Berichten

Een jaar geleden stuurde ik een filmpje in na een oproep voor de koffer van Rick (minister van gehandicaptenzaken). Hij was op zoek naar mensen met een talent of expertise, die dan toevallig ook een beperking hebben. Want daarvan zijn er genoeg, maar ze zijn veel te weinig zichtbaar in de media.

En eigenlijk kwam die oproep voor mij wel op het juiste moment. Ik was een beetje aan het inkakken, mijn passie was ver te zoeken. Ik wilde weer iets hebben om voor te gaan, energie van te krijgen. Nu een jaar verder heb ik wel het idee dat ik daarin weer stappen heb kunnen zetten, ook al ga ik tegelijkertijd op andere vlakken wel weer achteruit.

Inclusie als streven

Als pedagoog, docent en moeder vind ik het belangrijk om vanuit een bepaalde visie te kunnen handelen, mijn kinderen op te voeden en mijn studenten keuzemogelijkheden te geven in hoe zij pedagogisch te werk kunnen gaan. Inclusie is één van de dingen die ik daarin belangrijk vind. Kleur, gender, geloof, handicap of wat dan ook zou geen verschil moeten maken in hoeverre iemand mee kan doen in de samenleving.

Maar dat verschil is er helaas nog wel. En vanuit het stukje waar ik ervaring mee heb, het hebben van een fysieke handicap, hoop ik aan anderen mee te kunnen geven dat dit ook anders kan. Door het te laten zien als docent in het mbo, maar ook als danser bij Misiconi. Door te luisteren en mee te praten in de meedenkgroep onderwijs van Iederin. En nu dus ook door me beschikbaar te stellen voor programmamakers om dan wel mèt mijn beperking in beeld te komen, maar niet vanwege die beperking.

Kijkje in de Koffer van Rick

Deze week, de week van de toegankelijkheid, is de koffer van Rick gepresenteerd en overhandigd aan programmamakers. In die koffer zijn mensen met verschillende talenten en expertise verzameld, die daarnaast ook een beperking hebben. En daarbij gaat het niet zozeer om wat voor beperking, maar om hun specialisme waar ze in programma’s over kunnen praten. Om zo een meer representatief beeld in de media te krijgen: mensen met een beperking zijn niet hun beperking, ze zijn zoveel meer!

In die koffer zitten experts in verschillende categorieën, zoals kunst, wetenschap, sport, media, zorg en onderwijs. En het is echt een mooie diverse database aan het worden. Eigenlijk ben ik toch wel trots dat ik daar ook deel van uitmaak.

Je vindt mij hier in de Koffer van Rick: Jacqueline van Kuilenburg

Alvast een voorproefje

In de aanloop naar het presenteren van de Koffer van Rick zijn er verschillende portretten opgenomen en interviews afgenomen. Ook met mij! Na een jaar vrij weinig ervan gehoord te hebben (onder andere vanwege Corona), kwam het twee weken geleden ineens in een stroomversnelling. Althans, zo leek het voor mij. Ze zullen vast in de tussentijd bergen werk achter de schermen hebben verricht.

In een sneltreinvaart werden er afspraken gemaakt over het interview en filmen op mijn werk, het bijwerken van mijn profiel in de database en nog een interview voor een artikel. Het werd allemaal professioneel aangepakt en ik vond het wel interessant om te zien hoe het allemaal in zijn werk ging. De interviewers waren echt geïnteresseerd en stelden goede vragen. Zelf struikelde ik nog weleens over mijn woorden, maar al met al denk ik dat ik wel gezegd heb wat ik wilde zeggen.

Het interview kun je hier lezen: ‘Ik moet steeds iets inleveren, maar kan nog genoeg betekenen.’

Wat vind jij van het idee achter de Koffer van Rick?

conferentie naar inclusiever onderwijs

Afgelopen woensdag was ik een dagje in Bussum voor de startconferentie Naar Inclusiever Onderwijs. Eigenlijk met wel drie petten op. Pet één was om de ontwikkelingen in kinderopvang en onderwijs bij te houden om over te kunnen dragen aan mijn studenten Pedagogisch Medewerker en Onderwijsassistent. Pet twee als docent in het mbo, om te zien wat wij in het mbo kunnen doen om het onderwijs inclusiever te maken. En pet drie als chronisch zieke/EDS’er/rolstoelgebruiker: is dit nu wel wat ik verwacht van een inclusieve samenleving?

Als je kijkt naar het plaatje hierboven met de cirkels, is de inclusieve school nu nog ver te zoeken. Bij deze conferentie hoopte ik geïnspireerd te raken. Maar ook mijn kritiek kwijt te kunnen. Om uiteindelijk ook bij te kunnen dragen aan stappen in de richting van inclusief onderwijs.

Opening Naar Inclusiever Onderwijs

Bij de opening kwamen een aantal sprekers aan het woord. Minister Arie Slob had het meteen al voor me verpest toen hij zei dat er twee soorten mensen waren: mensen met een beperking en mensen die denken dat ze geen beperking hebben. Nee, niet iedereen heeft een beperking! En mensen die denken dat ze geen beperking hebben, hebben hier dus geen last van, dat is juist wat die hele beperking inhoudt.

Adriana van Dooijeweert sprak met duidelijk meer kennis over het onderwerp als voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. Onder andere benoemde ze het principe: Nothing about us without us. Om de rechten van de mensen met een handicap in de praktijk te brengen, heb je mensen met een handicap nodig om te zien wat er nodig is.

Er volgde een panelgesprek, waarbij de panelleden op bijzonder knullige manier aangekondigd werden. De lopende panelleden werden uitgenodigd, de panelleden met rolstoel zouden wel even gehaald en vanuit de coulisse gerold worden. Bijzonder respectloze woordkeuze, zeker als je het hebt over inclusie en wil dat iedereen meetelt.

Wim Ludeke (voorzitter LESCO) benoemde het belang van kennis en kunde delen tussen speciaal en regulier onderwijs. Want dat kinderen samen kunnen opgroeien en samen naar school kunnen gaan, is ontzettend belangrijk. Lobke Vlaming (directeur Ouders & Onderwijs) was terecht wat kritisch. Vanuit ouders komen nog teveel berichten dat het niet goed gaat met inclusief onderwijs. Leraren voelen zich vaak nog handelingsonbekwaam op dit gebied. Rick Brink (minister van Gehandicaptenzaken) gaf met humor en praktijkvoorbeelden aan hoe belangrijk het is om als kind naar een school in de buurt te kunnen.

Tot slot volgde een supersnelle presentatie van Mel Ainscow (hoogleraar Universiteit van Manchester) over hoe inclusief onderwijs volgens hem aangepakt moet worden. Daar had ik graag meer over willen horen, maar er waren zoveel interessante workshops om uit te kiezen, dat ik niet bij die van hem geweest ben.

Workshop Jongerenteam Deltion

Met dit filmpje begon de eerste workshop die ik volgde, een leuke binnenkomer. Deze workshop werd gegeven door medewerkers van het Deltion College (mbo) in Zwolle. Zij legden uit dat er bij de intake van studenten met een beperking al een ambulant begeleider vanuit het speciaal onderwijs of een loopbaanadviseur gericht op passend onderwijs bij de intake aanwezig is.

In de eerste lijn spreken ze van passend onderwijzen: de basis moet op orde zijn met een pedagogisch/didactisch klimaat waarin ruimte is voor handelingsgericht werken. In de tweede lijn zijn de loopbaanadviseurs van het studiesuccescentrum (passend onderwijs) en daarnaast het jongerenteam (jeugdhulpverlening) beschikbaar binnen de school.

Dat jongerenteam bestaat uit hulpverleners vanuit verschillende organisaties die ook deels in dienst zijn van de school. Deze zijn gericht op jeugdhulp, verslavingszorg, GGZ, leerplicht, enzovoort. Het jongerenteam was in eerste instantie vooral op niveau 1 en 2 gericht, maar nu ook steeds meer voor niveau 3 en 4. Het verschil daartussen is dat je bij niveau 1 en 2 vaker studenten tegenkomt waarbij de problematiek al in beeld is. Terwijl studenten van niveau 3 en 4 vaker later pas aan de bel trekken.

De lijntjes zijn kort, waardoor de studenten snel terecht kunnen. Er zitten wel grenzen aan de hulpverlening binnen de school, in sommige gevallen zal er toch doorverwezen worden.

Een effect op het voortijdig schoolverlaten is nog niet zichtbaar, maar ik ben zelf ook van mening dat dat niet het belangrijkste is. Belangrijker is dat studenten op hun plek zijn bij de opleiding die ze volgen en zich daarbij fijn voelen.

Workshop ‘Dat kind hoort hier wèl!’ – IKC de Ark

Deze workshop had ik gekozen vanwege de titel en omdat deze door twee IKC’s (Integraal KindCentrum, waar opvang en onderwijs bij elkaar aangeboden wordt) werd gegeven. Toevallig kende ik één van die IKC’s, omdat studenten van ons er ook stage lopen, zowel in de kinderopvang als in het basisonderwijs.

IKC de Ark vertelde over hoe zij de zorgstructuur in de wijk veranderd hadden samen met andere scholen voor regulier en speciaal basisonderwijs. De zorg volgt het kind en niet andersom. Want ieder kind heeft het recht om erbij te horen.

Hierin zijn ze de afgelopen jaren gegroeid. Zo hadden ze bijvoorbeeld eerst nog een aparte groep voor kinderen met een lage cognitie, later kwam er een instructieplein voor deze kinderen, naast hun eigen (gemixte) klas.

Op dit moment heeft IKC de Ark 15% kinderen met zorg. Wat mij opviel, is dat die zorg vooral gericht is op gedragsproblematiek en lage cognitie. De school zelf heeft geen lift en op dit moment ook geen leerlingen die een lift nodig hebben. Maar wel zes ouders die gebruik maken van een rolstoel en die nu dus nog buitengesloten worden in dit IKC.

Ook miste ik de samenwerking met de kinderopvang in het verhaal. Met de peuterspeelzaal was die er wel, maar de hele dagopvang was toch ook een wat andere doelgroep qua kinderen en ouders. Later hoorde ik van een collega van me dat die samenwerking er wel meer is dan ik gehoord had. Er is daar bijvoorbeeld een intern begeleider die niet alleen voor de school, maar ook voor de kinderen van 0 tot 4 jaar beschikbaar is. Dat lijkt me ontzettend zinvol om op die manier de doorlopende lijn in de zorg ook te kunnen vasthouden.

Workshop ‘Dat kind hoort hier wèl!’ – IEKC Lichtenvoorde

Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij het verhaal van de kwartiermaker van Integraal Educatief KindCentrum Lichtenvoorde niet zoveel aantekeningen heb gemaakt. Maar werd er wel enthousiast van! Wat een mooie kans om met de nieuwbouw van een schoolgebouw meteen na te kunnen denken over hoe het reguliere basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs samen verder kunnen.

In dit filmpje wordt kort uitgelegd wat ik in de workshop ook te horen kreeg. En eigenlijk ben ik wel heel erg benieuwd hoe dit verder uit zal pakken.

Hoe toegankelijk en inclusief was ‘Naar Inclusiever Onderwijs’ eigenlijk?

De allereerste misser was al de toegankelijkheid van de zaal waarin de opening plaatsvond. Voor rolstoelgebruikers was alleen maar plek in een hoekje, naast de boxen. Of eigenlijk was dat al een tweede misser. Vlak daarvoor werd ik door iemand bij mijn schouders vastgepakt toen ik vroeg waar het toilet was.

De kaartjes om workshops te kiezen, stonden in bakjes op een hoge statafel. Ik kon wel bij de bakjes, maar niet zien wat erin lag. Om de kaartjes te kunnen lezen, pakte ik elk bakje van de tafel.

Er was een lift, maar de vrouw met wie ik de lift deelde, kon vanuit haar rolstoel niet bij de knopjes. Best lastig als ze alleen in de lift had gestaan.

De ene workshop was prima toegankelijk, met stoelen in een U-vorm waar ik makkelijk kon aanschuiven. Bij de andere was de deuropening zo smal, dat ik niet met mijn handen op de hoepels naar binnen kon.

Bij de lunch waren verschillende tafels als lopend buffet opgesteld, genoeg om niet in een rij te hoeven staan. Daarnaast werden er ook broodjes en soep uitgedeeld door het personeel daar. Dat vind ik altijd wel prettig, dan hoef je niet met je bordje op schoot door een mensenmassa heen. Thee of koffie haal ik eigenlijk nooit bij zulke drukke gelegenheden. Ik heb zelf mijn thermosfles bij me, scheelt weer met dat geknoei met hete drank.

Achteraf begreep ik dat de toegankelijkheid voor doven en slechthorenden niet zo goed geregeld was. Wat een gemiste kans! Met het geld wat er in een conferentie als deze omgaat, is het een kleine moeite om standaard één of twee gebarentolken in te zetten.

Nog iets wat me tot slot opviel aan het publiek bij deze conferentie: ik heb nog nooit zoveel grijze mannen met colberts in het onderwijs bij elkaar gezien! Als ik het vergelijk met een bijeenkomst van mijn werkgever, is er bij ons in Rotterdam meer kleur (nee, niet alleen de haarkleur) en zijn de vrouwen wat in de meerderheid. Ik durf zelfs bijna te zeggen dat er bij zo’n bijeenkomst bij mijn werkgever meer diversiteit is als het gaat om docenten met een beperking. Nu is dat natuurlijk niet altijd zichtbaar aan de buitenkant, maar het Nothing about us without us kwam bij deze conferentie Naar Inclusiever Onderwijs niet zo heel erg goed uit de verf.

Wel moet ik zeggen dat ik leuke en interessante gesprekken heb gehad met andere bezoekers. Terwijl ik bij andere onderwijsgerelateerde bijeenkomsten vaak letterlijk en figuurlijk over het hoofd word gezien met mijn rolstoel. Maar hier waren mensen oprecht geïnteresseerd in wat ik in het onderwijs deed en hoe ik over inclusief onderwijs denk als docent.

Zo. Dat was een lang verhaal en eigenlijk ben ik er nog niet over uitgepraat. Ik vind het een boeiend onderwerp hoe scholen vorm willen geven aan inclusiever onderwijs en hoop dat deze ontwikkeling steeds meer vorm gaat krijgen!


smartdrive rolstoel

Mag je alles zeggen tegen of over een rolstoelgebruiker, zolang je het maar goed bedoelt? Tja, ik weet het niet hoor. Wat mij betreft laat je je goede bedoelingen pas echt zien als je bereid bent je eigen zienswijze opzij te zetten en je ècht in te leven in een ander.

Of het nu gaat om het opdringen van hulp, bagatelliseren, betuttelen of iemand verheffen tot inspiration porn: denk je nu echt dat hier iemand op zit te wachten?

Van de week kwam ik het toch weer op verschillende plekken tegen en voelde de drang om er dan toch maar weer eens een blogartikel aan te wijden.

Had ik dat niet al eens eerder gedaan? Ja hoor, klik hier maar door:

Ik hoef geen bewondering om mijn dagelijkse bezigheden

‘Wat straal jij een levensvreugde uit, ondanks je rolstoel!’

‘Wow, wat ben jij een optimist!’

‘Wat knap dat je nog werkt!’

‘Jij bent docent en je zit in een rolstoel? Poeh hé…’

Alsjeblieft, doe normaal zeg. Ik straal vast net zoveel levensvreugde uit als ieder ander. En dat een ander niet kan zien dat mijn rolstoel me meer brengt dan van me afneemt, is het gemis van die ander. Dat maakt me nog niet meteen een optimist. En tegen de kassière, huisarts, stratenmaker of wie dan ook zeg je ook niet dat het knap is dat diegene werkt. Of dat ie zoveel levensvreugde uitstraalt.

Maar als je een poging doet om uit te leggen waarom deze complimenten niet als complimenten overkomen, is het al snel: ‘Nou sorry hoor, ik bedoelde het goed!’

Met al die goedbedoelde complimenten om doodnormale dingen is het net of men wil zeggen dat je als gehandicapte maar een zielig en triest leven hebt. Alsof die doodnormale dingen het hoogtepunt van je dag zijn, omdat je niks anders boeiends in je leven hebt. Nou, tof compliment hoor!

Noem mijn beperkingen liever geen uitdagingen

Een beperking is niet zielig en er hoeft echt geen zogenaamd positiever woord voor bedacht te worden. Als ik het benoem zoals het is, betekent dat niet dat ik degene ben die er alleen maar de sombere kant van inziet. Ik heb een beperking en dat is oké.

Door er een ander woord voor te gebruiken, ga je wat mij betreft helemaal voorbij aan wat het nu daadwerkelijk inhoudt. Mijn beperking of handicap zorgt ervoor dat ik bepaalde dingen niet of niet zo makkelijk kan doen. Een uitdaging is totaal iets anders, dan kies je er zelf voor om een moeilijkere route te nemen, waar je graag moeite voor wil doen.

Bijvoorbeeld toen ik ervoor koos om naast mijn gezin en werk nog een masteropleiding te volgen. Dat was een uitdaging. Het was pittig, maar ik had iets om voor te gaan wat ik wilde bereiken. Heel iets anders dan een rolstoel nodig hebben om je te kunnen verplaatsen. Dat is geen keuze en ook niet bewonderenswaardig.

Zoveel mensen, zoveel wensen

En met al die discussies kom je toch ook mensen met een andere mening tegen, die zelf ook een beperking hebben. Dat vind ik nog weleens lastig. Natuurlijk mag ieder zelf weten waar hij of zij zich goed bij voelt. Maar het is wel iets wat je ook uitstraalt naar anderen. Want net zo goed als dat ik hier een beetje zit te verkondigen hoe ik graag behandeld wil worden, doet die ander dat ook. Maar dan met een heel andere mening. Die vindt het bijvoorbeeld wel positiever als je het over uitdagingen hebt. Of dat je je eigen ongemak maar opzij moet zetten als iemand het goed bedoelt. Dat maakt het voor de buitenwereld ook niet gemakkelijker om in te schatten hoe iemand wel of niet behandeld wil worden.

Maar wat ik zoal uit reacties opmaak, wil de meerderheid van de mensen met een beperking gewoon net als ieder ander behandeld worden, zonder goedbedoelde positieve extraatjes. En dan werken we elkaar wel tegen als we van allebei de kanten iets anders verkondigen.

Vorige week zat ik in de auto naar mijn werk en voor mij liet een automobilist een meute fietsende scholieren voorgaan, die geen voorrang hadden. Hartstikke lief en goed bedoeld, maar ondertussen irriteer ik me eraan dat ik niet gewoon kan doorrijden op een voorrangsweg. En die fietsers leren hier alleen maar van dat ze gewoon lekker voorrang kunnen nemen als ze daar zin in hebben.

Het is niet nodig om andere regels, omgangsvormen of woorden te bedenken om zogenaamd je goede bedoelingen te tonen. Het maakt het alleen maar meer verwarrend en mensen hebben er last van. Dus geef geen voorrang als iemand geen voorrang heeft en zet mensen met een beperking niet zonder reden op een voetstuk.

Foto: Bianca Toeps

De laatste weken hoorde of las ik meerdere keren dat ‘iedereen wel een beperking heeft’ en daar wil ik toch wel iets over kwijt. Ik snap de goede bedoelingen en de intentie om mensen met of zonder beperking als gelijkwaardig te willen zien. Maar zeggen dat iedereen wel gehandicapt is of een beperking heeft, helpt daar niet aan mee.

Wanneer heb je dan wèl een beperking?

Je hebt een beperking als je door het niet goed functioneren van iets in je lijf/psyche vervolgens zelf niet zo kunt functioneren of participeren als normaal is. En ja, normaal is vrij betrekkelijk. Maar toch zijn er zo wel bepaalde verwachtingen waar de meeste mensen wel aan kunnen voldoen, maar mensen met een beperking niet.

Om mezelf even als voorbeeld te nemen:

Ik heb EDS, mijn bindweefsel functioneert niet zoals zou moeten. Dat levert wat kwalen op die vervelend, maar niet per se allemaal even beperkend zijn. Wat me hierin wel beperkt, is mijn beperkte belastbaarheid. Ik kan niet lang lopen, staan of zitten. Dat is mijn beperking. Hierdoor moet ik mijn dagelijks leven aanpassen (salamitechniek) en heb ik hulpmiddelen (onder andere mijn rolstoel) nodig om nog een beetje te kunnen functioneren.

Het dragen van een bril of lenzen, omdat je anders slecht ziet, is dan weer geen beperking. Want mèt die bril of lenzen kunnen de meeste mensen zonder problemen functioneren. Andersom zijn er wel slechtzienden die een bril dragen en die wel degelijk beperkt zijn. Die bril neemt dan maar een klein gedeelte van die beperking weg. Als ik in mijn rolstoel zit, is mijn beperking niet ineens verdwenen. Ik ben dan nog steeds beperkt belastbaar. Zitten levert me ook pijn en vermoeidheid op, alleen iets minder snel dan bij lopen of staan.

Dat de samenleving vervolgens niet is ingericht op rolstoelgebruikers of mensen die maar beperkt belastbaar zijn, maakt het nog meer beperkend, of een handicap. Ik kan niet de betrokken ouder zijn die ik wil zijn, omdat de school van mijn kinderen niet rolstoeltoegankelijk is. Sommige winkels kan ik niet in, of ik moet mijn pincode zowat boven mijn hoofd invoeren, voor iedereen achter mij zichtbaar. Bij onderwijsgerelateerde evenementen word ik letterlijk en figuurlijk over het hoofd gezien, omdat men niet gewend is dat iemand met een rolstoel ook docent kan zijn.

Zeg dit maar niet meer…

“‘Arbeidsbeperking’ is eigenlijk een raar woord, bedenk ik me na mijn bezoek aan Abrona – Nudoen! in Woerden. Wij hebben immers allemaal een arbeidsbeperking. Het hangt van de taak af of je daartoe goed uitgerust bent. Zo heb ik geen groene vingers en kan ik ook niet klussen. Je mag mij in die taken rustig arbeidsbeperkt noemen.”
Kamerlid Wim-Jan Renkema (GroenLinks)

Nee, het ontbreken van een talent is geen beperking. Je hebt geen arbeidsbeperking als je geen groene vingers hebt.

“Iedereen heeft wel een beperking, maar daar moet je je niet door laten tegenhouden. Heb ik ook niet gedaan. Bij mij aan tafel twee mensen die ondanks een wat stevigere beperking toch hun dromen najagen.”

Jack Spijkerman in DWDD Heimwee: Kopspijkers

Naar opmerkingen als deze had ik nu net even geen heimwee. En als ze in dit programma wel snappen dat fatshaming niet meer van deze tijd is, mogen ze de woorden ook wel wat zorgvuldiger kiezen als het gaat om beperkingen.

Nu ken ik Jack Spijkerman niet goed genoeg om te zeggen of hij wel of geen beperking heeft. Mij is in ieder geval niet bekend dat hij er één heeft. En natuurlijk is het mooi dat de twee getalenteerde heren die bij hem aan tafel zitten hun dromen kunnen najagen. Maar leg dan liever de nadruk op hun talent en niet dat dit ‘ondanks een wat stevigere beperking’ toch lukt. In het gesprek zelf komt dit wel naar voren, maar de inleiding stoort mij nogal.

Een volgende stap in het bagatelliseren van een beperking

Zoals ik al zei, snap ik de goede bedoelingen erachter wel, de gelijkwaardigheid willen uitstralen door te zeggen dat iedereen een beperking heeft. Alleen komt dit niet zo over. Voor mij niet en ik weet dat veel anderen met een beperking daar net zo over denken. Het komt over als bagatelliseren: jij hebt dan wel een beperking, maar die heeft iedereen wel. Dus zeur niet zo.

Net zo’n dooddoener is het benoemen wat iemand heeft bereikt ‘ondanks’ zijn beperking, door hard te werken. Hard werken is niet voor iedereen met een beperking weggelegd, ook al lukt het sommigen wel. Door dit zo te benoemen, schrijf je mensen af bij wie dit niet lukt.

Een andere vorm van een beperking bagatelliseren, is het benoemen dat je de handicap of beperking niet ziet. Deze is er gewoon en het is nodig dat deze gezien wordt. Hoe kunnen we anders de samenleving zo inrichten dat mensen hun beperking niet als handicap ervaren?

En een flinke stap verder zijn opmerkingen als: met wat wilskracht heb je die hulpmiddelen helemaal niet nodig! Als je niet snapt dat dit soort opmerkingen kwetsend zijn en dat dit niet zozeer iets zegt over het gevoel van de mensen die het kwetst, maar over de intentie van degene die de opmerking maakt (hé, ik wil liever geen gehandicapten zien, die staan mij in de weg met hun hulpmiddelen, dus neem ze die hulpmiddelen maar af, zodat ik er geen last meer van heb), is er nog een lange weg te gaan.

“Wij hebben in Nederland de mentaliteit van: ik heb er recht op en de overheid betaalt. Maar wanneer de overheid dat niet of in mindere mate zou doen, gaan wij dan onze houding aanpassen en hetzelfde doen als de mensen in Denemarken, Frankrijk of Spanje? Jouw wilskracht vergroten, met moeite maar voldaan een stukje langer elke dag proberen te lopen om aan het eind van de dag met veel trots te kunnen zeggen: ik heb vandaag weer mijn grenzen verlegd, ik heb een beetje pijn maar ik ben trots op mijzelf.”

Luz Maria Camacho, raadslid D66 Apeldoorn

Ik ben benieuwd hoe jullie over dit alles denken, of je zelf nu wel of geen beperking hebt. Laat wat achter in de reacties, linkjes zijn ook welkom!

fietsen driewielligfiets hase lepus comfort

Bij de aankondiging van het programma had ik al mijn twijfels: zo’n minister van gehandicaptenzaken, is dat nou wel zo’n goed idee? Mijn conclusie toen was eigenlijk dat het niet realistisch was, niet wenselijk en eigenlijk alleen maar als entertainment in de vorm van een tv-programma.

In de tussentijd is er een selectie geweest van kandidaten, tot er zes over waren om mee te doen in het programma. Niet alle zes hebben zelf een beperking, wat ik wel opvallend vond. Want als je vindt dat er wat mag veranderen aan de beeldvorming over mensen met een beperking, waarom zou je dan voor iemand kiezen die zelf geen beperking heeft? Niet dat die mensen geen goed werk doen, maar dit programma was juist om te laten zien dat mensen mèt een beperking net zo goed meetellen. Stel je voor dat dan toch iemand zònder beperking die verkiezing zou winnen… dan snij je jezelf toch wel een beetje in de vingers.

Af en toe kwamen er stellingen voorbij op social media en we werden alvast ‘lekker gemaakt’ met filmpjes van BN’ers die zogenaamd gehandicapt zijn in een handicap challenge

Nee, echt heel enthousiast werd ik er niet van. Maar ik wilde het toch een kans geven. Want op zich had ik wel wat onderwerpen voorbij zien komen, waarvan ik dacht: ja, daar mag best wat meer aandacht voor komen!

Handicap als entertainment

En afgelopen maandag was het programma dan op tv te zien.

De openingsact waarbij een duo met een hoepel en krukken allerlei acrobatische stunts uithaalden, vond ik wel leuk om te zien. En uiteraard ook de dansact met een rolstoeldanser en een danser zonder beperking, heel tof.

Niks ten nadele van de kandidaten, ik vond dat ze allemaal wel een goed aandachtspunt hadden aangestipt. Over werk, onderwijs, inclusieve speeltuinen, het VN-verdrag… Maar dat was het dan ook. Het werd aangestipt, niet uitgediept. Verder was het vooral een show ter vermaak en vond ik niet echt dat dit de beeldvorming rondom mensen met een beperking ten goede kwam.

Sinds wanneer is ‘lief’ een eigenschap die je graag bij een minister ziet? Of waarom zou je een kandidaat een held noemen? En met het roepen dat iedereen wel een beperking heeft, wordt eigenlijk alleen maar gebagatelliseerd wat het leven met een beperking echt inhoudt. En dan de roast waarin allerlei beperkingen achter elkaar afgebrand werden, die vond ik eerder pijnlijk dan grappig.

Nee, naar mijn idee werd met dit programma de plank compleet mis geslagen.

What’s next?

De kersverse ‘minister’ van gehandicaptenzaken mag nu bij de KRO-NCRV aan de slag. Nu is deze man (Rick Brink) niet onbekend met politiek, hij is zelf raadslid in Hardenberg. Dus ik verwacht wel dat hij met zijn ervaring en missie nu wat nieuwe ingangen erbij heeft gekregen om daarmee aan de slag te gaan.

Maar heel eerlijk verwacht ik niet dat er veel gaat veranderen. Ik zat ook te bedenken wie er ook alweer de laatste Mis(s)verkiezing gewonnen had en wat diegene nu doet… Weet jij het nog?

Hoe er dan wel wat kan veranderen aan de beeldvorming over mensen met een beperking, met name op tv, daar heeft Marc de Hond een goed stuk over geschreven. Daar ga ik verder niet teveel over zeggen, dat moet je gewoon echt even zelf lezen en het bijbehorende filmpje even bekijken. Klik dus even >hier< door voor dat artikel.

Ik ben het er zó mee eens dat mensen met een beperking meer #gewoonoptv te zien zouden moeten zijn. Acteurs in een serie of film, kandidaten in een spelshow of gasten in een talkshow, maar niet een show alleen rondom die beperkingen. En zelf wil ik best met Misiconi ook #gewoonoptv! 😉

En de politiek mag zich natuurlijk nog steeds bezighouden met het verbeteren van de toegankelijkheid, een goed zorgstelsel en een inclusieve samenleving. Liefst met behulp van ervaringsdeskundigen: Niets over ons, zonder ons.

Heb jij de verkiezing van de Minister van Gehandicaptenzaken gezien? Wat vond jij ervan?

Pas geleden was ik op stagebezoek bij een kinderdagverblijf in Rotterdam. Terwijl ik wachtte in een kantoor, kwam er een medewerker in een rolstoel voorbij. We begroetten elkaar, allebei verrast om nog iemand in een rolstoel te zien. En hoe cool is dat, dacht ik. Die kinderen hier op het kinderdagverblijf groeien op met het beeld dat iemand in een rolstoel gewoon net als ieder ander hier kan werken. Zou zo mooi zijn als dat op meer plaatsen zo zou zijn. Gewoon mensen met en zonder (zichtbare) handicap die gewoon hun werk doen.

Het zou niet bijzonder moeten zijn, maar toch is dat het.

Als je de afleveringen van Rolstoel Roadmovie hebt gezien, zie je hierin ook de verschillen binnen Europa. In sommige landen (zoals Italië) is er geen speciaal onderwijs zoals wij dat kennen, maar gaan kinderen met een beperking gewoon naar dezelfde school. Weer een heel ander voorbeeld was een bedrijf in Spanje, waar het merendeel van de medewerkers een beperking had. Op zich fijn dat ze dat werk hebben, maar of er daar dan sprake is van een inclusieve samenleving…

Rollend rolmodel

Een rolmodel heeft een voorbeeldfunctie voor een bepaalde groep mensen. In bovenstaande voorbeelden zie ik de medewerker op het kinderdagverblijf als rolmodel. Maar ook Mari Sanders, die met zijn Rolstoel Roadmovie laat zien dat er nog veel drempels weg te nemen zijn. En daarnaast zelf een filmmaker is die in een rolstoel zit.

Het zou tof zijn als mensen met een beperking in diverse beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn. Zodat ook kinderen en jongeren met een beperking een voorbeeld kunnen zien van wat zij in de toekomst kunnen doen.

Op het gebied van dans (en vooral inclusiedans) ben ik ook op zoek naar rolmodellen. Maar dat is nog lastig te vinden, dus tips zijn welkom! Niet alle dansstijlen spreken mij aan en bij de dansstijlen die me wel aanspreken, is het vaak een gespierde man die in de rolstoel danst. Iets wat ik nooit zal worden, gespierd of man.

Rolmodel of inspiration porn, waar ligt de grens?

In mijn ogen hoef je niet altijd extreem uit te blinken om een rolmodel te zijn. Complimenten geven omdat iemand iets goed kan, ook niks mis mee.

Maar waar ligt dan de grens tussen het waarderen van iemand als rolmodel en het misbruiken van die rol als inspiration porn, als kijkvermaak voor (met name) niet-gehandicapten? Ik vind dat nog best een lastige. Zeker op gebieden waar ik niet zoveel verstand van heb en dus al snel onder de indruk ben.

Op social media zie ik mensen verschillend reageren. De één vindt iemand prachtig zingen en geweldig dat hij met zijn beperkingen op tv komt, de ander irriteert zich aan het feit dat mensen al ‘aaaww’ roepen bij het zien van zijn geleidestok. Of de bewondering die uitgesproken wordt naar iemand die vol geduld iemand met autisme helpt, terwijl een ander vindt dat normaal gedrag als de ander respecteren niet zoveel bewondering verdient.

Die verschillen zijn niet één op één de verschillen tussen hoe mensen met of zonder handicap hiernaar kijken. Ook binnen deze groepen zijn er verschillen.

Aandacht en applaus mag, maar wel verdiend

Ik ben docent geworden omdat ik denk dat ik iets te delen heb waar anderen wat aan hebben. En dan heb ik het vooral over mijn vakgebied (pedagogiek). Ik ben niet vies van een beetje aandacht. Sterker nog: het lijkt me vrij zinloos als ik les sta te geven en niemand luistert naar me.

Maar ik hoef geen complimenten om het feit dat ik werk, ‘ook al zit ik in een rolstoel’.

Met het dansen net zo. Het geeft een kick als je de aandacht van het publiek weet vast te houden en applaus krijgt. Maar dan wel om het dansen, niet omdat ik toevallig in een rolstoel zit tijdens dat dansen.

En natuurlijk streelt het mijn ego als mijn blog en bijbehorende social media steeds meer groeien, maar dan wel graag om de inhoud. Toch krijgen de mooie plaatjes mèt rolstoel meer likes dan die zonder.

Dus als ik het voor mijzelf persoonlijk bekijk, dan denk ik dat de grens ligt tussen het bewonderen van de expertise van iemand (die toevallig gehandicapt is) en het bewonderen van iemand als gehandicapte, gewoon omdat ie gehandicapt is. In dat laatste geval zou je net zo goed iemands navel kunnen bewonderen, wat nergens op slaat en eigenlijk zelfs een beetje creepy is.

En waar ligt voor jou die grens?

Complimenten voor de bovenstaande foto’s mogen trouwens naar Bianca Toeps die mij zo mooi heeft weten vast te leggen. Complimenten voor de blauwe jurk mogen wel naar mij, want die heb ik zelf gemaakt, haha!

bso tienermeiden

Vandaag is het Koningsdag. Dat heeft op zich niet zo heel veel te maken met het onderwerp waar ik over wil schrijven, maar het feit dat we hier een koningshuis hebben, geeft me wel de mogelijkheid om dat enorme contrast in kansen weer te geven. Want als je als prins of prinses wordt geboren, krijg je andere kansen voorgeschoteld. Niet dat ik zou willen ruilen of het ze niet gun, maar je kunt er niet omheen dat er een verschil is.

Straks zitten alle drie de prinsessen op het gymnasium. Met zo’n koninklijke achtergrond zal geen leerkracht eraan denken om ‘voor de zekerheid’ het advies wat lager in te zetten. Mocht het toch iets te hoog gegrepen zijn, dan laten de financiën van pa en ma het makkelijk toe om bijlessen in te zetten. En ook na hun gymnasium en verdere studieloopbaan hoeven ze zich geen zorgen te maken. Hun salaris of uitkering zal niet eens in de buurt komen van het minimumloon.

Hoe anders is dat als je wieg in Rotterdam Zuid stond, je bij je geboorte een kleurtje mee hebt gekregen, je ouders geen vet salaris of de juiste diploma’s hebben. Om maar een voorbeeld te noemen.

Nee, het is gewoon niet eerlijk verdeeld

Je kunt zeggen wat je wilt, vreselijk je best doen om alles zo eerlijk mogelijk te verdelen, maar er is gewoon sprake van kansenongelijkheid. Ook al ben jij niet degene die anderen achterstelt, het gebeurt, dat kun je niet ontkennen.

We hebben een enorm diverse samenleving. De vraag is vervolgens hoe je daarmee omgaat. Ik schreef al eens eerder over visies op diversiteit. En in mijn ogen is er niet één passende oplossing. Verschillende situaties vragen om verschillende oplossingen. Niet alles kan in wetgeving vastgelegd worden en soms werkt goedbedoelde wetgeving zelfs averechts.

Er is niet één handleiding die je overal bij kunt gebruiken. En dat betekent dus dat je veel vanuit je eigen boerenverstand moet bedenken. Maar daarbij helpt het wel om iets van verschillende oogpunten te bekijken en niet al teveel op je eigen aannames te vertrouwen.

De impact die je als docent hebt

Even voor mij als mbo-docent gezien, begint het bij de intake van een opleiding: wie wordt wel aangenomen en wie niet? En vervolgens: welke begeleiding krijg je van start tot diplomering? Als docent heb je zo ontzettend veel invloed op hoe iemands loopbaan vorm gegeven wordt.

Ik ben me er ook niet altijd bewust van wat ik voor impact heb op mijn studenten. Ik vraag regelmatig feedback, maar weet wel dat dan nog niet alles gezegd wordt. Soms hoor ik via een collega dat een student blij was met mijn steun in een gesprek. Of kom ik jaren later een oud-student tegen waar ik best wel eens mee in de clinch had gelegen en die dan pas vertelt hoe ze mijn lessen gewaardeerd heeft.

Daarom vind ik tweets als deze en de reacties erop zo verfrissend.

Het houdt een spiegel voor en zet je aan het nadenken. Heb ik niet weleens iemand een verkeerde kant opgestuurd op basis van mijn eigen aannames en vooroordelen? Ja, vast wel. Ik kan soms wat kritisch zijn als het gaat om passend onderwijs bijvoorbeeld. Ik wil mensen niet opleiden voor een uitkering, maar voor een beroep wat ze ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Aan de andere kant zie ik dat sommige studenten langer de tijd nodig hebben voor een opleiding dan er voor staat, om verschillende redenen. En ik ben er wel een voorstander van om die studenten dan die tijd te geven om eruit te kunnen halen wat erin zit.

Bewustwording is een eerste stap, maar wat dan?

Er wordt al heel veel gesproken en ondernomen om die kansenongelijkheid terug te dringen. Bij de laatste Meetup010 over kansengelijkheid kwamen daar verschillende voorbeelden van voorbij. Er zijn ontzettend veel projecten die allemaal op hun eigen manier kinderen en jongeren begeleiden om die kansen iets meer gelijk te trekken. Wat mij opviel bij drie verschillende projecten waar ik wat van heb gehoord, is dat ze vooral gericht zijn op het stellen van haalbare doelen en de kinderen/jongeren begeleiden in het behalen hiervan. Soms buiten de school, maar wel gericht op schoolse thema’s of de schoolloopbaan.

In eerste instantie dacht ik: is dat alles? Helpt dit wel? Maar ergens is het ook logisch dat het wèl zou werken. Als iemand continu kansen ontnomen worden, lijkt heel veel onhaalbaar. Juist door succeservaringen en het bereiken van doelen, kan dat voortgezet worden en worden kleine doelen grote doelen.

Onorthodoxe aanpak van het onderwijs

Maar dan nog moet er veel gebeuren willen we die kansenongelijkheid opheffen. Michelle van Dijk schreef eerder over een onorthodoxe aanpak van het onderwijs in Rotterdam, welke volgens haar nodig is om de achtergrond van een kind geen impact te laten hebben op het onderwijssucces. En ze zegt daar zeker wat nuttige dingen waar ik me ook in kan vinden. Zoals gewoon goed onderwijs, uitstel van de selectie vmbo/havo/vwo, een gratis alternatief voor schaduwonderwijs. Maar ook: Educate a parent, educate a child.

Dat is iets wat me bij al die verschillende projecten in Rotterdam Zuid ook opviel. Er wordt veel ingezet op rolmodellen, begeleiders, mentoren, anders dan de eigen ouder. Maar hoeveel mooier en effectiever zou het zijn als de ouders zelf een rolmodel en mentor kunnen zijn.

Nu weet ik dat ouderbetrokkenheid door onderwijsmensen niet altijd als prettig ervaren wordt, maar er kan nog zoveel meer uit gehaald worden. Als we eerst maar weer eens die vooroordelen over ouders los kunnen laten. En als school en schoolgebouw op alle manieren toegankelijk zijn voor de ouders.

Daarin zie ik wel een taak voor mij weggelegd in het opleiden van pedagogisch medewerkers en onderwijsassistenten. Als zij het belang inzien van gelijke kansen voor kinderen en wat zij hierin kunnen betekenen, kan dit zich als een olievlek verspreiden.

Heb jij altijd dezelfde kansen gehad in het onderwijs? Wat kan hier volgens jou nog aan verbeterd worden?

Ik weet ook niet wat het de laatste tijd is. Het schrijven gaat gewoon even minder soepel dan voorheen. Of eigenlijk gaat het schrijven wel aardig, alleen ben ik er niet zo over uit of ik die schrijfsels wel online wil zetten. Of het wel interessant genoeg is. Er staat dus van alles als concept klaar, maar het afmaken en plaatsen wil even niet lukken.

En het is niet dat er hier niks gebeurt, er gebeurt genoeg! Van alles waar ik me druk om kan maken, of waar ik juist heel blij van word.

Voor vandaag dan maar even ongestructureerd wat zitten tikken, vooral om het maar even van me af te schrijven. En wie weet kom ik zo weer uit dat blogdipje!

Twitter herontdekt

Ik had (of heb nog steeds) twee accounts op Twitter: een persoonlijke en één voor mijn blog. Nu laat ik mijn persoonlijke account langzaamaan afsterven en wil ik die van mijn blog wat meer gaan gebruiken. Niet alleen voor het delen van mijn blogartikelen, maar ook om anderen te volgen, te reageren en te retweeten wat interessant is.

En dat is best leuk! Via via ontdek ik weer nieuwe mensen om te volgen, die weer interessante artikelen of opmerkingen delen. Ik vermaak me er wel mee.

Dus kom me gerust ook volgen en/of laat weten wie ik absoluut zou moeten volgen. Hier kun je me vinden: Salamistinkt

Daten met vriendinnen

Hier kan ik ook zoveel energie van krijgen, zelfs al levert het voor mijn lijf soms wat meer pijn op.

Met een vriendin naar een bandje geweest en daar ontzettend veel lol gehad. Al was het alleen al om de port die per se op moest voor we daar aankwamen en die dus in mijn thermosbeker meegenomen werd. Maar ook de band zelf met hun covers van de Beach Boys, echt geweldig van genoten.

En dan een etentje met vriendinnen die al jaren meegaan, maar waarvan de afstand tussen onze huizen steeds groter wordt. We hadden elkaar al een poos niet gezien, maar het was als vanouds, supergezellig!

Binnenkort heb ik weer een etentje met een groepje andere vriendinnen, die ken ik dan weer van de masteropleiding Leren & Innoveren. Ook dat is inmiddels een trouw clubje geworden en ik kijk ernaar uit om ze weer te zien.

Onderwijsgerelateerde events

Daar heb ik er de laatste tijd ook een aantal van gehad. De NOT, Meetup010, een borrel met het college van bestuur en alle andere docenten van onze organisatie die genomineerd waren voor leraar van het jaar Rotterdam en nog een diner pensant met collega’s van andere locaties en mensen uit het werkveld (kinderopvang).

Hele boeiende gesprekken gehad, waar ik zeker in mijn werk wat aan gehad heb. En het was ook alweer een poos geleden dat ik wat verder dan alleen mijn eigen locatie keek. Het is natuurlijk al een tijdje dat ik deels ziek gemeld ben en eerder had ik er niet de energie voor om dit soort dingen op te pakken. Ik heb het wel gemist en ben blij dat er weer ruimte voor is.

En toch… alles heeft een vreemde nasmaak

Zo kom ik weer bij dat blogdipje uit. Met al die verschillende groepen mensen waar ik contact mee heb of heb gehad, is er geen groep waar ik me voor de volle 100% bij voel passen. En op zich is dat prima, ze vullen elkaar aan en ik kan er halen of brengen wat ik wil.

Maar toch vind ik het lastig als anderen niet begrijpen wat ontoegankelijkheid met mij doet. Of dat ik het gevoel heb minder serieus genomen te worden, omdat ik maar zo weinig werk of zelfs omdat ik een rolstoel gebruik. En aan de andere kant voel ik me niet altijd passen bij de mensen die hier juist voor strijden, omdat niet altijd alles op mij van toepassing is. Ik werk nog, heb een rijk sociaal leven en kan mijn rol als ouder prima vervullen. Wat heb ik dan te klagen?

Ik hang er een beetje tussenin en moet hier weer even mijn draai in vinden. Komt vast goed, ik ben vast niet de enige die zich af en toe een buitenbeentje voelt.

Meteen een oproepje: overspoel me met van alles wat me uit dit dipje kan helpen!

dansrolstoel antikiepwiel

Afgelopen maandag zag ik EDS-lotgenootje Christel bij Jinek, waar ze samen met Lucille Werner sprak over waar gehandicapten tegenaan lopen. En dat een minister van gehandicaptenzaken daar wellicht verandering in kan brengen.

Ik moest het even laten bezinken om me er een mening over te kunnen vormen. Lijkt het mij een goed idee, zo’n minister van gehandicaptenzaken? Hebben ze wel goed over die functie nagedacht? Of is het alleen maar om een tv-programma met bijbehorende verkiezing mee te vullen?

De vacature: ‘minister’ bij de KRO-NCRV

Het is natuurlijk geen zoektocht naar een echte minister, dat gaat via een andere weg dan een tv-programma. Maar met dit middel willen ze de houding van Nederland ten opzichte van mensen met een beperking positief veranderen. Dat is altijd positief natuurlijk en juich ik alleen maar toe.

Als ik de functie-omschrijving lees, zie ik het meer als functie van ambassadeur dan minister. Discussies aanzwengelen, ideeën aandragen, plannen uitvoeren. En dit alles middels diverse media aan de man brengen. Niks nieuws, misschien wel een nieuw jasje. En het klinkt best interessant, maar echt als baan…?

Ze bieden een jaarcontract bij de KRO-NCRV, uren in overleg en een marktconform salaris. Lekker vaag, ik zou er mijn huidige baan niet voor op willen geven. Uren in overleg bij een functie die 2 miljoen mensen moet vertegenwoordigen? Ik vraag me af of veertig uur per week wel voldoende is, wil je die functie goed tot z’n recht laten komen.

Ik ben wel erg benieuwd naar wie er gaan solliciteren en wie er geschikt zouden zijn. In mijn ogen kom je er dus niet ver mee als je dit maar vier uur per week gaat doen. En met het reizen (in ieder geval naar Hilversum) erbij, vallen er ook weer wat mensen af die dit niet kunnen. Dus het mooie idee dat de vacature bedoeld is voor mensen met of zonder beperking, is wel met een korreltje zout te nemen.

Los van het tv-programma: een goed idee, zo’n minister van gehandicaptenzaken?

Het programma wil vooral een statement maken dat gehandicapten een minister verdienen. Of dit voorbeeld gevolgd wordt in de politiek, is nog maar de vraag. Maar ik heb het me dus wel zelf afgevraagd: zou ik het een goed idee vinden?

Nu wordt er verspreid over verschillende ministeries wetgeving bedacht en uitgevoerd gericht op mensen met een beperking. Wanneer er één speciale minister voor zou komen, zal dat nog steeds het geval zijn. Want net als ieder ander mens hebben mensen met een beperking te maken met onderwijs, gezondheid, werk, enzovoort. Dan kan die minister van gehandicaptenzaken de verbindende factor zijn en het steeds op de agenda zetten. Maar het zou ook kunnen dat andere ministeries dan denken: dat is nu niet meer ons pakkie an, los het zelf maar op!

En ik weet ook niet of ik wel een voorstander ben van een minister voor een specifieke doelgroep. Nee, ik neig toch meer naar niet. Andere doelgroepen hebben die ook niet en hoe wil je zo een inclusieve samenleving krijgen? Eigenlijk vind ik gewoon dat de overheid het zonder zo’n minister moet kunnen. Dat elke minister met z’n eigen portefeuille genoeg aandacht heeft voor gehandicapten.

Maar dat mag nog wel een pietsje beter dan hoe het nu gaat. En wie weet helpt het tv-programma daar wel bij, dat men zich in ieder geval wat bewuster wordt van hoe het beter kan.

Heb jij het item over een minister van gehandicaptenzaken ook gezien bij Jinek? Wat vind jij van dit idee?

misiconistoryteller amsterdam inclusiedans

Bij het zoveelste ‘inspirerende’ dansfilmpje dat ik via social media voorbij zag komen, raakte ik meer geïrriteerd dan geïnspireerd. Of nou ja, misschien wel geïnspireerd om dit stukje tekst te schrijven.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind heel veel dansfilmpjes ook echt inspirerend en soms ook ontroerend. Maar het wordt zoveel geroepen en ondertussen denk ik: Hoezo inspirerend? Hoezo ontroerend? Wat ga je doen dan, nu je dit filmpje hebt gezien? Het delen met de rest van je vriendenkring? En dan?

En het klinkt nu wel een beetje als verwijt, dat bedoel ik niet helemaal zo. Maar als die filmpjes zoveel gedeeld worden, waarom merk ik er verder dan zo ontzettend weinig van dat mensen hierdoor geïnspireerd raken?

‘Zo knap!’

‘Zo, heb je die danser met het syndroom van Down gezien die meedeed aan een talentenshow? Echt zo knap!’

‘En dat filmpje met die rolstoeldanser, die was echt geweldig!’

Ja, natuurlijk heb ik die gezien. Ik probeer toch wel zoveel mogelijk van de grotere inclusieve dansgezelschappen te volgen, dus de meeste filmpjes heb ik al voorbij zien komen voordat het duizenden keren gedeeld is. (Maar je mag me gerust blijven taggen hoor, want ik kijk er graag naar!)

En ja, natuurlijk zijn die dansers geweldig. Ze dansen bij een professioneel dansgezelschap, dan mag je wel iets meer in je mars hebben dan alleen de vogeltjesdans. In de Verenigde Staten en Groot Brittannië is inclusiedans een stuk groter dan hier in Nederland en is er dus ook een groter budget om die dansers nog professioneler te maken. Dat levert wat op: geweldige dansers met dito filmpjes.

Hoezo inspirerend?

Voor mij als danser (met rolstoel) zijn die filmpjes heus ook wel inspirerend. Ik kijk graag naar de techniek of uitstraling van dansers en bedenk dan wat hier voor mij binnen mijn mogelijkheden ligt. Daarnaast vind ik het mooi om te zien dat mensen met een beperking meedoen aan programma’s waar dat niet zo gebruikelijk is. Als dat maar vaak genoeg gebeurt, wordt het misschien wèl gebruikelijk en dat is waar volgens mij inclusie om draait. Dat het niet uitmaakt wie je bent of wat je mankeert, maar dat je net zo goed als ieder ander iets bij te dragen hebt. En dat je net zo goed iets moois kunt laten zien op een podium, op tv, of waar dan ook.

Maar even als oprechte vraag naar al die mensen die ook zeggen dit inspirerend te vinden: wat doe je vervolgens met die inspiratie? Gaat dat verder dan alleen het filmpje delen?

Als we met z’n allen het allemaal zo mooi en prachtig en bijzonder vinden, waarom komt inclusiedans hier in Nederland dan niet van de grond? Waar blijven al die fondsen die dit willen stimuleren? Waar blijven de dansers? Waar blijven de evenementen die de dansers willen programmeren? De uitverkochte theaters bij voorstellingen?

Dat mag van mij allemaal echt wel veel meer.

Wil je echt meer inspiratie? Hier kun je dat vinden!

Op 2 februari 2019 is er bij Misiconi Dance Company weer een workshop van Laisvie waar iedereen welkom is, met of zonder beperkingen. Zeker komen als je eens wilt proeven van inclusiedans en Rotterdam voor jou goed te doen is qua reisafstand!

Je kunt ook contact opnemen met Misiconi als je een keer een proefles wilt volgen, er zijn lessen op dinsdagavond en zaterdag. Op donderdag en vrijdag worden dansers binnen het gezelschap opgeleid tot professionele dansers. Hier zijn regelmatig audities voor en ook voor stagiaires van dansopleidingen is hier ruimte.

En Misiconi Dance Company heeft dus ook verschillende producties welke bij evenementen ingezet kunnen worden.

Op Facebook is er de groep DanceAble, waarin van alles gedeeld wordt met betrekking tot inclusiedans. Bijvoorbeeld al die toffe filmpjes, maar ook de DanceAble masterclasses en lessen die regelmatig in Den Haag gegeven worden. Daar zou ik ook graag eens heen willen, maar het valt helaas altijd op dezelfde tijd als mijn dansles bij Misiconi.

Er zullen vast op nog meer plaatsen in Nederland lessen inclusiedans aangeboden worden. Zoals in Spijkenisse bijvoorbeeld.

Inspireer mij!

Hé, je hoeft echt niet zo nodig een beperking te hebben om anderen te kunnen inspireren! Alhoewel het wel zo prettig is als er daarbij ruimte is voor mensen met een beperking (vooral voor mij natuurlijk 😉 ).

Zo heb ik voor de kerstvakantie een les mee mogen dansen in de streetdanceles van mijn dochter, samen met ouders van haar groepsgenootjes. Echt heel leuk dat dat georganiseerd werd! Eigenlijk dansen mijn dochter en ik nooit samen, terwijl we allebei gek op dansen zijn. Dus op dat gebied heel inspirerend om zo als moeder en dochter bezig te kunnen zijn. En niemand die er gek van opkeek dat ik daar met mijn rolstoel de danszaal in kwam.

Dat ik van fusion buikdans houd, is vast al eens opgevallen. Ook daar heb ik al eens een workshop en privélessen gevolgd met rolstoel. Ik vind de stijl gewoon erg boeiend en mooi om te zien. En de sfeer onder buikdanseressen maakt dat ik me daar altijd thuis en welkom voel.

Nog een stijl die me steeds meer aantrekt, is urban. Afgelopen vrijdag ben ik met mijn dochter naar Behind the imasq van Xclusiv Company geweest en dat was echt heel tof. Jason en Ingeborg hebben mij ook gecoacht vorig jaar en er is voor mij op dit gebied nog zoveel te ontdekken.

Dus als je denkt dat ik ergens een proefles of workshop mee kan doen, met mijn dansrolstoel, dan hoor ik dat graag natuurlijk. Altijd leuk om wat nieuws te leren.

Ook heel tof hè, deze filmpjes. Mogen best gedeeld worden hoor! 😉