lesgeven onderwijsIn het dagelijks leven werk ik als docent in het mbo. Tegenwoordig sta ik dan wel niet meer zo heel veel voor de klas als examenleider, maar dat betekent niet dat ik minder betrokken ben bij het onderwijs.

Sommige artikelen binnen deze categorie zijn specifiek gericht op de opleidingen waar ik lesgeef, anderen wat breder gericht op mbo of onderwijs in het algemeen.

 

 

 

 

Eén van de onderwerpen in mijn lessen, is het geven van feedback. Mijn studenten hebben dit nodig om nu in hun stage en straks in hun werk feedback te kunnen geven aan collega’s en kinderen of cliënten. Voor de kinderen of cliënten is de feedback nuttig om te leren en ontwikkelen. En het geven van feedback aan collega’s is nodig om goed te kunnen samenwerken. Je maakt de ander bewust van zijn of haar gedrag en kunt hiermee ook je grenzen aangeven.

Johari venster feedback

Johari-venster

Het schema wat je hierboven ziet, wordt ook wel het Johari-venster genoemd. Dit venster wordt gebruikt om zicht te krijgen over de communicatie en hoe je feedback hierbij kunt inzetten.

Het gebied waar openheid over is, is datgene waar je naar wil streven in de communicatie. Het is zowel voor jou bekend als voor de ander, dat werkt een stuk gemakkelijker.

Wanneer iets onbekend aan de ander is, maar wel bekend aan jou, spreken we van een verborgen gebied of geheim. Dit hoeft de samenwerking niet altijd in de weg te staan, maar je snapt dat dit gebied beter niet al te groot moet zijn. Het is bijvoorbeeld niet handig om verborgen te houden dat je een bepaalde taak niet begrijpt. Maar dat je in je vrije tijd naar de vreselijkste tv-programma’s kijkt, mag je best voor jezelf houden.

Dan is er ook nog een gebied dat zowel voor jou als de ander onbekend is. Door te experimenteren ontdek je wellicht meer in dit gebied en zal het kleiner worden. Misschien heb je wel kwaliteiten die je nog niet ontdekt hebt.

Tot slot is er de blinde vlek, die wel voor anderen zichtbaar is, maar voor jou niet. En daar komt de feedback om de hoek kijken. Want wanneer je feedback krijgt over je blinde vlek, geeft dit je meer inzicht en zal dit gebied kleiner worden.

Ik-boodschap + 4G

Vanuit de Gordonmethode is het idee dat je feedback geeft, zonder te oordelen. Dat doe je door middel van de ik-boodschap.
Wanneer studenten hier voor het eerst mee oefenen, denken ze nog weleens dat elke boodschap die met ‘ik’ begint, een ik-boodschap is. Zo werkt het niet helemaal. Want ‘Ik vind dat je stom bezig bent’ komt nog steeds net zo hard over als ‘Jij bent stom bezig’.

Samen met die ik-boodschap kun je 4G als ezelsbruggetje gebruiken om feedback te geven: je benoemt het gedrag van de ander, het gevoel wat dat bij jou teweegbracht, het gevolg van dat gedrag en het gewenste gedrag wat je graag wil zien. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je met je telefoon bezig bent, dat geeft mij het gevoel dat je niet geïnteresseerd bent in de les, maar straks weet je niet wat je moet doen. Ik heb liever dat je je telefoon weglegt en oplet bij de uitleg.’

Feed-up, feedback en feedforward

Als je (als docent, maar vast in meerdere situaties toe te passen) effectieve, procesgerichte feedback wil geven, zijn er een paar stappen die je eraan toe kunt voegen.

Allereerst is er de feed-up. Hier start je mee al voordat de ander iets moet uitvoeren. Je legt het doel of de verwachtingen uit, zodat duidelijk is waarnaartoe gewerkt wordt.

Bij het geven van feedback (liefst ook tussentijds) geef je niet alleen een compliment of juist afkeuring. Door vragen te stellen laat je de ander verder denken of het alsnog zelf oplossen.

Feedforward bevat de instructie die nog nodig is om het uiteindelijke doel te behalen.

Tips bij het geven van feedback

Het lesboek wat ik in mijn lessen gebruik, geeft een paar enorme lijsten met tips. Die zijn grotendeels vanzelfsprekend, maar er zit ook veel overlap in. En omdat al die lange lijsten niet meewerken aan het makkelijk onthouden ervan, heb ik hier in het kort de belangrijkste tips:

  • Richt de feedback op het gedrag of de taak, niet op de persoon.
  • Doseer de feedback: teveel verbeterpunten in één keer benoemen kan juist averechts werken.
  • Wacht niet te lang met feedback. Ouwe koeien uit de sloot halen, heeft niemand iets aan.
  • Wees kort en concreet in wat je wil zeggen.
  • Geef de ander ruimte om te reageren.

En soms… kan je beter niet teveel aantrekken van die methodes, regels en tips

Het ligt heel erg aan de situatie hoe je je feedback formuleert. Natuurlijk is het verstandig om het goed aan te pakken als het gaat om het samenwerken met collega’s.

Maar als je ziet dat één van de peuters van jouw groep wil oversteken terwijl er een auto aankomt, dan heb je geen tijd voor een uitgebreide ik-boodschap. ‘STOP!’ is dan genoeg.

En denk je echt dat ik mijn studenten zo netjes aanspreek als ik ze voor de zoveelste keer met een telefoon zie? Nee hoor, dan is het ook gewoon: ‘Weg met die telefoon!’  En soms is het voldoende om met humor of een blik de ander op zijn of haar gedrag te wijzen. De hele tijd politieagentje spelen, word je ook niet vrolijk van.

Daarnaast zijn we allemaal ook maar mensen. En dus heb ik ook weleens (niet zo handig) een collega aangesproken op zijn te laat komen, waar een hele klas bij was. Zonder ik-boodschap. En ik weet niet meer helemaal zeker of ik het alleen maar gedacht heb, of ook hardop heb gezegd, maar de woorden ‘pleur op’ komen regelmatig in me op wanneer studenten ontzettend slordig met hun examens omgaan.

Kom maar op met die feedback!

Een leuke tool die je kunt gebruiken als je niet bang bent voor kritiek, zijn websites waar mensen anoniem feedback over jou kunnen droppen. Hier moet je dan wel anderen voor uitnodigen en vervolgens kun je zelf bepalen wat je wel of niet openbaar zet.

Bij deze wil ik jullie dus uitnodigen om mij van feedback te voorzien! En wees maar niet bang, ik kan wel wat hebben hoor. 😉

Vind je het oersaai als ik hier over mijn werk aan het praten ben? Lees je liever over hoe EDS mijn leven verziekt? (Dat is namelijk wel een beetje wat de bezoekersaantallen zeggen…) Of vind je de afwisseling hier juist verfrissend? Roept u maar!

 

Vorig jaar heb ik me verdiept in het verbeteren van het verantwoordelijkheidsgevoel en zelfregulering bij studenten, zodat de examinering efficiënter zou verlopen. Hoewel het steeds beter gaat, blijven er struikelblokken die ik nog meer aan zou willen pakken.

Dit jaar wilde ik hierop doorgaan en een methode gebruiken waar ik tijdens mijn masteropleiding Leren & Innoveren al mee had kennisgemaakt: systeemdenken. Nu dan iets meer gericht op ons als team, in plaats van de studenten.

Wat is systeemdenken?

Er zullen vast meerdere beschrijvingen en methodes zijn, maar ik ben ermee aan de slag gegaan zoals het beschreven is in het boek ‘Systeemdenken, van goed bedoeld naar goed gedaan’ van Schaveling, Bryan en Goodman. Peter Sneijders heeft hier ook een informatief artikel over geschreven.


In dat boek wordt systeemdenken omschreven als een methode om zicht te krijgen op de complexiteit in organisaties. Zo’n organisatie bestaat uit patronen, waar je je misschien niet heel bewust van bent, maar waar je behoorlijk vast in kunt zitten.

Door systeemdenken toe te passen, worden die patronen zichtbaar en kun je loskomen van de standaard oplossing die niet meer werkt en dieper naar de oorzaak en gevolgen kijken. Om uiteindelijk dan ook die oorzaak goed aan te kunnen pakken en uit het vastgeroeste patroon te kunnen stappen. Hiervoor is een stappenplan beschreven van zeven stappen om systeemdenken toe te passen.

In dit artikel wil ik jullie meenemen in de stappen die ik tot nu toe uitgewerkt heb. Wel ietsje ingekort, om het wat leesbaarder te houden. En met de opmerking dat ik geen expert ben op het gebied van systeemdenken, dus mijn uitwerking zal vast hier en daar voor verbetering vatbaar zijn.

Stap 1: Beschrijf de incidenten of gebeurtenissen

Er is soms onduidelijkheid bij de studenten over de verwachtingen wat betreft de inhoud van de examens en de wijze waarop formulieren ingevuld dienen te worden. Ze ervaren daarnaast de uitleg van examens door docenten of slb’ers (studieloopbaanbegeleiders) als verschillend, wat tot vragen leidt.

Al die onduidelijkheid leidt ertoe dat examens onnodig op de verkeerde manier ingeleverd worden en dat levert de slb’ers en examenleider extra werk op.

Stap 2: Beschrijf het verloop van de incidenten in de tijd in grafieken

grafiek systeemdenkenOp het moment dat slb’ers en examenleider bij individuele vragen of problemen het uit handen nemen bij de student, is het voor studenten nog niet altijd duidelijk wat nu de juiste aanpak is volgens de procedures. Hoe vaker een quick fix wordt toegepast, hoe meer studenten ervan uitgaan dat het wel voor hen opgelost wordt en hoe vaker die quick fix nodig is. Het zelfoplossend vermogen van studenten gaat naar beneden, omdat het al voor hun opgelost wordt.

De vragen of onduidelijkheden van studenten gaan hierbij vaak om:

  • wat precies inhoudelijk de eisen bij een examen zijn
  • welke formulieren toegevoegd moeten worden en hoe deze ingevuld moeten worden

Stap 3: Formuleer de scope en richtinggevende vraag

De scope is hierbij beperkt tot het eigen team, omdat hier de meeste invloed op uitgeoefend kan worden.

De richtinggevende vraag hierbij is:

Waarom blijken de procedures rondom examinering onduidelijk te zijn voor studenten, ondanks vele uitleg en instructie door docenten, slb’ers en examenleider, terwijl duidelijkheid rondom deze procedures van belang is voor studenten om te kunnen slagen?

Stap 4: Identificeer de patronen die mogelijk ten grondslag liggen aan de incidenten

De patronen die hierbij mogelijk ten grondslag liggen, zijn te herkennen in het archetype symptoombestrijding (shifting the burden). Bij dit archetype wordt een probleemsymptoom verholpen, zonder dat het onderliggende probleem wordt aangepakt. Het symptoom blijft aanhouden en vergt steeds meer bestrijding om het onder controle te houden. Door het beslag dat symptoombestrijding legt, wordt de diepere oorzaak niet aangepakt. Het systeem raakt verslaafd aan symptoombestrijding.

loops systeemdenken

De bovenste loop laat de quick fix zien, welke op korte termijn het probleem oplost. Door individueel een student uitleg te geven of te helpen, wordt de vraag weggenomen bij die ene student.  

De onderste loop corrigeert de diepere oorzaak. Wanneer de procedures correct en eenduidig zijn uitgelegd aan alle studenten, neemt dit vragen en onduidelijkheden weg. Hierbij zit er een vertraging in het systeem, doordat studenten bijvoorbeeld niet allemaal aanwezig zijn op het moment dat er een uitleg is.  

De quick fix heeft een versterkende looprelatie met de diepere oorzaak. Hoe meer er individueel bijgesprongen wordt wanneer studenten ergens tegenaan lopen, hoe meer verschillen er in de aanpak van docenten zitten. Dit hindert de eenduidige uitleg/aanpak. 

Het verhelpen van individuele vragen wordt zo dominant, dat het er niet van komt om te werken aan de structurele oplossing, omdat die een tijdsvertraging heeft.

Stap 5: Ga op zoek naar drijvende krachten 

 Dominante mentale modellen in deze situatie kunnen zijn: 

  • Laat de student het dan maar even op deze manier inleveren, ik maak het verder wel in orde, zodat het op tijd ingeleverd is. 
  • Liever ingeleverd en onvoldoende, dan helemaal niets ingeleverd. Dan maar de feedback bij de beoordeling afwachten om weer te kunnen verbeteren. 
  • Als het nu niet meegenomen wordt in de beoordeling, hebben we er straks bij de herkansing nog meer werk aan.

Reflectievragen om de drijvende krachten in beeld te krijgen, zijn: 

  • Persoonlijk meesterschap: Hoe heb ik als examenleider bijgedragen aan het uit handen nemen van het probleem van de studenten, wanneer deze niet volgens de examenprocedure weten te handelen? 
  • Teamleren/groepsdynamiek: Welk belang hebben slb’ers en docenten bij het op hun eigen manier uitleggen/handhaven van procedures rondom examinering? 
  • Systeemscope: Komt dit probleem ook bij andere teams voor? Hoe gaan andere teams hiermee om? Wat voor gevolgen heeft de huidige aanpak voor de branche? 
  • Mentale modellen: Waarom kiezen we steeds voor de snelle oplossing door op individuele problemen/vragen in te gaan, waardoor het complete plaatje alleen maar onduidelijker wordt voor studenten? 
  • Gedeelde visie: Hoe dragen we met elkaar bij aan een duidelijk en overzichtelijk geheel van procedures? 

Wordt vervolgd….

Stap 6: Plan een interventie

Stap 7: Review de resultaten en het proces

In stap 1 heb ik input gehad van studenten en collega’s. Bij stap 5 heb ik dit ook nog nodig, om weer verder te kunnen met stap 6. Hier ben ik dus gebleven met het uitwerken van de stappen.

Ik hoop binnenkort stap 5 verder in te kunnen vullen en stap 6 vorm te geven. Aan het eind van het schooljaar komt stap 7 pas aan bod, dus het zal nog wel even duren voor ik hier wat over te vertellen heb.

Ben jij bekend met systeemdenken?

Wat denk jij dat er hierbij als interventie ingezet kan worden om het probleem op te lossen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

werkplek trippelstoel swopperVolgens mij heb ik het al een paar keer geroepen: het wordt echt weer eens tijd voor een update wat betreft mijn werk. Hier en daar heb ik wel wat verteld over wat ik doe op mijn werk, maar niet hoe ik bezig ben om mijn werk aan te passen aan mijn beperkingen. En daarin heb ik best al wat slagen gemaakt.

Op zich was er al het één en ander aangepast aan mijn taken, maar erg tevreden was ik daar niet over. De taak als examenleider vond ik toch best pittig en gaf me weinig energie. Na een zoektocht naar wat ik dan wèl wilde, kwam ik toch weer terug bij af. Ik wil niet weg uit het mbo, maar (veel) voor de klas staan, lukt niet.

En alhoewel ik mijn werkdagen al iets had aangepast, lukte het toepassen van de salamitechniek nog niet geweldig. Maar inmiddels zijn er toch wel weer wat dingen veranderd.

Veranderingen ten opzichte van vorig schooljaar

  • In plaats van twee hele en twee halve dagen, werk ik nu vier dagen van zes uur. De woensdag ben ik nog steeds vrij, dus ik heb steeds maar twee korte werkdagen achter elkaar. Dat bevalt me eigenlijk heel goed. Natuurlijk is er weleens een dag dat ik wel langer moet blijven, vanwege een studiedag of bijeenkomst. Dat merk ik dan meteen aan mijn lijf, ben dan helemaal gesloopt. Maar zes uur is goed te doen. Als ik dan thuiskom, ga ik even liggen en kan ik daarna nog iets in huis doen of met de kinderen.
  • Ik sta iets minder voor de klas, zes lesuur per week in plaats van acht a tien. Dit is verdeeld over mijn werkdagen, dus heb ik één dag zonder lessen en de rest steeds een blok van twee lesuur per dag.
  • Voor het eerst sinds jaren ben ik geen studieloopbaanbegeleider van een klas. Dat scheelt zoveel, kan me een stuk beter focussen op mijn taak als examenleider.
  • We hebben (weer!) een nieuwe onderwijsleider, die er ook weer anders tegenaan kijkt. Ik mag steeds aangeven wat voor mij nodig is en zij houdt hier dan rekening mee. Ik vind dat best een luxe, maar tegelijkertijd lastig dit aan te geven. Het werk moet toch gedaan worden, is het niet door mij, dan wel door mijn collega’s. Toch is het erg fijn dat er zo wat afspraken gemaakt zijn. Zo beginnen mijn lessen niet voor 10.00 uur, zodat ik eerst wat van mijn taken als examenleider kan doen. En na de lunchpauze heb ik ook geen lessen, waardoor ik het laatste uur van mijn werkdag rustig kan afbouwen met bijvoorbeeld wat archiveerwerk.
  • Na een jaar als examenleider heb ik inmiddels ook wat meer routine in bepaalde taken. Dat scheelt een hoop ten opzichte van vorig jaar, waarbij ik regelmatig iets opnieuw moest doen of moest vragen hoe ik het moest doen.
  • In de loop van vorig schooljaar heb ik een dockingstation en groot beeldscherm gehad. Plus nog een scanner, zodat ik niet voor één blaadje inscannen heen en weer hoef te lopen naar het kopieerapparaat. En dit schooljaar kwam daar een in hoogte verstelbaar bureau bij. Mijn werkplek is dus een stuk ergonomischer geworden.
  • Tot slot nog iets wat niet zozeer met mijn werk te maken heeft, maar wel met mijn werkdag: Mijn jongste dochter heeft sinds dit schooljaar een continurooster tot 14.00 uur en komt zelf naar huis uit school. Ik hoef dus niet nog eens heen en weer naar de bso na mijn werk.

De effecten van die veranderingen

  • De kortere werkdagen zorgen ervoor dat ik meer energie overhoud aan het einde van de dag.
  • Dat mijn dochter alleen thuis is na school en we in principe tegelijkertijd ‘uit’ zijn, zorgt ervoor dat ik niet te lang blijf hangen op mijn werk. Het is voor mij een stok achter de deur, omdat ik weet dat ze zonder ouderlijk toezicht veel te veel naar haar Ipad zit te turen.
  • Minder lessen en dus ook minder lopen zorgt ervoor dat ik minder pijn heb. Alhoewel ik wel merk dat het lopen steeds slechter gaat.
  • Zelf zoveel mogelijk mijn werkdag indelen helpt me om dan ook zoveel mogelijk af te wisselen.
  • Meer routine zorgt voor meer rust in mijn hoofd. Dat is altijd fijn.

Zoals het nu gaat, ben ik best tevreden. Op deze manier zie ik het wel zitten om nog een flinke poos te kunnen blijven werken.

Het kan altijd beter

Er zijn nog steeds dagen dat ik helemaal kapot ben na die zes uurtjes. Daarnaast haal ik niet meer zoveel voldoening uit mijn werk als voorheen. Daar zou best nog wat meer balans in kunnen komen.

Ik wil gaan kijken hoe ik het vele lopen kan verminderen. De onderwijsleider stelde bijvoorbeeld voor om een paar taken aan een collega over te dragen. En ik wil het toch weer eens gaan proberen om mijn rolstoel mee te nemen. Maar dan wel als deze wat beter is afgestemd en ik er wat langer zonder pijn in kan zitten.

Maar als ik alleen maar in dat examenhok zit, voel ik me weer een beetje buiten het team staan. Al doe ik wel mijn best om elke pauze naar de docentenkamer te gaan, ik mis toch wel wat van wat er daar speelt.

Er is nog wel iets dat ik mis. Ik wil meer uit mijn werk kunnen halen dan ik nu doe. Dat is lastig met mijn kleine aanstelling die al grotendeels ingenomen wordt door mijn taak als examenleider. Dus een uitdaging om toch iets te vinden!

Die meester Bart, die weet het altijd zo mooi te vertellen. Ik geef hem ook geen ongelijk, ben zeker van mening dat het vooral mbo’ers zijn die de samenleving dragen. En ze zijn absoluut niet minder waard dan anderen die toevallig een ander papiertje hebben gehaald.

Het slechte imago van het mbo

Maar berichten als dit halen de voorpagina niet. Wel een bericht over een mbo-student die een oudere te kakken zet. En daar gaat het imago van de mbo-student weer. Moeten we het hiermee doen? Stagiaires die zo respectloos met ouderen omgaan?

Toch kan ik dit ook niet ontkennen. Ik ken dit meisje niet, maar ze had zomaar bij mij op school kunnen zitten. Ook dit is mbo. Niet elke student die binnenkomt, eindigt als één van die superhelden die ik heb zien diplomeren. Niet elke student is gemotiveerd om daadwerkelijk te willen leren en werken in het vak waar ze een opleiding in gekozen hebben. Er zijn studenten die met hele andere dingen bezig zijn dan een goede professional te willen worden.

Wat men alleen niet ziet, is dat de overgrote meerderheid van de mbo-studenten gewoon hartstikke goed werk levert. En wel wil investeren in de kwaliteit van het beroep waar ze voor hebben gekozen.

Alles moet altijd maar zo hoog mogelijk

Stel je voor dat je kind het niet bij kan houden op de havo en afzakt naar het mbo, schandalig! Want het liefst wil je toch dat je kind gewoon gymnasium haalt met mooie cijfers en daarna een hele indrukwekkende universitaire studie kiest. Of niet?

Waarom zou een mbo-opleiding minderwaardig zijn? Sommige mensen zijn juist gemaakt voor het werk als verzorgende, automonteur, doktersassistente, meubelmaker, elektricien of leidster in de kinderopvang. En ik zou echt niet zonder ze kunnen.

Dit filmpje wat ooit gemaakt is voor het Duitse beroepsonderwijs laat mooi zien hoe de wereld eruit zou kunnen zien zonder die vakmensen:

Dus dan kun je wel met z’n allen leuk hoog opgeleid zijn, maar wie zet die mooi ontworpen auto in elkaar? Of dat huis? En wie zorgt er voor je kinderen als jij in je sjieke kantoor aan het werk bent?

Ik heb makkelijk praten, met m’n hbo-master…

Het is natuurlijk wel makkelijk om te zeggen dat mbo goed genoeg is, terwijl je zelf wel nog wat opleidingen daarna hebt gedaan. Maar in mijn familie en vriendenkring stikt het van de mbo’ers, dus vind ik dat ik er wel een beetje over mee kan praten.

Als mijn lijf een beetje had meegewerkt, had ik misschien wel tot aan mijn pensioen als mbo’er in de gehandicaptenzorg gewerkt. Met veel plezier zelfs. Mijn werkervaring daar is inmiddels wel wat verjaard, maar ik blijf het belangrijk vinden om goede collega’s af te leveren aan het werkveld.

Niet zo hoog mogelijk, maar wel zo goed mogelijk

In het mbo doen wij als docenten ons best om het beste uit de studenten te halen. Samen met de mensen in de praktijk die ze in hun stage begeleiden.

Dat is soms een uitdaging. Van alle kanten wordt er getrokken: vanuit de overheid, de directie, collega’s, het thuisfront van de student, het werkveld, enzovoort. Maar door met elkaar in gesprek te gaan over wat we samen willen bereiken met de student, komen we een heel eind.

En net als wat meester Bart al zei: we moeten meer laten zien hoe mooi vmbo en mbo zijn. Dus tot slot nog een mooie tweet over een mars tegen kindermishandeling en een congres over de rechten van het kind, waarbij de mbo’ers in grote getale aanwezig waren. Hoe mooi is dat, dat zij voor de kinderen van nu en van de toekomst willen zorgen, zodat hen geen onrecht aangedaan wordt.

 

overspannen

Als broekie van zeventien (bijna achttien) had ik al mijn mbo-diploma op zak en een baan in de gehandicaptenzorg. Alhoewel ik dat toen nog niet toe had willen geven, was ik op dat moment nog lang niet uit gepuberd. Ik had een behoorlijke drang naar zelfstandigheid en het bewijzen dat ik alles wel alleen kon, op mijn manier. Thuis bij mijn ouders was het daardoor niet altijd even gezellig en zodra het kon, schreef ik me in voor een huurhuisje.

Dat huurhuisje was er niet één, twee, drie, dus zocht ik naar mogelijkheden om zoveel mogelijk van huis te zijn en tegelijkertijd te kunnen sparen voor mijn toekomstige huisje. Werk dus.

‘Die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen: echt wat voor jou!’

Na wat diensten te hebben gedraaid als oproepkracht, werd mijn contract omgezet naar een vast dienstverband en ik kon meteen fulltime aan de slag. Er was net een verhuizing geweest van woongroepen bij de organisatie waar ik werkte. Eén groep kinderen was op een bijna lege vleugel achtergebleven. Die groep was afgesplitst van de groep waar ze daarvoor bij zaten, omdat ze qua gedrag niet goed aansloten. Er was nog geen compleet team gevormd voor deze groep, dus er was veel werk.

En omdat ik zo graag wilde werken, maakte ik vaak 48 uur per week. Kon ik mooi de discussies thuis ontlopen èn een aardig zakcentje verdienen. De andere begeleiders werkten hooguit drie dagen per week op deze groep, omdat ze op een andere groep ook nog nodig waren. Verder werden de gaten opgevuld met oproepkrachten.

Qua personele bezetting dus geen ideale situatie. Qua locatie ook niet trouwens: de woongroep bevond zich aan het einde van een paar lege gangen, met veel gesloten deuren. Als enige kindergroep op een locatie met verder alleen groepen volwassen verstandelijk gehandicapten, met name ernstig meervoudig gehandicapten.

Maar volgens de coördinator die mij daar aan het werk zette, sloot het zo mooi aan bij mijn zojuist afgeronde opleiding. Echt wat voor mij, die woongroep voor kinderen met gedragsproblemen.

De kinderen

Op de groep woonden vijf kinderen die behalve een verstandelijke beperking ook gedragsproblemen hadden. Twee kinderen gingen naar het speciaal onderwijs, de anderen hadden dagbesteding op de locatie zelf en gingen voor een dagdeel per dag daar heen.

In de weekenden gingen de kinderen regelmatig naar hun ouders, waardoor er ruimte was om wat met de achterblijvende kinderen te gaan doen. Eén op één kon je dan bijvoorbeeld een eindje fietsen of naar de kinderboerderij.

Wanneer alle kinderen er waren, liep de spanning op de groep snel op. De kinderen konden agressief naar elkaar of naar de groepsleiding reageren en waren hierin moeilijk af te remmen of om te buigen.

Slaan, schoppen, haren trekken, bijten, knijpen: het was aan de orde van de dag. Meubels vlogen regelmatig door de kamers en ik heb ook weleens een pot hete thee en een gevuld urinaal naar me toegeworpen gekregen.

Een andere bizarre situatie was toen één van de kinderen wegliep en ik hem achterna rende in de wijk, maar zelfs ook op het dak van de locatie.  Dit kind was zo bijdehand om na het eten een lepel achter te houden, waarmee hij de deuren kon openen (de deurkrukken ontbraken op de deuren om juist te voorkomen dat kinderen wegliepen).

Of toen ik bij één van de kinderen op de kamer zat om hem te kalmeren, maar hij juist de groep aan de andere kant van de deur opstookte door te zeggen dat ik hem probeerde te wurgen. De rest van de groep ging vervolgens zo tekeer dat ik geen kant op kon.

Overspannen

Deze groep sloot misschien wel aan op mijn opleiding, maar absoluut niet op mijn leeftijd en werkervaring. Zelfs de kinderen zeiden het: ‘Je bent zelf niet eens volwassen, wie denk je wel niet dat je bent om ons te vertellen wat we moeten doen!’

Op een gegeven moment zag de leidinggevende ook dat de situatie op de groep niet te houden was. De groepsleiding kreeg een alarm om de nek om in acute situaties te gebruiken. Als je dat alarm indrukte, kwam er van een andere groep een begeleider inspringen. Soms duurde het zo lang voordat er iemand kwam, dat ik de situatie zelf gesust kreeg. Of misschien was de dreiging van een grote volwassen man die kwam bijspringen voor de kinderen voldoende om te bedaren. Met als gevolg een geïrriteerde collega die ‘voor niks’ zijn groep achter heeft gelaten.

Op school had ik nooit geleerd dat je je ook ziek kunt melden als je het werk mentaal niet meer aan kunt. Ik had geen idee. Er waren wel al oproepkrachten die niet meer kwamen om dezelfde reden, maar als ik ook zou aangeven dat ik naar een andere groep wilde, wie bleef er dan nog over? Al die wisselingen hadden ook geen positief effect op de kinderen.

Steeds vaker sloot ik me op in het kantoor als de kinderen hun agressie op mij richtten. Bij de wisseling van dienst zat ik regelmatig in tranen bij een collega. Het ging gewoon niet meer.

Drie maanden heb ik het volgehouden op die groep. Toen heb ik me op aanraden van een collega ziek gemeld. Ik was overspannen. Pas daarna werd besloten dat die groep voortaan met twee begeleiders werd gedraaid.

Mijn lesje geleerd

Het is nooit leuk om op zo’n vervelende manier wijzer te worden. Maar ik kan wel zeggen dat ik er enorm veel van geleerd heb. Niet alleen hoe om te gaan met bepaald gedrag bij kinderen, maar ook hoe ik zelf kan aanvoelen wanneer iets teveel wordt. Zodat ik op tijd aan de bel kan trekken bij collega’s of leidinggevende en kan voorkomen dat ik weer overspannen wordt.

Na mijn ervaringen op deze groep heb ik op verschillende andere groepen gewerkt binnen de gehandicaptenzorg. Ik heb ervaren hoe de steun van collega’s mij ook sterker maakt. Hoe ik op mijn eigen manier om kan gaan met probleemgedrag bij cliënten. Hoe waardevol vriendinnen en familie zijn om je hart bij te luchten. En vooral dat die agressieve cliënten gewoon mensen zijn met behoefte aan wat positieve aandacht.

En alhoewel ik na deze ervaring zei dat ik nooit meer met gedragsproblemen wilde werken, ben ik ze nog regelmatig tegengekomen. Niet heel lang hierna kwam ik op een groep terecht waar ik mijn hart verloor aan een meisje waar ik nog jarenlang bezoekvrijwilliger van ben geweest.

Inmiddels heb ik nu een baan waarbij ik niet dagelijks geconfronteerd word met agressief gedrag. Mijn studenten Pedagogisch Werk zullen het ook niet heel veel tegenkomen in de kinderopvang waar ze stage lopen. Maar bij de studenten Maatschappelijke Zorg merk ik dat sommigen tijdens hun opleiding al een stuk meer ervaren zijn dan ik was na het behalen van mijn diploma. Soms wil ik ze dan bijbrengen wat ik in die periode zelf geleerd heb. Maar vaker is het andersom en leer ik van hen. Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat nou zo’n goed teken is…

Heb jij ook een werkervaring die zo’n impact op je heeft gemaakt? Wat heb jij hiervan opgestoken?

 

leuke dingen doen herfstDe laatste tijd merk ik dat ik best veel bezig ben met mijn lijf en mijn beperkingen, ook hier op mijn blog. Dus ik had me voorgenomen om het nu even wat luchtiger te houden. Want er zijn genoeg leuke dingen te doen deze herfst en die wil ik graag met jullie delen!

Hier komen ze dan, in willekeurige volgorde, zelfs niet eens chronologisch:

Muziek bij de buren

Dit huiskamerfestival zag ik voorbijkomen en het leek me superleuk om daaraan mee te doen. Niet om zelf muziek te maken, wees maar niet bang. Maar om je huiskamer open te stellen voor wat muzikanten en bezoekers, dat sprak me wel aan. Ik was al druk bezig met mijn man te overtuigen om mee te doen, zat al te bedenken wie ik kon vragen als gastvrouw/gastheer… Alleen heb ik op de dag van dat festival dus al wat anders leuks te doen.

Muziek bij de buren vindt in verschillende steden plaats op 10 december en je kunt je dus opgeven als huiskamer of muzikant. Daarnaast is het festival zelf gratis te bezoeken, zo kun je dus door de hele stad verschillende huiskamers afgaan en luisteren naar verschillende muziekgenres.

Mijn kwaliteit van leven

Misschien wel iets minder luchtig of leuk, maar wel erg interessant. Ik kreeg van de week een folder in de bus over een landelijk onderzoek dat in kaart brengt hoe zorg en kwaliteit van leven in Nederland ervaren wordt. Als je de vragenlijst invult, krijg je daar ook een verslag van via de mail. Op de website kun je vervolgens zien hoe jouw gemeente scoort, ook ten opzichte van de rest van Nederland.

Ik vond het best een tikkeltje confronterend. Dat komt misschien omdat ik er op dit moment tegenaan loop dat de zorg niet helemaal aansluit op wat ik denk nodig te hebben. En het frustreert me behoorlijk om dan afhankelijk te zijn van instanties die niet altijd de kennis in huis hebben om mij van goede zorg of hulpmiddelen te voorzien.

Maar ik verwacht dat ik over een paar maanden er wel weer positiever in sta en dan vul ik de vragenlijst gewoon nog een keer in.

Boeken & boekpresentaties

Ik moet natuurlijk even melden dat mijn dansjuf weer een leuke crowdfundingactie heeft voor een trainingsprogramma voor inclusiedans: Unload to upload. En de tegenprestaties zijn erg tof: het boek met het trainingsprogramma zelf, of een optreden van twee Misiconidansers en van alles daartussenin.

De datum van de boekpresentatie Unload to upload staat al vast op 10 december om 16.00 uur. Ik weet alleen niet helemaal zeker of ik de locatie al mocht verklappen, maar die is tegen die tijd wel te vinden op de Facebookpagina van Misiconi Dance Company.

Iets eerder komt er een roman uit van Michelle van Dijk: Darko’s lessen. Vanaf 10 november ligt haar boek in de winkels. En als ik het goed heb onthouden, is die dag ook de boekpresentatie bij boekhandel Van Gennep in Rotterdam.

Conferenties & bijeenkomsten onderwijs

Altijd leuk om mensen uit het onderwijs te ontmoeten. Helemaal als het een meetup van Rotterdamse docenten is. Ik weet nog niet helemaal zeker of ik erbij ga zijn, maar de eerstvolgende Meetup010 is op 11 oktober en gaat over de overgangen tussen verschillende onderwijsvormen.

En die school waar ik voor werk zet ook best mooie conferenties neer. Zo was er vorige week een conferentie over dementie, waarbij het certificaat ‘dementievriendelijke school’ werd uitgereikt. Op 21 november is er dan weer een conferentie over kinderrechten, ook erg boeiend en vaak met hele diverse sprekers en workshops.

Ga jij nog leuke dingen doen de komende maanden? Heb je nog meer tips?

Ik was er vroeger gek op, die geschiedenislessen. Het zal er vast ook wel mee te maken hebben gehad dat ik meestal wel een toffe geschiedenisleraar had, die z’n best deed er een leuke les van te maken. Maar het luisteren naar de verhalen en het in je kop stampen van de jaartallen vond ik ook leuk.

Zo anders dan mijn studenten, die ik meestal niet warm krijg voor zo’n les in wat allemaal al geweest is. Nu is er bij de opleiding Pedagogisch Werk waar ik lesgeef geen maandenlange reeks met geschiedenislessen over de kinderopvang, dus dat scheelt. Maar bij gebrek aan uitdagende opdrachten om in de theorie te duiken, bleef ik al een paar jaar hangen in dezelfde opdracht: ‘Zet de begrippen op de juiste plaats in de tijdlijn.’

Maar deze week had ik wat meer tijd om mijn les voor te bereiden en heb ik het in een ander jasje gegoten.

Voorbereiding geschiedenisles

  • Omdat het boek uit de studiewijzer niet op de boekenlijst van de studenten stond, kon ik beginnen met het kopiëren van de lesstof. En om zo min mogelijk papier te verspillen, heb ik geknipt en geplakt tot ik drie A4 op één A4 kreeg. Alleen maar tekst, zonder plaatjes dus.
  • De belangrijkste gebeurtenissen/ wetten/ regelgeving/ begrippen uit de tekst heb ik zo kort mogelijk overgetypt in een tabel en uitgeprint. Liefst zelfs afgekort, als het een gebruikelijke afkorting is.
  • De vakjes met begrippen heb ik uitgeknipt, zodat ik uiteindelijk achttien kaartjes had. Ik had nog een restje magnetisch plakband, maar gewoon plakband of losse magneetjes doen het ook prima hierbij.
  • Een paar kaartjes heb ik tot bonuskaartjes omgedoopt. Bij de ene was het jaartal niet terug te vinden in de tekst en zou deze dus gegokt moeten worden. De andere was helemaal niet in de tekst terug te vinden, omdat het om een nieuwe wet ging, die we de week ervoor behandeld hadden.
  • Tot slot heb ik een paar buzzers erbij gepakt. Daar hadden we meer dan genoeg van, maar uiteindelijk had ik er maar drie gebruikt, omdat ik vergeten was de anderen van batterijen te voorzien. Gelukkig was het maar een klein klasje.

Het spel

  • Terwijl de studenten de uitgedeelde tekst lazen en met highlighters aan de slag gingen, tekende ik de tijdlijn op het bord. Niet helemaal in proporties zoals je ziet, maar met genoeg ruimte voor de kaartjes.
  • Vervolgens de spelregels uitgelegd:
    • Als een groep weet welk jaartal er bij het door mij opgelezen en omhoog gehouden kaartje hoort, mag er op de buzzer gedrukt worden.
    • De groep die het eerst heeft gedrukt, mag het kaartje op de tijdlijn plaatsen. Hangt het goed, dan mogen ze het begrip toelichten. Hangt het verkeerd, dan krijgen de andere groepen een kans (wie het eerst drukt op mijn teken).
    • Goed opgehangen is één punt, een goede toelichting in eigen woorden is nog een punt erbij.
    • De groep met de meeste punten wint.

geschiedenisles kinderopvang spel

Resultaat van de geschiedenisles

Deze les gaf ik aan een kleine, maar behoorlijk drukke en enthousiaste klas. Eigenlijk vond ik het na twintig minuten wel weer tijd voor wat anders, maar de klas wilde doorgaan tot alle kaartjes op waren. Uiteindelijk zijn we er dik een half uur aan kwijt geweest.

Door het spelelement werden sommigen zo hyper en luidruchtig, dat het me nog meeviel dat er geen collega’s kwamen klagen.

Wat me opviel, was dat veel studenten moeite hadden met het vertalen van ‘de 19e eeuw’ uit de tekst naar de tijdlijn op het bord. Dit kwam bij een stuk of drie kaartjes voor en elke keer werd het verkeerd opgehangen en heb ik het opnieuw uitgelegd hoe het werkt.

Het uitleggen in eigen woorden was ook een lastige. Het kunnen vinden in de tekst lukte prima. Maar vervolgens ook begrijpen en uitleggen wat er dan in die tekst staat, is een ander verhaal. Afkortingen die in de tekst niet afgekort waren, kostten ook behoorlijk wat moeite om gevonden te worden. Behalve als ze ze bij andere vakken al eens besproken hadden, zoals VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie).

De bonuskaartjes waren ook lastiger dan ik had ingeschat. Zelfs toen er nog maar één specifiek jaartal over was en maar één kaartje, werd het verkeerd opgehangen. Maar het meest teleurstellend was toch wel dat echt niemand het kaartje herkende van de les van vorige week, haha!

Conclusie?

Deze meiden zijn niet zo van de theorie, maar met een beetje stimulans krijg je ze allemaal actief met hun neus in de lesstof. En met wat herhaling (ook bij andere vakken) blijft het wel hangen.

Als het aan de klas ligt, doen we elke week zo’n spel. Of ik er nou op zit te wachten om elke keer zo’n stel joelende meiden voor m’n neus te hebben. Ik weet het niet hoor. Later in de les hebben ze heel rustig en geconcentreerd een mindmap gemaakt, dat beviel me net iets beter.

En omdat iedereen wel mee kan praten over onderwijs:

Wat maakt voor jou een theoretische les minder saai?

mbo-studenten superhelden

Het schooljaar zit erop, de diplomering is geweest. En man, wat ben ik trots op mijn afgestudeerde studenten!

Mbo-studenten Welzijn & Onderwijs

Het team waar ik nu werk biedt verschillende opleidingen aan binnen Welzijn & Onderwijs, van niveau 2 tot en met niveau 4. Allemaal opleidingen waarbij ze uiteindelijk met mensen willen gaan werken, ze verzorgen en/of begeleiden. Met kinderen in de kinderopvang, buitenschoolse opvang of het (basis-) onderwijs, met ouderen, verstandelijk gehandicapten of mensen die om wat voor reden dan ook een hulpvraag hebben en begeleid moeten worden.

En daarbij zijn ze zelf het instrument. Hoe zij de cliënten of kinderen begeleiden, met ze communiceren, hoe ze het groepsklimaat beïnvloeden: alles wat ze doen, heeft invloed op hoe hun doelgroep zich verder ontwikkelt.

Dat geldt net zo goed voor docenten trouwens.

Van straatkatten en prinsessen…

Als ze net binnenkomen, hebben studenten vaak nog geen idee wat het beroep inhoudt waar ze voor gaan leren. Ze spelen graag met kleine kinderen, of willen zelf een betere begeleider worden dan die ze zelf hebben gehad.

Uiteindelijk moeten ze allemaal zover komen, dat ze (zelfstandig) een groep kunnen begeleiden. En waar de één dit van nature al in zich heeft, moet de ander van ver komen.

De afgelopen twee jaar was ik studieloopbaanbegeleider van een kleine klas. Maar hoe klein die klas ook was, de diversiteit was enorm:

  • Jonge moeders die naast hun school en stage dus ook nog de zorg voor hun kind hebben.
  • Studenten die zijn opgeklommen van niveau 2 naar niveau 3 en echt keihard moeten werken om het tempo en niveau bij te kunnen houden.
  • Een andere culturele achtergrond kan soms een struikelblok zijn. Niet alleen in de zin van verschil in normen en waarden, maar ook heel praktisch: het opvragen van een VOG die nodig is voor stage, kan veel langer duren bij een student die niet in Nederland geboren is.
  • Sommige studenten komen uit een warm nest waar hun ouders ervoor zorgen dat ze niks tekortkomen.
  • Anderen hebben zichzelf al die jaren al staande moeten houden en hebben echt een straatmentaliteit.

… tot bekwame professionals

Hoe mooi is het dan om te zien dat al die verschillende studenten zo naar dat diploma groeien. Dat ze gaan inzien wat wel en niet belangrijk is om mee te nemen in hun vak.

Toen ik ze aan het begin van het tweede jaar voor het eerst voor mijn neus kreeg, hebben we best nog wel wat pittige momenten gehad. Ik vond (uiteraard) dat ik wel wat belangrijks te melden had als docent en irriteerde me aan de laksheid van sommigen. Studenten die te laat kwamen, met andere dingen bezig waren of gewoon veel te weinig aanwezig waren. Mijn grenzen heb ik toen duidelijk aangegeven en dat viel niet bij iedereen even goed.

Maar eenmaal gewend aan elkaar en toen duidelijk was wat we aan elkaar hadden, verliep het een stuk soepeler.

Van die onverschillige houding veranderden ze in leergierige studenten. De lessen leken te kort en ze bleven maar vragen stellen, ze wilden ècht meer leren.

En zelfs de studenten waar ik me zorgen om maakte of ze het wel zouden halen, maakten aan het einde een inhaalrace. Om de praktijk hoefde ik me bij de meesten geen zorgen te maken, ze deden het prima op hun stage. De kinderen waren gek op ze en ze werkten goed samen met hun collega’s. Maar het inplannen, uitvoeren en inleveren van (examen-)opdrachten… dat leek toch wel het lastigste onderdeel van de opleiding.

Mijn mbo-studenten, mijn superhelden

Wat hebben ze het geweldig gedaan, die studenten van mij. Dat ze zich zo hebben kunnen transformeren in een paar jaar tijd, maakt ze echte superhelden.

Voor de diploma-uitreiking had ik voor al mijn studenten een kaart geborduurd met een superheld erop. En terwijl ze om de beurt naar voren kwamen om hun diploma in ontvangst te nemen en in het zonnetje gezet te worden, kwamen ook hun superkrachten langs. Humor, standvastig, mooi van binnen en van buiten, precies, zelfstandig, doorzettingsvermogen, beleefd, doelgericht, enzovoort.

Maar het zijn niet alleen mijn studenten waar ik studieloopbaanbegeleider van was, waar ik trots op ben. Als examenleider heb ik van alle gediplomeerden wel wat voorbij zien komen. En met het beoordelen van examengesprekken of -verslagen, krijg je een beeld van hoe ze het in de praktijk doen.

En ook daar zitten echte kanjers tussen. Studenten op niveau 2 die veel meer verantwoordelijkheden krijgen dan zou moeten, maar dit prima aankunnen. Of studenten van Maatschappelijke Zorg die echt wel hele pittige doelgroepen voor hun neus krijgen en hier hun eigen manier van begeleiden in kunnen vinden. Mooi om te zien, horen en lezen hoe zij het kind of de cliënt centraal stellen en als een professional handelen.

 Ik ga met een trots gevoel de vakantie in! En jij?

examens mentimeter

In het onderwijs is scholing een belangrijk onderdeel van je takenpakket. Voor de bijscholing dit schooljaar mochten we voor een deel zelf bedenken wat we wilden leren en hoe.

Om meteen wat dieper in mijn taak als examenleider te duiken, koos ik ervoor om het verantwoordelijkheidsgevoel en de zelfregulering van studenten te verbeteren, zodat de examinering efficiënter verloopt. Daarbij had ik de volgende doelen gesteld:

  • Studenten dragen zelf zorg voor het (op tijd) maken, uitvoeren en inleveren van examens.
  • De weg naar planningen, afspraken en cijfers weten studenten zelf te vinden.
  • Studenten weten wat er van ze verwacht wordt met betrekking tot examinering.

Wat zeggen de boeken over motivatie, zelfregulering en leerbereidheid?

Ik koos een paar boeken uit om informatie uit te halen waar ik verder mee aan de slag kon. Want alhoewel ik het specifiek op de examens wilde richten, is het nemen van verantwoordelijkheid iets wat op meerdere vlakken bij studenten naar voren komt. En waar dus al meerdere keren over geschreven is.

Wat hebben studenten nu nodig om die bovenstaande doelen te bereiken? En hoe krijg je ze zover dat ze het ook nog willen? In het kort kwam ik de volgende punten tegen:

  • Flipped classroom
  • Belang van oefenen benadrukken
  • Leer studenten hoe te leren
  • Uitleggen waarom
  • Voorkennis navragen
  • Structureren in kleine delen
  • Regelmatig herhalen en samenvatten
  • Saamhorigheid en samenwerking
  • Duidelijkheid en aard vooropgestelde doelen
  • Gepaste mate van keuzevrijheid
  • Eigen interesses en doelstellingen nastreven
  • Praktische taken: verdiepen in delen van de leerinhoud en discussiëren
  • Feedback: informerend in plaats van controlerend
  • Eigen planning maken, zelf leren nemen van beslissingen
  • Kritisch reflecteren op leerproces
  • Rolmodellen observeren: duidelijk omlijnde tussenstappen
  • Differentiatie en uitdagingen op maat
  • Onderscheid regels en afspraken
  • Autonomieondersteunend gedrag en structuur zijn meest effectief voor motivatie
  • Pygmalion-effect

En dit werd het plan:

Om allereerst te kunnen zien wat studenten al wel of niet wisten over de examinering, had ik een Kahootquiz samengesteld met vragen hierover. Dat had natuurlijk ook met een enquêteformulier of iets dergelijks gekund. Maar het leuke van Kahoot is dat ze meteen zien of hun antwoord goed of fout is en wie de meeste antwoorden goed heeft.

En voor het eerst heb ik instructiefilmpjes gemaakt, om als flipped classroom te gebruiken. Dat was nog wel even uitvogelen wat wel of niet werkte. De eerste versie van 20 minuten en alleen maar een ingesproken powerpoint, vond ik veel te saai. Hier was echt alles in verwerkt, voor alle vier de opleidingen. In de tweede versie had ik het opgesplitst naar een algemeen filmpje en een filmpje per opleiding. En in plaats van die ingesproken powerpoint, heb ik Prezi gebruikt en mijn hoofd in een hoekje in beeld gezet.

De Kahootquiz en filmpjes had ik aan de studieloopbaanbegeleiders (slb’ers) doorgestuurd als voorbereiding op een lesbezoek van mij als examenleider in hun klassen. De Kahoot kon dan klassikaal afgenomen worden en de filmpjes in de groepsapp gezet worden, zodat ze het in hun eigen tijd konden bekijken. Tijdens dat lesbezoek zou ik dan gedifferentieerde opdrachten aanbieden, gericht op eigen vaardigheden en reflecteren.

Wil je precies weten hoe en wat, dan kun je hier mijn lesopzet downloaden. Alhoewel waarschijnlijk niet alle linkjes werken zonder inlog.

Lesbezoeken over examens

Wat vanuit antwoorden in Kahoot opviel, was dat studenten vooral naar de slb’er of examenleider willen stappen met vragen, in plaats van zelf de informatie op te zoeken in bijvoorbeeld de examengids. Daarnaast waren sommige vragen fout beantwoord, omdat het om onderwerpen ging waar ze nog niet mee te maken hadden gehad, wat op zich logisch is.

Het lesbezoek begon ik steeds met een paar vragen die ze via Mentimeter konden beantwoorden, zoals: wat heb je nodig om goed je examens door te komen? Daar kwamen mooie antwoorden naar voren, studenten snappen heel goed dat ze meer nodig hebben dan alleen maar even wat theorie erin te stampen of een verslagje tikken.

Hoewel het de bedoeling was dat studenten vanuit hun eigen behoefte een opdracht zouden kiezen, liep dit toch anders. Bij sommige klassen wilden ze de instructiefilmpjes zien, omdat die nog niet gedeeld waren vooraf. En bij een andere klas nam ik de Kahoot af, waarbij ik tussendoor uitleg gaf. Bij de klas waar wel voor gedifferentieerde opdrachten gekozen werd, viel op dat studenten wisselend omgingen met het uitwerken van de opdracht. Sommigen stopten er zoveel werk in, dat ze het niet afkregen binnen de gegeven tijd. Anderen waren snel klaar en waren moeilijk te motiveren nog een opdracht te kiezen.

En hoe wordt er nu omgegaan met examens?

De slb’ers had ik gevraagd om bij verschillende examenmomenten een evaluatielijst in te vullen. Hierbij had ik de evaluatievragen gekoppeld aan de bovengenoemde doelen. De slb’ers vulden dit iets positiever in dan wat ik als examenleider tegenkom. Ik zie daarin ook wel verschil tussen hoe een student op niveau 2, 3 of 4 met examens omgaat. En daarnaast ook hoe slb’ers hierin begeleiden. Studenten op niveau 2 worden veel aangestuurd door hun slb’er. Studenten op niveau 4 zijn hierin veel zelfstandiger en herkennen zelf de structuur van de examinering.

Alhoewel ik wel verbetering zie door het op verschillende manieren herhalen van de uitleg omtrent examinering , valt er nog genoeg te winnen. Misschien niet eens alleen bij de studenten zelf, maar ook door met slb’ers concreter af te spreken hoe studenten geïnformeerd en begeleid worden bij hun examens.

Ik vond het boeiend en leuk om op deze manier met de examinering bezig te zijn. Heel wat anders dan formulieren checken en cijfers invoeren. Ik heb me kunnen verdiepen in literatuur over motivatie, leerbereidheid en 21e eeuwse vaardigheden. Flipped classroom of instructiefilmpjes maken, was iets wat ik nog niet eerder gedaan had. Ik zie er zeker met dit onderwerp de meerwaarde van in. Studenten kunnen het filmpje nog eens terugkijken als ze iets niet meer weten en de uitleg gaat niet van de lestijd af.
En door dit alles heb ik inzicht gekregen in verschillen in verantwoordelijkheid en zelfregulering en de aansluiting van slb’ers hierop.

Wat denk jij dat studenten/jongeren kunnen gebruiken om zelf die verantwoordelijkheid op zich te willen nemen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

samen verschillend diversiteitHet begrip diversiteit is iets wat me op verschillende vlakken bezighoudt. Zo zijn er meer modellen gericht op de zorg, in dit artikel gebruik ik juist weer visies die zijn omschreven vanuit het pedagogische perspectief.

En eigenlijk maakt het voor mij ook niet zoveel verschil. Of je het het nu hebt over diversiteit in afkomst, opleiding, gender, mogelijkheden of beperkingen, elk model of visie is op meerdere vlakken toe te passen.

De vier visies op diversiteit die ik hier benoem, zijn beschreven in het boek ‘Samen verschillend’ van Anke van Keulen en Elly Singer. Dit boek is gratis te downloaden, maar ik zou het pedagogen of pedagogisch medewerkers zeker aanraden om het ook in boekvorm aan te schaffen. In dat boek wordt onder andere verwezen naar het artikel ‘Respect for diversity‘ van Glenda MacNaughton, ook een aanrader om er nog iets dieper in te duiken.

1. We zijn allemaal hetzelfde

Iedereen is gelijk en wordt gelijk behandeld, veranderingen zijn niet nodig en minderheden moeten zich aanpassen.

Hierbij moest ik denken aan het artikel wat ik las over een jongen van 5 die hetzelfde kapsel wil als zijn vriendje, zodat de juf hen niet uit elkaar kan houden. Dat de twee knulletjes nogal verschillen in huidskleur, kwam niet in hem op.

Aan de ene kant mooi dat huidskleur geen issue is voor deze kleuter. Maar aan de andere kant: ze zijn wèl verschillend, is het wel zo handig om dit zomaar te negeren?

einstein climb treeOok dit plaatje kwam in me naar boven: kun je een vis wel beoordelen op hoe hij in een boom klimt? Dit lijkt een extreem voorbeeld, maar toch is het hoe het vaak werkt, vooral in het onderwijs. Van kinderen wordt verwacht dat ze op alle gebieden even goed scoren, terwijl ze niet altijd alle mogelijkheden daarvoor in huis hebben.

Over de politieke partijen die deze visie nastreven, zal ik het verder maar niet hebben. Maar duidelijk is wel dat deze visie leeft onder een grote groep.

2. Speciale behoeften en aanpassing (doelgroepgericht)

Om mensen gelijke kansen te geven, wordt er hulp geboden aan degenen die afwijken van de norm, zodat ze zich beter kunnen aanpassen.

Terugkijkend op het plaatje, zou je hierbij dus moeten denken aan extra les in boomklimmen voor de vis. Of een bijlage voor passend onderwijs, zodat de leerling toch dat felbegeerde diploma kan behalen. Een doelgroepregister, zodat het voor werkgevers aantrekkelijk wordt om mensen met een beperking in dienst te nemen. Voor- en Vroegschoolse Educatie, om ervoor te zorgen dat kinderen uit een risicogroep zonder achterstand aan het onderwijs kunnen deelnemen.

De focus ligt op waarin iemand afwijkt en hoe je dat zoveel mogelijk ongedaan kan maken.

Ken je het programma Geslacht! waarin Ryanne van Dorst de grenzen tussen mannen en vrouwen onderzoekt? Alhoewel de maatschappij steeds toleranter wordt ten opzichte van gender, is het toch vooral gebruikelijk om in één hokje geplaatst te worden: man of vrouw. Niet allebei, want dat is maar verwarrend.

3. Jij bent anders dan ik

Uitgaande van begrip en tolerantie voor elkaars verschillen en overeenkomsten.

Een valkuil hierbij is dat het een cultureel uitstapje wordt, maar het begrip niet echt diepgaand is. Ik betrap mezelf er ook weleens op. Turks eten, heerlijk! Maar dat boekje over de Islam wat ik van een Turkse student heb gekregen, ligt nog steeds ongelezen in de kast. Terwijl het me vast zou helpen haar beter te kunnen begrijpen.

En iets wat voor mij nieuw is, maar schijnbaar wereldwijd voor irritaties zorgt, is ‘cultural appropriation’. Na het lezen van Toeps blog hierover, werd me iets duidelijker wat ermee bedoeld wordt: ‘Het is dus het gebruiken van elementen uit een andere cultuur, maar het wordt pas echt een probleem als de cultuur waarvan “geleend” wordt een minderheid is, en de elementen uit z’n verband worden getrokken.

Eigenlijk zie ik ook wel de link met de opschudding die Kylie Jenner veroorzaakte toen ze in een rolstoel poseerde. Veel rolstoelgebruikers vonden het echt niet kunnen dat zij een rolstoel als accessoire gebruikte bij een fotoshoot.

Deze visie vraagt dus nogal wat om het tot ieders tevredenheid uit te kunnen voeren. De grens tussen begrip en stereotypering is soms maar een dun lijntje.

4. Gelijke kansen, antidiscriminatie

Gelijke kansen creëren voor iedereen en onrechtvaardigheid bestrijden. Ieder mag op zijn of haar manier excelleren, zonder dat anderen zich daardoor minder voelen.

We zijn nu eenmaal allemaal verschillend, maar dat betekent niet dat we niet gelijkwaardig zijn. Deze visie gaat uit van inclusie, empowerment, het doorbreken van traditionele rolpatronen, opkomen voor diversiteit en tegen discriminatie.

En dat klinkt mooi. Maar in de praktijk zie ik soms dat groepen hierin zover doorslaan, dat ze hun rechtvaardigheid voor die van een ander plaatsen. En dan sla je toch weer de plank mis, want waar is die gelijkwaardigheid dan?

Welke visie past het meest?

Ik vind ook dat iedereen gelijk behandeld moet worden, dat het soms beter is om iemand te leren aanpassen om mee te kunnen komen met de rest, dat er begrip moet zijn voor elkaars overeenkomsten en verschillen, dat iedereen gelijke kansen zou moeten hebben en dat discriminatie niet mag. Voor mijn gevoel heeft elke visie wel een positieve invalshoek, maar zitten er wel wat haken en ogen in de uitvoering ervan.

En dat maakt dus dat ik niet kan kiezen. Mijn visie op diversiteit is nogal divers en verschilt per situatie. Je kan niet altijd maar op je eilandje anders zitten te zijn. Het is geven en nemen, allebei een stapje naar elkaar toe. En soms is de één nu eenmaal beter in iets dan de ander. Ik vind ook dat daar een stukje waardering voor mag zijn, dan maar even niet gelijkwaardig. Maar vooral genieten en leren van elkaars verschillen, want als we allemaal hetzelfde zouden zijn, zou het maar een saaie boel zijn!

En hoe sta jij hierin? In welke visie kan jij je vinden?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.