Ik loop een beetje achter met het bijhouden van dit blog. Hoofdstuk 5 had ik al een paar weken terug gelezen en de oefeningen uitgevoerd.

Er wordt een metafoor gegeven van een ongewenste gast, waar je je druk om kunt maken, omdat je verwacht dat ie het feest verpest. Ik herken me hierin niet heel erg. Juist als er leuke dingen zijn, dan kan ik de pijn en alles eromheen (de ongewenste gast) uit mijn hoofd zetten. Maar of dit nou aanvaarding is? Er wordt een heel stuk beschreven wat aanvaarding of bereidheid is, in sommige dingen herken ik me wel, andere weer niet. Ik kan me er wel in vinden dat ik datgene verander wat ik kan veranderen en aanvaard wat ik niet kan veranderen (of ik wil dat in ieder geval). Het is niet iets passiefs en het betekent niet dat ik bij de pakken neer ga zitten. Maar om nou te zeggen dat ik mijn pijn als een tere bloem vasthoud, omarm als een huilend kind of zoiets… Nee, daar kan ik niet zoveel mee.

Bij de oefening ‘Draag je leed mee’ heb ik een tijdje letterlijk mijn leed meegedragen. Ik had 2 briefjes met daarop ‘De pijn gaat nooit meer weg en wordt alleen maar erger’ en ‘Ik wil niet dat anderen mij als lui zien’. Het was de bedoeling dat ik hier dan regelmatig op zou kijken. Ik denk dat ze een week in m’n tas hebben gezeten, ik heb ze ook regelmatig bekeken, maar toen ik ze net weer op wilde zoeken, kon ik ze niet meer vinden. Volgens het boek ben je bereid om ongewenste ervaringen met je mee te dragen en in je dagelijks leven toe te laten als je de opdracht goed hebt kunnen uitvoeren. Maar als je de briefjes weg hebt gestopt of gegooid, zou dat een teken kunnen zijn dat je dit nog het liefst vermijdt of uit de weg gaat. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik nou zoveel waarde aan deze oefening zou hechten. Elke keer als ik op die briefjes keek, had ik zoiets van: ja, dat weet ik nou wel hoor!

‘Ruimte maken en toestaan wat er is’ was een mindfulnessoefening waarbij je in verschillende stappen met je aandacht naar de pijn of een gevoel gaat. Dit vond ik een lastige oefening, ook een beetje vaag. Aan sommige pijn ben ik gewoon gewend, die is er de hele dag door. Om dan te bedenken waar de pijn is en wat je voelt, vind ik erg lastig.

Weer een volgende oefening was om een actie uit hoofdstuk 4 in de praktijk te brengen. Ik heb voor een makkelijke gekozen: 2x per week sporten, dat is me ook gelukt. Eigenlijk heb ik de oefening dan niet goed gedaan, want ik moest juist een actie kiezen die ik uit angst voor pijn vermeden had. Maar omdat het vakantie is en mijn man net geöpereerd is, was dit de actie die het best uit te voeren was. De meeste acties zijn toch gericht op wanneer ik weer aan het werk ben enzo, die komen nog wel.

Als laatst wordt er in hoofdstuk 5 gezegd dat je jezelf elke dag of regelmatig de volgende vraag kunt stellen: ‘Wil ik dat vandaag mijn strijd met pijn, verdriet, onzekerheid, angst of andere emoties centraal staat? Of wil ik vandaag volop leven naar mijn waarden?’ Ik weet niet of dit nou zo’n geschikte vraag voor mij is. Want ik wil al altijd naar mijn waarden leven en wil daarbij het liefst vergeten dat ik door pijn sommige dingen niet kan doen, waardoor ik vaak toch over mijn grenzen ga, wat me weer meer pijn oplevert.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.