Berichten

screenshot van een webinar met 3 vrouwelijke sprekers in beeld

Ja hallo, ik ben er nog hoor! Maar wat is het lang geleden dat ik hier een stukje schreef.

Doordat ik mijn werk de afgelopen maanden vooral via een beeldscherm moest doen, was de zin om in mijn vrije tijd ook nog achter dat beeldscherm te kruipen een beetje verdwenen. Maar het wordt toch wel een keer tijd voor een update nu.

Update werk

Het is ook wel heel erg druk geweest rondom alle examens en planningen die aangepast moesten worden. Nu met de diplomering in zicht komt er eindelijk weer een beetje ruimte. Ik heb wel veel overuren gemaakt aan het begin van de Coronacrisis, maar vanaf de meivakantie was het weer een beetje in balans. En deze laatste weken lukt het me zelfs om af en toe wat uren te compenseren.

En al met al komen we de Coronacrisis aardig door met de studenten en docenten. Bijna alle examenkandidaten gaan straks hun diploma halen en studieloopbaanbegeleiders hebben goed zicht op hoe de eerste- en tweedejaars studenten ervoor staan. Ik heb echt een fijn team om mee samen te werken!

We starten straks een nieuwe opleiding op onze locatie (Sociaal Werk) en daarvoor komen er ook nieuwe docenten bij. Plannen voor de lessen (op 1,5 meter afstand) liggen klaar voor het nieuwe schooljaar. In de zomervakantie gaat er nog het één en ander verbouwd en verschoven worden, dus ik verwacht na de vakantie een nòg fijnere werkplek.

Ik ga over anderhalve week met een goed gevoel de vakantie in en kijk uit naar het komende schooljaar. Al zal de situatie dan nog niet ideaal zijn, omdat we waarschijnlijk nog niet hele klassen les kunnen gaan geven, ik heb er wel het vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Update dans

Inmiddels heb ik alweer een paar danslessen op locatie gehad. Nog niet in de studio zelf, maar buiten. Daarvoor waren de lessen online te volgen, wat een prima alternatief voor mij was. Maar met de groep samen dansen heeft toch wel mijn voorkeur! Misiconi had doordeweeks Zoomlessen, op zaterdag was er online een reeks filmpjes klaargezet en als aanvulling worden er ook nog steeds filmpjes in de Facebookgroep van Misiconi Connect geplaatst, welke voor iedereen toegankelijk zijn.

Maar terwijl Misiconi keihard aan het werk was om passende alternatieven aan te bieden, liep men wel inkomsten mis vanwege de Coronamaatregelen. En eigenlijk wel in die mate dat ze nu financieel echt even wat steun kunnen gebruiken. Omdat Misiconi buiten alle regelingen en potjes valt, is er een crowdfunding opgestart. >Klik hier< voor meer informatie, doneren en delen.

Om te laten zien hoe belangrijk inclusiedans is, waren we te gast bij een webinar over inclusieve podiumkunsten. Deze is terug te zien op de website van LKCA. Het was voor mij voor het eerst dat ik aan zoiets meedeed en het was erg leuk om eens te ervaren. Ik had wel nog veel meer willen vertellen!

En… er is binnenkort een eerste open podium: Spot on! Dit is op het plein bij de studio in Rotterdam Zuid. Wel even reserveren als je komt!

Misiconi volgers en buurtbewoners. Nieuws!
Op 11 Juli is het zo ver! Dan is onze eerste open podium genaamd Spot-on!…

Geplaatst door Misiconi Dance Company op Dinsdag 30 juni 2020

Update naaiprojectjes

Naaien vind ik altijd erg fijn om mijn hoofd even leeg te maken van al die regeldingen op mijn werk. En gelukkig waren de stoffenkramen er weer op de markt, dus kon ik aan de slag.

Voor een fatsoenlijke Kielo Wrap Dress had ik net te weinig stof gekocht, maar door ‘m van onder wat smaller te maken werd dit het resultaat:

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Ook de Joni Dress maakte ik nog een keer, maar dan met bloemblaadjesmouwen:

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Een klunzige klusjesman liet een bus purschuim van de trap stuiteren, waardoor de hele hal inclusief mijn rolstoel onder het purschuim zat. Van de bekleding kreeg ik het er echt niet af, dus maakte ik nieuwe hoezen voor de rugleuning en het zitkussen. Net als de vorige keren met handige ritsvakjes!

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

#BlackLivesMatter

Tot slot moet me dit nog even van het hart. Het is alweer even geleden dat ik dit op mijn tijdlijn postte, maar ik vind dit ook een onderwerp waarvan de volgers van mijn blog moeten weten hoe ik erin sta.

Na het scrollen door mijn tijdlijn werd ik niet vrolijk van wat ik aan berichten tegenkwam. Onder mijn kennissen, collega’s, vrienden, familie en zelfs hier in huis wordt er verschillend gedacht over racisme en het demonstreren hiertegen. De meeste daarvan weten hoe ik erover denk en soms zijn we hier al over uitgepraat omdat we teveel verschillen. Maar ik besefte ook dat ik door hier stil te zijn geen steun bied aan de mensen die dat nu nodig hebben, dus wil ik dit toch even gezegd hebben.

Institutioneel racisme en wit privilege zijn geen sprookjes. Je hiervan bewust worden is in mijn ogen een eerste stap. Informeer je, lees en luister naar de verhalen buiten je eigen bubbel, hoe mensen gediscrimineerd worden om hun kleur door instanties die juist onpartijdig moeten zijn (politie, onderwijs, belastingdienst…).

Ja, ik heb ook moeite met de te drukke demonstratie op de dam en het geweld bij de rellen in de VS. Maar ik besef ook dat juist door mijn witte privilege ik nooit de noodzaak zo zal voelen om te demonstreren als mensen van kleur, omdat ik niet ervaar wat zij ervaren.

Dat witte privilege betekent niet automatisch dat je het beter hebt als je wit bent, maar je huidskleur is dan niet datgene wat het moeilijker maakt.

‘All lives matter’ is net zo waar als dat alle huizen het waard zijn om te beschermen tegen brand, maar niet het punt van alle demonstraties en acties tegen racisme. Met wéér een zwarte man gedood door de politie, is institutioneel racisme de brand die geblust moet worden. Daar ligt nu de noodzaak, de rest komt later. 

En al is het bijna een maand geleden dat ik dit postte, de noodzaak is er nog niet minder om geworden.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door courtney (courn) ahn (@courtneyahndesign) op

Toch een behoorlijk lange update geworden… Maar volgens mij geeft het aardig een beeld van hoe ik er nu bij zit.

Hoe gaat het verder met jullie??

whitebord met dagindeling in notitieblaadjes

Dit had ik al veel eerder willen doen: gewoon weer even visueel maken hoe ik mijn plakjes salami (oftewel mijn inspannende activiteiten) over de dag verdeel.

De salamitechniek is ooit de aanleiding geweest om dit blog te beginnen. Je belastende activiteiten in plakjes snijden en beter verdelen over de dag, dat is de bedoeling ervan. Een salamiworst eet je ook niet in één keer op, dat trekt je maag niet. Dus dan ook niet in één keer al je belastende activiteiten achter elkaar uitvoeren, dat trekt je lijf niet. Of in ieder geval niet als je (net als ik) door een chronische aandoening maar beperkt belastbaar bent.

Verschillen in belasting/belastbaarheid

De laatste keer dat ik mijn dagen in plakjes verdeelde is alweer anderhalf jaar geleden en toen was ik nog deels ziek gemeld op mijn werk. Door aanpassingen in mijn werk was het werken toen al iets minder belastend geworden dan daarvoor, maar ik was nog wel heel rustig aan het opbouwen. Toen gingen er er 8 plakjes per dag naar mijn werk, oftewel 4 uur. Inmiddels werk ik alweer een tijdje 6 uur op een werkdag, dus kom ik aan 12 plakjes.

Wat me meteen opviel is dat ik ondanks die (voor mij) volledige werkdag toch aan minder plakjes in totaal kom. Gemiddeld 15 plakjes nu, terwijl dat er eerst 18 waren. Maar heel lang hoefde ik er niet over na te denken waardoor dat dan kwam: mijn agenda is vrij leeg sinds de invoering van de maatregelen omtrent Corona. Geen boodschappen doen, geen afspraken op de school van mijn dochters, geen uitstapjes, geen bezoekjes aan familie of vriendinnen. En hoewel ik dat contact met mensen buiten mijn werk echt wel mis, is het wel in het voordeel van de belasting van mijn lijf.

Een valkuil voor mij daarbij is dat ik die lege gaten op mijn vrije dagen toch ga vullen met werk. Nu is het soms ook echt wel gewoon nodig omdat de examinering heel snel aangepast moest worden. Dat is een enorme klus, nog steeds. Inmiddels zit ik aan de 30 overuren, verspreid over 10 weken vind ik dat nog best meevallen. Maar even een instructiefilmpje maken wat iedere andere docent ook zou kunnen doen, daar kies ik dan toch zelf voor. Zo lukt het natuurlijk nooit om die overuren te compenseren.

Een ander verschil is trouwens dat ik nu even geen lesgeef. Bij de start van het onderwijs op afstand deed ik dat nog wel. Maar omdat het zo druk werd met alles rondom de examinering, is dat bij mij weggehaald. Sowieso is het hele lesrooster voor de studenten iets aangepast, omdat het toch wel wat vol was.

Salamiplakjes op mijn vrije dag

Op mijn vrije dagen probeer ik altijd wel iets actiefs, creatiefs en nuttigs te doen. Normaal gesproken ook nog iets sociaals, maar gezien de maatregelen rondom Corona richt ik dat vooral op mijn gezin.

Wat de actieve bezigheden betreft probeer ik regelmatig een stukje te fietsen. Soms ook samen met mijn man, die dan gaat hardlopen. En mijn danslessen gaan online gewoon door. De les op zaterdag bestaat uit een serie van filmpjes die is klaargezet en welke ik kan doen wanneer het mij uitkomt. Nu moet ik wel zeggen dat ik dan na een uurtje het wel weer gehad heb, omdat het toch iets minder motiverend is om in je uppie te dansen dan met een groep in de studio.

Het huishouden gaat ook gewoon door en ik merk ook dat alles sneller vies wordt nu drie van de vier gezinsleden vooral thuis met school bezig zijn. Natuurlijk helpen de anderen dan ook met het huishouden en koken, maar op mijn vrije dag vind ik wel dat ik ook wat kan doen.

Verder probeer ik ook nog wat te naaien of wat te schrijven voor mijn blog. Maar zoals de vaste volgers misschien wel is opgevallen, staat dat even op een lager pitje. Dat komt omdat ik dan toch regelmatig wat voor mijn werk op mijn vrije dag doe. En niet alleen mijn lijf vindt het dan wel genoeg, ook mijn hoofd is dan niet meer zo in staat om iets creatiefs te doen.

Salamiplakjes op een thuiswerkdag

Het voordeel van thuiswerken is dat ik niet hoef te reizen naar mijn werk. Al is dat maar een klein stukje, met al het gesjouw eromheen is dat korte autoritje toch belastend. Dus dat scheelt weer 2 plakjes salami op een dag.

Het wisselt wel per dag wat er op de planning staat, maar meestal heb ik ‘s ochtends wel een online overleg met collega’s en/of sluit ik aan bij de online SLB-les om vragen over examens te beantwoorden. Verder veel bureauwerk waarbij ik vooral aan het puzzelen ben met de planning en aanpassingen van examens. Een aantal examens vinden online plaats, die neem ik ook af bij studenten.

Mijn kinderen blijven vaak in hun kamer om hun schoolwerk te doen, omdat ze anders last hebben van mijn geklets. Het is dus best saai zo’n thuiswerkdag in je eentje in de woonkamer…

Salamiplakjes op een werkdag op locatie

Wat plakjes betreft is dit fysiek de meest belastende dag, omdat ik hier wel met de auto naar mijn werk moet. Met een beetje pech moet ik ook nog de rolstoel in en uit de auto sjouwen. Nu de school weer alle werkdagen open is en werken op de locatie wat meer kan, laat ik die rolstoel ook wat vaker staan.

De eerste werkdag op locatie had ik trouwens dubbel pech. Net de rolstoel en alles in de auto getild: accu van de auto leeg. Kon ik alsnog de werkrolstoel eruit tillen en thuis omwisselen voor mijn rolstoel met smartdrive om rollend naar mijn werk te gaan.

Maandag is sowieso een dag dat ik op de locatie werk. Dan is het mijn beurt om studenten op te vangen die op school meer aan werken toekomen dan thuis. Daar heb ik vrijwel geen extra werk aan, het zijn zelfstandige, harde werkers.

Wat er verder anders is dan een thuiswerkdag, is dat ik samen met de administratie cijfers kan invoeren en de dossiers kan bijwerken. Op donderdag komen studenten op school voor examens of het inleveren van examens, dus dan kunnen we die meteen meepakken.

In het schoolgebouw zijn er looproutes uitgezet die het rollen door de gang nu niet echt makkelijker maken. Dus als er niemand is, ga ik weleens tegen de richting in of snij ik een stukje af. Allemaal om die plakjes salami te besparen hè! 😉

Maar al kost zo’n werkdag me meer plakjes salami, ik krijg er toch ook energie van. Om gewoon weer met collega’s een kletspraatje te doen, studenten te zien… Heerlijk!

Hoe zien jouw dagen er nu uit?

 

bordsessie O4 workhopper

Aan het begin van dit schooljaar schreef ik al dat ik er even in moest komen. Weer een nieuw ritme thuis en op mijn werk. En dan ben je ineens weer weken verder en staat de herfstvakantie weer voor de deur. Het voelt weer helemaal als vertrouwd.

Zo ziet mijn werkweek er nu uit

Op maandag heb ik geen lessen, maar besteed ik mijn tijd vooral aan examentaken. Dat is nu nog vrij rustig. De planningen zijn rond, de meeste examens al aangevraagd en op dit moment zijn het vooral de keuzedelen en wat herkansingen. Vanaf november gaat het al wat drukker worden, maar nu heb ik genoeg ruimte om alles goed voor te bereiden.

Dinsdag beginnen we met een bordsessie met het team en daarna overleg. Dan heb ik nog vier lesuur met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben en dan zit mijn werkdag er weer op. Die klas diplomeert in februari, dus het is vooral begeleiden bij de examens wat ik met ze doe.

Woensdag is mijn vrije dag. En het lukt me ook aardig om mijn werktelefoon uit te laten en niet in mijn werkmail te kijken. Meestal heb ik het druk genoeg met afspraken of dingen thuis die geregeld moeten worden.

Donderdag is eigenlijk de enige dag dat ik echt lesgeef, meer theorie dan begeleiding bedoel ik dan. En dan meteen aan twee klassen twee verschillende vakken tegelijk. Het zijn twee kleine klassen met in totaal nog steeds maar dertien studenten, dus gesplitst hou je amper nog wat over. Maar ingewikkeld is het wel, want de twee vakken lijken totaal niet op elkaar en ik ben dus continu aan het switchen.

Verder heb ik op donderdag ook tijd om aan mijn examentaken te werken en lessen voor te bereiden.

Op vrijdag heb ik weer geen lessen en ben ik vooral met examens bezig. Vaak komen studenten dan ook wat inleveren. Daarnaast heb ik dan de tijd om met stagebegeleiders te bellen of mailen. En afgelopen vrijdag hadden we voor het eerst ‘Onderwijs in de Praktijk’. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, gingen we naar de stage van één van mijn studenten om daar aan leervragen te werken en intervisie te hebben. Het was even inkomen die eerste keer, maar het is de bedoeling dat we dat elke vijf weken doen en dan op verschillende stageadressen.

En niet te vergeten: ik heb mijn O4 Workhopper!

Het lijkt alweer zo lang geleden. In januari mocht ik een poosje een O4 Workhopper testen, een rolstoel die speciaal gemaakt is om op de werkplek fijn te kunnen zitten en voort te bewegen. Deze had ik in maart aangevraagd bij het UWV en in mei was me toegezegd dat ik ‘m zou krijgen. Nu had ik niet verwacht dat deze rolstoel er bij de start van het nieuwe schooljaar zou zijn, maar op een gegeven moment werd ik wel wat ongeduldig. En toen ik de leverancier belde en die geen idee had waar ik het over had, kreeg ik het wel even benauwd. Maar uiteindelijk kwam het toch goed en werd eind september mijn nieuwe O4 Workhopper geleverd.

En zo blij dat ik daarmee ben! Hij zit fantastisch en ik hoef nu niet meer elke keer over te stappen van stoel naar stoel. Mijn eigen rolstoel kan ik thuis laten, dat scheelt weer gesjouw in en uit de auto en kan ik ook gewoon kiezen hoe ik naar mijn werk wil. Alhoewel ik met dat herfstige weer toch meestal voor de auto kies. Van mijn auto loop ik met mijn wandelstok naar de docentenkamer (via de lift uiteraard), waar mijn rolstoel staat.

Het is wel even wennen dat deze rolstoel aan de voorkant breder is dan mijn andere rolstoelen. Ik bots regelmatig tegen stoelen en tafels aan. En met het rollen zitten de armleuningen wel iets in de weg, maar die zou ik toch niet willen missen als ik achter mijn bureau zit. Ik heb ze wel omgewisseld, zodat ze iets meer naar binnen uitsteken dan naar buiten. Dat scheelt ook al wat.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Jacqueline (@jacqueline_salamistinkt) op

Verder weinig tijd voor bloggen en naaien, wel veel aan het dansen!

Met die weken die voorbij vliegen, merk ik dat ik niet zo heel erg veel aan bloggen toekom. En dat zie ik dan weer aan de cijfers, mijn blog wordt zo een stuk minder bezocht. Het naaien van leuke jurkjes ligt ook een beetje stil. Misschien moet ik gewoon weer eens tegen een tof patroon of stofje aanlopen, maar voor nu heb ik even wat minder inspiratie hiervoor.

Op zich valt de vermoeidheid na het werken wel mee. Meestal ga ik even een uurtje liggen en kan ik daarna weer een boodschapje doen of iets anders. Dus dat is niet zozeer de reden dat het bloggen en naaien op een laag pitje staat.

Wel ben ik wat meer dan normaal met dansen bezig. In november komen er een paar toffe events aan waar ik mag dansen en daar moet flink voor geoefend worden.

Dit zijn ze (en klik even door op de titel als je meer wil weten over de tickets, locatie, enzovoort):

10 november: Shimmy Shake Festival – Matinée Mash Up

Hier dans ik samen met Annelies Jansen (van She Beckons) een fusion buikdans duet. Voor het eerst dat we samen dansen en ook voor het eerst dat ik met mijn dansrolstoel een fusion buikdans duet doe.

Matinée Mash Up is een show met verschillende fusion buikdansacts en is een onderdeel van een heel tof festival met workshops en shows.

29 november: DanceAble #3 – afsluiting Symposium Step into the Future

Doel van dit symposium is kennisdeling en bewustwording van de mogelijkheden van mixed ability dance, zowel op artistiek als op sociaal gebied. En na een dag vol interessante lezingen en workshops laten we een trio zien met Misiconi Dance Company.

30 november: DanceAble #3 – IncLab Open stage

Hetzelfde duet met Annelies nog een keer, maar dan tussen allerlei dansgezelschappen die gericht zijn op inclusiedans. En waar Shimmy Shake juist gericht is op fusion buikdans en rolstoeldansers niet zo gewend is, verwacht ik dat ze bij dit open podium van DanceAble juist niet zo gewend zijn aan fusion buikdans. Dus leuk om die twee totaal verschillende kanten straks te kunnen meemaken!

Mocht je me gemist hebben de afgelopen weken, dan weet je me te vinden! 😉

Dat was het dan alweer. Het schooljaar zit er weer op na deze week. Gisteravond was de diplomering, de lessen zijn al gestopt en het is alleen nog even opruimen en hier en daar wat voorbereiden voor volgend schooljaar.

En het verbaast me nog steeds hoe anders ik erbij zit ten opzichte van vorig jaar.

Lees maar eens het artikel wat ik een jaar geleden aan het einde van het schooljaar schreef: Wat als het werken straks echt niet meer gaat?

Ik werk weer mijn volle aanstelling en dat gaat goed!

Ja, dat mag best met grote letters gezegd worden. Dit schooljaar heb ik keihard mijn best gedaan om binnen mijn grenzen weer langzaamaan op te bouwen. Dat me dat is gelukt, is ook te danken aan mijn onderwijsleider en team. Sowieso dat ik de ruimte kreeg om meer taak- dan lesuren op mijn jaartaak te hebben. Maar ook het begrip wanneer ik me afmeldde voor activiteiten laat op de dag of in het weekend.

Om tussendoor op mijn werk te kunnen rusten, heb ik een stretcher in mijn kantoortje staan en is er een slot op de deur gemaakt wat ik van binnenuit op slot kan draaien. Ik moet zeggen dat ik hier steeds minder gebruik van maak, maar dat de optie er is, is al fijn!

En mijn man en kinderen moet ik ook niet vergeten, daar heb ik het ook aan te danken. Zij redden het prima zonder mij. Boodschappen en koken wordt hier in huis door iedereen gedaan, dus ik kan gerust op de bank blijven liggen als een werkdag een keer toch iets zwaarder uitviel dan verwacht.

Taken verdelen in het team: wat wil of kan ik?

Pas geleden hebben we ons als team weer over de werkverdeling voor volgend jaar gebogen. We begonnen met het benoemen van elkaars kwaliteiten, wat we al eens eerder gedaan hadden. Wat ik als kwaliteiten toegeschreven kreeg, was vergelijkbaar met de vorige keer. Ik werk gestructureerd, ben duidelijk in mijn communicatie, soms ook direct. Ik ben consciëntieus/accuraat, heb een brede kennis en deel deze graag.

Wat me dan meteen opvalt, is dat al die kwaliteiten vooral over mijn werk als examenleider gaan. Dat steekt wel een beetje. Met de doorstroom van studenten zijn er nu al vrij weinig studenten die ik echt les heb gegeven en blijkbaar hebben mijn collega’s er ook geen beeld meer bij hoe ik voor de klas sta.

Nog iets wat steekt, is dat er bij het verdelen van taken steeds benoemd werd dat je een taak op je moet nemen waar je blij van wordt. Ja, het is mooi als dat kan, maar voor mij gaat dat niet op. Ik ben blij dat ik kan werken, maar van het werk zelf word ik niet altijd blij. Maar het moet gewoon gebeuren en blijkbaar ben ik er goed ik, dus hou ik die taak voorlopig nog wel aan. En ook dat wisten sommige collega’s niet van mij.

Verder moet ik zeggen dat het bespreken van de werkverdeling best relaxt ging nu we een veel kleiner team hebben. Volgend schooljaar zijn we echt gesplitst en zit ik in het team Pedagogisch Werk (inclusief Onderwijsassistent), dus helemaal los van het team Dienstverlening en Maatschappelijke Zorg.

Wat ga ik volgend schooljaar wel doen?

Die taak van examenleider mag ik dus blijven doen. En ook al is ons team gesplitst, er blijven nog zoveel uren over voor de examinering, dat ik daardoor niet teveel les hoef te geven. Dat is fijn dat dat kan en dat het team daarvoor wil afwijken van de verdeling taken/lessen zoals die in de cao staat. Want voor mij betekent het dat het werken haalbaar blijft. Zeker nu ik dit schooljaar heb ervaren dat het lukt zolang ik binnen mijn grenzen blijf.

Daarnaast ga ik meer lesgeven dan ik dit schooljaar gedaan heb. Ik hoop op de acht a tien lesuur per week. Afgelopen schooljaar heb ik vooral begeleiding gegeven bij examenopdrachten, dus ik moet me weer helemaal opnieuw gaan inlezen in de lessen die er zijn. Welke lessen ik ga geven, weet ik nog niet. Wel dat het de beroepsgerichte vakken zijn, die voorbereiden op de beroepsgerichte examens, dus het ligt nog steeds wel binnen mijn expertise.

Wat ga ik volgend jaar niet meer doen?

Wat ik niet meer wil gaan doen, is werken in een werkgroep voor het hele college. Dat heb ik de afgelopen maanden gedaan sinds ik weer mijn hele aanstelling werk. En nu was ik redelijk flexibel, omdat ik vrijwel geen les gaf. Maar als ik straks weer wat meer les ga geven, is het lastiger inplannen om naar een andere locatie te gaan.

Naast dat praktische (en fysiek belastende) stukje van moeten schuiven in werktijden en moeten reizen naar de hoofdlocatie, was ik ook inhoudelijk wat teleurgesteld. Niet dat we als werkgroep baggerstukken hebben opgeleverd, maar ik had er meer van verwacht. De manier van plannen, samenwerken en communiceren stond me tegen. Zoveel onder tijdsdruk moeten werken, doet in mijn ogen af aan de kwaliteit die ik zou willen leveren.

Nu was deze werkgroep gericht op het maken van een kwaliteitsslag in de examinering, maar in voorgaande jaren heb ik dit eerder meegemaakt in andere werkgroepen. Bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van curriculum, leerlijnen of lesplanners per vak, of het bijschaven hiervan. Het moeten leveren van een product binnen een bepaalde tijd komt dan voorop te staan. Dat product voldoet dan wel aan de eisen, maar ik mis het om ècht een goed product neer te zetten waar je trots op kunt zijn.

Misschien heb ik gewoon te hoge verwachtingen bij zo’n werkgroep.

Conclusie: volgend jaar weer volop met mijn eigen team en studenten aan de slag!

De foto boven dit artikel laat wel een beetje zien hoe ik me dit afgelopen schooljaar in mijn werk voelde. Ik was er wel, maar toch ook weer niet. Ik voelde me er niet helemaal bij horen, voelde me niet altijd gehoord of gezien.

En ik was er ook letterlijk niet altijd bij. Pas in april kon ik weer mijn hele aanstelling (vier dagen van zes uur) werken, dus het grootste deel van het schooljaar was ik nog ‘ziek’. Op de foto zelf was ik weer eens niet bij een teamvergadering, omdat ik naar die werkgroep moest. Ik had een stukje uitleg voor mijn collega’s gefilmd, in de hoop dat ze het op die manier ook zonder mij konden doen. Maar dat werkt dus niet zo hè. Docenten zijn net studenten wat dat betreft, direct contact werkt dan toch beter.

Laat mij het komende schooljaar dan maar weer gewoon lekker lesgeven en daarnaast examenleider zijn. Weg met die te hoge verwachtingen die toch niet waargemaakt kunnen worden. Welke werkgroep zit er nou te wachten op iemand die constant commentaar heeft dat het nog niet goed genoeg is?

En hoe was jouw (school-)jaar? Wat zou jij anders willen aanpakken in je werk of studie?

geld donaties bijbaantje

En dan heeft je vijftienjarige dochter ineens een bijbaantje bij een patatzaak. Hartstikke leuk natuurlijk, zo verdient ze lekker wat bij en leert ze hoe het is om te moeten werken. Maar als ouder komt daar ook weer van alles bij kijken. Want wat mag ze eigenlijk allemaal wel of niet als vijftienjarige? En wat heb jij daar als ouder nog over te zeggen?

Dan zal je maar een moeder hebben die niet alleen juf is, maar ook nog examenleider en dus heel precies de regeltjes wil volgen. Nee, dat valt best mee, maar ik wil wel altijd precies weten hoe het zit.

Werktijden vijftienjarigen

Op schooldagen mogen vijftienjarigen volgens de arbeidstijdenwet 2 uur per dag werken, weekend en vakantie 8 uur. Daar zit dan wel een maximum aan van 12 uur per schoolweek en 40 uur in de vakantie.

Doordeweeks mogen ze tot 19.00 uur werken en in weekenden of vakanties tot 21.00 uur.

En dan komt het eerste dilemma al: ze werkt op vrijdag van 16.00 – 21.30 uur. Dat is meer dan 2 uur en tot na 21.00 uur. Ze is in de vakantie begonnen en toen had ik zoiets van: we kijken het wel even aan. Ergens vind ik het ook wel logisch, het is nu eenmaal de horeca en dan heb je niet zoveel aan een werknemer die van 16.00 – 18.00 uur werkt. En vrijdagavond is het koopavond, dus dan gaat het werk nu eenmaal wat langer door.

Maar toch… Vaak werken ze nog langer door en dan wordt het wel een erg lange dag. Zeker omdat ze pas half vier uit school is.

Werkzaamheden

Ook voor wat een vijftienjarige mag doen, zijn er regels opgesteld. Dit is om te voorkomen dat ze te zwaar of gevaarlijk werk zouden doen.

Dus geen zware dingen tillen, duwen of trekken, niet met giftige stoffen werken. Maar ook geen alcohol schenken bijvoorbeeld. Nu wordt dat in deze patatzaak toch niet gedaan, dus dat scheelt.

Maar er zijn ook een aantal werkzaamheden die niet mogen, die niet zo duidelijk zijn. Vijftienjarigen mogen niet met of in de omgeving van machines werken. Maar wat wordt er dan precies verstaan onder een machine? Is dat ook het softijsautomaat? Of de patatsnijder? En de friteuse, waar valt die dan onder?

Achter de kassa werken, mag ook al niet. En dat snap ik niet helemaal, want hoe gevaarlijk is dit nou? Voor elke snack die besteld wordt, hoeft alleen een knop aangetikt te worden, kan bijna niet mis gaan. En de andere medewerkers staan op minder dan een meter afstand in die krappe zaak, dus altijd beschikbaar als er toch iets niet goed gaat.

Arbeidsovereenkomst tekenen

Ruim een maand na haar eerste werkdag, kreeg ze een arbeidscontract mee. Dus ook weer even opgezocht wat ik daar als ouder mee moet. Vanaf zestien jaar mag een arbeidscontract getekend worden zonder toestemming van ouders. Voor die tijd moet je als ouder of verzorger toestemming geven. Maar als je dat niet binnen vier weken doet, mag de werkgever ervan uitgaan dat je ermee akkoord bent gegaan.

Dus zoveel is je handtekening ook niet waard. Mocht je nou een heel laks kind hebben die pas na twee maanden aan komt zetten met dat contract, dan heb je er als ouder niet zoveel meer over te zeggen.

Ik heb overigens nog even gebeld met de baas over het contract. Het was een nogal standaard contract, waarin alleen met het salaris rekening gehouden werd met haar leeftijd (€2,91 bruto, gewoon standaard volgens het jeugdloon). Werktijden waren dus ook gericht op een volwassen medewerker, deze konden tussen 5.00 en 23.00 uur liggen.

Er werd nogal lacherig aan de telefoon gedaan dat ik hierover navraag deed en ze wees op de arbeidstijdenwet. Zij zouden het contract niet kunnen veranderen, maar wel mondeling met mijn dochter kunnen overleggen wat haar werkdagen en -tijden worden. Ok, prima, maar ik heb dus wel telefonisch bezwaar gemaakt en teken het contract niet.

Voorlopig gaan we gewoon kijken hoe het loopt, hoe eerlijk ze zijn met de betalingen en of ze in het maken van het rooster voldoende rekening houden.

En hoe zit het met andere leeftijden?

Nu heb ik dit vooral gericht op mijn vijftienjarige, omdat ik daar nu middenin zit. Maar ook over jongere en oudere kinderen kun je deze informatie vinden, bijvoorbeeld op de website Weet je wat jij waard bent?

Ik denk wel dat vijftien de leeftijd is dat veel jongeren beginnen met een bijbaantje. Omdat ze net iets meer mogen dan dertien- en veertienjarigen en misschien ook net iets meer behoefte hebben aan extra geld. Er zijn in ieder geval een hoop (oud-) klasgenootjes die nu ook beginnen met een bijbaantje. Bij een drogist, broodjeszaak, als afwasser bij een restaurant, vakkenvuller bij een supermarkt. Genoeg om ervaringen mee uit te wisselen!

Wanneer begon jij (of je kind) met een bijbaantje? Wist jij wat wel en niet mocht?

lesgeven onderwijs

Inmiddels is de zomervakantie nu dan echt begonnen. Even weer een moment om terug te kijken naar het afgelopen schooljaar en vooruit te kijken naar het volgende. Of de daarop volgende schooljaren. En er is genoeg om over te piekeren en peinzen. De eerste helft van het schooljaar dacht ik zo goed bezig te zijn, maar ik had niet kunnen voorzien dat het zo zou lopen.

Deels ziek melden in het onderwijs: het werkt gewoon niet

Het werk is nooit klaar en met de verantwoordelijkheden die erbij komen kijken, is het gewoon heel erg lastig om je grenzen aan te blijven geven. Je wil toch dezelfde kwaliteit kunnen blijven leveren. Studenten moeten er niet de dupe van zijn dat ik nu even niet mijn hele aanstelling kan werken. Maar voor mijn lijf schiet dat dus niet zoveel op.

Twee jaar geleden was ik ook al tot die ontdekking gekomen, toen ik me voor 25% had ziek gemeld. Als je eenmaal je gezicht laat zien op je werk, wordt er door collega’s en studenten op je gerekend.

Dit jaar had ik me na de meivakantie voor 50% ziek gemeld en de laatste weken voor de zomervakantie werd dit zelfs 75%. En nog had ik niet het gevoel dat mijn lijf weer aan het herstellen was. Minder uren, maar nog steeds de verantwoordelijkheden van een examenleider, leverde alleen maar meer stress op. Ik sliep slechter en mijn werkweek van twee keer drie uur voelde als een fulltime werkweek. Ik was kapot.

Tijdelijke dip of blijvende achteruitgang?

Waar ik twee jaar geleden nog het gevoel had dat mijn lijf in staat was om te herstellen, begin ik daar nu een beetje het vertrouwen in kwijt te raken.

En aan alle kanten wordt het al tegen me gezegd. Mijn ergotherapeut vroeg zich hardop af of mijn achteruitgang niet gewoon blijvend was, in plaats van een tijdelijk dipje zoals ik het noemde. De bedrijfsarts vond dat ik misschien niet zo graag moet willen werken. Dat ik me op belangrijkere dingen moet richten, zoals mijn gezin. En mijn revalidatiearts kwam met de opmerking dat ik beter op mijn hoogtepunt kan stoppen, voordat ik zover aftakel dat ze me op een vervelende manier weg gaan werken.

Ja, het klinkt ook allemaal wel heel verstandig, maar mijn gevoel wil er gewoon niet aan. Het is maar werk, maar wat zou ik zonder moeten?

Deadline 22 oktober

Goed, er moet dus wel wat veranderen wil ik het nog langer vol kunnen houden. Na de zomervakantie blijf ik waarschijnlijk eerst nog even voor 50% ziek gemeld. Mijn taak als examenleider wordt gesplitst. Deze taak wordt steeds groter en is niet meer te doen door één persoon in een team met verschillende opleidingen. Hiermee word ik dus ontlast, krijg iets minder verantwoordelijkheden. Daarnaast zijn die collega’s straks zo goed ingewerkt, dat het geen drama is als ik toch nog uitval.

Maar, ik ken mezelf inmiddels wel een beetje en mijn revalidatiearts ook, dus heb ik een deadline afgesproken. Het is nu zo vaak gebeurd dat ik één stap vooruit doe en weer twee (of drie) terug, nu moet het gewoon echt gaan verbeteren.

Die deadline heb ik gezet op 22 oktober, het begin van de herfstvakantie. Als er dan nog geen verbetering is, meld ik me voor 100% ziek. Na een werkdag van drie uur moet ik na een half uurtje rust gewoon weer fit genoeg zijn om thuis wat te kunnen doen. Ik moet gewoon zeven uur kunnen slapen in een nacht. Vijf minuten kunnen lopen zonder pijn, bij het avondeten een half uur aan tafel kunnen zitten zonder pijn. Dat is allemaal toch niet teveel gevraagd?

En terwijl ik dit zo schrijf, denk ik tegelijkertijd: Jacq, wie neem je nou in de maling? Dit zit er echt niet meer in, wat je ook verandert in je werk.

Idealen in de prullenbak

Hoewel mijn gevoel zich er heel erg tegen verzet, heb ik er in mijn achterhoofd wel rekening mee gehouden dat het werken er op een gegeven moment niet meer in zit. En op zich maak ik me niet eens zoveel zorgen om het hele proces van afkeuren en hoe we er daarna financieel voor staan. Daar heb ik al het één en ander over uitgezocht en nagevraagd en dat moet te doen zijn.

Maar wat me nog het meeste dwarszit, is dat alles wat ik zo graag wilde bereiken met mijn werk, in de prullenbak kan. Ik ben het onderwijs in gegaan om mensen op te leiden voor het werkveld waar ik vandaan kwam. Om goede beroepskrachten te leveren, die ik zelf graag als collega gehad zou willen hebben. En waar ik mijn kinderen aan zou toevertrouwen.

Vijf jaar geleden heb ik mijn master in Leren en Innoveren behaald. Met het idee dat ik naast lesgeven ook achter de schermen bezig kon zijn met het vormgeven van goed onderwijs. De afgelopen veertien jaar heb ik zo ontzettend veel verschillende lessen gegeven aan de opleidingen Pedagogisch Werk, Onderwijsassistent en Maatschappelijke Zorg. Lessen waar ik toch best trots op ben.

Kan allemaal de prullenbak in. Al die kennis en ervaring doen er toch niet meer toe.

En ik merkte het al bij de laatste diplomering. Ik was er niet bij en ik werd niet gemist. Van de studenten die afstudeerden, was er maar één klas die nog les van mij heeft gehad en dat worden er steeds minder. Niemand die nog zegt: ‘Mevrouw, ik heb zoveel van u geleerd.’ Of: ‘U heeft me gemotiveerd om voor dit vak te gaan.’ De studenten kennen me alleen nog maar als die examenleider die komt zeuren als formulieren niet in orde zijn.

Nu al mis ik het lesgeven, het contact met studenten, het aanzetten tot leren, het ontwikkelen en creëren. Wat als daar straks helemaal niks van overblijft? Wat blijft er dan van mij nog over?

 

shimmy shake talent carnival

Na een maand lang allerlei gastbloggers aan het woord te hebben gelaten, is het wel weer eens tijd voor een berichtje hoe het nu met mij gaat. Ik kreeg al verschillende keren de vraag hoe ik er nu voor sta wat betreft die ifuse. Daar wil ik best nog wel wat over kwijt natuurlijk. En op mijn werk hebben er inmiddels drastische veranderingen plaatsgevonden, dat ging gewoon niet meer. Maar ik heb ook positief nieuws, namelijk op dansgebied!

Plannen voor de ifuse voorlopig in de koelkast

Kunnen jullie het nog een beetje bijhouden?

Ruim een jaar geleden stelde mijn revalidatiearts voor om me te verdiepen in een ifuse. Dit is een operatie waarbij je SI-gewricht vastgezet wordt. Met het afwegen van de voors en tegens neigde ik meer naar niet doen.

Toch was ik benieuwd of een spuit in mijn SI wat zou uithalen, of dit een teken zou zijn dat een ifuse misschien toch wel een goed idee zou zijn. De spuiten haalden niets uit, dus legde ik me erbij neer dat het niks zou worden.

De laatste keer dat ik erover schreef, was ik toch weer aan het twijfelen gegaan. Een spuit in mijn trochanter zou moeten laten blijken waar de meeste pijn nu echt vandaan kwam.

Die spuit deed z’n werk goed, ik heb een paar weken amper pijn gehad in mijn heup. Weliswaar voelde ik daardoor wel wat andere pijntjes (waaronder in mijn SI) beter, die voorheen overschreeuwt werden door de pijn in mijn heup. Maar nu konden we in ieder geval met zekerheid zeggen dat de meeste pijn niet uit mijn SI komt, maar uit mijn trochanter.

En aangezien een ifuse die pijn niet weg kan halen, heeft dat geen zin. Dan is het zinvoller eerst die trochanter aan te pakken. Wellicht pakt dat meteen ook goed uit voor mijn SI en is een ifuse niet meer nodig.

50% ziek gemeld op mijn werk

Maar goed, dan kom je bij: HOE DAN??? Hoe zorg ik ervoor dat die pijn minder gaat worden? Je heup kun je niet vastzetten.

Met mijn revalidatiearts kom ik steeds weer bij hetzelfde uit: ik doe teveel, ga te vaak over mijn grenzen heen. Alhoewel ik zelf steeds denk dat ik wel genoeg stappen terug heb gedaan, denkt mijn lijf daar anders over. En het herstel komt dus maar niet.

Daar zat ik dus vorige maand al over te piekeren, over het verschil tussen kunnen en durven. Blijkbaar zet ik toch nog te vaak mijn pijn opzij om iets te kunnen doen. Maar eigenlijk kan ik het dan niet, want het is niet normaal om altijd maar pijn te hebben bij alles wat je doet.

Eigenlijk zou ik dus niet moeten lopen zodra mijn heup pijn begint te doen. Die pijn geeft al aan dat ik over mijn grens ga. Maar er blijft dan zo weinig over. Van de voordeur naar de auto zou dan al te ver zijn en op sommige dagen zelfs van mijn bed naar de badkamer.

Dus na mijn bezoekje aan de revalidatiearts ging ik nog even verder piekeren, maar eigenlijk wist ik het al: het is mijn werk wat me sloopt. En dan zit er niets anders op dan toch maar weer die lat verder omlaag te leggen en me deels ziek te melden.

De keuze voor 50% heb ik zelf gemaakt. Ik denk niet dat het goed voor me is om meteen naar 100% ziek melden te gaan. Ik moet iets hebben om mijn hoofd bezig te houden. Maar 25% leek me weer te weinig. Dat heb ik al eens eerder gedaan en daar ging een poos overheen voor ik daar fysiek wat van merkte.

En nu is het dan aan mij om te gaan voelen waar nu precies die grens ligt. Waar houdt mijn belastbaarheid op en start het overbelasten? Pas als het me lukt om onder die grens te blijven en dat zes weken vol te houden, kan er wellicht weer iets opgebouwd worden.

Ook leuk nieuws: ik mag meedoen met het Shimmy Shake Talent Carnival!

In maart deed ik mee met een Talent Search van de Shimmy Shake. In totaal waren er verspreid over Nederland vier rondes waaruit uiteindelijk twaalf dansacts gekozen zouden worden voor verdere coaching en een optreden in een theater.

Dat was ontzettend spannend, want waar andere fusion buikdanseressen op hun benen dansten, deed ik het in mijn dansrolstoel. Maar blijkbaar maakte het indruk, want ik mocht door voor coaching!

En morgen is dan het resultaat van die coaching te zien in een show. Niet alleen van mijn dans, maar ook van nog elf andere dansacts. Dit vindt plaats in ‘t Kapelletje in Rotterdam, op zondag 10 juni dus. Er is een show van 12.30 – 14.30 uur en één van 15.00 – 17.00 uur. En daartussen is er van alles te zien en te beleven in de tuin bij het theater. Kaartjes zijn nu al te koop via Shimmy Shake.

Over mijn werk en het dansen ben ik eigenlijk nog niet uitgepraat, dus binnenkort meer daarover. Maar hoe gaat het verder met jou?

werkplek trippelstoel swopperVolgens mij heb ik het al een paar keer geroepen: het wordt echt weer eens tijd voor een update wat betreft mijn werk. Hier en daar heb ik wel wat verteld over wat ik doe op mijn werk, maar niet hoe ik bezig ben om mijn werk aan te passen aan mijn beperkingen. En daarin heb ik best al wat slagen gemaakt.

Op zich was er al het één en ander aangepast aan mijn taken, maar erg tevreden was ik daar niet over. De taak als examenleider vond ik toch best pittig en gaf me weinig energie. Na een zoektocht naar wat ik dan wèl wilde, kwam ik toch weer terug bij af. Ik wil niet weg uit het mbo, maar (veel) voor de klas staan, lukt niet.

En alhoewel ik mijn werkdagen al iets had aangepast, lukte het toepassen van de salamitechniek nog niet geweldig. Maar inmiddels zijn er toch wel weer wat dingen veranderd.

Veranderingen ten opzichte van vorig schooljaar

  • In plaats van twee hele en twee halve dagen, werk ik nu vier dagen van zes uur. De woensdag ben ik nog steeds vrij, dus ik heb steeds maar twee korte werkdagen achter elkaar. Dat bevalt me eigenlijk heel goed. Natuurlijk is er weleens een dag dat ik wel langer moet blijven, vanwege een studiedag of bijeenkomst. Dat merk ik dan meteen aan mijn lijf, ben dan helemaal gesloopt. Maar zes uur is goed te doen. Als ik dan thuiskom, ga ik even liggen en kan ik daarna nog iets in huis doen of met de kinderen.
  • Ik sta iets minder voor de klas, zes lesuur per week in plaats van acht a tien. Dit is verdeeld over mijn werkdagen, dus heb ik één dag zonder lessen en de rest steeds een blok van twee lesuur per dag.
  • Voor het eerst sinds jaren ben ik geen studieloopbaanbegeleider van een klas. Dat scheelt zoveel, kan me een stuk beter focussen op mijn taak als examenleider.
  • We hebben (weer!) een nieuwe onderwijsleider, die er ook weer anders tegenaan kijkt. Ik mag steeds aangeven wat voor mij nodig is en zij houdt hier dan rekening mee. Ik vind dat best een luxe, maar tegelijkertijd lastig dit aan te geven. Het werk moet toch gedaan worden, is het niet door mij, dan wel door mijn collega’s. Toch is het erg fijn dat er zo wat afspraken gemaakt zijn. Zo beginnen mijn lessen niet voor 10.00 uur, zodat ik eerst wat van mijn taken als examenleider kan doen. En na de lunchpauze heb ik ook geen lessen, waardoor ik het laatste uur van mijn werkdag rustig kan afbouwen met bijvoorbeeld wat archiveerwerk.
  • Na een jaar als examenleider heb ik inmiddels ook wat meer routine in bepaalde taken. Dat scheelt een hoop ten opzichte van vorig jaar, waarbij ik regelmatig iets opnieuw moest doen of moest vragen hoe ik het moest doen.
  • In de loop van vorig schooljaar heb ik een dockingstation en groot beeldscherm gehad. Plus nog een scanner, zodat ik niet voor één blaadje inscannen heen en weer hoef te lopen naar het kopieerapparaat. En dit schooljaar kwam daar een in hoogte verstelbaar bureau bij. Mijn werkplek is dus een stuk ergonomischer geworden.
  • Tot slot nog iets wat niet zozeer met mijn werk te maken heeft, maar wel met mijn werkdag: Mijn jongste dochter heeft sinds dit schooljaar een continurooster tot 14.00 uur en komt zelf naar huis uit school. Ik hoef dus niet nog eens heen en weer naar de bso na mijn werk.

De effecten van die veranderingen

  • De kortere werkdagen zorgen ervoor dat ik meer energie overhoud aan het einde van de dag.
  • Dat mijn dochter alleen thuis is na school en we in principe tegelijkertijd ‘uit’ zijn, zorgt ervoor dat ik niet te lang blijf hangen op mijn werk. Het is voor mij een stok achter de deur, omdat ik weet dat ze zonder ouderlijk toezicht veel te veel naar haar Ipad zit te turen.
  • Minder lessen en dus ook minder lopen zorgt ervoor dat ik minder pijn heb. Alhoewel ik wel merk dat het lopen steeds slechter gaat.
  • Zelf zoveel mogelijk mijn werkdag indelen helpt me om dan ook zoveel mogelijk af te wisselen.
  • Meer routine zorgt voor meer rust in mijn hoofd. Dat is altijd fijn.

Zoals het nu gaat, ben ik best tevreden. Op deze manier zie ik het wel zitten om nog een flinke poos te kunnen blijven werken.

Het kan altijd beter

Er zijn nog steeds dagen dat ik helemaal kapot ben na die zes uurtjes. Daarnaast haal ik niet meer zoveel voldoening uit mijn werk als voorheen. Daar zou best nog wat meer balans in kunnen komen.

Ik wil gaan kijken hoe ik het vele lopen kan verminderen. De onderwijsleider stelde bijvoorbeeld voor om een paar taken aan een collega over te dragen. En ik wil het toch weer eens gaan proberen om mijn rolstoel mee te nemen. Maar dan wel als deze wat beter is afgestemd en ik er wat langer zonder pijn in kan zitten.

Maar als ik alleen maar in dat examenhok zit, voel ik me weer een beetje buiten het team staan. Al doe ik wel mijn best om elke pauze naar de docentenkamer te gaan, ik mis toch wel wat van wat er daar speelt.

Er is nog wel iets dat ik mis. Ik wil meer uit mijn werk kunnen halen dan ik nu doe. Dat is lastig met mijn kleine aanstelling die al grotendeels ingenomen wordt door mijn taak als examenleider. Dus een uitdaging om toch iets te vinden!

overspannen

Als broekie van zeventien (bijna achttien) had ik al mijn mbo-diploma op zak en een baan in de gehandicaptenzorg. Alhoewel ik dat toen nog niet toe had willen geven, was ik op dat moment nog lang niet uit gepuberd. Ik had een behoorlijke drang naar zelfstandigheid en het bewijzen dat ik alles wel alleen kon, op mijn manier. Thuis bij mijn ouders was het daardoor niet altijd even gezellig en zodra het kon, schreef ik me in voor een huurhuisje.

Dat huurhuisje was er niet één, twee, drie, dus zocht ik naar mogelijkheden om zoveel mogelijk van huis te zijn en tegelijkertijd te kunnen sparen voor mijn toekomstige huisje. Werk dus.

‘Die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen: echt wat voor jou!’

Na wat diensten te hebben gedraaid als oproepkracht, werd mijn contract omgezet naar een vast dienstverband en ik kon meteen fulltime aan de slag. Er was net een verhuizing geweest van woongroepen bij de organisatie waar ik werkte. Eén groep kinderen was op een bijna lege vleugel achtergebleven. Die groep was afgesplitst van de groep waar ze daarvoor bij zaten, omdat ze qua gedrag niet goed aansloten. Er was nog geen compleet team gevormd voor deze groep, dus er was veel werk.

En omdat ik zo graag wilde werken, maakte ik vaak 48 uur per week. Kon ik mooi de discussies thuis ontlopen èn een aardig zakcentje verdienen. De andere begeleiders werkten hooguit drie dagen per week op deze groep, omdat ze op een andere groep ook nog nodig waren. Verder werden de gaten opgevuld met oproepkrachten.

Qua personele bezetting dus geen ideale situatie. Qua locatie ook niet trouwens: de woongroep bevond zich aan het einde van een paar lege gangen, met veel gesloten deuren. Als enige kindergroep op een locatie met verder alleen groepen volwassen verstandelijk gehandicapten, met name ernstig meervoudig gehandicapten.

Maar volgens de coördinator die mij daar aan het werk zette, sloot het zo mooi aan bij mijn zojuist afgeronde opleiding. Echt wat voor mij, die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen.

De kinderen

Op de groep woonden vijf kinderen die behalve een verstandelijke beperking ook gedragsproblemen hadden. Twee kinderen gingen naar het speciaal onderwijs, de anderen hadden dagbesteding op de locatie zelf en gingen voor een dagdeel per dag daar heen.

In de weekenden gingen de kinderen regelmatig naar hun ouders, waardoor er ruimte was om wat met de achterblijvende kinderen te gaan doen. Eén op één kon je dan bijvoorbeeld een eindje fietsen of naar de kinderboerderij.

Wanneer alle kinderen er waren, liep de spanning op de groep snel op. De kinderen konden agressief naar elkaar of naar de groepsleiding reageren en waren hierin moeilijk af te remmen of om te buigen.

Slaan, schoppen, haren trekken, bijten, knijpen: het was aan de orde van de dag. Meubels vlogen regelmatig door de kamers en ik heb ook weleens een pot hete thee en een gevuld urinaal naar me toegeworpen gekregen.

Een andere bizarre situatie was toen één van de kinderen wegliep en ik hem achterna rende in de wijk, maar zelfs ook op het dak van de locatie.  Dit kind was zo bijdehand om na het eten een lepel achter te houden, waarmee hij de deuren kon openen (de deurkrukken ontbraken op de deuren om juist te voorkomen dat kinderen wegliepen).

Of toen ik bij één van de kinderen op de kamer zat om hem te kalmeren, maar hij juist de groep aan de andere kant van de deur opstookte door te zeggen dat ik hem probeerde te wurgen. De rest van de groep ging vervolgens zo tekeer dat ik geen kant op kon.

Overspannen

Deze groep sloot misschien wel aan op mijn opleiding, maar absoluut niet op mijn leeftijd en werkervaring. Zelfs de kinderen zeiden het: ‘Je bent zelf niet eens volwassen, wie denk je wel niet dat je bent om ons te vertellen wat we moeten doen!’

Op een gegeven moment zag de leidinggevende ook dat de situatie op de groep niet te houden was. De groepsleiding kreeg een alarm om de nek om in acute situaties te gebruiken. Als je dat alarm indrukte, kwam er van een andere groep een begeleider inspringen. Soms duurde het zo lang voordat er iemand kwam, dat ik de situatie zelf gesust kreeg. Of misschien was de dreiging van een grote volwassen man die kwam bijspringen voor de kinderen voldoende om te bedaren. Met als gevolg een geïrriteerde collega die ‘voor niks’ zijn groep achter heeft gelaten.

Op school had ik nooit geleerd dat je je ook ziek kunt melden als je het werk mentaal niet meer aan kunt. Ik had geen idee. Er waren wel al oproepkrachten die niet meer kwamen om dezelfde reden, maar als ik ook zou aangeven dat ik naar een andere groep wilde, wie bleef er dan nog over? Al die wisselingen hadden ook geen positief effect op de kinderen.

Steeds vaker sloot ik me op in het kantoor als de kinderen hun agressie op mij richtten. Bij de wisseling van dienst zat ik regelmatig in tranen bij een collega. Het ging gewoon niet meer.

Drie maanden heb ik het volgehouden op die groep. Toen heb ik me op aanraden van een collega ziek gemeld. Ik was overspannen. Pas daarna werd besloten dat die groep voortaan met twee begeleiders werd gedraaid.

Mijn lesje geleerd

Het is nooit leuk om op zo’n vervelende manier wijzer te worden. Maar ik kan wel zeggen dat ik er enorm veel van geleerd heb. Niet alleen hoe om te gaan met bepaald gedrag bij kinderen, maar ook hoe ik zelf kan aanvoelen wanneer iets teveel wordt. Zodat ik op tijd aan de bel kan trekken bij collega’s of leidinggevende en kan voorkomen dat ik weer overspannen wordt.

Na mijn ervaringen op deze groep heb ik op verschillende andere groepen gewerkt binnen de gehandicaptenzorg. Ik heb ervaren hoe de steun van collega’s mij ook sterker maakt. Hoe ik op mijn eigen manier om kan gaan met probleemgedrag bij cliënten. Hoe waardevol vriendinnen en familie zijn om je hart bij te luchten. En vooral dat die agressieve cliënten gewoon mensen zijn met behoefte aan wat positieve aandacht.

En alhoewel ik na deze ervaring zei dat ik nooit meer met gedragsproblemen wilde werken, ben ik ze nog regelmatig tegengekomen. Niet heel lang hierna kwam ik op een groep terecht waar ik mijn hart verloor aan een meisje waar ik nog jarenlang bezoekvrijwilliger van ben geweest.

Inmiddels heb ik nu een baan waarbij ik niet dagelijks geconfronteerd word met agressief gedrag. Mijn studenten Pedagogisch Werk zullen het ook niet heel veel tegenkomen in de kinderopvang waar ze stage lopen. Maar bij de studenten Maatschappelijke Zorg merk ik dat sommigen tijdens hun opleiding al een stuk meer ervaren zijn dan ik was na het behalen van mijn diploma. Soms wil ik ze dan bijbrengen wat ik in die periode zelf geleerd heb. Maar vaker is het andersom en leer ik van hen. Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat nou zo’n goed teken is…

Heb jij ook een werkervaring die zo’n impact op je heeft gemaakt? Wat heb jij hiervan opgestoken?

 

Ik was er vroeger gek op, die geschiedenislessen. Het zal er vast ook wel mee te maken hebben gehad dat ik meestal wel een toffe geschiedenisleraar had, die z’n best deed er een leuke les van te maken. Maar het luisteren naar de verhalen en het in je kop stampen van de jaartallen vond ik ook leuk.

Zo anders dan mijn studenten, die ik meestal niet warm krijg voor zo’n les in wat allemaal al geweest is. Nu is er bij de opleiding Pedagogisch Werk waar ik lesgeef geen maandenlange reeks met geschiedenislessen over de kinderopvang, dus dat scheelt. Maar bij gebrek aan uitdagende opdrachten om in de theorie te duiken, bleef ik al een paar jaar hangen in dezelfde opdracht: ‘Zet de begrippen op de juiste plaats in de tijdlijn.’

Maar deze week had ik wat meer tijd om mijn les voor te bereiden en heb ik het in een ander jasje gegoten.

Voorbereiding geschiedenisles

  • Omdat het boek uit de studiewijzer niet op de boekenlijst van de studenten stond, kon ik beginnen met het kopiëren van de lesstof. En om zo min mogelijk papier te verspillen, heb ik geknipt en geplakt tot ik drie A4 op één A4 kreeg. Alleen maar tekst, zonder plaatjes dus.
  • De belangrijkste gebeurtenissen/ wetten/ regelgeving/ begrippen uit de tekst heb ik zo kort mogelijk overgetypt in een tabel en uitgeprint. Liefst zelfs afgekort, als het een gebruikelijke afkorting is.
  • De vakjes met begrippen heb ik uitgeknipt, zodat ik uiteindelijk achttien kaartjes had. Ik had nog een restje magnetisch plakband, maar gewoon plakband of losse magneetjes doen het ook prima hierbij.
  • Een paar kaartjes heb ik tot bonuskaartjes omgedoopt. Bij de ene was het jaartal niet terug te vinden in de tekst en zou deze dus gegokt moeten worden. De andere was helemaal niet in de tekst terug te vinden, omdat het om een nieuwe wet ging, die we de week ervoor behandeld hadden.
  • Tot slot heb ik een paar buzzers erbij gepakt. Daar hadden we meer dan genoeg van, maar uiteindelijk had ik er maar drie gebruikt, omdat ik vergeten was de anderen van batterijen te voorzien. Gelukkig was het maar een klein klasje.

Het spel

  • Terwijl de studenten de uitgedeelde tekst lazen en met highlighters aan de slag gingen, tekende ik de tijdlijn op het bord. Niet helemaal in proporties zoals je ziet, maar met genoeg ruimte voor de kaartjes.
  • Vervolgens de spelregels uitgelegd:
    • Als een groep weet welk jaartal er bij het door mij opgelezen en omhoog gehouden kaartje hoort, mag er op de buzzer gedrukt worden.
    • De groep die het eerst heeft gedrukt, mag het kaartje op de tijdlijn plaatsen. Hangt het goed, dan mogen ze het begrip toelichten. Hangt het verkeerd, dan krijgen de andere groepen een kans (wie het eerst drukt op mijn teken).
    • Goed opgehangen is één punt, een goede toelichting in eigen woorden is nog een punt erbij.
    • De groep met de meeste punten wint.

geschiedenisles kinderopvang spel

Resultaat van de geschiedenisles

Deze les gaf ik aan een kleine, maar behoorlijk drukke en enthousiaste klas. Eigenlijk vond ik het na twintig minuten wel weer tijd voor wat anders, maar de klas wilde doorgaan tot alle kaartjes op waren. Uiteindelijk zijn we er dik een half uur aan kwijt geweest.

Door het spelelement werden sommigen zo hyper en luidruchtig, dat het me nog meeviel dat er geen collega’s kwamen klagen.

Wat me opviel, was dat veel studenten moeite hadden met het vertalen van ‘de 19e eeuw’ uit de tekst naar de tijdlijn op het bord. Dit kwam bij een stuk of drie kaartjes voor en elke keer werd het verkeerd opgehangen en heb ik het opnieuw uitgelegd hoe het werkt.

Het uitleggen in eigen woorden was ook een lastige. Het kunnen vinden in de tekst lukte prima. Maar vervolgens ook begrijpen en uitleggen wat er dan in die tekst staat, is een ander verhaal. Afkortingen die in de tekst niet afgekort waren, kostten ook behoorlijk wat moeite om gevonden te worden. Behalve als ze ze bij andere vakken al eens besproken hadden, zoals VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie).

De bonuskaartjes waren ook lastiger dan ik had ingeschat. Zelfs toen er nog maar één specifiek jaartal over was en maar één kaartje, werd het verkeerd opgehangen. Maar het meest teleurstellend was toch wel dat echt niemand het kaartje herkende van de les van vorige week, haha!

Conclusie?

Deze meiden zijn niet zo van de theorie, maar met een beetje stimulans krijg je ze allemaal actief met hun neus in de lesstof. En met wat herhaling (ook bij andere vakken) blijft het wel hangen.

Als het aan de klas ligt, doen we elke week zo’n spel. Of ik er nou op zit te wachten om elke keer zo’n stel joelende meiden voor m’n neus te hebben. Ik weet het niet hoor. Later in de les hebben ze heel rustig en geconcentreerd een mindmap gemaakt, dat beviel me net iets beter.

En omdat iedereen wel mee kan praten over onderwijs:

Wat maakt voor jou een theoretische les minder saai?