lesgeven onderwijsIn het dagelijks leven werk ik als docent in het mbo. Tegenwoordig sta ik dan wel niet meer zo heel veel voor de klas als examenleider, maar dat betekent niet dat ik minder betrokken ben bij het onderwijs.

Sommige artikelen binnen deze categorie zijn specifiek gericht op de opleidingen waar ik lesgeef, anderen wat breder gericht op mbo of onderwijs in het algemeen.

 

 

 

 

lopen wandelstokDe afgelopen weken/maanden is er hier en daar weleens een leerkracht in het nieuws geweest die wellicht niet zo gehandeld heeft als zou moeten. Afgelopen weekend kwam dit wel heel dichtbij en kwam de school van mijn dochter in de media voorbij. De bagger die die juf vervolgens over zich heen kreeg, echt niet normaal.

Vervolgens wordt opgeroepen dat leerkrachten neutraal moeten zijn in het lesgeven (en ook in alles wat ze daarbuiten doen of delen). Ja natuurlijk, maar leerkrachten zijn ook maar mensen!

Als ik voor elke fout zo afgestraft zou worden, zou ik allang niet meer in het onderwijs werken. En ik ga er nog steeds vanuit dat ik een prima docent ben.

Fouten maken mag

Als pedagoog en moeder ben ik van mening dat iedereen fouten mag maken, daar leer je van. Het gaat er vooral om hoe je er vervolgens mee omgaat. Gisteren werd me dat weer heel duidelijk toen allebei onze dochters een ‘blunder’ hadden gemaakt. De één vertelde er lachend over, zonder schaamte. De ander kroop weg en wilde er niet over praten. Ik heb haar verteld wat voor stomme dingen ik vroeger als kind weleens gedaan had, waar ik achteraf spijt van had. Vergeleken met mijn blunders viel die van haar in het niet, haha!

Als ik aan mijn kinderen en studenten wil laten zien dat zij fouten mogen maken, kan het niet anders dan daar zelf ook het goede voorbeeld in te geven. Niet om het expres te doen, maar vooral om te laten zien hoe je het daarna oplost. En dat je niet perfect hoeft te zijn, betekent nog niet dat je niet je best hoeft te doen, maar laten we vooral menselijk blijven.

Hier dan een paar van mijn blunders. Wel degene waar ik me niet (meer) voor schaam, er blijven altijd wel dingen die ik liever voor me houd.

In aanraking komen met de politie

Tja, wat kan ik erover zeggen… Ik was als kind altijd wel op straat te vinden, we haalden kattenkwaad uit en soms ging dat iets verder. De wijk waar ik opgroeide heb ik zelf niet als een achterstandswijk ervaren. Maar toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, werd duidelijk dat er door anderen wel werd neergekeken op onze wijk. Ik werd al voor een junk en crimineel uitgemaakt, voordat er ook maar iets was voorgevallen. Ik voelde me meer thuis bij de hangjongeren op straat dan bij de kakkers op ‘t vwo. En ja, dan komt zo’n self-fulfilling prophecy toch uit.

Maar na één keer een cel van binnen bekeken te hebben, had ik mijn lesje wel geleerd. Verder ben ik uiteraard heel braaf gebleven, zeker in mijn volwassen leven.

Een cliënt bij de haren pakken

Ooit werkte ik al als begeleider in de gehandicaptenzorg. Bijscholing in hoe om te gaan met gedragsproblemen had ik niet gehad. Dus toen ik met een cliënt aan het worstelen was en zij hele plukken haar uit mijn hoofd trok, was het enige wat ik kon bedenken ook haar haar vast te pakken. Ik trok er niet aan, maar dreigde er wel mee: ‘Laat mijn haar los, anders trek ik aan jouw haar.’ Binnen drie maanden op die groep was ik overspannen, het paste totaal niet bij mij om met cliënten met gedragsproblemen te werken.

Later als vrijwilliger heb ik nog eens zo’n situatie gehad. We waren met z’n tweeën in de snoezelruimte en zij greep me uit het niets bij mijn keel. Ze kneep zo hard mijn luchtpijn dicht, dat ik niet om hulp kon roepen, er kwam gewoon geen geluid uit. Dus in een reflex pakte ik haar haar beet en keek ik haar dreigend aan. Dat was genoeg voor haar om los te laten, gelukkig.

Hartstikke onpedagogische handelingen natuurlijk. Maar op die momenten kon ik niet anders. En naar mijn studenten toe gebruik ik deze voorbeelden weleens om aan te geven hoe belangrijk bijscholing in het werkveld is en dat je niet alles op school zelf kunt leren.

Zelfbeheersing verliezen voor de klas

De laatste jaren kan ik het best hebben, dat bloed dat onder je nagels vandaan gehaald wordt door studenten die je op stang willen jagen. Maar in mijn beginjaren als docent had ik daar meer moeite mee. Ik kan me een student herinneren die me zo pissig maakte, dat we echt aan het bekvechten waren, tot ik jankend de klas uitliep. Dit was overigens een student die al snel met de opleiding stopte, omdat het zorgen voor een ander totaal niet bij haar persoonlijkheid paste. Maar de illusie dat je op sociale opleidingen alleen sociale studenten hebt… Nee, dat valt soms tegen.

Een andere keer dat de tranen over mijn wangen liepen, was een heel ander geval. Er had een student zelfmoord gepleegd en de klassen moesten daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik dacht: dat doe ik wel even, maar eenmaal voor de klas werd het me toch teveel. Ik denk niet dat iemand me dat kwalijk heeft genomen, maar aan de andere kant had de klas ook niet zoveel aan mij op dat moment.

En jij, heb jij weleens fouten gemaakt? Of ben jij van mening dat alleen perfecte mensen voor de klas mogen en/of (andermans) kinderen mogen opvoeden?

plannen POPOei, ga ik nu echt vloeken in de kerk? Zo’n persoonlijk ontwikkelingsplan (oftewel POP) is toch gewoon nodig in het mbo om studenten zelf aan het leren te krijgen?

Ach tja… Het is mooi als het als een rode draad door de opleiding heen loopt en het studenten inzicht geeft in hoe ze zijn, wat ze kennen en kunnen en wat ze willen leren om zichzelf te verbeteren. Maar op een gegeven moment ben ik er wel klaar mee. Het moet geen doel op zich worden en sommige studenten komen echt niet verder door middel van zo’n POP.

Zo begeleid ik bijvoorbeeld een clubje studenten dat het niet heeft gered om binnen de tijd die ervoor stond hun diploma te halen. Ze hebben daardoor al een aangepast examenplan gekregen, veel van hen ook een verbeterplan. En toen kwam er een student met de vraag of ze ook nog een POP moest schrijven. Nee zeg, alsjeblieft niet! Moet ik dat ook weer na gaan kijken en van feedback voorzien, waar dan weer niks mee gedaan wordt, omdat de waarde ervan niet gezien wordt.

Geen POP, maar een schop kun je krijgen

Die studenten die er vijf, tien of twintig weken langer over doen om hun diploma te halen, zijn zich er heus wel van bewust dat er iets niet goed is gegaan in hun planning. Maar om daar dan weer een plan over te gaan schrijven, kost alleen maar tijd die ze beter kunnen gebruiken. En dan hebben ze meer aan een schop onder hun kont. Als je nu niet aan het werk gaat, heb je straks geen diploma! Hup, aan de slag.

Niet alleen studenten die verlengen trouwens. Ik ben van mening dat wanneer studenten in de examenfase zitten, je ze niet meer lastig moet vallen met een POP. Ze hebben genoeg geoefend en moeten zich vanaf dat moment gaan bewijzen. Examenopdrachten uitvoeren en inleveren, daar draait het dan om. En ik heb me meerdere keren verbaasd over studenten die pas bij de herkansingen de druk van de naderende eindstreep voelden en ook dan pas harder gingen lopen. Om vervolgens gewoon welverdiend dat diploma binnen te halen.

Plannen, plannen en nog eens plannen

Dat ik ze geen POP laat schrijven, betekent niet dat we geen doelen en plannen opstellen. Ik pak het alleen een beetje anders aan.

Op een grote flap heb ik de weken die ze nog hebben ingevuld en voor elke student daarin een dubbele rij: boven voor de planning, onder de evaluatie. In de eerste les had ik een voorbeeld laten zien waarbij ik op kleine post-its doelen had beschreven, gekoppeld aan een examenopdracht. Zoals het laten ondertekenen van het startbewijs (op basis van een oefenopdracht), feedback vragen op een opdracht en het inleveren van een examenopdracht. Die post-its had ik verspreid opgeplakt op de planning en studenten mochten dit vervolgens voor zichzelf gaan doen.

Voor een aantal was dit erg lastig, zij vonden de hoeveelheid te overweldigend. Met hen heb ik afgesproken om de paar weken de planning bij te werken. Anderen wisten precies al wat ze wanneer wilden doen en hadden de post-its niet nodig en konden het meteen op de planning zelf al invullen.

Het voordeel van de post-its is dat er nog geschoven kan worden als blijkt dat een week te vol komt te hangen. Aan de andere kant is het wel de bedoeling dat de planning op een gegeven moment vastgelegd wordt en de post-its vervangen worden door het op de flap zelf te schrijven.

En aan de slag ermee

Elke les gaan de studenten zelfstandig aan het werk volgens die planning. En dan is het nummertjes trekken wie het eerst bij mij langskomt om iets in te leveren of te laten zien. De les duurt drie lesuren, in totaal dus twee uur en een kwartier en er is geen moment dat ik niks te doen heb. Ik stel vragen, zet ze aan het denken, geef feedback en controleer of hun ingeleverde examenopdrachten en bijbehorende formulieren volledig ingevuld zijn.

Aan het eind van de les kijk ik per student wat ze van hun planning af kunnen strepen. Wat gedaan is, arceer ik met groen, niet gedaan met roze. Aanwezigheid in de les en op stage tellen daarbij ook elke keer weer mee. Als alles op groen staat, krijgen ze een stempel met een duim omhoog, zo niet, een duim omlaag. Het kost niet veel tijd om zo te evalueren, de studenten zien snel hoe ze bezig zijn, ook vergeleken met anderen. En de planning kan meteen bijgesteld worden voor de volgende week.

De foto hier bovenaan het artikel is van de eerste week. Inmiddels is de planning wat meer ingevuld en heb ik wat meer stempels uit kunnen delen. Nog vrij weinig duimen omhoog, maar groen krijgt steeds meer de overhand.

Is dit niet heel erg prestatiegericht?

Ja, dat klopt. En dat is nou net waar deze studenten staan in hun opleiding: het wordt echt tijd dat ze gaan presteren.

Daarbij moet je wel weten dat al die examenopdrachten natuurlijk veel meer inhouden dan alleen maar een verslagje inleveren. Het gaat erom dat ze een overdracht aan ouders kunnen geven, hun activiteiten aan kunnen passen aan de wensen en behoeften van de kinderen op de groep, zelfstandig een dagdeel kunnen draaien en nog veel meer. De beroepshouding zit hier doorheen gevlochten.

Ze lopen ook al ruim tweeënhalf jaar stage. Vaak gaat het in de praktijk dan prima, maar is het net dat stukje plannen en afronden van opdrachten waar ze wat hulp bij nodig hebben.

In mijn feedback op opdrachten geef ik aan wat nodig is om alle criteria minimaal te dekken en wat ze zouden kunnen toevoegen om tot meer verdieping (en dus een hogere score) te komen. Ja, dat klinkt ook heel prestatiegericht. Maar ondertussen kunnen ze zelf de inschatting maken of ze de tijd hebben om er meer uit te halen dan ze tot dan toe gedaan hadden.

Tot nu toe werkt dit voor zowel de studenten als voor mij prima. Of ze straks ook allemaal binnen de limiet hun diploma hebben gehaald, kan ik je in juli vertellen.

Hoe sta jij tegenover een POP? Heeft dit voor jou een meerwaarde? Of heb je ook een eigen manier gevonden om doelgericht bezig te zijn?

staking onderwijs

Van 11 tot en met 15 maart voert het hele onderwijs actie. Goed onderwijs is nodig en daar heb je leraren voor nodig, waar juist steeds meer een tekort aan is. De actieweek wordt afgesloten met een staking op 15 maart.

Ik zie de noodzaak om actie te voeren, maar twijfel nog wat ik hierin kan betekenen. Wel of niet staken…

Waarom wel staken?

Alleen over het waarom wel zou je al hele artikelen kunnen vullen. Frans Droog en Michelle van Dijk deden dit al. Zij noemen heel veel goede argumenten, dus zeker even doorklikken en hun stuk lezen!

Wat voor mij belangrijk is:

  • Het zijn niet alleen de leraren die er last van hebben, ook de leerlingen en hun ouders. Leerlingen missen lesstof door lesuitval en zijn daardoor misschien minder goed voorbereid op hun vervolgopleiding of toekomstige beroep. Ouders moeten opvang regelen als de school kinderen naar huis stuurt bij gebrek aan leraren.
  • Onderwijs is de basis van de samenleving. Als dat niet op orde is, brokkelt de rest ook af.  Wanneer leerlingen/studenten klaar zijn met school en het werkende leven in gaan, breidt het zich als een olievlek uit. Dan kun je niet de lat steeds lager leggen en die beginnende beroepsbeoefenaars met een halflege rugzak het werkveld insturen. Of wat ook wel gebeurt: de lat hoger leggen, maar dit niet faciliteren in het onderwijs.
  • Het lerarentekort en daarbij de hoge werkdruk zijn problemen die al zo lang spelen en nog is er geen oplossing voor. Het werken in het onderwijs moet aantrekkelijker gemaakt worden, zodat meer mensen hiervoor willen kiezen en ook willen en kunnen blijven werken. Lagere werkdruk, een passend salaris en carrièreperspectief.

Waarom niet staken?

  • CNV doet niet mee aan de staking. Mijn werkgever en de mbo-raad staan ook niet achter de staking. Zij zien een staking als een uiterste middel, wat nu niet het moment is, omdat ze nog in onderhandeling zijn over de cao. Vind ik op zich een logische verklaring.
  • Ik heb nog steeds een zure nasmaak van de NOT waar onderwijsmensen niet om wisten te gaan met het feit dat ik in een rolstoel zit. Wil ik dan in een nog grotere mensenmassa met diezelfde mensen rondlopen?
  • Ik ben nog steeds deels ziek gemeld, wel al aardig aan het opbouwen. Maar dat kleine beetje dat ik lesgeef, is precies die vrijdag wanneer er ook gestaakt wordt. En precies aan die ene groep waar ik zelf hoge eisen aan stel qua aanwezigheid. Het voelt dan niet fijn om zelf niet op te komen dagen bij die les.
  • Dat opbouwen wil ik graag doorzetten. Een uitstapje naar Malieveld is fysiek gezien zo zwaar voor mij, dat ik daar zeker twee weken van moet herstellen en even niet kan opbouwen. Dat is het me niet waard. En thuiszitten tijdens het staken? Daar wil ik nu juist van af, voor mij voelt dat niet als staken en kan ik dan net zo goed wèl mijn werk doen.

En ja, dat zijn best persoonlijke redenen om niet te gaan staken, terwijl ik de redenen om wel te staken wel veel breder kan trekken dan alleen mijn eigen hachje. Maar hoe meer ik in mijn werk beperkt wordt door EDS, hoe minder ik gezien word. Ik voel de solidariteit niet, die juist zo nodig is bij een staking als deze. Als ik dan toch niet gezien word, waarom zou ik er dan moeite in stoppen?

Dus, overtuig mij: waarom zou ik wel of niet gaan staken op 15 maart?

O4 workhopper rolstoel getest

Voor op mijn werk ben ik al een tijdje op zoek naar de ideale oplossing als het gaat om zitten en verplaatsen. De trippelrolstoel was het niet helemaal, ongeacht merk of ondergrond. Het blijft gewoon een te zware en te grote stoel om mee te trippelen en/of rollen. Even dacht ik dat ik me er maar bij neer moest leggen dat ik gewoon maar twee stoelen zou moeten aanvragen. Een trippelstoel waar ik echt goed in ondersteund word en een rolstoel die daarnaast op mijn werk kan blijven staan om me tussen de lokalen en kantoren te kunnen verplaatsen.

Maar ondertussen had ik ook nog steeds een oogje op de rolstoelen van O4. En na een bezoekje aan de showroom in Varsseveld mocht ik de Workhopper van O4 uitproberen op mijn werk.

Dit maakt de O4 Workhopper anders dan andere rolstoelen

De zitting en rugleuning zijn gemakkelijk anders in te stellen, zodat je je zithouding kan variëren. Voor mij in mijn werk betekent dit:

  • Net iets hoger zitten om iets uit de kast te pakken of om op het kopieerapparaat te kijken.
  • Bij overleggen, gesprekken of in de pauze de rugleuning iets naar achter zetten, zodat ik meer ontspannen kan zitten.
  • Door de voetplaat opzij te klappen, kan ik trippelen als ik mijn handen vol heb.
  • Achter mijn bureau kan ik variëren in zithouding door de rugleuning zo in te stellen als ik op dat moment prettig vind. Ik zit niet de hele werkdag in dezelfde houding.
  • De rugleuning loopt tot mijn schouderbladen en is daarmee hoger dan die van mijn andere rolstoelen. dat geeft net wat meer steun bij het lange zitten.
  • Vergeleken met de trippelrolstoelen is de O4 Workhopper veel lichter en minder breed. Vergeleken met een gewone rolstoel wel iets zwaarder, maar dat verschil merk ik niet met rollen.
  • Hij heeft een vast zitkussen wat echt heerlijk zit.

Wat mis ik nog aan de O4 Workhopper?

De rolstoel die ik nu geleend heb, is natuurlijk niet helemaal aan mijn behoeften aangepast. Zo vind ik ‘m eigenlijk net iets te hoog voor het trippelen. Ik kan daardoor niet zo goed met mijn voeten afzetten. En ik mis de wig in de zitting heel erg. De zitting van deze rolstoel kan vooral naar voren kantelen, maar dus niet naar achteren.

Ik zou ook wat meer ingeklemd willen zitten, dus wat hogere spatborden. En of de rugleuning mij wel voldoende steun geeft, ben ik nog niet over uit. Misschien dat ik dat minder nodig heb als de spatborden hoger zijn. Maar op dit moment heb ik nog steeds een pijnlijke onderrug als ik een ochtend gewerkt heb. Op zich heb ik dat met andere (rol-)stoelen ook wel, dus of het helemaal op te lossen is, weet ik niet.

Verder kan er wèl een hoop aangepast worden, zoals de zithoogte, wig, spatborden. En dan zou het alles bij elkaar een veel betere rolstoel zijn dan mijn huidige. Zonde eigenlijk om ‘m dan alleen op mijn werk te hebben staan!

Een laatste dingetje is wel dat ik tijdens het rollen niets kan meenemen. Op mijn schoot glijdt het eraf, tussen mijn knieën past niet zoveel en de rugleuning leent zich er niet voor om elke tas hieraan te hangen. Maar hier had ik zelf al snel een oplossing voor gevonden.

O4 workhopper rolstoel met zakje

DIY rolstoelzakje met behulp van Ikea

Toevallig was ik pas met man en kinderen in de Ikea en ging ik bij de opbergspullen eens op zoek naar iets wat dienst kon doen om mapjes en papierwerk in mee te nemen met mijn rolstoel. De schoenendozen daar leken me wel wat, maar deze waren helaas te smal om A4 in op te bergen. Bij het ophangbord Skadis en bijbehorende accessoires kwam ik een zakje tegen met een metalen rand. Dat leek me ook wel wat.

Eenmaal thuis ben ik in mijn kastjes gaan neuzen hoe ik het zakje aan mijn rolstoel kon hangen. En omdat mijn laatje met siernieten, drukknopen en nestelringen wel eens mag slinken qua voorraad, ben ik daarmee in de weer gegaan. Dus een keer zonder naaimachine!

Nu moet ik helaas straks weer de geleende O4 Workhopper inleveren, maar dat zakje kan ik ook makkelijk aan mijn eigen rolstoel hangen. Maar natuurlijk hoop ik dat ik over een tijdje een eigen Workhopper heb om ‘m aan te hangen.

Dit is geen gesponsord artikel, ook jij kunt een O4 rolstoel een week lang uitproberen! Niet alleen op je werk, maar ook thuis.

sneeuwtrappelen

De social media waren in shock: een kinderdagverblijf in Amsterdam liet peuters met blote benen en voeten door de sneeuw, sneeuwtrappelen. Vreselijk. Dat mag toch helemaal niet?! Want daar worden de kinderen ziek van. Want dat doe je zelf toch ook niet. Want dat mag toch helemaal niet volgens de AVG. Want al die pedofielen op internet. Kindermishandeling. Sluiten dat kinderdagverblijf.

Of je voor je eigen kind wel of niet kiest om hieraan mee te doen, laat ik helemaal aan de ouders zelf over. Maar om een kinderdagverblijf wat hier overduidelijk goed over na heeft gedacht zo af te branden… Dan wil ik het als pedagoog toch wel even voor ze opnemen.

Kinderdagverblijven in alle soorten en maten

Bijna vijftien jaar werk ik nu als docent pedagogiek (onder andere) bij de opleiding Pedagogisch Werk. Ik leid studenten op om in de kinderopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang of het (basis-)onderwijs te gaan werken. Tijdens stagebezoeken heb ik ontzettend veel organisaties van dichtbij mogen bekijken. Van Hoek van Holland tot Alphen aan den Rijn, Bleiswijk tot Oud Beijerland en binnen Rotterdam van noord tot zuid en van oost tot west.

In die vijftien jaar heb ik meegemaakt dat kinderopvangorganisaties als paddenstoelen uit de grond opkwamen, weer inkrompen en failliet gingen door keuzes vanuit de overheid en de laatste jaren trekt het weer aardig aan. Je ziet grote organisaties die goed draaien door in te spelen op wat ouders willen, of juist wat de gemeente stimuleert. Maar ook organisaties die vanuit hun eigen samengestelde visie iets unieks neer willen zetten. Of organisaties die vooral snel winst willen maken en alleen het hoognodige bieden. Prachtige buitenlocaties met veel natuur, maar ook eenvoudige omgebouwde rijtjeshuizen met alleen een betegeld plaatsje.

En ik heb heus weleens mijn twijfels gehad over de kwaliteiten van de leidsters, voldoende veiligheid of aandacht voor de kinderen. Maar niet in die mate dat ik melding heb moeten maken van kindermishandeling. Meestal voldeed het om feedback te geven aan een leidster zelf of de leidinggevende.

Maar bovenal heb ik genoten van het zien van de verschillen, hoe kinderdagverblijven binnen hun middelen een eigen draai geven aan het zorgen voor kinderen.

Kinderdagverblijven met een eigenzinnig beleid: ik juich het alleen maar toe!

Tijdens de opleiding probeer ik mijn studenten warm te krijgen om zich te verdiepen in de verschillende pedagogische visies die er zijn. Antroposofie, Reggio Emilia, Montessori, enzovoort. Met een beetje geluk herkennen ze de visies in de manier van werken op hun stage. Maar vaak houden ze toch vast aan wat ze zelf hebben meegekregen in hun opvoeding of wat ze op hun verschillende stageplekken hebben geleerd. Iets anders is vaak vreemd, lastig uit te leggen naar anderen. Dan is het makkelijker aan te sluiten bij het vertrouwde.

Het verbaast me dan ook niet dat er via social media ook door pedagogisch medewerkers fel gereageerd wordt op zoiets als het sneeuwtrappelen. Niet alle lessen pedagogiek of gezondheidskunde blijven even goed hangen. Dat maakt ze niet meteen slechte pedagogisch medewerkers. Er zijn er genoeg die het zorgen voor kinderen zó in de vingers hebben, dat je je kinderen met een gerust hart bij ze achter kunt laten. Ook al zijn ze een beetje vergeten wat ze op school geleerd hebben.

Maar als er dan kinderdagverblijven zijn die zo’n unieke visie hebben dat ze eruit springen, dan juich ik dat alleen maar toe. Het maakt dat mensen (ouders, studenten, pedagogisch medewerkers) na gaan denken over wat ze zelf belangrijk vinden in de opvang van kinderen. Een mooi voorbeeld om te gebruiken in de klas, de discussie aan te zwengelen. Want voordat je dan aan komt zetten met: ‘Dit mag niet, want het hoort niet zo’, verdiep je dan eerst in het waarom.

Waarom zou je wèl sneeuwtrappelen of watertrappelen, buiten slapen, inbakeren, biologisch eten of wat dan ook? Wat zijn nu echt de voors en tegens? En dan vooral vanuit het kind gezien, niet puur en alleen vanuit je eigen belevingswereld.

Zou ik het mijn kinderen ‘aandoen’?

Sneeuwtrappelen of watertrappelen was nieuw voor mij, alhoewel ik wel eens van de Kneippmethode gehoord had. Het klinkt voor mij dan ook gewoon logisch dat zoiets goed is voor de bloedsomloop en kinderen er beter door slapen. Onze kinderen hebben toen ze klein waren weleens met blote voeten door de sneeuw gelopen, maar niet zo doelgericht voor het slapen gaan. Gewoon voor de lol.

Ik was vrij jong (23) toen ik moeder werd en ondanks mijn pedagogische achtergrond had ik me toen niet zo verdiept in verschillende visies en welke ik zelf toe zou willen passen. Ik was net als mijn studenten. 😉 Mijn oudste dochter was ook vreselijk makkelijk als baby, ik kon van alles met haar doen. Weinig rust, reinheid en regelmaat voor haar dus (nee grapje hoor, we wasten haar weleens).

Maar mijn jongste gooide wel al vroeg de kont tegen de krib. En daardoor ben ik wat verder gaan kijken wat zou kunnen werken bij haar. Zij sliep bijvoorbeeld in een bakerzak. Niet echt ingebakerd, vanwege haar heupdysplasie. Maar de bakerzak hielp haar al om zichzelf niet wakker te wapperen met haar armen.

Ze was ook negen maanden lang een felle flesweigeraar. En dan kon ze het krijgen ook: toen ze ging eten, boden we het haar aan volgens de Rapleymethode, doe het dan maar lekker zelf!

Die Rapleymethode gaat ervan uit dat als een kind de fijne motoriek beheerst om iets van een bord te pakken, de mondmotoriek dit ook aankan. Je biedt een baby vanaf zes maanden dan eten aan in grove stukken, dus niet gepureerd. De baby kan dan zelf keuzes maken, leek mij wel handig met die eigenwijze dame van mij.

Inmiddels zijn ze allebei opgegroeid tot twee geweldige tienermeiden die allebei prima eten, slapen, enzovoort. Wat dat betreft heb ik geen bewijs of het wel of niet beter is om een gerichte methode of visie te gebruiken of alleen maar op je moederinstinct te vertrouwen. Als ze maar genoeg liefde krijgen, dat ik het belangrijkste!

En waar sta jij in deze discussie? Sta jij open voor andere visies als het gaat om opvoeden van kinderen?

kwaliteitenAls zowel het huiswerk van mijn revalidatiearts als dat van een onderzoek waar ik aan meedoe over vrijwel hetzelfde gaan, kan ik er net zo goed een artikel aan wijden! Dus hier komen ze dan, mijn sterkte en zwakke punten.

Sterkte karaktereigenschappen

Bij dat onderzoek waar ik aan meedoe, krijg ik vragenlijsten en opdrachten. Eén van die opdrachten was het invullen van een vragenlijst over je sterke karaktereigenschappen van VIA, Institute on Character. Hier moet je wel even een account aanmaken, maar het is verder wel gratis. Voordeel is dat je ook de taal kunt instellen. Als je bij 120 stellingen moet aangeven wat wel of niet bij je past, is dat wel net iets makkelijker in het Nederlands.

Je krijgt dan 24 karaktereigenschappen in een bepaalde volgorde. Bovenaan degene die het beste bij jou passen en onderaan die het minst bij je passen. Bij mij staan ze in deze volgorde:

  1. Eerlijk, oprecht en authentiek
  2. IJverig en een echte doorzetter
  3. Creatief, origineel en vindingrijk
  4. Moed en onverschrokkenheid
  5. Kritisch denker, objectief oordeel en onpartijdig
  6. Vermogen lief te hebben en zich te laten liefhebben
  7. Nieuwsgierig en belangstelling voor de wereld
  8. Eerlijk en rechtvaardig
  9. Levenswijs en een goed inzicht
  10. Hoopvol en optimistisch
  11. Teamwerker en loyaal aan de groep
  12. Vergevingsgezind en barmhartig
  13. Dankbaar
  14. Vriendelijk en gul
  15. Leergierig
  16. Leiderschap
  17. Sociale intelligentie
  18. Vrolijk en humoristisch
  19. Enthousiast, energiek en levenslustig
  20. Zelfbeheersing en discipline
  21. Waarderen van schoonheid en uitblinken
  22. Voorzichtigheid, zorgvuldigheid en discretie
  23. Bescheiden en nederig
  24. Spiritualiteit, zingeving en geloof

Bij die test staan ze natuurlijk nog wat meer toegelicht, maar op zich vond ik het zo ook al duidelijk en kon ik me erin vinden.

Kwaliteiten in mijn werk

Al ben ik niet verder dan een nominatie gekomen voor leraar van het jaar, die nominatie op zich was al een mooi compliment waar een paar van mijn kwaliteiten in omschreven werden:

‘Ze is een docent met een echte persoonlijkheid. Ze weet van allerlei werkplekken voorbeelden te noemen, zodat de klas zich de praktijk kan voorstellen. Positieve relatie met de klas, duidelijke grenzen wanneer het moet. Bovendien is ze een rolmodel omdat ze laat zien hoe je ook met een beperking kunt werken, met zo veel inspiratie en kennisoverdracht.’

Van mijn collega’s had ik vorig schooljaar wat post-its met complimenten op mijn rug geplakt gekregen tijdens een studiedag. Daarin werden punten genoemd als: zorgvuldig, gestructureerd, behulpzaam, vriendelijk, duidelijk.

En eigenlijk kan ik me wel vinden in wat anderen over me zeggen. Ik werk gestructureerd en kan mijn verantwoordelijkheid nemen, heb ook geen moeite om collega’s hierin aan te sturen. Wat betreft de examinering heb ik het overzicht in wat er komt en hoe het moet gebeuren, kan hier ook duidelijk uitleg en instructies over geven. Als iets niet loopt zoals zou moeten, ga ik ervoor om het probleem op te lossen.

Op dit moment doe ik er niet veel mee, maar het ontwikkelen van onderwijs en lessen is ook iets wat ik graag (en goed) doe. Mijn kennis en werkervaring van het werkveld waar ik mijn studenten voor opleid en wat ik geleerd heb tijdens mijn masteropleiding Leren & Innoveren, kan ik daar mooi bij gebruiken.

En ja, dat bescheidenheid niet bovenaan staat bij mijn sterke karaktereigenschappen is nu wel duidelijk geworden. 😉

Zwakke punten

Voordat mensen me nu spontaan gaan uitnodigen voor sollicitatiegesprekken, ik heb toch ook nog wel een paar zwakke puntjes…

  • Lange werkdagen zijn niet haalbaar. Op dit moment werk ik vier dagen van drie uur, maar hoop dit wel weer op te kunnen bouwen naar vier keer zes uur.
  • Reizen naar mijn werk is ook wel een dingetje. Nu ik in mijn eigen woonplaats werk, ben ik met de auto in vijf minuten op mijn werk. Met de scooter in tien minuten en met de fiets in twintig minuten. Dat is goed te doen, maar een half uur met de auto vind ik toch wel de max als het gaat om mijn werk. Filerijden is ook niet te doen als ik dit dagelijks moet doen om op mijn werk te komen.
  • Doordat ik maar korte dagen kan werken, is het lastig om bijscholing te volgen.
  • En binnen mijn korte werkdag kan ik maar maximaal twee lesuur lesgeven. Of eigenlijk op dit moment zelfs dat nog niet.
  • Alhoewel ik weet wat wel of niet goed is voor mijn lijf, vind ik het lastig om binnen die grenzen te blijven. Bijvoorbeeld om echt pauze te nemen, op tijd naar huis te gaan, thuis niet meer mijn mail te openen. Als iemand met een vraag komt, of als ik iets fout zie lopen, wil ik het gewoon graag oplossen. Het dan uit handen geven, vind ik erg lastig, want ik wil graag dat het goed gebeurt.
  • De piekbelasting rondom de diplomering is daardoor echt killing. Er is dan zoveel wat geregeld moet worden en wat niet uitgesteld kan worden, hierdoor ga ik toch vaak over mijn grenzen. Dat merk ik aan mijn lijf en het herstel hiervan duurt lang.

En wat te doen met die kwaliteiten, rekening houdend met mijn zwakke punten?

Voor de zomervakantie had ik al een deadline met mezelf afgesproken. Ik ben nu voor 50% ziek gemeld en als er op 22 oktober nog geen verbetering is, meld ik me voor 100% ziek. Maar, het is nog niet zover en ik ben voorzichtig aan wat positiever.

Tot nu toe lukt het me aardig om na een kort ochtendje werken de deur achter me dicht te trekken en thuis echt mijn rust te pakken. Ik heb het ook echt nog nodig, de zomervakantie was nog niet genoeg en daarna kon ik gerust na drie uur werken weer twee uur plat liggen om ervan bij te komen. Nu lijkt dat iets beter te gaan. Alleen zodra ik ook maar iets langer heb gewerkt, of voor de klas heb gestaan, dan ben ik weer terug bij af. Opbouwen zit er dus nog even niet in.

Maar ik zie wel nog steeds mogelijkheden. Het meesjouwen van mijn rolstoel in de auto en steeds over moeten stappen van trippelstoel naar rolstoel en terug, zijn wel echt energievreters. Als ik een goede stoel zou hebben waar ik mee achter mijn bureau kan werken, me kan verplaatsen in het gebouw en mee kan lesgeven, zou me dat veel schelen. Dus daar ga ik nu maar eens actie op zetten.

En verder gewoon maar heel erg goed op mijn grenzen blijven letten. Echt. Al is het alleen al omdat mijn team niet zonder me kan, haha!

 

lesgeven onderwijsWas dat even een verrassing. Ik kreeg afgelopen maandag een berichtje van een collega: ik zou genomineerd zijn voor leraar van het jaar Rotterdam?!

Het eerste wat ik dacht was: het hele team zal wel opgegeven zijn en ze hebben mij gewoon daarin meegenomen. Maar toen ik de lijst met namen bekeek, zag ik maar één andere collega uit mijn team, verder nog wat collega’s van andere locaties.

Maar wie had me dan wel genomineerd? En waarom dan wel? Zo’n geweldige docent ben ik echt niet.

Ik was een betere docent toen ik nog fatsoenlijk kon lopen

Eigenlijk vond ik zelf al dat ik niet zoveel meer voorstelde als docent. En ik heb hier op mijn blog ook regelmatig zitten mopperen op mijn rotbaan. Mijn beste dagen als docent heb ik wel zo’n beetje gehad.

Nou klinkt dat misschien wat zwaarmoedig, maar het is ook weer niet dat ik een baggerdocent ben. Het is meer dat ik beter gepresteerd heb dan wat ik nu doe. En daarom verbaasde het me ook zo dat ik nu genomineerd ben voor leraar van het jaar.

En ja, net zo kritisch als ik soms naar mijn studenten kan zijn, ben ik dat ook naar mezelf. Ik kan gewoon niet meer zo goed lesgeven als toen ik nog wel veel kon lopen. Om een groep mbo-studenten actief te krijgen in de les, werkt het niet als je alleen maar achter je bureau blijft zitten. Dan moet je rondlopen, vragen stellen, tips geven, studenten laten zien dat je ze ziet, dichtbij ze komen. En dat gaat niet met een rolstoel tussen alle tafels, stoelen en tassen door. Ook niet met een trippelstoel trouwens.

En het is niet zo dat ik geen overwicht heb van achter mijn bureau, of dat ik geen boeiende les kan geven. Het is gewoon niet genoeg voor deze doelgroep. Of misschien meer voor mij.

Los van het lesgeven, zou ik met mijn hoofd zoveel meer willen dan ik met mijn lijf aankan. Dat schiet ook al niet op. Ik zie van alles gebeuren en denk dan: als ik nou gewoon wat meer kon werken, dan had ik het allemaal veel beter kunnen opzetten.

Waarom zou je wèl op me stemmen?

Je zou bijna niet meer op me willen stemmen voor leraar van het jaar na al dat geklaag. Maar er zijn ook genoeg redenen waarom je wèl op me zou kunnen stemmen. 50 zelfs! Sommigen moet je alleen wel met een korreltje zout nemen.

  1. Omdat je mij als docent kent of gekend hebt en me ook daadwerkelijk een goede docent vindt.
  2. Omdat mijn kinderen bij jou op het kinderdagverblijf/bso/school hebben gezeten of zitten.
  3. Omdat ik zo fijn gestructureerd werk en duidelijk kan uitleggen.
  4. Omdat je me graag nog heel lang als docent wil blijven zien.
  5. Omdat ik altijd je vragen beantwoord, zelfs als het tijd is om naar huis te gaan.
  6. Omdat je me een lekker wijf vindt.
  7. Omdat je mijn blog volgt en mijn (onderwijsgerelateerde) artikelen kan waarderen.
  8. Of alleen maar omdat je mijn blog volgt.
  9. Omdat er dan misschien eindelijk een een nieuwe juffenfoto komt bij alle artikelen over mijn werk, in plaats van die ene die al minstens zes jaar oud is.
  10. Omdat we (EDS-)lotgenootjes zijn.
  11. Omdat ik bij bijna alle theorie wel praktijkvoorbeelden uit mijn mouw kan schudden.
  12. Omdat je het zo waardeert hoe ik me inzet om maar te kunnen blijven werken.
  13. Omdat ik zulke leuke jurkjes maak.
  14. Omdat ik een stel mooie diploma’s heb: tweedegraads lesbevoegdheid in pedagogiek, master leren en innoveren.
  15. Omdat ik je ooit als stagiaire begeleid heb.
  16. Omdat ik er vergeleken met andere docenten tenminste nog iets van bak.
  17. Omdat we altijd goed contact hebben gehad over mijn studenten die bij jou stage liepen.
  18. Omdat we samen een opleiding hebben gevolgd en je daardoor weet wat ik als docent in huis heb.
  19. Omdat we familie zijn.
  20. Omdat ik voor de kwaliteit van het onderwijs ga.
  21. Omdat ik het belangrijk vind om goede beroepskrachten op te leiden.
  22. Omdat we in dezelfde stad/wijk/straat wonen.
  23. Omdat onze kinderen bij elkaar op school zitten.
  24. Omdat ik zo goed kan puinruimen.
  25. Omdat ik zo knap ben dat ik gewoon nog werk terwijl ik in een rolstoel zit.
  26. Omdat ik alles weet over de examinering.
  27. Omdat ik een voorbeeld ben waarom mensen met een beperking nooit onder het minimumloon betaald zouden moeten worden.
  28. Omdat ik mijn bek opentrek als de rest maar aan het ja-knikken is.
  29. Omdat mijn examenhok zo netjes op orde is.
  30. Omdat je mijn zus kent.
  31. Of mijn broer.
  32. Of mijn andere zus.
  33. Of mijn andere broer.
  34. Of mijn ouders.
  35. Omdat je graag gebruik maakt van mijn kritische blik.
  36. Omdat je het mij gewoon gunt.
  37. Omdat je nog steeds gebruik maakt van de lessen die ik ooit bedacht heb.
  38. Of alleen mijn Prezi’s inpikt.
  39. Omdat je altijd bij mij terecht kunt als je tips of uitleg nodig hebt.
  40. Omdat je niemand anders kende van de genomineerden.
  41. Omdat ik je heb geïnspireerd om in de gehandicaptenzorg/onderwijs/kinderopvang te gaan werken.
  42. Omdat ik je kwaliteiten zag op het moment dat niemand in je geloofde.
  43. Omdat je volledig kunt vertrouwen op mijn kennis.
  44. Omdat ik nog een cadeautje van je tegoed heb.
  45. Omdat je mijn feedback ervoor zorgde dat je bij de herkansing wèl een mooi cijfer kreeg.
  46. Omdat ik ook op jou zou stemmen.
  47. Of al op jou gestemd heb.
  48. Omdat je ooit een boek van me geleend hebt en nog steeds niet teruggegeven hebt.
  49. Omdat je me een schop onder mijn kont wil geven/ wil motiveren om het vol te blijven houden.
  50. Omdat je bij mij altijd wel voor een herkansing in aanmerking komt.

Overtuigd? Zo stem je op mij:

  • Ga naar Leraar van het jaar Rotterdam
  • Zoek op naam Jacqueline van Kuilenburg of zoek me in de categorie Leraar MBO
  • Vul je naam en mailadres in
  • Bevestig je stem middels het mailtje wat je gestuurd krijgt (kan bij overige of ongewenste mail terechtgekomen zijn)
  • Deel vooral dit artikel of de link naar leraar van het jaar om nog meer stemmen bij elkaar te sprokkelen!
  • Laat hieronder bij de reacties weten waarom je op mij gestemd hebt.
  • Heb je alleen de eerste vier puntjes uitgevoerd, dan krijg je nog steeds een voldoende van mij hoor! 😉

 

agenda schoolagenda

Het nieuwe schooljaar is ook hier al begonnen, maar het voelt nog niet zo. Het is gewoon nog niet helemaal goed opgestart, er mist iets… Een agenda! Hier in huis heeft gewoon nog niemand een schoolagenda aangeschaft.

Schoolagenda = overbodig

Vroeger kon ik altijd wel genieten van zo’n dagje shoppen voor schoolspullen met mijn moeder. Nieuwe pennen, etui, schriften, kaftpapier en een hippe agenda. En zeker die agenda, want daarmee liet je aan je klasgenoten zien of je een beetje op de hoogte van de trends was. Dus die moest zorgvuldig gekozen worden.

Maar helaas is dat een traditie die ik niet meer met mijn dochter in ere houd. Tegenwoordig heb je van die rekbare stoffen kaften, die gaan wel een paar schooljaren mee. En voor die paar boeken die wel gekaft moeten worden, gaat ze zelf even heen en weer naar de Action. Meteen wat schriften en pennen mee en klaar. Want een schoolagenda, die is toch helemaal niet meer nodig?

Al het huiswerk wordt tegenwoordig digitaal door leerkrachten bijgehouden, dus een agenda is blijkbaar niet meer nodig in het voortgezet onderwijs. Een beetje jammer vind ik dat wel.

Zelf ook nog geen nieuwe agenda…

Normaal houd ik dus wel van die tradities in stand houden. Nieuw schooljaar, nieuwe agenda. Het oude schooljaar met bijbehorende klassen en lessen kan de kast in en met de nieuwe agenda kan weer met een schone lei begonnen worden.

Maar… er komen geen nieuwe klassen meer die ik nu ga begeleiden of les ga geven. En stiekem wil ik dus gewoon nog even blijven vasthouden aan vorig schooljaar. Want dit schooljaar heeft maar een rare start zo zonder eigen klas.

En wat die agenda betreft kan dat ook gewoon, want ik heb er één van Moleskine en die gaat gewoon anderhalf jaar mee. Een hele toffe van Alice in Wonderland ook nog eens. Dus ik stel die frisse, nieuwe start gewoon nog even uit tot ik echt een nieuwe agenda nodig heb.

En gewoon omdat het leuk is: toch even gluren naar agenda’s

  • Zelf ben ik jarenlang voor dezelfde agenda gegaan: één met een spiraal waar je zelf kaartjes of foto’s in kon doen. Kon ik leuk foto’s van de kinderen in doen enzo. Deze agenda’s heb je nog steeds, bijvoorbeeld met leuke tekstkaartjes erin.
  • Een gezinsplanner hebben we hier ook in de woonkamer hangen. Als de kinderen dan toch geen schoolagenda meer nodig hebben, dan hebben we hier tenminste iets van overzicht van wie wanneer waarheen moet. Je hebt ze met plaatjes of waar je foto’s van de gezinsleden in kunt schuiven, maar ik kwam nu een stoere zwarte tegen. Hier zitten ook gekleurde en witte stiften bij, zodat de tekst op de zwarte ondergrond goed leesbaar is.
  • Moleskine is nu de laatste twee jaar mijn favoriet. Vooral omdat de indeling zo praktisch is: links de dagen van de week, rechts ruimte voor je to-do-lijstje. Je hebt ze in effen varianten, maar ik vind ze met een print erop net iets leuker. Zoals die van Harry Potter.
  • Als je net als ik bullet journals wel leuk, maar teveel werk vindt, is de agenda van Zoedt wel een leuke. De basics die je nodig hebt van een agenda zitten erin, maar er is genoeg ruimte voor je eigen creativiteit.
  • En weet je nog dat je vroeger altijd leuke teksten in elkaars schoolagenda schreef? Met een Loesje agenda heb je bij elke week een zo’n tekst. Of als je van net wat andere teksten houdt, er is er ook zo één van Rumag.
  • Mooie plaatjes hou ik ook wel van. Ik ben dan ook erg benieuwd of er in de Outlander agenda bij elke week een foto uit de serie zit. Heel erg veel schrijfruimte heeft deze agenda niet, het is er dus echt één voor de dromers. 😉
  • Als je voor elke dag (en dus ook de zaterdag en zondag) evenveel schrijfruimte nodig hebt, zijn de agenda’s van Peter Pauper erg geschikt. En nog steeds met een mooie kaft, zoals een bloesem.
  • De laatste in het rijtje is een organizer. Handig voor als je je agenda net zo vaak bij je moet hebben als je pasjes en dergelijken. Zo heb je gewoon alles bij de hand.

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

lesgeven onderwijs

Inmiddels is de zomervakantie nu dan echt begonnen. Even weer een moment om terug te kijken naar het afgelopen schooljaar en vooruit te kijken naar het volgende. Of de daarop volgende schooljaren. En er is genoeg om over te piekeren en peinzen. De eerste helft van het schooljaar dacht ik zo goed bezig te zijn, maar ik had niet kunnen voorzien dat het zo zou lopen.

Deels ziek melden in het onderwijs: het werkt gewoon niet

Het werk is nooit klaar en met de verantwoordelijkheden die erbij komen kijken, is het gewoon heel erg lastig om je grenzen aan te blijven geven. Je wil toch dezelfde kwaliteit kunnen blijven leveren. Studenten moeten er niet de dupe van zijn dat ik nu even niet mijn hele aanstelling kan werken. Maar voor mijn lijf schiet dat dus niet zoveel op.

Twee jaar geleden was ik ook al tot die ontdekking gekomen, toen ik me voor 25% had ziek gemeld. Als je eenmaal je gezicht laat zien op je werk, wordt er door collega’s en studenten op je gerekend.

Dit jaar had ik me na de meivakantie voor 50% ziek gemeld en de laatste weken voor de zomervakantie werd dit zelfs 75%. En nog had ik niet het gevoel dat mijn lijf weer aan het herstellen was. Minder uren, maar nog steeds de verantwoordelijkheden van een examenleider, leverde alleen maar meer stress op. Ik sliep slechter en mijn werkweek van twee keer drie uur voelde als een fulltime werkweek. Ik was kapot.

Tijdelijke dip of blijvende achteruitgang?

Waar ik twee jaar geleden nog het gevoel had dat mijn lijf in staat was om te herstellen, begin ik daar nu een beetje het vertrouwen in kwijt te raken.

En aan alle kanten wordt het al tegen me gezegd. Mijn ergotherapeut vroeg zich hardop af of mijn achteruitgang niet gewoon blijvend was, in plaats van een tijdelijk dipje zoals ik het noemde. De bedrijfsarts vond dat ik misschien niet zo graag moet willen werken. Dat ik me op belangrijkere dingen moet richten, zoals mijn gezin. En mijn revalidatiearts kwam met de opmerking dat ik beter op mijn hoogtepunt kan stoppen, voordat ik zover aftakel dat ze me op een vervelende manier weg gaan werken.

Ja, het klinkt ook allemaal wel heel verstandig, maar mijn gevoel wil er gewoon niet aan. Het is maar werk, maar wat zou ik zonder moeten?

Deadline 22 oktober

Goed, er moet dus wel wat veranderen wil ik het nog langer vol kunnen houden. Na de zomervakantie blijf ik waarschijnlijk eerst nog even voor 50% ziek gemeld. Mijn taak als examenleider wordt gesplitst. Deze taak wordt steeds groter en is niet meer te doen door één persoon in een team met verschillende opleidingen. Hiermee word ik dus ontlast, krijg iets minder verantwoordelijkheden. Daarnaast zijn die collega’s straks zo goed ingewerkt, dat het geen drama is als ik toch nog uitval.

Maar, ik ken mezelf inmiddels wel een beetje en mijn revalidatiearts ook, dus heb ik een deadline afgesproken. Het is nu zo vaak gebeurd dat ik één stap vooruit doe en weer twee (of drie) terug, nu moet het gewoon echt gaan verbeteren.

Die deadline heb ik gezet op 22 oktober, het begin van de herfstvakantie. Als er dan nog geen verbetering is, meld ik me voor 100% ziek. Na een werkdag van drie uur moet ik na een half uurtje rust gewoon weer fit genoeg zijn om thuis wat te kunnen doen. Ik moet gewoon zeven uur kunnen slapen in een nacht. Vijf minuten kunnen lopen zonder pijn, bij het avondeten een half uur aan tafel kunnen zitten zonder pijn. Dat is allemaal toch niet teveel gevraagd?

En terwijl ik dit zo schrijf, denk ik tegelijkertijd: Jacq, wie neem je nou in de maling? Dit zit er echt niet meer in, wat je ook verandert in je werk.

Idealen in de prullenbak

Hoewel mijn gevoel zich er heel erg tegen verzet, heb ik er in mijn achterhoofd wel rekening mee gehouden dat het werken er op een gegeven moment niet meer in zit. En op zich maak ik me niet eens zoveel zorgen om het hele proces van afkeuren en hoe we er daarna financieel voor staan. Daar heb ik al het één en ander over uitgezocht en nagevraagd en dat moet te doen zijn.

Maar wat me nog het meeste dwarszit, is dat alles wat ik zo graag wilde bereiken met mijn werk, in de prullenbak kan. Ik ben het onderwijs in gegaan om mensen op te leiden voor het werkveld waar ik vandaan kwam. Om goede beroepskrachten te leveren, die ik zelf graag als collega gehad zou willen hebben. En waar ik mijn kinderen aan zou toevertrouwen.

Vijf jaar geleden heb ik mijn master in Leren en Innoveren behaald. Met het idee dat ik naast lesgeven ook achter de schermen bezig kon zijn met het vormgeven van goed onderwijs. De afgelopen veertien jaar heb ik zo ontzettend veel verschillende lessen gegeven aan de opleidingen Pedagogisch Werk, Onderwijsassistent en Maatschappelijke Zorg. Lessen waar ik toch best trots op ben.

Kan allemaal de prullenbak in. Al die kennis en ervaring doen er toch niet meer toe.

En ik merkte het al bij de laatste diplomering. Ik was er niet bij en ik werd niet gemist. Van de studenten die afstudeerden, was er maar één klas die nog les van mij heeft gehad en dat worden er steeds minder. Niemand die nog zegt: ‘Mevrouw, ik heb zoveel van u geleerd.’ Of: ‘U heeft me gemotiveerd om voor dit vak te gaan.’ De studenten kennen me alleen nog maar als die examenleider die komt zeuren als formulieren niet in orde zijn.

Nu al mis ik het lesgeven, het contact met studenten, het aanzetten tot leren, het ontwikkelen en creëren. Wat als daar straks helemaal niks van overblijft? Wat blijft er dan van mij nog over?

 

stage activiteitencentrumGisteren hadden we een studiedag. Niet alleen ons team, maar nog meer teams in onze branche, in totaal zo’n 150 mensen. En dit keer was het geen gewone studiedag. Iedereen kreeg als verrassing een brief met een adres waar ze die dag stage zouden gaan lopen. Ik mocht een dagje meedraaien op een activiteitencentrum, anderen gingen de kinderopvang in of naar een basisschool.

De bedoeling hiervan was dat we als docenten en onderwijsondersteunend personeel in het werkveld input zouden ophalen om het onderwijs uiteindelijk nog beter te kunnen maken.

Mijn stageplek: activiteitencentrum Kogge

Toen ik mijn brief met adres kreeg, herkende ik de naam van de stichting wel. Ik dacht dat deze stichting vooral gericht was op het ondersteunen van mensen met een verstandelijke beperking, maar dat gaat dus nog veel breder. Het activiteitencentrum waar ik een dagje mee mocht draaien, is gericht op mensen met NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel). Dat is voor mij een doelgroep waar ik geen ervaring mee heb, dus ik was erg benieuwd.

De locatie zelf bestaat nog maar een paar jaar en dat was te zien. Alles zag er mooi, nieuw en lekker ruim uit. Vooral de sportzaal en computerruimte maakten indruk. Die had ik echt niet in de tijd dat ik in de dagbesteding werkte.

Ik vond het niet heel erg gepast om de cliënten te bevragen wat er precies ‘mis’ met ze was en waarom ze daar kwamen. Maar de indruk die ik van de groep kreeg, is dat het een erg diverse groep is. Onder andere met beperkingen op fysiek of visueel vlak of geheugen. Soms valt dat in eerste instantie niet eens zo op. Maar na een rondje met een bal overgooien en namen benoemen, zie je dan dat het onthouden van namen niet iedereen zo makkelijk afgaat. Mij ging het gooien overigens niet zo goed af, haha!

Verder viel me op dat het dagprogramma een stuk minder strak gestructureerd verliep dan wat ik gewend was vanuit de dagbesteding voor verstandelijk gehandicapten. De ene activiteit liep als vanzelf over in de anderen en cliënten gingen hierin hun eigen weg. Niet dat er geen structuur was, die was er zeker wel. Cliënten wisten wat er zou komen en wat er van ze verwacht werd. Maar dus geen picto’s of liedjes waar juf Ank jaloers op zou zijn.

Lesstof op de werkvloer

Hierbij moet ik wel zeggen dat ik op dit moment geen les geef aan de opleidingen binnen Maatschappelijke Zorg. Maar met de examens zie ik wel het één en ander voorbij komen aan wat studenten moeten kunnen en kennen voordat ze als (persoonlijk) begeleider aan de slag kunnen.

Het opstellen, uitvoeren en evalueren van een ondersteuningsplan is iets wat in de opleiding aan bod komt en waar ze op dit activiteitencentrum ook mee werken. Bij deze doelgroep is het zeker zinvol om doelgericht aan het werk te gaan op deze manier. En dat kan dan variëren van weer leren omgaan met een computer tot het onderhouden van sociale contacten.

Alles rondom het samenwerken en overleggen komt in de hele opleiding naar voren. En op de werkvloer zie je ook dat ze continu aan het afstemmen zijn. Wie welke activiteit aanbiedt, wie welke cliënt ondersteunt in ADL, overleggen met andere instanties, enzovoort.

Vanuit hun visie streven ze naar een eigen regie van cliënten. Daarbij kom je dan wel (ethische) dilemma’s tegen wanneer je als begeleider wel of niet ingrijpt. Laat je ze hun ideeën vanuit de cliëntenraad helemaal zelf uitvoeren, of blijf je dit toch nog een beetje aansturen? Dit soort dilemma’s hoor ik ook van mijn studenten terug.

Nieuwe ontwikkelingen, nieuwe input voor lesstof?

De gemeente bepaalt tegenwoordig de indicaties voor dagbesteding, wie recht heeft op hoeveel dagdelen en waar. Daardoor komt er bij activiteitencentrum Kogge ook steeds meer een mix van doelgroepen. Psychische problematiek komt bijvoorbeeld nu meer naar voren. Die mix vraagt om aanpassingen in de begeleiding.

Daarnaast is het coördineren van vrijwilligers en stagiaires een groot onderdeel van de taak van een persoonlijk begeleider, net als andere neventaken. Er komt veel meer bij kijken dan alleen maar op de groep staan.

Zo is ook het contact met mantelzorgers veranderd in de loop van de jaren. Het is dan een zoektocht hoe begeleiders hiermee omgaan en wat hun rol hierin is.

En met het vooropstellen van de eigen regie van cliënten, betekent dat praktisch bijvoorbeeld dat zij de rapportages ook mogen lezen. Een begeleider moet dan dus niet alleen rapporten op kunnen stellen voor andere instanties en deskundigen, maar dit ook begrijpelijk over kunnen brengen naar cliënten.

Alles bij elkaar vind ik het nogal wat voor onze mbo-studenten die in de toekomst hier aan de slag zouden kunnen. Maar ook in hun stage wordt er al veel van ze verwacht. Zeker wanneer ik het vergelijk met de verantwoordelijkheden van een pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf of een onderwijsassistent op de basisschool, zie ik een groot verschil hierin.

Wanneer heb jij voor het laatst stage gelopen? En waarin kan de opleiding nog meer leren van de praktijk?