Berichten

Inspannende activiteiten afwisselen met ontspannende activiteiten, om zo je energie meer te spreiden over de dag en niet te overbelasten. Net als een salamiworst die je niet in één keer opeet, maar steeds een plakje van neemt.

De salamitechniek heb ik niet zelf bedacht, maar deze komt uit het boek De pijn de baas. Ik weet dat het goed voor mij en mijn lijf is, maar het is gewoon niet leuk om er continu zo bewust mee bezig te moeten zijn.

Maar hoe doe ik dat dan, die salamitechniek toepassen? Daar wilde ik vandaag eens bij stilstaan en het visueel maken door, jawel: plakjes salami! Hieronder is een gemiddelde week te zien, zonder bijzondere uitstapjes of iets dergelijks. Je ziet duidelijk de overvolle dagen en de dagen die goed in balans zijn.

De witte rondjes geven de rustmomenten aan. Hierbij is het voor mij vooral van belang dat ik mijn bekken ontlast. Rechtop zitten is misschien niet zo inspannend als staan, maar ontspannend is het ook niet. Ontspannen is voor mij platliggen of schuin tegen kussens aan leunen en mijn benen op de bank. En waarschijnlijk komen de witte rondjes ook wel overeen met de tijden dat ik online ben op social media, haha!

De plakjes salami zijn juist de activiteiten die mij inspanning kosten. Sommige activiteiten kosten mij dubbel zoveel inspanning, die hebben een plakje erbij gekregen. Nu is er nog wel verschil tussen de ene inspannende activiteit en de andere. Het afwisselen van houding is in de foto’s niet duidelijk zichtbaar, maar wel minstens zo belangrijk.

Maandag

De maandagen zijn voor mij het zwaarst, omdat ik dan een aantal uur voor de klas sta. Daarom kies ik er al voor om niet op de fiets naar mijn werk te gaan, maar met de scooter.

De pauzes zijn voor mijn hoofd vaak wel even pauze, maar voor mijn lijf niet. Ik heb ooit wel een stretcher gehad op mijn werk, maar daar voelde ik me toch wel ongemakkelijk bij. Je zet ‘m niet even in de docentenkamer en ik vind het toch wel zo gezellig om in de pauzes met mijn collega’s te kletsen.

En gelukkig is mijn man dan bij thuiskomst zo lief om te koken, want na zo’n dag kan ik alleen nog maar op de bank liggen ‘s avonds.

Dinsdag

De dinsdag is ook een lange werkdag, maar voelt minder zwaar dan de maandag. Een valkuil is dan wel dat ik lang achter elkaar achter de laptop blijf werken en te weinig wissel van houding. Het archiveren van examens bewaar ik bewust voor het einde van de dag, want dit is een klusje waar ik niet heel veel bij na hoef te denken. Alle overige taken die ik als examenleider doe, vragen behoorlijk wat concentratie, vandaar dat ik die wil doen als ik nog helder ben.

Woensdag

Op woensdag ben ik vrij en dan kan ik wèl goed die salamitechniek toepassen. De boodschappen en fitnessen red ik dan precies onder schooltijd van mijn jongste dochter. Nu had ik het bloggen voor ‘s middags staan, maar ik ga ook wel eens nog even naar de markt of de bibliotheek met mijn dochter. En dan ‘s avonds een uurtje onderuitgezakt op de bank nog wat bloggen.

Donderdag

Op donderdag werk ik maar een halve dag en ben ik voornamelijk met examentaken bezig. Ik lunch dan thuis en daarna moet ik wel even liggen voor ik nog wat in het huishouden of aan hobbyen kan doen. Meestal probeer ik wel te koken voor het gezin, omdat mijn man dan wel gewoon een lange werkdag heeft. Ik zie dat ik het extra plakje salami voor het koken hier vergeten ben, maar het koken vind ik toch wel een zware activiteit. Ook al hebben we een hoge stoel in de keuken staan, ik zit of sta er niet fijn.

Vrijdag

Ook op vrijdag weer een halve dag werken en dus zo’n beetje hetzelfde verhaal als donderdag. Op die halve werkdagen probeer ik vaak wel de fiets te pakken naar mijn werk. Het is maar een kwartiertje fietsen en zo pak ik toch weer wat beweging mee.

Zaterdag

Zaterdag is mijn ochtendje dansen bij Misiconi. Dat is nog best een lang stuk achter elkaar, ook al zit er een pauze tussen en kan ik fijn in mijn dansrolstoel blijven zitten. Eenmaal thuis ga ik dan ook weer even liggen, voordat ik weer wat actiefs ga doen. Als ik op een zaterdagavond uit ga of naar vriendinnen, dan plan ik een chill-middag in. En vaak ook een chill-zondag erachteraan.

Zondag

Zondagochtend ga ik altijd even een stukje fietsen. En dan niet in de relaxstand zoals wanneer ik naar mijn werk fiets, maar ik probeer er een beetje tempo in te houden. Op deze zondag was er niks bijzonders ingepland, maar we gaan ook regelmatig met het gezin de deur uit in de middag.

Elke zondagavond eten we macaroni bij mijn schoonfamilie. Wel relaxt dat we dan niet hoeven te koken! En gezellig natuurlijk, want mijn schoonzus, zwager en nichtjes zijn er dan ook.

Had jij al eerder van de salamitechniek gehoord? Is dit iets wat je goed kunt toepassen in je dagelijks leven?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

 

laptop agenda to doAls blogger worden artikelen vaak pas interessant als je de grens opzoekt tussen wat wel en niet kan. Taboes doorbreken doe je niet door binnen de lijntjes te kleuren. Maar aan de andere kant heb je wel een leven buiten het bloggen om rekening mee te houden.

Wat deel je over je gezin?

Onder de mamabloggers is er een beetje een tweedeling: sommigen schermen hun kinderen af door geen namen te gebruiken en ze niet herkenbaar op de foto te zetten, anderen vinden juist dat persoonlijk bloggen als mamablogger niet kan zonder wat te delen over je kinderen.

Blijkbaar is er ook een naam voor: sharenting. Je leest er meer over in de artikelen van Lotus Writings en Twijfelmoeder.

Nu ben ik zelf geen echte mamablogger, maar ik schrijf weleens over het moeder zijn. Mijn dochters zijn 10 en 13 jaar oud en zelf al aardig vaardig in het vinden van de weg op internet. Net als hun klasgenoten en vrienden. Om die reden deel ik vrij weinig persoonlijke dingen over ze. Het zou niet leuk zijn dat ze op school aangesproken worden door een klasgenootje over iets wat ik over hen op mijn blog heb geplaatst.

Als ik schrijf over het moederschap, probeer ik dat zoveel mogelijk vanuit mijn rol te beschrijven, zonder op de persoonlijke kenmerken van mijn kinderen in te gaan. Ok, het zijn twee meiden, de leeftijd heb ik ook al weggegeven en verder mag je best weten dat de jongste zeer waarschijnlijk net als ik EDS heeft.

Ik zal best weleens schrijven over onderwerpen waar ik tegenaan loop in de opvoeding of hun ontwikkeling. Maar dit maak ik dan wat algemener door het door te trekken naar wat ik vanuit de theorie hierover kan vertellen als pedagoog. Of door ervaringen van andere chronisch zieke moeders samen te beschrijven met die van mij.

Wat deel je over je werk?

In het onderwijs zit hier een dubbele laag in: er wordt van mij verwacht dat ik me op een bepaalde manier gedraag op het internet en daarnaast is het ook mijn taak om studenten hier les over te geven, hoe zij dat in de praktijk kunnen brengen.

De onderstaande Prezi is bijvoorbeeld een les die ik gegeven heb over ethiek en social media. Het leverde interessante discussies op en gelukkig was de conclusie dat de meeste studenten wel weten wat wel en niet hoort.

De vakbond CNV heeft een protocol met richtlijnen voor social media welke net zo goed toepasbaar is bij het bloggen.

Waar ik zelf bij het bloggen rekening mee houd:

  • Ik ben oprecht in wat ik schrijf. Als ik het niet zou zeggen tegen mijn collega, werkgever of studenten, zou ik het ook niet op mijn blog plaatsen. Daarbij ben ik me er ook bewust van dat alles te vinden is op internet.
  • Geschreven tekst komt soms anders over dan gesproken tekst. Alhoewel ik hier en daar best weleens sarcastisch kan zijn of iets met een knipoog bedoelen, probeer ik erop te letten dat mijn tekst niet kwetsend overkomt.
  • Ik ben geen voorstander van het romantiseren van het vak als docent, maar probeer wel een balans te laten zien in mijn artikelen: docent zijn heeft leuke en minder leuke kanten.
  • Wat ik schrijf, is vooral mijn interpretatie. Wanneer ik daarbij gebruik heb gemaakt van andere bronnen, benoem ik deze (met link).
  • Werkgever, collega’s en studenten noem ik niet bij naam, tenzij zij dit zelf willen.

Toch word ik weleens aangesproken door collega’s of ik niet te negatief ben over mijn werk. Bijvoorbeeld bij het artikel over mijn ‘rotbaan‘ of over de werkdruk. Persoonlijk vind ik dat ik hierbij niet een grens overschrijd. Ik schrijf vanuit mijn ervaring en leg niet de schuld bij mijn werkgever of iets dergelijks. Iedereen weet toch dat er een hoge werkdruk is in het onderwijs en dat er ook minder leuke kanten aan elke baan zitten? Waarom zou je alleen maar de positieve kanten mogen delen?

Wat deel je over je ziekte of beperking?

Ook hier is het soms lastig een balans te vinden in wat je deelt. Dit blog ben ik begonnen om meer bekendheid te geven aan EDS, wat het inhoudt om hiermee te leven. Vanzelfsprekend schrijf ik dan over de klachten die ik heb. Persoonlijk vind ik het lastiger te schrijven over de kwaaltjes die anderen niet zien. Wil ik wel dat anderen weten wat er zich allemaal in mijn lijf afspeelt? Of wil ik alleen datgene delen waarvan ik hoop dat anderen er rekening mee houden, zoals mijn verminderde mobiliteit?

Voor mij ligt de grens bij het tot in detail beschrijven van klachten. Ik ga hier niet mijn ontlasting of wonden beschrijven en er al helemaal geen foto’s van plaatsen. Dat is echt TMI (too much information, voor degenen die hier bij de chronisch ziekenbingo tegenaan liepen).

En dan heb ik nog een lichte allergie voor betutteling en mensen die in de slachtofferrol kruipen. Waarschijnlijk is dat tussen de regels door wel op mijn blog te lezen. En hoe rot ik me soms ook voel, ik waak ervoor om niet alleen maar negatief over te komen.

Tot slot probeer ik ook bij dit onderwerp rekening te houden met de lezers. Bijvoorbeeld mensen die zelf een chronische ziekte of beperking hebben, zij bevinden zich allemaal op een ander punt in hun acceptatieproces en interpreteren mijn stukken tekst vanuit hun eigen ervaringen. Of de mensen die dichtbij mij staan, ik zou niet willen dat ze zich onnodig zorgen om mij maken. Dus dan doseer ik datgene wat ik wil delen enigszins.

Conclusie: ik ben niet alleen maar mijn blog, er is nog veeeeeeeel meer Jacqueline in het echte leven. 😉

Maar ik hou wel van een uitdaging, het opzoeken van grenzen: waar zou jij graag een artikel over willen lezen wat bijna die grenzen overschrijdt?

Af en toe komt hij weer voorbij: de ‘Chronic Illness Bingo’, welke gemaakt is door Susie van Pins and Procrastination. En ik kan er ook wel de humor van inzien hoor, je krijgt als chronisch zieke heel vaak dezelfde opmerkingen te horen. Soms vermoeiend, dus je kan er inderdaad maar beter om lachen.

chronic illness bingoEn toch… als we het nou eens omdraaien? Hoe zouden de mensen die die opmerkingen maken het vinden om slachtoffer te zijn van een bingo? Misschien bedoelen ze het echt wel goed.

Of zijn wij als chronisch zieken niet net zo voorspelbaar in onze opmerkingen, doen en laten? Zou het anderen ook niet hun neus uitkomen hoe wij overkomen?

Chronisch Zieken Bingo, maar dan anders

Dus ik heb het maar gedaan: een alternatieve chronisch zieken bingo gemaakt. Natuurlijk werd ik een beetje overgehaald door de volgers op Facebook die hun stem hierop uitbrachten. Alhoewel ik niet weet of ze hadden kunnen bedenken dat ik er dit mee bedoelde: Een bingo waarin wij als chronisch zieken zelf het lijdend voorwerp zijn.

Bekijk het met een knipoog: het is niet goed of fout als je jezelf of een ander herkent hierin. Wel opvallend en een beetje een cliché. Want ook al willen we als chronisch zieken liever niet in een hokje geplaatst worden, blijkbaar laten we in ons gedrag wel veel van hetzelfde zien. En ik maak me er net zo goed schuldig aan. Alhoewel ik toch hoop dat mijn naasten niet een hele bingokaart vol kunnen krijgen door mij te observeren…

chronisch zieken bingoSpelregels Chronisch Zieken Bingo

Dit spel is in alle opzichten Chronisch Zieken Bingo te noemen. Je kan het spelen als chronisch zieke, maar ook als iemand die veel met chronisch zieken te maken heeft. En het is zelfs aangepast aan de mogelijkheden van de chronisch zieken: je hoeft er de deur niet voor uit, kan gewoon in bed of op de bank blijven liggen.

  1. Sla de afbeelding op op je smartphone, tablet of laptop.
  2. Open je favoriete social media kanaal en ga op zoek naar chronisch zieken. Die zijn als volgt te vinden: in lotgenotengroepen, pagina’s voor chronisch zieken of op hun/jouw eigen pagina. Probeer ook eens op hashtags te zoeken, zoals #spoonielife of #chronischziek.
  3. Nu kan het afstrepen beginnen! Zie je een opmerking, foto of gedrag voorbij komen wat op je bingokaart voorkomt, dan mag je deze afstrepen. Dat kan door de opgeslagen afbeelding te bewerken en de hokjes af te strepen of stempelen. Maar als je het echt spannend wil maken, photoshop je het bewijs erin! (Is een grapje natuurlijk, doe maar niet. Of laat in ieder geval de persoon onherkenbaar.)
  4. Volle kaart? Deel ‘m dan via Instagram, Twitter of Facebook met de hashtag #chronischziekenbingo .
  5. Helaas is er geen keukenmachine of iets dergelijks te winnen, wel eeuwige roem. Wanneer er genoeg volle bingokaarten zijn, zal ik ze hier op mijn blog nog eens in het zonnetje zetten.

Delen mag uiteraard! Ik ben benieuwd naar de eerste volle kaarten. 😉

gezelschapspelletjes uno kaartspelOver het algemeen kunnen mijn meiden (9 en 13 jaar) zich prima zelf vermaken. Maar het is wel zo gezellig om af en toe samen een spel te doen. Maar er zijn dagen dat zelfs gezelschapsspelletjes aan tafel te vermoeiend voor me zijn. Zeker na een werkdag ben ik allang blij dat ik het red om tijdens het avondeten tot en met het toetje aan tafel te kunnen blijven zitten.

Er zijn weleens momenten geweest dat ik het gevoel had aan de zijlijn te staan: mijn gezin ging vrolijk verder terwijl ik languit op de bank lag.
Maar ook al lig ik languit op de bank, dan nog kan ik meedoen met mijn gezin. En vandaag besloot ik die meiden vanachter hun beeldscherm weg te trekken en een stapel spelletjes te testen: welke zijn geschikt om languit op de bank (of vanuit je luie stoel) te kunnen spelen?

Mijn oudste dochter heeft een selectie gemaakt van spelletjes welke we uitgeprobeerd hebben, dit was ons oordeel:

Wie is het?

Met een hoekbank is het even puzzelen wie waar gaat zitten/liggen, zodat je niet op elkaars bord kan kijken. Maar het bord kan makkelijk op je schoot blijven staan en op het ene kaartje na, zijn er geen losse onderdelen die makkelijk van het bord af vallen.

Galgje

Er zullen vast handigere versies zijn dan die wij hebben, is er ook niet een reiseditie van of zoiets? Met al die losse lettertjes in een grote doos verdwijnen er al snel een paar tussen de kussens van de bank. Waarschijnlijk is ouderwets met pen en papier galgje spelen een stuk praktischer. Dat ik het woord ‘aquarel’ niet kon raden voordat mijn poppetje aan de galg hing, heeft er natuurlijk niks mee te maken dat ik niet zo enthousiast ben over dit spel.

Boggle

Een compact spel werkt altijd goed als je geen tafel in de buurt hebt. Ook zonder stabiele ondergrond blijven de dobbelstenen op hun plek in het bakje. Ik heb alleen weer verloren, al was het maar met één punt verschil.

Rozenkoning

Dit is misschien niet zo’n bekend spel, maar hier in huis favoriet. Het is een bordspel waarbij je een zo groot mogelijk gebied moet veroveren met steentjes van jouw kleur en met behulp van kaartjes die de richting en het aantal passen aangeven. Alleen is het dus een groot bordspel, waardoor er op de bank niet veel plek meer is om de steentjes en kaartjes kwijt te kunnen. En met een stuiterende negenjarige in de buurt, loop je wel het risico dat het bord met steentjes en al van de bank af stuitert. Maar met een iets minder stuiterende dertienjarige is het wel te doen. En ik won, dus het is een leuk spel.

Sketch!

Ik weet eigenlijk niet wat het verschil tussen Sketch! en Pictionary is, volgens mij de kinderen ook niet en we zijn allemaal te lui om de gebruiksaanwijzing goed te lezen, dus doen we maar wat. Maar het gaat prima op de bank: de kaartjes kunnen in de doos blijven liggen en de bordjes om op te tekenen kun je makkelijk in je hand of op schoot houden.

Uno

Eigenlijk zijn kaartspellen altijd goed. Je hebt er niet veel ruimte voor nodig om het te spelen, of op te bergen. Op vakantie gaat dit spel (en andere kaartspellen) ook altijd mee. Met kaarten hoef ik niks op schoot te houden en kan ik, als ik wil, plat blijven liggen.

Conclusie

Hoe compacter het spel, hoe beter. Uno kwam als beste uit de bus, maar Boggle en Sketch! waren ook goed te doen. En de grote bordspellen bewaren we dan wel voor de dagen dat ik langer aan de eettafel kan zitten.

Zijn je kids jonger en nog niet toe aan dit soort spellen? Mammatien heeft vijf super simpele speeltips op een rijtje gezet waarbij je als moeder met beperking nog steeds die nodige aandacht kan geven.