Berichten

geld donaties bijbaantje

En dan heeft je vijftienjarige dochter ineens een bijbaantje bij een patatzaak. Hartstikke leuk natuurlijk, zo verdient ze lekker wat bij en leert ze hoe het is om te moeten werken. Maar als ouder komt daar ook weer van alles bij kijken. Want wat mag ze eigenlijk allemaal wel of niet als vijftienjarige? En wat heb jij daar als ouder nog over te zeggen?

Dan zal je maar een moeder hebben die niet alleen juf is, maar ook nog examenleider en dus heel precies de regeltjes wil volgen. Nee, dat valt best mee, maar ik wil wel altijd precies weten hoe het zit.

Werktijden vijftienjarigen

Op schooldagen mogen vijftienjarigen volgens de arbeidstijdenwet 2 uur per dag werken, weekend en vakantie 8 uur. Daar zit dan wel een maximum aan van 12 uur per schoolweek en 40 uur in de vakantie.

Doordeweeks mogen ze tot 19.00 uur werken en in weekenden of vakanties tot 21.00 uur.

En dan komt het eerste dilemma al: ze werkt op vrijdag van 16.00 – 21.30 uur. Dat is meer dan 2 uur en tot na 21.00 uur. Ze is in de vakantie begonnen en toen had ik zoiets van: we kijken het wel even aan. Ergens vind ik het ook wel logisch, het is nu eenmaal de horeca en dan heb je niet zoveel aan een werknemer die van 16.00 – 18.00 uur werkt. En vrijdagavond is het koopavond, dus dan gaat het werk nu eenmaal wat langer door.

Maar toch… Vaak werken ze nog langer door en dan wordt het wel een erg lange dag. Zeker omdat ze pas half vier uit school is.

Werkzaamheden

Ook voor wat een vijftienjarige mag doen, zijn er regels opgesteld. Dit is om te voorkomen dat ze te zwaar of gevaarlijk werk zouden doen.

Dus geen zware dingen tillen, duwen of trekken, niet met giftige stoffen werken. Maar ook geen alcohol schenken bijvoorbeeld. Nu wordt dat in deze patatzaak toch niet gedaan, dus dat scheelt.

Maar er zijn ook een aantal werkzaamheden die niet mogen, die niet zo duidelijk zijn. Vijftienjarigen mogen niet met of in de omgeving van machines werken. Maar wat wordt er dan precies verstaan onder een machine? Is dat ook het softijsautomaat? Of de patatsnijder? En de friteuse, waar valt die dan onder?

Achter de kassa werken, mag ook al niet. En dat snap ik niet helemaal, want hoe gevaarlijk is dit nou? Voor elke snack die besteld wordt, hoeft alleen een knop aangetikt te worden, kan bijna niet mis gaan. En de andere medewerkers staan op minder dan een meter afstand in die krappe zaak, dus altijd beschikbaar als er toch iets niet goed gaat.

Arbeidsovereenkomst tekenen

Ruim een maand na haar eerste werkdag, kreeg ze een arbeidscontract mee. Dus ook weer even opgezocht wat ik daar als ouder mee moet. Vanaf zestien jaar mag een arbeidscontract getekend worden zonder toestemming van ouders. Voor die tijd moet je als ouder of verzorger toestemming geven. Maar als je dat niet binnen vier weken doet, mag de werkgever ervan uitgaan dat je ermee akkoord bent gegaan.

Dus zoveel is je handtekening ook niet waard. Mocht je nou een heel laks kind hebben die pas na twee maanden aan komt zetten met dat contract, dan heb je er als ouder niet zoveel meer over te zeggen.

Ik heb overigens nog even gebeld met de baas over het contract. Het was een nogal standaard contract, waarin alleen met het salaris rekening gehouden werd met haar leeftijd (€2,91 bruto, gewoon standaard volgens het jeugdloon). Werktijden waren dus ook gericht op een volwassen medewerker, deze konden tussen 5.00 en 23.00 uur liggen.

Er werd nogal lacherig aan de telefoon gedaan dat ik hierover navraag deed en ze wees op de arbeidstijdenwet. Zij zouden het contract niet kunnen veranderen, maar wel mondeling met mijn dochter kunnen overleggen wat haar werkdagen en -tijden worden. Ok, prima, maar ik heb dus wel telefonisch bezwaar gemaakt en teken het contract niet.

Voorlopig gaan we gewoon kijken hoe het loopt, hoe eerlijk ze zijn met de betalingen en of ze in het maken van het rooster voldoende rekening houden.

En hoe zit het met andere leeftijden?

Nu heb ik dit vooral gericht op mijn vijftienjarige, omdat ik daar nu middenin zit. Maar ook over jongere en oudere kinderen kun je deze informatie vinden, bijvoorbeeld op de website Weet je wat jij waard bent?

Ik denk wel dat vijftien de leeftijd is dat veel jongeren beginnen met een bijbaantje. Omdat ze net iets meer mogen dan dertien- en veertienjarigen en misschien ook net iets meer behoefte hebben aan extra geld. Er zijn in ieder geval een hoop (oud-) klasgenootjes die nu ook beginnen met een bijbaantje. Bij een drogist, broodjeszaak, als afwasser bij een restaurant, vakkenvuller bij een supermarkt. Genoeg om ervaringen mee uit te wisselen!

Wanneer begon jij (of je kind) met een bijbaantje? Wist jij wat wel en niet mocht?

lesgeven onderwijs

Inmiddels is de zomervakantie nu dan echt begonnen. Even weer een moment om terug te kijken naar het afgelopen schooljaar en vooruit te kijken naar het volgende. Of de daarop volgende schooljaren. En er is genoeg om over te piekeren en peinzen. De eerste helft van het schooljaar dacht ik zo goed bezig te zijn, maar ik had niet kunnen voorzien dat het zo zou lopen.

Deels ziek melden in het onderwijs: het werkt gewoon niet

Het werk is nooit klaar en met de verantwoordelijkheden die erbij komen kijken, is het gewoon heel erg lastig om je grenzen aan te blijven geven. Je wil toch dezelfde kwaliteit kunnen blijven leveren. Studenten moeten er niet de dupe van zijn dat ik nu even niet mijn hele aanstelling kan werken. Maar voor mijn lijf schiet dat dus niet zoveel op.

Twee jaar geleden was ik ook al tot die ontdekking gekomen, toen ik me voor 25% had ziek gemeld. Als je eenmaal je gezicht laat zien op je werk, wordt er door collega’s en studenten op je gerekend.

Dit jaar had ik me na de meivakantie voor 50% ziek gemeld en de laatste weken voor de zomervakantie werd dit zelfs 75%. En nog had ik niet het gevoel dat mijn lijf weer aan het herstellen was. Minder uren, maar nog steeds de verantwoordelijkheden van een examenleider, leverde alleen maar meer stress op. Ik sliep slechter en mijn werkweek van twee keer drie uur voelde als een fulltime werkweek. Ik was kapot.

Tijdelijke dip of blijvende achteruitgang?

Waar ik twee jaar geleden nog het gevoel had dat mijn lijf in staat was om te herstellen, begin ik daar nu een beetje het vertrouwen in kwijt te raken.

En aan alle kanten wordt het al tegen me gezegd. Mijn ergotherapeut vroeg zich hardop af of mijn achteruitgang niet gewoon blijvend was, in plaats van een tijdelijk dipje zoals ik het noemde. De bedrijfsarts vond dat ik misschien niet zo graag moet willen werken. Dat ik me op belangrijkere dingen moet richten, zoals mijn gezin. En mijn revalidatiearts kwam met de opmerking dat ik beter op mijn hoogtepunt kan stoppen, voordat ik zover aftakel dat ze me op een vervelende manier weg gaan werken.

Ja, het klinkt ook allemaal wel heel verstandig, maar mijn gevoel wil er gewoon niet aan. Het is maar werk, maar wat zou ik zonder moeten?

Deadline 22 oktober

Goed, er moet dus wel wat veranderen wil ik het nog langer vol kunnen houden. Na de zomervakantie blijf ik waarschijnlijk eerst nog even voor 50% ziek gemeld. Mijn taak als examenleider wordt gesplitst. Deze taak wordt steeds groter en is niet meer te doen door één persoon in een team met verschillende opleidingen. Hiermee word ik dus ontlast, krijg iets minder verantwoordelijkheden. Daarnaast zijn die collega’s straks zo goed ingewerkt, dat het geen drama is als ik toch nog uitval.

Maar, ik ken mezelf inmiddels wel een beetje en mijn revalidatiearts ook, dus heb ik een deadline afgesproken. Het is nu zo vaak gebeurd dat ik één stap vooruit doe en weer twee (of drie) terug, nu moet het gewoon echt gaan verbeteren.

Die deadline heb ik gezet op 22 oktober, het begin van de herfstvakantie. Als er dan nog geen verbetering is, meld ik me voor 100% ziek. Na een werkdag van drie uur moet ik na een half uurtje rust gewoon weer fit genoeg zijn om thuis wat te kunnen doen. Ik moet gewoon zeven uur kunnen slapen in een nacht. Vijf minuten kunnen lopen zonder pijn, bij het avondeten een half uur aan tafel kunnen zitten zonder pijn. Dat is allemaal toch niet teveel gevraagd?

En terwijl ik dit zo schrijf, denk ik tegelijkertijd: Jacq, wie neem je nou in de maling? Dit zit er echt niet meer in, wat je ook verandert in je werk.

Idealen in de prullenbak

Hoewel mijn gevoel zich er heel erg tegen verzet, heb ik er in mijn achterhoofd wel rekening mee gehouden dat het werken er op een gegeven moment niet meer in zit. En op zich maak ik me niet eens zoveel zorgen om het hele proces van afkeuren en hoe we er daarna financieel voor staan. Daar heb ik al het één en ander over uitgezocht en nagevraagd en dat moet te doen zijn.

Maar wat me nog het meeste dwarszit, is dat alles wat ik zo graag wilde bereiken met mijn werk, in de prullenbak kan. Ik ben het onderwijs in gegaan om mensen op te leiden voor het werkveld waar ik vandaan kwam. Om goede beroepskrachten te leveren, die ik zelf graag als collega gehad zou willen hebben. En waar ik mijn kinderen aan zou toevertrouwen.

Vijf jaar geleden heb ik mijn master in Leren en Innoveren behaald. Met het idee dat ik naast lesgeven ook achter de schermen bezig kon zijn met het vormgeven van goed onderwijs. De afgelopen veertien jaar heb ik zo ontzettend veel verschillende lessen gegeven aan de opleidingen Pedagogisch Werk, Onderwijsassistent en Maatschappelijke Zorg. Lessen waar ik toch best trots op ben.

Kan allemaal de prullenbak in. Al die kennis en ervaring doen er toch niet meer toe.

En ik merkte het al bij de laatste diplomering. Ik was er niet bij en ik werd niet gemist. Van de studenten die afstudeerden, was er maar één klas die nog les van mij heeft gehad en dat worden er steeds minder. Niemand die nog zegt: ‘Mevrouw, ik heb zoveel van u geleerd.’ Of: ‘U heeft me gemotiveerd om voor dit vak te gaan.’ De studenten kennen me alleen nog maar als die examenleider die komt zeuren als formulieren niet in orde zijn.

Nu al mis ik het lesgeven, het contact met studenten, het aanzetten tot leren, het ontwikkelen en creëren. Wat als daar straks helemaal niks van overblijft? Wat blijft er dan van mij nog over?

 

shimmy shake talent carnival

Na een maand lang allerlei gastbloggers aan het woord te hebben gelaten, is het wel weer eens tijd voor een berichtje hoe het nu met mij gaat. Ik kreeg al verschillende keren de vraag hoe ik er nu voor sta wat betreft die ifuse. Daar wil ik best nog wel wat over kwijt natuurlijk. En op mijn werk hebben er inmiddels drastische veranderingen plaatsgevonden, dat ging gewoon niet meer. Maar ik heb ook positief nieuws, namelijk op dansgebied!

Plannen voor de ifuse voorlopig in de koelkast

Kunnen jullie het nog een beetje bijhouden?

Ruim een jaar geleden stelde mijn revalidatiearts voor om me te verdiepen in een ifuse. Dit is een operatie waarbij je SI-gewricht vastgezet wordt. Met het afwegen van de voors en tegens neigde ik meer naar niet doen.

Toch was ik benieuwd of een spuit in mijn SI wat zou uithalen, of dit een teken zou zijn dat een ifuse misschien toch wel een goed idee zou zijn. De spuiten haalden niets uit, dus legde ik me erbij neer dat het niks zou worden.

De laatste keer dat ik erover schreef, was ik toch weer aan het twijfelen gegaan. Een spuit in mijn trochanter zou moeten laten blijken waar de meeste pijn nu echt vandaan kwam.

Die spuit deed z’n werk goed, ik heb een paar weken amper pijn gehad in mijn heup. Weliswaar voelde ik daardoor wel wat andere pijntjes (waaronder in mijn SI) beter, die voorheen overschreeuwt werden door de pijn in mijn heup. Maar nu konden we in ieder geval met zekerheid zeggen dat de meeste pijn niet uit mijn SI komt, maar uit mijn trochanter.

En aangezien een ifuse die pijn niet weg kan halen, heeft dat geen zin. Dan is het zinvoller eerst die trochanter aan te pakken. Wellicht pakt dat meteen ook goed uit voor mijn SI en is een ifuse niet meer nodig.

50% ziek gemeld op mijn werk

Maar goed, dan kom je bij: HOE DAN??? Hoe zorg ik ervoor dat die pijn minder gaat worden? Je heup kun je niet vastzetten.

Met mijn revalidatiearts kom ik steeds weer bij hetzelfde uit: ik doe teveel, ga te vaak over mijn grenzen heen. Alhoewel ik zelf steeds denk dat ik wel genoeg stappen terug heb gedaan, denkt mijn lijf daar anders over. En het herstel komt dus maar niet.

Daar zat ik dus vorige maand al over te piekeren, over het verschil tussen kunnen en durven. Blijkbaar zet ik toch nog te vaak mijn pijn opzij om iets te kunnen doen. Maar eigenlijk kan ik het dan niet, want het is niet normaal om altijd maar pijn te hebben bij alles wat je doet.

Eigenlijk zou ik dus niet moeten lopen zodra mijn heup pijn begint te doen. Die pijn geeft al aan dat ik over mijn grens ga. Maar er blijft dan zo weinig over. Van de voordeur naar de auto zou dan al te ver zijn en op sommige dagen zelfs van mijn bed naar de badkamer.

Dus na mijn bezoekje aan de revalidatiearts ging ik nog even verder piekeren, maar eigenlijk wist ik het al: het is mijn werk wat me sloopt. En dan zit er niets anders op dan toch maar weer die lat verder omlaag te leggen en me deels ziek te melden.

De keuze voor 50% heb ik zelf gemaakt. Ik denk niet dat het goed voor me is om meteen naar 100% ziek melden te gaan. Ik moet iets hebben om mijn hoofd bezig te houden. Maar 25% leek me weer te weinig. Dat heb ik al eens eerder gedaan en daar ging een poos overheen voor ik daar fysiek wat van merkte.

En nu is het dan aan mij om te gaan voelen waar nu precies die grens ligt. Waar houdt mijn belastbaarheid op en start het overbelasten? Pas als het me lukt om onder die grens te blijven en dat zes weken vol te houden, kan er wellicht weer iets opgebouwd worden.

Ook leuk nieuws: ik mag meedoen met het Shimmy Shake Talent Carnival!

In maart deed ik mee met een Talent Search van de Shimmy Shake. In totaal waren er verspreid over Nederland vier rondes waaruit uiteindelijk twaalf dansacts gekozen zouden worden voor verdere coaching en een optreden in een theater.

Dat was ontzettend spannend, want waar andere fusion buikdanseressen op hun benen dansten, deed ik het in mijn dansrolstoel. Maar blijkbaar maakte het indruk, want ik mocht door voor coaching!

En morgen is dan het resultaat van die coaching te zien in een show. Niet alleen van mijn dans, maar ook van nog elf andere dansacts. Dit vindt plaats in ‘t Kapelletje in Rotterdam, op zondag 10 juni dus. Er is een show van 12.30 – 14.30 uur en één van 15.00 – 17.00 uur. En daartussen is er van alles te zien en te beleven in de tuin bij het theater. Kaartjes zijn nu al te koop via Shimmy Shake.

Over mijn werk en het dansen ben ik eigenlijk nog niet uitgepraat, dus binnenkort meer daarover. Maar hoe gaat het verder met jou?

werkplek trippelstoel swopperVolgens mij heb ik het al een paar keer geroepen: het wordt echt weer eens tijd voor een update wat betreft mijn werk. Hier en daar heb ik wel wat verteld over wat ik doe op mijn werk, maar niet hoe ik bezig ben om mijn werk aan te passen aan mijn beperkingen. En daarin heb ik best al wat slagen gemaakt.

Op zich was er al het één en ander aangepast aan mijn taken, maar erg tevreden was ik daar niet over. De taak als examenleider vond ik toch best pittig en gaf me weinig energie. Na een zoektocht naar wat ik dan wèl wilde, kwam ik toch weer terug bij af. Ik wil niet weg uit het mbo, maar (veel) voor de klas staan, lukt niet.

En alhoewel ik mijn werkdagen al iets had aangepast, lukte het toepassen van de salamitechniek nog niet geweldig. Maar inmiddels zijn er toch wel weer wat dingen veranderd.

Veranderingen ten opzichte van vorig schooljaar

  • In plaats van twee hele en twee halve dagen, werk ik nu vier dagen van zes uur. De woensdag ben ik nog steeds vrij, dus ik heb steeds maar twee korte werkdagen achter elkaar. Dat bevalt me eigenlijk heel goed. Natuurlijk is er weleens een dag dat ik wel langer moet blijven, vanwege een studiedag of bijeenkomst. Dat merk ik dan meteen aan mijn lijf, ben dan helemaal gesloopt. Maar zes uur is goed te doen. Als ik dan thuiskom, ga ik even liggen en kan ik daarna nog iets in huis doen of met de kinderen.
  • Ik sta iets minder voor de klas, zes lesuur per week in plaats van acht a tien. Dit is verdeeld over mijn werkdagen, dus heb ik één dag zonder lessen en de rest steeds een blok van twee lesuur per dag.
  • Voor het eerst sinds jaren ben ik geen studieloopbaanbegeleider van een klas. Dat scheelt zoveel, kan me een stuk beter focussen op mijn taak als examenleider.
  • We hebben (weer!) een nieuwe onderwijsleider, die er ook weer anders tegenaan kijkt. Ik mag steeds aangeven wat voor mij nodig is en zij houdt hier dan rekening mee. Ik vind dat best een luxe, maar tegelijkertijd lastig dit aan te geven. Het werk moet toch gedaan worden, is het niet door mij, dan wel door mijn collega’s. Toch is het erg fijn dat er zo wat afspraken gemaakt zijn. Zo beginnen mijn lessen niet voor 10.00 uur, zodat ik eerst wat van mijn taken als examenleider kan doen. En na de lunchpauze heb ik ook geen lessen, waardoor ik het laatste uur van mijn werkdag rustig kan afbouwen met bijvoorbeeld wat archiveerwerk.
  • Na een jaar als examenleider heb ik inmiddels ook wat meer routine in bepaalde taken. Dat scheelt een hoop ten opzichte van vorig jaar, waarbij ik regelmatig iets opnieuw moest doen of moest vragen hoe ik het moest doen.
  • In de loop van vorig schooljaar heb ik een dockingstation en groot beeldscherm gehad. Plus nog een scanner, zodat ik niet voor één blaadje inscannen heen en weer hoef te lopen naar het kopieerapparaat. En dit schooljaar kwam daar een in hoogte verstelbaar bureau bij. Mijn werkplek is dus een stuk ergonomischer geworden.
  • Tot slot nog iets wat niet zozeer met mijn werk te maken heeft, maar wel met mijn werkdag: Mijn jongste dochter heeft sinds dit schooljaar een continurooster tot 14.00 uur en komt zelf naar huis uit school. Ik hoef dus niet nog eens heen en weer naar de bso na mijn werk.

De effecten van die veranderingen

  • De kortere werkdagen zorgen ervoor dat ik meer energie overhoud aan het einde van de dag.
  • Dat mijn dochter alleen thuis is na school en we in principe tegelijkertijd ‘uit’ zijn, zorgt ervoor dat ik niet te lang blijf hangen op mijn werk. Het is voor mij een stok achter de deur, omdat ik weet dat ze zonder ouderlijk toezicht veel te veel naar haar Ipad zit te turen.
  • Minder lessen en dus ook minder lopen zorgt ervoor dat ik minder pijn heb. Alhoewel ik wel merk dat het lopen steeds slechter gaat.
  • Zelf zoveel mogelijk mijn werkdag indelen helpt me om dan ook zoveel mogelijk af te wisselen.
  • Meer routine zorgt voor meer rust in mijn hoofd. Dat is altijd fijn.

Zoals het nu gaat, ben ik best tevreden. Op deze manier zie ik het wel zitten om nog een flinke poos te kunnen blijven werken.

Het kan altijd beter

Er zijn nog steeds dagen dat ik helemaal kapot ben na die zes uurtjes. Daarnaast haal ik niet meer zoveel voldoening uit mijn werk als voorheen. Daar zou best nog wat meer balans in kunnen komen.

Ik wil gaan kijken hoe ik het vele lopen kan verminderen. De onderwijsleider stelde bijvoorbeeld voor om een paar taken aan een collega over te dragen. En ik wil het toch weer eens gaan proberen om mijn rolstoel mee te nemen. Maar dan wel als deze wat beter is afgestemd en ik er wat langer zonder pijn in kan zitten.

Maar als ik alleen maar in dat examenhok zit, voel ik me weer een beetje buiten het team staan. Al doe ik wel mijn best om elke pauze naar de docentenkamer te gaan, ik mis toch wel wat van wat er daar speelt.

Er is nog wel iets dat ik mis. Ik wil meer uit mijn werk kunnen halen dan ik nu doe. Dat is lastig met mijn kleine aanstelling die al grotendeels ingenomen wordt door mijn taak als examenleider. Dus een uitdaging om toch iets te vinden!

overspannen

Als broekie van zeventien (bijna achttien) had ik al mijn mbo-diploma op zak en een baan in de gehandicaptenzorg. Alhoewel ik dat toen nog niet toe had willen geven, was ik op dat moment nog lang niet uit gepuberd. Ik had een behoorlijke drang naar zelfstandigheid en het bewijzen dat ik alles wel alleen kon, op mijn manier. Thuis bij mijn ouders was het daardoor niet altijd even gezellig en zodra het kon, schreef ik me in voor een huurhuisje.

Dat huurhuisje was er niet één, twee, drie, dus zocht ik naar mogelijkheden om zoveel mogelijk van huis te zijn en tegelijkertijd te kunnen sparen voor mijn toekomstige huisje. Werk dus.

‘Die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen: echt wat voor jou!’

Na wat diensten te hebben gedraaid als oproepkracht, werd mijn contract omgezet naar een vast dienstverband en ik kon meteen fulltime aan de slag. Er was net een verhuizing geweest van woongroepen bij de organisatie waar ik werkte. Eén groep kinderen was op een bijna lege vleugel achtergebleven. Die groep was afgesplitst van de groep waar ze daarvoor bij zaten, omdat ze qua gedrag niet goed aansloten. Er was nog geen compleet team gevormd voor deze groep, dus er was veel werk.

En omdat ik zo graag wilde werken, maakte ik vaak 48 uur per week. Kon ik mooi de discussies thuis ontlopen èn een aardig zakcentje verdienen. De andere begeleiders werkten hooguit drie dagen per week op deze groep, omdat ze op een andere groep ook nog nodig waren. Verder werden de gaten opgevuld met oproepkrachten.

Qua personele bezetting dus geen ideale situatie. Qua locatie ook niet trouwens: de woongroep bevond zich aan het einde van een paar lege gangen, met veel gesloten deuren. Als enige kindergroep op een locatie met verder alleen groepen volwassen verstandelijk gehandicapten, met name ernstig meervoudig gehandicapten.

Maar volgens de coördinator die mij daar aan het werk zette, sloot het zo mooi aan bij mijn zojuist afgeronde opleiding. Echt wat voor mij, die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen.

De kinderen

Op de groep woonden vijf kinderen die behalve een verstandelijke beperking ook gedragsproblemen hadden. Twee kinderen gingen naar het speciaal onderwijs, de anderen hadden dagbesteding op de locatie zelf en gingen voor een dagdeel per dag daar heen.

In de weekenden gingen de kinderen regelmatig naar hun ouders, waardoor er ruimte was om wat met de achterblijvende kinderen te gaan doen. Eén op één kon je dan bijvoorbeeld een eindje fietsen of naar de kinderboerderij.

Wanneer alle kinderen er waren, liep de spanning op de groep snel op. De kinderen konden agressief naar elkaar of naar de groepsleiding reageren en waren hierin moeilijk af te remmen of om te buigen.

Slaan, schoppen, haren trekken, bijten, knijpen: het was aan de orde van de dag. Meubels vlogen regelmatig door de kamers en ik heb ook weleens een pot hete thee en een gevuld urinaal naar me toegeworpen gekregen.

Een andere bizarre situatie was toen één van de kinderen wegliep en ik hem achterna rende in de wijk, maar zelfs ook op het dak van de locatie.  Dit kind was zo bijdehand om na het eten een lepel achter te houden, waarmee hij de deuren kon openen (de deurkrukken ontbraken op de deuren om juist te voorkomen dat kinderen wegliepen).

Of toen ik bij één van de kinderen op de kamer zat om hem te kalmeren, maar hij juist de groep aan de andere kant van de deur opstookte door te zeggen dat ik hem probeerde te wurgen. De rest van de groep ging vervolgens zo tekeer dat ik geen kant op kon.

Overspannen

Deze groep sloot misschien wel aan op mijn opleiding, maar absoluut niet op mijn leeftijd en werkervaring. Zelfs de kinderen zeiden het: ‘Je bent zelf niet eens volwassen, wie denk je wel niet dat je bent om ons te vertellen wat we moeten doen!’

Op een gegeven moment zag de leidinggevende ook dat de situatie op de groep niet te houden was. De groepsleiding kreeg een alarm om de nek om in acute situaties te gebruiken. Als je dat alarm indrukte, kwam er van een andere groep een begeleider inspringen. Soms duurde het zo lang voordat er iemand kwam, dat ik de situatie zelf gesust kreeg. Of misschien was de dreiging van een grote volwassen man die kwam bijspringen voor de kinderen voldoende om te bedaren. Met als gevolg een geïrriteerde collega die ‘voor niks’ zijn groep achter heeft gelaten.

Op school had ik nooit geleerd dat je je ook ziek kunt melden als je het werk mentaal niet meer aan kunt. Ik had geen idee. Er waren wel al oproepkrachten die niet meer kwamen om dezelfde reden, maar als ik ook zou aangeven dat ik naar een andere groep wilde, wie bleef er dan nog over? Al die wisselingen hadden ook geen positief effect op de kinderen.

Steeds vaker sloot ik me op in het kantoor als de kinderen hun agressie op mij richtten. Bij de wisseling van dienst zat ik regelmatig in tranen bij een collega. Het ging gewoon niet meer.

Drie maanden heb ik het volgehouden op die groep. Toen heb ik me op aanraden van een collega ziek gemeld. Ik was overspannen. Pas daarna werd besloten dat die groep voortaan met twee begeleiders werd gedraaid.

Mijn lesje geleerd

Het is nooit leuk om op zo’n vervelende manier wijzer te worden. Maar ik kan wel zeggen dat ik er enorm veel van geleerd heb. Niet alleen hoe om te gaan met bepaald gedrag bij kinderen, maar ook hoe ik zelf kan aanvoelen wanneer iets teveel wordt. Zodat ik op tijd aan de bel kan trekken bij collega’s of leidinggevende en kan voorkomen dat ik weer overspannen wordt.

Na mijn ervaringen op deze groep heb ik op verschillende andere groepen gewerkt binnen de gehandicaptenzorg. Ik heb ervaren hoe de steun van collega’s mij ook sterker maakt. Hoe ik op mijn eigen manier om kan gaan met probleemgedrag bij cliënten. Hoe waardevol vriendinnen en familie zijn om je hart bij te luchten. En vooral dat die agressieve cliënten gewoon mensen zijn met behoefte aan wat positieve aandacht.

En alhoewel ik na deze ervaring zei dat ik nooit meer met gedragsproblemen wilde werken, ben ik ze nog regelmatig tegengekomen. Niet heel lang hierna kwam ik op een groep terecht waar ik mijn hart verloor aan een meisje waar ik nog jarenlang bezoekvrijwilliger van ben geweest.

Inmiddels heb ik nu een baan waarbij ik niet dagelijks geconfronteerd word met agressief gedrag. Mijn studenten Pedagogisch Werk zullen het ook niet heel veel tegenkomen in de kinderopvang waar ze stage lopen. Maar bij de studenten Maatschappelijke Zorg merk ik dat sommigen tijdens hun opleiding al een stuk meer ervaren zijn dan ik was na het behalen van mijn diploma. Soms wil ik ze dan bijbrengen wat ik in die periode zelf geleerd heb. Maar vaker is het andersom en leer ik van hen. Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat nou zo’n goed teken is…

Heb jij ook een werkervaring die zo’n impact op je heeft gemaakt? Wat heb jij hiervan opgestoken?

 

Ik was er vroeger gek op, die geschiedenislessen. Het zal er vast ook wel mee te maken hebben gehad dat ik meestal wel een toffe geschiedenisleraar had, die z’n best deed er een leuke les van te maken. Maar het luisteren naar de verhalen en het in je kop stampen van de jaartallen vond ik ook leuk.

Zo anders dan mijn studenten, die ik meestal niet warm krijg voor zo’n les in wat allemaal al geweest is. Nu is er bij de opleiding Pedagogisch Werk waar ik lesgeef geen maandenlange reeks met geschiedenislessen over de kinderopvang, dus dat scheelt. Maar bij gebrek aan uitdagende opdrachten om in de theorie te duiken, bleef ik al een paar jaar hangen in dezelfde opdracht: ‘Zet de begrippen op de juiste plaats in de tijdlijn.’

Maar deze week had ik wat meer tijd om mijn les voor te bereiden en heb ik het in een ander jasje gegoten.

Voorbereiding geschiedenisles

  • Omdat het boek uit de studiewijzer niet op de boekenlijst van de studenten stond, kon ik beginnen met het kopiëren van de lesstof. En om zo min mogelijk papier te verspillen, heb ik geknipt en geplakt tot ik drie A4 op één A4 kreeg. Alleen maar tekst, zonder plaatjes dus.
  • De belangrijkste gebeurtenissen/ wetten/ regelgeving/ begrippen uit de tekst heb ik zo kort mogelijk overgetypt in een tabel en uitgeprint. Liefst zelfs afgekort, als het een gebruikelijke afkorting is.
  • De vakjes met begrippen heb ik uitgeknipt, zodat ik uiteindelijk achttien kaartjes had. Ik had nog een restje magnetisch plakband, maar gewoon plakband of losse magneetjes doen het ook prima hierbij.
  • Een paar kaartjes heb ik tot bonuskaartjes omgedoopt. Bij de ene was het jaartal niet terug te vinden in de tekst en zou deze dus gegokt moeten worden. De andere was helemaal niet in de tekst terug te vinden, omdat het om een nieuwe wet ging, die we de week ervoor behandeld hadden.
  • Tot slot heb ik een paar buzzers erbij gepakt. Daar hadden we meer dan genoeg van, maar uiteindelijk had ik er maar drie gebruikt, omdat ik vergeten was de anderen van batterijen te voorzien. Gelukkig was het maar een klein klasje.

Het spel

  • Terwijl de studenten de uitgedeelde tekst lazen en met highlighters aan de slag gingen, tekende ik de tijdlijn op het bord. Niet helemaal in proporties zoals je ziet, maar met genoeg ruimte voor de kaartjes.
  • Vervolgens de spelregels uitgelegd:
    • Als een groep weet welk jaartal er bij het door mij opgelezen en omhoog gehouden kaartje hoort, mag er op de buzzer gedrukt worden.
    • De groep die het eerst heeft gedrukt, mag het kaartje op de tijdlijn plaatsen. Hangt het goed, dan mogen ze het begrip toelichten. Hangt het verkeerd, dan krijgen de andere groepen een kans (wie het eerst drukt op mijn teken).
    • Goed opgehangen is één punt, een goede toelichting in eigen woorden is nog een punt erbij.
    • De groep met de meeste punten wint.

geschiedenisles kinderopvang spel

Resultaat van de geschiedenisles

Deze les gaf ik aan een kleine, maar behoorlijk drukke en enthousiaste klas. Eigenlijk vond ik het na twintig minuten wel weer tijd voor wat anders, maar de klas wilde doorgaan tot alle kaartjes op waren. Uiteindelijk zijn we er dik een half uur aan kwijt geweest.

Door het spelelement werden sommigen zo hyper en luidruchtig, dat het me nog meeviel dat er geen collega’s kwamen klagen.

Wat me opviel, was dat veel studenten moeite hadden met het vertalen van ‘de 19e eeuw’ uit de tekst naar de tijdlijn op het bord. Dit kwam bij een stuk of drie kaartjes voor en elke keer werd het verkeerd opgehangen en heb ik het opnieuw uitgelegd hoe het werkt.

Het uitleggen in eigen woorden was ook een lastige. Het kunnen vinden in de tekst lukte prima. Maar vervolgens ook begrijpen en uitleggen wat er dan in die tekst staat, is een ander verhaal. Afkortingen die in de tekst niet afgekort waren, kostten ook behoorlijk wat moeite om gevonden te worden. Behalve als ze ze bij andere vakken al eens besproken hadden, zoals VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie).

De bonuskaartjes waren ook lastiger dan ik had ingeschat. Zelfs toen er nog maar één specifiek jaartal over was en maar één kaartje, werd het verkeerd opgehangen. Maar het meest teleurstellend was toch wel dat echt niemand het kaartje herkende van de les van vorige week, haha!

Conclusie?

Deze meiden zijn niet zo van de theorie, maar met een beetje stimulans krijg je ze allemaal actief met hun neus in de lesstof. En met wat herhaling (ook bij andere vakken) blijft het wel hangen.

Als het aan de klas ligt, doen we elke week zo’n spel. Of ik er nou op zit te wachten om elke keer zo’n stel joelende meiden voor m’n neus te hebben. Ik weet het niet hoor. Later in de les hebben ze heel rustig en geconcentreerd een mindmap gemaakt, dat beviel me net iets beter.

En omdat iedereen wel mee kan praten over onderwijs:

Wat maakt voor jou een theoretische les minder saai?

mbo-studenten superhelden

Het schooljaar zit erop, de diplomering is geweest. En man, wat ben ik trots op mijn afgestudeerde studenten!

Mbo-studenten Welzijn & Onderwijs

Het team waar ik nu werk biedt verschillende opleidingen aan binnen Welzijn & Onderwijs, van niveau 2 tot en met niveau 4. Allemaal opleidingen waarbij ze uiteindelijk met mensen willen gaan werken, ze verzorgen en/of begeleiden. Met kinderen in de kinderopvang, buitenschoolse opvang of het (basis-) onderwijs, met ouderen, verstandelijk gehandicapten of mensen die om wat voor reden dan ook een hulpvraag hebben en begeleid moeten worden.

En daarbij zijn ze zelf het instrument. Hoe zij de cliënten of kinderen begeleiden, met ze communiceren, hoe ze het groepsklimaat beïnvloeden: alles wat ze doen, heeft invloed op hoe hun doelgroep zich verder ontwikkelt.

Dat geldt net zo goed voor docenten trouwens.

Van straatkatten en prinsessen…

Als ze net binnenkomen, hebben studenten vaak nog geen idee wat het beroep inhoudt waar ze voor gaan leren. Ze spelen graag met kleine kinderen, of willen zelf een betere begeleider worden dan die ze zelf hebben gehad.

Uiteindelijk moeten ze allemaal zover komen, dat ze (zelfstandig) een groep kunnen begeleiden. En waar de één dit van nature al in zich heeft, moet de ander van ver komen.

De afgelopen twee jaar was ik studieloopbaanbegeleider van een kleine klas. Maar hoe klein die klas ook was, de diversiteit was enorm:

  • Jonge moeders die naast hun school en stage dus ook nog de zorg voor hun kind hebben.
  • Studenten die zijn opgeklommen van niveau 2 naar niveau 3 en echt keihard moeten werken om het tempo en niveau bij te kunnen houden.
  • Een andere culturele achtergrond kan soms een struikelblok zijn. Niet alleen in de zin van verschil in normen en waarden, maar ook heel praktisch: het opvragen van een VOG die nodig is voor stage, kan veel langer duren bij een student die niet in Nederland geboren is.
  • Sommige studenten komen uit een warm nest waar hun ouders ervoor zorgen dat ze niks tekortkomen.
  • Anderen hebben zichzelf al die jaren al staande moeten houden en hebben echt een straatmentaliteit.

… tot bekwame professionals

Hoe mooi is het dan om te zien dat al die verschillende studenten zo naar dat diploma groeien. Dat ze gaan inzien wat wel en niet belangrijk is om mee te nemen in hun vak.

Toen ik ze aan het begin van het tweede jaar voor het eerst voor mijn neus kreeg, hebben we best nog wel wat pittige momenten gehad. Ik vond (uiteraard) dat ik wel wat belangrijks te melden had als docent en irriteerde me aan de laksheid van sommigen. Studenten die te laat kwamen, met andere dingen bezig waren of gewoon veel te weinig aanwezig waren. Mijn grenzen heb ik toen duidelijk aangegeven en dat viel niet bij iedereen even goed.

Maar eenmaal gewend aan elkaar en toen duidelijk was wat we aan elkaar hadden, verliep het een stuk soepeler.

Van die onverschillige houding veranderden ze in leergierige studenten. De lessen leken te kort en ze bleven maar vragen stellen, ze wilden ècht meer leren.

En zelfs de studenten waar ik me zorgen om maakte of ze het wel zouden halen, maakten aan het einde een inhaalrace. Om de praktijk hoefde ik me bij de meesten geen zorgen te maken, ze deden het prima op hun stage. De kinderen waren gek op ze en ze werkten goed samen met hun collega’s. Maar het inplannen, uitvoeren en inleveren van (examen-)opdrachten… dat leek toch wel het lastigste onderdeel van de opleiding.

Mijn mbo-studenten, mijn superhelden

Wat hebben ze het geweldig gedaan, die studenten van mij. Dat ze zich zo hebben kunnen transformeren in een paar jaar tijd, maakt ze echte superhelden.

Voor de diploma-uitreiking had ik voor al mijn studenten een kaart geborduurd met een superheld erop. En terwijl ze om de beurt naar voren kwamen om hun diploma in ontvangst te nemen en in het zonnetje gezet te worden, kwamen ook hun superkrachten langs. Humor, standvastig, mooi van binnen en van buiten, precies, zelfstandig, doorzettingsvermogen, beleefd, doelgericht, enzovoort.

Maar het zijn niet alleen mijn studenten waar ik studieloopbaanbegeleider van was, waar ik trots op ben. Als examenleider heb ik van alle gediplomeerden wel wat voorbij zien komen. En met het beoordelen van examengesprekken of -verslagen, krijg je een beeld van hoe ze het in de praktijk doen.

En ook daar zitten echte kanjers tussen. Studenten op niveau 2 die veel meer verantwoordelijkheden krijgen dan zou moeten, maar dit prima aankunnen. Of studenten van Maatschappelijke Zorg die echt wel hele pittige doelgroepen voor hun neus krijgen en hier hun eigen manier van begeleiden in kunnen vinden. Mooi om te zien, horen en lezen hoe zij het kind of de cliënt centraal stellen en als een professional handelen.

 Ik ga met een trots gevoel de vakantie in! En jij?

pijn si bekkeninstabiliteitDe afgelopen weken lijken voorbij te vliegen, mijn agenda staat vol met afspraken en dingen die ik moet doen en er lijkt maar geen einde aan te komen. Zo’n beetje net als de was. Is eindelijk de bodem van de wasmand in zicht, komen er weer twee dametjes langs met een berg vuile was…

Maar met het afstrepen van taken en omslaan van de bladzijdes van mijn agenda, komt de zomervakantie ook steeds dichterbij!

Aftellen naar… de diplomering

Op mijn werk is het ontzettend druk. Behalve dat ik als examenleider ervoor moet zorgen dat alle examens en examendossiers in orde zijn, ben ik ook studieloopbaanbegeleider van een klas die gaat diplomeren. Dat loopt niet altijd even soepel. Aanstaande maandag heb ik de laatste les met ze en nog niet alle examenopdrachten zijn uitgevoerd en ingeleverd.

Maar wat zijn ze gegroeid in dat laatste jaar en wat ben ik trots op ze! Ongeveer de helft heeft zich al ingeschreven voor een vervolgopleiding en sommigen hebben al een baan bij de organisatie waar ze stage liepen.

Door alle drukte op mijn werk, maak ik soms wel wat langere dagen dan goed voor me is. Wat zal er een last van me afvallen als de diplomering achter de rug is en ik straks op mijn laatste werkdag de deur achte me dichttrek en een opgeruimd examenhok achterlaat.

Aftellen naar… een ifuse?

Inmiddels ben ik gisteren weer naar mijn revalidatiearts geweest. En alhoewel ik vorige keer schreef over mijn twijfels over die ifuse-operatie en meer naar ‘niet doen’ neigde, neig ik nu meer naar de andere kant.

Het klinkt allemaal zo logisch: als dat SI-gewricht vast zit, is een groot deel van mijn pijnproblemen opgelost. En ik heb er vertrouwen in dat mijn revalidatiearts mij goed begeleid om te zien of een ifuse in mijn geval een goed idee is.

Allereerst ben ik begonnen met het dragen van een bekkenband, om te zien wat het doet als mijn bekken van buitenaf meer stabiliteit krijgt. Voor die stabiliteit werkt het wel. Aan het eind van een lange werkdag heb ik minder pijn en ben ik minder moe dan zonder bekkenband. Maar daarnaast heb ik meer last van mijn blaas als die band erop drukt.

Gisteren heb ik injecties met lidocaïne en corticosteroïden in mijn SI-gewricht gehad. Nu is het afwachten wat dat gaat doen. Door mijn EDS en het feit dat ik al ruim tien jaar daar pijn heb, duurt het langer voor het effect te merken is. Het prikken zelf was behoorlijk pijnlijk, maar ik had het erger verwacht en het was wel te doen. Later werd het pijnlijker en voelde elk hobbeltje in de weg alsof die spuiten er weer ingezet werden.

Ik hoop dus dat de komende week de pijn minder word. Mijn SI wordt er niet stabieler van, maar het zou de irritatie wel weg moeten halen. Zo zou ik kunnen merken hoe het is met minder pijn in dat gebied en of ik dan een operatie ervoor over zou hebben om dat effect blijvend te ervaren.

Aftellen naar… nieuwe orthopedische schoenen

Gisteren was ik niet alleen voor die spuiten naar de andere kant van het land afgereisd. Ik had ook een afspraak met de orthopedisch schoenmaker. Hij had inmiddels de passchoenen af en nu zijn de laatste puntjes bekeken en besproken, zodat de echte schoenen gemaakt kunnen worden.

Met de vakantieperiode die eraan komt, zou het wel kunnen dat ze pas na de zomer klaar zijn. Ik hoop natuurlijk eerder, want ik ben erg nieuwsgierig naar wat hij ervan gaat maken. Ik mocht zelf een voorbeeld meenemen en de kleur en leersoort kiezen. In mijn hoofd worden het prachtige laarsjes. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik maar vrij weinig echt mooie orthopedische schoenen gezien heb.

Aftellen naar… een lege bankrekening

We hadden best een lekker bedrag op de spaarrekening, maar besloten dat het tijd werd voor een nieuwe, grotere auto. Eentje waar mijn rolstoel in kan, zonder dat ik ‘m uit elkaar hoef te halen. En we zijn geslaagd, hebben sinds deze week een mooie, grote bak onder onze kont! En de spaarrekening staat weer op nul…

De eerste rekeningen van mijn revalidatiearts zijn binnen en gisteren hoorde ik dat mijn zorgverzekering moeilijk doet. Vooraf had ik gebeld en werd mij verteld dat ik wel een deel vergoed kreeg, maar niet alles, omdat deze arts niet aangesloten is bij een revalidatiecentrum of ziekenhuis. Alleen was dat telefonisch gemeld aan mij en heb ik het niet zwart op wit gekregen. En nu hoorde ik via mijn revalidatiearts dat ze helemaal niet willen betalen. Ik moet het nog goed uitzoeken en voordat ik de afwijzing zwart op wit heb, ga ik nog niet bij de pakken neer zitten. Maar die rekeningen zijn geen kattenpis en daar gaat dus weer een groot deel van de reserves.

Nu ben ik vast één van de weinige chronisch zieken die op dit moment nog niet door het eigen risico van de zorgverzekering is. Maar met die schoenen die eraan komen, is dat zo gebeurd. Aangezien er ook nog een eigen bijdrage bovenop komt, loop ik straks met schoenen van dik driehonderd euro. Het is te hopen dat ze het geld waard zijn!

Aftellen naar… de zomervakantie

Je kan je voorstellen dat ik hier ontzettend aan toe ben. Even bijtanken na die superdrukke weken op mijn werk. Even de stress loslaten van alles rondom de examinering en diplomering. En niet te vergeten rondom het gedoe met mijn zorgverzekering. Ik hoop dat dat voor de zomervakantie geregeld is.

Even niks moeten, zes weken lang: heerlijk! We hebben nog niks geboekt, geen idee of we dat nog gaan doen. Maar je snapt dat het na die leeggelopen bankrekening een beetje low budget wordt.

En jij, waar tel jij naar af? Heb jij ook zo’n behoefte aan zomervakantie?

examens mentimeter

In het onderwijs is scholing een belangrijk onderdeel van je takenpakket. Voor de bijscholing dit schooljaar mochten we voor een deel zelf bedenken wat we wilden leren en hoe.

Om meteen wat dieper in mijn taak als examenleider te duiken, koos ik ervoor om het verantwoordelijkheidsgevoel en de zelfregulering van studenten te verbeteren, zodat de examinering efficiënter verloopt. Daarbij had ik de volgende doelen gesteld:

  • Studenten dragen zelf zorg voor het (op tijd) maken, uitvoeren en inleveren van examens.
  • De weg naar planningen, afspraken en cijfers weten studenten zelf te vinden.
  • Studenten weten wat er van ze verwacht wordt met betrekking tot examinering.

Wat zeggen de boeken over motivatie, zelfregulering en leerbereidheid?

Ik koos een paar boeken uit om informatie uit te halen waar ik verder mee aan de slag kon. Want alhoewel ik het specifiek op de examens wilde richten, is het nemen van verantwoordelijkheid iets wat op meerdere vlakken bij studenten naar voren komt. En waar dus al meerdere keren over geschreven is.

Wat hebben studenten nu nodig om die bovenstaande doelen te bereiken? En hoe krijg je ze zover dat ze het ook nog willen? In het kort kwam ik de volgende punten tegen:

  • Flipped classroom
  • Belang van oefenen benadrukken
  • Leer studenten hoe te leren
  • Uitleggen waarom
  • Voorkennis navragen
  • Structureren in kleine delen
  • Regelmatig herhalen en samenvatten
  • Saamhorigheid en samenwerking
  • Duidelijkheid en aard vooropgestelde doelen
  • Gepaste mate van keuzevrijheid
  • Eigen interesses en doelstellingen nastreven
  • Praktische taken: verdiepen in delen van de leerinhoud en discussiëren
  • Feedback: informerend in plaats van controlerend
  • Eigen planning maken, zelf leren nemen van beslissingen
  • Kritisch reflecteren op leerproces
  • Rolmodellen observeren: duidelijk omlijnde tussenstappen
  • Differentiatie en uitdagingen op maat
  • Onderscheid regels en afspraken
  • Autonomieondersteunend gedrag en structuur zijn meest effectief voor motivatie
  • Pygmalion-effect

En dit werd het plan:

Om allereerst te kunnen zien wat studenten al wel of niet wisten over de examinering, had ik een Kahootquiz samengesteld met vragen hierover. Dat had natuurlijk ook met een enquêteformulier of iets dergelijks gekund. Maar het leuke van Kahoot is dat ze meteen zien of hun antwoord goed of fout is en wie de meeste antwoorden goed heeft.

En voor het eerst heb ik instructiefilmpjes gemaakt, om als flipped classroom te gebruiken. Dat was nog wel even uitvogelen wat wel of niet werkte. De eerste versie van 20 minuten en alleen maar een ingesproken powerpoint, vond ik veel te saai. Hier was echt alles in verwerkt, voor alle vier de opleidingen. In de tweede versie had ik het opgesplitst naar een algemeen filmpje en een filmpje per opleiding. En in plaats van die ingesproken powerpoint, heb ik Prezi gebruikt en mijn hoofd in een hoekje in beeld gezet.

De Kahootquiz en filmpjes had ik aan de studieloopbaanbegeleiders (slb’ers) doorgestuurd als voorbereiding op een lesbezoek van mij als examenleider in hun klassen. De Kahoot kon dan klassikaal afgenomen worden en de filmpjes in de groepsapp gezet worden, zodat ze het in hun eigen tijd konden bekijken. Tijdens dat lesbezoek zou ik dan gedifferentieerde opdrachten aanbieden, gericht op eigen vaardigheden en reflecteren.

Wil je precies weten hoe en wat, dan kun je hier mijn lesopzet downloaden. Alhoewel waarschijnlijk niet alle linkjes werken zonder inlog.

Lesopzet examinering

Lesbezoeken over examens

Wat vanuit antwoorden in Kahoot opviel, was dat studenten vooral naar de slb’er of examenleider willen stappen met vragen, in plaats van zelf de informatie op te zoeken in bijvoorbeeld de examengids. Daarnaast waren sommige vragen fout beantwoord, omdat het om onderwerpen ging waar ze nog niet mee te maken hadden gehad, wat op zich logisch is.

Het lesbezoek begon ik steeds met een paar vragen die ze via Mentimeter konden beantwoorden, zoals: wat heb je nodig om goed je examens door te komen? Daar kwamen mooie antwoorden naar voren, studenten snappen heel goed dat ze meer nodig hebben dan alleen maar even wat theorie erin te stampen of een verslagje tikken.

Hoewel het de bedoeling was dat studenten vanuit hun eigen behoefte een opdracht zouden kiezen, liep dit toch anders. Bij sommige klassen wilden ze de instructiefilmpjes zien, omdat die nog niet gedeeld waren vooraf. En bij een andere klas nam ik de Kahoot af, waarbij ik tussendoor uitleg gaf. Bij de klas waar wel voor gedifferentieerde opdrachten gekozen werd, viel op dat studenten wisselend omgingen met het uitwerken van de opdracht. Sommigen stopten er zoveel werk in, dat ze het niet afkregen binnen de gegeven tijd. Anderen waren snel klaar en waren moeilijk te motiveren nog een opdracht te kiezen.

En hoe wordt er nu omgegaan met examens?

De slb’ers had ik gevraagd om bij verschillende examenmomenten een evaluatielijst in te vullen. Hierbij had ik de evaluatievragen gekoppeld aan de bovengenoemde doelen. De slb’ers vulden dit iets positiever in dan wat ik als examenleider tegenkom. Ik zie daarin ook wel verschil tussen hoe een student op niveau 2, 3 of 4 met examens omgaat. En daarnaast ook hoe slb’ers hierin begeleiden. Studenten op niveau 2 worden veel aangestuurd door hun slb’er. Studenten op niveau 4 zijn hierin veel zelfstandiger en herkennen zelf de structuur van de examinering.

Alhoewel ik wel verbetering zie door het op verschillende manieren herhalen van de uitleg omtrent examinering , valt er nog genoeg te winnen. Misschien niet eens alleen bij de studenten zelf, maar ook door met slb’ers concreter af te spreken hoe studenten geïnformeerd en begeleid worden bij hun examens.

Ik vond het boeiend en leuk om op deze manier met de examinering bezig te zijn. Heel wat anders dan formulieren checken en cijfers invoeren. Ik heb me kunnen verdiepen in literatuur over motivatie, leerbereidheid en 21e eeuwse vaardigheden. Flipped classroom of instructiefilmpjes maken, was iets wat ik nog niet eerder gedaan had. Ik zie er zeker met dit onderwerp de meerwaarde van in. Studenten kunnen het filmpje nog eens terugkijken als ze iets niet meer weten en de uitleg gaat niet van de lestijd af.
En door dit alles heb ik inzicht gekregen in verschillen in verantwoordelijkheid en zelfregulering en de aansluiting van slb’ers hierop.

Wat denk jij dat studenten/jongeren kunnen gebruiken om zelf die verantwoordelijkheid op zich te willen nemen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

Inspannende activiteiten afwisselen met ontspannende activiteiten, om zo je energie meer te spreiden over de dag en niet te overbelasten. Net als een salamiworst die je niet in één keer opeet, maar steeds een plakje van neemt.

De salamitechniek heb ik niet zelf bedacht, maar deze komt uit het boek De pijn de baas. Ik weet dat het goed voor mij en mijn lijf is, maar het is gewoon niet leuk om er continu zo bewust mee bezig te moeten zijn.

Maar hoe doe ik dat dan, die salamitechniek toepassen? Daar wilde ik vandaag eens bij stilstaan en het visueel maken door, jawel: plakjes salami! Hieronder is een gemiddelde week te zien, zonder bijzondere uitstapjes of iets dergelijks. Je ziet duidelijk de overvolle dagen en de dagen die goed in balans zijn.

De witte rondjes geven de rustmomenten aan. Hierbij is het voor mij vooral van belang dat ik mijn bekken ontlast. Rechtop zitten is misschien niet zo inspannend als staan, maar ontspannend is het ook niet. Ontspannen is voor mij platliggen of schuin tegen kussens aan leunen en mijn benen op de bank. En waarschijnlijk komen de witte rondjes ook wel overeen met de tijden dat ik online ben op social media, haha!

De plakjes salami zijn juist de activiteiten die mij inspanning kosten. Sommige activiteiten kosten mij dubbel zoveel inspanning, die hebben een plakje erbij gekregen. Nu is er nog wel verschil tussen de ene inspannende activiteit en de andere. Het afwisselen van houding is in de foto’s niet duidelijk zichtbaar, maar wel minstens zo belangrijk.

Maandag

De maandagen zijn voor mij het zwaarst, omdat ik dan een aantal uur voor de klas sta. Daarom kies ik er al voor om niet op de fiets naar mijn werk te gaan, maar met de scooter.

De pauzes zijn voor mijn hoofd vaak wel even pauze, maar voor mijn lijf niet. Ik heb ooit wel een stretcher gehad op mijn werk, maar daar voelde ik me toch wel ongemakkelijk bij. Je zet ‘m niet even in de docentenkamer en ik vind het toch wel zo gezellig om in de pauzes met mijn collega’s te kletsen.

En gelukkig is mijn man dan bij thuiskomst zo lief om te koken, want na zo’n dag kan ik alleen nog maar op de bank liggen ‘s avonds.

Dinsdag

De dinsdag is ook een lange werkdag, maar voelt minder zwaar dan de maandag. Een valkuil is dan wel dat ik lang achter elkaar achter de laptop blijf werken en te weinig wissel van houding. Het archiveren van examens bewaar ik bewust voor het einde van de dag, want dit is een klusje waar ik niet heel veel bij na hoef te denken. Alle overige taken die ik als examenleider doe, vragen behoorlijk wat concentratie, vandaar dat ik die wil doen als ik nog helder ben.

Woensdag

Op woensdag ben ik vrij en dan kan ik wèl goed die salamitechniek toepassen. De boodschappen en fitnessen red ik dan precies onder schooltijd van mijn jongste dochter. Nu had ik het bloggen voor ‘s middags staan, maar ik ga ook wel eens nog even naar de markt of de bibliotheek met mijn dochter. En dan ‘s avonds een uurtje onderuitgezakt op de bank nog wat bloggen.

Donderdag

Op donderdag werk ik maar een halve dag en ben ik voornamelijk met examentaken bezig. Ik lunch dan thuis en daarna moet ik wel even liggen voor ik nog wat in het huishouden of aan hobbyen kan doen. Meestal probeer ik wel te koken voor het gezin, omdat mijn man dan wel gewoon een lange werkdag heeft. Ik zie dat ik het extra plakje salami voor het koken hier vergeten ben, maar het koken vind ik toch wel een zware activiteit. Ook al hebben we een hoge stoel in de keuken staan, ik zit of sta er niet fijn.

Vrijdag

Ook op vrijdag weer een halve dag werken en dus zo’n beetje hetzelfde verhaal als donderdag. Op die halve werkdagen probeer ik vaak wel de fiets te pakken naar mijn werk. Het is maar een kwartiertje fietsen en zo pak ik toch weer wat beweging mee.

Zaterdag

Zaterdag is mijn ochtendje dansen bij Misiconi. Dat is nog best een lang stuk achter elkaar, ook al zit er een pauze tussen en kan ik fijn in mijn dansrolstoel blijven zitten. Eenmaal thuis ga ik dan ook weer even liggen, voordat ik weer wat actiefs ga doen. Als ik op een zaterdagavond uit ga of naar vriendinnen, dan plan ik een chill-middag in. En vaak ook een chill-zondag erachteraan.

Zondag

Zondagochtend ga ik altijd even een stukje fietsen. En dan niet in de relaxstand zoals wanneer ik naar mijn werk fiets, maar ik probeer er een beetje tempo in te houden. Op deze zondag was er niks bijzonders ingepland, maar we gaan ook regelmatig met het gezin de deur uit in de middag.

Elke zondagavond eten we macaroni bij mijn schoonfamilie. Wel relaxt dat we dan niet hoeven te koken! En gezellig natuurlijk, want mijn schoonzus, zwager en nichtjes zijn er dan ook.

Had jij al eerder van de salamitechniek gehoord? Is dit iets wat je goed kunt toepassen in je dagelijks leven?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.