lesgeven onderwijsIn het dagelijks leven werk ik als docent in het mbo. Tegenwoordig sta ik dan wel niet meer zo heel veel voor de klas als examenleider, maar dat betekent niet dat ik minder betrokken ben bij het onderwijs.

Sommige artikelen binnen deze categorie zijn specifiek gericht op de opleidingen waar ik lesgeef, anderen wat breder gericht op mbo of onderwijs in het algemeen.

 

 

 

 

toegankelijkheid dilemma

Nu ben ik al een flinke poos aan het puzzelen hoe ik mijn werk zo goed mogelijk kan indelen, zodat mijn lijf daar zo min mogelijk last van heeft, het blijft een lastig dilemma. Al tijdens mijn laatste revalidatie werd duidelijk dat het vooral mijn werk is waarin ik niet genoeg die salamitechniek kan toepassen, waarbij ik over mijn grenzen ga en zo alleen maar steeds meer mijn eigen lijf verziek. Afgelopen schooljaar ben ik een tijdje voor 25 procent ziekgemeld, ik werkte toen drie dagen van 6 uur. Maar dat was ontzettend lastig, er bleven taken liggen en vaak kwam ik toch weer over die 6 uur heen.

Dilemma: wil ik wel examenleider worden?

Voor het nieuwe schooljaar wil ik het (weer…) goed aan gaan pakken. Minder lesgeven en meer andere taken daaromheen op me nemen, waarbij ik zelf mijn tijd in kan delen. En nu komt er ook nog eens een functie vrij in ons team, namelijk die van examenleider. Alleen moet een examenleider wel minimaal over vier dagen verspreid werken, wat in mijn geval zou betekenen dat ik twee hele en twee halve dagen zou werken.

Het toeval wil dat ik op dit moment met mijn studenten ook bezig ben met dilemma’s. Daarbij gebruiken we onder andere het discussiespel ‘Keuzes en dilemma’s in het kinderdagverblijf’  van Movisie, waarbij je bij een dilemma de alternatieven naast elkaar zet en van beide de positieve en negatieve effecten belicht. In het negatieve blijven hangen leidt tot stagnatie, van beide polen het positieve benutten leidt tot groei.

Positieve en negatieve effecten

Dus dat is wat ik gedaan heb, ik heb alles eens op een rijtje gezet:

dilemma werk

Positieve polen benutten

En dan de volgende stap: de positieve polen benutten. Ik kan niet van allebei een beetje doen, het is of het één, of het ander. Maar ik kan wel bedenken onder welke condities de taak van examenleider ook op fysiek gebied wat voor me oplevert. Zo kwam ik op het volgende:

  • De woensdag vrijhouden, zodat ik dan ook dingen met de kinderen kan ondernemen.
  • De halve dagen van 8.00 – 12.30 uur werken, zodat ik een duidelijke grens heb en thuis kan lunchen.
  • Elke dag vaste uren voor examentaken.
  • Het examenhok ergonomisch inrichten.
  • Wat betreft de overige taken: liever geen stagebezoeken meer afnemen, maar wel graag onderwijs blijven ontwikkelen/schrijven.

Hiernaast heb ik mijn dilemma voorgelegd aan een paar goede vriendinnen, lotgenoten, collega’s en mijn man uiteraard. Allemaal kennen ze me goed, maar allemaal vanaf een andere kant, de adviezen die ik kreeg, waren dan ook heel wisselend. Wat in bijna alles terugkwam, is dat àls ik de taak van examenleider op me ga nemen, ik heel erg goed op mijn grenzen moet gaan letten. Nog meer dan ik nu doe. De briljante tip die ik daarvoor van mijn man kreeg, was om dan op die halve dagen gewoon geen brood of geld mee te nemen, zodat ik wel naar huis moet om te eten.

Na dit alles heb ik toch besloten om aan te geven dat ik de taak van examenleider wel op me wilde nemen. Vorige week hebben we dit in het team besproken en zij hebben ook positief gereageerd. Dus: ik ga het doen!

Hoe pak jij dilemma’s in je werk aan?
Denk je dat ik nog iets over het hoofd heb gezien en heb jij hier nog tips voor?

 

passend onderwijsNa wat ik eerder schreef over inclusiedans, lijkt dit misschien haaks te staan op mijn visie op inclusie en waarschijnlijk zal ik hiermee ook wel mensen tegen het zere been trappen. Maar dat passend onderwijs is toch wel erg lastig om in het mbo in de praktijk te brengen. Of laat ik dan in ieder geval spreken voor de opleidingen waar ik les aan geef: onderwijsassistent, medewerker maatschappelijke zorg en pedagogisch werk (OA, MMZ en PW).

Passend onderwijs, hoe het zou moeten

In 2014 is het passend onderwijs ingevoerd, ook in het mbo. Dat wil zeggen dat scholen zelf verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van passend onderwijs aan studenten met een ondersteuningsvraag (bijvoorbeeld met betrekking tot een handicap of chronische ziekte) en de ondersteuning te bieden die nodig is om tot een diploma te komen. Met de juiste vooropleiding en motivatie zou dan verder geen onderscheid tussen studenten hoeven zijn, door de passende begeleiding zouden studenten met een ondersteuningsvraag ook hun diploma kunnen halen.
En toch werkt het niet zo, tot teleurstelling van sommige studenten en ouders.

Wie ben ik om daarover iets te durven zeggen?

Voordat ik verder uitweid over wat ik er allemaal van vind, is het voor de mensen die mij niet persoonlijk kennen misschien handig om wat meer over mij te weten. Ik denk namelijk dat ik wel een beetje weet waar ik over praat.

Ooit ben ik zelf begonnen in het mbo, ik deed de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk en ging daarna aan de slag als begeleidster in de dagbesteding en woonvoorzieningen voor verstandelijk gehandicapten. Toen ik na een paar jaar door polsklachten geen rolstoelen meer mocht duwen, ben ik als onderwijsassistent gaan werken op een basisschool. In de avonduren ben ik verder gaan studeren, onder andere omdat ik met een andere opleiding weer meer kanten op kon. Ik heb pedagogiek gestudeerd, mijn tweedegraads lesbevoegdheid gehaald en uiteindelijk ook een master in leren en innoveren. Inmiddels werk ik 12 jaar als docent in het mbo, waarbij ik regelmatig contact heb met het werkveld. Daarnaast zijn mijn fysieke klachten (veroorzaakt door EDS) dusdanig verergerd, dat ik me in mijn werk behoorlijk beperkt voel en hier regelmatig mee worstel.

Het is geen eenzijdig verhaal wat ik wil vertellen, ik ken zowel de kant van het werkveld, de opleiding als de persoon met een beperking.

De beperkingen van het passend onderwijs in het mbo

Bij opleidingen OA, MMZ en PW worden studenten opgeleid om groepen kinderen en/of kwetsbare doelgroepen te begeleiden. Dat vraagt nogal wat van de student, niet alleen je toekomstige collega’s moeten op je kunnen bouwen, maar ook de doelgroep waar je mee werkt. Beperkingen op het fysieke en sociale vlak maken dat erg lastig. Als je ziek thuis blijft, schuift het werk niet op naar een volgende werkdag, de groep krijgt dan een andere (onbekende) begeleider, wat bij deze doelgroep voor onrust kan zorgen. En wat als je moeite hebt met het herkennen van non-verbaal gedrag, hoe kun je dan begrijpen wat een kind of cliënt wil zeggen als diegene niet kan praten? Of hoe kun je een oudere ondersteunen bij het lopen naar de dagbesteding, terwijl je zelf niet stabiel staat?

Het werken met mensen vraagt fysiek en mentaal veel van je en dat is wel iets wat je moet kunnen, dat geldt net zo goed voor iemand met als zonder beperking. Ik ben daar misschien wat streng in, maar ik leid mijn studenten niet voor spek en bonen op, ik leid ze op tot een beroepskracht en daar horen bepaalde verwachtingen bij.

Los van het beroep, maak ik me ook zorgen om de toekomst van de student.

Voor passend onderwijs is geen indicatie nodig, maar een ondersteuningsvraag. Dan kan het dus zo zijn dat er maar weinig over de beperkingen of diagnose van de student op papier staat. Er is vaker geen overdracht vanuit het voortgezet onderwijs dan wel en bij de intake zijn studenten niet verplicht hun beperkingen te melden. Studenten willen soms zo graag, dat ze iets verzwijgen uit angst afgewezen te worden. Met zo’n blanco start duurt het lang voordat alles in kaart is gebracht en ondersteuning op gang is gezet. Soms te laat, waardoor de student zonder diploma de school verlaat.

Maar ook als de ondersteuningsvraag vanaf het begin al helder is: Het wordt steeds lastiger om een Wajong uitkering te kunnen krijgen en het UWV ziet het bezitten van een mbo-diploma als de mogelijkheid om te kunnen werken. Hoe realistisch is dat als een student met veel ondersteuning, aanpassingen en begeleiding het uiteindelijk wel gelukt is om dat diploma te halen, maar dus eigenlijk niet kan functioneren naar wat er van de beroepskracht gevraagd wordt? Geen Wajong betekent ook dat je niet opgenomen wordt in het doelgroepenregister, dus werkgevers gaan dan niet zo snel moeite doen om de functie aan te passen.

Opleiden tot een uitkering met bijbehorende studieschuld die ze vervolgens niet meer kunnen aflossen… Nee, daar ben ik geen docent voor geworden.

Last, but not least wil ik ervoor waken dat studenten al op jonge leeftijd continu over hun grenzen moeten gaan om te kunnen functioneren als de rest en hiermee hun klachten verergeren. Als ik van tevoren had geweten dat ik EDS heb en het geen goed idee was om dan in de gehandicaptenzorg te gaan werken, had ik wel andere keuzes gemaakt. Wie weet was ik dan wel in staat om fulltime te werken en had ik die rolstoel niet nodig gehad. Misschien ook niet, het is de koe in z’n kont kijken, maar feit is wel dat mijn lijf door overbelasting flink achteruit is gegaan.

Wat is er dan wèl mogelijk in het mbo?

Natuurlijk is het niet aan mij om iedereen maar af te wijzen met een beperking en dat gebeurt ook echt niet. Bij de intake van een opleiding is het belangrijk dat de student aangeeft wat de beperkingen zijn, de intaker kan vervolgens uitleggen welke mogelijkheden er binnen de school zijn voor ondersteuning. Wij hebben bijvoorbeeld een zorgdocent in huis, die samen met de student een ondersteuningsplan opstelt en begeleiding biedt. Als het echt nodig is, is er ruimte om de opleiding te verlengen en/of afspraken te maken wat betreft het lesrooster en stagedagen. Als een student eenmaal begonnen is aan een opleiding, doen we er alles aan om diegene naar een diploma te helpen.

Maar beter zou zijn als een student van tevoren een bewuste keuze maakt en weet wat de opleiding inhoudt en het werk waarvoor wordt opgeleid. Als er een alternatief is wat beter aansluit bij de mogelijkheden, ga daar dan voor! Elke situatie en opleiding is anders. Als OA werk je onder verantwoordelijkheid van de leerkracht, zijn de kinderen aardig zelfstandig en zit er veel structuur in de dag. Het zou goed kunnen dat dit beter aansluit dan het werk van een PW’er, die zelfstandig een groep draait, waarbij veel prikkels zijn en het werk veel verzorgende taken heeft. Misschien is het een optie om een opleiding te kiezen die minder zwaar is en daarna door te stromen naar het hbo.
Wanneer Wajong eenmaal is toegekend, zijn er nog andere mogelijkheden. Raissa heeft zo al eerder geschreven over hoe zij het studeren met een functiebeperking aanpakt.

 

Hoe denk jij over passend onderwijs? Zou iedereen elke opleiding moeten kunnen volgen?

 

20160330_120507-1-1

Ik had als reactie op mijn blog ‘Zoektocht naar passend werk’ de tip gehad om een voor mij ideale werkweek op papier te zetten, dat heb ik dan ook gedaan zoals je op de foto kunt zien. De gele vlakken kan ik zelf indelen, die wil ik dus zoveel mogelijk af kunnen wisselen met de roze en blauwe vlakken, die wel vast staan.
Nu ben ik van twee klassen SLB’er (of mentor), dat is met mijn kleine aanstelling van drie dagen best pittig, helemaal met de bijbehorende stagebezoeken (BPV) en individuele gesprekken (SLBin). Dat wil ik dus voor volgend schooljaar terugbrengen naar één klas.
En iets minder lesgeven (maximaal 12 lesuren) en dus iets meer andere taken. Het van de ene naar de andere les door moeten, zonder pauze, ervaar ik als vrij zwaar. Ik heb het met rolstoel geprobeerd, maar dat bevalt me toch niet zo goed. Letterlijk voor de klas staan en dus ook rond kunnen lopen, is toch iets waar ik niet zonder kan. En dat maakt het tegelijkertijd weer zwaarder.
Maar met het schuiven van lesgeven naar extra taken, kom ik toch aan mijn volledige aanstelling en uiteindelijk is het niet eens zoveel minder dat ik dan aan lesgebonden activiteiten heb (normaal is dat 72%, ik kom dan op 64%).
Zo had ik dus mijn plan bedacht voor volgend schooljaar. Tot aan de zomervakantie wilde ik dan nog niet volledig aan de slag, maar wel iets meer lesgeven dan ik nu doe.

Dus vanmiddag ging ik goed voorbereid naar de bedrijfsarts en vanaf het moment dat ik vertelde dat ik volgend blok weer twee lesuur erbij wilde, ging er iets mis. Nu snap ik best dat ik voor die man een ingewikkeld geval ben. Ik ben niet helemaal ziek gemeld, maar voor maar 25%. En als ik dan ook nog zeg dat daar weer iets van af mag, dan wordt het een ingewikkeld rekensommetje. Dus ik had niet echt de behoefte om mijn tekeningetje uit mijn tas te halen, helemaal toen hij reageerde met ‘Elke docent die ik zie, wil wel minder voor de klas staan’. Ja, dat zal wel, maar ik geloof niet dat elke docent een fysieke beperking heeft die dat lastig maakt. Ik wil het trouwens helemaal niet, maar mijn lijf laat zo snel merken dat het overbelast is, dat dit gewoon een verstandigere keuze is.

Weet je, ik vind het wel weer prima zo, ben een beetje klaar met die bedrijfsarts. In oktober vond hij eigenlijk dat 25% ziek melden te weinig was, dat zou toch minstens 50% moeten zijn en hij lachte me nog net niet uit toen ik aangaf dat ik uiteindelijk weer mijn volledige aanstelling wilde gaan werken: ‘Je weet dat EDS een progressieve aandoening is?’ En nu had hij het erover dat het medisch gezien allemaal goed ging. Ja, op papier dan, want ik kon toch weer wat meer gaan werken? Nee, medisch gezien gaat het best kut. Maar met drie dagen van zes uur is mijn lijf minder overbelast dan het hiervoor was.
Volgend blok ga ik dus langzaamaan weer richting mijn volledige aanstelling. Op papier dan, de rest regel ik wel met mijn onderwijsleider en collega’s.

Nu heb ik hele fijne collega’s en ik heb er ook wel vertrouwen in dat het goed gaat komen, maar zou jij het verschuiven van taken durven vragen aan collega’s? Of zou je ervoor open staan om te gaan schuiven met taken, zodat een andere collega niet overbelast raakt?

Op mijn veertiende dacht ik het wel te weten: ik wilde stoppen met vwo en de overstap maken naar het mbo, zodat ik snel klaar was met school en het huis uit kon. Sociaal Pedagogisch Werk (SPW) ging ik doen, met de bedoeling om als onderwijsassistent in het speciaal onderwijs of als begeleider in de jeugdhulpverlening terecht te komen.

Maar tijdens die opleiding kwam ik in aanraking met de gehandicaptenzorg en ik was verkocht. Na mijn stage werd ik ook meteen aangenomen als flexwerker binnen een grote organisatie voor verstandelijk gehandicapten en nog voor mijn achttiende had ik daar een vast contract.

Als flexwerker werkte ik steeds een periode van drie maanden tot een jaar op een groep. Kinderen, volwassenen, met een lichte tot ernstige verstandelijke beperking, gedragsproblemen of een meervoudige handicap, ik denk dat ik alle verschillende doelgroepen binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg wel gezien heb. Maar het meest (en het liefst) werkte ik met meervoudig complex gehandicapte cliënten. Ik vond het heerlijk om fysiek zwaar werk te doen, dat voelde voor mij echt als werken. Cliënten wassen, aankleden en helpen met eten, in een rap tempo, maar ook met genoeg aandacht voor de cliënt als individu. Maar al dat werken met (oude) tilliften en zware rolstoelen deed mijn polsen geen goed. Ik besprak het met collega’s, die vonden het maar normaal om pijn te hebben, dus het duurde even voordat ik zelf naar de huisarts stapte. Toen die me doorverwees naar een orthopeed, kreeg ik te horen dat ik maar een andere baan moest zoeken. Ik mocht geen rolstoelen meer duwen.

Dat was wel een tegenvaller. Ik dacht het eerst nog wel op te kunnen lossen door van woonbegeleiding over te stappen naar dagbesteding, want dat zou vast een stuk minder zwaar zijn. En dan maar een polsbrace gebruiken als ik dan toch rolstoelen moest duwen. Maar ook de dagbesteding was te zwaar.

Vooruitdenkend op wat ik dan wel zou kunnen en willen, ging ik terug naar school. Ik begon aan de Pabo, drie avonden in de week naar school en één dag stage, naast de vier dagen die ik al werkte. In het tweede jaar van de Pabo ging ik ook daadwerkelijk in het basisonderwijs werken, als onderwijsassistente met als vooruitzicht om daar na mijn opleiding als leerkracht te gaan werken. Als assistent kreeg ik weliswaar de vrijheid om met kleine groepjes te werken, maar altijd onder de verantwoordelijkheid van een leerkracht. Dat was wel wennen na die jaren dat ik zelfstandig een groep draaide.

Uiteindelijk kon ik niet mijn draai vinden in het basisonderwijs, fysiek was het dan wel een stuk minder zwaar dan de gehandicaptenzorg, maar ik had niet het gevoel dat ik hier mijn beste kant kon laten zien. Ik maakte dus de overstap van Pabo naar Pedagogiek, weer een deeltijdopleiding, dus in de avonden naar school. In het laatste jaar van die opleiding begon ik als leraar in opleiding in het mbo, bij dezelfde opleiding als waar ik begonnen was: SPW.

Het werk als docent ging me best goed af, tot ik zwanger werd en beviel van mijn tweede dochter. Ik bleef bekkeninstabiliteit houden en moest eigenlijk na elk uur zitten, lopen of staan een kwartier plat liggen. Dat was niet te combineren met mijn lesrooster, dus als compromis ging ik alleen tussen de middag even op een stretcher liggen. In de jaren erna ging ik steeds meer achteruit en het voor de klas staan, reizen naar stagebezoeken en lang zitten bij vergaderingen werd steeds zwaarder.

In afwachting van mijn eerste revalidatietraject was ik lastig in te zetten op lessen en kreeg ik tijdelijk andere taken, tegelijkertijd gaf me dit de mogelijkheid om mijn LC-portfolio op te bouwen, om daarna meer coördinerende taken te kunnen uitvoeren op mijn werk (en daar naar betaald te krijgen). Met die LC-functie had ik net iets meer taken die ik zelf in kon delen. Dat hielp ook wel wat, maar nog steeds niet genoeg.

Na dat eerste revalidatietraject ben ik weer een opleiding gaan volgen, de master Leren & Innoveren. Niet dat ik nou zo graag minder voor de klas wilde staan, maar ik zag wel in dat ik iets achter de hand moest hebben voor de toekomst.

Bij mijn tweede revalidatietraject heb ik ervoor gekozen om het in mijn vrije tijd te doen, zodat ik me niet ziek hoefde te melden om te kunnen revalideren. Toch werd tijdens dat revalideren wel duidelijk dat het vooral mijn werk was waarin ik me continu bleef overbelasten, daar moest iets in veranderd worden, wilde ik kunnen blijven werken. En er zijn ook wel dingen veranderd. Mijn rooster was weer wat evenwichtiger geworden en ik kreeg een trippelstoel.

En nog is het niet genoeg. Nu ben ik sinds oktober voor een kwart ziekgemeld, omdat mijn werkdagen zo zwaar werden, dat ik eenmaal thuis alleen maar op de bank lag vanwege pijn en vermoeidheid.
En weer krijg ik de vraag voorgeschoteld of er niet een andere baan is die ik wel vol zou kunnen houden.
Maar als ik nu teruglees in dit belachelijk lange verhaal wat ik allemaal al heb gedaan om maar te kunnen blijven werken, vind ik dat het nu wel eens tijd wordt dat mijn baan zich aan mij gaat aanpassen. Ik heb genoeg kennis en ervaring in huis om een volwaardige functie binnen het onderwijs in te kunnen vervullen. Die drie dagen werken zou ik best vol kunnen houden, maar dan moeten ze niet zo volgepropt zijn met (voor mij) fysiek zware activiteiten.

Maar kan ik wel vragen van mijn werkgever of mijn functie meer op mij wordt aangepast? Of moet je voor zoiets eerst officieel afgekeurd worden? Of langer dan twee jaar ziek zijn? Want ook al ligt er inmiddels vast al een aardig dossier van mij bij de bedrijfsarts en heb ik soms ook op mijn werk mijn rolstoel nodig, ik heb op papier geen arbeidsbeperking.

lesgeven

Mijn lijf is niet normaal

Ondanks alle hulpmiddelen, braces, aanpassingen op het werk, oefeningen, enzovoort gaat het eigenlijk alleen maar slechter met mijn lijf.

Het sluipt er langzaam in: eerst was een half uurtje liggen na het werken voldoende, toen een uur, toen kwam ik alleen nog van de bank om te eten met het gezin en uiteindelijk lag ik alleen maar op de bank en stond ik pas weer op om naar bed te gaan. Of ik dacht dat het niet zo vaak voorkwam dat ik halverwege het doen van een boodschap spijt kreeg dat ik toch niet met de rolstoel gegaan was. Maar eigenlijk gebeurt dat wel vaak. Eigenlijk kan ik gewoon niet meer lopend naar de winkel of supermarkt. En ik dacht ook lange tijd dat ik het geluk had dat bij mij EDS alleen maar in mijn gewrichten voor problemen zorgde, maar inmiddels doet van alles in mijn buik ook gezellig mee.

En het went wel. De pijn went, het moeten opgeven van dingen went, het steeds maar weer moeten aanpassen went. Maar het is niet normaal dat ik steeds maar weer moet inleveren, steeds minder kan, terwijl ik aan alle kanten mijn best doe om goed voor mijn lijf te zorgen.

Werkdruk: ook niet normaal

En waarom verwacht ik dan wel van mezelf dat ik als een normale docent moet kunnen blijven functioneren?
Dus toen ik op een gegeven moment die spiegel voorkreeg, bedacht ik dat ik ook op het gebied van mijn werk even een stap terug moest nemen. Ik ben naar de bedrijfsarts geweest en heb me op zijn advies voor 25% ziekgemeld. Of eigenlijk adviseerde hij iets meer, maar daar wilde ik toen nog niet aan. Drie dagen van zes uur in plaats van drie dagen van acht uur zou vast al genoeg opleveren, dacht ik…

Een paar jaar geleden had het ook wel genoeg opgeleverd. Maar inmiddels heb ik als docent in het mbo een veel voller programma, zonder dat ik daar meer uren voor (betaald) krijg. Stonden er 3 jaar geleden nog 12 lesuur op mijn rooster, nu zijn dit er 19, nog steeds met dezelfde aanstelling van 0,5526 fte. Studenten moeten meer uren les krijgen, zonder dat daar iets tegenover staat.

Docenten moeten meer doen in dezelfde tijd. Dat geldt voor elke docent, niet alleen voor mij. En dan sluipt het er dus ook in dat je op je vrije dag mailtjes gaat beantwoorden, een stagebezoek plant omdat het anders niet uitkomt, een individueel gesprek met een student in je pauze plant, werkdagen maakt van 10 uur zonder pauze, een training of overleg bijwoont na je lange werkdag, stapels nakijkwerk mee naar huis neemt…

En op een gegeven moment vindt iedereen het ook maar normaal dat je dat als docent doet, gaan ze er van uit dat je zondagavond in je mail hebt gelezen dat je op maandagochtend vroeg een les moet vervangen. Erover klagen is not done. Niet in vergaderingen, want dan verspil je kostbare tijd. En niet via sociale media, want stel je voor dat mensen een slecht beeld krijgen van het docentschap.

Grenzen aangeven

Ik maak me er dus ook schuldig aan, ik weet dat ik mijn grenzen moet aangeven, maar ik doe het te weinig. Dus die drie dagen van zes uur, die heb ik nog niet echt meegemaakt sinds ik me ziek meldde. Het werk stapelt zich op en schuift op. En als de tijd dan gaat dringen, doe ik het toch maar weer. Want net als al die andere docenten die het normaal vinden om meer te werken dan waar ze betaald voor krijgen, wil ik niet dat het ten koste gaat van de studenten of de kwaliteit van het onderwijs.
Maar dan nog: het is niet normaal. Voor een gezonde docent al niet, maar voor mij al helemaal niet. Ik maak mijn lijf kapot omdat ik zo nodig mijn werk goed wil doen.

Maar wat dan? Me voor 50% ziekmelden? Of helemaal? Nog meer werk bij mijn collega’s neerleggen die het ook al zo druk hebben? En dan? Thuis zitten? Ik weet niet eens of ik dat wel kan. Maar ik vind ook dat het niet nodig moet zijn. Ook al ben ik fysiek wat beperkt, ik kan gewoon 24 uur per week werken. Als de werkzaamheden goed verdeeld zijn en niet zo belachelijk veel als nu. Ik heb me ook genoeg bijgeschoold om andere taken buiten het lesgeven op me te nemen.  Daar krijg ik nu niet de kans voor met alle lessen die gedraaid moeten worden.

Tot slot nog een kleine vraag om hulp:

Ik weet dat mijn blog meer gelezen wordt dan dat er gereageerd wordt, maar zou het fijn vinden als je hieronder een reactie achterlaat. Al is het maar om me te laten weten dat je het herkent, of wat dan ook. Ik heb gewoon even een steuntje in de rug nodig om hiermee aan de slag te gaan. Om mijn grenzen aan te geven zodat ik straks weer wat kan opbouwen.
En docenten: zouden we niet eens wat vaker aan kunnen geven dat het niet normaal is? (of staken, maar welke docent doet dat nou echt?)

In april vorig jaar maakte ik me zorgen om de veranderingen in de branche en wat dat voor gevolg zou kunnen hebben voor mijn werk en in hoeverre ik dit aan kan passen aan mijn fysieke beperkingen. Ik heb toen een brief opgesteld voor zowel mijn onderwijsleider als bedrijfsarts, waarin ik beschreef wat ik er tot nu toe aan gedaan heb om goed te kunnen blijven functioneren en waar ik op dat moment tegenaan liep. De bedrijfsarts vond het op dat moment niet noodzakelijk om een functiemogelijkhedenlijst in te vullen en verwachtte dat deze brief als bijlage bij een eventuele sollicitatie voldoende zou zijn om mijn werk uit te kunnen blijven voeren met de nodige aanpassingen.
Op dit moment heb ik een nieuwe bedrijfsarts, een nieuwe onderwijsleider en word ik per 4 februari voor 2 dagen per week overgeplaatst naar een andere locatie. De brief van april vorig jaar heb ik om die reden bijgewerkt, om een beter beeld te geven van de huidige situatie.

In het schooljaar 2009/2010 hebben een ergotherapeute en arbeidsdeskundige een advies gegeven over aanpassingen aan mijn werk(plek) ivm mijn bekkeninstabiliteit en instabiele polsen. Mijn werkdagen zijn toen meer verspreid over de week, ik heb een kruk gekregen om actiever te kunnen zitten en over mijn rooster is afgesproken dat ik in principe niet langer dan 3 lesuur achter elkaar lesgeef. Hoewel dit op zich wel een verbetering was, leverde het nog niet genoeg op en ben ik in 2010 een revalidatietraject ingegaan, op advies van de bedrijfsarts, mijn huisarts en fysiotherapeut. Hier werd er multidisciplinair naar mijn klachten gekeken en het was met name gericht op het leren leven met de pijn. Naast de adviezen en oefeningen die ik daar meekreeg om dit makkelijker te maken, werd ik er ook op gewezen dat ik teveel hooi op mijn vork neem en zal moeten accepteren dat ik sommige dingen niet meer kan.
Na dit revalidatietraject ben ik blijven trainen om mijn spieren sterker te maken, zodat dit mijn hypermobiele gewrichten kan compenseren. Ik ben ook naar een diëtiste gegaan en ben 15 kilo afgevallen. Hoewel ik me hierdoor wel fitter voel, maakt het voor de pijn niet veel uit. Ik heb een tijdje Diclofenac gebruikt, maar dit had weinig effect. De revalidatiearts heeft me toen wel sterkere pijnstillers geadviseerd, maar hier wil ik vanwege de bijwerkingen liever geen gebruik van maken.
Ik ben een jaar lang onder behandeling geweest bij een chiropractor, die mijn bekken, heupen en ruggenwervels steeds weer rechtzette. In het begin leek dit wel de pijn te verminderen, maar het is maar een tijdelijk lapmiddel, omdat alles al snel weer scheef gaat staan. Daarnaast heb ik een kortdurende behandeling gehad bij een psycholoog, omdat ik vooral privé tegen het accepteren van mijn beperkingen aanliep. Dit is inmiddels afgerond en ik heb er zeker baat bij gehad.
Op dit moment volg ik voor mijn polsen fysiotherapie en af en toe ergotherapie bij het Handcentrum, waar ik naast oefeningen ook een nieuwe spalk heb gekregen. Het in behandeling zijn bij één specialist tegelijk is voor mij de meest praktische manier om te kunnen combineren met werk en privé, ook omdat het reizen ernaartoe een belasting is.
Met de bedrijfsarts heb ik regelmatig contact gehad om een vinger aan de pols te houden. Ik wil heel graag 3 dagen kunnen blijven werken, maar er zijn wel momenten dat ik me afvraag of dit haalbaar is op langere termijn.

In september 2011 ben ik begonnen met de master Leren & Innoveren. Ik wist van tevoren dat dit wel zwaar zou zijn, maar vind het toch belangrijk om dit af te kunnen maken. Ik wil niet dat mensen mij zien om wat ik niet kan, maar om wat ik wel kan. En ik weet dat ik dit kan, heb het ook nodig om meer kanten op te kunnen als ik in de toekomst nog meer beperkt raak. Op het moment dat ik me inschreef voor die opleiding, had ik goede afspraken gemaakt wat betreft mijn rooster en was ik redelijk stabiel wat betreft mijn pijnklachten. Dat waren voor mij wel voorwaarden om de opleiding te kunnen doen en ik had ook niet het idee dat ik het nog heel veel langer kon uitstellen, want ik weet niet hoe hard ik achteruit zou kunnen gaan.
Het studeren gaat me goed af, ik heb nog een half jaar te gaan en heb het volste vertrouwen dat ik dit schooljaar kan afstuderen.

Waar ik nu met name tegenaan loop:

  • Reizen met het OV in de spits is zwaar, omdat ik niet stabiel sta en me ook niet goed vast kan houden.
  • Autorijden gaat op korte stukken redelijk, maar ik kan bv. niet filerijden, omdat dan de pijn in mijn heup en enkels zo oploopt dat ik niet genoeg kracht kan zetten om te remmen. Op dit moment heb ik ook geen auto, omdat het geen meerwaarde heeft t.o.v. mijn scooter.
  • Fietsen gaat niet meer, omdat ik snel mijn balans verlies, het sturen pijn doet aan mijn polsen en het zitten op een zadel pijnlijk is voor mijn bekken en onderrug.
  • Ik rij nu met een scooter naar mijn werk, dit gaat goed als ik dit maar 3x in de week hoef te doen. Maar met stagebezoeken en extra werkdagen erbij krijg ik veel last van mijn polsen.
  • Met traplopen heb ik veel last van mijn knieën en sta ik niet stabiel. Ik kan me alleen met mijn rechterhand goed vasthouden aan de trapleuning, omdat mijn linkerpols meer instabiel is.
  • Nu neem ik zo min mogelijk mee naar de les, omdat het meenemen van boeken, laptop, enz. te zwaar is voor mijn polsen, zeker als ik ook nog een trap op of af moet.
  • Op een houten stoel zitten hou ik niet lang vol, ik krijg binnen 5 minuten al last van mijn bekken. Afwisselend zitten op een bureaustoel en kruk (Swopper) gaat wel, alleen zijn deze te zwaar voor mij om mee te nemen naar een lokaal.
  • Lang staan hou ik niet vol, maar meestal lukt het me wel om binnen de les genoeg af te wisselen van houding.
  • Eigenlijk zit en sta ik teveel op een werkdag, hierdoor moet ik als ik thuiskom altijd even plat liggen. Op woensdag (als ik op dinsdag een werk-/schooldag van 8.00 – 21.00 uur heb gehad) lig ik 2x op een dag plat en kan ik niet veel in het huishouden doen.
  • Op het bord schrijven is pijnlijk, ik doe het nu dan ook niet zoveel.
  • Ik vind het lastig om op mijn werk mijn grenzen aan te geven, omdat als ik eenmaal aan het werk ben, ik gewoon door wil werken. Maar hoe meer ik mijn gewrichten (in mijn werk) overbelast, des te meer last heb ik er van buiten mijn werk. Ik kan geen lange stukken slenteren of lang staan en als ik met mijn gezin naar een dierentuin of pretpark ga, heb ik een rolstoel nodig. Nu heb ik een hele drukke werkweek gehad, waardoor ik nu zoveel pijn in mijn polsen heb, dat ik niet eens meer het haar van mijn dochter kan vlechten, haar veters kan strikken of de korstjes van het brood kan snijden.

Ik werk hard aan mezelf, heb de school genoeg te bieden en hoop dat ze mij hierin ook tegemoet kunnen komen.