jonge mantelzorger mantelzorg rolstoelNatuurlijk deel ik het liefst de leuke dingen die ik met mijn gezin onderneem, zoals uitstapjes en activiteiten. Maar soms toch ook de lastige kant van het ouderschap. En heel soms trek ik het nog een stukje breder: naar mijn werk waarin ik als docent pedagogiek mijn studenten leer om andermans kinderen op te voeden (en zichzelf daarmee ook een beetje).

verlanglijstje cadeautjes 10 euroDe decembermaand met alle festiviteiten staat alweer voor de deur. Misschien heb je ook al lootjes getrokken voor sinterklaas of kerst? Ik wel. En mijn verlanglijstje is ook al gevuld. Vaak is er wel een soort van thema te vinden in mijn verlanglijstje. De ene keer is dat naaien en borduren en vraag ik om borduurgaren en tijdschriften met naaipatronen. De andere keer wil ik vooral lekkere dingen, zoals chocola en badspulletjes. Dit jaar is het bezig zijn en inspiratie opdoen. Vast iets waar meer mensen wat mee kunnen.

Met 10 euro als max kwam ik onder andere op deze spulletjes die ik graag ingepakt in de zak of onder de boom zou willen vinden:

333 dingen om over te schrijven

Schrijfinspiratie, altijd goed!

642 tiny things to write about

Er is ook een boek over minder ‘tiny’ dingen, beide boeken heb ik nog nooit ingezien en ik ben er eigenlijk wel nieuwsgierig naar. En voor een ‘tiny’ prijsje is het leuk om eens uit te proberen.

642 tiny things to draw

Ik ben eigenlijk niet zo van het tekenen, totaal inspiratieloos. Maar wie weet ontdek ik toch de leuke kant van het tekenen.

365 dingen die iedereen een keer gedaan moet hebben

Ja, nu begint het er wel een beetje op te lijken dat ik helemaal niks zelf kan verzinnen, haha! Dit is een scheurkalender en ik hou sowieso van scheurkalenders. Alhoewel ik er dan weer niet zo goed in ben om ze dagelijks af te scheuren.

Wreck this journal everywhere

Weer een kleinere uitgave van een grotere versie. Het idee om een dagboek vooral veel te gebruiken en te slopen vond ik wel grappig. En klein: dus nog makkelijker om mee te nemen.

De blogbijbel

Ik lees regelmatig blogs over bloggen en het leek me wel wat om ook offline wat leesvoer paraat te hebben hierover. Waarschijnlijk is het niet helemaal gericht op het bloggen hoe ik het aanpak, maar wie weet wat voor tips er nog uit te halen zijn.

Hands

Het spel Hands ken ik eerlijk gezegd niet, maar het klinkt wel leuk: een spel waarbij je met je handen praat in plaats van met woorden. Ik denk dat dat voor hilarische momenten kan zorgen.

Tiny tins: Regenwormen

Kleine spellen zijn altijd handig om bij je te hebben op vakantie. Tijdens een weekendje weg had ik kennisgemaakt met het spel Regenwormen, echt heel leuk om te doen. En die is er dus ook in een kleine versie.

Ja-maar dilemmakaarten

Ik ben altijd wel nieuwsgierig naar kaarten die uitnodigen tot een gesprek. Vooral in mijn werk merk ik dat het heel uitnodigend werkt voor studenten. Meer dan wanneer precies hetzelfde op een A4’tje staat. En ze zijn vaak goed te combineren met kaarten uit een andere verzameling.

36 inspiratiekaarten

Nou ja, wie weet zijn de dilemmakaarten ook wel goed te gebruiken met inspiratiekaarten!

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

strand Normandië

Geïnspireerd door Karen van Dejlig en indirect dus ook door Geertje van Lifesabout werd ik overgehaald om op een rijtje te zetten waar ik trots op ben.

Maar nou reageerde ik een tikkeltje arrogant bij Karen dat ik er best wel een heel blog over zou kunnen vullen en dat zij maar bescheiden is door eerst mensen uit haar omgeving te benoemen waar ze trots op is. En potverdorie, nu ik er echt voor ga zitten, bedenk ik dat ik veel meer trots ben op mijn familie en vrienden dan op mezelf.

Trots op mijn ouders, van wie ik zoveel geleerd heb (en die overigens nog steeds een geweldig huis te koop hebben staan). En op mijn broers, zussen en vriendinnen, op wat ze bereikt hebben, hoe ze in het leven staan.

Maar om het toch nog iets dichter bij mezelf te houden, zijn dit de 10 dingen waar ik mezelf een schouderklopje voor kan geven:

1. Ons gezin

Dat wat wij – mijn man en twee dochters – hier voor elkaar hebben, hebben we samen voor elkaar gekregen. Kinderen groeien niet vanzelf op tot geweldige mensen en een huwelijk is niet automatisch ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Dat vraagt om inzet, samenwerken en aanpassingsvermogen. En nu is het echt niet zo dat ik als pedagoog in huis altijd bepaal hoe dingen gebeuren. Juist het los durven laten en ruimte geven aan anderen (ook al weet ik het soms beter) zorgt voor groei in ons gezin.

2. Master Leren en Innoveren

Het is maar een papiertje, maar het staat voor zoveel. Die pittige opleiding heb ik toch maar even naast werk en gezin gedaan. En het heeft me de motivatie gegeven om te blijven leren, nieuwsgierig te blijven naar wat er nog meer mogelijk is in het onderwijs.

Het is overigens niet het eerste papiertje wat ik naast mijn werk behaald heb. Al toen ik in de gehandicaptenzorg werkte, begon ik aan de Pabo in de avonduren. Toen ik overstapte naar Pedagogiek, was ik net zwanger van mijn oudste dochter. Het laatste jaar gaf ik mijn baan op om als leraar in opleiding te kunnen werken, zodat ik meteen mijn lesbevoegdheid kon halen. Dat was dus een jaar lang een half salaris met een kind in de luiers.

Best pittig, maar het is me toch allemaal gelukt!

3. Dansen

Ik heb mezelf nooit een getalenteerd danser gevonden, maar geniet er wel heel erg van. En om dan op te mogen treden met geweldige dansers en applaus te mogen ontvangen, ja, dat maakt mij wel heel trots.

Afgelopen zomer ben ik een crowdfundingactie begonnen om zelf een dansrolstoel aan te kunnen schaffen. Dat vond ik best spannend om te doen: hadden anderen er wel geld voor over om mij die dansrolstoel te gunnen? Zien ze mijn wervingsacties niet als bedelen? Maar uiteindelijk was er zelfs meer geld gedoneerd dan ik als doel had. Dus al die twijfels waren niet nodig geweest.

4. Sociaal netwerk

Iets waar ik erg dankbaar voor ben en mijn best voor doe om vast te houden: ik heb een uitgebreid sociaal netwerk. Familie, vrienden, collega’s, oud-studiegenootjes, lotgenoten, mensen die ik ken van festivals of uitgaan, van het dansen of van de sportschool. De contacten zijn heus niet allemaal even intensief en diepgaand, maar ik kan altijd wel bij iemand aankloppen als dat nodig is. En andersom ook uiteraard.

5. Openheid

Mijn fysieke beperkingen zijn niet iets om me voor te schamen. Niet dat ik er altijd maar mee te koop loop (ok, op mijn blog misschien net iets meer, maar dat is echt maar een klein stukje van mijn echte leven), maar ik ben altijd wel bereid om vragen te beantwoorden. En dat ik daarmee ook nog eens in krant, magazine of boek kom, is natuurlijk ook wel iets om trots op te zijn.

6. Werk

Ik ben niet alleen trots op het feit dat ik nog werk, ondanks dat het fysiek niet altijd zo jofel gaat, maar ook op het werk dat ik neerzet. Ik ben niet zomaar een middelmatige docent, ik ben gewoon een goede docent. Flexibel inzetbaar, duidelijk naar studenten en collega’s, ik heb veel vakinhoudelijke kennis, kan dat op verschillende manieren overbrengen en als ik zeg dat ik iets doe, kun je er ook op vertrouwen dat ik het zal doen.

 7. Mooie jurkjes naaien

Ja, ook dat kan ik. Ik vind het een uitdaging om een mooi stofje te vinden en daar een prachtige jurk van te maken. Elke jurk heeft zo iets unieks en past helemaal bij mij.

Ik heb er nooit een studie of cursus in gedaan. Het meeste heb ik geleerd door het vooral veel te proberen en heel veel fouten te maken. Youtube met z’n enorme hoeveelheid aan tutorials moet ik wel nog wat credits geven.

8. Gezond en sportief bezig zijn

Van nature ben ik een levensgenieter en ik geniet dan vooral van lekker eten en drinken. Maar omdat het goed voor me is, let ik meer op mijn eetgewoontes en probeer ik zoveel mogelijk te bewegen. Dat resulteert in wat kilootjes eraf en flink wat actieve uurtjes in de week. En daar ben ik trots op. Want het is echt niet zo dat ik het altijd leuk vind om naar de sportschool te gaan, of een stuk fruit te nemen in plaats van een reep chocola. Maar juist dat ik het toch doe, ondanks dat er leukere en lekkerdere dingen zijn, maakt mij trots.

9. Grenzen aangeven

Nee, hier heb ik echt nog geen master in behaald, ik vind het aangeven van mijn grenzen nog steeds moeilijk. Vooral om ‘nee’ te moeten zeggen tegen leuke dingen. Maar omdat het nou eenmaal wèl goed is voor mijn lijf om zo nu en dan voor mezelf te kiezen, doe ik hier erg mijn best voor. En dat gaat me steeds beter af, dus daar ben ik ook trots op.

10. Doorzettingsvermogen

Ik denk dat dit is wat er voor heeft gezorgd om al het andere te kunnen bereiken. Zonder doorzettingsvermogen was ik echt niet zover gekomen. Dan was ik na één mislukt jurkje gestopt met naaien. Had ik er nooit aan gedacht om in een rolstoel te dansen of om aan een opleiding te beginnen naast mijn werk.

Niets is me zomaar aan komen waaien, maar je ziet wat je kan bereiken met een beetje doorzetten! En ik hoop zo dat mijn kinderen dit ook zullen oppikken. Niet alleen maar voor de makkelijke weg gaan, maar juist de uitdagingen opzoeken om er het beste van te maken.

En jij, waar ben jij trots op?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het laatste onderwerp van deze vier: Optimisme.

Verklarend gedrag

Verklarend gedrag is de manier waarop iemand geneigd is de gebeurtenissen in zijn leven uit te leggen. Uit experimenten met zowel scholieren als volwassenen kwam het volgende naar voren: Mensen met pessimistisch verklarend gedrag zijn eerder terneergeslagen, wat leidt tot minder studieresultaten. Mensen met optimistisch verklarend gedrag komen negatieve ervaringen te boven, halen betere resultaten en zijn gezonder.

 

optimistisch verklarend gedrag

Wanneer er sprake is van optimistisch of pessimistisch verklarend gedrag, is in bovenstaand schema duidelijk weergegeven. In het boek wordt het uitgebreid uitgelegd, maar ik denk dat dit schema makkelijk om te buigen is naar de praktijk.

In mijn groep studenten zie ik beide tegenpolen. En sommige studenten krijgen ook echt te maken met heel veel vervelende dingen die ze overkomen. Hoe ze dit verklaren kan soms het verschil maken tussen voortijdig schoolverlaten en juist met succes de opleiding doorlopen.

ABCDE-denkstrategie voor optimistisch verklarend gedrag

Met mijn studenten hebben we wekelijks intervisie. Een zwak punt hierbij (zowel van mij als mijn studenten) is de structuur vasthouden. Er wordt al snel afgedwaald en uiteindelijk hebben we heel veel meningen uitgewisseld, maar of het probleem daarmee opgelost is…

Een andere strategie is dus een welkome afwisseling voor deze groep. Met het vooruitzicht dat je hiermee alles optimistischer kan gaan bekijken, is het de moeite waard om deze strategie aan te leren.

Ook van deze ABCDE-denkstrategie is in het boek een uitgebreide beschrijving gegeven. Deze heb ik voor mijn studenten ingekort en wat praktischer weergegeven, door de stappen om te zetten naar vragen en in een Piktochart te zetten.

ABCDE-denkstrategie

Ben jij een optimist of een pessimist als het gaat om de vervelende dingen die je overkomen? En hoe ga jij er vervolgens mee om?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond  zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het derde onderwerp van deze vier: Positief toekomstbeeld van jezelf.

Toekomstbeeld: wat houdt het in?

Je toekomstbeeld is het beeld dat je hebt zoals jij denkt te zullen worden. Het is bepalend voor je zelfbeeld en hierbij maak je de verbinding tussen het nu en de toekomst en hoe je onderweg kunt veranderen om dat te bereiken.

Dit toekomstbeeld is gebaseerd op:

  •  je verleden en ervaringen
  • het vergelijken van eigen gedachten, gevoelens, kenmerken en gedragingen met die van andere mensen met een voorbeeldfunctie
  • wat je denkt dat anderen van je verwachten

Negatief en positief toekomstbeeld

Een balans in negatief en positief geeft je richting in wat je wel of niet wil worden. Een negatief toekomstbeeld kun je inzetten als voorbeeld van wat je wil vermijden, zoals werkloos of eenzaam zijn. En bij een positief toekomstbeeld zie je voor je wat je gewenste situatie is, zoals  een goed betaalde baan en een liefdevol gezin.

Wanneer je een positief toekomstbeeld hebt, is dit krachtige stimulans om hier zelfstandig en doelgericht naartoe te werken.

Maar wanneer de ideale en werkelijke situatie te ver uit elkaar liggen, kan dit negatieve emoties losmaken.

Hoe vorm je een positief toekomstbeeld?

In het boek worden een aantal voorbeelden van activiteiten genoemd om leerlingen te helpen bij het vormen van een positief toekomstbeeld. Sommige activiteiten zijn gericht op het vinden van rolmodellen, voorbeelden van wat je wilt worden. Andere zijn gericht op het onderzoeken van wat er nodig is om dat toekomstbeeld te verwezenlijken of wat het beroep precies inhoudt.

Aangezien mijn studenten in het laatste jaar van hun beroepsopleiding zitten, heb ik voor hen de activiteit gekozen om een tijdpad te tekenen wat leidt naar hun droombaan. Daarbij geven ze op dit tijdspad de kruispunten en hindernissen aan. Een volgende stap is dan om per hindernis of kruispunt een korte termijndoel op te stellen, om ervoor te zorgen dat het eindpunt bereikt wordt.

En hoe zit het met jouw toekomstbeeld? Heb jij een positief en realistisch toekomstbeeld of heb je nog niet helder voor ogen wat je wil bereiken?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het tweede onderwerp: weerbaarheid.

Hoe weerbaar ben je?

Als je weerbaar bent, betekent dat dat je weer opveert na een confrontatie met moeilijke omstandigheden, groeit door tegenslagen. Typerend voor weerbare mensen is dat ze hoge verwachtingen hebben en zinvolle levensdoelen. Ze kunnen afstand nemen om niet verstrikt te raken in uitzichtloos schuldgevoel.

What doesn’t kill me, makes me stronger. Dit is een veel gehoorde uitspraak die in me opkwam toen ik las over weerbaarheid. Maar wat ik vaak als houding zie bij mensen die dit roepen, is dat die vervelende ervaringen ze harder hebben gemaakt. En dat is niet helemaal wat hier met weerbaarheid bedoeld wordt. Het gaat er niet om dat je je schouders ophaalt, de situatie de rug toedraait en ervan wegloopt. Het gaat er juist om dat je er je schouders onder zet, roeit met de riemen die je hebt en kracht haalt uit het overwinnen van tegenslagen.

21e eeuwse vaardigheden marzano heflebower weerbaardheidIn het boek is een weerbaarheidstest opgenomen waarbij studenten kunnen aangeven in hoeverre ze het eens zijn met een stelling. Met mijn klas heb ik ervoor gekozen om deze stellingen op kaartjes te schrijven met drie vragen op de achterkant:

  • In hoeverre ben je het eens met de stelling?
  • Geef een voorbeeld (hoe jij hiermee omgaat).
  • Wat zou je hierbij verder willen ontwikkelen?

De kaartjes heb ik uitgedeeld en vervolgens mochten de studenten door middel van een speeddate steeds in tweetallen twee minuten lang elkaar bevragen hierover. Na een paar keer wisselen heb ik ze gevraagd een samenvattend beeld te geven over wat ze is opgevallen wat betreft de weerbaarheid van hun dates.

Hoe word je weerbaarder?

Het aanleren van basisvaardigheden voor probleemoplossend denken is een goede methode om meer weerbaar te worden. Daarnaast werkt het ook om de goede eigenschappen van weerbare personen te benadrukken.

 

In het boek werden de volgende belangrijke eigenschappen genoemd:

  • het verschil zien tussen positieve en negatieve invloeden
  • negatieve invloeden kunnen beperken
  • een duidelijk toekomstbeeld hebben
  • niet berusten in je lot, hoeveel tegenslag je ook tegenkomt
  • gerichte plannen maken en aanpassen om doelen te behalen op korte en lange termijn

Zonder dat ik ze mijn bevindingen uit het boek gedeeld had, kwamen mijn studenten hiermee:

  • geloof in eigen kunnen
  • probleemoplossend vermogen
  • positief benaderen
  • openstaan voor alternatieven

Ook een mooie aanvulling als je het hebt over eigenschappen of vaardigheden die je weerbaarder kunnen maken. En ik denk dat de uren studieloopbaanbegeleiding hier mooi op aansluiten om dit verder te ontwikkelen. Eén manier die tijdens de les ter sprake kwam, is bijvoorbeeld het uitproberen van verschillende methodes tijdens intervisie. Op die manier kunnen de studenten elkaar helpen hierin te groeien.

En hoe weerbaar ben jij? Wat wil jij hierin nog verder ontwikkelen?

 

 

 

 

 

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond (weliswaar een tikkeltje beïnvloed door sturing van mijn kant) zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

En niet helemaal toevallig kwam ik in de docentenkamer een zwerfboek tegen: Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower. Hierin staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het eerste onderwerp van deze vier: versterking van de mindset.

Een veranderbare of onveranderbare mindset

Hoe studenten denken over het wel of niet vastliggen van bijvoorbeeld intelligentie beïnvloedt hoe zij uitdagingen aangaan. Studenten die denken dat het een vast gegeven is, dat je niet slimmer kunt worden dan je nu eenmaal bent, gaan uitdagingen uit de weg en kiezen voor de makkelijke weg. Die onveranderbare mindset is wat ik veel herken in mijn studenten (mbo niveau 3), maar ook in mijn dochter van 13 jaar. Als het maar voldoende is, dan is het goed genoeg. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ik heb nog nooit een 10 gehaald en dat zal wel niet gebeuren ook.

Maar als studenten ervan overtuigd zijn dat je door hard werken en toewijding meer kan bereiken, zullen ze die uitdagingen eerder aangaan, blijven proberen en zien ze in dat je van fouten kunt leren. Met zo’n veranderbare mindset haal je het beste uit jezelf en dat is iets wat ik zowel mijn studenten en dochters graag mee wil geven.

Bewust maken van de verschillen in mindset

Zo’n onveranderbare mindset is iets wat er flink ingestampt is en lastig om te zetten naar een veranderbare mindset. Wat je kan doen om de ander hierin te helpen, is diegene bewust te maken van de verschillen. Dat kan bijvoorbeeld door:

  1. Voorbeelden te geven van mensen die iets hebben bereikt niet alleen door talent, maar juist door doorzettingsvermogen.
  2. Keuzemogelijkheden te geven in taken en achteraf vragen waarom ze die keuze hebben gemaakt.
  3. Vanuit literatuur te bekijken wat voor mindset de personages hebben.
  4. Tests te laten maken over mindsets op het gebied van intelligentie, karakter, moraal en levensbeschouwingen en deze met elkaar bespreken.

In het boek van Marzano en Heflebower staan die tests ook beschreven en dat is waar ik met mijn studenten mee begon. Ik heb een aantal vragen van die tests in een Kahoot verwerkt en deze met de klas afgenomen.

En weet je? Eigenlijk valt het best mee met die onveranderbare mindset van mijn studenten. Op sommige vlakken denken ze wel dat hard werken alleen zin heeft als het al in je zit, maar op de meeste vlakken zijn ze er wel van overtuigd dat verandering mogelijk is.

Dus nu de volgende stap is ze ervan overtuigen dat verandering op àlle vlakken mogelijk is, als je er maar voor gaat!

En hoe zit het met jou? Denk jij dat je er wel komt met doorzetten? Of is het meer: wat er niet in zit, komt er ook niet uit?

Zo blijven we gaan met al die ‘weken van…’. En nu bijna aan het einde van de kinderboekenweek wilde ik wat delen over mijn favoriete kinderboeken. Want alhoewel mijn kinderen ze een beetje ontgroeid zijn, ben ik nog steeds fan van prentenboeken.

Lesgeven in voorlezen

Gelukkig kan ik mijn ei nog een beetje kwijt in mijn werk. Wanneer ik lesgeef over Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), komt het voorlezen altijd een keer uitgebreid aan bod. En ja, ik geef mijn studenten dan dus een cijfer voor hoe zij interactief voorlezen en hoe ze zelf een kamishibai, praatplaat of digitaal prentenboek bij een bestaand prentenboek maken en gebruiken. Geen idee waar ik het over heb? Bekijk dan eens de onderstaande Prezi met bijbehorende filmpjes.

Natuurlijk hebben we op school een aardig voorraadje boeken, maar niets leest beter voor dan je favoriete boeken. Daarom neem ik er altijd een paar van thuis mee. Als studenten een kinderboek meenemen, is het er vaak één van hun stage. Van huis uit werd/wordt er bij deze groep niet bijzonder veel gelezen. De studenten die lid zijn van de bibliotheek zijn op één hand te tellen. Jammer, want zij zijn wel degenen die hun enthousiasme voor lezen en taal door kunnen geven aan de volgende generaties.

Sommige van mijn studenten zijn natuurtalenten als het gaat om voorlezen, maar er zijn er toch ook die zich er erg onzeker bij voelen. Doordat ze de taal zelf niet goed beheersen en moeite hebben met de uitspraak, of doordat hun dyslexie het vloeiend kunnen lezen in de weg zit, of sowieso het spreken voor een groep wat als spannend ervaren wordt.

Ik dwaal een beetje af. Maar zoals ik al zei: dit is mijn ei en ik wil het kwijt.

Maar nu over naar de prentenboeken!

Fiets

Dit boekje is ooit uitgegeven als kinderboekenweekgeschenk en ik vind ‘m helemaal geweldig! Het is een boekje zonder tekst, dus het verhaal kun je er zelf zo lang of kort maken als je zelf wilt. Ook een goede tip voor mijn studenten die moeite hebben met lezen, maar zo wel kunnen vertellen.

Heel kort gezegd gaat het verhaal over een jongen die na een feestje ontdekt dat zijn fiets gestolen is en er van alles aan doet om ‘m terug te krijgen. En wat ik er persoonlijk erg leuk aan vind, is dat je er zoveel verschillende soorten fietsen in tegenkomt. Ik hou gewoon van fietsen.

 Elmer

Een echte klassieker die je in je kast moet hebben. Elmer de olifant is anders dan de rest en dat is maar goed ook. Als iedereen maar grijs en grauw zou zijn, zou het een saaie boel zijn.

Mooie plaatjes met niet teveel tekst en daardoor goed geschikt voor peuters of jonge kleuters. Maar als je dieper op het verhaal in wil gaan, is het zeker ook interessant voor oudere kleuters.

 

Wat Faust zag

De hond Faust ziet ‘s nachts van alles gebeuren en wil zijn baasjes waarschuwen. Maar die zitten niet op zijn geblaf te wachten en gooien ‘m naar buiten.

Het leuke aan dit boek vind ik hoe de tekst in de plaatjes is verwerkt. Sommige woorden zijn groot, sommige klein, sommige schuin of dik gedrukt. Het helpt de minder ervaren voorlezers om hun stemgebruik aan te passen aan wat er gebeurt in het verhaal en het zo wat spannender te maken.

Ga je mee?

Ja, alweer een boek van Charlotte Dematons. Stiekem ben ik gewoon een beetje fan van haar boeken. Prachtige prenten en verhaal waarin de kinderen meegenomen kunnen worden. Dit verhaal gaat over een jongen die allerlei avonturen beleeft onderweg naar de winkel en waarin fantasie en werkelijkheid door elkaar heen lopen.

Een ideaal boek om één op één voor te lezen, of met een paar kinderen. Op bijna elke bladzijde staat namelijk wel een opdracht voor de luisteraar en de prenten zijn soms net een zoekplaat. Daarvoor is het wel handig om de kinderen dichtbij te hebben, zodat je ze echt mee kan nemen in het verhaal.

Wij gaan op berenjacht

Een boek waarbij je niet hoeft stil te zitten, maar juist kan stampen met je voeten en kan zwaaien met je armen. Want terwijl dit gezin op berenjacht gaat, komen ze allerlei hindernissen tegen waar ze wel dwars doorheen moeten.

Wij hadden de kartonnen versie van dit boek en dat was een goede keus. Met alle herhalingen in de tekst en het uitnodigen tot bewegen is dit een ideaal boek voor peuters. Lekker wild doen mag en daar kan een kartonnen boek goed tegen.

Klein-Mannetje heeft geen huis

Nadat het huis van Klein-Mannetje een hoosbui niet heeft overleefd, gaat hij op zoek naar een nieuw huis. Zo komt hij langs zijn dierenvrienden en hun huizen tot hij een huis vindt wat echt bij hem past.

Dit boek is ontzettend leuk om een verteltafel bij te maken, in de klas of thuis. Kinderen kunnen de materialen en personages verzamelen of zelf maken en dan het verhaal naspelen.

De Gruffalo

De muis voorkomt dat hij wordt opgegeten door de dieren in het bos, door ze bang te maken met grote verhalen over de Gruffalo. Maar die Gruffalo bestaat toch niet echt… of wel?

Een leuk, spannend verhaal met veel herhaling in de tekst.

Wij hadden ook ooit een cd met liedjes over prentenboeken, gezongen door Hakim van Sesamstraat. Daar stond ook een liedje over de Gruffalo op, die moet je even luisteren. Blijft heerlijk in je hoofd hangen, haha!

Het kleine kikkervisje

Terwijl het kleine kikkervisje langzaam verandert in een kikker, komt hij allerlei dieren tegen die prachtig kunnen springen. Iets wat hij ook graag wil, maar hij moet nog wat geduld hebben.

Om dit boek nog meer tot leven te laten komen, zou je zelf een bak met kikkerdril in huis kunnen halen. Zo kun je steeds de metamorfose van het kleine kikkervisje vergelijken met de kikkervisjes die in de bak zitten. Tot ze echt gaan springen natuurlijk.

Of wat dacht je van een springspel: springen als de dieren in het boek en daarbij de tekst uit het boek gebruiken: Hipperde-hop en hij landde met een plop.

Mijn favoriete prentenboek

Om er maar één te moeten kiezen als favoriete kinderboek voor de 30 Day Blog Challenge van Hare Maristeit, vond erg lastig. Ik heb een kast vol geweldige prentenboeken en om tot maar acht te komen, vond ik al een hele prestatie.

Tja, als ik dan toch zou moeten kiezen, dan kies ik voor: Wij gaan op berenjacht. Heerlijk om een peuter hierbij op schoot te hebben en al zwiepend en plonzend tot aan de laatste bladzijdes te komen en het daar nog even extra spannend te maken.

Toch eens vragen of mijn meiden van 9 en 13 daar niet ook weer eens zin in hebben… 😉

De kinderboekenweek 2016 duurt nog tot 16 oktober en bij besteding vanaf 10 euro krijg je het kinderboekenweekgeschenk Oorlog en vriendschap door Dolf Verroen. En raad eens wie dit boek geïllustreerd heeft? Charlotte Dematons!

Ook is er speciaal voor de kinderboekenweek een klein prentenboek gemaakt door Floor Rieder: Waar is Ludwig?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

aan tafel

In de Week van de Toegankelijkheid staat van 3 tot en met 8 oktober de toegankelijkheid in horeca centraal. Die toegankelijkheid  voor gehandicapten is dit jaar al een paar keer in het nieuws geweest: in januari werd een wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen, in april ging de Eerste Kamer ook akkoord, in juni lag het in New York en in juli ging het verdrag in. En hoewel het verdrag al is ingegaan, gaat de verplichting pas in op 1 januari 2017.

Maar wat hebben ze nu eigenlijk afgesproken? In de uitvoering van het verdrag staat onder andere beschreven:

Het wetsvoorstel ziet niet op het treffen van algemene voorzieningen, maar betreft uitsluitend de verplichting tot het treffen van doeltreffende aanpassingen in een concreet geval. Voorts is de verplichting afhankelijk van de specifieke situatie en bestaat deze niet als het een onevenredige belasting vormt. De wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte wordt gewijzigd in die zin dat die wet wordt uitgebreid met het terrein goederen en diensten.

Kort gezegd: iedereen die iets te verkopen heeft, moet ervoor zorgen dat ze ook toegankelijk zijn. Als het nodig is en niet teveel moeite is. Of zoiets.

Toegankelijk maken? Hoe dan?

Ik geef het ze te doen hoor, die horeca-ondernemers die nu hun best moeten gaan doen om hun zaak toegankelijk te maken. Want dat is nogal een dilemma: in hoeverre ben je bereid in te leveren op je sfeer en knusheid, om maar toegankelijker te worden? Is dat toegankelijke toilet de opoffering van een paar tafels waard?

Op de website van Week van de Toegankelijkheid is een handleiding te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je horeca toegankelijker kan maken. Wat ik een goed punt vind hieruit, is dat ze de gastvrijheid benoemen. Een vriendelijke ober kan een hoop goedmaken. Als ik me welkom voel, ook al is het niet zo handig dat ik aan kom zetten met een rolstoel, voelt een restaurant voor mij meteen een stuk toegankelijker.

Bij wie van de vier ga ik het liefst aan tafel?

Ik ga graag uit eten/drinken met mijn gezin of vriendinnen en ik heb het geluk dat ik zelf ook nog het één en ander kan aanpassen. Deze vier voorbeelden zijn een gemiddelde van wat ik zoal tegenkom:

Vreetschuur A

Deze vreetschuur is vrij nieuw gebouwd en voldoet bouwkundig gezien keurig aan de eisen. Een mooi invalidentoilet, geen drempels, ruime deuropeningen. En bij binnenkomst wordt er even nagevraagd welke tafel het handigst zou zijn voor ons: het wordt een tafel vlakbij het buffet. Want ja, het is een all you can eat lopend buffet restaurant.

En daar komt het eerste probleem al: met een bord op schoot tussen hongerige mensen rollen. Tweede probleem: drinken mag je ook zelf pakken, dat doet mijn tafelgenoot dus voor me. Maar het vervelendste vond ik toch wel dat je in de loop zit van het type mens dat op die vreetschuren afkomt: alles draait om zoveel mogelijk eten in die twee uur waar je voor betaald hebt. Even opletten waar je loopt of überhaupt ‘sorry’ zeggen als je met je lompe lijf tegen mijn rolstoel loopt, is dan teveel moeite…

Sjiek restaurant B

Het restaurant bevindt zich in een historisch pand waarbij je alleen via een trap naar binnen kunt komen. Van tevoren heb ik op de website foto’s bekeken en gezien dat ik er met mijn rolstoel echt niet binnenkom. Maar de metro stopt vlakbij en de stoelen zien er comfortabel genoeg uit om een avond op door te brengen.

Bij onze tafel aangekomen wordt zowel mijn jas als wandelstok aangenomen en bij vertrek uiteraard weer gebracht. Het restaurant is ruim opgezet, ik kan me er makkelijk bewegen zonder me tussen stoelen en tafels te hoeven wurmen.

Café C

Bij het wijntjes drinken met vriendinnen bij café C heb ik van tevoren het weer eens goed bekeken. Het zou nog tot diep in de nacht warm blijven, de stoelen op het terras zijn waardeloos om op te zitten, dus heb ik mijn rolstoel als stoel.

Het terras is druk en rommelig, ik kan er met geen mogelijkheid met mijn rolstoel doorheen om naar binnen te gaan. Voor het halen van de wijntjes geef ik af en toe een vriendin mijn portemonnee mee, maar die wijntjes eruit plassen moet ik toch echt zelf doen. Dus dit keer ben ik degene die met haar lompe lijf tegen stoelen loopt. Ik zeg overigens wel ‘sorry’.

Foodtruck D

De foodtruck staat daar ontzettend hip te zijn op een gezellig festival. Voordat je er iets kan kopen, moet je eerst in de rij voor munten en daarna weer in de rij om wat te kopen. Met al die rijen heb ik zeker weten mijn rolstoel nodig, alleen is een festivalterrein daar niet echt op ingesteld. Er liggen onmogelijke drempels over kabels heen, verder is er gras met rondslingerende mensen.

Zelf wat eten bestellen gaat niet. Ja, ik kan roepen wat ik wil, maar ik kan negen van de tien keer niet vanuit mijn rolstoel de muntjes aangeven of het eten aanpakken. En al zou ik het kunnen aanpakken: eten uit een foodtruck ligt meestal niet op een fatsoenlijk bord wat je op schoot kan zetten. Nou ga ik meestal niet in mijn uppie naar zo’n festival, dus ik heb altijd wel iemand bij me om me te helpen, maar onhandig is het wel.

 

Weet je, eigenlijk kan ik niet zo goed een keuze maken waar ik het liefst aan tafel ga. Ook al hebben ze allemaal wel hun verbeterpuntjes in toegankelijkheid, het houdt me niet tegen om erheen te gaan. Het is niet zozeer het gebouw, maar het zijn juist de mensen die het voor mij toegankelijk maken. Mensen die voor gezelligheid zorgen, mee willen denken en rekening houden met anderen. Niet alleen het personeel of de mensen met wie ik op stap ben, maar ook de andere klanten. Dat maakt voor mij de vreetschuur nog het minst populair, maar ik heb nog lang niet alle vreetschuren gehad.

Tips voor toegankelijke horeca in de regio Rotterdam zijn van harte welkom! Waar eet/drink jij graag?

huis

Halverwege de jaren tachtig kwamen we er wonen en ik vertrok er eind jaren negentig. Mijn ouderlijk huis, waar ik opgroeide van zesjarig meisje tot een eigenwijze dame van achttien. Van de zeven mensen die er ooit woonden, zijn mijn ouders nu saampjes overgebleven. En nu vinden zij het tijd om te vertrekken, het huis staat te koop.

Our house in the middle of the street

(Ja, je moet ‘m er even bij aan zetten!)


Als je van de wijk houdt en kinderen hebt, is het een ideaal huis. Het staat op de hoek, meteen aan een pleintje.

In de tijd dat ik er woonde, was het nog niet zo gebruikelijk dat mensen twee auto’s per huis hadden en mijn ouders hebben niet altijd een auto gehad. We hadden dus alle ruimte om op straat voor de deur te spelen: stoepranden, met een tennisbal of voetbal tegen de muur van het huis gooien of schoppen, knikkeren… Ok, mijn ouders zagen hier vast niet altijd het voordeel van in, want het raampje bij de trap is wel een stuk of twaalf keer ingegooid of -getrapt. En dat gedreun door je hele huis, misschien is het dan wel goed dat er nu zoveel auto’s staan dat er niet meer tegen de muur gevoetbald kan worden.

Onze achtertuin was zo’n beetje het verlengde van het speelpleintje. De poortdeur stond vaak open, zeker met mooi weer. We hadden een zandbak vol kriebelbeestjes in de tuin en een stukje gras om lekker te liggen zonnen. En je waterpistool of waterballonnen waren hier het snelst gevuld, we hadden een kraan met tuinslang in de tuin.

Oost west, thuis best

Het huis van mijn ouders is gebouwd in 1938 en ooit waren het twee huizen. Vandaar dat de indeling wat anders is dan normaal. Mijn ouders hebben nooit de stap gezet om de indeling compleet om te gooien, maar als je een beetje handig bent, kan dat natuurlijk wel.

Beneden zijn twee grote kamers: ik sliep met mijn zusje in de ene en mijn broertjes in de andere. Mijn zus en ik hadden een scheiding aangebracht met een boekenkast en later kamerscherm. Mijn kant was natuurlijk de netste kant. Van haar kant zie je een stukje op de foto hieronder, achter het kamerscherm. Ik had de helft bij het raam, aan de kant van de voortuin. Inmiddels zitten hier kunststof kozijnen, maar ik heb er nog een poosje gebruik van kunnen maken dat het raam van buitenaf open kon.  Vonden mijn ouders alleen niet zo’n goed idee.

En dan op de eerste verdieping is de woonkamer met keuken, die vernieuwd is toen ik al het huis uit was. De onpraktische bar die de keuken alleen maar kleiner maakte, is er toen uitgehaald. Het bruine kastje wat je op de foto hieronder in het midden ziet, is er dus ook niet meer. Helaas zul je die theedoek nog wel nodig hebben, want een vaatwasser hebben ze niet aangeschaft bij de nieuwe keuken.

Op de tweede verdieping zijn twee kleinere slaapkamers en de badkamer. Net als de keuken, is de badkamer intussen ook vervangen. Uiteraard ook toen ik al lang en breed het huis uit was. Ik heb het al die jaren moeten doen met louvredeurtjes zonder slot. Via het raam in de badkamer moesten we nog weleens een bal uit de dakgoot vissen. Eén keer lag de bal op het dak van de badkamer en ben ik in de dakgoot geklommen. Als ik nu weer zie hoe hoog dat is, snap ik echt niet dat ik dat durfde.

ouderlijk huis

Deze foto’s zijn in mijn ouderlijk huis gemaakt:

  • Op de eerste foto vierde mijn zus (groene blouse) haar verjaardag in 1986, ik ben het meisje wat haar tong uitsteekt. Dit is in de woonkamer op de eerste verdieping.
  • De tweede foto is van 1990, nog voordat ik een beugel kreeg, maar wel met foeilelijke bril. En ik was geen fan van de afwas, zoals je ziet.
  • Aan mijn pas geverfde haar te zien, is de laatste foto van eind 1997, gemaakt in mijn slaapkamer. Een paar maandjes later ging ik het huis uit.

Tijd voor nieuwe herinneringen

Ik bedenk me nu eigenlijk pas dat het bij elkaar maar 12 jaar is geweest dat ik er gewoond heb. In mijn huidige huis woon ik al langer dan dat, maar dat lijkt zoveel korter. Maar die kindertijd maakt zo’n groot deel uit van je herinneringen.

Voor mijn ouders is het tijd voor een nieuwe plek en dit huis vol herinneringen wordt dus voor anderen een nieuwe plek, om nieuwe herinneringen te creëren.

Nieuwsgierig geworden naar hoe het huis er nu echt uitziet? Voor zolang het te koop staat, is het te vinden via >deze link<.

Nu zijn mijn ouders niet de enige die hun lege nest te koop hebben gezet. Een paar deuren verder woonde één van mijn liefste (en langst meegaande) vriendinnetjes. Ik kwam daar bijna dagelijks aanbellen of ze buiten kwam spelen, heb er vaak een boterhammetje meegegeten, een film gekeken of gelogeerd. Leuk om eens te zien hoe die huizen verschillen, hun huis is >hier< te vinden. En niks ten nadele van mijn vader, maar het is wel een beetje te zien dat haar vader wèl twee rechterhanden heeft…

Wonen jouw ouders nog in het huis waar jij opgroeide? Welke herinneringen heb jij daaraan?

zomerblogs uitstapjes rolstoelOk, de zomer gaat nog even verder, maar met de start van een nieuw schooljaar en een nieuwe maand, vond ik het wel een goed moment om nu alvast terug te kijken. Inmiddels is vast iedereen weer terug van vakantie, dus een goed moment om eens te zien of je iets gemist hebt de afgelopen maanden. Dit waren de zomerblogs!

De dansrolstoel

In juni had ik het geluk om met Misiconi op te mogen treden tijdens het Fringe festival in Delft. Dat was super om te doen en smaakte naar meer! Meer als in: een goede dansrolstoel aanschaffen, waar ik me nog verder mee kan ontwikkelen in inclusiedans. Was ik op de Supportbeurs nog aan het oriënteren, niet veel later is alles in gang gezet voor mijn eigen echte dansrolstoel. Hoe dit gegaan is, heb ik verschillende keren verslag van gedaan.

Binnenkort meer nieuws: het eindresultaat van de crowdfunding en uiteraard zal ik de dansrolstoel zelf ook uitgebreid showen wanneer ik deze heb!

Naaiprojectjes

Hmmm… voor mijn doen heb ik niet zoveel achter de naaimachine gezeten deze zomer. Een paar comfortabele tricotjurkjes en een rolstoeltas. En dan de goodiebags voor de crowdfunding, die zijn komende week te zien in deel 4 van de dansrolstoel.

Dat lijf van mij…

Met die 1000 km die ik gefietst heb, zou je denken dat de kilo’s eraf vliegen. Helaas is het afvallen een beetje blijven hangen bij die 6 kilo, misschien toch een beetje teveel genoten van de zomervakantie. Maar goed: ondanks mijn pijn, slechte proprioceptie en brain fog gaat het gewoon goed met me, ook (of misschien wel juist) met rolstoel!

En in de zomermaanden heb ik mijn best gedaan om fit te blijven. Bij rugpijn heb ik zo mijn eigen oefeningen verzameld om de pijn te verzachten. Maar die buikdansdrills die ik wel even onder de knie zou krijgen… Haha, dat was toch iets te hoog gegrepen!

Dilemma’s als docent

Werken als docent met fysieke beperkingen is soms best lastig. Frustrerend om te zien dat passend onderwijs soms niet past, maar ook mijn eigen werk me voor een dilemma stelt. Met nu het nieuwe schooljaar voor de deur, is het goed om weer eens terug te kijken wat ik heb opgestoken van het vorige schooljaar en wat ik hiervan vast kan houden. Grenzen aangeven blijft iets waar ik zelf wat mee moet.

Pedagogische tic

Tja, wat kan ik ervan zeggen. Ik ben nu eenmaal pedagoog. En ook nog eens moeder. Dus dan komt er weleens een onderwerp voorbij met een pedagogisch tintje. Zoals de 7 lessen die ik van mijn ouders leerde, of wat ik van de term loedermoeder vind. Maar ook gewoon welke gezelschapsspelletjes je gemakkelijk liggend op de bank kunt doen.

Uitstapjes

Al aan het begin van de zomervakantie zat ik vol plannen. Eens zien hoe ik het er van af heb gebracht:

  • Vakantie in een aangepaste bungalow: check! Inclusief uitstapjes in Flevoland
  • Hotelletje pakken met mijn man: check! Het werd een hotel in Limburg en het was zo leuk, dat ik er geen blog over heb kunnen schrijven. 😉
  • Fietstocht naar Avonturis: check! Weliswaar niet met het hele gezin, maar toch…
  • Verjaardag: check! Ook dat is gelukt, ik ben weer een jaartje ouder en dat hebben we gezellig gevierd.
  • Festivals: check! Zomerterras en Castlefest zijn bezocht. Daar had ik best een blogje aan kunnen wijden, maar… niet gedaan.

Wat ik toen nog niet ingepland had, maar iets spontaner opgepakt heb: ik ben alleen gaan vliegen, met rolstoel!

Al met al een supervolle zomer. Veel gedaan en bereikt.

Wat nog gaat komen

Vorige week heb ik er al een start mee gemaakt, de 30 day blogchallenge. Alhoewel ik niet denk dat ik alle dagen langs zal gaan, zitten er veel leuke onderwerpen bij waar ik de komende weken (niet precies 30 dagen) een blogje aan wil wijden.

Nog iets waar ik wat mee wil: onderwijs. Nu ik met mijn nieuwe taak als examenleider nog maar weinig lesgeef, vind ik het jammer dat al die leuke lessen die ik de afgelopen jaren bedacht heb, zomaar gedeletet zouden worden. Op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, samenwerken en werken met kinderen zal ik wat van mijn ontwikkelde lessen delen, in de hoop dat een ander er nog wat aan heeft.

Blogcijfers

Na de hoge bezoekersaantallen in mei tijdens de EDS Awareness maand was het een uitdaging om in de zomermaanden bezoekers naar mijn blog te trekken. En zelf was ik natuurlijk ook druk met andere dingen, zoals vakantie vieren en reclame maken voor mijn crowdfunding.

In juni bekeken 1236 bezoekers 2721 pagina’s. Het meest gelezen artikel was ‘Sorry voor mijn lompheid, maar…’.

In juli bekeken 1515 bezoekers 2675 pagina’s. Het meest gelezen artikel was ‘Mijn pijnschaal’.

In augustus bekeken 1110 bezoekers 2637 pagina’s. Het meest gelezen artikel was ‘Rolstoeltas’.

 

Steeds meer mensen weten mijn blog rechtstreeks te vinden, maar het meeste verkeer komt nog via Facebook binnen. Vaak zijn dit de artikelen die via een andere pagina gedeeld worden, maar er is inmiddels ook een trouwe club volgers op de Facebookpagina van Salami stinkt!

Het schrijven van de blogs gaat niet altijd even soepel en snel, maar de reacties van lezers en het stijgende aantal bezoekers (ok, behalve in augustus…) maakt het een uitdaging om me hierin te verbeteren. Uit de reacties maak ik ook op dat het niet alleen EDS’ers of chronisch zieken zijn die reageren. Dat is mooi om te zien, want behalve om maar wat van me af te schrijven, hoop ik daarnaast meer begrip/bekendheid te krijgen voor mensen die leven met EDS en/of een chronische ziekte.

Wat was jouw favoriete blogartikel van deze zomer? En wat zou jij nog graag zien op Salami stinkt?