jonge mantelzorger mantelzorg rolstoelNatuurlijk deel ik het liefst de leuke dingen die ik met mijn gezin onderneem, zoals uitstapjes en activiteiten. Maar soms toch ook de lastige kant van het ouderschap. En heel soms trek ik het nog een stukje breder: naar mijn werk waarin ik als docent pedagogiek mijn studenten leer om andermans kinderen op te voeden (en zichzelf daarmee ook een beetje).

kinderfeestjes zaklampentocht
We hebben er inmiddels al flink wat gehad met die twee meiden van ons: kinderfeestjes. En soms pakten we flink uit, zoals bij het laatste kinderfeestje op de basisschool van de oudste. Zij mocht toen met haar beste vriendinnen gaan klimmen in een klimpark. Maar kinderfeestjes met wat minder budget kunnen minstens zo leuk zijn.

cupcakemandje1. Cupcakeparty

Gewoon heel veel cupcakes samen maken, versieren en proeven. En om de overgebleven cupcakes mee te geven, is het extra leuk om daar ook nog eens zelf een mandje voor te maken. Wat je op de foto ziet, is een variatie op het alom bekende paasmandje wat altijd op school gemaakt werd. Hier gebruikte ik twee A4’tjes per mandje voor, waarbij ik de omtrek voorgetekend had. Het uitknippen, vouwen, plakken en versieren konden ze allemaal zelf doen.

2. Speeltuinenfietstocht

Dit deden we toen we nog een bakfiets hadden en een aanhangkar: picknickmand mee vol lekkers, de bakfiets vol met ballonnen en slingers (en kinderen uiteraard). We gingen drie speeltuinen langs. Allemaal speeltuinen die net iets buiten onze wijk lagen en dus niet zo bekend waren bij de kinderen. Maar wel dichtbij genoeg om ze alle drie op één middag te kunnen bezoeken.

En afhankelijk van de leeftijd, kun je hier natuurlijk een eigen draai aan geven. Bijvoorbeeld door de kinderen zelf te laten fietsen, of te kiezen voor een speeltuin die nog wat verder weg is. Natuurspeeltuinen zijn ook altijd een groot succes en zolang je alles netjes achterlaat, mag je hier je eigen eten en drinken meenemen.

3. Oud-Hollandse spelletjes

Spijkerpoepen, koekhappen, ezeltje prik, blikgooien, zaklopen, flessenvoetbal. Ja, ze doen het nog steeds goed hoor! Het leuke is dat we dit eigenlijk niet eens deden met een kinderfeestje, maar gewoon met een verjaardag waar vrienden en familie met hun kinderen op visite kwamen. En de volwassenen deden minstens net zo enthousiast mee!

4. Topmodels modeshow

Ik had er een hele workshop omheen gebouwd, een flinke klus om het te begeleiden, maar met geweldig resultaat. De kinderen mochten zelf een outfit tekenen en de rok ervan zouden ze dan ook nog zelf maken. Gewoon een simpele rok met elastiek in de taille, maar toch: van het tekenen tot en met het naaien deden ze alles zelf (met een beetje hulp van mij op de naaimachine). En aan het einde, toen de ouders er al waren om ze weer op te halen, gaven ze nog even een modeshowtje weg.

Nu is dit voor mij low budget, omdat ik altijd wel een enorme berg met restjes stof heb. Maar op de markt is altijd wel een kraampje te vinden met goedkope stofjes. En ook zonder naaimachine zijn kinderen creatief genoeg om er wat moois van te maken.

5. Slaapfeestje

Op een gegeven moment zijn ze wel oud genoeg om zelf invulling te geven aan een feestje en hoef je het niet meer van begin tot eind voor ze te plannen. Afgelopen weekend gaf mijn jongste van 10 een slaapfeestje. Af en toe kwam ik met limonade of lekkers aanzetten, maar ze vulden zelf de tijd met verstoppertje in huis spelen, heel veel kletsen en doen, durven of de waarheid.

Gegarandeerd succes met een huis vol meiden is Just Dance. En dat hoeft niet eens met de Wii, Youtube staat er ook vol mee. Het gaat dan natuurlijk niet om de scores, maar vooral om het gezellig samen dansen.

6. Zaklampentocht

Het was een onderdeel van het slaapfeestje, maar kan prima los als feestje dienst doen. Maar dan wel in de winter, wanneer je niet tot tien uur hoeft te wachten tot het donker is. Wij kozen dit keer voor een park in de wijk waar geen verlichting is. Eerder zijn we naar een recreatiegebied wat verderop gegaan, daar hadden we dan wel de auto voor nodig.

Alleen het lopen in het donker is al spannend, maar nog leuker is het om in het pikdonker te spelen in een speeltuin. Tikkertje met of zonder zaklampen, de weg vinden in het doolhof (en elkaar flink laten schrikken), schommelen of van de kabelbaan…

Wel een tip: behalve te vragen om een zaklamp mee te geven, is het dragen van kleding die vies mag worden geen overbodige luxe. In het donker zie je de plassen en blubber niet zo goed namelijk.

Aan welke kinderfeestjes heb jij leuke herinneringen overgehouden? En hoe organiseer jij zelf kinderfeestjes: met een groot of klein budget?

laptop agenda to doVorige week kwamen in deel 1 al de 21e eeuwse vaardigheden zelfregulering, kritisch denken, creatief denken, probleemoplossend denken, computational thinking en informatievaardigheden aan bod. Vandaag in deel 2 de overgebleven vaardigheden. Deze zijn niet alleen voor school en werk nuttig om te bezitten, maar ook als chronisch zieke.

ICT-basisvaardigheden

ICT-basisvaardigheden zijn de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen, om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen.

Inmiddels behoren tablet en smartphone ook tot een onmisbare basis. En hoe gemakkelijk is dat wel niet! Ik kan je vertellen dat ik veel van mijn verplichte rustmomenten met mijn smartphone doorbreng. Een Whatsappje naar een vriendin versturen, even Facebook checken, kijken wat voor weer het wordt, blogs lezen…

Mediawijsheid

Mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.

Zeker voor chronisch zieken bij wie de fysieke leefwereld steeds kleiner wordt, spelen verschillende media een belangrijke rol om toch te blijven ontwikkelen, betrokken te blijven bij anderen en te ontspannen. Volgens mij ben ik één van de weinige chronisch zieken die geen Netflix heeft, maar de Facebookverslaving ben ik wel een tikkeltje schuldig aan.

Communiceren

Het gaat bij communiceren om het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap. Meer specifiek gaat het om het doelgericht informatie uitwisselen met anderen, in verschillende situaties, met verschillende middelen.

Wat denk je van gesprekken met artsen of andere specialisten, of met instanties als WMO, UWV. Als je goed geholpen wil worden, zul je je ook goed moeten kunnen verwoorden. Dat is soms best lastig als je een specialist voor je neus hebt die misschien een andere visie heeft, of misschien zelfs niet eens bekend is met je aandoening. Je wilt je vraag of klacht zo duidelijk mogelijk neerleggen en andersom ook begrijpen wat de specialist jou vertelt. En het kan soms best frustrerend zijn als je niet begrepen wordt.

Het is dan handig om van tevoren op een rijtje te zetten wat je wilt bespreken, gewoon letterlijk op papier een lijstje maken.

Mailen kan een goed alternatief zijn als je je in een gesprek niet zo helder kunt verwoorden, door emoties of tijdgebrek bijvoorbeeld. In een e-mail kun je veel kwijt, maar wordt ook alles gelezen als je je hele levensverhaal neerpent? Soms werkt kort en zakelijk beter, net als in een telefoongesprek.

Samenwerken

Bij samenwerken gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen.

Ja, het had leuk geweest als je de hele wereld in je eentje aankon. Maar met een chronische ziekte zul je toch soms meer moeten samenwerken dan je zou willen. Om hulp vragen is niet mijn sterkste kant, maar inmiddels word ik er steeds meer ervaren in. Net als het aangeven van grenzen, aan anderen duidelijk maken wat ze wel en niet van me kunnen verwachten.

En daarbij moet ik wel eens mijn eigen ideeën los kunnen laten en anderen het op hun manier laten doen. Bijvoorbeeld in ons gezin waar ieder wel zijn steentje bijdraagt aan het huishouden, maar je wil niet weten hoe de was erbij ligt…

Sociale & culturele vaardigheden

Bij deze vaardigheden gaat het om het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.

Als je zelf al flink wat ellende voor je kiezen hebt gekregen door ziekte of beperkingen, kan dat het makkelijker maken om je in te leven in anderen. Het kan, het is geen garantie. Ieder gaat er op zijn eigen manier mee om, vanuit hun eigen achtergrond en overtuigingen. En ook daarin kun je leren van elkaar, bijvoorbeeld ook binnen lotgenotengroepen.

Ik hoop met mijn blog (en inclusiedans) een stukje bij te kunnen dragen aan een meer inclusieve samenleving. Door open te zijn over hoe het is om met beperkingen te leven, kennis en ervaringen te delen hierover. Hierbij kan ik deze vaardigheden goed inzetten.

En om op dat laatste door te gaan: aanstaande zaterdag komt er een artikel online waarin die verschillen nog meer naar voren komen: wanneer is iets betutteling en wanneer beleefdheid?

Wil je geen artikel missen? Volg Salami stinkt dan op Facebook, Twitter of Bloglovin’.

 

laptop agenda to doIn het onderwijs wordt er regelmatig aandacht besteed aan 21e eeuwse vaardigheden. Het idee erachter is dat we in de moderne tijd waarin we leven, andere vaardigheden nodig hebben dan voorheen aangeleerd werden. Sommige beroepen waar studenten nu voor opgeleid worden, zullen er op een gegeven moment niet meer zijn. Die 21e eeuwse vaardigheden kunnen in alle beroepen nuttig zijn, zodat studenten toch voorbereid zijn op de toekomst.

Maar los van school en werk, denk ik dat het juist ook goed is voor chronisch zieken om zich bewust te zijn van deze 21e eeuwse vaardigheden. En ze wellicht ook verder te ontwikkelen.

Dit filmpje laat in het kort zien wat die 21e eeuwse vaardigheden inhouden. Meer is te lezen op de website van SLO. De omschrijvingen die in dit artikel per vaardigheid te lezen zijn, komen hier ook vandaan.

Zelfregulering

Zelfregulering houdt in: zelfstandig handelen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen in de context van een bepaalde situatie/omgeving, rekening houdend met de eigen capaciteiten. Het gaat om het heft in handen nemen en niet klakkeloos aanwijzingen of voorschriften volgen. Daarvoor is het nodig zicht te hebben op de eigen doelen, motieven en capaciteiten.

Wanneer je chronisch ziek bent, zul je keer op keer met tegenslagen en veranderingen te maken hebben. Daar is geen handleiding voor. Je kan dan bij de pakken neer zitten, maar daar schiet je niets mee op.

Kritisch denken

Bij kritisch denken gaat het om het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen. Hiervoor zijn denkvaardigheden noodzakelijk, maar ook houdingsaspecten, reflectie en zelfregulerend vermogen spelen een essentiële rol.

Is het wel of niet verstandig om weer voor een nieuwe behandeling of operatie te gaan? Hoe hou je belasting en belastbaarheid in balans? Genoeg denkvoer om eindeloos over te piekeren. Maar de kunst is om ook knopen door te hakken op basis van die afwegingen. Niet gemakkelijk, kan ik je wel zeggen.

Creatief denken

Creatief denken en handelen is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden.

Geen mens is hetzelfde en wat voor de één een goede oplossing zal zijn, hoeft dat niet voor de ander te zijn. Zeker bij aandoeningen die niet zoveel voorkomen, hebben behandelaars ook niet altijd een geschikt antwoord.

Door out-of-the-box te denken en risico’s te durven nemen, kom je soms tot ideeën die je leven een stuk makkelijker maken. Om even een simpel voorbeeld te geven: het je al eens gezien hoe ik mijn rolstoel meeneem op mijn scooter?

Probleem oplossend denken

Probleemoplossend denken en handelen is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen.

Daarbij is het proces dat leidt tot het oplossen van het probleem belangrijker dan het vinden van de oplossing zelf.

Wanneer je strategieën kunt bedenken om tot een oplossing te komen voor het ene probleem, kun je deze ook toepassen bij andere problemen.

Computational thinking

Computational thinking is het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen. Het gaat daarbij om een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ICT-technieken en -gereedschappen.

Denk bijvoorbeeld aan al die apps gericht op gezondheid. Revalidatieapps heeft hier al een aardig overzicht in gemaakt. Een activiteitenweger, pijndagboek, calorieënteller, stappenteller, mindfulness en andere oefeningen, voor van alles is er wel een app. En met bijbehorende gadgets kun je nog meer inzicht krijgen in je gezondheid, zoals je slaap analyseren.

Informatievaardigheden

Informatievaardigheden omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. In de context van 21e-eeuwse vaardigheden gaat het hierbij vaak om digitale bronnen.

In de weg naar een diagnose en ook daarna zul je als chronisch zieke flink wat tijd hebben doorgebracht op Google. Waar komen mijn klachten vandaan? Bij wie moet ik zijn voor diagnose en behandeling? Wat staat me nog meer te wachten?

Al die digitale bronnen maken jou nog steeds geen arts. Maar het kan je wel helpen om je gerichter door te laten verwijzen.

En bedenk ook dat niet elke bron even betrouwbaar is. De ene richt zich meer op wetenschappelijke feiten en de ander meer op opinie. Het is dan maar net welke informatie je nodig hebt. Wat betreft relevante informatie over aandoeningen zou ik websites van patiëntenverenigingen (zowel nationaal als internationaal) eerder aanraden dan Wikipedia.

Wordt vervolgd…

De oplettende lezer ziet dat er nog een stuk of 5 vaardigheden overblijven. Om alles in één keer te beschrijven, zou tot een enorme lap tekst leiden. Dus vandaar dat er volgende week een deel 2 verschijnt met daarin de vaardigheden:

  • ICT-basisvaardigheden
  • Mediawijsheid
  • Communiceren
  • Samenwerken
  • Sociale en culturele vaardigheden

Welke vaardigheden pas jij al toe? En waar zou jij je meer in kunnen ontwikkelen?

verlanglijstje cadeautjes 10 euroDe decembermaand met alle festiviteiten staat alweer voor de deur. Misschien heb je ook al lootjes getrokken voor sinterklaas of kerst? Ik wel. En mijn verlanglijstje is ook al gevuld. Vaak is er wel een soort van thema te vinden in mijn verlanglijstje. De ene keer is dat naaien en borduren en vraag ik om borduurgaren en tijdschriften met naaipatronen. De andere keer wil ik vooral lekkere dingen, zoals chocola en badspulletjes. Dit jaar is het bezig zijn en inspiratie opdoen. Vast iets waar meer mensen wat mee kunnen.

Met 10 euro als max kwam ik onder andere op deze spulletjes die ik graag ingepakt in de zak of onder de boom zou willen vinden:

333 dingen om over te schrijven

Schrijfinspiratie, altijd goed!

642 tiny things to write about

Er is ook een boek over minder ‘tiny’ dingen, beide boeken heb ik nog nooit ingezien en ik ben er eigenlijk wel nieuwsgierig naar. En voor een ‘tiny’ prijsje is het leuk om eens uit te proberen.

642 tiny things to draw

Ik ben eigenlijk niet zo van het tekenen, totaal inspiratieloos. Maar wie weet ontdek ik toch de leuke kant van het tekenen.

365 dingen die iedereen een keer gedaan moet hebben

Ja, nu begint het er wel een beetje op te lijken dat ik helemaal niks zelf kan verzinnen, haha! Dit is een scheurkalender en ik hou sowieso van scheurkalenders. Alhoewel ik er dan weer niet zo goed in ben om ze dagelijks af te scheuren.

Wreck this journal everywhere

Weer een kleinere uitgave van een grotere versie. Het idee om een dagboek vooral veel te gebruiken en te slopen vond ik wel grappig. En klein: dus nog makkelijker om mee te nemen.

De blogbijbel

Ik lees regelmatig blogs over bloggen en het leek me wel wat om ook offline wat leesvoer paraat te hebben hierover. Waarschijnlijk is het niet helemaal gericht op het bloggen hoe ik het aanpak, maar wie weet wat voor tips er nog uit te halen zijn.

Hands

Het spel Hands ken ik eerlijk gezegd niet, maar het klinkt wel leuk: een spel waarbij je met je handen praat in plaats van met woorden. Ik denk dat dat voor hilarische momenten kan zorgen.

Tiny tins: Regenwormen

Kleine spellen zijn altijd handig om bij je te hebben op vakantie. Tijdens een weekendje weg had ik kennisgemaakt met het spel Regenwormen, echt heel leuk om te doen. En die is er dus ook in een kleine versie.

Ja-maar dilemmakaarten

Ik ben altijd wel nieuwsgierig naar kaarten die uitnodigen tot een gesprek. Vooral in mijn werk merk ik dat het heel uitnodigend werkt voor studenten. Meer dan wanneer precies hetzelfde op een A4’tje staat. En ze zijn vaak goed te combineren met kaarten uit een andere verzameling.

36 inspiratiekaarten

Nou ja, wie weet zijn de dilemmakaarten ook wel goed te gebruiken met inspiratiekaarten!

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

strand Normandië

Geïnspireerd door Karen van Dejlig en indirect dus ook door Geertje van Lifesabout werd ik overgehaald om op een rijtje te zetten waar ik trots op ben.

Maar nou reageerde ik een tikkeltje arrogant bij Karen dat ik er best wel een heel blog over zou kunnen vullen en dat zij maar bescheiden is door eerst mensen uit haar omgeving te benoemen waar ze trots op is. En potverdorie, nu ik er echt voor ga zitten, bedenk ik dat ik veel meer trots ben op mijn familie en vrienden dan op mezelf.

Trots op mijn ouders, van wie ik zoveel geleerd heb (en die overigens nog steeds een geweldig huis te koop hebben staan). En op mijn broers, zussen en vriendinnen, op wat ze bereikt hebben, hoe ze in het leven staan.

Maar om het toch nog iets dichter bij mezelf te houden, zijn dit de 10 dingen waar ik mezelf een schouderklopje voor kan geven:

1. Ons gezin

Dat wat wij – mijn man en twee dochters – hier voor elkaar hebben, hebben we samen voor elkaar gekregen. Kinderen groeien niet vanzelf op tot geweldige mensen en een huwelijk is niet automatisch ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Dat vraagt om inzet, samenwerken en aanpassingsvermogen. En nu is het echt niet zo dat ik als pedagoog in huis altijd bepaal hoe dingen gebeuren. Juist het los durven laten en ruimte geven aan anderen (ook al weet ik het soms beter) zorgt voor groei in ons gezin.

2. Master Leren en Innoveren

Het is maar een papiertje, maar het staat voor zoveel. Die pittige opleiding heb ik toch maar even naast werk en gezin gedaan. En het heeft me de motivatie gegeven om te blijven leren, nieuwsgierig te blijven naar wat er nog meer mogelijk is in het onderwijs.

Het is overigens niet het eerste papiertje wat ik naast mijn werk behaald heb. Al toen ik in de gehandicaptenzorg werkte, begon ik aan de Pabo in de avonduren. Toen ik overstapte naar Pedagogiek, was ik net zwanger van mijn oudste dochter. Het laatste jaar gaf ik mijn baan op om als leraar in opleiding te kunnen werken, zodat ik meteen mijn lesbevoegdheid kon halen. Dat was dus een jaar lang een half salaris met een kind in de luiers.

Best pittig, maar het is me toch allemaal gelukt!

3. Dansen

Ik heb mezelf nooit een getalenteerd danser gevonden, maar geniet er wel heel erg van. En om dan op te mogen treden met geweldige dansers en applaus te mogen ontvangen, ja, dat maakt mij wel heel trots.

Afgelopen zomer ben ik een crowdfundingactie begonnen om zelf een dansrolstoel aan te kunnen schaffen. Dat vond ik best spannend om te doen: hadden anderen er wel geld voor over om mij die dansrolstoel te gunnen? Zien ze mijn wervingsacties niet als bedelen? Maar uiteindelijk was er zelfs meer geld gedoneerd dan ik als doel had. Dus al die twijfels waren niet nodig geweest.

4. Sociaal netwerk

Iets waar ik erg dankbaar voor ben en mijn best voor doe om vast te houden: ik heb een uitgebreid sociaal netwerk. Familie, vrienden, collega’s, oud-studiegenootjes, lotgenoten, mensen die ik ken van festivals of uitgaan, van het dansen of van de sportschool. De contacten zijn heus niet allemaal even intensief en diepgaand, maar ik kan altijd wel bij iemand aankloppen als dat nodig is. En andersom ook uiteraard.

5. Openheid

Mijn fysieke beperkingen zijn niet iets om me voor te schamen. Niet dat ik er altijd maar mee te koop loop (ok, op mijn blog misschien net iets meer, maar dat is echt maar een klein stukje van mijn echte leven), maar ik ben altijd wel bereid om vragen te beantwoorden. En dat ik daarmee ook nog eens in krant, magazine of boek kom, is natuurlijk ook wel iets om trots op te zijn.

6. Werk

Ik ben niet alleen trots op het feit dat ik nog werk, ondanks dat het fysiek niet altijd zo jofel gaat, maar ook op het werk dat ik neerzet. Ik ben niet zomaar een middelmatige docent, ik ben gewoon een goede docent. Flexibel inzetbaar, duidelijk naar studenten en collega’s, ik heb veel vakinhoudelijke kennis, kan dat op verschillende manieren overbrengen en als ik zeg dat ik iets doe, kun je er ook op vertrouwen dat ik het zal doen.

 7. Mooie jurkjes naaien

Ja, ook dat kan ik. Ik vind het een uitdaging om een mooi stofje te vinden en daar een prachtige jurk van te maken. Elke jurk heeft zo iets unieks en past helemaal bij mij.

Ik heb er nooit een studie of cursus in gedaan. Het meeste heb ik geleerd door het vooral veel te proberen en heel veel fouten te maken. Youtube met z’n enorme hoeveelheid aan tutorials moet ik wel nog wat credits geven.

8. Gezond en sportief bezig zijn

Van nature ben ik een levensgenieter en ik geniet dan vooral van lekker eten en drinken. Maar omdat het goed voor me is, let ik meer op mijn eetgewoontes en probeer ik zoveel mogelijk te bewegen. Dat resulteert in wat kilootjes eraf en flink wat actieve uurtjes in de week. En daar ben ik trots op. Want het is echt niet zo dat ik het altijd leuk vind om naar de sportschool te gaan, of een stuk fruit te nemen in plaats van een reep chocola. Maar juist dat ik het toch doe, ondanks dat er leukere en lekkerdere dingen zijn, maakt mij trots.

9. Grenzen aangeven

Nee, hier heb ik echt nog geen master in behaald, ik vind het aangeven van mijn grenzen nog steeds moeilijk. Vooral om ‘nee’ te moeten zeggen tegen leuke dingen. Maar omdat het nou eenmaal wèl goed is voor mijn lijf om zo nu en dan voor mezelf te kiezen, doe ik hier erg mijn best voor. En dat gaat me steeds beter af, dus daar ben ik ook trots op.

10. Doorzettingsvermogen

Ik denk dat dit is wat er voor heeft gezorgd om al het andere te kunnen bereiken. Zonder doorzettingsvermogen was ik echt niet zover gekomen. Dan was ik na één mislukt jurkje gestopt met naaien. Had ik er nooit aan gedacht om in een rolstoel te dansen of om aan een opleiding te beginnen naast mijn werk.

Niets is me zomaar aan komen waaien, maar je ziet wat je kan bereiken met een beetje doorzetten! En ik hoop zo dat mijn kinderen dit ook zullen oppikken. Niet alleen maar voor de makkelijke weg gaan, maar juist de uitdagingen opzoeken om er het beste van te maken.

En jij, waar ben jij trots op?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het laatste onderwerp van deze vier: Optimisme.

Verklarend gedrag

Verklarend gedrag is de manier waarop iemand geneigd is de gebeurtenissen in zijn leven uit te leggen. Uit experimenten met zowel scholieren als volwassenen kwam het volgende naar voren: Mensen met pessimistisch verklarend gedrag zijn eerder terneergeslagen, wat leidt tot minder studieresultaten. Mensen met optimistisch verklarend gedrag komen negatieve ervaringen te boven, halen betere resultaten en zijn gezonder.

 

optimistisch verklarend gedrag

Wanneer er sprake is van optimistisch of pessimistisch verklarend gedrag, is in bovenstaand schema duidelijk weergegeven. In het boek wordt het uitgebreid uitgelegd, maar ik denk dat dit schema makkelijk om te buigen is naar de praktijk.

In mijn groep studenten zie ik beide tegenpolen. En sommige studenten krijgen ook echt te maken met heel veel vervelende dingen die ze overkomen. Hoe ze dit verklaren kan soms het verschil maken tussen voortijdig schoolverlaten en juist met succes de opleiding doorlopen.

ABCDE-denkstrategie voor optimistisch verklarend gedrag

Met mijn studenten hebben we wekelijks intervisie. Een zwak punt hierbij (zowel van mij als mijn studenten) is de structuur vasthouden. Er wordt al snel afgedwaald en uiteindelijk hebben we heel veel meningen uitgewisseld, maar of het probleem daarmee opgelost is…

Een andere strategie is dus een welkome afwisseling voor deze groep. Met het vooruitzicht dat je hiermee alles optimistischer kan gaan bekijken, is het de moeite waard om deze strategie aan te leren.

Ook van deze ABCDE-denkstrategie is in het boek een uitgebreide beschrijving gegeven. Deze heb ik voor mijn studenten ingekort en wat praktischer weergegeven, door de stappen om te zetten naar vragen en in een Piktochart te zetten.

ABCDE-denkstrategie

Ben jij een optimist of een pessimist als het gaat om de vervelende dingen die je overkomen? En hoe ga jij er vervolgens mee om?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond  zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het derde onderwerp van deze vier: Positief toekomstbeeld van jezelf.

Toekomstbeeld: wat houdt het in?

Je toekomstbeeld is het beeld dat je hebt zoals jij denkt te zullen worden. Het is bepalend voor je zelfbeeld en hierbij maak je de verbinding tussen het nu en de toekomst en hoe je onderweg kunt veranderen om dat te bereiken.

Dit toekomstbeeld is gebaseerd op:

  •  je verleden en ervaringen
  • het vergelijken van eigen gedachten, gevoelens, kenmerken en gedragingen met die van andere mensen met een voorbeeldfunctie
  • wat je denkt dat anderen van je verwachten

Negatief en positief toekomstbeeld

Een balans in negatief en positief geeft je richting in wat je wel of niet wil worden. Een negatief toekomstbeeld kun je inzetten als voorbeeld van wat je wil vermijden, zoals werkloos of eenzaam zijn. En bij een positief toekomstbeeld zie je voor je wat je gewenste situatie is, zoals  een goed betaalde baan en een liefdevol gezin.

Wanneer je een positief toekomstbeeld hebt, is dit krachtige stimulans om hier zelfstandig en doelgericht naartoe te werken.

Maar wanneer de ideale en werkelijke situatie te ver uit elkaar liggen, kan dit negatieve emoties losmaken.

Hoe vorm je een positief toekomstbeeld?

In het boek worden een aantal voorbeelden van activiteiten genoemd om leerlingen te helpen bij het vormen van een positief toekomstbeeld. Sommige activiteiten zijn gericht op het vinden van rolmodellen, voorbeelden van wat je wilt worden. Andere zijn gericht op het onderzoeken van wat er nodig is om dat toekomstbeeld te verwezenlijken of wat het beroep precies inhoudt.

Aangezien mijn studenten in het laatste jaar van hun beroepsopleiding zitten, heb ik voor hen de activiteit gekozen om een tijdpad te tekenen wat leidt naar hun droombaan. Daarbij geven ze op dit tijdspad de kruispunten en hindernissen aan. Een volgende stap is dan om per hindernis of kruispunt een korte termijndoel op te stellen, om ervoor te zorgen dat het eindpunt bereikt wordt.

En hoe zit het met jouw toekomstbeeld? Heb jij een positief en realistisch toekomstbeeld of heb je nog niet helder voor ogen wat je wil bereiken?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het tweede onderwerp: weerbaarheid.

Hoe weerbaar ben je?

Als je weerbaar bent, betekent dat dat je weer opveert na een confrontatie met moeilijke omstandigheden, groeit door tegenslagen. Typerend voor weerbare mensen is dat ze hoge verwachtingen hebben en zinvolle levensdoelen. Ze kunnen afstand nemen om niet verstrikt te raken in uitzichtloos schuldgevoel.

What doesn’t kill me, makes me stronger. Dit is een veel gehoorde uitspraak die in me opkwam toen ik las over weerbaarheid. Maar wat ik vaak als houding zie bij mensen die dit roepen, is dat die vervelende ervaringen ze harder hebben gemaakt. En dat is niet helemaal wat hier met weerbaarheid bedoeld wordt. Het gaat er niet om dat je je schouders ophaalt, de situatie de rug toedraait en ervan wegloopt. Het gaat er juist om dat je er je schouders onder zet, roeit met de riemen die je hebt en kracht haalt uit het overwinnen van tegenslagen.

21e eeuwse vaardigheden marzano heflebower weerbaardheidIn het boek is een weerbaarheidstest opgenomen waarbij studenten kunnen aangeven in hoeverre ze het eens zijn met een stelling. Met mijn klas heb ik ervoor gekozen om deze stellingen op kaartjes te schrijven met drie vragen op de achterkant:

  • In hoeverre ben je het eens met de stelling?
  • Geef een voorbeeld (hoe jij hiermee omgaat).
  • Wat zou je hierbij verder willen ontwikkelen?

De kaartjes heb ik uitgedeeld en vervolgens mochten de studenten door middel van een speeddate steeds in tweetallen twee minuten lang elkaar bevragen hierover. Na een paar keer wisselen heb ik ze gevraagd een samenvattend beeld te geven over wat ze is opgevallen wat betreft de weerbaarheid van hun dates.

Hoe word je weerbaarder?

Het aanleren van basisvaardigheden voor probleemoplossend denken is een goede methode om meer weerbaar te worden. Daarnaast werkt het ook om de goede eigenschappen van weerbare personen te benadrukken.

 

In het boek werden de volgende belangrijke eigenschappen genoemd:

  • het verschil zien tussen positieve en negatieve invloeden
  • negatieve invloeden kunnen beperken
  • een duidelijk toekomstbeeld hebben
  • niet berusten in je lot, hoeveel tegenslag je ook tegenkomt
  • gerichte plannen maken en aanpassen om doelen te behalen op korte en lange termijn

Zonder dat ik ze mijn bevindingen uit het boek gedeeld had, kwamen mijn studenten hiermee:

  • geloof in eigen kunnen
  • probleemoplossend vermogen
  • positief benaderen
  • openstaan voor alternatieven

Ook een mooie aanvulling als je het hebt over eigenschappen of vaardigheden die je weerbaarder kunnen maken. En ik denk dat de uren studieloopbaanbegeleiding hier mooi op aansluiten om dit verder te ontwikkelen. Eén manier die tijdens de les ter sprake kwam, is bijvoorbeeld het uitproberen van verschillende methodes tijdens intervisie. Op die manier kunnen de studenten elkaar helpen hierin te groeien.

En hoe weerbaar ben jij? Wat wil jij hierin nog verder ontwikkelen?

 

 

 

 

 

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond (weliswaar een tikkeltje beïnvloed door sturing van mijn kant) zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

En niet helemaal toevallig kwam ik in de docentenkamer een zwerfboek tegen: Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower. Hierin staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het eerste onderwerp van deze vier: versterking van de mindset.

Een veranderbare of onveranderbare mindset

Hoe studenten denken over het wel of niet vastliggen van bijvoorbeeld intelligentie beïnvloedt hoe zij uitdagingen aangaan. Studenten die denken dat het een vast gegeven is, dat je niet slimmer kunt worden dan je nu eenmaal bent, gaan uitdagingen uit de weg en kiezen voor de makkelijke weg. Die onveranderbare mindset is wat ik veel herken in mijn studenten (mbo niveau 3), maar ook in mijn dochter van 13 jaar. Als het maar voldoende is, dan is het goed genoeg. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ik heb nog nooit een 10 gehaald en dat zal wel niet gebeuren ook.

Maar als studenten ervan overtuigd zijn dat je door hard werken en toewijding meer kan bereiken, zullen ze die uitdagingen eerder aangaan, blijven proberen en zien ze in dat je van fouten kunt leren. Met zo’n veranderbare mindset haal je het beste uit jezelf en dat is iets wat ik zowel mijn studenten en dochters graag mee wil geven.

Bewust maken van de verschillen in mindset

Zo’n onveranderbare mindset is iets wat er flink ingestampt is en lastig om te zetten naar een veranderbare mindset. Wat je kan doen om de ander hierin te helpen, is diegene bewust te maken van de verschillen. Dat kan bijvoorbeeld door:

  1. Voorbeelden te geven van mensen die iets hebben bereikt niet alleen door talent, maar juist door doorzettingsvermogen.
  2. Keuzemogelijkheden te geven in taken en achteraf vragen waarom ze die keuze hebben gemaakt.
  3. Vanuit literatuur te bekijken wat voor mindset de personages hebben.
  4. Tests te laten maken over mindsets op het gebied van intelligentie, karakter, moraal en levensbeschouwingen en deze met elkaar bespreken.

In het boek van Marzano en Heflebower staan die tests ook beschreven en dat is waar ik met mijn studenten mee begon. Ik heb een aantal vragen van die tests in een Kahoot verwerkt en deze met de klas afgenomen.

En weet je? Eigenlijk valt het best mee met die onveranderbare mindset van mijn studenten. Op sommige vlakken denken ze wel dat hard werken alleen zin heeft als het al in je zit, maar op de meeste vlakken zijn ze er wel van overtuigd dat verandering mogelijk is.

Dus nu de volgende stap is ze ervan overtuigen dat verandering op àlle vlakken mogelijk is, als je er maar voor gaat!

En hoe zit het met jou? Denk jij dat je er wel komt met doorzetten? Of is het meer: wat er niet in zit, komt er ook niet uit?

Zo blijven we gaan met al die ‘weken van…’. En nu bijna aan het einde van de kinderboekenweek wilde ik wat delen over mijn favoriete kinderboeken. Want alhoewel mijn kinderen ze een beetje ontgroeid zijn, ben ik nog steeds fan van prentenboeken.

Lesgeven in voorlezen

Gelukkig kan ik mijn ei nog een beetje kwijt in mijn werk. Wanneer ik lesgeef over Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), komt het voorlezen altijd een keer uitgebreid aan bod. En ja, ik geef mijn studenten dan dus een cijfer voor hoe zij interactief voorlezen en hoe ze zelf een kamishibai, praatplaat of digitaal prentenboek bij een bestaand prentenboek maken en gebruiken. Geen idee waar ik het over heb? Bekijk dan eens de onderstaande Prezi met bijbehorende filmpjes.

Natuurlijk hebben we op school een aardig voorraadje boeken, maar niets leest beter voor dan je favoriete boeken. Daarom neem ik er altijd een paar van thuis mee. Als studenten een kinderboek meenemen, is het er vaak één van hun stage. Van huis uit werd/wordt er bij deze groep niet bijzonder veel gelezen. De studenten die lid zijn van de bibliotheek zijn op één hand te tellen. Jammer, want zij zijn wel degenen die hun enthousiasme voor lezen en taal door kunnen geven aan de volgende generaties.

Sommige van mijn studenten zijn natuurtalenten als het gaat om voorlezen, maar er zijn er toch ook die zich er erg onzeker bij voelen. Doordat ze de taal zelf niet goed beheersen en moeite hebben met de uitspraak, of doordat hun dyslexie het vloeiend kunnen lezen in de weg zit, of sowieso het spreken voor een groep wat als spannend ervaren wordt.

Ik dwaal een beetje af. Maar zoals ik al zei: dit is mijn ei en ik wil het kwijt.

Maar nu over naar de prentenboeken!

Fiets

Dit boekje is ooit uitgegeven als kinderboekenweekgeschenk en ik vind ‘m helemaal geweldig! Het is een boekje zonder tekst, dus het verhaal kun je er zelf zo lang of kort maken als je zelf wilt. Ook een goede tip voor mijn studenten die moeite hebben met lezen, maar zo wel kunnen vertellen.

Heel kort gezegd gaat het verhaal over een jongen die na een feestje ontdekt dat zijn fiets gestolen is en er van alles aan doet om ‘m terug te krijgen. En wat ik er persoonlijk erg leuk aan vind, is dat je er zoveel verschillende soorten fietsen in tegenkomt. Ik hou gewoon van fietsen.

 Elmer

Een echte klassieker die je in je kast moet hebben. Elmer de olifant is anders dan de rest en dat is maar goed ook. Als iedereen maar grijs en grauw zou zijn, zou het een saaie boel zijn.

Mooie plaatjes met niet teveel tekst en daardoor goed geschikt voor peuters of jonge kleuters. Maar als je dieper op het verhaal in wil gaan, is het zeker ook interessant voor oudere kleuters.

 

Wat Faust zag

De hond Faust ziet ‘s nachts van alles gebeuren en wil zijn baasjes waarschuwen. Maar die zitten niet op zijn geblaf te wachten en gooien ‘m naar buiten.

Het leuke aan dit boek vind ik hoe de tekst in de plaatjes is verwerkt. Sommige woorden zijn groot, sommige klein, sommige schuin of dik gedrukt. Het helpt de minder ervaren voorlezers om hun stemgebruik aan te passen aan wat er gebeurt in het verhaal en het zo wat spannender te maken.

Ga je mee?

Ja, alweer een boek van Charlotte Dematons. Stiekem ben ik gewoon een beetje fan van haar boeken. Prachtige prenten en verhaal waarin de kinderen meegenomen kunnen worden. Dit verhaal gaat over een jongen die allerlei avonturen beleeft onderweg naar de winkel en waarin fantasie en werkelijkheid door elkaar heen lopen.

Een ideaal boek om één op één voor te lezen, of met een paar kinderen. Op bijna elke bladzijde staat namelijk wel een opdracht voor de luisteraar en de prenten zijn soms net een zoekplaat. Daarvoor is het wel handig om de kinderen dichtbij te hebben, zodat je ze echt mee kan nemen in het verhaal.

Wij gaan op berenjacht

Een boek waarbij je niet hoeft stil te zitten, maar juist kan stampen met je voeten en kan zwaaien met je armen. Want terwijl dit gezin op berenjacht gaat, komen ze allerlei hindernissen tegen waar ze wel dwars doorheen moeten.

Wij hadden de kartonnen versie van dit boek en dat was een goede keus. Met alle herhalingen in de tekst en het uitnodigen tot bewegen is dit een ideaal boek voor peuters. Lekker wild doen mag en daar kan een kartonnen boek goed tegen.

Klein-Mannetje heeft geen huis

Nadat het huis van Klein-Mannetje een hoosbui niet heeft overleefd, gaat hij op zoek naar een nieuw huis. Zo komt hij langs zijn dierenvrienden en hun huizen tot hij een huis vindt wat echt bij hem past.

Dit boek is ontzettend leuk om een verteltafel bij te maken, in de klas of thuis. Kinderen kunnen de materialen en personages verzamelen of zelf maken en dan het verhaal naspelen.

De Gruffalo

De muis voorkomt dat hij wordt opgegeten door de dieren in het bos, door ze bang te maken met grote verhalen over de Gruffalo. Maar die Gruffalo bestaat toch niet echt… of wel?

Een leuk, spannend verhaal met veel herhaling in de tekst.

Wij hadden ook ooit een cd met liedjes over prentenboeken, gezongen door Hakim van Sesamstraat. Daar stond ook een liedje over de Gruffalo op, die moet je even luisteren. Blijft heerlijk in je hoofd hangen, haha!

Het kleine kikkervisje

Terwijl het kleine kikkervisje langzaam verandert in een kikker, komt hij allerlei dieren tegen die prachtig kunnen springen. Iets wat hij ook graag wil, maar hij moet nog wat geduld hebben.

Om dit boek nog meer tot leven te laten komen, zou je zelf een bak met kikkerdril in huis kunnen halen. Zo kun je steeds de metamorfose van het kleine kikkervisje vergelijken met de kikkervisjes die in de bak zitten. Tot ze echt gaan springen natuurlijk.

Of wat dacht je van een springspel: springen als de dieren in het boek en daarbij de tekst uit het boek gebruiken: Hipperde-hop en hij landde met een plop.

Mijn favoriete prentenboek

Om er maar één te moeten kiezen als favoriete kinderboek voor de 30 Day Blog Challenge van Hare Maristeit, vond erg lastig. Ik heb een kast vol geweldige prentenboeken en om tot maar acht te komen, vond ik al een hele prestatie.

Tja, als ik dan toch zou moeten kiezen, dan kies ik voor: Wij gaan op berenjacht. Heerlijk om een peuter hierbij op schoot te hebben en al zwiepend en plonzend tot aan de laatste bladzijdes te komen en het daar nog even extra spannend te maken.

Toch eens vragen of mijn meiden van 9 en 13 daar niet ook weer eens zin in hebben… 😉

De kinderboekenweek 2016 duurt nog tot 16 oktober en bij besteding vanaf 10 euro krijg je het kinderboekenweekgeschenk Oorlog en vriendschap door Dolf Verroen. En raad eens wie dit boek geïllustreerd heeft? Charlotte Dematons!

Ook is er speciaal voor de kinderboekenweek een klein prentenboek gemaakt door Floor Rieder: Waar is Ludwig?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.