dus werd ik geplaatst op een locatie hartje Rotterdam. En vervolgens werd er op mijn eerste werkdag al gevraagd of ik die piercings voortaan uit wilde doen. Ach ja joh, whatever.

Inmiddels doe ik dus al zo’n vijftien jaar elke werkdag mijn lippiercing uit. Ik moet wel bekennen dat ik het een paar keer vergeten ben toen ik op mijn vrije dag een stagebezoek had gepland. De ene keer viel het de stagiaire en haar begeleider niet op, maar een andere keer wel. Toevallig had ik de stagebegeleider een paar jaar daarvoor ook als student gehad en hij vroeg na het gesprek of mijn piercing nieuw was. Hij mocht namelijk geen piercings in op zijn werk. Oeps, foutje! Heb hem dus uitgelegd dat ik ze ook niet in mag.

Mijn tattoos houd ik wel meestal bedekt op mijn werk. Niet dat daar iets over gezegd werd, maar ik vind spaghettibandjes sowieso not done als je voor de klas staat. En aangezien mijn tattoos op mijn schouders zitten, zijn ze dan al snel bedekt. Soms steekt er wel een stukje uit en zijn vooral studenten nieuwsgierig naar de rest, maar strippen voor de klas is ook niet mijn ding.

Heb jij ook piercings en/of tattoos? Wat vind jij van piercings of tattoos op het werk?

Ja, is dat even een rare titel: doelen en desillusies als download, wat moet je daar nou mee?

Ik dacht een leuk dingetje te hebben, iets voor de lezers van mijn blog om te downloaden. Maar met alleen een download kan ik toch geen heel blog vullen? Dus zocht ik wat inspiratie bij de 30 Day Blog Challenge van Hare Maristeit en kwam op dag 17 uit.

30-Day-Blog-Challenge-NL-1

Blogpraat: doelen en desillusies

Ooit begon ik dit blog om mijn eigen acceptatieproces van me af te schrijven, hoe ik omga met mijn chronische aandoening EDS. Als het al een doel had, was het in de eerste plaats op mezelf gericht, om meer inzicht te krijgen in mijn proces en dit bij te kunnen sturen. In de tweede plaats om mijn bevindingen te delen met familie, vrienden en lotgenoten, maar heel erg mijn best deed ik niet wat betreft het delen van mijn blog.

In april van dit jaar bedacht ik dat dat bloggen nog leuker wordt als ik het wat gestructureerder aanpak, er meer instop, zodat er ook meer mensen zijn die er wat uit kunnen halen. Ik wilde niet alleen de vervelende kant laten zien van mijn leven met een chronische aandoening, maar juist ook hoe ik het voor mezelf leuker en gemakkelijker maak. Niet alleen gericht op lotgenoten, maar juist ook een bredere doelgroep aanspreken, om zo tussendoor meer bekendheid te geven aan EDS.

Bloggen is niet alleen maar leuk van je af schrijven, maar toch best een vak apart. Ik wil me daarin ook verder ontwikkelen. De technische kant snappen, maar me ook verbeteren in het schrijven van interessante blogs.

En dat gaat de goede kant op. Ik leer steeds meer over het bloggen en ik zie aan de reacties dat het anderen ook interesseert wat ik schrijf.

Maar dan de desillusie. Op zich hoef ik geen duizenden volgers te hebben, maar toch blijf ik naar die cijfertjes turen op Google Analytics. In mei heb ik een maand lang gastbloggers aan het woord gelaten tijdens de EDS Awareness maand. En vergeleken met de andere maanden, kom ik maar niet boven het aantal bezoeken of bezoekers uit van die maand. Als ik kijk naar de meest gelezen berichten, staan er zes artikelen die te maken hebben met die gastblogs in de top tien.

Conclusie: mijn eigen lezers lezen liever iets van een ander dan van mij. Of niet…?

zebraprintGratis download: alle EDS gastblogs in één bundel

En zo komen we weer bij die gratis download. Want als je het wil, dan kan je het krijgen ook. Allemaal verhalen, NIET door mij geschreven (of stiekem toch wel een klein beetje), als een mooie verzameling om eens door te lezen als je niet online bent. Of om uit te printen.

Hier kon ik mooi mijn technische skills mee uitbreiden (zie je die downloadknop?!) en hopelijk spreekt het de niet-blogs-lezende-lezers aan om op deze manier eens in de verhalen te duiken. Want eerlijk is eerlijk, het is ècht een mooie verzameling verhalen. Achttien verhalen van mensen met dezelfde aandoening, het Ehlers Danlossyndroom, allemaal uniek, maar met een rode draad erdoorheen geweven.

Ik zou zeggen: klik op die knop! Veel makkelijker dan in het menu ‘Gastblog‘ aan te klikken en ze één voor één langs te gaan. Maar als er nou een verhaal bij zit wat je erg aanspreekt, nodig ik je van harte uit om hier online een reactie bij dat blog te plaatsen. Ook prettig voor de schrijvers om die waardering te krijgen.

 

Natuurlijk hoor ik graag van je van je hiervan vind!

Vaker doen, blogs verzamelen in een bundel en als download plaatsen? En zo ja, welke onderwerpen dan?

Of misschien nog een tip om meer boeiende blogs te schrijven?

 

30-Day-Blog-Challenge-NL-1Vandaag het tweede deel van de 30 day blog challenge van Hare Maristeit. Het is een combinatie geworden van dag 3 en 7, omdat je overal wel iets van mijn verzamelingen en obsessies tegenkomt, dus ook in mijn tas.

inhoud tas

De inhoud van mijn tas

Dit kleine tasje heb ik eigenlijk altijd wel bij me, behalve als ik mijn werktas of sporttas gebruik. Ideaal is dat ie nog een stukje open gevouwen kan worden en er dan nog net iets meer in past. En dit zit er allemaal in:

  • Sleutels: toch wel het belangrijkste. Want mijn tasje gebruik ik als ik de deur uit ga en ik wil via die deur toch ook weer naar binnen gaan.
  • Telefoon: hier val ik meteen alweer door de mand. De telefoon op de foto is mijn werktelefoon, omdat ik mijn eigen telefoon altijd gebruik voor foto’s… En behalve voor de foto’s is ie onmisbaar om te kunnen bellen, berichtjes sturen en lege momenten opvullen met het doorscrollen van blogs en social media.
  • Portemonnee: om voor de hand liggende redenen.
  • Zonnebril: ik heb niet veel zon nodig om mijn zonnebril op te willen zetten. Dus deze is vaak in mijn tas te vinden.
  • Stofjes: ja, daar heb je het al, mijn obsessie met stofjes. De lapjes stof in mijn tas zitten daar om de kleur te checken wanneer ik een bijpassend stofje tegenkom, of rits, of garen, of een vestje, panty, schoenen, enzovoort.
  • Pen en visitekaartjes: mijn visitekaartjes zijn behalve de stempel leeg, dus altijd handig om er dan een pen bij te hebben om er nog wat op te schrijven.
  • Lippenstift en parfummonstertje: voor als ik onverwacht zin heb in een iets feestelijker uitstraling.
  • Elastiekje: vaak niet eens voor mezelf, meestal wordt deze door iemand anders ingepikt. Wat trouwens ook met mijn veiligheidsspelden gebeurd is, normaal zitten die ook altijd in mijn tas.
  • Lenzen: ik draag daglenzen en als er iets in mijn oog komt en erg irriteert, gooi ik die lens gewoon meteen weg. Dus vandaar dat ik altijd een setje reservelenzen bij me heb.

borduurgaren

Verzamelingen en obsessies

Tussen de inhoud van mijn tas was het al te zien, mijn verzamelingen en obsessies hebben alles te maken met mijn passie voor naaien en borduren.

Het rekje op de foto heb ik met mijn verjaardag gekregen van mijn man en kinderen. Ik denk dat ze mijn verzameling borduurgaren iets onderschat hadden, want er was niet genoeg plek voor al mijn klosjes.

Daarnaast heb ik enorm veel lappen stof. Geen idee hoeveel, maar als ik er jurkjes van zou naaien, kan ik er een behoorlijke kledingkast mee vullen. Ik heb met mezelf de afspraak gemaakt dat ik niet meer moet kopen dan wat ik kan opruimen. Ik moet dan wel flink mijn best doen om de bakken in de kast te kunnen schuiven, zo vol zitten ze. Maar het is opgeruimd!

Ook al ga ik nog zo doelgericht naar de markt of stoffenwinkel, ik kom altijd met meer lappen stof thuis dan ik nodig heb. Soms kom ik gewoon zo’n mooie stof tegen voor zo’n goede prijs, die kan ik niet laten liggen, daar zou ik alleen maar spijt van krijgen. Of eigenlijk gebeurt dat dus altijd. Ik heb vorig jaar geprobeerd de voorraad te laten slinken door jurkjes voor anderen te maken, maar zelfs toen vulden de bakken zich op magische wijze weer met nieuwe stoffen.

Nog verrassende dingen tegengekomen in mijn tas? En wat is jouw meest opmerkelijke item in je tas?

30-Day-Blog-Challenge-NL-1Maris van Hare Maristeit heeft deze blog challenge gestart en het leuke is dat er geen regels zijn! Ik weet niet of ze had kunnen weten dat ik ze zo ontzettend door elkaar zou gooien, maar ze heeft gezegd dat het mag, dus zo ga ik het aanpakken:

De 30 day blog challenge is in het leven geroepen vanwege de komkommertijd en om bloggers te inspireren. Maar laat ik nou juist in de zomervakantie veel tijd en inspiratie hebben… Met het schrijven ben ik wel in de zomervakantie begonnen, maar het plaatsen zal waarschijnlijk heel onregelmatig gebeuren op momenten dat ik het na de vakantie te druk heb om wat nieuws te schrijven. Of ik aan alle onderwerpen toekom… ik weet het niet. Ik ga ze in ieder geval door elkaar gooien en hier en daar combineren.

Voor vandaag dag 1 en 5:

De naam van mijn blog

Ik heb al eens eerder uitgelegd waarom Salami Stinkt. Het verwijst naar de salamitechniek die je tijdens revalidatie aangeleerd krijgt om te leren omgaan met chronische pijn. Hierbij is het de bedoeling dat je inspannende activiteiten afwisselt met ontspannende activiteiten, om zo het meeste uit je dag te kunnen halen, zonder te overbelasten. Want een salamiworst eet je ook niet in één keer op, die snij je in plakjes waar je af en toe wat van eet. Toen ik begon met dit blog na mijn eerste revalidatie had ik er moeite mee om zoveel te moeten inleveren. Ik wilde helemaal geen gas terug nemen, minder impulsief en spontaan worden. Vandaar Salami stinkt.

Het was dik vier jaar geleden dat ik die naam koos en in de tussentijd is er veel veranderd, ben ik veel veranderd. Ik heb mijn beperkingen wat meer geaccepteerd en doe mijn best om zoveel mogelijk uit mijn leven te kunnen halen. Salami stinkt nog steeds, liever ga ik op zoek naar alternatieven, ook al blijft die salamitechniek belangrijk om in mijn dagelijks leven toe te passen.

En in het bloggen hoop ik ook genoeg afwisseling te kunnen bieden. Alleen maar over mijn kwaaltjes schrijven, daar wordt niemand vrolijk van. Ik ook niet. Maar af en toe komt er nog een stinkend plakje salami langs.

Vijf bloggers die ik volg

Net als in het schrijven hou ik in het lezen ook van afwisseling. Ik volg veel ‘spoonieblogs’, blogs over chronische aandoeningen. Maar leuker vind ik het om te zien wat iemand met een chronische aandoening nog meer doet in het leven, dat het niet alleen maar om die kwaaltjes en beperkingen draait.

Zoals Vivians Vocabulaire. Vivian noemt zichzelf een chronisch zieke levensgenieter en dat is ook in haar blog terug te vinden. Ze schrijft veel over life- en mindstyle en dat ze net als ik in het onderwijs werkt, is natuurlijk een dikke plus.

Leonie van Sugarframe laat behalve haar persoonlijke leven met verschillende chronische aandoeningen ook allerlei andere onderwerpen langskomen op haar blog. Zoals recepten, DIY en reviews.

Wat me in Mijn Kladblog vooral aanspreekt, is de eerlijkheid en unieke schrijfstijl, Marion zegt waar het op staat. Ze schrijft over van alles en nog wat, haar chronisch ziek zijn en psychische problemen komen ook aan bod.

Mammatien is een mama/lifestyleblog maar dan net even anders. Middels dit blog wil Tineke meer bekendheid geven aan bekkenpijn, iets waar niet alleen zij, maar nog veel meer moeders mee kampen na de zwangerschap.

Lisanne van Lisanne leeft heeft een aanstekelijk enthousiasme in haar blogs en filmpjes. Een mind- en lifestyleblog waarin ze laat zien dat je ondanks beperkingen een leuk leven kan hebben.

 

Ik had eigenlijk nog wel een paar blogs willen noemen, maar heb het nu bij deze vijf gelaten. Een beetje in hetzelfde thema, meer dan alleen maar chronisch ziek. Ken jij nog blogs in dit thema die ik ook zou moeten volgen?