Berichten

hulpboeken zelfhulpboeken ja dokter nee dokter de edele kunst van not giving a fuck

Zo af en toe lees ik nog weleens een boek. Om me te informeren of inspireren of om te ontspannen en mee te gaan in een verhaal. Zelfhulpboeken hebben een bepaalde aantrekkingskracht. Wil niet iedereen vooruit komen in het leven?

Maar juist in dat genre ligt er maar een flinterdunne grens tussen een geweldig boek en bagger. Alhoewel dat natuurlijk erg subjectief is. Deze twee boeken zijn volgens mijn subjectieve mening heel goed te doen!

Ja dokter, nee dokter

Hoe ik mijn weg vond in de zorg, door Anne-Marie de Ruiter

Een lekker klein, licht, vrolijk en fris boekje vol columns en tips vanuit de ervaringen van de schrijfster.

Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd. Onder het kopje ‘Zo ging het’ vertelt Anne-Marie over één van haar ervaringen in de zorg. Vervolgens vertelt ze ‘Met de kennis van nu’ wat haar inzichten of voornemens zijn en welke tips ze heeft met betrekking tot dit onderwerp. Die onderwerpen variëren van een bezoek aan de huisarts tot het geven van feedback aan een zorgverlener.

Tot slot staan er een aantal invulbladen waar je zelf mee aan de slag kunt.

De columns vond ik erg herkenbaar om te lezen. En al lezende loop je met Anne-Marie mee tot aan de diagnose, waarbij ik zoiets had van: zie je, ik wist het wel! Maar ongeacht naar welke diagnose jouw weg in de zorg loopt, denk ik dat het voor veel mensen herkenbaar geschreven is.

Ik zou het boek zeker aanraden aan mensen die nog aan het begin van hun traject staan. Zo handig dat de schrijfster al haar ervaringen en tips heeft beschreven, hoef je het wiel niet opnieuw uit te vinden. Maar ook voor de meer ervaren altijd-wat-mensen is het boek bruikbaar. Om weer even te focussen op een naderend bezoek aan een zorgverlener of om meer inzicht te krijgen in je eigen aanpak en die van een ander.

Deze review was al eerder (en iets uitgebreider) te lezen in het VED-magazine.

De edele kunst van not giving a fuck

De tegendraadse aanpak voor een goed leven, door Mark Manson

Misschien een teleurstelling, maar dit boek schrijft je niet voor om nergens meer een fuck om te geven. Nee, daar ga je je echt niet beter door voelen. Maar het is juist de kunst om keuzes te maken: waar geef je wel een fuck om? En de rest, dat is dus minder belangrijk.

Behalve over zijn eigen ervaringen schrijft Mark ook over bekende en minder bekende mensen. Welke keuzes zij maakten en waar dat toe leidde. En zo komen er verschillende thema’s langs. Geluk, worstelingen, uitzonderlijkheid, waarden, verantwoordelijkheid, overtuigingen, falen, nee zeggen, enzovoort.

Het komt er eigenlijk op neer dat wanneer je kiest waarvoor je wèl wil gaan, dat het de moeite waard is om voor te vechten.

Het boek leest lekker weg en ook hier zitten veel herkenbare stukken in. Waar ik me soms toch wel een beetje aan irriteerde, want dan dacht ik: ‘Hé, dat heb je helemaal niet zelf bedacht! Die theorie komt van een ander en dan mag je die best benoemen.’ Misschien is het dat ik een APA-tic heb opgelopen toen ik tijdens mijn studie alles netjes moest verwijzen. Niet dat ik vind dat alles maar volgens APA-normen verwezen moet worden, maar het is wel zo netjes om anderen te benoemen als je gebruik maakt van hun theorieën.

Maar beter goed gejat dan slecht verzonnen en ik moet toegeven dat hij alles mooi gecombineerd heeft tot één geheel. En waar je zeker wat aan hebt als je je wat bewuster wordt waar je wel of geen fuck om wil geven.

Zo’n boek schrijven, kan ik dat ook?

Deze twee boeken las ik toevallig vlak achter elkaar, eigenlijk alweer een poosje geleden. En na het lezen bleef ik er een beetje over door malen: zou het niet wat voor mij zijn, om zo’n soort boek te schrijven? Hier op mijn blog schrijf ik ook weleens over hoe ik het aanpak om met mijn EDS het beste uit het leven te halen. Vanuit mijn eigen ervaringen, adviezen van specialisten, maar ook vanuit theorieën die ik in mijn werk als docent pedagogiek tegen ben gekomen.

Zoals toen ik schreef over mijn acceptatieproces, wat te vergelijken is met een rouwproces. Of waar ik sta als het gaat om visies op diversiteit. En waarom 21e eeuwse vaardigheden niet alleen in het onderwijs, maar ook voor chronisch zieken belangrijk zijn.

En ik denk dat daar meer uit te halen is, dat ik meer te vertellen heb dan wat ik hier steeds in een kort blogartikel schrijf. Toen ik mijn hersenspinsels deelde met een aantal lotgenoten (al dan niet met EDS), kreeg ik er veel enthousiaste reacties op. Maar eerlijk gezegd is het daarna een beetje blijven liggen. Ik heb wel wat ideeën, maar heb weer even een schop onder mijn kont nodig om het weer op te pakken.

Dus, geef jij mij die schop onder mijn kont? Of denk jij dat er niemand zit te wachten op nòg zo’n zelfhulpboek?

En kende jij de twee boeken die ik hier noem al?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

rolstoel scooterNiet zeuren, maar aanpakken!‘ Dat was één van de reacties die ik kreeg op de column die ik voor de Supportbeurs schreef: niet gehandicapt genoeg. Daarnaast ook veel reacties hoe herkenbaar het was om tussen wal en schip te vallen als het gaat om hulpmiddelen en aanpassingen. Maar die ene reactie bleef toch goed hangen.

Ik weet dat ik ook weleens de minder leuke kanten belicht van het chronisch ziek zijn. Het zou gek zijn als het alleen maar positief zou zijn, want het leven met EDS is nu eenmaal niet alleen maar leuk. Maar toch hoop ik over te komen als iemand die ervoor gaat, die haar best doet om zoveel mogelijk zelf voor elkaar te krijgen.

Dat dat niet bij iedereen zo overkomt, kan ik prima mee leven. Zo nu en dan weer even aangescherpt worden door iemand die een mening over je heeft na één column te hebben gelezen, zet me weer even met beide benen op de grond. Zo slecht heb ik het ook helemaal niet.

Net zo erg als mijn studenten

Met mijn studenten hadden we het pas over klachten en hoe de school hiermee omgaat. Zij vonden bijvoorbeeld dat er teveel opdrachten gegeven werden. Daar hadden ze over geklaagd, maar ze hadden niet het idee dat er wat mee gedaan werd. Maar toen ik vroeg hoeveel tijd ze aan huiswerk kwijt waren en het grootste deel van de groep toegaf dat ze er maar tussen de 0 en 2 uur per week aan besteden, dacht ik ook: niet zeuren, maar aanpakken!

Ik heb dat niet letterlijk geroepen, maar ik heb wel een preek gegeven over dat ze wat meer moeite mogen doen voor hun opleiding. Ik heb dus zitten zeuren tegen ze.

Vorige week kwam niet alleen die column op de Supportbeurs online, maar schreef ik hier ook nog eens over die ‘rotbaan’ van mij. Twee van zulke artikelen in één week en dan ook nog een preek naar je studenten. Ja, dan ben je toch echt wel een zeur.

Afscheid nemen van je maren

Toen ik lang geleden het boek Leven met pijn doorworstelde, kwam ik de oefening afscheid nemen van je maren tegen. Je beschrijft dan wat je zou willen en wat je tegenhoudt. Door vervolgens in elke zin het woord ‘maar’ weg te strepen en er ‘en’ voor in de plaats te zetten, verandert de betekenis en ga je er anders over denken.

Om het even toe te passen op mijn klaagzang van vorige week:

  1. Ik zou graag een uitdagende, leuke baan willen hebben, maar en het lesgeven is fysiek te zwaar voor me geworden.
  2. Ik zou graag de tijd willen krijgen om mijn werk goed uit te kunnen voeren, maar en die tijd is er niet.
  3. Ik zou graag zekerheid willen hebben over aanpassingen in mijn functie, maar en ik ben op papier niet ziek of arbeidsbeperkt waardoor mijn werkgever niet verplicht is mijn functie aan te passen.
  4. Ik zou graag dichtbij willen parkeren als ik mijn rolstoel gebruik, maar en ik heb geen gehandicaptenparkeerkaart.
  5. Ik zou financieel graag wat makkelijker willen hebben, maar en ik krijg geen tegemoetkoming in de kosten van het chronisch ziek zijn.

Aanpakken!

Niet gaan wachten tot een ander het voor je doet, maar gewoon zelf je schouders eronder zetten. Schop onder je kont en gaan. Ik kan natuurlijk wel mooi schrijven over zelfredzaamheid en afscheid nemen van je maren, maar dan moet ik het zelf ook gaan doen.

Bij het afscheid nemen van je maren wil je er eigenlijk meteen het woord ‘dus’ achteraan plakken en een oplossing geven voor het probleem. Tenminste, dat effect heeft die oefening op mij.

  1. Dus ga ik op zoek naar alternatieven binnen het onderwijs.
  2. Dus moet ik leren loslaten en werk over te dragen.
  3. Dus ga ik met mijn leidinggevenden in gesprek over welke aanpassingen wèl mogelijk zijn.
  4. Dus neem ik mijn rolstoel mee op mijn scooter.
  5. Dus ga ik op zoek naar andere mogelijkheden tot extra inkomsten, zoals crowdfunding of misschien in de toekomst zelfs dit blog.

Wordt vervolgd dus…

Deze is al van even geleden, maar toch nog even showen hier. 🙂

Het VED magazine is een blad voor en door leden van de VED.

Bij de huiswerkopdrachten wordt gevraagd om mijn belangrijkste eigenschappen en of ik hiermee een risicopersoon ben voor chronische pijn… volgens mij was dat al eerder een conclusie.
Ik heb een week mijn duur- en piekbelasting geregistreerd. Nu is het vakantie, dus dan ziet mijn programma er anders uit dan normaal, maar toch ben ik flink aan het overbelasten geweest. Lang zitten (in de auto), lang lopen/slenteren bij een dagje uit of shoppen. Heuvels of trappen beklimmen is voor mij echt piekbelasting en na flink door mijn enkel te zijn gegaan bij het over een beekje springen, was zelfs een hobbelig bospaadje teveel.
Ik weet wel wat ik verkeerd doe. Ik zet de knop gewoon om als ik andere dingen belangrijker vind dan mijn pijn. Ik wil gewoon dat mijn gezin ook een leuke vakantie heeft en niet steeds met mij rekening hoeft te houden. En eigenlijk doe ik dat buiten de vakanties tijdens werk ook. Hopelijk lukt het me om daar nog meer een balans in te vinden met zo min mogelijk overbelasting.

Yep. Toch maar weer begonnen met het boek ‘De pijn de baas’. En eigenlijk verbaasde me het dat ik me toch nog zo herkende in het eerste hoofdstuk. Ik heb al een revalidatietraject achter de rug, heb al het boek ‘Leven met pijn’ doorgeworsteld en ben daarnaast ook nog bij een psycholoog geweest. En nog steeds heb ik een levensstijl waarin ik aan het ‘achteruitvechten’ ben, wil ik nog steeds kunnen presteren, is mijn draaglast niet in balans met mijn draagkracht, zit ik in een risicogroep (perfectionist) en kom ik regelmatig in risicosituaties (onzekerheid en stress op werk, druk met werk, gezin en studie).

Les 1 gaat dus over chronische pijn, belasting en belastbaarheid. Ook wordt de salamitechniek uitgelegd. Bij les 1 worden een aantal vragen gesteld welke ik hieronder heb beantwoord:

1. Wat bent u door de pijn kwijtgeraakt?
Een stuk (bewegings)vrijheid, onafhankelijkheid.

2. Heeft de pijn invloed op uw stemming? Heeft de pijn delen van uw karakter beïnvloed?
Van sommige pijn word ik erg moe en chagrijnig, maar meestal kan ik dat wel uitzetten. Het beïnvloedt mijn karakter doordat ik me moet inhouden, steeds maar weer rekening moet houden met mijn lijf, terwijl ik liever impulsief wil zijn.

3. Wat heeft u niet geholpen?
Dat vind ik lastig om te zeggen. Want ook al heeft iets misschien niet de pijn verminderd, maar juist verergerd, dan ben ik er nog steeds wijzer van geworden.

4. Wat verergert de pijn?
Overbelasten, bijvoorbeeld met huishoudelijk werk, lopen, staan, zitten, enz.

5. Wat kunt u doen om de pijn beter te verdragen?
Rustmomenten inlassen, leuke dingen voor mezelf doen waar ik energie van krijg.

6. Hoe betrouwbaar, hoe voorspelbaar is uw pijn?
Ik heb niet snel last van pijn, meestal pas als ik teveel gedaan heb of als er iets verschoven is. Wat dat betreft is mijn pijn wel betrouwbaar en een signaal dat er iets niet goed is en ik het rustig aan moet doen.

7. Bent u langere tijd overbelast geweest?
Dat is bij mij vooral de oorzaak van de pijn. Het is begonnen toen ik in de gehandicaptenzorg werkte, terwijl mijn lijf daar dus blijkbaar niet op gebouwd was. Maar sowieso is het lastig om met een gezin en drukke baan niet te overbelasten. Het werk moet toch gedaan worden, kinderen moeten naar school en eten, enz.

8. Kunt u in uw situatie de salamitechniek toepassen?
Op mijn vrije dagen wel, dus nu ik vakantie heb, gaat het wel. Maar op werkdagen is het lastiger.

Als je dit berichtje leest doordat je op de pagina ‘Leven met pijn’ hebt geklikt, moet je even naar het eerste berichtje gaan, heeeeeeelemaal onderaan deze pagina, tot er geen ‘oudere berichten’ meer zijn.
Op deze pagina heb ik namelijk alle berichtjes met het label ‘Leven met pijn’ verzameld. Het boek heb ik aanbevolen gekregen toen ik aan het revalideren was vanwege chronische pijn en de oefeningen die bij het boek horen, heb ik hier beschreven.

Het boek is inmiddels al een tijdje geleden uitgelezen, maar ik had nog een foto beloofd van de tattoo die ik heb laten zetten, dus hier is ie!

In deze oefening wordt gevraagd wat je centrale verhaal was, wat dit symboliseert en hoe je bij wijze van ritueel afscheid neemt van dit verhaal.

Mijn centrale verhaal was eigenlijk dat ik niet kon accepteren dat ik steeds meer achteruitga. Ik wilde zo min mogelijk laten merken aan anderen hoe de pijn mijn leven beïnvloedde, ik wilde alles gewoon net zo goed kunnen blijven doen. De oefening om afscheid te nemen van je maren was wel een eye-opener voor me. Ik heb het druk en maak me te druk om wat anderen misschien wel zouden kunnen denken.
Ik denk dat dit hele blog eigenlijk wel symbool is van wat mijn verhaal was, maar ik denk niet dat ik hier afscheid van wil nemen, omdat het ook heeft bijgedragen aan wat mijn verhaal nu is.

Bij een oefening in hoofdstuk 2 had ik het volgende opgeschreven als belangrijk in mijn leven:

…Dat ik een zorgzame moeder en partner ben, een voorbeeld voor mijn kinderen, iemand die goed werk levert, een steun voor anderen, gezellig.
Ik ben me er wel van bewust dat ik het belangrijker vind om er voor anderen te zijn en te laten zien wat ik wèl kan, dan goed voor mezelf te zorgen. Maar ik zie gewoon niet zo wat er anders belangrijk moet zijn. De metafoor in het boek, over een kuil waar je maar niet uitkomt, hoe meer je schept, hoe dieper hij wordt, herken ik ook niet zo. Ik ben nog steeds van mening dat je wel iets kunt bereiken als je er maar voor gaat.

Grotendeels denk ik er nog steeds zo over, alleen vind ik het ook belangrijk om er vrede mee te kunnen hebben dat het niet altijd perfect is. Met iets minder genoegen kunnen nemen en maar kijken wat er op je pad komt. Dat is nog wel een hele uitdaging voor mij als controlefreak/perfectionist, maar ook dat kan ik 😉

En hoewel ik niet zoveel heb met ritueel afscheid nemen van iets, vind ik een stap vooruit wèl iets om symbolisch vast te leggen. Er zijn dus wat bloemetjes op mijn rug bij gekomen, om te laten zien dat je ook iets moois kunt maken van minder leuke dingen en dat ik nog steeds wèl de controle over dat stukje van mijn lijf heb! 🙂
De tattoo is nu nog aan het vervellen, maar als ik een mooie foto ervan heb, zal ik ‘m ook hier plaatsen.

Dit keer geen smarties, maar iets anders wat binnen handbereik lag: haken en ogen, als dat niet symbolisch is…
Wat betreft werk en opleiding sta ik ongeveer op dezelfde plek, alhoewel ik het nu toch wat anders zie dan de vorige keer. Ik zie dat ik gegroeid ben in mijn functie als docent en als collega. Ook al werk ik maar 3 dagen, ik denk toch dat ik gemist zal worden als ik er niet zou zijn en dat is een andere visie dan ik eerder had. Ook in mijn studie voel ik me zekerder dan voorheen, ik heb er vertrouwen in dat ik het dit schooljaar goed af ga ronden. Aan de andere kant komt de sluiting van onze locatie steeds dichterbij en is mijn onderwijsleider vervangen door iemand die mij (nog) niet kent. Ik maak me meer zorgen om de toekomst: worden mijn kwaliteiten wel gezien en wordt er straks wel rekening gehouden met mijn beperkingen?
Mijn vrije tijd wordt de laatste tijd nogal opgeslokt door mijn studie, vandaar dat ik hier nu wat verder van het hart van de roos vandaan sta. Komt wel weer goed over een half jaartje!
Gezondheid en groei staat ietsje dichter bij het hart dan de vorige keer. Ik probeer er alles uit te halen wat eruit te halen valt en denk dat ik hier nu wel een goede methode voor heb gevonden. Als basis blijf ik letten op afwisseling van inspanning en ontspanning, blijf ik trainen, enz. Daarnaast wil ik gewoon niet het gevoel hebben dat ik niet alles geprobeerd heb, dus wil ik sommige dingen gewoon een kans geven en daar een poosje op focussen. Die chiropractor heb ik geprobeerd, dat was niks. Nu heb ik pas geleden de tip gekregen om naar een handcentrum te gaan, nadat ik mijn vinger uit de kom had getrokken. Hier ben ik nu mee bezig, ik ga 3 maanden fysio- en misschien ergotherapie volgen, vooral gericht op mijn polsen. Ik heb er wel vertrouwen in dat ik hier iets van opsteek wat ik later ook weer toe kan passen, ik zie ook dat ze hier echt gespecialiseerd zijn en beter weten hoe ze met mijn polsklachten om moeten gaan dan mijn voorgaande fysiotherapeuten. En wie weet, misschien komt er over een tijdje weer iets anders op mijn pad wat ik wil proberen.
Wat mijn relaties betreft ben ik erg tevreden. Ik heb gewoon een hele fijne familie- en vriendenkring en vind ook steeds meer mijn draai in ons gezin. Mijn man en ik zijn nog steeds geen praters, maar we doen ons best. Het hoeft ook niet altijd perfect te zijn en daar vrede mee hebben is al heel wat voor mij 😉

Met de doelen en acties die ik n.a.v. de roos heb opgesteld, vind ik ook wel dat ik aardig op weg ben. De belangrijkste verandering voor mij is dat ik me ietsje minder schuldig voel en daardoor ook beter mijn grenzen aan durf te geven.

Dit stukje heb ik maar vluchtig doorgenomen. Het gaat over het zorgen voor een evenwichtige verdeling van activiteiten, afwisselen van in- en ontspanning, enz. Dit is tijdens het revalideren uitgebreid aan de orde geweest, vooral bij de ergotherapeute. Ook in het boek ‘De pijn de baas’ komt dit terug, waarin het ook de salamitechniek genoemd wordt. Op mijn vrije dagen lukt het me wel om goed af te wisselen. Ik werk op maandag, dinsdag en vrijdag, dit heb ik ooit op advies van mijn ergotherapeute aangepast en bevalt wel goed. Nu ga ik op dinsdag na mijn werk ook naar school, dat is eigenlijk wel te zwaar, maar dan heb ik weer 2 dagen om bij te komen. En het is nog maar alleen dit schooljaar, dan ben ik er vanaf. Op mijn werkdagen zelf en zeker op dinsdag vind ik het erg lastig om genoeg af te wisselen. Ondanks de afspraken die ik eerder had gemaakt (maximaal 3 lesuur achter elkaar lesgeven), heb ik toch lange lesblokken op maandag en vooral vrijdag. Maar door mijn opleiding en ons kleine team is dat nu even niet anders in te roosteren. Op dinsdag heb ik dan weer helemaal geen les en zit ik weer te lang achter elkaar. Ik zou dan eigenlijk wat vaker een blokje om moeten maken in de pauzes.

De oefeningen bij het opbouwen van je conditie en vergroten van je activiteitenniveau heb ik gelaten voor wat het is. Ook hier heb ik tijdens het revalideren al aan gewerkt met de fysiotherapeut en bewegingsagoog en hier kwam vooral naar voren dat ik niet teveel hooi op mijn vork moet nemen en moet accepteren dat ik niet meer kan opbouwen dan waar ik nu ben. Ok, yoga, buikdans en fitness klinkt ook best veel, maar in alles kon ik het zo aanpassen dat ik niet fysiek over mijn grens hoefde te gaan. Nu doe ik ‘alleen’ nog buikdans en fitness, dat laatste gaat prima, maar bij het buikdansen word ik wel vaak belemmerd door met name mijn bekkeninstabiliteit.
Het fietsen mis ik wel nog heel erg. Toen ik begon met revalideren hoopte ik dat ze daar ook met een oplossing zouden komen, of misschien gewoon een aangepaste fiets. Ik heb ooit wel eens een driewiel ligfiets uitgeprobeerd die me qua fietshouding goed beviel. Maar de revalidatiearts en fysiotherapeut daar vonden dat niet nodig: ik moest maar gewoon accepteren dat ik niet langer dan een kwartier kan fietsen. Nu fiets ik alleen nog kleine stukjes, bijvoorbeeld om de kinderen naar school te brengen. De jongste neem ik niet meer achterop, ben al een paar keer met haar gevallen doordat ik mijn balans verloor en/of mijn pols zowat uit de kom ging. Ze kan nu wel al zelf zonder zijwieltjes fietsen, maar ik baal er wel van dat ik niet vaker en langer met haar kan fietsen, zodat zij ook went aan al het verkeer en lange stukken fietsen.
Ik heb als kind ook vaak met mijn vader aan fietstochten meegedaan, mijn ouders hebben ook niet altijd een auto gehad, dus was de fiets sowieso onmisbaar. Dat vind ik jammer, dat ik het plezier van het fietsen niet op mijn kinderen kan overbrengen. Ik heb nu wel een scooter waar ik langere stukken mee kan rijden, maar dat is toch anders. Ik kan niet allebei de kinderen meenemen als ik met de scooter ben en het is gewoon niet hetzelfde als fietsen.
Een paar jaar geleden toen het fietsen nog redelijk ging, zijn we met z’n vieren met de bakfiets en fietsaanhanger naar Zeeland gefietst. Dat was een tocht van zo’n 60 km, best even doorbikkelen het laatste stuk, maar het was heerlijk om de hele vakantie alles met de fiets te kunnen doen. De bakfiets heb ik niet lang daarna weg moeten doen, omdat het te zwaar werd. En nu fiets ik dus alleen nog korte stukjes van 5 a 10 minuten, zonder bagage of kind achterop.

Maar goed, ik wil dus gewoon teveel.

Dit hoofdstuk heb ik samen met mijn man doorgenomen. Er staan een aantal oefeningen in die we samen hebben besproken.

De eerste oefening ging over communicatie over pijn. Ik weet dat ik maar weinig praat over pijn, mijn man vind dat ik dit te weinig doe. Hij ziet het wel eens aan me dat ik pijn heb, of weet het, maar hij weet ook dat ik toch vaak dingen zelf wil blijven doen. Hij vindt dan ook dat ik het vaker mag aangeven of om hulp mag vragen. Als hij zelf pijn heeft, laat hij het wel merken (ik zie het dan vooral aan zijn gezichtsuitdrukking), maar doet dan nog alsof ie het zelf wel kan, zegt dan dat hij het zelf wel kan, ‘het gaat wel’, enz. Hij ziet zichzelf echt als de man in huis, die voor zijn vrouw moet zorgen en niet andersom.
Als ik met anderen over mijn pijn praat, gaat het vooral over wat ik heb, niet zozeer over hoe ik me daarbij voel. Denk ook niet dat anderen daar nou meteen behoefte aan hebben om dat te horen.
Het was wel fijn om met elkaar hierover te praten, dit doen we niet veel.

De volgende oefening ging over reactiepatronen: afsluiten, impulsief reageren, vermijden en malen. Eigenlijk zijn we allebei wel de types die eerder gaan vermijden of dingen opkroppen dan dat we ruzie maken. Als ik me wil afsluiten, ga ik in mijn naaikamertje of achter de laptop zitten, mijn man gaat in zo’n geval naar boven een boek lezen oid. Hij zal niet snel impulsief reageren, telt tot 10 of gaat gewoon me gewoon uit de weg. Bij mij vliegt er eerder een rotopmerking uit, als ik ergens flink van baal, wil ik het er gewoon uitgegooid hebben. Niet dat dat nou zo vaak gebeurt. Als dingen niet lekker lopen tussen ons, zoek ik een vriendin op, om uit te gaan of gewoon bij haar thuis een wijntje te drinken en alles eruit te gooien. Soms krop ik het nog wel een poosje op, ik kan natuurlijk niet elk moment zomaar weggaan. Mijn man is ook een ster in vermijden, zegt dan gewoon helemaal niets. Een dag later kan hij er wel over praten. Dingen waar ik vaak over maal zijn de toekomst en de kinderen, of ze het wel leuk genoeg hebben zo. Mijn man maalt wel eens over zijn werk, de bezuinigingen en onze oudste dochter, die net zo eigenwijs kan zijn als haar ouders 😉
Ik heb niet het idee dat ik mijn waarden uit het oog verlies bij deze reactiepatronen. Eigenlijk sluiten ze er wel op aan. Ik kan gewoon creatief bezig zijn terwijl ik me afsluit, leuke dingen doen terwijl ik vervelende dingen vermijd, enz. Of dat nou zo handig is, is een ander verhaal.
Het komt ook allemaal niet zo vaak voor dat het echt tot problemen leidt, niet meer in ieder geval. We hebben allebei soms rust of ruimte nodig.

Over onze sociale waarden denken we veelal wel hetzelfde. We vinden het belangrijk om jezelf te kunnen zijn in een relatie, samen te lachen en te huilen, elkaar vrijheid te gunnen. Onze kinderen moeten zich thuis veilig kunnen voelen, kunnen zeggen wat ze dwars zit. Als ouder mag je ook weleens uit je slof schieten, maar toch ook proberen het goede voorbeeld te geven. Bij familie en vrienden vinden we het belangrijk om contact te onderhouden, klaar te staan voor elkaar. Ik denk ook dat onze familie en vrienden weten dat ze ons altijd kunnen bellen of wat dan ook als er iets is.

Wat verder wel herkenbaar is uit het hoofdstuk, is dat mijn man me graag dingen uit handen neemt, voor me wil zorgen, zodat ik het minder zwaar heb. Aan de andere kant wil ik juist niet teveel om hulp vragen, ik wil niet dat hij me als zwak ziet, kan nog weleens eigenwijs zijn en het zelf willen blijven doen.

Ik ben best tevreden over hoe we nu in onze relatie staan. Wat nog wel kan verbeteren is dat ik meer opensta voor zijn hulp, aangeef wanneer ik (teveel) pijn heb en wat ik dan van hem verwacht. Hij vindt het fijn om me te kunnen helpen en ik hoef me daar niet schuldig over te voelen. Dat is alleen wel makkelijker gezegd dan gedaan…