jonge mantelzorger mantelzorg rolstoelNatuurlijk deel ik het liefst de leuke dingen die ik met mijn gezin onderneem, zoals uitstapjes en activiteiten. Maar soms toch ook de lastige kant van het ouderschap. En heel soms trek ik het nog een stukje breder: naar mijn werk waarin ik als docent pedagogiek mijn studenten leer om andermans kinderen op te voeden (en zichzelf daarmee ook een beetje).

jonge mantelzorger mantelzorg rolstoel

Vandaag is het de Dag van de mantelzorg, een dag om mantelzorgers in het zonnetje te zetten. Hiervoor is een nationaal mozaïek van mooie mantelzorgmomenten in het leven geroepen, waarbij vooral de mantelzorgers hun momenten delen. Eigenlijk zou ik dat toch andersom willen doen en delen hoe ik één van mijn mantelzorgers ervaar. Niet zomaar één, maar mijn oudste dochter.

Jonge mantelzorgers

Wist je dat een kwart van de kinderen opgroeit met een ouder, broer of zus die een lichamelijke of verstandelijke beperking heeft, ernstig of langdurig ziek is, psychische problemen of een ernstige verslaving heeft? Zo’n kind heeft andere taken en verantwoordelijkheden in huis dan andere leeftijdsgenootjes, wat ook weer invloed heeft op het kind als persoon.

Gelukkig is er vanuit mantelzorgorganisaties aandacht voor deze kinderen om te voorkomen dat ze overbelast raken of hierbij te ondersteunen. Nu ben ik niet zo bang dat onze kinderen zo snel overbelast zullen raken. We vormen een stabiel gezin met elkaar en hebben een fijn netwerk van familie en vrienden waar we terecht kunnen. En ik ben daarnaast van mening dat het hebben van EDS ook een positieve invloed heeft op ons gezin.

Lees ook: 10 redenen waarom ik mijn chronische ziekte (EDS) zie als draagkracht.

Dat neemt niet weg dat het iets is wat er zomaar extra bij komt. En er hoeft niet veel voor nodig te zijn om de weegschaal uit balans te krijgen. Het is niet te voorspellen hoe EDS bij mij zal verlopen in de loop van de jaren. Of wat er verder op ons bordje zal komen. Zo wacht ik bijvoorbeeld nog steeds op het moment dat die twee meiden van ons ècht gaan puberen.

WMO verplicht mantelzorg

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning gaat ervan uit dat je eerst vanuit je eigen netwerk kijkt waar je die ondersteuning vandaan kan halen. In de praktijk betekent dat dat er gekeken wordt naar de gezinssituatie.

Van kinderen van twaalf tot en met zeventien jaar verwacht men dat zij licht huishoudelijk werk doen, zoals opruimen en afwassen. Nu vind ik dat niet meer dan logisch, want je wil je kinderen toch ook bijbrengen dat ze voor hun eigen zooi kunnen zorgen.

Vanaf achttien jaar wordt er verwacht dat ze alle huishoudelijke taken op zich nemen en ondersteuning bieden. In de eerste plaats komt dat dan op de schouders van de partner neer, maar de meeste kinderen wonen met achttien jaar toch ook nog wel thuis.

Maar stel je voor dat je een alleenstaande ouder bent, je kind studeert en heeft een bijbaantje, omdat je nu eenmaal lastig rond kan komen van het inkomen van een ouder met beperkingen (of dat nu een uitkering is of een kleiner salaris doordat fulltime werken er niet in zit). En dan ook nog alle huishoudelijke taken erbij. Dan worden het ineens wel veel ballen om in de lucht te houden als mantelzorger. Ik vind dat niet kunnen om dat te verplichten bij jongeren die juist hun eigen toekomst zouden moeten opbouwen.

Mijn veertienjarige mantelzorger

Maar ook in onze situatie als twee-oudergezin met twee kinderen om al die taken onder elkaar te verdelen, vind ik het nogal wat om dit kinderen te verplichten.

Mijn oudste van veertien zit nu in de derde van het gymnasium, ook nog eens tweetalig onderwijs. Daar moet ze toch aardig haar best voor doen om goed mee te kunnen komen. Ze maakt flink wat uurtjes in de week vol met huiswerk.

Daarnaast voetbalt ze, om lekker sportief en in een team bezig te zijn. Toch weer twee keer per week trainen en een wedstrijd op zaterdag. Af en toe spreekt ze af met vriendinnen of gaat ze naar een feestje. En dan heeft ze nog een folderwijk op zondag, om een extra zakcentje te verdienen. Lijken mij hele normale bezigheden voor zo’n veertienjarige.

Iets minder gebruikelijk is dan dat ze die moeder met EDS heeft. Die moeder die haar niet zomaar overal en altijd naartoe kan brengen of halen. Die tijdens het shoppen of een dagje uit veel te langzaam rolt en regelmatig een duwtje nodig heeft. Die na een werkdag niet altijd puf heeft om nog te koken en waarvoor het bijhouden van de was een onbegonnen klus is.

Ze helpt dus regelmatig een handje mee. Kan prima zelfstandig koken, doet de was, haalt boodschappen, brengt het vuilnis weg, vlecht het haar van haar zusje en bekommert zich om haar moeder bij uitstapjes.

Maar al die eigen bezigheden zullen zich alleen maar uitbreiden naarmate ze ouder wordt. En de taken in het huishouden die ik moeilijk uit kan voeren alleen maar meer.

Mantelzorg als maatschappelijke stage?

Op de school waar die dame van ons zit, hebben ze een verplichte maatschappelijke stage van dertig uur, buiten schooltijd. Het doel hiervan is dat ze kennis maken met én een onbetaalde bijdrage leveren aan de samenleving (vrijwilligerswerk). Het draait om een zinvolle bijdrage leveren, wederzijds begrip en maatschappelijke samenhang creëren. Hiermee leren de kinderen samenwerken en verantwoordelijkheid nemen.

Hartstikke mooi dat die school daar het belang van inziet natuurlijk!

Nu had mijn dochter al twee evenementen gezien waar ze zich voor aan zou willen melden, maar daarmee zou ze zelfs ruim boven die dertig uur komen. Waar moet ze die tijd vandaan halen? En als ik dan kijk naar die doelen, dan werkt ze daar als mantelzorger ook al aan.

Het leek mij dus wel een goed idee om het mantelzorgen als maatschappelijke stage in te zetten. Naast één van die leuke evenementen waar ze graag bij wil helpen natuurlijk. En daarin ben ik niet de enige. In één van mijn lotgenotengroepen op Facebook zag ik dat een andere moeder hetzelfde idee had. Uit de reacties van anderen kwam dat sommige scholen dit niet goedkeuren, anderen alleen bij een ander thuis en weer een ander wel gewoon in het eigen huis.

Bij het mantelzorgen in een stage verpakken gaat het mij er niet zozeer om al de taken die ze al uitvoert ‘gecompenseerd’ te krijgen. Ik denk dat het goed voor haar is om zich er bewuster van te worden. Wat is nu vanzelfsprekend en wat valt onder mantelzorg? Hoe zou dit er in de toekomst uitzien wanneer mijn lijf nog meer achteruit is gegaan en zij met haar achttien jaar verplicht wordt om nog meer in huis te helpen? In hoeverre lever je een bijdrage aan de maatschappij als het alleen om je eigen moeder gaat?

Wat dat betreft heeft ze misschien wel de pech dat die moeder van haar zo graag de juf uithangt. 😉

Hoe denk jij over kinderen als mantelzorgers? Zou dit volgens jou in een maatschappelijke stage passen?

borduursels borduurpatronen borduurmachineTerwijl ik dit artikel aan het typen ben, borduur ik een cadeautje voor mijn neefje. Tegelijkertijd? Ja hoor, tegelijkertijd. Tien vingers op mijn toetsenbord en af en toe kijk ik vanuit mijn ooghoek naar hoe de naald het garen door de stof haalt.

Ik heb namelijk de luxe van een borduurmachine. Heb er ooit mijn dertiende maand aan uitgegeven en sindsdien is het een leuke, maar vrij prijzige hobby. Al moet ik zeggen dat ik er al een tijdje niet zoveel mee gedaan heb. Maar met een neef die niet alleen alweer zeven jaar wordt, maar ook nog eens zijn zwemdiploma heeft gehaald, vond ik het wel weer eens tijd om die borduurmachine onder het stof vandaan te halen. Wat ik voor hem heb gemaakt, hou ik nog even een verrassing (stel je voor dat hij toevallig even met zijn moeder meekijkt hier), maar vanavond zal ik een fotootje delen op Instagram.

Overigens is het natuurlijk niet echt voor luie mensen, dat borduren met een borduurmachine. Het blijft nog een behoorlijke klus met het inspannen van het raam, verwisselen van het garen, enzovoort. Maar met de hand borduren, daar zijn mijn handen gewoon niet voor gemaakt. Dit is een stuk gemakkelijker!

Namen of teksten borduren

Dit is één van de eenvoudigste klusjes op mijn borduurmachine. Er zitten namelijk een aantal lettertypes op, waarmee je met het touchscreen de namen mee kunt intikken.

Zo heb ik al heel wat slabbetjes geborduurd als kraamcadeautje en heel wat vriendinnetjes van mijn dochters blij gemaakt met een etui of tasje met naam als cadeautje bij een kinderfeestje. Eén keer heb ik voor de drie kleuterjuffen alle namen van de kleuters op een kussenhoes geborduurd. Maar dat was toch wel een klus die ik iets onderschat had… Daar zaten aardig wat uurtjes in.

Met langere teksten of wanneer ik een ander lettertype wil gebruiken, gebruik ik overigens de software die ik op mijn laptop heb.

Borduursoftware

Misschien kun je de tasjes die ik heb gemaakt voor de crowdfunding van mijn dansrolstoel nog herinneren. Hier had ik het logo van Misiconi van een digitaal plaatje naar een borduurbestand omgezet.

Het leuke is dat je dit met bijna elk plaatje wel kunt doen. Zo heb ik bijvoorbeeld mijn kinderen weleens een tekening laten maken op de Ipad en dit omgezet naar een borduurpatroon. Dat borduurpatroon gaat op een usb-stick en die gaat weer in de borduurmachine.

Heel erg gedetailleerde plaatjes komen er niet superstrak uit. Daar heb ik niet de professionele spullen voor.

Borduurpatronen online kopen

Voor echt de mooiste resultaten koop ik mijn borduurpatronen online. Ik ben helemaal fan van Urban Threads, die alles behalve truttige borduurpatronen heeft. Zo heb ik een aantal alfabetten in een mooi lettertype daar aangeschaft, best wel wat steampunk borduurpatronen en nog veel meer.

Als ik er weer eens één heb gekocht, zet ik ‘m meteen op een Pinterest bord, zodat ik daar eens doorheen kan bladeren als ik op zoek ben naar iets. Ik heb ook nog lang niet alles geborduurd van die verzameling.

Het gaat ook zo gemakkelijk. Je klikt aan in welke maat je het borduurpatroon wil hebben, betaalt met Paypal en je kunt het borduurpatroon meteen downloaden. En daardoor maakt het ook niet uit of je het nou in de VS of in Duitsland of waar dan ook koopt, het is meteen binnen.

Leuke projectjes

Behalve die namen ergens op borduren, kun je nog veel meer met een borduurmachine. Zo heb je ‘in the hoop’ borduurpatronen, waarbij je bijna geen naaimachine meer nodig hebt. Het borduurpatroon bestaat dan uit verschillende delen, vaak een voor- en achterkant. En vervolgens worden die delen ook met de borduurmachine aan elkaar gemaakt. Hier heb ik bijvoorbeeld de poppetjes mee gemaakt die je boven in de foto ziet.

En ik heb een periode gehad dat ik verslaafd was aan kant maken. Dat ziet er zo bijzonder uit. Je borduurt het patroon op een stuk oplosbare steunstof. Als het borduurpatroon klaar is, houd je het onder de kraan en dan blijft alleen een uniek stukje kant over.

Patches zijn ook erg leuk om te maken en weg te geven. Hier heb je ook kant-en-klare borduurpatronen voor. En op de borduurmachine zelf zitten wat standaard vormen die je hiervoor kunt gebruiken, bijvoorbeeld in combinatie met een tekst. Ik bedenk me nu ineens dat ik best met dat nieuwe logo een leuke patch zou kunnen maken.

Als ik mezelf heel erg wil uitdagen, dan verwerk ik een herhalend borduurpatroon in een jurk die ik aan het maken ben. Dit is toch wel een gepuzzel om het mooi uit te laten komen. Het is dan ook alweer een poos geleden dat ik dat gedaan heb.

Wat zou jij allemaal borduren als je een borduurmachine had?

Ik was er vroeger gek op, die geschiedenislessen. Het zal er vast ook wel mee te maken hebben gehad dat ik meestal wel een toffe geschiedenisleraar had, die z’n best deed er een leuke les van te maken. Maar het luisteren naar de verhalen en het in je kop stampen van de jaartallen vond ik ook leuk.

Zo anders dan mijn studenten, die ik meestal niet warm krijg voor zo’n les in wat allemaal al geweest is. Nu is er bij de opleiding Pedagogisch Werk waar ik lesgeef geen maandenlange reeks met geschiedenislessen over de kinderopvang, dus dat scheelt. Maar bij gebrek aan uitdagende opdrachten om in de theorie te duiken, bleef ik al een paar jaar hangen in dezelfde opdracht: ‘Zet de begrippen op de juiste plaats in de tijdlijn.’

Maar deze week had ik wat meer tijd om mijn les voor te bereiden en heb ik het in een ander jasje gegoten.

Voorbereiding geschiedenisles

  • Omdat het boek uit de studiewijzer niet op de boekenlijst van de studenten stond, kon ik beginnen met het kopiëren van de lesstof. En om zo min mogelijk papier te verspillen, heb ik geknipt en geplakt tot ik drie A4 op één A4 kreeg. Alleen maar tekst, zonder plaatjes dus.
  • De belangrijkste gebeurtenissen/ wetten/ regelgeving/ begrippen uit de tekst heb ik zo kort mogelijk overgetypt in een tabel en uitgeprint. Liefst zelfs afgekort, als het een gebruikelijke afkorting is.
  • De vakjes met begrippen heb ik uitgeknipt, zodat ik uiteindelijk achttien kaartjes had. Ik had nog een restje magnetisch plakband, maar gewoon plakband of losse magneetjes doen het ook prima hierbij.
  • Een paar kaartjes heb ik tot bonuskaartjes omgedoopt. Bij de ene was het jaartal niet terug te vinden in de tekst en zou deze dus gegokt moeten worden. De andere was helemaal niet in de tekst terug te vinden, omdat het om een nieuwe wet ging, die we de week ervoor behandeld hadden.
  • Tot slot heb ik een paar buzzers erbij gepakt. Daar hadden we meer dan genoeg van, maar uiteindelijk had ik er maar drie gebruikt, omdat ik vergeten was de anderen van batterijen te voorzien. Gelukkig was het maar een klein klasje.

Het spel

  • Terwijl de studenten de uitgedeelde tekst lazen en met highlighters aan de slag gingen, tekende ik de tijdlijn op het bord. Niet helemaal in proporties zoals je ziet, maar met genoeg ruimte voor de kaartjes.
  • Vervolgens de spelregels uitgelegd:
    • Als een groep weet welk jaartal er bij het door mij opgelezen en omhoog gehouden kaartje hoort, mag er op de buzzer gedrukt worden.
    • De groep die het eerst heeft gedrukt, mag het kaartje op de tijdlijn plaatsen. Hangt het goed, dan mogen ze het begrip toelichten. Hangt het verkeerd, dan krijgen de andere groepen een kans (wie het eerst drukt op mijn teken).
    • Goed opgehangen is één punt, een goede toelichting in eigen woorden is nog een punt erbij.
    • De groep met de meeste punten wint.

geschiedenisles kinderopvang spel

Resultaat van de geschiedenisles

Deze les gaf ik aan een kleine, maar behoorlijk drukke en enthousiaste klas. Eigenlijk vond ik het na twintig minuten wel weer tijd voor wat anders, maar de klas wilde doorgaan tot alle kaartjes op waren. Uiteindelijk zijn we er dik een half uur aan kwijt geweest.

Door het spelelement werden sommigen zo hyper en luidruchtig, dat het me nog meeviel dat er geen collega’s kwamen klagen.

Wat me opviel, was dat veel studenten moeite hadden met het vertalen van ‘de 19e eeuw’ uit de tekst naar de tijdlijn op het bord. Dit kwam bij een stuk of drie kaartjes voor en elke keer werd het verkeerd opgehangen en heb ik het opnieuw uitgelegd hoe het werkt.

Het uitleggen in eigen woorden was ook een lastige. Het kunnen vinden in de tekst lukte prima. Maar vervolgens ook begrijpen en uitleggen wat er dan in die tekst staat, is een ander verhaal. Afkortingen die in de tekst niet afgekort waren, kostten ook behoorlijk wat moeite om gevonden te worden. Behalve als ze ze bij andere vakken al eens besproken hadden, zoals VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie).

De bonuskaartjes waren ook lastiger dan ik had ingeschat. Zelfs toen er nog maar één specifiek jaartal over was en maar één kaartje, werd het verkeerd opgehangen. Maar het meest teleurstellend was toch wel dat echt niemand het kaartje herkende van de les van vorige week, haha!

Conclusie?

Deze meiden zijn niet zo van de theorie, maar met een beetje stimulans krijg je ze allemaal actief met hun neus in de lesstof. En met wat herhaling (ook bij andere vakken) blijft het wel hangen.

Als het aan de klas ligt, doen we elke week zo’n spel. Of ik er nou op zit te wachten om elke keer zo’n stel joelende meiden voor m’n neus te hebben. Ik weet het niet hoor. Later in de les hebben ze heel rustig en geconcentreerd een mindmap gemaakt, dat beviel me net iets beter.

En omdat iedereen wel mee kan praten over onderwijs:

Wat maakt voor jou een theoretische les minder saai?

vriendschap

Ach ja, je hebt weleens van die momenten dat je teveel nadenkt over iets wat zo vanzelfsprekend lijkt. En dan tijdens zo’n slapeloze nacht lig ik daar dan weer over te malen.

Vriendschap een illusie? Nee, zo denk ik er echt niet over. Ik heb een aantal goede vriendinnen die echt al vanaf mijn jonge jaren meegaan. Maar wat maakt een vriendschap dan sterk? Wat telt er wel of niet mee?

7 x totaal onbelangrijk in een vriendschap

  1. Uiterlijk: Echt, het kan me niets schelen of je er nu elke dag compleet gestyled bijloopt of juist in je ouwe kloffie over straat gaat. En het hoeft ook echt niet mijn smaak te zijn, het is maar de buitenkant!
  2. Afkomst: Ik wil niet zeggen dat mijn vriendengroep enorm divers is, het is ook maar net wie je tegenkomt in je leven. Maar ik kies ze niet bewust uit op waar hun roots liggen.
  3. Geloof: Islam, Christendom, Boeddhisme, whatever. Voor mij is het allemaal één pot nat. En zolang de ander mij niet probeert te bekeren, maar ook weer niet vies is van een discussie over het één of ander, kunnen wij best vriendjes zijn.
  4. Politieke voorkeur: Anders dan wanneer het gaat om het geloof, ben ik geen fan van politieke discussies. Hier heb ik namelijk wèl een mening over en soms wil ik het gewoon liever niet horen als die mening van een vriend of vriendin totaal afwijkt van die van mij, haha. Maar dat betekent niet dat we geen vrienden kunnen zijn, omdat we hier anders over denken. Zelfs mijn man en ik zijn elkaars tegenpolen als het om politiek gaat.
  5. Beperkingen: Via social media en bijeenkomsten met lotgenoten wordt het aandeel vrienden met een beperking wel steeds wat groter. Het is ook fijn om ervaringen te delen met anderen die precies snappen wat je bedoelt. Maar ik moet er ook weer niet aan denken om alleen maar vrienden te hebben die hetzelfde mankeren als ik. Wie moet er anders een wijntje bij de bar halen als ik met mijn rolstoel niet door de mensenmassa kom? 😉
  6. Opleidingsniveau: Eigenlijk had ik hier nooit eerder bij stilgestaan dat dit een ding kon zijn. Tot ik ooit een collega had die zei dat ze alleen hoger opgeleiden in haar vriendenkring had, met een toon alsof mbo’ers minderwaardig zijn. Ik heb het geluk hierin een diverse vriendenkring te hebben die elkaar in kennis en ervaring mooi aanvullen.
  7. Interesses: Misschien is daarom mijn vriendenkring wel zo breed, er is niemand die precies alles wat ik leuk vind, ook leuk vindt. En waar ik met de één een bandje ga bezoeken, ontmoet ik de ander bij een fantasy festival. Via het dansen heb ik een hoop leuke mensen leren kennen, maar sommige van mijn beste vriendinnen hebben mij nog nooit zien optreden.

7 x totaal belangrijk in een vriendschap

Ik moet nu ineens aan die reclame denken: ‘Doe mij maar een kapseltje.’ Maar zo makkelijk ben ik ook weer niet als het om vriendschap gaat. Er zijn toch wel een aantal dingen die ik erg belangrijk vind.

  1. Iets voor een ander overhebben: Dan bedoel ik niet zozeer materiële dingen, maar bijvoorbeeld ruimte in je agenda maken voor de ander. Dat doe ik graag voor mijn vriendinnen en waardeer het ook als de ander dat doet.
  2. Gelijkwaardigheid: Het kan niet zo zijn dat in een vriendschap één iemand alles bepaalt. Of neerkijkt op een ander. Ieders aandeel is even groot en belangrijk.
  3. Andermans kwaliteiten waarderen: Ik vind het geweldig om bijvoorbeeld te zien hoe mijn vriendinnen als moeder zijn, hoe ze uitblinken in hun werk of hobby. Dan kan ik alleen maar trots op ze zijn, als vrienden gun je elkaar dit toch? Jaloezie in een vriendschap lijkt mij maar ongezond.
  4. Inleven in de ander: Met al die verschillende achtergronden kun je niet altijd letterlijk weten hoe de ander zich voelt. Maar een beetje empathie helpt dan wel mee om je bij goede vrienden voor te stellen hoe ze zich in een situatie voelen. Door ernaar te vragen en voort te bouwen op de ervaringen die je al eerder gedeeld hebt met elkaar.
  5. Vertrouwen: Als vrienden onder elkaar moet je erop kunnen vertrouwen dat de gevoelens en meningen die je met elkaar deelt, ook tussen jullie blijven. Maar ook bij het nakomen van afspraken wil ik op de ander kunnen bouwen.
  6. Eerlijkheid: Ik word liever gekwetst door iemands eerlijkheid, dan door iemands achterbaksheid. Bij mij kun je ervan op aan dat wat ik zeg, ook datgene is wat ik denk en wat ik zou zeggen als je er niet bij bent. Dat is ook wat ik van vrienden verwacht.
  7. Een klik hebben: Tja, zonder die klik kun je net zo goed ‘alleen maar’ collega’s of buren zijn. Je moet het wel naar je zin hebben bij elkaar! Het beste voel je die klik als je elkaar een lange tijd niet hebt gezien en het aanvoelt als vanouds.

Het lijkt zo simpel, een vriendschap. Ik kan er blijkbaar zo een artikel mee vullen met wat ik wel en niet belangrijk vind.

Maar toch loopt het weleens mis. En wanneer besluit je er een punt achter te zetten? Of is het beste maar vergeten en vergeven? Daar ben ik nog niet zo goed in, ik weet gewoon niet altijd wat het beste is. Helemaal vergeten vind ik lastig. Maar als het te verklaren is waardoor het mis is gelopen en te voorkomen is dat dit nog eens gebeurt, ben ik niet te beroerd om een ander te vergeven.

En net als met alles in een vriendschap geldt: het moet wel van twee kanten komen.

Wat vind jij wel of niet belangrijk in een vriendschap?

Tijdens onze vakantie in Spanje (provincie Gerona) hebben we een paar plaatsen bezocht. Gewoon om een beetje rond te wandelen en de sfeer te proeven. En behalve het Dalí-museum in Figueres en Castell del Montgri bezochten we Barcelona, Gerona en Pals.

Girona SpanjeGerona

Het plan was om hier te gaan shoppen. Allereerst kwamen we bij iets van een shoppingmall, maar die viel zo tegen, dat we het centrum in zijn gegaan.

Het was een warme dag, dus we zochten al snel de schaduw op in de smalle winkelstraatjes. Het stikt van de toeristen, maar de winkels zijn daar (gelukkig) niet allemaal op gericht. Behalve de standaard winkels zijn er een hoop leuke kleine winkels met aparte kleding. Sommige winkels zagen er wat te duur uit om naar binnen te willen. Maar ik heb achteraf wel spijt dat ik niet die ene winkel met leuke jurkjes in retrostijl binnen ben gegaan. Ik vond het te warm om te gaan passen enzo. Maar toen na een lange middag shoppen iedereen wat leuks had gevonden behalve ik, was ik toch wel een beetje sip.

Ondanks dat ik niet geslaagd was met shoppen, heb ik erg genoten van het zien van al het moois in de stad. Als je omhoog kijkt in die smalle straatjes, zie je al die gezellige balkonnetjes, sommigen zelfs met een hangmat erin. En die straatjes komen dan weer uit op een plein vol met terrassen, waar we heerlijk geluncht hebben.

We hebben lang niet alles kunnen zien, omdat we er niet zoveel tijd voor hadden uitgetrokken. En daarnaast is gewoon niet alles zo toegankelijk. Regelmatig werden we gedwongen een andere route te kiezen, omdat een straat in een trap eindigde.

Barcelona SpanjeBarcelona

Het was wel een ritje van dik twee uur om hier te komen, maar wilde er toch ook een keer geweest zijn. De auto hadden we geparkeerd vlakbij de haven en aan het begin van de Ramblas. Wat een bloedhete parkeergarage was dat, ik heb medelijden met de vrouwe die daar de hele dag in uniform moest werken.

Met de aanslagen van vorige week is het vreemd om te beseffen dat wij daar vlak ervoor ook op de Ramblas gelopen hebben. Niet lang overigens, want het was er ontzettend warm en iets te toeristisch naar mijn smaak. We zochten dus weer snel de smalle winkelstraatjes rondom de Ramblas op.

We hadden niet veel op ons wensenlijstje, maar wilden in ieder geval de Sagrada Familia gezien hebben. Lopend daarnaartoe kwamen we nog meer prachtige gebouwen tegen. Wat dat betreft zou ik best een keer wat langer in Barcelona willen verblijven, ik zou onder andere van Gaudi nog wel meer willen zien.

De Sagrada Familia hebben we niet van binnen bekeken en ik moet eerlijk zeggen dat we ook al vrij snel klaar waren met het bekijken van de buitenkant. Ik kende het alleen van de foto’s en het verbaasde me dat de ruimte eromheen zo krap was. Geen groot plein of wat dan ook, maar direct aan de (drukke) straat. Aan de overkant is wel iets van een parkje, maar dat was tegelijkertijd de verzamelplek voor de busladingen toeristen.

Het is echt wel een bijzonder mooie kathedraal, maar door de drukke en krappe omgeving kon ik er toch niet echt zo van genieten als ik had gehoopt. Je ziet gewoon niet zoveel vanuit een rolstoel als iedereen hutje mutje staat.

Op de terugweg vond ik het dan ook een verademing om vanaf de Arco de Triunfo door een park te lopen. Hier was een breed pad voor voetgangers met hier en daar wat straatartiesten.

Tot slot kwamen we weer bij de haven aan, waar echt megaboten liggen trouwens. Daar nog een hapje gegeten en weer in de auto gestapt.

Pals SpanjePals

Ons appartement was in Platja de Pals, een paar kilometer van Pals zelf. Bovenop een heuvel ligt de middeleeuwse kern van Pals. Eigenlijk had ik de hele vakantie niet eens zo door dat dit een toeristische trekpleister was, tot we er zelf heen gingen op de laatste dag.

Wij gingen hier heen tijdens de siësta. De meeste terrassen en winkeltjes in dit oude gedeelte van Pals waren gewoon open, maar toch was het parkeren gratis tijdens de siësta.

Sommige huizen zijn bewoond, maar in de meeste bevinden zich winkeltjes (vooral kunst en souvenirs) en horeca. Het deed me ook wel een beetje denken aan Mont Saint-Michel in Frankrijk, maar dan kleiner. Ook van de buitenkant nog al dat mooie middeleeuwse, maar verder vooral op toeristen gericht. Wel een stuk goedkoper en net ietsje toegankelijker dan Mont Saint-Michel. Ietsje maar hoor, want ook hier ging de straat regelmatig over in een trap en kon ik geen enkele winkel binnen zonder uit mijn rolstoel te stappen.

Behalve de mooie oude gebouwen, vond ik de planten ook prachtig om te zien. Cactussen zo groot als bomen en van alles wat in bloei staat, dus overal kleur.

Ben jij weleens in Gerona, Barcelona of Pal geweest? Is er nog iets wat ik heb gemist?

telefoon smartphone telefoongebruik tienersZo in de vakantie zit ik er weer met mijn neus bovenop en zie ik dat die veertienjarige dame van mij toch wel heel erg verknocht is aan haar telefoon. Ze kan zich er uren mee kan vermaken.

Maar omdat het kan, wil nog niet betekenen dat het altijd maar mag.

Telefoongebruik: wanneer niet?

Behalve moeder ben ik ook docent in het mbo. De verantwoordelijkheden van het leren omgaan met een telefoon vind ik persoonlijk niet alleen bij de ouders of alleen bij school liggen. Beide partijen hebben hier een rol in.

Los van wat de school besluit over het wel of niet verbieden van een smartphone, vind ik dat je als ouder hier je kind wel het één en ander over kunt bijbrengen.

Dat het niet beleefd is om je telefoon te pakken als je met iemand in gesprek bent bijvoorbeeld. En hetzelfde geldt bij het volgen van een les, of het kijken van een film of voorstelling. Als je wil laten zien dat datgene de moeite waard is om je aandacht bij te houden, dan blijft die telefoon gewoon weg.

De telefoon gaat niet mee naar de slaapkamer wanneer het bedtijd is. Ook bij mij niet trouwens. De verleiding is dan te groot om door je social media heen te scrollen als je even niet kunt slapen. En daar ga je echt niet beter van slapen.

En met alles geldt dat de uitzondering de regel bevestigt. Als een vriendin blijft logeren en het toch al een nacht keten wordt, mag die telefoon daar dan heus wel een keer bij.

Soms is er geen concrete reden of regel. Dan gaat de telefoon gewoon even weg omdat ik het zeg. Zolang zij niet altijd aanvoelt wanneer en hoe ze haar telefoongebruik moet afremmen, help ik haar daar een handje bij.

Wanneer dan wel die telefoon gebruiken?

Los van al die grijze gebieden, is die telefoon toch wel onmisbaar geworden. Voor het checken van het rooster, huiswerk, cijfers en banksaldo. Of het contact houden met vrienden en familie. En voor het opzoeken of vertalen van iets of gewoon doelloos je tijd verdrijven met een spelletje of app.

Eigenlijk wordt er vanaf de eerste klas van het voortgezet onderwijs al van uitgegaan dat kinderen een smartphone hebben. Een telefoonboom is al hopeloos ouderwets, alle informatie gaat via apps.

Mijn oudste dochter (die nu dus veertien is) had er één vanaf groep acht. De jongste (nu tien jaar en gaat naar groep zeven) heeft er op dit moment nog geen behoefte aan. Nu voorziet haar Ipad mini haar al genoeg van spelletjes, filmpjes en af en toe een berichtje versturen. Ik verwacht dat wanneer meer kinderen uit haar klas een telefoon krijgen, zij er ook één wil.

Op zich vind ik de leeftijd van elf a twaalf jaar wel redelijk om een eigen smartphone te hebben. Op die leeftijd zijn ze bovendien net iets meer kneedbaar en nemen ze meer van jou als ouder aan dan wanneer ze een paar jaar ouder zijn. Alhoewel dat per kind natuurlijk kan verschillen. Ik denk dat je dat als ouder wel goed kunt aanvoelen en ze hier op het juiste moment wegwijs in kunt maken. Bijvoorbeeld in wat ze wel of niet kunnen delen op social media of hoe digitaal pesten tegen te gaan.

Kosten besparen

De eerste smartphone die mijn dochter had, was een eenvoudige waar ze zelf voor gespaard had. Maar al snel voldeed deze niet meer, al die leuke apps vragen toch iets meer van een telefoon. Wetende hoe onvoorzichtig ze soms kan zijn met haar telefoon, vond ik het niet zo’n goed idee om een dure smartphone aan te schaffen voor haar. Vandaar dat ze de oude Iphone 5 van haar vader mocht overnemen.

Het Sim-Only abonnement betalen wij overigens voor haar. Prepaid ben ik zelf niet zo’n fan van, voor je het weet is het beltegoed op of juist verlopen. Met een abonnement heb je toch meer de zekerheid dat ze kan bellen en gebeld worden.

Zelf hebben mijn man en ik ook een Sim-Only. Als je drie jaar met een telefoon doet, heb je het geld van een abonnement waar de telefoon bij zit er lang en breed uit.

Bij haar abonnement hebben we er wel voor gekozen om er geen internet bij te nemen. Thuis en op school heeft ze wifi, dus is de noodzaak niet zo groot om daarbuiten ook internet te hebben. Ze heeft ook de kleinste belbundel (alles gaat toch maar via Whatsapp en Facetime). Dan ben je dus echt maar een euro of drie kwijt per maand.

Sowieso vind ik tegenwoordig dat het helemaal niet zoveel hoeft te kosten om bereikbaar te zijn. Er is op zoveel plaatsen wifi. Ideaal ook dat je nu binnen de EU niets extra’s bovenop je abonnement betaalt om te kunnen internetten. (Ok, dat laatste geldt dan niet voor mijn dochter met haar internetloze abonnement, maar ik vind het voor mezelf wel erg prettig.)

Blijft jouw tiener binnen de perken als het gaat om telefoongebruik?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

Salvador Dali Museum

Je had het misschien al uit het artikel over mijn avontuurlijke bergbeklimming opgemaakt: we zijn dus op vakantie geweest in Spanje, in de provincie Girona. Niet ver van ons appartement was het Salvador Dali museum te vinden, in de stad Figueres.

Toegankelijkheid Dalí museum

Zoals met alle uitstapjes informeer ik van tevoren hoe (rolstoel-)toegankelijk een locatie is. Op de website van het Dalí museum stond al aangegeven dat je met een rolstoel maar een paar delen van het museum kon zien. Ook had ik ergens gelezen dat het een ontzettend druk bezocht museum is. Dat bij elkaar deed me beslissen om de rolstoel in de auto te laten en met de wandelstok het museum te bezoeken.

En dat was maar goed ook. Want die paar delen die je wel met rolstoel kunt zien, dat is dus echt maar een klein deel van het museum. En met alle drukte kon ik ook niet halverwege mijn rolstoel ergens achterlaten of mee de trap op sjouwen.

Alhoewel ik de drukte nog best vond meevallen. Ik had het drukker verwacht, iets meer net zoals het Achterhuis van Anne Frank of zoiets. Maar de stoeltjes die her en der verspreid stonden, waren zelfs leeg. Dus ik kon regelmatig even zitten om uit te rusten. Of misschien was het wel een kunstwerk en waren ze daarom leeg…

Omdat het ooit een theater was, is de indeling best apart. En ontzettend onpraktisch als je net als ik niet zo goed loopt. Smalle gangen en heel veel trappen. Omdat het druk is en je alles wil zien, ontkom je niet aan slenteren. Het is net één grote rij.

De moeite waard?

Alhoewel ik geen kunstliefhebber ben, vond ik toch wel dat ik dit een keer gezien moest hebben. De bekende kunstwerken van Dalí vind ik sowieso erg mooi en ik was wel nieuwsgierig naar meer.

En meer was er zeker te zien, heel veel meer. Niet alleen in het aantal kunstwerken, maar ook in de stukken zelf blijf je nieuwe, verrassende dingen zien. En het museum zelf, wat vanuit een ruïne door Dalí verder ontworpen is, is uniek en prachtig om te zien.

Er is een binnenplaats waaromheen galerijen zijn die elk in een ander thema gevuld zijn. In de kozijnen staan goudkleurige poppen (zie links op de foto) die over de binnenplaats uitkijken. Onder de grote glazen bol bevindt zich het voormalige podium, wat nu gevuld is met een enorm schilderij. Verder zijn er zowel grote als kleine ruimtes, met grote en kleine werken.

Je kijkt je ogen uit, zoveel en zoveel diversiteit.

Dus alhoewel het echt een martelgang was voor mijn lijf, vond ik het zeker de moeite waard!

Dit was het tweede deel van onze vakantieavonturen in Spanje. Volgende week het derde (en laatste?) deel.

castell del Montgri

Wat is dat toch met die EDS’ers die zo nodig bergen moeten beklimmen? Martine (Welkom in de wereld van een kneus) trotseerde rotsen en zandpaadjes voor een mooi uitzicht over Horseshoe Bent. En bij Max Laadvermogen/WheellifeActionHero zag ik dat ze een enorme trap van 50 treden beklommen had om van een prachtig uitzicht over een rivier te genieten.

En tja… dat kasteel dat zo prachtig lag te pronken op die heuvel… Waar we elke dag wel langsreden of vanaf het strand van konden genieten. Dat wilde ik ook weleens van dichtbij bewonderen. Dus stevige schoenen aan, bekkenband om, wandelstok èn rolstoel met Freewheel mee en gaan met die banaan. Het was maar een wandelingetje van twee kilometer vanaf de parkeerplaats, met een beetje afwisselen van rolstoel naar lopen moest dat best lukken.

Dus we begonnen enthousiast aan de tocht. Het begin van het pad zag er redelijk uit, was goed te doen met rolstoel. Maar om mijn man’s kuit- en armspieren wat te besparen, begon ik met een stukje zelf lopen.

Waarschijnlijk was het eerste gedeelte van het pad het meest belopen en waren er meer wandelaars die al snel omkeerden, dan die de beklimming afgemaakt hadden. Want al snel werd het pad minder egaal, lagen er enorme stukken steen en was er geen mogelijkheid om in de rolstoel te zitten en naar boven geduwd te worden. Maar goed, ik had de knop toch al omgezet en wilde per se verder. Dan maar lopend.

En toen kwam er een stuk waar de rolstoel zelfs niet zonder inzittende over het pad kon. Omkeren en de rolstoel terugbrengen was ook geen optie, dan zou het alleen maar langer duren. En met het vooruitzicht dat ik bovenop de heuvel dan in ieder geval in de rolstoel kon uitrusten, nam mijn man de rolstoel op zijn rug mee. Want het was vast alleen maar dit stukje pad, toch?

Nee dus, als snel bleek dat het pad ook verderop vol met rotsblokken lag. Voor mij was het lopend niet meer te doen, dus parkeerde ik mijn rolstoel bij een middeleeuwse Dixie. Daar kon ik in de schaduw wachten tot de rest van het gezin weer terug was. Ik had het nog bijgehouden met een app, in de hoop achteraf te kunnen opscheppen hoeveel ik wel niet gelopen had. Maar dat was nu dus maar net iets meer dan een kilometer, maar halverwege de berg.

freewheel castell del Montgri

Al snel kwam mijn oudste dochter terug om mij te vergezellen, zij vond het toch ook te ver lopen/klauteren. We hebben ons wel vermaakt met het uitzicht en de mieren die druk in de weer waren. En gelachen om de wandelaars die vol verbazing naar mij en mijn rolstoel keken. Het moet er ook wel vreemd uit hebben gezien: hoe komt die rolstoel nou weer halverwege een berg met een bijna onbegaanbaar pad?!

Mijn man en jongste dochter zijn dus wel tot de top gekomen en het duurde zeker anderhalf uur voor ze weer terug waren.

En toen moest ik dus nog naar beneden. Dat viel nog best tegen. Nu had ik natuurlijk die knop in mijn hoofd alweer teruggedraaid en in de ‘luister nou verdorie eens naar je lijf’-stand gezet. Ik had geen mooi kasteel om naar uit te kijken als beloning voor het lopen, alleen de auto die op de parkeerplaats stond te wachten.

Zodra het pad het toeliet, kon ik gelukkig weer in mijn rolstoel zitten. En dan scheelt het dus enorm om een Freewheel eraan te hebben, anders had ik nog een flink stuk verder moeten lopen, voor het pad echt weer een beetje rolstoeltoegankelijk werd.

Castell del Montgri

castell del Montgri

Zie hier dat prachtige kasteel, wat ik niet van dichtbij heb kunnen bewonderen. Het is gebouwd tussen 1294 en 1301, maar nooit afgemaakt, omdat de oorlog die er toen was alweer over was.

Je kan (heb ik vernomen) de zee zien en het dorpje waar ons appartement was.

Ik moet eerlijk zeggen dat de teleurstelling niet eens zo heel erg groot was. Alhoewel ik tegen mijn man en kinderen wel had gezegd: ‘We zien wel hoe ver we komen, er is genoeg moois om van te genieten’, had ik me wel ingesteld op het behalen van de top. Ik dacht echt dat ik het wel kon. Maar dan nog, het is me niet gelukt, so be it. Teleurstellingen wennen blijkbaar.

Dit was dan het eerste deel van onze vakantieavonturen in Spanje. We hebben er nog veel meer beleefd en ik zal er vast nog wel een paar van delen!

bemoederende uitspraken zomervakantie

‘Dat zijn geen klimtoestellen hoor!’

Heerlijk hoor, die zomervakantie. Geen wekker, geen werk of school. Het enige wat ik nog mis, is een grammofoonplaat met mijn bemoederende uitspraken, zodat ik daar ook even vrij van ben. Of om wat meer van deze tijd te zijn: een app op de smartphone of Ipad die het even van mij overneemt.

Want zo met al die weken op elkaars lip, krijg ik meteen een berg respect voor de thuisblijfmoeders. Je zit (zeker met slecht weer) zoveel op elkaars lip, dat je je aan ieder dingetje wel kan gaan irriteren.

Aan de ene kant heb ik dan het geluk dat ze met hun tien en veertien jaar zichzelf best aardig weten te redden. Maar aan de andere kant hebben zij een totaal ander beeld hoe dat zichzelf weten te redden eruit moet zien. En ik heb dan weer de drang om dat als moeder bij te willen sturen.

Mocht die app er ooit komen, dan heb ik alvast een voorraadje bemoederende uitspraken. Zelfs al geordend naar categorie.

Basisbehoeften

  1. Ga eerst even fatsoenlijk ontbijten.
  2. Heb je nou die hele meloen in je eentje op?!
  3. Ik kwam even kijken of je nog leeft, het is half elf en je ligt nog in je bed te meuren.
  4. Wat zullen we vanavond eten? Nee, niet weer pizza/patat.
  5. Is het niet eens een keer bedtijd voor jou?
  6. Nu is het even klaar met die beeldschermen.

Huishoudelijke activiteiten

  1. Geen waterballonnen in huis!
  2. Ruim je schoenen op.
  3. Er staat nog een bord en glas van iemand op tafel.
  4. Verveel je je? Het aanrecht staat nog vol.
  5. Zou je je kamer niet eens een keer opruimen?
  6. Lief dat je de was doet, maar het is dan niet de bedoeling dat je alleen je eigen kleren in de wasmachine doet.

Sociale/persoonlijke/creatieve vaardigheden

  1. Laat je zus met rust.
  2. Je kan best even jezelf vermaken.
  3. Wel lief zijn voor elkaar als ik weg ben.
  4. Haal een vriendin op en ga lekker naar buiten.
  5. Ga nu maar even allebei op je eigen kamer wat voor jezelf doen.
  6. Mooi schilderij heb je gemaakt hoor. Is dat nou een wietblad?!

Persoonlijke verzorging

  1. Wanneer ga je je eens aankleden?
  2. Wordt het niet eens tijd om je nagels te knippen?
  3. Aan die voeten te zien, mag jij weleens gaan douchen.
  4. Heb je je tanden al gepoetst?
  5. Ga eerst je haar maar borstelen.
  6. Zit je nou nog in je pyjama?!

Welke bemoederende opmerkingen moet jij iets te vaak maken deze zomervakantie?

(Hoeft niet eens een opmerking te zijn die voor een kind bedoeld is. Ik betrap me er ook weleens op dat ik ze naar mijn man maak.)

Afgelopen maandag keek ik naar de documentaire ‘De wereld van Puck‘. Twintig jaar van het leven in het gezin met een kind met ernstig meervoudige beperkingen wordt in een uur samengevat. Ik vond het een indrukwekkend, mooi en eerlijk verhaal. Leerzaam voor mijn studenten (maatschappelijke zorg), maar eigenlijk ook goed voor iedereen om een goed beeld te krijgen van wat er in zo’n gezin speelt.

De wereld van Puck

In de documentaire word je meegenomen vanaf het moment dat de moeder van Puck zwanger is. Na de geboorte zien ze al snel dat er iets met Puck aan de hand is. Ze is verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

Na een aantal jaren zelf voor Puck zorgen, komt er ook thuiszorg. Maar ook dit heeft een impact op het gezin, om altijd iemand extra in huis te hebben.

Op een gegeven moment geven de ouders een opsomming van ongelukken die tijdens de dagopvang of de taxirit gebeuren. Meerdere keren loopt Puck letsel op door onoplettendheid van begeleiders. Ik schrok hiervan, want ook al zit een ongeluk in een klein hoekje, als je het vanuit het oogpunt van de ouders bekijkt, is het erg naar als dit jouw kind steeds overkomt.

In de documentaire komen naast de ouders ook de broers van Puck aan het woord. Ze vertellen hun kant, hoe zij het ervaren. Naast de liefde die uit hun verhaal te horen is, hoor je ook de frustraties en irritaties. Gewoon een eerlijk verhaal.

Uiteindelijk verhuist Puck naar een woongroep, maar dan nog blijft het zorgen om Puck.

In een vorig leven, toen ik in de gehandicaptenzorg werkte

De documentaire haalde veel herinneringen naar boven. Ik begon als broekie van zeventien in de gehandicaptenzorg. Eerst als oproepkracht, nog voordat ik mijn diploma had. Mijn eerste werkdag kan ik me nog zo voor me halen:

Ik viel in op een woongroep met zes bewoners, qua beperkingen vergelijkbaar of ernstiger gehandicapt dan Puck. De woning was geschakeld aan nog twee woningen, waar wel gediplomeerde krachten stonden. Ik geloof dat ze niet heel erg blij met me waren, want ik kwam om de haverklap om advies of hulp vragen. Medicatie mocht ik nog niet geven, een kunstoog inzetten had ik nog nooit gedaan. Incontinentiemateriaal had ik nog nooit van dichtbij gezien, laat staan dat ik wist waar ik moest beginnen toen ik een bewoner in bed aantrof van zijn enkels tot aan zijn nek onder de ontlasting.

Vier jaar heb ik in de gehandicaptenzorg gewerkt en uiteindelijk ben ik van deze doelgroep, met ernstig meervoudige beperkingen, het meest gaan houden. Het fysiek zware werk maakte dat ik echt het gevoel had aan het werk te zijn. En door mijn best te doen om ze te begrijpen, zonder dat zij daar woorden voor hadden, leerde ik een andere kant van mezelf kennen.

Maar jong als ik was, kon ik me nooit zo goed voorstellen hoe het voor ouders was om de zorg voor je kind uit handen te geven, maar nog steeds zoveel zorgen te hebben. Wat ouders hebben moeten doorstaan voordat ze die keuze maakten, of hoe ze het ervoeren om zoveel begeleiders te hebben die zich met hun kind bezighielden. Ik had geen idee.

Dat al die wisselingen van personeel nooit goed konden zijn voor de cliënten, dat zag ik wel in. Even snel een overdracht, geen ruimte om ingewerkt te worden. Ik heb zelf ook best weleens geblunderd. Niet met letsel bij de cliënt als gevolg, maar het had me zomaar kunnen gebeuren.

En hoe zou het voor die cliënten zijn, om elke dag door een ander ingestopt te worden? Daar had ik toch ook wel moeite mee. Het maakte dat ik ervoor koos om bezoekvrijwilliger te worden, om een meisje toch een vast gezicht te kunnen bieden.

Een must-see voor studenten maatschappelijke zorg

Gisteravond hadden we op mijn werk de diplomering, onder andere van de studenten maatschappelijke zorg. Ik geef niet veel les meer en helemaal niet meer aan deze studenten, maar door de beroepsgerichte examens bij ze af te nemen, krijg ik toch een beeld van hoe hun stage eruit ziet en hoe zij hier als (persoonlijk) begeleider functioneren. En daarin zit een wereld van verschil.

Sommigen hebben stage gelopen met dementerende ouderen, anderen hebben cliënten begeleid bij het zelfstandig wonen en weer anderen hebben dagbesteding verzorgd voor kinderen met ernstig meervoudige beperkingen.

Ook wat studenten in hun eigen leven meegemaakt of meegekregen hebben, wisselt enorm. De ene student heeft al het nodige meegemaakt en moet knokken om als alleenstaande ouder de opleiding te kunnen afronden. De ander woont nog bij haar ouders en haar ouders staan altijd klaar.

Al die verschillende studenten kunnen nu met hun diploma in de gehandicaptenzorg aan de slag. En dan staan ze daar, net als ik twintig jaar geleden, onervaren op sommige gebieden, terwijl er toch een hoop van ze verwacht wordt. En allemaal met hun eigen beeld over ouders van cliënten, ingekleurd door hun eigen ervaringen thuis en op stage.

En daarom vind ik dat ‘De wereld van Puck’ een goede aanvulling is op de lesstof. Zodat studenten een beter beeld krijgen hoe het voor de ouders en het gezin is om een gehandicapt kind te hebben. En wat voor verantwoordelijkheden erbij komen kijken op het moment dat je als begeleider die zorg voor dat kind overneemt.

Heb jij ‘De wereld van Puck’ ook gezien? Wat vond jij ervan?

En als je ‘m nog niet gezien hebt, hier is de documentaire terug te kijken.