overspannen

overspannen

Als broekie van zeventien (bijna achttien) had ik al mijn mbo-diploma op zak en een baan in de gehandicaptenzorg. Alhoewel ik dat toen nog niet toe had willen geven, was ik op dat moment nog lang niet uit gepuberd. Ik had een behoorlijke drang naar zelfstandigheid en het bewijzen dat ik alles wel alleen kon, op mijn manier. Thuis bij mijn ouders was het daardoor niet altijd even gezellig en zodra het kon, schreef ik me in voor een huurhuisje.

Dat huurhuisje was er niet één, twee, drie, dus zocht ik naar mogelijkheden om zoveel mogelijk van huis te zijn en tegelijkertijd te kunnen sparen voor mijn toekomstige huisje. Werk dus.

‘Die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen: echt wat voor jou!’

Na wat diensten te hebben gedraaid als oproepkracht, werd mijn contract omgezet naar een vast dienstverband en ik kon meteen fulltime aan de slag. Er was net een verhuizing geweest van woongroepen bij de organisatie waar ik werkte. Eén groep kinderen was op een bijna lege vleugel achtergebleven. Die groep was afgesplitst van de groep waar ze daarvoor bij zaten, omdat ze qua gedrag niet goed aansloten. Er was nog geen compleet team gevormd voor deze groep, dus er was veel werk.

En omdat ik zo graag wilde werken, maakte ik vaak 48 uur per week. Kon ik mooi de discussies thuis ontlopen èn een aardig zakcentje verdienen. De andere begeleiders werkten hooguit drie dagen per week op deze groep, omdat ze op een andere groep ook nog nodig waren. Verder werden de gaten opgevuld met oproepkrachten.

Qua personele bezetting dus geen ideale situatie. Qua locatie ook niet trouwens: de woongroep bevond zich aan het einde van een paar lege gangen, met veel gesloten deuren. Als enige kindergroep op een locatie met verder alleen groepen volwassen verstandelijk gehandicapten, met name ernstig meervoudig gehandicapten.

Maar volgens de coördinator die mij daar aan het werk zette, sloot het zo mooi aan bij mijn zojuist afgeronde opleiding. Echt wat voor mij, die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen.

De kinderen

Op de groep woonden vijf kinderen die behalve een verstandelijke beperking ook gedragsproblemen hadden. Twee kinderen gingen naar het speciaal onderwijs, de anderen hadden dagbesteding op de locatie zelf en gingen voor een dagdeel per dag daar heen.

In de weekenden gingen de kinderen regelmatig naar hun ouders, waardoor er ruimte was om wat met de achterblijvende kinderen te gaan doen. Eén op één kon je dan bijvoorbeeld een eindje fietsen of naar de kinderboerderij.

Wanneer alle kinderen er waren, liep de spanning op de groep snel op. De kinderen konden agressief naar elkaar of naar de groepsleiding reageren en waren hierin moeilijk af te remmen of om te buigen.

Slaan, schoppen, haren trekken, bijten, knijpen: het was aan de orde van de dag. Meubels vlogen regelmatig door de kamers en ik heb ook weleens een pot hete thee en een gevuld urinaal naar me toegeworpen gekregen.

Een andere bizarre situatie was toen één van de kinderen wegliep en ik hem achterna rende in de wijk, maar zelfs ook op het dak van de locatie.  Dit kind was zo bijdehand om na het eten een lepel achter te houden, waarmee hij de deuren kon openen (de deurkrukken ontbraken op de deuren om juist te voorkomen dat kinderen wegliepen).

Of toen ik bij één van de kinderen op de kamer zat om hem te kalmeren, maar hij juist de groep aan de andere kant van de deur opstookte door te zeggen dat ik hem probeerde te wurgen. De rest van de groep ging vervolgens zo tekeer dat ik geen kant op kon.

Overspannen

Deze groep sloot misschien wel aan op mijn opleiding, maar absoluut niet op mijn leeftijd en werkervaring. Zelfs de kinderen zeiden het: ‘Je bent zelf niet eens volwassen, wie denk je wel niet dat je bent om ons te vertellen wat we moeten doen!’

Op een gegeven moment zag de leidinggevende ook dat de situatie op de groep niet te houden was. De groepsleiding kreeg een alarm om de nek om in acute situaties te gebruiken. Als je dat alarm indrukte, kwam er van een andere groep een begeleider inspringen. Soms duurde het zo lang voordat er iemand kwam, dat ik de situatie zelf gesust kreeg. Of misschien was de dreiging van een grote volwassen man die kwam bijspringen voor de kinderen voldoende om te bedaren. Met als gevolg een geïrriteerde collega die ‘voor niks’ zijn groep achter heeft gelaten.

Op school had ik nooit geleerd dat je je ook ziek kunt melden als je het werk mentaal niet meer aan kunt. Ik had geen idee. Er waren wel al oproepkrachten die niet meer kwamen om dezelfde reden, maar als ik ook zou aangeven dat ik naar een andere groep wilde, wie bleef er dan nog over? Al die wisselingen hadden ook geen positief effect op de kinderen.

Steeds vaker sloot ik me op in het kantoor als de kinderen hun agressie op mij richtten. Bij de wisseling van dienst zat ik regelmatig in tranen bij een collega. Het ging gewoon niet meer.

Drie maanden heb ik het volgehouden op die groep. Toen heb ik me op aanraden van een collega ziek gemeld. Ik was overspannen. Pas daarna werd besloten dat die groep voortaan met twee begeleiders werd gedraaid.

Mijn lesje geleerd

Het is nooit leuk om op zo’n vervelende manier wijzer te worden. Maar ik kan wel zeggen dat ik er enorm veel van geleerd heb. Niet alleen hoe om te gaan met bepaald gedrag bij kinderen, maar ook hoe ik zelf kan aanvoelen wanneer iets teveel wordt. Zodat ik op tijd aan de bel kan trekken bij collega’s of leidinggevende en kan voorkomen dat ik weer overspannen wordt.

Na mijn ervaringen op deze groep heb ik op verschillende andere groepen gewerkt binnen de gehandicaptenzorg. Ik heb ervaren hoe de steun van collega’s mij ook sterker maakt. Hoe ik op mijn eigen manier om kan gaan met probleemgedrag bij cliënten. Hoe waardevol vriendinnen en familie zijn om je hart bij te luchten. En vooral dat die agressieve cliënten gewoon mensen zijn met behoefte aan wat positieve aandacht.

En alhoewel ik na deze ervaring zei dat ik nooit meer met gedragsproblemen wilde werken, ben ik ze nog regelmatig tegengekomen. Niet heel lang hierna kwam ik op een groep terecht waar ik mijn hart verloor aan een meisje waar ik nog jarenlang bezoekvrijwilliger van ben geweest.

Inmiddels heb ik nu een baan waarbij ik niet dagelijks geconfronteerd word met agressief gedrag. Mijn studenten Pedagogisch Werk zullen het ook niet heel veel tegenkomen in de kinderopvang waar ze stage lopen. Maar bij de studenten Maatschappelijke Zorg merk ik dat sommigen tijdens hun opleiding al een stuk meer ervaren zijn dan ik was na het behalen van mijn diploma. Soms wil ik ze dan bijbrengen wat ik in die periode zelf geleerd heb. Maar vaker is het andersom en leer ik van hen. Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat nou zo’n goed teken is…

Heb jij ook een werkervaring die zo’n impact op je heeft gemaakt? Wat heb jij hiervan opgestoken?

 

3 antwoorden
    • Jacqueline
      Jacqueline zegt:

      Het gekke is dat ik toen helemaal niet dacht dat ik een zware baan had. Ik had geen vergelijkingsmateriaal en dacht dat het normaal was om zo’n pittige baan te hebben, dat het wel zou wennen.

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.