Berichten

lesgeven

Eerder schreef ik over mijn worsteling met werk die ik in 2017 zou voortzetten, mijn ‘rotbaan‘ en lijntjes die ik heb uitgeworpen op zoek naar alternatieven. Het lesgeven in het mbo wordt fysiek te zwaar voor me en er moet echt iets gaan veranderen. Inmiddels heb ik een aantal gesprekken gehad op het gebied van werk en EDS.

Sollicitatiegesprek

Ik werd getipt voor een leuke vacature bij een deeltijd lerarenopleiding. Spannend ook: wil ik wel mijn vaste baan opgeven? Zou de overstap van mbo naar hbo wel passen bij mij?

Via het mobiliteitscentrum van mijn huidige werkgever begreep ik dat detacheren heel goed mogelijk is en ik op die manier mijn vaste contract kon houden. Ideaal, leek me. En al zou het wel wat verder reizen zijn, omdat het om een deeltijdopleiding ging, zou ik buiten de spits kunnen reizen en dat maakt voor mij een enorm verschil.

In het gesprek werd ik nog enthousiaster: het team (de helft was bij het gesprek aanwezig), de werkzaamheden en de flexibiliteit spraken me erg aan. Daarnaast leek me de verhouding lesgeven en andere taken goed te doen.

Helaas ben ik het niet geworden, maar ik hou de vacatures in de gaten!

Intakegesprek revalidatiearts

In de eerste plaats wilde ik naar een revalidatiearts met ervaring met EDS om geadviseerd te worden in het lopen wat bij mij steeds meer achteruit gaat. Daarnaast ook wat betreft het slapen en mijn werk.

Het gesprek duurde een uur en daarin was vooral de revalidatiearts aan het woord. Hij wist precies te vertellen hoe mijn lijf werkt, of eigenlijk vaak niet werkt door EDS.

Eén van zijn opmerkingen die even nodig had om op me in te laten werken, was dat trainen weinig zin heeft. EDS zorgt voor kwetsbare pezen en aanhechtingen. Je kan dan wel je spieren gaan trainen, maar die spieren zitten vast aan die zwakke schakel en je kan maar zo hard trainen als je zwakste schakel.

Ook een revalidatietraject van een aantal weken of maanden was in zijn ogen weinig zinvol. Je leert een trucje aan, maar zodra het normale leven weer om de hoek komt kijken en het moeilijk wordt, val je weer terug in je oude gedrag. Als je al je hele leven op de verkeerde manier bezig bent, over je grenzen gaat, is dat niet zo snel opgelost. Hij vergeleek het met een draaicirkel van een olietanker, die kan ook niet zo snel van richting veranderen.

Ik moet dus een stap terug doen. Binnen de ‘mwoah’-grens blijven en vooral mijn bekken meer rust geven. Daar krijg ik nog een bekkenband voor, om te zien of dat ervoor zorgt dat ik het lopen en zitten (ook op mijn werk) weer wat beter vol kan houden.

Behalve de bekkenband hebben we nog geen concrete dingen afgesproken, ik moest het vooral maar even laten bezinken. Niet meteen het roer om, maar de tijd en ruimte nemen om die olietanker te laten draaien.

Gesprek directie

Naar aanleiding van een medewerkerstevredenheidsonderzoek was de directie bij ons team op bezoek geweest en daar had ik wat dingetjes aangegeven die maakten dat ik niet altijd tevreden ben over mijn huidige werksituatie. Daar wilden ze graag één op één verder over in gesprek.

En dat heb ik als een heel positief gesprek ervaren. Ik kon mijn verhaal kwijt, voelde me gehoord en begrepen. Ik verwacht niet dat er a la minute een oplossing is, dat er ineens een functie gecreëerd wordt die precies bij mijn kwaliteiten en beperkingen past. Maar ik vond het fijn dat er meegedacht werd en te horen dat mijn baas zich ook verantwoordelijk voelt om mij zo lang en zo goed mogelijk aan het werk te kunnen blijven houden.

Uitgeworpen lijntjes

Ik denk dat het goede stappen zijn geweest om deze gesprekken aan te gaan. Binnenkort zullen er nog een paar van dit soort gesprekken komen en dan is het maar afwachten wanneer één van de uitgeworpen lijntjes beet heeft.

Vooral van de revalidatiearts heb ik hoge verwachtingen. Van lotgenoten heb ik alleen nog maar positieve verhalen over deze arts gehoord. Mijn eerste indruk was ook dat het een betrokken arts is met veel kennis van EDS.

En vanuit de andere gesprekken heb ik opgestoken dat ik voorlopig nog geen afscheid wil nemen van het onderwijs. En eigenlijk ook niet van het mbo. Ik voel me hier thuis en gewaardeerd, weet dat ik hier nog genoeg kan betekenen voor zowel studenten als collega’s. Aan de andere kant sta ik open voor nieuwe uitdagingen, dus ik ben benieuwd wat er nog op mijn pad gaat komen.

leerklimaat mboHet boek Beter leerklimaat in het mbo vond ik in januari in mijn postvakje, als cadeautje van de directie. Hier maak je mij altijd blij mee: boeken over onderwijs.

Er worden 40 tips gegeven om het gedrag van studenten te verbeteren. Het is een overzichtelijk geheel en daardoor snel door te lezen. Elke tip wordt op dezelfde manier toegelicht:

  • Om over na te denken
  • Aan de slag in je klas
  • De kern van de zaak

Alhoewel het boek van oorsprong geschreven is door Amerikaanse auteurs, zijn de situaties en tips net zo herkenbaar voor de Nederlandse situatie. Sorry voor de jongvolwassen studenten: jullie zijn gewoon ontzettend voorspelbaar. Geldt net zo goed voor de docenten trouwens.

Er zit wel aardig wat overlap in de tips en hier en daar wordt een open deur ingetrapt, maar wie weet is dit voor andere docenten wel wat nieuws.

Heel kort samengevat gaat het om een positieve benadering met oog voor de student. En dat is zeker iets waar ik me in kan vinden.

Tips die nu al goed voor mij werken

  • Geef studenten verantwoordelijkheid: Het zal je verbazen wat het effect is van letterlijk de bordstift in handen te geven van studenten. Als ze merken dat wat zij denken er toe doet, zijn ze veel meer bereid om nog dieper op de stof in te gaan.
  • Enthousiaste docent, enthousiaste studenten: Het ene vak is leuker om te geven dan het andere. Pedagogiek heeft mijn voorkeur, maar het vak organisatie kan ik met net zoveel enthousiasme overbrengen. Studenten zien er ook wel de humor van in: ‘Mevrouw, dit is helemaal niet zo leuk als u doet overkomen.’ En ondertussen blijven ze wel opletten, wachtend op het moment dat het wèl leuk gaat worden. Maar ik verklap natuurlijk niet dat dat leuke moment is wanneer zij de lesstof snappen en het belang ervan inzien.
  • Regels en procedures: Bij deze tip wordt er onderscheid gemaakt tussen regels die niet overtreden mogen worden (anders volgen er consequenties) en procedures, waarbij je een vaste manier hebt hoe dingen moeten gebeuren. Ik vind dat wel een mooi gegeven, iets om met mijn team bespreekbaar te maken. Zo hoeft het verbieden van de telefoon wat mij betreft geen regel te zijn. Maar ik vind het wel onderdeel van een procedure: je let op tijdens de uitleg, gaat aan het werk met een opdracht en pas als alles klaar is, mag de telefoon tevoorschijn komen. Dat is voor mij meteen een teken om misschien wat eerder naar een volgend lesonderdeel te gaan.

Tips die ik nog wel wat meer kan inzetten

  • Negeren is vooruitzien/ de afleidingsmanoeuvre: Dit is meteen wat ik bedoelde met overlap in verschillende tips. Want eigenlijk ben je nooit alleen maar aan het negeren, je gaat niet in op het negatieve gedrag, maar leidt de student af door zijn aandacht ergens anders op te richten. Ik ben er ook van overtuigd dat dit beter werkt dan je les te onderbreken en in te gaan op het negatieve gedrag, maar het lukt niet altijd. Zeker als de ene stoorzender de andere aansteekt, ben ik even kwijt hoe ik ze kan afleiden. En soms sta ik gewoon zo perplex van het gedrag, dat ik dat niet kan verbergen. Om even een extreme te noemen: ik betrapte een keer een student die een hijs nam van zijn elektrische sigaret, gewoon tijdens mijn les.
  • Praat zacht en rustig: Ook hiervan weet ik dat het werkt, in een drukke klas kun je beter juist zacht en rustig praten, dan doen studenten meer hun best om je te kunnen verstaan. Maar als ik in een open ruimte met computers en groepstafels van drie verschillende klassen tegelijkertijd de aandacht wil, lukt het me niet om dit zacht te doen. In een normaal klaslokaal waar ik sneller oogcontact heb met studenten, gaat het me een stuk beter af.

tips leerklimaat mbo

Welke tips zou jij een docent in het mbo willen geven om het leerklimaat te verbeteren?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

rolstoel scooterNiet zeuren, maar aanpakken!‘ Dat was één van de reacties die ik kreeg op de column die ik voor de Supportbeurs schreef: niet gehandicapt genoeg. Daarnaast ook veel reacties hoe herkenbaar het was om tussen wal en schip te vallen als het gaat om hulpmiddelen en aanpassingen. Maar die ene reactie bleef toch goed hangen.

Ik weet dat ik ook weleens de minder leuke kanten belicht van het chronisch ziek zijn. Het zou gek zijn als het alleen maar positief zou zijn, want het leven met EDS is nu eenmaal niet alleen maar leuk. Maar toch hoop ik over te komen als iemand die ervoor gaat, die haar best doet om zoveel mogelijk zelf voor elkaar te krijgen.

Dat dat niet bij iedereen zo overkomt, kan ik prima mee leven. Zo nu en dan weer even aangescherpt worden door iemand die een mening over je heeft na één column te hebben gelezen, zet me weer even met beide benen op de grond. Zo slecht heb ik het ook helemaal niet.

Net zo erg als mijn studenten

Met mijn studenten hadden we het pas over klachten en hoe de school hiermee omgaat. Zij vonden bijvoorbeeld dat er teveel opdrachten gegeven werden. Daar hadden ze over geklaagd, maar ze hadden niet het idee dat er wat mee gedaan werd. Maar toen ik vroeg hoeveel tijd ze aan huiswerk kwijt waren en het grootste deel van de groep toegaf dat ze er maar tussen de 0 en 2 uur per week aan besteden, dacht ik ook: niet zeuren, maar aanpakken!

Ik heb dat niet letterlijk geroepen, maar ik heb wel een preek gegeven over dat ze wat meer moeite mogen doen voor hun opleiding. Ik heb dus zitten zeuren tegen ze.

Vorige week kwam niet alleen die column op de Supportbeurs online, maar schreef ik hier ook nog eens over die ‘rotbaan’ van mij. Twee van zulke artikelen in één week en dan ook nog een preek naar je studenten. Ja, dan ben je toch echt wel een zeur.

Afscheid nemen van je maren

Toen ik lang geleden het boek Leven met pijn doorworstelde, kwam ik de oefening afscheid nemen van je maren tegen. Je beschrijft dan wat je zou willen en wat je tegenhoudt. Door vervolgens in elke zin het woord ‘maar’ weg te strepen en er ‘en’ voor in de plaats te zetten, verandert de betekenis en ga je er anders over denken.

Om het even toe te passen op mijn klaagzang van vorige week:

  1. Ik zou graag een uitdagende, leuke baan willen hebben, maar en het lesgeven is fysiek te zwaar voor me geworden.
  2. Ik zou graag de tijd willen krijgen om mijn werk goed uit te kunnen voeren, maar en die tijd is er niet.
  3. Ik zou graag zekerheid willen hebben over aanpassingen in mijn functie, maar en ik ben op papier niet ziek of arbeidsbeperkt waardoor mijn werkgever niet verplicht is mijn functie aan te passen.
  4. Ik zou graag dichtbij willen parkeren als ik mijn rolstoel gebruik, maar en ik heb geen gehandicaptenparkeerkaart.
  5. Ik zou financieel graag wat makkelijker willen hebben, maar en ik krijg geen tegemoetkoming in de kosten van het chronisch ziek zijn.

Aanpakken!

Niet gaan wachten tot een ander het voor je doet, maar gewoon zelf je schouders eronder zetten. Schop onder je kont en gaan. Ik kan natuurlijk wel mooi schrijven over zelfredzaamheid en afscheid nemen van je maren, maar dan moet ik het zelf ook gaan doen.

Bij het afscheid nemen van je maren wil je er eigenlijk meteen het woord ‘dus’ achteraan plakken en een oplossing geven voor het probleem. Tenminste, dat effect heeft die oefening op mij.

  1. Dus ga ik op zoek naar alternatieven binnen het onderwijs.
  2. Dus moet ik leren loslaten en werk over te dragen.
  3. Dus ga ik met mijn leidinggevenden in gesprek over welke aanpassingen wèl mogelijk zijn.
  4. Dus neem ik mijn rolstoel mee op mijn scooter.
  5. Dus ga ik op zoek naar andere mogelijkheden tot extra inkomsten, zoals crowdfunding of misschien in de toekomst zelfs dit blog.

Wordt vervolgd dus…

lesgeven

Zo’n rotbaan waarbij je altijd maar klagende mensen voor je neus krijgt. Waarbij je meer taken krijgt dan uren om ze uit te kunnen voeren. Waar overwerken niet bestaat, maar het normaal is om op je vrije avonden of dagen met je werk bezig te zijn. Bah, je zal zo’n baan maar hebben! Of…

Moet je werk altijd maar leuk en uitdagend zijn?

Een tijdje geleden las ik een interview met een filmmaker met een Wajong-uitkering. En stiekem was ik een beetje jaloers. Met behoud van zijn uitkering (uiteraard wordt het wel verrekend) kan hij zijn droombaan waar maken, terwijl anderen genoegen moeten nemen met een rotbaan om rond te kunnen komen. Er staan genoeg dingen in het interview waar ik hem gelijk moet geven hoor, maar toch steekt het een beetje. Ik vind het niet eerlijk dat ik wel steeds maar weer moet inleveren.

Vervolgens las ik een artikel over hoogbegaafden die werkloos thuis zitten, omdat ze te weinig uitdaging hebben op het werk. En dan denk ik aan die onderwijsleider die ooit tegen me zei: ‘Als jij fulltime had kunnen werken, had je makkelijk ook onderwijsleider kunnen worden.’ En ik had het beter gedaan dan die persoon ook. Alleen, helaas pindakaas, als het je fysiek niet lukt om fulltime te kunnen werken, kun je fluiten naar dit soort functies. Maar om dan je baan op te geven, omdat het niet genoeg uitdaging geeft, dat begrijp ik niet zo goed. Of nou ja, ik snap dat je dan op zoek gaat naar iets anders. Maar voordat je iets anders hebt, zou ik niet zo snel mijn baan opgeven, ik zou er toch het beste van proberen te maken.

Is het echt zo erg om werk onder je niveau te doen? Ok, als het leidt tot een ‘bore-out‘, is dat erg vervelend. Maar voor elke rotbaan geldt: iemand moet het doen. Er zijn heus meer mensen die hun werk niet altijd met plezier doen. Maar er zullen minstens net zoveel mensen zijn die zouden willen dat ze die rotbaan hadden, maar werkloos of afgekeurd thuis zitten.

Mijn rotbaan

Meestal vind ik mijn werk erg leuk. Maar met vlagen irriteer ik me aan mijn werk en vraag ik me af of het de overbelasting van mijn lijf waard is. En op zo’n punt zit ik nu.

Sinds dit schooljaar ben ik minder les gaan geven en heb ik de taak van examenleider gekregen, in de hoop dat dat minder zwaar zou zijn voor mijn lijf. En in de meeste opzichten is het ook minder zwaar. Ik kan veel vanachter mijn laptop doen en de overstap van drie hele dagen naar twee hele en twee halve dagen is mij goed bevallen.

Maar het is echt stom, dat examenleider zijn. Om het even op te sommen:

  • Examens aanvragen, formulieren checken, cijfers invoeren… Het is gewoon saai werk.
  • Ik zie mijn collega’s minder, omdat ik in een apart hok zit.
  • Het werk is zo ontzettend veel in zo weinig tijd, dat ik toch fouten maak. En dat vind ik als perfectionist toch wel het vervelendste.
  • De verantwoordelijkheid weegt erg zwaar. Als ik iets niet goed doe, kan het ertoe leiden dat een student geen diploma haalt. Of als de onderwijsinspectie ziet dat iets niet in orde is, kan het ertoe leiden dat we die hele opleiding niet meer aan mogen bieden. Ook op andere locaties niet.
  • Het werk is nooit af, er blijft altijd wel iets liggen. Daar ga ik vervolgens thuis ook nog over zitten malen, wat mijn nachtrust geen goed doet.
  • Examenleider is een taak naast het lesgeven en studieloopbaanbegeleider zijn. Doordat er meer tijd gaat zitten in de examinering, kan ik niet de kwaliteit bieden in mijn lessen die ik zou willen.
  • Mensen zoeken me vooral op als ze ergens niet tevreden over zijn. En denken dat ik dat kan veranderen, wat niet altijd het geval is.
  • Ik moet mijn collega’s feedback geven als ze iets niet goed gedaan hebben. Niet tof om te moeten doen, kan ik je zeggen.
  • Slecht nieuws aan studenten moeten geven is trouwens ook niet tof.
  • En tot slot: ook al is deze taak fysiek minder zwaar dan lesgeven, ik ga nog steeds achteruit.

Wat is het alternatief?

Ik zou me ziek kunnen melden, daar heb ik genoeg aantoonbare redenen voor. Want welke malloot laat zich door een baan een rolstoel in jagen? En dan maar afwachten of ik daadwerkelijk afgekeurd wordt, zodat ik thuis kan zitten met een uitkering, of een aangepaste functie krijg. Of, wie weet kan ik ook wel filmmaker worden!

Nee, dat kan ik dus niet. Sowieso heb ik het talent niet om filmmaker te kunnen worden. Maar ik vind het daarnaast lastig om me ziek te melden terwijl ik weet dat ik wel de uren kan werken, maar alleen maar moeite heb met bepaalde taken.

Een andere optie is om intern of extern op zoek te gaan naar een andere functie.

Intern (of met name in de branche waar ik werk) vraag ik me af of die er is. Tot nu toe heb ik vooral het idee dat je als docent gewoon alles moet kunnen en het liefst zoveel mogelijk tegelijk. Je specialiseren in een functie buiten het lesgeven, is maar voor weinig mensen weggelegd.

Extern op zoek gaan naar een andere functie vind ik best spannend. Want dat vaste contract wat ik nu heb en alles wat ik binnen mijn werk heb opgebouwd, durf ik toch niet zo goed achter me te laten. Om dan weer van voren af aan bij een andere organisatie te starten met de onzekerheid van een tijdelijk contract.

Ik gooi het bijltje er niet zomaar bij neer en heb inmiddels wat lijntjes uitgeworpen. Geen idee nog wat het gaat opleveren. Maar als het me wat gaat opleveren, zal ik daar vast wel wat van delen op mijn blog! En tot die tijd probeer ik maar die rotbaan te veranderen naar een leuke baan. Wie weet wil ik straks niet eens meer iets anders. 😉

laptop agenda to doVorige week kwamen in deel 1 al de 21e eeuwse vaardigheden zelfregulering, kritisch denken, creatief denken, probleemoplossend denken, computational thinking en informatievaardigheden aan bod. Vandaag in deel 2 de overgebleven vaardigheden. Deze zijn niet alleen voor school en werk nuttig om te bezitten, maar ook als chronisch zieke.

ICT-basisvaardigheden

ICT-basisvaardigheden zijn de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen, om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen.

Inmiddels behoren tablet en smartphone ook tot een onmisbare basis. En hoe gemakkelijk is dat wel niet! Ik kan je vertellen dat ik veel van mijn verplichte rustmomenten met mijn smartphone doorbreng. Een Whatsappje naar een vriendin versturen, even Facebook checken, kijken wat voor weer het wordt, blogs lezen…

Mediawijsheid

Mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.

Zeker voor chronisch zieken bij wie de fysieke leefwereld steeds kleiner wordt, spelen verschillende media een belangrijke rol om toch te blijven ontwikkelen, betrokken te blijven bij anderen en te ontspannen. Volgens mij ben ik één van de weinige chronisch zieken die geen Netflix heeft, maar de Facebookverslaving ben ik wel een tikkeltje schuldig aan.

Communiceren

Het gaat bij communiceren om het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap. Meer specifiek gaat het om het doelgericht informatie uitwisselen met anderen, in verschillende situaties, met verschillende middelen.

Wat denk je van gesprekken met artsen of andere specialisten, of met instanties als WMO, UWV. Als je goed geholpen wil worden, zul je je ook goed moeten kunnen verwoorden. Dat is soms best lastig als je een specialist voor je neus hebt die misschien een andere visie heeft, of misschien zelfs niet eens bekend is met je aandoening. Je wilt je vraag of klacht zo duidelijk mogelijk neerleggen en andersom ook begrijpen wat de specialist jou vertelt. En het kan soms best frustrerend zijn als je niet begrepen wordt.

Het is dan handig om van tevoren op een rijtje te zetten wat je wilt bespreken, gewoon letterlijk op papier een lijstje maken.

Mailen kan een goed alternatief zijn als je je in een gesprek niet zo helder kunt verwoorden, door emoties of tijdgebrek bijvoorbeeld. In een e-mail kun je veel kwijt, maar wordt ook alles gelezen als je je hele levensverhaal neerpent? Soms werkt kort en zakelijk beter, net als in een telefoongesprek.

Samenwerken

Bij samenwerken gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen.

Ja, het had leuk geweest als je de hele wereld in je eentje aankon. Maar met een chronische ziekte zul je toch soms meer moeten samenwerken dan je zou willen. Om hulp vragen is niet mijn sterkste kant, maar inmiddels word ik er steeds meer ervaren in. Net als het aangeven van grenzen, aan anderen duidelijk maken wat ze wel en niet van me kunnen verwachten.

En daarbij moet ik wel eens mijn eigen ideeën los kunnen laten en anderen het op hun manier laten doen. Bijvoorbeeld in ons gezin waar ieder wel zijn steentje bijdraagt aan het huishouden, maar je wil niet weten hoe de was erbij ligt…

Sociale & culturele vaardigheden

Bij deze vaardigheden gaat het om het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.

Als je zelf al flink wat ellende voor je kiezen hebt gekregen door ziekte of beperkingen, kan dat het makkelijker maken om je in te leven in anderen. Het kan, het is geen garantie. Ieder gaat er op zijn eigen manier mee om, vanuit hun eigen achtergrond en overtuigingen. En ook daarin kun je leren van elkaar, bijvoorbeeld ook binnen lotgenotengroepen.

Ik hoop met mijn blog (en inclusiedans) een stukje bij te kunnen dragen aan een meer inclusieve samenleving. Door open te zijn over hoe het is om met beperkingen te leven, kennis en ervaringen te delen hierover. Hierbij kan ik deze vaardigheden goed inzetten.

En om op dat laatste door te gaan: aanstaande zaterdag komt er een artikel online waarin die verschillen nog meer naar voren komen: wanneer is iets betutteling en wanneer beleefdheid?

Wil je geen artikel missen? Volg Salami stinkt dan op Facebook, Twitter of Bloglovin’.

 

laptop agenda to doIn het onderwijs wordt er regelmatig aandacht besteed aan 21e eeuwse vaardigheden. Het idee erachter is dat we in de moderne tijd waarin we leven, andere vaardigheden nodig hebben dan voorheen aangeleerd werden. Sommige beroepen waar studenten nu voor opgeleid worden, zullen er op een gegeven moment niet meer zijn. Die 21e eeuwse vaardigheden kunnen in alle beroepen nuttig zijn, zodat studenten toch voorbereid zijn op de toekomst.

Maar los van school en werk, denk ik dat het juist ook goed is voor chronisch zieken om zich bewust te zijn van deze 21e eeuwse vaardigheden. En ze wellicht ook verder te ontwikkelen.

Dit filmpje laat in het kort zien wat die 21e eeuwse vaardigheden inhouden. Meer is te lezen op de website van SLO. De omschrijvingen die in dit artikel per vaardigheid te lezen zijn, komen hier ook vandaan.

Zelfregulering

Zelfregulering houdt in: zelfstandig handelen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen in de context van een bepaalde situatie/omgeving, rekening houdend met de eigen capaciteiten. Het gaat om het heft in handen nemen en niet klakkeloos aanwijzingen of voorschriften volgen. Daarvoor is het nodig zicht te hebben op de eigen doelen, motieven en capaciteiten.

Wanneer je chronisch ziek bent, zul je keer op keer met tegenslagen en veranderingen te maken hebben. Daar is geen handleiding voor. Je kan dan bij de pakken neer zitten, maar daar schiet je niets mee op.

Kritisch denken

Bij kritisch denken gaat het om het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen. Hiervoor zijn denkvaardigheden noodzakelijk, maar ook houdingsaspecten, reflectie en zelfregulerend vermogen spelen een essentiële rol.

Is het wel of niet verstandig om weer voor een nieuwe behandeling of operatie te gaan? Hoe hou je belasting en belastbaarheid in balans? Genoeg denkvoer om eindeloos over te piekeren. Maar de kunst is om ook knopen door te hakken op basis van die afwegingen. Niet gemakkelijk, kan ik je wel zeggen.

Creatief denken

Creatief denken en handelen is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden.

Geen mens is hetzelfde en wat voor de één een goede oplossing zal zijn, hoeft dat niet voor de ander te zijn. Zeker bij aandoeningen die niet zoveel voorkomen, hebben behandelaars ook niet altijd een geschikt antwoord.

Door out-of-the-box te denken en risico’s te durven nemen, kom je soms tot ideeën die je leven een stuk makkelijker maken. Om even een simpel voorbeeld te geven: het je al eens gezien hoe ik mijn rolstoel meeneem op mijn scooter?

Probleem oplossend denken

Probleemoplossend denken en handelen is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen.

Daarbij is het proces dat leidt tot het oplossen van het probleem belangrijker dan het vinden van de oplossing zelf.

Wanneer je strategieën kunt bedenken om tot een oplossing te komen voor het ene probleem, kun je deze ook toepassen bij andere problemen.

Computational thinking

Computational thinking is het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen. Het gaat daarbij om een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ICT-technieken en -gereedschappen.

Denk bijvoorbeeld aan al die apps gericht op gezondheid. Revalidatieapps heeft hier al een aardig overzicht in gemaakt. Een activiteitenweger, pijndagboek, calorieënteller, stappenteller, mindfulness en andere oefeningen, voor van alles is er wel een app. En met bijbehorende gadgets kun je nog meer inzicht krijgen in je gezondheid, zoals je slaap analyseren.

Informatievaardigheden

Informatievaardigheden omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. In de context van 21e-eeuwse vaardigheden gaat het hierbij vaak om digitale bronnen.

In de weg naar een diagnose en ook daarna zul je als chronisch zieke flink wat tijd hebben doorgebracht op Google. Waar komen mijn klachten vandaan? Bij wie moet ik zijn voor diagnose en behandeling? Wat staat me nog meer te wachten?

Al die digitale bronnen maken jou nog steeds geen arts. Maar het kan je wel helpen om je gerichter door te laten verwijzen.

En bedenk ook dat niet elke bron even betrouwbaar is. De ene richt zich meer op wetenschappelijke feiten en de ander meer op opinie. Het is dan maar net welke informatie je nodig hebt. Wat betreft relevante informatie over aandoeningen zou ik websites van patiëntenverenigingen (zowel nationaal als internationaal) eerder aanraden dan Wikipedia.

Wordt vervolgd…

De oplettende lezer ziet dat er nog een stuk of 5 vaardigheden overblijven. Om alles in één keer te beschrijven, zou tot een enorme lap tekst leiden. Dus vandaar dat er volgende week een deel 2 verschijnt met daarin de vaardigheden:

  • ICT-basisvaardigheden
  • Mediawijsheid
  • Communiceren
  • Samenwerken
  • Sociale en culturele vaardigheden

Welke vaardigheden pas jij al toe? En waar zou jij je meer in kunnen ontwikkelen?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het laatste onderwerp van deze vier: Optimisme.

Verklarend gedrag

Verklarend gedrag is de manier waarop iemand geneigd is de gebeurtenissen in zijn leven uit te leggen. Uit experimenten met zowel scholieren als volwassenen kwam het volgende naar voren: Mensen met pessimistisch verklarend gedrag zijn eerder terneergeslagen, wat leidt tot minder studieresultaten. Mensen met optimistisch verklarend gedrag komen negatieve ervaringen te boven, halen betere resultaten en zijn gezonder.

 

optimistisch verklarend gedrag

Wanneer er sprake is van optimistisch of pessimistisch verklarend gedrag, is in bovenstaand schema duidelijk weergegeven. In het boek wordt het uitgebreid uitgelegd, maar ik denk dat dit schema makkelijk om te buigen is naar de praktijk.

In mijn groep studenten zie ik beide tegenpolen. En sommige studenten krijgen ook echt te maken met heel veel vervelende dingen die ze overkomen. Hoe ze dit verklaren kan soms het verschil maken tussen voortijdig schoolverlaten en juist met succes de opleiding doorlopen.

ABCDE-denkstrategie voor optimistisch verklarend gedrag

Met mijn studenten hebben we wekelijks intervisie. Een zwak punt hierbij (zowel van mij als mijn studenten) is de structuur vasthouden. Er wordt al snel afgedwaald en uiteindelijk hebben we heel veel meningen uitgewisseld, maar of het probleem daarmee opgelost is…

Een andere strategie is dus een welkome afwisseling voor deze groep. Met het vooruitzicht dat je hiermee alles optimistischer kan gaan bekijken, is het de moeite waard om deze strategie aan te leren.

Ook van deze ABCDE-denkstrategie is in het boek een uitgebreide beschrijving gegeven. Deze heb ik voor mijn studenten ingekort en wat praktischer weergegeven, door de stappen om te zetten naar vragen en in een Piktochart te zetten.

ABCDE-denkstrategie

Ben jij een optimist of een pessimist als het gaat om de vervelende dingen die je overkomen? En hoe ga jij er vervolgens mee om?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond  zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het derde onderwerp van deze vier: Positief toekomstbeeld van jezelf.

Toekomstbeeld: wat houdt het in?

Je toekomstbeeld is het beeld dat je hebt zoals jij denkt te zullen worden. Het is bepalend voor je zelfbeeld en hierbij maak je de verbinding tussen het nu en de toekomst en hoe je onderweg kunt veranderen om dat te bereiken.

Dit toekomstbeeld is gebaseerd op:

  •  je verleden en ervaringen
  • het vergelijken van eigen gedachten, gevoelens, kenmerken en gedragingen met die van andere mensen met een voorbeeldfunctie
  • wat je denkt dat anderen van je verwachten

Negatief en positief toekomstbeeld

Een balans in negatief en positief geeft je richting in wat je wel of niet wil worden. Een negatief toekomstbeeld kun je inzetten als voorbeeld van wat je wil vermijden, zoals werkloos of eenzaam zijn. En bij een positief toekomstbeeld zie je voor je wat je gewenste situatie is, zoals  een goed betaalde baan en een liefdevol gezin.

Wanneer je een positief toekomstbeeld hebt, is dit krachtige stimulans om hier zelfstandig en doelgericht naartoe te werken.

Maar wanneer de ideale en werkelijke situatie te ver uit elkaar liggen, kan dit negatieve emoties losmaken.

Hoe vorm je een positief toekomstbeeld?

In het boek worden een aantal voorbeelden van activiteiten genoemd om leerlingen te helpen bij het vormen van een positief toekomstbeeld. Sommige activiteiten zijn gericht op het vinden van rolmodellen, voorbeelden van wat je wilt worden. Andere zijn gericht op het onderzoeken van wat er nodig is om dat toekomstbeeld te verwezenlijken of wat het beroep precies inhoudt.

Aangezien mijn studenten in het laatste jaar van hun beroepsopleiding zitten, heb ik voor hen de activiteit gekozen om een tijdpad te tekenen wat leidt naar hun droombaan. Daarbij geven ze op dit tijdspad de kruispunten en hindernissen aan. Een volgende stap is dan om per hindernis of kruispunt een korte termijndoel op te stellen, om ervoor te zorgen dat het eindpunt bereikt wordt.

En hoe zit het met jouw toekomstbeeld? Heb jij een positief en realistisch toekomstbeeld of heb je nog niet helder voor ogen wat je wil bereiken?

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

In het boek Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het tweede onderwerp: weerbaarheid.

Hoe weerbaar ben je?

Als je weerbaar bent, betekent dat dat je weer opveert na een confrontatie met moeilijke omstandigheden, groeit door tegenslagen. Typerend voor weerbare mensen is dat ze hoge verwachtingen hebben en zinvolle levensdoelen. Ze kunnen afstand nemen om niet verstrikt te raken in uitzichtloos schuldgevoel.

What doesn’t kill me, makes me stronger. Dit is een veel gehoorde uitspraak die in me opkwam toen ik las over weerbaarheid. Maar wat ik vaak als houding zie bij mensen die dit roepen, is dat die vervelende ervaringen ze harder hebben gemaakt. En dat is niet helemaal wat hier met weerbaarheid bedoeld wordt. Het gaat er niet om dat je je schouders ophaalt, de situatie de rug toedraait en ervan wegloopt. Het gaat er juist om dat je er je schouders onder zet, roeit met de riemen die je hebt en kracht haalt uit het overwinnen van tegenslagen.

21e eeuwse vaardigheden marzano heflebower weerbaardheidIn het boek is een weerbaarheidstest opgenomen waarbij studenten kunnen aangeven in hoeverre ze het eens zijn met een stelling. Met mijn klas heb ik ervoor gekozen om deze stellingen op kaartjes te schrijven met drie vragen op de achterkant:

  • In hoeverre ben je het eens met de stelling?
  • Geef een voorbeeld (hoe jij hiermee omgaat).
  • Wat zou je hierbij verder willen ontwikkelen?

De kaartjes heb ik uitgedeeld en vervolgens mochten de studenten door middel van een speeddate steeds in tweetallen twee minuten lang elkaar bevragen hierover. Na een paar keer wisselen heb ik ze gevraagd een samenvattend beeld te geven over wat ze is opgevallen wat betreft de weerbaarheid van hun dates.

Hoe word je weerbaarder?

Het aanleren van basisvaardigheden voor probleemoplossend denken is een goede methode om meer weerbaar te worden. Daarnaast werkt het ook om de goede eigenschappen van weerbare personen te benadrukken.

 

In het boek werden de volgende belangrijke eigenschappen genoemd:

  • het verschil zien tussen positieve en negatieve invloeden
  • negatieve invloeden kunnen beperken
  • een duidelijk toekomstbeeld hebben
  • niet berusten in je lot, hoeveel tegenslag je ook tegenkomt
  • gerichte plannen maken en aanpassen om doelen te behalen op korte en lange termijn

Zonder dat ik ze mijn bevindingen uit het boek gedeeld had, kwamen mijn studenten hiermee:

  • geloof in eigen kunnen
  • probleemoplossend vermogen
  • positief benaderen
  • openstaan voor alternatieven

Ook een mooie aanvulling als je het hebt over eigenschappen of vaardigheden die je weerbaarder kunnen maken. En ik denk dat de uren studieloopbaanbegeleiding hier mooi op aansluiten om dit verder te ontwikkelen. Eén manier die tijdens de les ter sprake kwam, is bijvoorbeeld het uitproberen van verschillende methodes tijdens intervisie. Op die manier kunnen de studenten elkaar helpen hierin te groeien.

En hoe weerbaar ben jij? Wat wil jij hierin nog verder ontwikkelen?

 

 

 

 

 

Marzano Heflebower Klaar voor de 21e eeuwSommige onderwerpen die in mijn lessen aan bod komen, zijn de moeite waard om ook buiten de klas te delen. Met de klas waar ik studieloopbaanbegeleider van ben, hebben we een aantal 21e eeuwse vaardigheden uitgekozen om mee aan de slag te gaan. Bovenaan stond (weliswaar een tikkeltje beïnvloed door sturing van mijn kant) zelfregulering of zelfredzaamheid: controle hebben over je leven.

En niet helemaal toevallig kwam ik in de docentenkamer een zwerfboek tegen: Klaar voor de 21e eeuw – Vaardigheden voor een veranderende wereld door Robert J. Marzano en Tammy Heflebower. Hierin staan verschillende onderzoeken en theorieën aangaande die 21e eeuwse vaardigheden beschreven en hoe je hier in de praktijk wat mee kunt doen.

Kijkend naar die zelfredzaamheid worden in dit boek vier manieren besproken om deze te bevorderen:

  • Versterking van de mindset
  • Weerbaarheid
  • Positief toekomstbeeld van jezelf
  • Optimisme

In dit artikel ga ik in op het eerste onderwerp van deze vier: versterking van de mindset.

Een veranderbare of onveranderbare mindset

Hoe studenten denken over het wel of niet vastliggen van bijvoorbeeld intelligentie beïnvloedt hoe zij uitdagingen aangaan. Studenten die denken dat het een vast gegeven is, dat je niet slimmer kunt worden dan je nu eenmaal bent, gaan uitdagingen uit de weg en kiezen voor de makkelijke weg. Die onveranderbare mindset is wat ik veel herken in mijn studenten (mbo niveau 3), maar ook in mijn dochter van 13 jaar. Als het maar voldoende is, dan is het goed genoeg. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ik heb nog nooit een 10 gehaald en dat zal wel niet gebeuren ook.

Maar als studenten ervan overtuigd zijn dat je door hard werken en toewijding meer kan bereiken, zullen ze die uitdagingen eerder aangaan, blijven proberen en zien ze in dat je van fouten kunt leren. Met zo’n veranderbare mindset haal je het beste uit jezelf en dat is iets wat ik zowel mijn studenten en dochters graag mee wil geven.

Bewust maken van de verschillen in mindset

Zo’n onveranderbare mindset is iets wat er flink ingestampt is en lastig om te zetten naar een veranderbare mindset. Wat je kan doen om de ander hierin te helpen, is diegene bewust te maken van de verschillen. Dat kan bijvoorbeeld door:

  1. Voorbeelden te geven van mensen die iets hebben bereikt niet alleen door talent, maar juist door doorzettingsvermogen.
  2. Keuzemogelijkheden te geven in taken en achteraf vragen waarom ze die keuze hebben gemaakt.
  3. Vanuit literatuur te bekijken wat voor mindset de personages hebben.
  4. Tests te laten maken over mindsets op het gebied van intelligentie, karakter, moraal en levensbeschouwingen en deze met elkaar bespreken.

In het boek van Marzano en Heflebower staan die tests ook beschreven en dat is waar ik met mijn studenten mee begon. Ik heb een aantal vragen van die tests in een Kahoot verwerkt en deze met de klas afgenomen.

En weet je? Eigenlijk valt het best mee met die onveranderbare mindset van mijn studenten. Op sommige vlakken denken ze wel dat hard werken alleen zin heeft als het al in je zit, maar op de meeste vlakken zijn ze er wel van overtuigd dat verandering mogelijk is.

Dus nu de volgende stap is ze ervan overtuigen dat verandering op àlle vlakken mogelijk is, als je er maar voor gaat!

En hoe zit het met jou? Denk jij dat je er wel komt met doorzetten? Of is het meer: wat er niet in zit, komt er ook niet uit?