Berichten

toegankelijkheid foodtruckfestival

Vanaf 7 tot en met 11 oktober is het de Week van de Toegankelijkheid. En dit jaar staat deze week in het teken van: Doen wat je zelf wilt! Wat voor mensen zonder beperking vaak vanzelfsprekend is – gewoon lekker even een dagje pretpark, een museumbezoek of naar een concert – vraagt van iemand met een beperking wat meer organisatie, energie en soms ook frustratie. En eigenlijk zou dat niet zo moeten zijn. Als toegankelijkheid de norm is, dan zou het niet uit hoeven maken of iemand wel of geen beperking heeft. Dan zou iedereen even gemakkelijk moeten kunnen genieten van een uitje.

Nu heb ik al best wel wat vaker geschreven over toegankelijkheid en waar ik persoonlijk tegenaan liep. En in dit artikel wil ik hier een beetje een samenvatting van geven, binnen het thema van dit jaar. Dus wil je meer weten over hoe ik mijn vrije tijd graag doorbreng en hoe dit voor mij (en andere rolstoelgebruikers) nog wat toegankelijker kan, klik dan vooral ook door op de linkjes.

Dagje uit met het gezin

Dat toegankelijkheid absoluut nog niet overal de norm is, merkte ik overduidelijk bij een bezoek aan pretpark Drievliet. De afstand van de gehandicaptenparkeerplaats naar de ingang was echt enorm, de regels omtrent bezoekers met een beperking nogal ingewikkeld en het was slecht aangegeven in hoeverre de attracties toegankelijk zijn. Medewerkers zelf waren van dit alles ook niet echt op de hoogte.

Dan had ik betere ervaringen met Walibi, waar ze een handig systeem hebben, zodat je wel dezelfde wachttijd hebt, maar toch via de uitgang van een attractie makkelijk in kunt stappen. En een lijst met per attractie aangegeven voor welke beperkingen het minder goed te doen is.

EuromastMijn eerste bezoekje aan de Euromast met rolstoel was maar een nare ervaring. En niet eens zozeer vanwege het feit dat je niet overal kunt komen met een rolstoel. Dat zo’n toeristische trekpleister na zoveel jaar nog steeds niet genoeg heeft opgeleverd om een fatsoenlijke lift te kunnen installeren, tja… Maar het was vooral de asociale behandeling door het personeel wat het een nare ervaring maakte. Alsof ik niet meetelde in mijn gezin. Een jaar later ging de Euromast in de herkansing. En ook omdat ik iets meer voorbereid was op waar ik wel of niet kon komen èn het personeel dit keer een stuk vriendelijker was, was dit wel een succes.

Concerten & shows

Ik hou enorm van bandjes kijken. Alleen moet ik toegeven dat ik de grote zalen niet meer aandurf sinds ik hierbij een rolstoel nodig heb. Mij teveel geregel. De kleinere poppodia voldoen meestal prima voor mij. Hier kan ik gaan en staan waar ik wil. Over het algemeen laten mensen me wel voorgaan als ze doorhebben dat ze in mijn beeld staan.

De toiletten zijn nog weleens een verrassing. Inmiddels heeft Rotown wel een slot op het toilet, maar wat ik daar binnen soms aantref… Bij de Kroepoekfabriek ziet dat er een stuk beter uit. Soms is het toilet nog wel afgesloten, maar er lopen genoeg medewerkers rond die ‘m snel kunnen openen. De ingang bij de Kroepoekfabriek heeft dan wel weer een trappetje, maar je mag via de artiesteningang naar binnen, die wel gelijkvloers is. En dat heeft ook wel wat.

Pas was ik met een feestje van mijn man’s werk bij Studio’s Aalsmeer. Om in de eetzaal te komen, mocht ik backstage, omdat het tussen de tafels door te krap was. Ook naar het theater toe mocht ik via een andere route. Aan de ene kant vond ik dat wel leuk om te zien, hoe artiesten zich aan het voorbereiden waren. Maar je zit vervolgens wel aan een bepaalde plek vast, bijvoorbeeld op de eerste rij in het theater en tijdens het eten met alle rolstoelgebruikers aan dezelfde tafel. Dat hoeft dan weer niet zo van mij.

Bij kleine theaters zoals het Zuidpleintheater of het Maastheater waar je geen vaste zitplaatsen hebt, wordt er meestal ter plekke een makkelijk toegankelijke plaats voor mij met mijn rolstoel geregeld. En dat gaat eigenlijk altijd wel goed. In bioscopen neem ik ook niet altijd de rolstoelplaats, maar zet ik mijn rolstoel aan de kant en ga ik op zo’n mooie, relaxte stoel zitten. In sommige theaters doe ik hetzelfde, als ze tenminste goede stoelen hebben.

Wanneer in grote theaters zoals het Nieuwe Luxor vaste plaatsen toegewezen worden, vind ik het altijd jammer dat je niet met je hele gezelschap bij elkaar mag zitten. Er kan maar één persoon naast een rolstoel, de rest zit dan op een andere rij. Soms wel tientallen meters verderop. Zo was ik een keer met mijn zus en onze jongste dochters naar een musical geweest en zaten onze meiden echt een flink eind van ons vandaan. We hadden natuurlijk wel kunnen splitsen: zij beneden met haar dochter en ik boven met mijn dochter, maar wat is dan de lol van samen naar een musical gaan? Gelukkig hebben we hele brave kinderen en hebben zij zich prima vermaakt zonder ons.

Festivals

Net als bij concerten ben ik niet meer zo’n fan van grootschalige festivals sinds ik mijn rolstoel heb. Ik voel me er een stuk minder welkom in zo’n enorme mensenmassa. Uitzicht op konten en mensen die over mijn rolstoel struikelen is echt niet zo aantrekkelijk.

Het lastige bij festivals is daarnaast dat ze vaak een bepaalde sfeer willen uitstralen, die niet altijd samengaat met toegankelijkheid. Zo is Castlefest rondom een kasteel met nogal wat lastige paadjes. En zelfstandig eten en drinken halen is een behoorlijke uitdaging met al het gras. Net als bij een Foodtruckfestival trouwens. Is het al gelukt om je eten of drinken vanaf een hoge counter aan te nemen, moet je er nog mee aan de rol gaan om een plekje te vinden om het te nuttigen.

Het scheelt al zoveel als het festival niet zo overdreven druk is. Gewoon wat meer bewegingsruimte en niet door een enorme rij opgejaagd te worden als je met je drankje aan het klungelen bent. Zo kan ik tenminste een wijntje drinken wanneer ik daar zin in heb, zonder de kleur of hoeveelheid wijn aan te hoeven passen aan de omstandigheden van het festival.

Musea

Eigenlijk zijn de meeste moderne musea prima te doen qua toegankelijkheid. En met mijn Rotterdampas zou ik gewoon eens wat vaker moeten gaan. De laatste keer dat ik in de Kunsthal was, is alweer even geleden. Maar op één steile schuine helling na, kon ik daar overal komen. Personeel is ook erg behulpzaam om een shortcut te laten zien om een trap te ontwijken. Net als in Museum Rotterdam trouwens. Daar is een kleine plateaulift die door het personeel bediend moet worden.

En Museum Vlaardingen is sinds de verbouwing een aantal jaar geleden ook goed toegankelijk met een lift en ruime zalen.

Doen wat je zelf wilt

Met een beetje aanpassen lukt het me over het algemeen wel om het naar mijn zin te hebben in mijn vrije tijd. Ik vind het persoonlijk niet zo’n probleem als ik daarbij soms net even een andere route moet nemen. Zolang het me niet teveel extra tijd kost en ik zelf kan kiezen waar ik vervolgens heen ga. En door wel of niet mijn Smartdrive of Freewheel te gebruiken, kan ik soms net wat meer kanten op. Ik snap ook wel dat het vaak praktischer (en veiliger) is als rolstoelgebruikers vaste plekken toegewezen krijgen.

Alleen voel ik me dan wel een stuk minder vrij. Ik kan nooit helemaal doen wat ik zelf zou willen, omdat er altijd wel iets is waar ik me op moet aanpassen.

Hoe zou het zijn als het andersom was? Als de mensen zonder beperking zich continu zouden moeten aanpassen aan een maatschappij die volledig ingesteld is op mensen met een beperking. Zou jij daar genoegen mee nemen?

Filmpje met dank aan Xandra Koster, die je zeker op Twitter moet volgen als je meer wil weten over toegankelijkheid en/of validisme.

gehandicaptenparkeerplaats op kenteken

Blijkbaar ben ik in de wereld van aanvragen en verzoeken een beetje een vreemde eend in de bijt. UWV tikte me al op de vingers dat ik me niet aan hun (nergens op de website beschreven) procedures hield bij het aanvragen van een werkrolstoel. De WMO-uitvoerder had geen flauw idee hoe ik mijn rolstoel moest verzekeren op vakantie en stuurde me van het kastje naar de muur. En het volgende avontuur werd het aanvragen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

Nu werd ik gisterochtend ineens verrast door een man van de gemeente, of ik mijn auto even wilde verplaatsen, want dan kon hij mijn gehandicaptenparkeerplaats (die ik in maart aangevraagd had) aanleggen. Ja, superfijn dat dat nu dan ook gaat gebeuren! Maar ondertussen had ik nog geen antwoord gehad op een paar vragen, dus hing ik weer aan de telefoon met de gemeente.

Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, dan geen gehandicaptenparkeerkaart achter het raam?

Deze vraag had ik in maart al gesteld aan iemand van de gemeente, maar was er nog niet over teruggebeld. Het leek mij namelijk logisch dat wanneer een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken staat, dat dan al duidelijk is dat die auto bij een iemand met een handicap hoort. Want stel dat ik een keer in een auto van iemand anders wil rijden, dan heb ik die gehandicaptenparkeerkaart nodig om op de plaats van bestemming te gebruiken.

En om altijd maar die kaart in het zicht te moeten hebben, dat lijkt me ook wat diefstalgevoelig. Laat ze dan meteen maar die gehandicaptenparkeerkaarten koppelen aan kenteken, veel praktischer!

Dus ik hing weer even aan de telefoon met de gemeente, om hier duidelijkheid over te krijgen. En nu kwam er wel een snel antwoord. Ja hoor, die kaart moet je gewoon in het zicht laten liggen, ook op een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

Maar als ik dan met een andere auto zou rijden? Tja, dat was toch wel een vreemde vraag, die ze normaal niet kregen. Dan moest ik maar de auto verplaatsen naar een gewone parkeerplaats.

Jawel. In een gebied waar de parkeerdruk hoog is, moet ik dan mijn parkeerplaats -waar niemand anders mag parkeren- leegmaken, om vervolgens een andere parkeerplek bezet te houden.

(Op de foto hierboven is overigens niets te zien van die parkeerdruk. Maar zo aan het begin van de avond staat de parkeerplaats wel vol hoor!)

Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, dan geen parkeervergunning meer betalen?

En zo kwam ik weer bij de volgende vraag uit. Deze vraag had ik al eerder gesteld en toen kreeg ik een ander antwoord.

Wij wonen in een betaald parkeren gebied, waarbij je voor de eerste auto minder betaalt dan voor de tweede auto. Toen ik het de vorige keer vroeg, kreeg ik als antwoord dat ik de parkeervergunning van de eerste auto kon stopzetten wanneer ik de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken zou hebben. Voor de tweede auto (mijn man’s busje van de zaak) moesten we dan wel nog steeds de duurdere parkeervergunning betalen.

Maar toen ik dit gisteren nogmaals vroeg, kwam er een ander antwoord. Nee, die parkeervergunning mocht ik niet stopzetten. Een argument wat hierbij genoemd werd, was dat je in onze gemeente maar drie uur op een gehandicaptenparkeerplaats mag staan. Dus dan heb ik nog steeds die parkeervergunning nodig. Ook op die parkeerplaats waar verder niemand anders mag staan. Snap jij het nog?

Nog zoveel vragen… Wie weet er antwoord?

Nu heeft de bezwaarperiode al plaatsgevonden, zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Ik ga er maar van uit dat de gemeente dit voldoende kenbaar heeft gemaakt. En ook dat het geregeld is met de projectontwikkelaar die op dit moment eigenaar is van de parkeerplaats waar ook mijn plekje is.

Maar er gaat dus in de toekomst gebouwd worden op/bij die parkeerplaats. Dan moet mijn plekje (tijdelijk) verplaatst worden. Geen idee hoe ze dat aan gaan pakken. Maar ik vraag me dus ook vooral af of ik ook voor die kosten op moet draaien? Nu mag ik al € 183,70 neerleggen voor het aanleggen van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.  Maar het verhuizen van zo’n gehandicaptenparkeerplaats kost dus gewoon € 278,35! Ik zit er natuurlijk niet zo op te wachten dat ze dat straks twee keer bij mij neerleggen, omdat ze vanwege het bouwen heen en weer schuiven met de parkeerplaatsen. En heb ik na al dat bouwen wel de garantie dat die parkeerplek nog steeds voldoet aan wat ik nodig heb?

En stel nou dat onze auto aan vervanging toe is, dan kost het weer € 103,00 om het kentekenbord te vervangen. Maar als ze daar niet zo snel mee zijn, kan ik dan mijn nieuwe auto wel gewoon daar parkeren? Is een briefje onder de voorruit dan voldoende?

Het zou toch zoveel makkelijker zijn als dit soort dingen gewoon in alle gemeenten hetzelfde geregeld zijn èn gewoon duidelijk zijn vastgelegd. Weet jij hoe dit in jouw gemeente is geregeld?

bso tienermeiden

Vandaag is het Koningsdag. Dat heeft op zich niet zo heel veel te maken met het onderwerp waar ik over wil schrijven, maar het feit dat we hier een koningshuis hebben, geeft me wel de mogelijkheid om dat enorme contrast in kansen weer te geven. Want als je als prins of prinses wordt geboren, krijg je andere kansen voorgeschoteld. Niet dat ik zou willen ruilen of het ze niet gun, maar je kunt er niet omheen dat er een verschil is.

Straks zitten alle drie de prinsessen op het gymnasium. Met zo’n koninklijke achtergrond zal geen leerkracht eraan denken om ‘voor de zekerheid’ het advies wat lager in te zetten. Mocht het toch iets te hoog gegrepen zijn, dan laten de financiën van pa en ma het makkelijk toe om bijlessen in te zetten. En ook na hun gymnasium en verdere studieloopbaan hoeven ze zich geen zorgen te maken. Hun salaris of uitkering zal niet eens in de buurt komen van het minimumloon.

Hoe anders is dat als je wieg in Rotterdam Zuid stond, je bij je geboorte een kleurtje mee hebt gekregen, je ouders geen vet salaris of de juiste diploma’s hebben. Om maar een voorbeeld te noemen.

Nee, het is gewoon niet eerlijk verdeeld

Je kunt zeggen wat je wilt, vreselijk je best doen om alles zo eerlijk mogelijk te verdelen, maar er is gewoon sprake van kansenongelijkheid. Ook al ben jij niet degene die anderen achterstelt, het gebeurt, dat kun je niet ontkennen.

We hebben een enorm diverse samenleving. De vraag is vervolgens hoe je daarmee omgaat. Ik schreef al eens eerder over visies op diversiteit. En in mijn ogen is er niet één passende oplossing. Verschillende situaties vragen om verschillende oplossingen. Niet alles kan in wetgeving vastgelegd worden en soms werkt goedbedoelde wetgeving zelfs averechts.

Er is niet één handleiding die je overal bij kunt gebruiken. En dat betekent dus dat je veel vanuit je eigen boerenverstand moet bedenken. Maar daarbij helpt het wel om iets van verschillende oogpunten te bekijken en niet al teveel op je eigen aannames te vertrouwen.

De impact die je als docent hebt

Even voor mij als mbo-docent gezien, begint het bij de intake van een opleiding: wie wordt wel aangenomen en wie niet? En vervolgens: welke begeleiding krijg je van start tot diplomering? Als docent heb je zo ontzettend veel invloed op hoe iemands loopbaan vorm gegeven wordt.

Ik ben me er ook niet altijd bewust van wat ik voor impact heb op mijn studenten. Ik vraag regelmatig feedback, maar weet wel dat dan nog niet alles gezegd wordt. Soms hoor ik via een collega dat een student blij was met mijn steun in een gesprek. Of kom ik jaren later een oud-student tegen waar ik best wel eens mee in de clinch had gelegen en die dan pas vertelt hoe ze mijn lessen gewaardeerd heeft.

Daarom vind ik tweets als deze en de reacties erop zo verfrissend.

Het houdt een spiegel voor en zet je aan het nadenken. Heb ik niet weleens iemand een verkeerde kant opgestuurd op basis van mijn eigen aannames en vooroordelen? Ja, vast wel. Ik kan soms wat kritisch zijn als het gaat om passend onderwijs bijvoorbeeld. Ik wil mensen niet opleiden voor een uitkering, maar voor een beroep wat ze ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Aan de andere kant zie ik dat sommige studenten langer de tijd nodig hebben voor een opleiding dan er voor staat, om verschillende redenen. En ik ben er wel een voorstander van om die studenten dan die tijd te geven om eruit te kunnen halen wat erin zit.

Bewustwording is een eerste stap, maar wat dan?

Er wordt al heel veel gesproken en ondernomen om die kansenongelijkheid terug te dringen. Bij de laatste Meetup010 over kansengelijkheid kwamen daar verschillende voorbeelden van voorbij. Er zijn ontzettend veel projecten die allemaal op hun eigen manier kinderen en jongeren begeleiden om die kansen iets meer gelijk te trekken. Wat mij opviel bij drie verschillende projecten waar ik wat van heb gehoord, is dat ze vooral gericht zijn op het stellen van haalbare doelen en de kinderen/jongeren begeleiden in het behalen hiervan. Soms buiten de school, maar wel gericht op schoolse thema’s of de schoolloopbaan.

In eerste instantie dacht ik: is dat alles? Helpt dit wel? Maar ergens is het ook logisch dat het wèl zou werken. Als iemand continu kansen ontnomen worden, lijkt heel veel onhaalbaar. Juist door succeservaringen en het bereiken van doelen, kan dat voortgezet worden en worden kleine doelen grote doelen.

Onorthodoxe aanpak van het onderwijs

Maar dan nog moet er veel gebeuren willen we die kansenongelijkheid opheffen. Michelle van Dijk schreef eerder over een onorthodoxe aanpak van het onderwijs in Rotterdam, welke volgens haar nodig is om de achtergrond van een kind geen impact te laten hebben op het onderwijssucces. En ze zegt daar zeker wat nuttige dingen waar ik me ook in kan vinden. Zoals gewoon goed onderwijs, uitstel van de selectie vmbo/havo/vwo, een gratis alternatief voor schaduwonderwijs. Maar ook: Educate a parent, educate a child.

Dat is iets wat me bij al die verschillende projecten in Rotterdam Zuid ook opviel. Er wordt veel ingezet op rolmodellen, begeleiders, mentoren, anders dan de eigen ouder. Maar hoeveel mooier en effectiever zou het zijn als de ouders zelf een rolmodel en mentor kunnen zijn.

Nu weet ik dat ouderbetrokkenheid door onderwijsmensen niet altijd als prettig ervaren wordt, maar er kan nog zoveel meer uit gehaald worden. Als we eerst maar weer eens die vooroordelen over ouders los kunnen laten. En als school en schoolgebouw op alle manieren toegankelijk zijn voor de ouders.

Daarin zie ik wel een taak voor mij weggelegd in het opleiden van pedagogisch medewerkers en onderwijsassistenten. Als zij het belang inzien van gelijke kansen voor kinderen en wat zij hierin kunnen betekenen, kan dit zich als een olievlek verspreiden.

Heb jij altijd dezelfde kansen gehad in het onderwijs? Wat kan hier volgens jou nog aan verbeterd worden?

trap rolstoelen woonbehoeftenOns eerste huis wat mijn man en ik kochten, was een bovenwoning. Heel praktisch was dat niet toen onze oudste geboren werd, al snel verhuisden we naar een andere woning. En in dat huis wonen we inmiddels al vijftien jaar. We zitten hier prima, geen verhuisplannen voorlopig!

Woonbehoeften veranderen met de jaren

Toen we dit huis kochten, was ik allang blij dat er maar één trap in het huis aanwezig is. Je deed de deur open, kon zo met de kinderwagen naar binnen rijden en op de bank ploffen. Inmiddels zijn de kinderwagen en buggy al lang en breed de deur uit, traphekjes zijn ook niet meer nodig. Babykamers worden tienerkamers en onze smaak qua interieur wil ook nog weleens veranderen. Maar nu de kinderen oud genoeg zijn om zichzelf te redden, merk ik dat het huis steeds meer op mijn woonbehoeften aangepast moet worden.

Op zich red ik me nog prima hoor. Binnenshuis gebruik ik mijn rolstoel niet en kan deze afstanden dus gewoon lopen. We hebben een beetje een aparte indeling in ons huis, maar daarbij is het voordeel dat we één grote benedenverdieping hebben en één grote bovenverdieping. Boven zijn de slaapkamers, badkamer en washok, beneden de woonkamer, keuken, naaikamer en berging. Als het zou moeten, kan ik gewoon ‘s ochtends naar beneden gaan en pas ‘s avonds bij het naar bed gaan weer naar boven gaan. Dan hoef ik de trap dus maar één keer af en één keer op, dat is nog goed te doen.

Hoe breng je je woonbehoeften in kaart?

Net zoals je bij het krijgen van kinderen je gaat verdiepen in wat je huis nodig heeft om het veilig, praktisch en aangenaam te maken, kun je dat in een andere fase ook doen. Alleen moet je daarvoor net wat andere informatiebronnen aanboren. Aan het consultatiebureau of een babywinkel zul je niet veel hebben.

Behalve dat ik hierover met mijn man overleg, kijk ik het ook weleens af bij lotgenoten. Wat hebben zij al in hun huis aangepast waar ik ook wat aan zou kunnen hebben?

De supportbeurs bezoek ik wanneer ik kan. Hier kun je hulpmiddelen en aanpassingen echt zien en uitproberen, waardoor je een beter beeld krijgt of iets bij je past.

Op het moment dat ik ergens tegen aanloop thuis (letterlijk of figuurlijk), vraag ik mijn ergotherapeut om een afspraak om mee te denken. Mocht het nodig zijn, dan bof ik dat ik tot nu toe ook altijd meedenkende wmo-consulenten heb gehad. Alhoewel ik soms vind dat die een stapje te snel gaan. Als het aan die wmo-consulent had gelegen, had ik vier jaar geleden al een traplift gehad.

En soms kom ik op internet handige tools tegen. Zo kun je met behulp van een vragenlijst van Langer Thuis in Huis een persoonlijk plan opstellen. Door alle vragen langs te gaan, kom je dingen tegen waar je zelf misschien niet aan gedacht had. Je krijgt dan een overzicht met oplossingen en een kostenindicatie. Vooral dat laatst vind ik erg handig, want het liefst regel ik dit soort dingen zonder tussenkomst van de wmo.

Wat ik zou willen veranderen in ons huis

Ons huis is rond 1900 gebouwd, dus dat er altijd wel iets te klussen is, hebben we daarbij voor lief genomen. Als basis is het een prima huis, alleen heb ik inmiddels een aardig lijstje met veranderplannen:

  1. Alle schrootjesplafonds vervangen. Dat is echt een twintigjarenplan geloof ik. Mijn man pakt het kamer voor kamer aan, met pauzes. Hij stript dan meteen de hele kamer en bouwt ‘m weer helemaal op, inclusief isolatie, elektra, verwarming, enzovoort. Onze eigen slaapkamer is toch wel onze trots, dat heeft hij echt mooi gedaan.
  2. Een nieuwe badkamer. Nu hebben we een lelijke jaren ’90 badkamer met nepmarmeren tegels en zilveren randjes. En inmiddels hebben we al een aannemer gevonden die de klus gaat klaren. Het ligbad gaat eruit, de enkele wasbak wordt een dubbele en de krappe douchecabine wordt vervangen door een ruime inloopdouche. Er zou dan ook een krukje in de douche passen, zodat ik niet zo lang hoef te staan.
  3. Een verhoogde stoep en opritje bij de voordeur. We hebben maar een smal stoepje voor de deur en komt geregeld voor dat er een fiets, auto of container staat en de weg verspert. Dan moet ik dus vanaf de straat al uit mijn rolstoel stappen en twee hoge drempels nemen. Het gaat nog wel, maar steeds lastiger. Ik heb al een aanvraag ingediend en een gesprek met de wmo-consulent hierover gehad. Gaat vast goedkomen binnenkort.
  4. Een brede deur naar de berging toe. Ach ja, we moeten allemaal zo onze dromen hebben, ook al komen ze niet altijd uit. Het zou me zo fijn lijken als ik mijn driewielligfiets niet meer op zijn zijkant door de deur hoef te tillen. Maar die deur en vooral de stenen eromheen zouden dan niet meer zo mooi bij de rest van het huis passen. En ons mooie, oude huis willen we graag mooi houden. Dus het alternatief is dat mijn man mijn fiets nu regelmatig naar buiten of naar binnen tilt.
  5. Een (trap-)lift. Hmmm, tja… Op zich wil ik dit nog zo lang mogelijk uitstellen. De trap ben ik gewend, ik weet waar ik me vast kan houden en hoe ik mijn voeten neer kan zetten. Dus voorlopig gaat het nog wel, als ik ‘m maar niet tig keer op een dag op en af moet. Maar als we hier echt nog heel lang willen blijven wonen, zit het er toch wel een keer aan te komen. Een wmo-consulent heeft me al verteld dat een traplift mogelijk is en ik heb ook al eens geïnformeerd naar een gewone lift voor in een woonhuis. Het kan en zal ooit nodig zijn, maar nu nog even niet. Overigens is een tweedehands traplift dan ook het overwegen waard. Op die manier is het een stuk betaalbaarder en kan het wellicht zonder tussenkomst van de wmo geregeld worden. En zo worden de (misschien niet eens zo heel lang) gebruikte trapliften gered van de schroothoop.

Voorlopig genoeg te doen nog hier in huis en zo kunnen we er hopelijk nog een flinke poos van genieten. In ieder geval tot de kinderen de deur uit zijn, dan wordt het misschien toch wel een beetje te groot voor ons tweetjes…

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

wijn rolstoel

Nee, ik ben echt niet meer zo’n enorme zuipschuit. En dat heeft vast meer met mijn leeftijd te maken dan met die rolstoel waar ik in zit. Maar zo nu en dan vallen me toch weer wat dingetjes op die anders gaan als je in een rolstoel zit.

En ik vroeg me pas af waarom mensen zeggen dat het knap is als je eenmaal in een rolstoel beland bent en je gewoon nog uit durft te gaan. Maar eigenlijk is dat ook ontzettend knap. Want je hebt er wel een paar extra skills voor nodig. En als je die niet beheerst, tja, dan kun je maar beter thuis achter de geraniums gaan zitten.

Ok, dat laatste was sarcastisch bedoeld, maar ik hoop dat je dat wel begrepen had.

1. Wijn halen bij de bar? Nee, dank je!

Ik ben echt de beroerdste niet hoor, geef heus weleens een rondje. Maar om aan een bar te gaan staan – waar je net met je kin bovenuit komt –  en dan om aandacht te vragen, dat schiet niet zo op. En als je dan al een paar wijntjes hebt besteld, hoe ga je die meenemen dan?? Je bent de helft kwijt voor je weer bij je gezelschap bent.

Dus ik ben gewoon vreselijk ongeëmancipeerd en laat mijn wijntjes door een ander halen. Dan geef ik mijn portemonnee wel even aan een vriendin mee. Of ik laat me trakteren, ook daarin ben ik de beroerdste niet.

2. Wijn aangepast op locatie of kleding

Rode wijn is mijn favoriet. Maar die drink ik dus vooral als ik thuis ben, of in een restaurant of café aan een tafel kan zitten. Bij drukke uitgaansgelegenheden of festivals ga ik eerder voor een rosé.

De reden daarvan is simpel: in je rolstoel krijg je eerder je drinken over je heen dan wanneer je staat. Bekijk het maar eens van bovenaf: zittend neem je meer ruimte in dan staand en je zit lager. Met je glas ook nog eens boven je schoot. En mensen stoten eerder tegen je aan (het is echt niet zo dat ik zelf nu zo lomp ben hoor 😉 ).

Om diezelfde reden draag ik geen lichte kleding als ik uitga. Nu ben ik sowieso wel van de jurkjes met drukke printjes, maar die zijn nog praktisch ook.

3. Ik kom er zo aan, als mijn wijntje op is…

Je merkt pas hoe vaak je je verplaatst met drinken in je hand, als dat drinken over je hand heen klotst bij het verplaatsen. Leuk als je vrienden er al een paar op hebben en niet door hebben dat jij nog op dezelfde plaats staat, terwijl zij van de ene naar de andere bekende hoppen met een drankje in hun hand.

Op sommige plaatsen gaat het wel hoor. Op een vlakke vloer met niet al teveel mensen om je heen. Dat ziet er dan zo uit (maar dan met een wijntje in plaats van de koffie):

Of als het wijnglas niet meer zo vol is (en het geen rode wijn is), dan klem ik ‘m weleens tussen mijn knieën. Maar dat heeft niet zo mijn voorkeur…

4. Hoeveelheid wijn aanpassen aan toegankelijkheid wc’s

Als ik uit eten ga in een restaurant waar het toilet boven is, dan drink ik hooguit twee glaasjes. Dan red ik het wel om thuis pas weer naar het toilet te gaan.

Het liefst heb ik natuurlijk gewoon een invalidentoilet. Eentje waar ik niet bij de bar om een sleutel moet vragen (ja, die bar waar ik amper bovenuit kom) en die gewoon op slot kan. Zit wel zo relaxt.

Ook al kan ik ook mijn rolstoel voor de deur van het toilet achterlaten, een stukje lopen en zo van ieder toilet gebruik maken. Toch doe ik dat niet graag in een café waar er iets teveel mensen rondlopen die zelf niet meer zo nuchter zijn. Behalve dat ik tegenwoordig mijn rolstoel als handtas gebruik en dus al mijn waardevolle spullen mee moet nemen of achter moet laten, heb ik ook geen zin in grapjassen die er in gaan zitten of klungels die hun bier erover gooien.

Maar op zich heb ik meestal wel een vriendin bij me die zich opoffert om even op mijn rolstoel te letten. Kan ik me lekker laten gaan met die wijntjes. En met een paar wijntjes op, heb ik er gewoon schijt aan en vraag ik gerust of ik even voor mag als er een rij is. Tot nu toe altijd positieve reacties gehad, zeker als ik zeg dat ik niet lang kan staan en mijn rolstoel om de hoek staat.

5. Je voelt niet zo snel hoe je wijntjes vallen

Dit is echt raar maar waar! Als je staat of loopt, voel je die wijntjes veel eerder zitten dan wanneer je zit. En voorheen was dat ook wel een aardige indicator: als ik aan mijn benen voelde dat ik genoeg wijn op had, ging ik over op de cola.

Maar nu voel ik dat dus niet meer aan mijn benen. Ik loop ook niet te zwalken als ik teveel gedronken heb, want ik loop dan niet zoveel.

Echt een verklaring waarom ik het dan minder voel, heb ik ook niet echt. Het is niet alleen dat ik het niet aan mijn benen voel, maar ook in mijn hoofd voel ik me nog best scherp. Maar als ik eenmaal thuis ben en even wat heen en weer gelopen heb, of juist ga liggen, dan begint alles toch ineens te draaien… Had ik dan toch iets eerder dat laatste wijntje moeten nemen. Op zich wel weer een reden om die paar stappen naar de wc te lopen, kan ik meteen even checken hoe de wijntjes vallen.

Uiteraard ben ik erg benieuwd naar ervaringen van andere wijn (of bier, of wat dan ook) drinkende rolstoelgebruikers!

En voor de niet-rolstoelgebruikers: ik vind het dus helemaal niet erg als je voor mij een wijntje haalt of ‘m even voor me vasthoudt. 😉

Vorig jaar heb ik me verdiept in het verbeteren van het verantwoordelijkheidsgevoel en zelfregulering bij studenten, zodat de examinering efficiënter zou verlopen. Hoewel het steeds beter gaat, blijven er struikelblokken die ik nog meer aan zou willen pakken.

Dit jaar wilde ik hierop doorgaan en een methode gebruiken waar ik tijdens mijn masteropleiding Leren & Innoveren al mee had kennisgemaakt: systeemdenken. Nu dan iets meer gericht op ons als team, in plaats van de studenten.

Wat is systeemdenken?

Er zullen vast meerdere beschrijvingen en methodes zijn, maar ik ben ermee aan de slag gegaan zoals het beschreven is in het boek ‘Systeemdenken, van goed bedoeld naar goed gedaan’ van Schaveling, Bryan en Goodman. Peter Sneijders heeft hier ook een informatief artikel over geschreven.


In dat boek wordt systeemdenken omschreven als een methode om zicht te krijgen op de complexiteit in organisaties. Zo’n organisatie bestaat uit patronen, waar je je misschien niet heel bewust van bent, maar waar je behoorlijk vast in kunt zitten.

Door systeemdenken toe te passen, worden die patronen zichtbaar en kun je loskomen van de standaard oplossing die niet meer werkt en dieper naar de oorzaak en gevolgen kijken. Om uiteindelijk dan ook die oorzaak goed aan te kunnen pakken en uit het vastgeroeste patroon te kunnen stappen. Hiervoor is een stappenplan beschreven van zeven stappen om systeemdenken toe te passen.

In dit artikel wil ik jullie meenemen in de stappen die ik tot nu toe uitgewerkt heb. Wel ietsje ingekort, om het wat leesbaarder te houden. En met de opmerking dat ik geen expert ben op het gebied van systeemdenken, dus mijn uitwerking zal vast hier en daar voor verbetering vatbaar zijn.

Stap 1: Beschrijf de incidenten of gebeurtenissen

Er is soms onduidelijkheid bij de studenten over de verwachtingen wat betreft de inhoud van de examens en de wijze waarop formulieren ingevuld dienen te worden. Ze ervaren daarnaast de uitleg van examens door docenten of slb’ers (studieloopbaanbegeleiders) als verschillend, wat tot vragen leidt.

Al die onduidelijkheid leidt ertoe dat examens onnodig op de verkeerde manier ingeleverd worden en dat levert de slb’ers en examenleider extra werk op.

Stap 2: Beschrijf het verloop van de incidenten in de tijd in grafieken

grafiek systeemdenkenOp het moment dat slb’ers en examenleider bij individuele vragen of problemen het uit handen nemen bij de student, is het voor studenten nog niet altijd duidelijk wat nu de juiste aanpak is volgens de procedures. Hoe vaker een quick fix wordt toegepast, hoe meer studenten ervan uitgaan dat het wel voor hen opgelost wordt en hoe vaker die quick fix nodig is. Het zelfoplossend vermogen van studenten gaat naar beneden, omdat het al voor hun opgelost wordt.

De vragen of onduidelijkheden van studenten gaan hierbij vaak om:

  • wat precies inhoudelijk de eisen bij een examen zijn
  • welke formulieren toegevoegd moeten worden en hoe deze ingevuld moeten worden

Stap 3: Formuleer de scope en richtinggevende vraag

De scope is hierbij beperkt tot het eigen team, omdat hier de meeste invloed op uitgeoefend kan worden.

De richtinggevende vraag hierbij is:

Waarom blijken de procedures rondom examinering onduidelijk te zijn voor studenten, ondanks vele uitleg en instructie door docenten, slb’ers en examenleider, terwijl duidelijkheid rondom deze procedures van belang is voor studenten om te kunnen slagen?

Stap 4: Identificeer de patronen die mogelijk ten grondslag liggen aan de incidenten

De patronen die hierbij mogelijk ten grondslag liggen, zijn te herkennen in het archetype symptoombestrijding (shifting the burden). Bij dit archetype wordt een probleemsymptoom verholpen, zonder dat het onderliggende probleem wordt aangepakt. Het symptoom blijft aanhouden en vergt steeds meer bestrijding om het onder controle te houden. Door het beslag dat symptoombestrijding legt, wordt de diepere oorzaak niet aangepakt. Het systeem raakt verslaafd aan symptoombestrijding.

loops systeemdenken

De bovenste loop laat de quick fix zien, welke op korte termijn het probleem oplost. Door individueel een student uitleg te geven of te helpen, wordt de vraag weggenomen bij die ene student.  

De onderste loop corrigeert de diepere oorzaak. Wanneer de procedures correct en eenduidig zijn uitgelegd aan alle studenten, neemt dit vragen en onduidelijkheden weg. Hierbij zit er een vertraging in het systeem, doordat studenten bijvoorbeeld niet allemaal aanwezig zijn op het moment dat er een uitleg is.  

De quick fix heeft een versterkende looprelatie met de diepere oorzaak. Hoe meer er individueel bijgesprongen wordt wanneer studenten ergens tegenaan lopen, hoe meer verschillen er in de aanpak van docenten zitten. Dit hindert de eenduidige uitleg/aanpak. 

Het verhelpen van individuele vragen wordt zo dominant, dat het er niet van komt om te werken aan de structurele oplossing, omdat die een tijdsvertraging heeft.

Stap 5: Ga op zoek naar drijvende krachten 

 Dominante mentale modellen in deze situatie kunnen zijn: 

  • Laat de student het dan maar even op deze manier inleveren, ik maak het verder wel in orde, zodat het op tijd ingeleverd is. 
  • Liever ingeleverd en onvoldoende, dan helemaal niets ingeleverd. Dan maar de feedback bij de beoordeling afwachten om weer te kunnen verbeteren. 
  • Als het nu niet meegenomen wordt in de beoordeling, hebben we er straks bij de herkansing nog meer werk aan.

Reflectievragen om de drijvende krachten in beeld te krijgen, zijn: 

  • Persoonlijk meesterschap: Hoe heb ik als examenleider bijgedragen aan het uit handen nemen van het probleem van de studenten, wanneer deze niet volgens de examenprocedure weten te handelen? 
  • Teamleren/groepsdynamiek: Welk belang hebben slb’ers en docenten bij het op hun eigen manier uitleggen/handhaven van procedures rondom examinering? 
  • Systeemscope: Komt dit probleem ook bij andere teams voor? Hoe gaan andere teams hiermee om? Wat voor gevolgen heeft de huidige aanpak voor de branche? 
  • Mentale modellen: Waarom kiezen we steeds voor de snelle oplossing door op individuele problemen/vragen in te gaan, waardoor het complete plaatje alleen maar onduidelijker wordt voor studenten? 
  • Gedeelde visie: Hoe dragen we met elkaar bij aan een duidelijk en overzichtelijk geheel van procedures? 

Wordt vervolgd….

Stap 6: Plan een interventie

Stap 7: Review de resultaten en het proces

In stap 1 heb ik input gehad van studenten en collega’s. Bij stap 5 heb ik dit ook nog nodig, om weer verder te kunnen met stap 6. Hier ben ik dus gebleven met het uitwerken van de stappen.

Ik hoop binnenkort stap 5 verder in te kunnen vullen en stap 6 vorm te geven. Aan het eind van het schooljaar komt stap 7 pas aan bod, dus het zal nog wel even duren voor ik hier wat over te vertellen heb.

Ben jij bekend met systeemdenken?

Wat denk jij dat er hierbij als interventie ingezet kan worden om het probleem op te lossen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

rolstoeldrager rolstoel scooter

Alles gewoon lekker zelf doen, ik hou er wel van. Maar het dan ook goed voor elkaar hebben voor jezelf, is toch weer een ander verhaal.

Afgelopen week las ik toevallig vlak achter elkaar een stuk uit het boek Understanding hEDS and HSD over self-management en een artikel uit het VED magazine over self-care. En ik dacht: daar kan ik wel wat mee. Of, sterker nog: daar móet ik wat mee.

Wat is self-care dan eigenlijk?

Sommige Engelse termen zijn lastig naar één Nederlands woord te vertalen. Self-care is niet hetzelfde als zelfzorg. Bij zelfzorg gaat het erom dat je jezelf kunt wassen, aankleden, kunt eten en dat soort dingen. Self-care gaat meer om je welzijn, zoals ik het begrepen heb.

Ik zou het eerder vertalen naar zorgzaam of lief zijn voor jezelf. Niet altijd maar anderen op de eerste plaats zetten, maar ook eens jezelf wat aandacht schenken. Aandacht voor je binnenkant en de buitenkant, op alle vlakken eigenlijk.

Heb jij enig idee of jij goed voor jezelf zorgt? Het Headington Institute heeft een test waarmee je kunt zien hoe hoog je scoort als het gaat om self-care. Wel in het Engels en je moet ook nog zelf de punten optellen. Pffff….

Self-care challenge

Nu stond er dus in dat VED-magazine al één, maar voor wie geen lid is, heeft Pluseenbeetje ook een hele leuke self-care challenge!

Ik had me maanden geleden al voorgenomen eraan mee te doen en onbewust heb ik al het één en ander gedaan. Zoals:

  • Een kaartje sturen naar een vriendin: Gek genoeg voelt dat heel anders dan gewoon een whatsappje sturen. De moeite die je erin stopt om voor die persoon en die situatie een geschikt kaartje te vinden… hopelijk is dat ook overgekomen.
  • In jezelf investeren: Een privé-fusion-buikdansles mèt rolstoel staat (bijna) op de planning!
  • Uit je comfortzone stappen en iets nieuws doen: Ik bewonder mensen die van alles opgeven en voor hun dromen gaan. Dat is niet iets wat ik zelf zo snel zou durven, maar vind het wel leuk om ze daarin te steunen. Dus ga ik binnenkort langs bij Darkashter voor een fotoshoot, ook heel erg buiten mijn comfortzone trouwens…
  • Opruimen en weggooien: Twee vuilniszakken uit mijn kledingkast. Weg met die versleten zooi en kleding die ik toch nooit meer ga passen.
  • Een spa at home night: Ik heb er alles voor in huis: infraroodsauna, ligbad, lekkere badspulletjes en crèmetjes… En zo heel af en toe neem ik er ook de tijd voor om er gebruik van te maken.

En wat is self-management?

Bij self-management gaat het erom dat je de vaardigheden in huis hebt om zelf op de juiste manier om te gaan met je aandoening of beperking. Dat je zelf de informatie kunt vinden die je nodig hebt, keuzes kunt maken in wat goed voor je is, je gedrag kunt veranderen, samen kunt werken met zorgverleners en steun kunt vinden bij anderen.

Het gaat er dus niet zozeer om dat je het allemaal alleen doet, maar wel dat jij zelf degene bent die het aanstuurt.

Ik vond dit filmpje wel verhelderend en veel ervan komt ook overeen met wat ik gelezen heb in ‘Understanding hEDS and HSD’. In het Nederlands is er ook wel genoeg over te vinden, bijvoorbeeld op het Kennisplein Chronische Zorg. Veel is dan geschreven gericht op de zorgverleners en het ligt er wel dik bovenop dat het gericht is op het besparen van zorgkosten. Aan de andere kant past het bij de mondigheid van de mensen in deze tijd en sluit het ook weer aan bij die 21e eeuwse vaardigheden.

Self-management tips

Alhoewel dit vooral gericht is op mensen met chronische aandoeningen of beperkingen, denk ik dat iedereen wel een beetje self-management kan gebruiken. Bijvoorbeeld:

  • Ga op zoek naar juiste informatie (over je aandoening): Vertrouw niet zomaar elke website of ‘de nicht van de buurvrouw die ook zoiets heeft gehad’. Je huisarts is vaak een goed startpunt en daarnaast zijn er veel patiëntenverenigingen die informatie over ziektes en aandoeningen online hebben staan.
  • Praat met je partner/vrienden over veranderende relaties en wat het met je doet: Ja, dat doe ik ook altijd. Niet dus. Maar het zal vast wat ongemakkelijke en onzekere momenten weg kunnen nemen.
  • Kijk welke trucjes/hacks/oefeningen bij jou werken om het dagelijks leven aangenamer te maken: Ik heb zo bijvoorbeeld mijn maniertjes om brood te smeren, boodschappen te doen of mijn rolstoel mee te nemen. Het ziet er soms belachelijk uit, maar voor mij werkt het.
  • Hou een dagboek bij om inzicht te krijgen in wat bij jou je pijn en vermoeidheid veroorzaakt: Ok, hier ben ik ook al niet zo goed in. Gelukkig heb je daar ook apps voor!
  • Wissel inspanning af met ontspanning: Daar is die salami-techniek weer…
  • Zoek steun bij lotgenoten: Lang leve social media. Je hoeft er niet eens je bed voor uit.

Het is inmiddels 22.15 uur en ik kan hier nog wel uren over praten. Maar nog beter is het om het ook uit te voeren. Dus die laptop kan uit en jullie komen er verder vast zelf wel uit.

Scroll bijvoorbeeld even naar beneden naar alle tags die hier op mijn blog te vinden zijn. Daarin is genoeg te herkennen als het gaat om self-care en self-management, van afvallen tot zelfredzaamheid. En vergeet vooral die salamitechniek niet! 😉

Zorg goed voor jezelf!

examens mentimeter

In het onderwijs is scholing een belangrijk onderdeel van je takenpakket. Voor de bijscholing dit schooljaar mochten we voor een deel zelf bedenken wat we wilden leren en hoe.

Om meteen wat dieper in mijn taak als examenleider te duiken, koos ik ervoor om het verantwoordelijkheidsgevoel en de zelfregulering van studenten te verbeteren, zodat de examinering efficiënter verloopt. Daarbij had ik de volgende doelen gesteld:

  • Studenten dragen zelf zorg voor het (op tijd) maken, uitvoeren en inleveren van examens.
  • De weg naar planningen, afspraken en cijfers weten studenten zelf te vinden.
  • Studenten weten wat er van ze verwacht wordt met betrekking tot examinering.

Wat zeggen de boeken over motivatie, zelfregulering en leerbereidheid?

Ik koos een paar boeken uit om informatie uit te halen waar ik verder mee aan de slag kon. Want alhoewel ik het specifiek op de examens wilde richten, is het nemen van verantwoordelijkheid iets wat op meerdere vlakken bij studenten naar voren komt. En waar dus al meerdere keren over geschreven is.

Wat hebben studenten nu nodig om die bovenstaande doelen te bereiken? En hoe krijg je ze zover dat ze het ook nog willen? In het kort kwam ik de volgende punten tegen:

  • Flipped classroom
  • Belang van oefenen benadrukken
  • Leer studenten hoe te leren
  • Uitleggen waarom
  • Voorkennis navragen
  • Structureren in kleine delen
  • Regelmatig herhalen en samenvatten
  • Saamhorigheid en samenwerking
  • Duidelijkheid en aard vooropgestelde doelen
  • Gepaste mate van keuzevrijheid
  • Eigen interesses en doelstellingen nastreven
  • Praktische taken: verdiepen in delen van de leerinhoud en discussiëren
  • Feedback: informerend in plaats van controlerend
  • Eigen planning maken, zelf leren nemen van beslissingen
  • Kritisch reflecteren op leerproces
  • Rolmodellen observeren: duidelijk omlijnde tussenstappen
  • Differentiatie en uitdagingen op maat
  • Onderscheid regels en afspraken
  • Autonomieondersteunend gedrag en structuur zijn meest effectief voor motivatie
  • Pygmalion-effect

En dit werd het plan:

Om allereerst te kunnen zien wat studenten al wel of niet wisten over de examinering, had ik een Kahootquiz samengesteld met vragen hierover. Dat had natuurlijk ook met een enquêteformulier of iets dergelijks gekund. Maar het leuke van Kahoot is dat ze meteen zien of hun antwoord goed of fout is en wie de meeste antwoorden goed heeft.

En voor het eerst heb ik instructiefilmpjes gemaakt, om als flipped classroom te gebruiken. Dat was nog wel even uitvogelen wat wel of niet werkte. De eerste versie van 20 minuten en alleen maar een ingesproken powerpoint, vond ik veel te saai. Hier was echt alles in verwerkt, voor alle vier de opleidingen. In de tweede versie had ik het opgesplitst naar een algemeen filmpje en een filmpje per opleiding. En in plaats van die ingesproken powerpoint, heb ik Prezi gebruikt en mijn hoofd in een hoekje in beeld gezet.

De Kahootquiz en filmpjes had ik aan de studieloopbaanbegeleiders (slb’ers) doorgestuurd als voorbereiding op een lesbezoek van mij als examenleider in hun klassen. De Kahoot kon dan klassikaal afgenomen worden en de filmpjes in de groepsapp gezet worden, zodat ze het in hun eigen tijd konden bekijken. Tijdens dat lesbezoek zou ik dan gedifferentieerde opdrachten aanbieden, gericht op eigen vaardigheden en reflecteren.

Wil je precies weten hoe en wat, dan kun je hier mijn lesopzet downloaden. Alhoewel waarschijnlijk niet alle linkjes werken zonder inlog.

Lesbezoeken over examens

Wat vanuit antwoorden in Kahoot opviel, was dat studenten vooral naar de slb’er of examenleider willen stappen met vragen, in plaats van zelf de informatie op te zoeken in bijvoorbeeld de examengids. Daarnaast waren sommige vragen fout beantwoord, omdat het om onderwerpen ging waar ze nog niet mee te maken hadden gehad, wat op zich logisch is.

Het lesbezoek begon ik steeds met een paar vragen die ze via Mentimeter konden beantwoorden, zoals: wat heb je nodig om goed je examens door te komen? Daar kwamen mooie antwoorden naar voren, studenten snappen heel goed dat ze meer nodig hebben dan alleen maar even wat theorie erin te stampen of een verslagje tikken.

Hoewel het de bedoeling was dat studenten vanuit hun eigen behoefte een opdracht zouden kiezen, liep dit toch anders. Bij sommige klassen wilden ze de instructiefilmpjes zien, omdat die nog niet gedeeld waren vooraf. En bij een andere klas nam ik de Kahoot af, waarbij ik tussendoor uitleg gaf. Bij de klas waar wel voor gedifferentieerde opdrachten gekozen werd, viel op dat studenten wisselend omgingen met het uitwerken van de opdracht. Sommigen stopten er zoveel werk in, dat ze het niet afkregen binnen de gegeven tijd. Anderen waren snel klaar en waren moeilijk te motiveren nog een opdracht te kiezen.

En hoe wordt er nu omgegaan met examens?

De slb’ers had ik gevraagd om bij verschillende examenmomenten een evaluatielijst in te vullen. Hierbij had ik de evaluatievragen gekoppeld aan de bovengenoemde doelen. De slb’ers vulden dit iets positiever in dan wat ik als examenleider tegenkom. Ik zie daarin ook wel verschil tussen hoe een student op niveau 2, 3 of 4 met examens omgaat. En daarnaast ook hoe slb’ers hierin begeleiden. Studenten op niveau 2 worden veel aangestuurd door hun slb’er. Studenten op niveau 4 zijn hierin veel zelfstandiger en herkennen zelf de structuur van de examinering.

Alhoewel ik wel verbetering zie door het op verschillende manieren herhalen van de uitleg omtrent examinering , valt er nog genoeg te winnen. Misschien niet eens alleen bij de studenten zelf, maar ook door met slb’ers concreter af te spreken hoe studenten geïnformeerd en begeleid worden bij hun examens.

Ik vond het boeiend en leuk om op deze manier met de examinering bezig te zijn. Heel wat anders dan formulieren checken en cijfers invoeren. Ik heb me kunnen verdiepen in literatuur over motivatie, leerbereidheid en 21e eeuwse vaardigheden. Flipped classroom of instructiefilmpjes maken, was iets wat ik nog niet eerder gedaan had. Ik zie er zeker met dit onderwerp de meerwaarde van in. Studenten kunnen het filmpje nog eens terugkijken als ze iets niet meer weten en de uitleg gaat niet van de lestijd af.
En door dit alles heb ik inzicht gekregen in verschillen in verantwoordelijkheid en zelfregulering en de aansluiting van slb’ers hierop.

Wat denk jij dat studenten/jongeren kunnen gebruiken om zelf die verantwoordelijkheid op zich te willen nemen?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het laatste onderwerp van deze vier: Optimisme.

Verklarend gedrag

Verklarend gedrag is de manier waarop iemand geneigd is de gebeurtenissen in zijn leven uit te leggen. Uit experimenten met zowel scholieren als volwassenen kwam het volgende naar voren: Mensen met pessimistisch verklarend gedrag zijn eerder terneergeslagen, wat leidt tot minder studieresultaten. Mensen met optimistisch verklarend gedrag komen negatieve ervaringen te boven, halen betere resultaten en zijn gezonder.

 

optimistisch verklarend gedrag

Wanneer er sprake is van optimistisch of pessimistisch verklarend gedrag, is in bovenstaand schema duidelijk weergegeven. In het boek wordt het uitgebreid uitgelegd, maar ik denk dat dit schema makkelijk om te buigen is naar de praktijk.

In mijn groep studenten zie ik beide tegenpolen. En sommige studenten krijgen ook echt te maken met heel veel vervelende dingen die ze overkomen. Hoe ze dit verklaren kan soms het verschil maken tussen voortijdig schoolverlaten en juist met succes de opleiding doorlopen.

ABCDE-denkstrategie voor optimistisch verklarend gedrag

Met mijn studenten hebben we wekelijks intervisie. Een zwak punt hierbij (zowel van mij als mijn studenten) is de structuur vasthouden. Er wordt al snel afgedwaald en uiteindelijk hebben we heel veel meningen uitgewisseld, maar of het probleem daarmee opgelost is…

Een andere strategie is dus een welkome afwisseling voor deze groep. Met het vooruitzicht dat je hiermee alles optimistischer kan gaan bekijken, is het de moeite waard om deze strategie aan te leren.

Ook van deze ABCDE-denkstrategie is in het boek een uitgebreide beschrijving gegeven. Deze heb ik voor mijn studenten ingekort en wat praktischer weergegeven, door de stappen om te zetten naar vragen en in een Piktochart te zetten.

ABCDE-denkstrategie

Ben jij een optimist of een pessimist als het gaat om de vervelende dingen die je overkomen? En hoe ga jij er vervolgens mee om?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond  zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het derde onderwerp van deze vier: Positief toekomstbeeld van jezelf.

Toekomstbeeld: wat houdt het in?

Je toekomstbeeld is het beeld dat je hebt zoals jij denkt te zullen worden. Het is bepalend voor je zelfbeeld en hierbij maak je de verbinding tussen het nu en de toekomst en hoe je onderweg kunt veranderen om dat te bereiken.

Dit toekomstbeeld is gebaseerd op:

  •  je verleden en ervaringen
  • het vergelijken van eigen gedachten, gevoelens, kenmerken en gedragingen met die van andere mensen met een voorbeeldfunctie
  • wat je denkt dat anderen van je verwachten

Negatief en positief toekomstbeeld

Een balans in negatief en positief geeft je richting in wat je wel of niet wil worden. Een negatief toekomstbeeld kun je inzetten als voorbeeld van wat je wil vermijden, zoals werkloos of eenzaam zijn. En bij een positief toekomstbeeld zie je voor je wat je gewenste situatie is, zoals  een goed betaalde baan en een liefdevol gezin.

Wanneer je een positief toekomstbeeld hebt, is dit krachtige stimulans om hier zelfstandig en doelgericht naartoe te werken.

Maar wanneer de ideale en werkelijke situatie te ver uit elkaar liggen, kan dit negatieve emoties losmaken.

Hoe vorm je een positief toekomstbeeld?

In het boek worden een aantal voorbeelden van activiteiten genoemd om leerlingen te helpen bij het vormen van een positief toekomstbeeld. Sommige activiteiten zijn gericht op het vinden van rolmodellen, voorbeelden van wat je wilt worden. Andere zijn gericht op het onderzoeken van wat er nodig is om dat toekomstbeeld te verwezenlijken of wat het beroep precies inhoudt.

Aangezien mijn studenten in het laatste jaar van hun beroepsopleiding zitten, heb ik voor hen de activiteit gekozen om een tijdpad te tekenen wat leidt naar hun droombaan. Daarbij geven ze op dit tijdspad de kruispunten en hindernissen aan. Een volgende stap is dan om per hindernis of kruispunt een korte termijndoel op te stellen, om ervoor te zorgen dat het eindpunt bereikt wordt.

En hoe zit het met jouw toekomstbeeld? Heb jij een positief en realistisch toekomstbeeld of heb je nog niet helder voor ogen wat je wil bereiken?