Berichten

wijn rolstoel

Nee, ik ben echt niet meer zo’n enorme zuipschuit. En dat heeft vast meer met mijn leeftijd te maken dan met die rolstoel waar ik in zit. Maar zo nu en dan vallen me toch weer wat dingetjes op die anders gaan als je in een rolstoel zit.

En ik vroeg me pas af waarom mensen zeggen dat het knap is als je eenmaal in een rolstoel beland bent en je gewoon nog uit durft te gaan. Maar eigenlijk is dat ook ontzettend knap. Want je hebt er wel een paar extra skills voor nodig. En als je die niet beheerst, tja, dan kun je maar beter thuis achter de geraniums gaan zitten.

Ok, dat laatste was sarcastisch bedoeld, maar ik hoop dat je dat wel begrepen had.

1. Wijn halen bij de bar? Nee, dank je!

Ik ben echt de beroerdste niet hoor, geef heus weleens een rondje. Maar om aan een bar te gaan staan – waar je net met je kin bovenuit komt –  en dan om aandacht te vragen, dat schiet niet zo op. En als je dan al een paar wijntjes hebt besteld, hoe ga je die meenemen dan?? Je bent de helft kwijt voor je weer bij je gezelschap bent.

Dus ik ben gewoon vreselijk ongeëmancipeerd en laat mijn wijntjes door een ander halen. Dan geef ik mijn portemonnee wel even aan een vriendin mee. Of ik laat me trakteren, ook daarin ben ik de beroerdste niet.

2. Wijn aangepast op locatie of kleding

Rode wijn is mijn favoriet. Maar die drink ik dus vooral als ik thuis ben, of in een restaurant of café aan een tafel kan zitten. Bij drukke uitgaansgelegenheden of festivals ga ik eerder voor een rosé.

De reden daarvan is simpel: in je rolstoel krijg je eerder je drinken over je heen dan wanneer je staat. Bekijk het maar eens van bovenaf: zittend neem je meer ruimte in dan staand en je zit lager. Met je glas ook nog eens boven je schoot. En mensen stoten eerder tegen je aan (het is echt niet zo dat ik zelf nu zo lomp ben hoor 😉 ).

Om diezelfde reden draag ik geen lichte kleding als ik uitga. Nu ben ik sowieso wel van de jurkjes met drukke printjes, maar die zijn nog praktisch ook.

3. Ik kom er zo aan, als mijn wijntje op is…

Je merkt pas hoe vaak je je verplaatst met drinken in je hand, als dat drinken over je hand heen klotst bij het verplaatsen. Leuk als je vrienden er al een paar op hebben en niet door hebben dat jij nog op dezelfde plaats staat, terwijl zij van de ene naar de andere bekende hoppen met een drankje in hun hand.

Op sommige plaatsen gaat het wel hoor. Op een vlakke vloer met niet al teveel mensen om je heen. Dat ziet er dan zo uit (maar dan met een wijntje in plaats van de koffie):

Of als het wijnglas niet meer zo vol is (en het geen rode wijn is), dan klem ik ‘m weleens tussen mijn knieën. Maar dat heeft niet zo mijn voorkeur…

4. Hoeveelheid wijn aanpassen aan toegankelijkheid wc’s

Als ik uit eten ga in een restaurant waar het toilet boven is, dan drink ik hooguit twee glaasjes. Dan red ik het wel om thuis pas weer naar het toilet te gaan.

Het liefst heb ik natuurlijk gewoon een invalidentoilet. Eentje waar ik niet bij de bar om een sleutel moet vragen (ja, die bar waar ik amper bovenuit kom) en die gewoon op slot kan. Zit wel zo relaxt.

Ook al kan ik ook mijn rolstoel voor de deur van het toilet achterlaten, een stukje lopen en zo van ieder toilet gebruik maken. Toch doe ik dat niet graag in een café waar er iets teveel mensen rondlopen die zelf niet meer zo nuchter zijn. Behalve dat ik tegenwoordig mijn rolstoel als handtas gebruik en dus al mijn waardevolle spullen mee moet nemen of achter moet laten, heb ik ook geen zin in grapjassen die er in gaan zitten of klungels die hun bier erover gooien.

Maar op zich heb ik meestal wel een vriendin bij me die zich opoffert om even op mijn rolstoel te letten. Kan ik me lekker laten gaan met die wijntjes. En met een paar wijntjes op, heb ik er gewoon schijt aan en vraag ik gerust of ik even voor mag als er een rij is. Tot nu toe altijd positieve reacties gehad, zeker als ik zeg dat ik niet lang kan staan en mijn rolstoel om de hoek staat.

5. Je voelt niet zo snel hoe je wijntjes vallen

Dit is echt raar maar waar! Als je staat of loopt, voel je die wijntjes veel eerder zitten dan wanneer je zit. En voorheen was dat ook wel een aardige indicator: als ik aan mijn benen voelde dat ik genoeg wijn op had, ging ik over op de cola.

Maar nu voel ik dat dus niet meer aan mijn benen. Ik loop ook niet te zwalken als ik teveel gedronken heb, want ik loop dan niet zoveel.

Echt een verklaring waarom ik het dan minder voel, heb ik ook niet echt. Het is niet alleen dat ik het niet aan mijn benen voel, maar ook in mijn hoofd voel ik me nog best scherp. Maar als ik eenmaal thuis ben en even wat heen en weer gelopen heb, of juist ga liggen, dan begint alles toch ineens te draaien… Had ik dan toch iets eerder dat laatste wijntje moeten nemen. Op zich wel weer een reden om die paar stappen naar de wc te lopen, kan ik meteen even checken hoe de wijntjes vallen.

Uiteraard ben ik erg benieuwd naar ervaringen van andere wijn (of bier, of wat dan ook) drinkende rolstoelgebruikers!

En voor de niet-rolstoelgebruikers: ik vind het dus helemaal niet erg als je voor mij een wijntje haalt of ‘m even voor me vasthoudt. 😉

Vorig jaar heb ik me verdiept in het verbeteren van het verantwoordelijkheidsgevoel en zelfregulering bij studenten, zodat de examinering efficiënter zou verlopen. Hoewel het steeds beter gaat, blijven er struikelblokken die ik nog meer aan zou willen pakken.

Dit jaar wilde ik hierop doorgaan en een methode gebruiken waar ik tijdens mijn masteropleiding Leren & Innoveren al mee had kennisgemaakt: systeemdenken. Nu dan iets meer gericht op ons als team, in plaats van de studenten.

Wat is systeemdenken?

Er zullen vast meerdere beschrijvingen en methodes zijn, maar ik ben ermee aan de slag gegaan zoals het beschreven is in het boek ‘Systeemdenken, van goed bedoeld naar goed gedaan’ van Schaveling, Bryan en Goodman. Peter Sneijders heeft hier ook een informatief artikel over geschreven.


In dat boek wordt systeemdenken omschreven als een methode om zicht te krijgen op de complexiteit in organisaties. Zo’n organisatie bestaat uit patronen, waar je je misschien niet heel bewust van bent, maar waar je behoorlijk vast in kunt zitten.

Door systeemdenken toe te passen, worden die patronen zichtbaar en kun je loskomen van de standaard oplossing die niet meer werkt en dieper naar de oorzaak en gevolgen kijken. Om uiteindelijk dan ook die oorzaak goed aan te kunnen pakken en uit het vastgeroeste patroon te kunnen stappen. Hiervoor is een stappenplan beschreven van zeven stappen om systeemdenken toe te passen.

In dit artikel wil ik jullie meenemen in de stappen die ik tot nu toe uitgewerkt heb. Wel ietsje ingekort, om het wat leesbaarder te houden. En met de opmerking dat ik geen expert ben op het gebied van systeemdenken, dus mijn uitwerking zal vast hier en daar voor verbetering vatbaar zijn.

Stap 1: Beschrijf de incidenten of gebeurtenissen

Er is soms onduidelijkheid bij de studenten over de verwachtingen wat betreft de inhoud van de examens en de wijze waarop formulieren ingevuld dienen te worden. Ze ervaren daarnaast de uitleg van examens door docenten of slb’ers (studieloopbaanbegeleiders) als verschillend, wat tot vragen leidt.

Al die onduidelijkheid leidt ertoe dat examens onnodig op de verkeerde manier ingeleverd worden en dat levert de slb’ers en examenleider extra werk op.

Stap 2: Beschrijf het verloop van de incidenten in de tijd in grafieken

grafiek systeemdenkenOp het moment dat slb’ers en examenleider bij individuele vragen of problemen het uit handen nemen bij de student, is het voor studenten nog niet altijd duidelijk wat nu de juiste aanpak is volgens de procedures. Hoe vaker een quick fix wordt toegepast, hoe meer studenten ervan uitgaan dat het wel voor hen opgelost wordt en hoe vaker die quick fix nodig is. Het zelfoplossend vermogen van studenten gaat naar beneden, omdat het al voor hun opgelost wordt.

De vragen of onduidelijkheden van studenten gaan hierbij vaak om:

  • wat precies inhoudelijk de eisen bij een examen zijn
  • welke formulieren toegevoegd moeten worden en hoe deze ingevuld moeten worden

Stap 3: Formuleer de scope en richtinggevende vraag

De scope is hierbij beperkt tot het eigen team, omdat hier de meeste invloed op uitgeoefend kan worden.

De richtinggevende vraag hierbij is:

Waarom blijken de procedures rondom examinering onduidelijk te zijn voor studenten, ondanks vele uitleg en instructie door docenten, slb’ers en examenleider, terwijl duidelijkheid rondom deze procedures van belang is voor studenten om te kunnen slagen?

Stap 4: Identificeer de patronen die mogelijk ten grondslag liggen aan de incidenten

De patronen die hierbij mogelijk ten grondslag liggen, zijn te herkennen in het archetype symptoombestrijding (shifting the burden). Bij dit archetype wordt een probleemsymptoom verholpen, zonder dat het onderliggende probleem wordt aangepakt. Het symptoom blijft aanhouden en vergt steeds meer bestrijding om het onder controle te houden. Door het beslag dat symptoombestrijding legt, wordt de diepere oorzaak niet aangepakt. Het systeem raakt verslaafd aan symptoombestrijding.

loops systeemdenken

De bovenste loop laat de quick fix zien, welke op korte termijn het probleem oplost. Door individueel een student uitleg te geven of te helpen, wordt de vraag weggenomen bij die ene student.  

De onderste loop corrigeert de diepere oorzaak. Wanneer de procedures correct en eenduidig zijn uitgelegd aan alle studenten, neemt dit vragen en onduidelijkheden weg. Hierbij zit er een vertraging in het systeem, doordat studenten bijvoorbeeld niet allemaal aanwezig zijn op het moment dat er een uitleg is.  

De quick fix heeft een versterkende looprelatie met de diepere oorzaak. Hoe meer er individueel bijgesprongen wordt wanneer studenten ergens tegenaan lopen, hoe meer verschillen er in de aanpak van docenten zitten. Dit hindert de eenduidige uitleg/aanpak. 

Het verhelpen van individuele vragen wordt zo dominant, dat het er niet van komt om te werken aan de structurele oplossing, omdat die een tijdsvertraging heeft.

Stap 5: Ga op zoek naar drijvende krachten 

 Dominante mentale modellen in deze situatie kunnen zijn: 

  • Laat de student het dan maar even op deze manier inleveren, ik maak het verder wel in orde, zodat het op tijd ingeleverd is. 
  • Liever ingeleverd en onvoldoende, dan helemaal niets ingeleverd. Dan maar de feedback bij de beoordeling afwachten om weer te kunnen verbeteren. 
  • Als het nu niet meegenomen wordt in de beoordeling, hebben we er straks bij de herkansing nog meer werk aan.

Reflectievragen om de drijvende krachten in beeld te krijgen, zijn: 

  • Persoonlijk meesterschap: Hoe heb ik als examenleider bijgedragen aan het uit handen nemen van het probleem van de studenten, wanneer deze niet volgens de examenprocedure weten te handelen? 
  • Teamleren/groepsdynamiek: Welk belang hebben slb’ers en docenten bij het op hun eigen manier uitleggen/handhaven van procedures rondom examinering? 
  • Systeemscope: Komt dit probleem ook bij andere teams voor? Hoe gaan andere teams hiermee om? Wat voor gevolgen heeft de huidige aanpak voor de branche? 
  • Mentale modellen: Waarom kiezen we steeds voor de snelle oplossing door op individuele problemen/vragen in te gaan, waardoor het complete plaatje alleen maar onduidelijker wordt voor studenten? 
  • Gedeelde visie: Hoe dragen we met elkaar bij aan een duidelijk en overzichtelijk geheel van procedures? 

Wordt vervolgd….

Stap 6: Plan een interventie

Stap 7: Review de resultaten en het proces

In stap 1 heb ik input gehad van studenten en collega’s. Bij stap 5 heb ik dit ook nog nodig, om weer verder te kunnen met stap 6. Hier ben ik dus gebleven met het uitwerken van de stappen.

Ik hoop binnenkort stap 5 verder in te kunnen vullen en stap 6 vorm te geven. Aan het eind van het schooljaar komt stap 7 pas aan bod, dus het zal nog wel even duren voor ik hier wat over te vertellen heb.

Ben jij bekend met systeemdenken?

Wat denk jij dat er hierbij als interventie ingezet kan worden om het probleem op te lossen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

rolstoeldrager rolstoel scooter

Alles gewoon lekker zelf doen, ik hou er wel van. Maar het dan ook goed voor elkaar hebben voor jezelf, is toch weer een ander verhaal.

Afgelopen week las ik toevallig vlak achter elkaar een stuk uit het boek Understanding hEDS and HSD over self-management en een artikel uit het VED magazine over self-care. En ik dacht: daar kan ik wel wat mee. Of, sterker nog: daar móet ik wat mee.

Wat is self-care dan eigenlijk?

Sommige Engelse termen zijn lastig naar één Nederlands woord te vertalen. Self-care is niet hetzelfde als zelfzorg. Bij zelfzorg gaat het erom dat je jezelf kunt wassen, aankleden, kunt eten en dat soort dingen. Self-care gaat meer om je welzijn, zoals ik het begrepen heb.

Ik zou het eerder vertalen naar zorgzaam of lief zijn voor jezelf. Niet altijd maar anderen op de eerste plaats zetten, maar ook eens jezelf wat aandacht schenken. Aandacht voor je binnenkant en de buitenkant, op alle vlakken eigenlijk.

Heb jij enig idee of jij goed voor jezelf zorgt? Het Headington Institute heeft een test waarmee je kunt zien hoe hoog je scoort als het gaat om self-care. Wel in het Engels en je moet ook nog zelf de punten optellen. Pffff….

Self-care challenge

Nu stond er dus in dat VED-magazine al één, maar voor wie geen lid is, heeft Pluseenbeetje ook een hele leuke self-care challenge!

Ik had me maanden geleden al voorgenomen eraan mee te doen en onbewust heb ik al het één en ander gedaan. Zoals:

  • Een kaartje sturen naar een vriendin: Gek genoeg voelt dat heel anders dan gewoon een whatsappje sturen. De moeite die je erin stopt om voor die persoon en die situatie een geschikt kaartje te vinden… hopelijk is dat ook overgekomen.
  • In jezelf investeren: Een privé-fusion-buikdansles mèt rolstoel staat (bijna) op de planning!
  • Uit je comfortzone stappen en iets nieuws doen: Ik bewonder mensen die van alles opgeven en voor hun dromen gaan. Dat is niet iets wat ik zelf zo snel zou durven, maar vind het wel leuk om ze daarin te steunen. Dus ga ik binnenkort langs bij Darkashter voor een fotoshoot, ook heel erg buiten mijn comfortzone trouwens…
  • Opruimen en weggooien: Twee vuilniszakken uit mijn kledingkast. Weg met die versleten zooi en kleding die ik toch nooit meer ga passen.
  • Een spa at home night: Ik heb er alles voor in huis: infraroodsauna, ligbad, lekkere badspulletjes en crèmetjes… En zo heel af en toe neem ik er ook de tijd voor om er gebruik van te maken.

En wat is self-management?

Bij self-management gaat het erom dat je de vaardigheden in huis hebt om zelf op de juiste manier om te gaan met je aandoening of beperking. Dat je zelf de informatie kunt vinden die je nodig hebt, keuzes kunt maken in wat goed voor je is, je gedrag kunt veranderen, samen kunt werken met zorgverleners en steun kunt vinden bij anderen.

Het gaat er dus niet zozeer om dat je het allemaal alleen doet, maar wel dat jij zelf degene bent die het aanstuurt.

Ik vond dit filmpje wel verhelderend en veel ervan komt ook overeen met wat ik gelezen heb in ‘Understanding hEDS and HSD’. In het Nederlands is er ook wel genoeg over te vinden, bijvoorbeeld op het Kennisplein Chronische Zorg. Veel is dan geschreven gericht op de zorgverleners en het ligt er wel dik bovenop dat het gericht is op het besparen van zorgkosten. Aan de andere kant past het bij de mondigheid van de mensen in deze tijd en sluit het ook weer aan bij die 21e eeuwse vaardigheden.

Self-management tips

Alhoewel dit vooral gericht is op mensen met chronische aandoeningen of beperkingen, denk ik dat iedereen wel een beetje self-management kan gebruiken. Bijvoorbeeld:

  • Ga op zoek naar juiste informatie (over je aandoening): Vertrouw niet zomaar elke website of ‘de nicht van de buurvrouw die ook zoiets heeft gehad’. Je huisarts is vaak een goed startpunt en daarnaast zijn er veel patiëntenverenigingen die informatie over ziektes en aandoeningen online hebben staan.
  • Praat met je partner/vrienden over veranderende relaties en wat het met je doet: Ja, dat doe ik ook altijd. Niet dus. Maar het zal vast wat ongemakkelijke en onzekere momenten weg kunnen nemen.
  • Kijk welke trucjes/hacks/oefeningen bij jou werken om het dagelijks leven aangenamer te maken: Ik heb zo bijvoorbeeld mijn maniertjes om brood te smeren, boodschappen te doen of mijn rolstoel mee te nemen. Het ziet er soms belachelijk uit, maar voor mij werkt het.
  • Hou een dagboek bij om inzicht te krijgen in wat bij jou je pijn en vermoeidheid veroorzaakt: Ok, hier ben ik ook al niet zo goed in. Gelukkig heb je daar ook apps voor!
  • Wissel inspanning af met ontspanning: Daar is die salami-techniek weer…
  • Zoek steun bij lotgenoten: Lang leve social media. Je hoeft er niet eens je bed voor uit.

Het is inmiddels 22.15 uur en ik kan hier nog wel uren over praten. Maar nog beter is het om het ook uit te voeren. Dus die laptop kan uit en jullie komen er verder vast zelf wel uit.

Scroll bijvoorbeeld even naar beneden naar alle tags die hier op mijn blog te vinden zijn. Daarin is genoeg te herkennen als het gaat om self-care en self-management, van afvallen tot zelfredzaamheid. En vergeet vooral die salamitechniek niet! 😉

Zorg goed voor jezelf!

examens mentimeter

In het onderwijs is scholing een belangrijk onderdeel van je takenpakket. Voor de bijscholing dit schooljaar mochten we voor een deel zelf bedenken wat we wilden leren en hoe.

Om meteen wat dieper in mijn taak als examenleider te duiken, koos ik ervoor om het verantwoordelijkheidsgevoel en de zelfregulering van studenten te verbeteren, zodat de examinering efficiënter verloopt. Daarbij had ik de volgende doelen gesteld:

  • Studenten dragen zelf zorg voor het (op tijd) maken, uitvoeren en inleveren van examens.
  • De weg naar planningen, afspraken en cijfers weten studenten zelf te vinden.
  • Studenten weten wat er van ze verwacht wordt met betrekking tot examinering.

Wat zeggen de boeken over motivatie, zelfregulering en leerbereidheid?

Ik koos een paar boeken uit om informatie uit te halen waar ik verder mee aan de slag kon. Want alhoewel ik het specifiek op de examens wilde richten, is het nemen van verantwoordelijkheid iets wat op meerdere vlakken bij studenten naar voren komt. En waar dus al meerdere keren over geschreven is.

Wat hebben studenten nu nodig om die bovenstaande doelen te bereiken? En hoe krijg je ze zover dat ze het ook nog willen? In het kort kwam ik de volgende punten tegen:

  • Flipped classroom
  • Belang van oefenen benadrukken
  • Leer studenten hoe te leren
  • Uitleggen waarom
  • Voorkennis navragen
  • Structureren in kleine delen
  • Regelmatig herhalen en samenvatten
  • Saamhorigheid en samenwerking
  • Duidelijkheid en aard vooropgestelde doelen
  • Gepaste mate van keuzevrijheid
  • Eigen interesses en doelstellingen nastreven
  • Praktische taken: verdiepen in delen van de leerinhoud en discussiëren
  • Feedback: informerend in plaats van controlerend
  • Eigen planning maken, zelf leren nemen van beslissingen
  • Kritisch reflecteren op leerproces
  • Rolmodellen observeren: duidelijk omlijnde tussenstappen
  • Differentiatie en uitdagingen op maat
  • Onderscheid regels en afspraken
  • Autonomieondersteunend gedrag en structuur zijn meest effectief voor motivatie
  • Pygmalion-effect

En dit werd het plan:

Om allereerst te kunnen zien wat studenten al wel of niet wisten over de examinering, had ik een Kahootquiz samengesteld met vragen hierover. Dat had natuurlijk ook met een enquêteformulier of iets dergelijks gekund. Maar het leuke van Kahoot is dat ze meteen zien of hun antwoord goed of fout is en wie de meeste antwoorden goed heeft.

En voor het eerst heb ik instructiefilmpjes gemaakt, om als flipped classroom te gebruiken. Dat was nog wel even uitvogelen wat wel of niet werkte. De eerste versie van 20 minuten en alleen maar een ingesproken powerpoint, vond ik veel te saai. Hier was echt alles in verwerkt, voor alle vier de opleidingen. In de tweede versie had ik het opgesplitst naar een algemeen filmpje en een filmpje per opleiding. En in plaats van die ingesproken powerpoint, heb ik Prezi gebruikt en mijn hoofd in een hoekje in beeld gezet.

De Kahootquiz en filmpjes had ik aan de studieloopbaanbegeleiders (slb’ers) doorgestuurd als voorbereiding op een lesbezoek van mij als examenleider in hun klassen. De Kahoot kon dan klassikaal afgenomen worden en de filmpjes in de groepsapp gezet worden, zodat ze het in hun eigen tijd konden bekijken. Tijdens dat lesbezoek zou ik dan gedifferentieerde opdrachten aanbieden, gericht op eigen vaardigheden en reflecteren.

Wil je precies weten hoe en wat, dan kun je hier mijn lesopzet downloaden. Alhoewel waarschijnlijk niet alle linkjes werken zonder inlog.

Lesopzet examinering

Lesbezoeken over examens

Wat vanuit antwoorden in Kahoot opviel, was dat studenten vooral naar de slb’er of examenleider willen stappen met vragen, in plaats van zelf de informatie op te zoeken in bijvoorbeeld de examengids. Daarnaast waren sommige vragen fout beantwoord, omdat het om onderwerpen ging waar ze nog niet mee te maken hadden gehad, wat op zich logisch is.

Het lesbezoek begon ik steeds met een paar vragen die ze via Mentimeter konden beantwoorden, zoals: wat heb je nodig om goed je examens door te komen? Daar kwamen mooie antwoorden naar voren, studenten snappen heel goed dat ze meer nodig hebben dan alleen maar even wat theorie erin te stampen of een verslagje tikken.

Hoewel het de bedoeling was dat studenten vanuit hun eigen behoefte een opdracht zouden kiezen, liep dit toch anders. Bij sommige klassen wilden ze de instructiefilmpjes zien, omdat die nog niet gedeeld waren vooraf. En bij een andere klas nam ik de Kahoot af, waarbij ik tussendoor uitleg gaf. Bij de klas waar wel voor gedifferentieerde opdrachten gekozen werd, viel op dat studenten wisselend omgingen met het uitwerken van de opdracht. Sommigen stopten er zoveel werk in, dat ze het niet afkregen binnen de gegeven tijd. Anderen waren snel klaar en waren moeilijk te motiveren nog een opdracht te kiezen.

En hoe wordt er nu omgegaan met examens?

De slb’ers had ik gevraagd om bij verschillende examenmomenten een evaluatielijst in te vullen. Hierbij had ik de evaluatievragen gekoppeld aan de bovengenoemde doelen. De slb’ers vulden dit iets positiever in dan wat ik als examenleider tegenkom. Ik zie daarin ook wel verschil tussen hoe een student op niveau 2, 3 of 4 met examens omgaat. En daarnaast ook hoe slb’ers hierin begeleiden. Studenten op niveau 2 worden veel aangestuurd door hun slb’er. Studenten op niveau 4 zijn hierin veel zelfstandiger en herkennen zelf de structuur van de examinering.

Alhoewel ik wel verbetering zie door het op verschillende manieren herhalen van de uitleg omtrent examinering , valt er nog genoeg te winnen. Misschien niet eens alleen bij de studenten zelf, maar ook door met slb’ers concreter af te spreken hoe studenten geïnformeerd en begeleid worden bij hun examens.

Ik vond het boeiend en leuk om op deze manier met de examinering bezig te zijn. Heel wat anders dan formulieren checken en cijfers invoeren. Ik heb me kunnen verdiepen in literatuur over motivatie, leerbereidheid en 21e eeuwse vaardigheden. Flipped classroom of instructiefilmpjes maken, was iets wat ik nog niet eerder gedaan had. Ik zie er zeker met dit onderwerp de meerwaarde van in. Studenten kunnen het filmpje nog eens terugkijken als ze iets niet meer weten en de uitleg gaat niet van de lestijd af.
En door dit alles heb ik inzicht gekregen in verschillen in verantwoordelijkheid en zelfregulering en de aansluiting van slb’ers hierop.

Wat denk jij dat studenten/jongeren kunnen gebruiken om zelf die verantwoordelijkheid op zich te willen nemen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het laatste onderwerp van deze vier: Optimisme.

Verklarend gedrag

Verklarend gedrag is de manier waarop iemand geneigd is de gebeurtenissen in zijn leven uit te leggen. Uit experimenten met zowel scholieren als volwassenen kwam het volgende naar voren: Mensen met pessimistisch verklarend gedrag zijn eerder terneergeslagen, wat leidt tot minder studieresultaten. Mensen met optimistisch verklarend gedrag komen negatieve ervaringen te boven, halen betere resultaten en zijn gezonder.

 

optimistisch verklarend gedrag

Wanneer er sprake is van optimistisch of pessimistisch verklarend gedrag, is in bovenstaand schema duidelijk weergegeven. In het boek wordt het uitgebreid uitgelegd, maar ik denk dat dit schema makkelijk om te buigen is naar de praktijk.

In mijn groep studenten zie ik beide tegenpolen. En sommige studenten krijgen ook echt te maken met heel veel vervelende dingen die ze overkomen. Hoe ze dit verklaren kan soms het verschil maken tussen voortijdig schoolverlaten en juist met succes de opleiding doorlopen.

ABCDE-denkstrategie voor optimistisch verklarend gedrag

Met mijn studenten hebben we wekelijks intervisie. Een zwak punt hierbij (zowel van mij als mijn studenten) is de structuur vasthouden. Er wordt al snel afgedwaald en uiteindelijk hebben we heel veel meningen uitgewisseld, maar of het probleem daarmee opgelost is…

Een andere strategie is dus een welkome afwisseling voor deze groep. Met het vooruitzicht dat je hiermee alles optimistischer kan gaan bekijken, is het de moeite waard om deze strategie aan te leren.

Ook van deze ABCDE-denkstrategie is in het boek een uitgebreide beschrijving gegeven. Deze heb ik voor mijn studenten ingekort en wat praktischer weergegeven, door de stappen om te zetten naar vragen en in een Piktochart te zetten.

ABCDE-denkstrategie

Ben jij een optimist of een pessimist als het gaat om de vervelende dingen die je overkomen? En hoe ga jij er vervolgens mee om?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond  zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het derde onderwerp van deze vier: Positief toekomstbeeld van jezelf.

Toekomstbeeld: wat houdt het in?

Je toekomstbeeld is het beeld dat je hebt zoals jij denkt te zullen worden. Het is bepalend voor je zelfbeeld en hierbij maak je de verbinding tussen het nu en de toekomst en hoe je onderweg kunt veranderen om dat te bereiken.

Dit toekomstbeeld is gebaseerd op:

  •  je verleden en ervaringen
  • het vergelijken van eigen gedachten, gevoelens, kenmerken en gedragingen met die van andere mensen met een voorbeeldfunctie
  • wat je denkt dat anderen van je verwachten

Negatief en positief toekomstbeeld

Een balans in negatief en positief geeft je richting in wat je wel of niet wil worden. Een negatief toekomstbeeld kun je inzetten als voorbeeld van wat je wil vermijden, zoals werkloos of eenzaam zijn. En bij een positief toekomstbeeld zie je voor je wat je gewenste situatie is, zoals  een goed betaalde baan en een liefdevol gezin.

Wanneer je een positief toekomstbeeld hebt, is dit krachtige stimulans om hier zelfstandig en doelgericht naartoe te werken.

Maar wanneer de ideale en werkelijke situatie te ver uit elkaar liggen, kan dit negatieve emoties losmaken.

Hoe vorm je een positief toekomstbeeld?

In het boek worden een aantal voorbeelden van activiteiten genoemd om leerlingen te helpen bij het vormen van een positief toekomstbeeld. Sommige activiteiten zijn gericht op het vinden van rolmodellen, voorbeelden van wat je wilt worden. Andere zijn gericht op het onderzoeken van wat er nodig is om dat toekomstbeeld te verwezenlijken of wat het beroep precies inhoudt.

Aangezien mijn studenten in het laatste jaar van hun beroepsopleiding zitten, heb ik voor hen de activiteit gekozen om een tijdpad te tekenen wat leidt naar hun droombaan. Daarbij geven ze op dit tijdspad de kruispunten en hindernissen aan. Een volgende stap is dan om per hindernis of kruispunt een korte termijndoel op te stellen, om ervoor te zorgen dat het eindpunt bereikt wordt.

En hoe zit het met jouw toekomstbeeld? Heb jij een positief en realistisch toekomstbeeld of heb je nog niet helder voor ogen wat je wil bereiken?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het tweede onderwerp: weerbaarheid.

Hoe weerbaar ben je?

Als je weerbaar bent, betekent dat dat je weer opveert na een confrontatie met moeilijke omstandigheden, groeit door tegenslagen. Typerend voor weerbare mensen is dat ze hoge verwachtingen hebben en zinvolle levensdoelen. Ze kunnen afstand nemen om niet verstrikt te raken in uitzichtloos schuldgevoel.

What doesn’t kill me, makes me stronger. Dit is een veel gehoorde uitspraak die in me opkwam toen ik las over weerbaarheid. Maar wat ik vaak als houding zie bij mensen die dit roepen, is dat die vervelende ervaringen ze harder hebben gemaakt. En dat is niet helemaal wat hier met weerbaarheid bedoeld wordt. Het gaat er niet om dat je je schouders ophaalt, de situatie de rug toedraait en ervan wegloopt. Het gaat er juist om dat je er je schouders onder zet, roeit met de riemen die je hebt en kracht haalt uit het overwinnen van tegenslagen.

21e eeuwse vaardigheden marzano heflebower weerbaardheidIn het boek is een weerbaarheidstest opgenomen waarbij studenten kunnen aangeven in hoeverre ze het eens zijn met een stelling. Met mijn klas heb ik ervoor gekozen om deze stellingen op kaartjes te schrijven met drie vragen op de achterkant:

  • In hoeverre ben je het eens met de stelling?
  • Geef een voorbeeld (hoe jij hiermee omgaat).
  • Wat zou je hierbij verder willen ontwikkelen?

De kaartjes heb ik uitgedeeld en vervolgens mochten de studenten door middel van een speeddate steeds in tweetallen twee minuten lang elkaar bevragen hierover. Na een paar keer wisselen heb ik ze gevraagd een samenvattend beeld te geven over wat ze is opgevallen wat betreft de weerbaarheid van hun dates.

Hoe word je weerbaarder?

Het aanleren van basisvaardigheden voor probleemoplossend denken is een goede methode om meer weerbaar te worden. Daarnaast werkt het ook om de goede eigenschappen van weerbare personen te benadrukken.

 

In het boek werden de volgende belangrijke eigenschappen genoemd:

  • het verschil zien tussen positieve en negatieve invloeden
  • negatieve invloeden kunnen beperken
  • een duidelijk toekomstbeeld hebben
  • niet berusten in je lot, hoeveel tegenslag je ook tegenkomt
  • gerichte plannen maken en aanpassen om doelen te behalen op korte en lange termijn

Zonder dat ik ze mijn bevindingen uit het boek gedeeld had, kwamen mijn studenten hiermee:

  • geloof in eigen kunnen
  • probleemoplossend vermogen
  • positief benaderen
  • openstaan voor alternatieven

Ook een mooie aanvulling als je het hebt over eigenschappen of vaardigheden die je weerbaarder kunnen maken. En ik denk dat de uren studieloopbaanbegeleiding hier mooi op aansluiten om dit verder te ontwikkelen. Eén manier die tijdens de les ter sprake kwam, is bijvoorbeeld het uitproberen van verschillende methodes tijdens intervisie. Op die manier kunnen de studenten elkaar helpen hierin te groeien.

En hoe weerbaar ben jij? Wat wil jij hierin nog verder ontwikkelen?

 

 

 

 

 

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond (weliswaar een tikkeltje beïnvloed door sturing van mijn kant) zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

En niet helemaal toevallig kwam ik in de docentenkamer een zwerfboek tegen: Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower. Hierin staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het eerste onderwerp van deze vier: versterking van de mindset.

Een veranderbare of onveranderbare mindset

Hoe studenten denken over het wel of niet vastliggen van bijvoorbeeld intelligentie beïnvloedt hoe zij uitdagingen aangaan. Studenten die denken dat het een vast gegeven is, dat je niet slimmer kunt worden dan je nu eenmaal bent, gaan uitdagingen uit de weg en kiezen voor de makkelijke weg. Die onveranderbare mindset is wat ik veel herken in mijn studenten (mbo niveau 3), maar ook in mijn dochter van 13 jaar. Als het maar voldoende is, dan is het goed genoeg. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ik heb nog nooit een 10 gehaald en dat zal wel niet gebeuren ook.

Maar als studenten ervan overtuigd zijn dat je door hard werken en toewijding meer kan bereiken, zullen ze die uitdagingen eerder aangaan, blijven proberen en zien ze in dat je van fouten kunt leren. Met zo’n veranderbare mindset haal je het beste uit jezelf en dat is iets wat ik zowel mijn studenten en dochters graag mee wil geven.

Bewust maken van de verschillen in mindset

Zo’n onveranderbare mindset is iets wat er flink ingestampt is en lastig om te zetten naar een veranderbare mindset. Wat je kan doen om de ander hierin te helpen, is diegene bewust te maken van de verschillen. Dat kan bijvoorbeeld door:

  1. Voorbeelden te geven van mensen die iets hebben bereikt niet alleen door talent, maar juist door doorzettingsvermogen.
  2. Keuzemogelijkheden te geven in taken en achteraf vragen waarom ze die keuze hebben gemaakt.
  3. Vanuit literatuur te bekijken wat voor mindset de personages hebben.
  4. Tests te laten maken over mindsets op het gebied van intelligentie, karakter, moraal en levensbeschouwingen en deze met elkaar bespreken.

In het boek van Marzano en Heflebower staan die tests ook beschreven en dat is waar ik met mijn studenten mee begon. Ik heb een aantal vragen van die tests in een Kahoot verwerkt en deze met de klas afgenomen.

En weet je? Eigenlijk valt het best mee met die onveranderbare mindset van mijn studenten. Op sommige vlakken denken ze wel dat hard werken alleen zin heeft als het al in je zit, maar op de meeste vlakken zijn ze er wel van overtuigd dat verandering mogelijk is.

Dus nu de volgende stap is ze ervan overtuigen dat verandering op àlle vlakken mogelijk is, als je er maar voor gaat!

En hoe zit het met jou? Denk jij dat je er wel komt met doorzetten? Of is het meer: wat er niet in zit, komt er ook niet uit?