Berichten

naaikamertje structureren

Deze week mag ik op Twitter de account van @NL_leraar vullen. Daar wilde ik dan ook wat over mezelf vertellen en toen ik dat een beetje op een rijtje zette, viel me wat op. Hoe divers het ook lijkt wat ik in mijn loopbaan al gedaan heb en wat ik aan hobby’s heb, er loopt toch een rode draad door alles heen. Want al ben ik soms wat impulsief in mijn gedrag of beslissingen, ik vind het ook fijn om van alles te structureren. Maar wel zelf dan hè! Andermans (onlogische) structuur opgelegd krijgen maakt mij niet zo blij.

Structuur van huis uit meegekregen

In een gezin met vijf kinderen waarin autisme aardig vertegenwoordigd was, was er veel structuur thuis. Week- en dagritmes werden veelal bepaald door school, kerk, sport- en muziekles. Elke dag vaste momenten waarbij we samen aan tafel aten, met het bidden en danken als duidelijke start en afsluiting. Toen we alle vijf oud genoeg waren om in huis te helpen, kwam er een afwasschema. Waarin ik in mijn herinnering trouwens altijd de Sjaak was.

De basisschool was op vijftien minuten lopen van ons huis, maar met wat langzame lopers onder ons trokken we er een half uur voor uit. En in plaats van de hele tijd ‘Loop nou eens door!’ te moeten roepen, maakten we er een spel van. Wie het eerst bij de lantaarnpaal is. En de volgende. En de volgende. De looproute in stukken hakken maakte dat het sneller ging en wat gezelliger was.

Prestaties werden volgens formules beloond, echt geen grapje dit. In het voortgezet onderwijs kwamen er zelfs formules aangepast op niveau: een 8 op je rapport was meer waard als je vwo deed dan wanneer je de mavo deed.

Ik was echt niet altijd blij met al die structuur, maar veel ervan wende wel. Bij structuur voel ik me thuis.

salami salamitechniek activiteiten wegen

Thuis structureren

Inmiddels heb ik nu al een poos een eigen huishouden met mijn man en kinderen, waarin ik die structuur (bijna) helemaal zelf mag bepalen. Op werkdagen heb ik wel mijn vaste ochtendritueel om op tijd en goed voor de dag te komen. En qua sporten/bewegen probeer ik ook een vast weekritme aan te houden.

Die salamitechniek die ik (niet geheel vrijwillig) een plekje moet geven in mijn dagritme, zit er aardig ingebakken. Regelmatig kijk ik terug hoe ik mijn inspannende activiteiten (plakjes salami) afwissel met ontspannende activiteiten en wat nodig is om dit in balans te houden.

Je moet verder echt niet denken dat ik een goede huisvrouw ben, bij lange na niet! Maar ik heb graag alles op z’n plek. Zijn de dekentjes op de bank niet in gebruik? Dan wil ik ze opgevouwen over de rugleuning hebben. Geen rondslingerende zooi, maar alles opgeborgen op een vaste plek.

Die vaste plekken willen dan nog wel eens wisselen, want soms voldoet een kast, laatje of doos niet meer en krijgt iets een nieuwe plek. Of eigenlijk gebeurt dat best regelmatig en kan ik uren zoet zijn met het herinrichten van kasten.

Gestructureerd aan het hobbyen

Wat naaien betreft is het fijn om een goed georganiseerde werkplek te hebben. Ik heb de luxe van een eigen naaikamertje waar ik helemaal in mijn element ben.

Patronen die ik al eerder gemaakt heb, zijn geordend opgeborgen in mappen. En met mijn vaste aanpak bij het naaien van jurken, kan ik de meeste jurken in twee uur tijd genaaid hebben. Routineklusjes zijn fijn als dat het gewenste resultaat oplevert. Maar ook nieuwe patronen en stoffen ontdekken vind ik leuk, om te ontdekken hoe ik daar het beste mee kan werken. Overigens lees ik dan niet eens altijd de beschrijving, mijn eigen manier erin vinden werkt voor mij het beste.

Ook in mijn blog kan ik aardig mij ei kwijt als het gaat om structureren. Niet alleen in het schrijven van de tekst, maar achter de schermen is van alles te doen om te zorgen dat mijn blog zo overkomt als ik dat wil. Ik vind het een uitdaging om hier steeds meer in te leren en vertrouwd te raken

Wat betreft het dansen had ik al eens verteld dat ik niet zo van het improviseren ben. Ik ga liever met een gerichte opdracht aan de slag dan dat ik alleen improviseer. Dan heb ik het natuurlijk niet over het dansen bij een concert of festival, daar zit echt geen structuur in hoor! Maar bij danslessen of het bedenken van een choreografie werk ik het liefst met een plan.

Structuur aanbrengen in mijn (vorige) werk

Als begeleider bij verstandelijk gehandicapten heb ik vooral met cliënten gewerkt die structuur van anderen aangeboden kregen en dat inzicht zelf niet hadden. Dagritmekaarten, planborden, verbale communicatie ondersteund met gebaren, picto’s of verwijzers. Ik vond het boeiend om te ontdekken wat elke cliënt nodig had en hoe ik ze op hun niveau daarin kon begeleiden.

Ook als onderwijsassistent bij de kleuters werkten we met planborden en dagritmekaarten. Ik was aangenomen om meteen met mijn collega’s een voorschool te starten, waarbij we volgens de Piramidemethode aan de slag gingen. Ik maakte planningen om de kinderen met een taalachterstand te begeleiden in kleine groepjes en creëerde mijn eigen hoekje om dat vervolgens uit te voeren.

Als docent heb ik me beziggehouden met het ontwikkelen van lesplanners en lessen. De lesstof in stukjes hakken en verdelen over een onderwijsperiode en vervolgens per les bedenken welke werkvormen ingezet kunnen worden om de lesdoelen te bereiken. Tegenwoordig worden de lesplanners aangeleverd door een werkgroep, maar in de lessen zelf kan ik nog altijd mijn eigen plan trekken.

Over mijn taak als examenleider heb ik al eens eerder uitgebreid geschreven. Dat is vooral plannen, plannen en nog eens plannen. Het uitschrijven en bijschaven van instructies en procedures vind ik daarbij eigenlijk nog wel het leukste. Dus nu de examinering vanwege de coronacrisis aangepast moet worden, kan mijn lol niet op. 😉 Het enige jammere eraan is dat we steeds moeten wachten op beslissingen van bovenaf, voordat we er als examenleiders echt mee aan de slag kunnen.

Is structureren voor jou ook een tweede natuur? Of kom jij het meest tot je recht in chaos en impulsiviteit?

vriendschap, vrienden

De tijd en het verschil tussen de dagen lijkt wat te vervagen nu we al zo’n poos thuis zitten. Hoe lang is het al: drie, vier weken? En terwijl de dagen steeds meer op elkaar gaan lijken, vallen andere dingen juist steeds meer op hier binnen ons gezin. Al die tijd op elkaars lip wordt alles uitvergroot. Grotere verschillen, maar gelukkig ook grotere overeenkomsten.

Allemaal een ander dagritme

Mijn man werkt (als elektricien) nog steeds buiten de deur en is de deur uit voordat de rest uit bed komt. Mijn werkdag begint om acht uur, wel gewoon vanuit huis. En pas als ik al een paar uur druk aan het werk ben, komen die twee tienermeiden van ons een keer beneden. Samen ontbijten zit er dus al niet in, samen lunchen is ook zeldzaam, maar zo rond het avondeten komen we elkaar weer tegen.

De oudste dochter van 16 zorgt zelf voor een gevarieerde dagindeling. Schoolwerk, een boodschap of afwas doen, een taart bakken, wat series kijken op Netflix en een paar keer per week naar haar bijbaantje in de snackbar.

De jongste van 13 vermaakt zich vooral op haar kamer met haar tekenspullen, telefoon, ipad en schoolwerk. Voor eten komt ze even beneden en als ik haar om een klusje vraag.

Zelf werk ik in principe tot twee uur, maar het is lastig die grens te bewaken. Soms is een overleg over de examinering die aangepast moet worden gewoon even belangrijk om dat zo snel mogelijk te doen. En dan werk ik dus langer door, of op mijn vrije dag. Maar als het kan, zorg ik ervoor dat om twee uur die laptop dicht gaat, werktelefoon uit en ik even op de bank ga liggen.

Wanneer mijn man zo aan het eind van de middag weer thuis komt, is iedereen inmiddels in de woonkamer te vinden. Samen eten, samen tv kijken of een spelletje doen. Even geen (school)werk meer.

Grote verschillen, maar ook fijne overeenkomsten

En met al die verschillende invullingen van de dag, worden ook andere verschillen uitvergroot. Voor mijn man gaat veel gewoon door, weliswaar met anderhalve meter afstand. Ik ben juist degene die het meest in huis zit, omdat er voor mij toch net wat meer mogelijke risico’s zijn. Het enige dagelijkse contact wat ik buiten mijn gezin heb, is voor mijn werk via de laptop, dus niet eens echt persoonlijk contact.

Dat verschil is soms frustrerend en die frustraties komen er niet altijd even fatsoenlijk uit. Aan de andere kant geeft het wel weer een aanleiding om er met elkaar over te praten en elkaar beter te begrijpen.

De sociale contacten en wekelijkse sportactiviteiten moeten we allemaal missen en gelukkig weten we daar wel een mouw aan te passen. Samen een online dansles volgen of buiten even skaten of een balletje trappen. Heel veel potjes Rummikub achter elkaar en goede gesprekken waar we anders de tijd niet zo snel voor nemen.

Dat onze meiden het ook weer zo goed met elkaar kunnen vinden en samen dingen ondernemen, had mij aangenaam verrast. Natuurlijk zitten ze elkaar nog weleens in de haren, maar ze hebben ook veel plezier samen.

En ik hoop toch wel dat dat hun het meeste bijblijft als ze over tig jaar nog eens terugkijken naar die periode dat het Coronavirus ons allemaal in bedwang hield: niet de verschillen en frustraties, maar vooral waar we elkaar als gezin wèl elkaar in vonden.

Als gezin in balans blijven

We hebben zo wel onze uitschieters binnen ons gezin, maar de afgelopen weken merk ik vooral dat onze basis gewoon goed zit. En dat is fijn om te weten, dat we hier als gezin wel samen doorheen komen.

Maar ik denk vaak aan de gezinnen waar dat niet vanzelfsprekend is. Waar het gewone leven al zoveel stress oplevert dat het thuis geen fijne plek kan zijn. Waar school juist die rust biedt en waar ze nu niet terecht kunnen. Hoe komen zij deze lastige weken door? Nu kunnen kwetsbare kinderen nog steeds wel opgevangen worden in de kinderopvang en het onderwijs, maar de vraag is of al deze kwetsbare kinderen wel echt in beeld zijn.

En hoe zit het met de wat oudere kinderen? Meldpunten richten zich vooral op leerlingen tot en met het voortgezet onderwijs. Maar van wat ik via onze mbo-studenten hoor, is er ook daar soms behoefte om niet thuis te hoeven zijn vanwege lastige thuissituaties.

Op de website van Veilig Thuis staan wat websites genoemd, vooral van organisaties die zich richten op het welzijn van gezinnen nu in deze Coronacrisis. Zo heeft het NJI een pagina vol met tips voor ouders om spanningen thuis te voorkomen en op te lossen. Die tips variëren van time-outs en goed voor jezelf zorgen tot opvoedhulp inschakelen. De tip om met het gezin met Happy Hall – Do it together aan de slag te gaan, vond ik ook een leuke en praktische tip. Hier kun je een emotiekalender en challenges uitprinten en een week lang invullen en gebruiken om met elkaar in gesprek te gaan.

En hoe gaat het bij jou thuis? Wat doe jij om spanningen te voorkomen en het gezellig met elkaar te hebben?


smartdrive rolstoel

Mag je alles zeggen tegen of over een rolstoelgebruiker, zolang je het maar goed bedoelt? Tja, ik weet het niet hoor. Wat mij betreft laat je je goede bedoelingen pas echt zien als je bereid bent je eigen zienswijze opzij te zetten en je ècht in te leven in een ander.

Of het nu gaat om het opdringen van hulp, bagatelliseren, betuttelen of iemand verheffen tot inspiration porn: denk je nu echt dat hier iemand op zit te wachten?

Van de week kwam ik het toch weer op verschillende plekken tegen en voelde de drang om er dan toch maar weer eens een blogartikel aan te wijden.

Had ik dat niet al eens eerder gedaan? Ja hoor, klik hier maar door:

Ik hoef geen bewondering om mijn dagelijkse bezigheden

‘Wat straal jij een levensvreugde uit, ondanks je rolstoel!’

‘Wow, wat ben jij een optimist!’

‘Wat knap dat je nog werkt!’

‘Jij bent docent en je zit in een rolstoel? Poeh hé…’

Alsjeblieft, doe normaal zeg. Ik straal vast net zoveel levensvreugde uit als ieder ander. En dat een ander niet kan zien dat mijn rolstoel me meer brengt dan van me afneemt, is het gemis van die ander. Dat maakt me nog niet meteen een optimist. En tegen de kassière, huisarts, stratenmaker of wie dan ook zeg je ook niet dat het knap is dat diegene werkt. Of dat ie zoveel levensvreugde uitstraalt.

Maar als je een poging doet om uit te leggen waarom deze complimenten niet als complimenten overkomen, is het al snel: ‘Nou sorry hoor, ik bedoelde het goed!’

Met al die goedbedoelde complimenten om doodnormale dingen is het net of men wil zeggen dat je als gehandicapte maar een zielig en triest leven hebt. Alsof die doodnormale dingen het hoogtepunt van je dag zijn, omdat je niks anders boeiends in je leven hebt. Nou, tof compliment hoor!

Noem mijn beperkingen liever geen uitdagingen

Een beperking is niet zielig en er hoeft echt geen zogenaamd positiever woord voor bedacht te worden. Als ik het benoem zoals het is, betekent dat niet dat ik degene ben die er alleen maar de sombere kant van inziet. Ik heb een beperking en dat is oké.

Door er een ander woord voor te gebruiken, ga je wat mij betreft helemaal voorbij aan wat het nu daadwerkelijk inhoudt. Mijn beperking of handicap zorgt ervoor dat ik bepaalde dingen niet of niet zo makkelijk kan doen. Een uitdaging is totaal iets anders, dan kies je er zelf voor om een moeilijkere route te nemen, waar je graag moeite voor wil doen.

Bijvoorbeeld toen ik ervoor koos om naast mijn gezin en werk nog een masteropleiding te volgen. Dat was een uitdaging. Het was pittig, maar ik had iets om voor te gaan wat ik wilde bereiken. Heel iets anders dan een rolstoel nodig hebben om je te kunnen verplaatsen. Dat is geen keuze en ook niet bewonderenswaardig.

Zoveel mensen, zoveel wensen

En met al die discussies kom je toch ook mensen met een andere mening tegen, die zelf ook een beperking hebben. Dat vind ik nog weleens lastig. Natuurlijk mag ieder zelf weten waar hij of zij zich goed bij voelt. Maar het is wel iets wat je ook uitstraalt naar anderen. Want net zo goed als dat ik hier een beetje zit te verkondigen hoe ik graag behandeld wil worden, doet die ander dat ook. Maar dan met een heel andere mening. Die vindt het bijvoorbeeld wel positiever als je het over uitdagingen hebt. Of dat je je eigen ongemak maar opzij moet zetten als iemand het goed bedoelt. Dat maakt het voor de buitenwereld ook niet gemakkelijker om in te schatten hoe iemand wel of niet behandeld wil worden.

Maar wat ik zoal uit reacties opmaak, wil de meerderheid van de mensen met een beperking gewoon net als ieder ander behandeld worden, zonder goedbedoelde positieve extraatjes. En dan werken we elkaar wel tegen als we van allebei de kanten iets anders verkondigen.

Vorige week zat ik in de auto naar mijn werk en voor mij liet een automobilist een meute fietsende scholieren voorgaan, die geen voorrang hadden. Hartstikke lief en goed bedoeld, maar ondertussen irriteer ik me eraan dat ik niet gewoon kan doorrijden op een voorrangsweg. En die fietsers leren hier alleen maar van dat ze gewoon lekker voorrang kunnen nemen als ze daar zin in hebben.

Het is niet nodig om andere regels, omgangsvormen of woorden te bedenken om zogenaamd je goede bedoelingen te tonen. Het maakt het alleen maar meer verwarrend en mensen hebben er last van. Dus geef geen voorrang als iemand geen voorrang heeft en zet mensen met een beperking niet zonder reden op een voetstuk.

Het was bijna kerstvakantie en net als alle andere docenten was Salima aan het aftellen. Al mopperend op examendossiers die niet op orde waren, planningen die niet liepen zoals ze zouden moeten en studenten die steeds lakser met hun werk en de regels op school omgingen. Nee, gezellig was het niet. Of eigenlijk was het vooral Salima die niet zo gezellig was. Ze had wel wat van Scrooge weg, zoals ze daar mopperend in haar koude kantoortje zat.

En toen was het weekend, even geen school.

De geest van het verleden

Tijdens een feestelijke afsluiting met haar dansgezelschap was daar ineens de geest van het verleden. Was dat Ed? Van die woonvoorziening waar Salima ooit als zeventienjarige stage liep? Ja, het was inderdaad Ed. En hij was geen spatje veranderd in al die jaren. Hij nam Salima mee terug naar die tijd, drieëntwintig jaar geleden.

Al was het niet haar eerste keus om stage te lopen in een woonvoorziening voor verstandelijk gehandicapten, het was een goede match. Salima bracht rust op de groep, waarvan ze zelf niet wist dat ze het in zich had. Zowel de cliënten als de begeleiders hadden al snel zoveel vertrouwen in haar, dat ze één op één begeleiding mocht geven aan een cliënt die in een psychose zat. Dat was soms wel pittig, ook omdat ze niet altijd wist hoe te handelen, maar veel op gevoel deed. Maar het pakte goed uit, ze leerde veel over zichzelf en de doelgroep. En het was deze stage die haar deed beslissen om hier haar werk van te maken, als begeleider in de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

De volgende dag werd Salima nog een stukje verder meegenomen in het verleden. Ze was uitgenodigd voor een kerkdienst in de gemeente waar ze was opgegroeid. De hele dienst stond liefde en familie centraal. En waar Salima aan het begin nog koppig dacht: ‘Ja maar dat zeggen jullie alleen maar omdat het zo moet volgens jullie bijbel!’ draaide dat later bij.

Tijdens de preek kwam naar voren dat ze het als christen ook niet altijd bij het juiste eind hadden, dat ze bijleerden en bijstelden. Het bemoedigen om iemand op het goede pad te houden, had Salima altijd ervaren als veroordelen. En alhoewel de predikant Salima niet eens zo persoonlijk gekend had, voelde dit als een sorry van de hele gemeente. Een verontschuldiging voor het leed dat was aangedaan, omdat ze ondanks hun goede bedoelingen ook weleens de plank missloegen.

Na de dienst bleef ze nog even hangen om bij te praten met de mensen waar ze in haar jeugd ook al zoveel gesprekken mee had gehad. Maar voor het eerst voelde ze zich oprecht geliefd en gewaardeerd door deze mensen, niet veroordeeld. En had ze het gevoel dat de kloof tussen hen kleiner was geworden. Het draaide niet om de wetten en de regels, maar om de liefde.

De geest van het heden

Later die week ging Salima op visite bij een goede vriendin die ze al jaren kende, maar eigenlijk te weinig bezocht. Ze hadden dus flink wat om over bij te kletsen. En al dat praten zette Salima weer met beide benen in het heden.

Zo hadden ze het over hoe oneerlijk het soms verdeeld is in de wereld. Sommige mensen kregen de grootste ellende op hun bord voorgeschoteld, terwijl bij anderen het geluk maar leek aan te waaien, zonder er iets voor te hoeven doen. En ze praatten over de keuzes die hierin gemaakt werden. Keuzes die de ellende in eerste instantie leken weg te nemen, maar op de langere termijn niet werkten of juist problemen verergerden. Zelf hadden Salima en haar vriendin ook niet de loterij gewonnen met wat er op hun pad was gekomen. En het voelde fijn om hierover te praten met elkaar, zonder dat het door de ander als klagen ervaren werd.

Dit was nu eenmaal het leven. Oneerlijk, maar nog steeds met genoeg ruimte om zelf te bepalen welke weg je in kon gaan.

De geest van de toekomst

Al scrollend en lezend door de lotgenotengroepen op Facebook kreeg Salima bezoek van de geest van de toekomst. Ze werd meegenomen naar haar eigen begrafenis. Oud was ze niet geworden en blijkbaar zou ze ook niet veel gemist worden.

Want waar waren haar collega’s? Ach, die hadden allang geen behoefte meer om het contact te onderhouden, nadat ze haar lijf kapot gewerkt had en afgekeurd werd. Daarvoor al had ze steeds een beetje meer ingeleverd, steeds meer afstand genomen van waar ze ooit goed in was, wat ooit haar drijfveer was. Haar laatste collega’s hadden niet eens meer een beeld van wie Salima nu eigenlijk was, waar ze voor stond.

En haar vriendinnen? Die vonden het maar lastig om steeds rekening te moeten houden met Salima’s beperkingen. Zo gezellig was het ook niet meer geweest de laatste jaren. Salima was allang niet meer de impulsieve en actieve Salima die ze ooit was. Hun levens liepen steeds meer uiteen, ze hadden totaal verschillende zaken die belangrijk waren en aanpassen bleek van beide kanten maar lastig.

En dat kleine groepje mensen rondom haar graf, haar eigen gezin, was vooral verdrietig omdat het nooit meer was gelukt het vuurtje weer aan te wakkeren. Salima had zich erbij neergelegd dat niet alleen haar lijf nooit meer beter zou worden, maar ook haar leven. Als een kaarsje was ze langzaam uitgedoofd.

Hoe het afliep

Salima schrok wakker na een onrustige nacht. Wat voor dag was het? Zaterdag, de kerstvakantie was nog maar net begonnen. Een nieuw decennium stond voor de deur. En meer dan ooit voelde ze zich strijdbaar, ze wilde niet als een kaarsje uitdoven. Ze wilde laten zien waar ze voor stond, wat haar passie was. Liefde en aandacht geven aan de mensen om haar heen.

Haar agenda was nog leeg, maar al snel stuurde ze wat berichtjes om met mensen af te spreken. En ze nam zich voor ook wat me-time in te plannen. Gewoon even alleen op pad, alles laten bezinken en gaan bedenken wat ze nu echt verder wilde.

Lieve lezers: ik wens jullie allemaal een fijne kerst en een goed nieuwjaar. Maak er wat van en wees lief voor elkaar!

duurzame drinkbeker drinkfles bidon thermosbeker

Om een beetje te compenseren met alle pakjes drinken die er hier in huis doorheen gaan, heb ik zelf altijd een thermosbeker of bidon om op mijn werk of tijdens dansles uit te drinken. En zo’n duurzame drinkfles gaat best een flinke poos mee. Maar op een gegeven moment moet deze toch vervangen worden.

SIGG drinkfles

Na mijn eerste revalidatietraject in 2010 nam ik me voor om te gaan sporten bij een sportschool. Mijn man had het niet verwacht, maar ik hield dit echt goed vol. Een lange tijd ging ik twee a drie keer per week een uurtje fitnessen. En omdat mijn man dit zo knap van me vond, kreeg ik een mooie drinkfles van SIGG.

Dit is een drinkfles van aluminium met een schroefdop, maar je kunt er ook andere doppen op zetten. Ik heb in de loop van de tijd twee verschillende bidondoppen gehad. Wel zo praktisch tijdens het sporten, alleen iets lastiger schoon te maken dan de fles zelf.

Op de foto hierboven is het misschien al een beetje te zien, maar ik heb de drinkfles flink wat keren laten stuiteren. Daardoor zijn er wel wat deukjes in gekomen, maar de verflaag bleef al die jaren verrassend goed erop zitten. Ok, inmiddels ziet de fles er wel wat versleten uit, maar dat is wel na ruim acht jaar intensief gebruik. Ik deed ‘m ook gewoon altijd in de vaatwasser, ging prima.

Dat dit een duurzame drinkfles, blijkt ook wel. En eigenlijk wil ik ‘m ook nog niet weggooien.

Mizu thermosbeker

Ook deze beker was een cadeautje van mijn man en kinderen. Ik denk dat ik ‘m heb sinds ik met mijn rolstoel naar mijn werk ga, zo’n drieënhalf jaar nu. Ik wilde graag een thermosbeker hebben die in de bidonhouder op mijn rolstoel paste en dat werd dus deze!

Maar wellicht was ik een beetje verwend met de SIGG drinkfles die wel in de vaatwasser kan. En ik heb ervan geleerd: als er aangegeven is dat iets niet in de vaatwasser kan, dan is dat niet voor niks. De verf is echt lelijk eraf gaan bladderen. Af en toe dacht ik eraan om dan maar alle verf eraf te schuren, maar toch maar niet gedaan. En dat was vooral omdat het deksel zo vreselijk lekte, dat ik het de moeite niet meer waard vond om de beker wat op te lappen. Bij elke slok thee kwam er wat op mijn kleding terecht. Niet zo charmant.

Inmiddels zie ik in de webshops dat Mizu een ander deksel heeft dan dat ik had. Laten we er maar van uitgaan dat deze minder lekt.

Maar dat lelijke, afgebladderde, lekkende ding kan de prullenbak in!

Chilly’s thermosfles

Als vervanging van mijn lekkende thermosbeker en ingedeukte bidon heb ik nu een duurzame drinkfles van Chilly’s. Deze is zowel voor koude als warme dranken te gebruiken, door de dubbele wand. Hierdoor is er geen condensvorming als je er iets kouds in bewaard (wat ik bij de SIGG drinkfles wel heb). En het blijft lang koud of warm. Eigenlijk iets te goed, want als ik er thee in doe met water rechtstreeks uit de waterkoker, is het te heet om zo uit de fles te drinken. Dus daarom doe ik er altijd wat koud water bij.

Helaas kan deze fles niet in de vaatwasser. Volgens de verkoper zou het best kunnen, maar dan loop je dus weer het risico dat de verf er op een gegeven moment afbladdert. Maar die verkoper wist me ook te vertellen dat vuil niet snel blijft zitten op dit materiaal (roestvrij staal) en afspoelen dus al genoeg is.

De fles is lekvrij en past mooi in mijn bidonhouder aan mijn rolstoel. Waar hij dan weer niet past, is onder het koffieautomaat op mijn werk. Dat is wel een beetje jammer, had ik niet over nagedacht. Als ik nu op mijn werk heet of koud water wil bijvullen, moet ik alsnog een bekertje gebruiken om het erin te gieten. Meestal neem ik nu dus gewoon thee vanuit huis mee. En voor koud water kan ik altijd nog naar de kraan.

De dop deukt snel in als je ‘m op een tegelvloer laat stuiteren, dat heb ik ook al ontdekt. De fles zelf lijkt een stuk steviger.

En als laatste puntje van aandacht is dit wel een fles waarbij je allebei je handen nodig hebt om ‘m open te krijgen. Of ik wel in ieder geval. En dat had ik bij zijn voorgangers niet. Dat betekent dus dat ik niet tijdens het rollen kan drinken, dan moet ik echt even stilstaan. Is niet zo’n groot probleem en ik heb het er zeker voor over nu ik er tijdens het drinken niet meer uitzie als een kwijlende peuter.

Dure fles, maar toch besparen?

Behalve dat je afval bespaart met zo’n duurzame drinkfles, bespaar je uiteindelijk ook op kosten. Ik las dat het vijfhonderd keer goedkoper is dan een wegwerpflesje met water te kopen. En dat wilde ik even voor mezelf uitrekenen…

Stel dat je voor de goedkope flesjes water gaat: ongeveer een euro voor zes flesjes van een halve liter. En dan voor het gemak ervan uitgaat dat je die zes flesjes in één week opmaakt. Dan ben je in een jaar 52 euro kwijt. Een goede, duurzame drinkfles heb je al voor de helft van dat bedrag, maar die gaan ook niet oneindig lang mee. Zeg, vijf jaar. Dan kom ik nog steeds maar op tien keer goedkoper uit (5x 52 euro ten opzichte van 1x 25 euro).

Maar aan de andere kant heb je de kosten van de duurzame drinkfles er wel al vrij snel uit. Ik vind het dan ook zeker het geld waard, ook voor het comfort wat je erbij krijgt, wat je bij een plastic flesje niet hebt.

Waar drink jij buitenshuis uit? Ga jij voor wegwerp drinkbekers of -flessen, of heb jij ook een duurzame drinkfles?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op deze links klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

vriendschap, vrienden, rekening houden

Gisteravond keek ik de film ‘You’re not you’ op tv. Net als de films ‘Intouchables’ en ‘Me before you’ gaat het hier om iemand met een ernstige ziekte of beperking (in deze film Kate, een vrouw met ALS) met een flink gevulde portemonnee die een onervaren, financieel minder bedeeld en lekker uitbundig persoon in dienst neemt als verzorger en hiermee bevriend raakt. En ook al hou ik helemaal niet van het cliché beeld wat hiermee geschetst wordt, ik kijk het toch. En uiteraard jank ik mee op het einde.

Waarom ik het dan wel kijk, geen idee. Het geeft een beangstigend beeld van alles wat wegvalt als je ziek wordt. Hobby’s of werk wat je niet meer kunt uitvoeren. Familie en vrienden die je niet begrijpen en je steeds meer links laten liggen. Tot je alleen nog maar je verzorger hebt die je wat gezelligheid brengt. Of nee, Kate ontmoet ook een lotgenoot waar ze bevriend mee raakt. Een vrouw met ALS die wèl een partner heeft die met haar ziekte om kan gaan. Maar die ook laat zien hoe Kate niet wil sterven: aan slangen in het ziekenhuis.

Echt om te janken allemaal. Mocht je daarvan houden: bij Brave Dutchies staan er meer van dit soort films op een rijtje.

Vriendschappen komen en gaan

Los van het hebben van een chronische of progressieve ziekte of beperking, zit er altijd wel een verloop in de vrienden die je om je heen hebt. Die klik die je met klasgenoten of collega’s had, is er niet altijd na twintig jaar nog steeds. Dat maakt hen geen minder leuke personen. En soms verwateren vriendschappen door afstand, of doordat kinderen, school of werk meer aandacht vragen. Gebeurt gewoon.

Maar vriendschappen veranderen wel sneller als je ziek wordt. Er komt ineens meer bij kijken om rekening mee te houden. Aan de ene kant wordt het steeds lastiger om iets gemeenschappelijks te hebben. En aan de andere kant kost het dagelijkse leven als chronisch zieke al zoveel energie, dat het onderhouden van contact veel pijn en moeite kost. Of de ander vindt het gewoon heel moeilijk om jouw pijn te zien, jou te zien veranderen daardoor.

Vriendschappen met lotgenoten zijn soms makkelijker, omdat je elkaar beter begrijpt. Maar ik vind het dan weer vreselijk moeilijk om te zien dat iemand waarmee je een band hebt opgebouwd, soms zo hard achteruit gaat. Dat weerhoudt me wel in het aangaan van nieuwe vriendschappen met lotgenoten. Hoewel ik ook wel besef dat dat een tikkeltje egoïstisch is van mijn kant.

Waar kun je rekening mee houden als vrienden (chronisch) ziek worden?

Nu kan ik natuurlijk alleen voor mezelf spreken en ik zie mezelf niet als ernstig ziek. Maar ik zie wel overeenkomsten met anderen (en uiteraard die dramafilms die ik eerder noemde). En als je zelf bevriend bent en wil blijven met iemand die toevallig door een aandoening of ziekte beperkt is, dan heb ik daar wel wat ideeën over om rekening mee te houden.

  • Beperkte belastbaarheid: Eigenlijk is bijna alles wel hieraan op te hangen. Iemand die chronisch ziek is, kan gewoon niet zoveel als anderen. En niet zo lang. Als je dat eenmaal doorhebt, is het niet zo ingewikkeld om de rest uit te vogelen.
  • Een ander dagritme: Om dus met die beperkte belastbaarheid om te kunnen gaan, ziet een dag er anders uit. De één staat pas op in de middag, de ander gaat juist vroeg naar bed. En dan nog zijn er tussendoor rustmomenten nodig en kan er niet teveel op één dag gepland worden.
  • Toegankelijkheid: Wil je eens buiten de deur iets ondernemen, dan is het handig om te weten wat de ander nodig heeft om dit vol te kunnen houden. Dat kan een goede zitplaats zijn op korte loopafstand, een prikkelarme omgeving, volledig rolstoeltoegankelijk… Ook dat verschilt weer per persoon en situatie, maar het is fijn als de ander zich hierin verdiept.
  • Afspraak buiten de deur of thuis blijven: Een uitje met vrienden hoeft niet altijd spectaculair te zijn. Bij iemand een kopje thee drinken en bijkletsen kan veel meer waarde hebben dan een avondje uitgaan. Andersom is het wel heel erg balen als er wordt uitgekeken naar een uitje, de hele week hieromheen gepland is en het uitje vervolgens niet door kan gaan.
  • Tempo acceptatieproces: Niet iedereen heeft dezelfde tijd nodig om een acceptatieproces door te worstelen. Maar het is niet aan jou als vriend om het tempo te bepalen. Dat ligt bij de persoon met een chronische ziekte zelf. Dus ja, soms is diegene dan langer verdrietig om het verlies van iets dan je zou verwachten. Of soms is diegene klaar met het uitproberen van alternatieve geneeswijzen, terwijl jij nog wel drie hele goede suggesties hebt.
  • Blijf betrekken: Ook al worden afspraken negen van de tien keer afgezegd vanwege fysieke klachten, blijf uitnodigen. Ook al heb je een heel ander leven en interesses, blijf ze delen. Ook al duurt het een week voor je een reactie krijgt op Whatsapp, blijf berichtjes sturen. Er is niets erger dan buitengesloten worden, omdat vrienden denken dat je toch niet kan of niet geïnteresseerd bent.
  • No drama: Medelijden of bewondering omdat jij er echt niet mee zou kunnen leven als jij net zo ziek was als je vriend of vriendin, daar zit echt niemand op te wachten. Op een gegeven moment hoort het chronisch ziek zijn gewoon bij het leven, daar hoef je niet dramatisch over te doen.
  • Pijn of verdriet is niet te vergelijken: Het is niet zo dat jij van alles voor je moet houden, ‘omdat de ander het zoveel erger heeft’. Iedereen ervaart pijn of verdriet anders. Binnen een vriendschap kun je verwachten dat de ander met je meeleeft, ook al ervaart diegene het anders.

Hoe zou jij willen dat je vrienden rekening houden met jouw chronisch ziek zijn en/of beperking?

lopen wandelstokDe afgelopen weken/maanden is er hier en daar weleens een leerkracht in het nieuws geweest die wellicht niet zo gehandeld heeft als zou moeten. Afgelopen weekend kwam dit wel heel dichtbij en kwam de school van mijn dochter in de media voorbij. De bagger die die juf vervolgens over zich heen kreeg, echt niet normaal.

Vervolgens wordt opgeroepen dat leerkrachten neutraal moeten zijn in het lesgeven (en ook in alles wat ze daarbuiten doen of delen). Ja natuurlijk, maar leerkrachten zijn ook maar mensen!

Als ik voor elke fout zo afgestraft zou worden, zou ik allang niet meer in het onderwijs werken. En ik ga er nog steeds vanuit dat ik een prima docent ben.

Fouten maken mag

Als pedagoog en moeder ben ik van mening dat iedereen fouten mag maken, daar leer je van. Het gaat er vooral om hoe je er vervolgens mee omgaat. Gisteren werd me dat weer heel duidelijk toen allebei onze dochters een ‘blunder’ hadden gemaakt. De één vertelde er lachend over, zonder schaamte. De ander kroop weg en wilde er niet over praten. Ik heb haar verteld wat voor stomme dingen ik vroeger als kind weleens gedaan had, waar ik achteraf spijt van had. Vergeleken met mijn blunders viel die van haar in het niet, haha!

Als ik aan mijn kinderen en studenten wil laten zien dat zij fouten mogen maken, kan het niet anders dan daar zelf ook het goede voorbeeld in te geven. Niet om het expres te doen, maar vooral om te laten zien hoe je het daarna oplost. En dat je niet perfect hoeft te zijn, betekent nog niet dat je niet je best hoeft te doen, maar laten we vooral menselijk blijven.

Hier dan een paar van mijn blunders. Wel degene waar ik me niet (meer) voor schaam, er blijven altijd wel dingen die ik liever voor me houd.

In aanraking komen met de politie

Tja, wat kan ik erover zeggen… Ik was als kind altijd wel op straat te vinden, we haalden kattenkwaad uit en soms ging dat iets verder. De wijk waar ik opgroeide heb ik zelf niet als een achterstandswijk ervaren. Maar toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, werd duidelijk dat er door anderen wel werd neergekeken op onze wijk. Ik werd al voor een junk en crimineel uitgemaakt, voordat er ook maar iets was voorgevallen. Ik voelde me meer thuis bij de hangjongeren op straat dan bij de kakkers op ‘t vwo. En ja, dan komt zo’n self-fulfilling prophecy toch uit.

Maar na één keer een cel van binnen bekeken te hebben, had ik mijn lesje wel geleerd. Verder ben ik uiteraard heel braaf gebleven, zeker in mijn volwassen leven.

Een cliënt bij de haren pakken

Ooit werkte ik al als begeleider in de gehandicaptenzorg. Bijscholing in hoe om te gaan met gedragsproblemen had ik niet gehad. Dus toen ik met een cliënt aan het worstelen was en zij hele plukken haar uit mijn hoofd trok, was het enige wat ik kon bedenken ook haar haar vast te pakken. Ik trok er niet aan, maar dreigde er wel mee: ‘Laat mijn haar los, anders trek ik aan jouw haar.’ Binnen drie maanden op die groep was ik overspannen, het paste totaal niet bij mij om met cliënten met gedragsproblemen te werken.

Later als vrijwilliger heb ik nog eens zo’n situatie gehad. We waren met z’n tweeën in de snoezelruimte en zij greep me uit het niets bij mijn keel. Ze kneep zo hard mijn luchtpijn dicht, dat ik niet om hulp kon roepen, er kwam gewoon geen geluid uit. Dus in een reflex pakte ik haar haar beet en keek ik haar dreigend aan. Dat was genoeg voor haar om los te laten, gelukkig.

Hartstikke onpedagogische handelingen natuurlijk. Maar op die momenten kon ik niet anders. En naar mijn studenten toe gebruik ik deze voorbeelden weleens om aan te geven hoe belangrijk bijscholing in het werkveld is en dat je niet alles op school zelf kunt leren.

Zelfbeheersing verliezen voor de klas

De laatste jaren kan ik het best hebben, dat bloed dat onder je nagels vandaan gehaald wordt door studenten die je op stang willen jagen. Maar in mijn beginjaren als docent had ik daar meer moeite mee. Ik kan me een student herinneren die me zo pissig maakte, dat we echt aan het bekvechten waren, tot ik jankend de klas uitliep. Dit was overigens een student die al snel met de opleiding stopte, omdat het zorgen voor een ander totaal niet bij haar persoonlijkheid paste. Maar de illusie dat je op sociale opleidingen alleen sociale studenten hebt… Nee, dat valt soms tegen.

Een andere keer dat de tranen over mijn wangen liepen, was een heel ander geval. Er had een student zelfmoord gepleegd en de klassen moesten daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik dacht: dat doe ik wel even, maar eenmaal voor de klas werd het me toch teveel. Ik denk niet dat iemand me dat kwalijk heeft genomen, maar aan de andere kant had de klas ook niet zoveel aan mij op dat moment.

En jij, heb jij weleens fouten gemaakt? Of ben jij van mening dat alleen perfecte mensen voor de klas mogen en/of (andermans) kinderen mogen opvoeden?

schelden emoji's

Soms, heel soms heb ik gewoon niets zinnigs om bij te dragen. Dan ben ik gewoon zo pissig of teleurgesteld of verdrietig, dat ik alleen maar wil schelden. Ik doe best mijn best om me hierbij in te houden, dus des te serieuzer mag je me nemen als ik me wel aan het schelden en tieren ben.

#doeslief? Nee zeg, nu even niet!

Schelden: de spelregels

We weten allemaal dat schelden met heftige ziektes niet gewaardeerd wordt. Schelden met kanker is echt not done, ik geloof dat dat inmiddels wel bij iedereen bekend is. Krijg de tering, tyfus, pestpokken, pleuris of klere: daar hebben dan weer minder mensen moeite mee. Misschien omdat er tegenwoordig niet zoveel mensen meer overlijden aan deze ziekten.

Iemand uitschelden vanwege ras, geaardheid, geloof, handicap, of wat dan ook… Nee, doe maar niet. En dus ook niet als het niets met de persoon of het gedrag te maken heeft. Je praat niet over kutvolk als één iemand iets vreselijks gedaan heeft. En je maakt ook niet iemand uit voor idioot of imbeciel, zeker als het IQ van diegene niet de oorzaak is van het uitkramen van onzin.

Noem het beestje gerust bij de naam. Als iemand een kinderverkrachter is, dan mag je ‘m best een vieze, vuile, gore kinderverkrachter noemen. Maar geen vieze, vuile, gore homo, want dat heeft er niks mee te maken.

Hele groepen mensen kwetsen met je woorden, terwijl die maar voor een specifiek persoon bedoeld zijn, gaat het doel van schelden voorbij, wat mij betreft.

Nog een laatste die ik zelf best lastig vind, ondanks mijn christelijke opvoeding: Jezus of god buiten je scheldkanonnade laten. Vooral die eerste klanken rollen zo lekker door je mond: jeeeeee of ggggggg. Maar ik weet dat ook dat mensen kwetst die niet het lijdend voorwerp van mijn scheldpartij zijn, dus dan maar beter ook die weglaten. (Ken je de Bond tegen vloeken nog?)

Schelden mag van mij best een beetje grof zijn. De persoon voor wie het bedoeld is, moet duidelijk doorkrijgen dat hij/zij fout bezig is. Zich diep moet schamen. Wegkruipen in een holletje. Smeken om vergiffenis. Dat krijg je niet voor elkaar met een potverdikkie.

Deze scheldwoorden kunnen wèl door de beugel

Ja hallo, blijft er dan nog wat over wat je wèl als scheldwoord mag gebruiken? Alsof je er überhaupt de tijd voor hebt om na te denken voordat er een scheldwoord uitrolt.

Ach, het went. Sinds ik in het onderwijs werk, heb ik me zelfs aan kunnen leren om meer verantwoorde scheldwoorden te gebruiken hoe dichter ik bij mijn werkplek kom. Gooi je je fiets voor mijn auto binnen een straal van 100 meter van mijn school, dan ben je een oelewapper, mafkees of flapdrol. Best lief toch?

En uiteraard probeer ik thuis het goede voorbeeld te geven voor mijn kinderen. Ik heb me ook weleens vergist hoor. Wilde ik mijn kleuterdochter voor muts uitschelden, noemde ik haar gewoon een trut. Maar nu ze wat ouder zijn en zelf kunnen beslissen welke scheldwoorden passend zijn, hou ik me thuis een stuk minder in.

Hoewel smaken verschillen, ben ik niet vies van het gooien met geslachtsdelen en is fucking kut de overtreffende trap van kut. En de oude vertrouwde klootzakken of kuttekoppen doen het ook nog steeds prima.

Klaphark, klootviool of steegclown zie ik regelmatig op Twitter voorbij komen, vind ik wel mooie scheldwoorden.

Of wat dacht je van deze retroscheldwoorden: krotekoker, droeftoeter, slampamper, stoethaspel, schijtlijster, naarling, knurft, etterbak.

En alles wordt natuurlijk nog wat sterker door er fucking voor te zetten.

Nog even lekker afreageren met wat muziekjes

Soms heb je misschien net wat meer nodig dan alleen wat schelden. Zeker als je je voor je gevoel al inhoudt bij je woordkeuze. Maar gelukkig zijn er ook andere manieren om je af te reageren. Ik kan dat heel goed kwijt in muziek, lekker mee schreeuwen of losgaan.

Ooit mijn dochters favoriet, met een lekkere catchy tekst: poep in je hoofd! Ik vond ‘m in ieder geval heel verantwoord om lekker mee te blèren in de auto met het volume op 80 met de kinderen achterin headbangend in hun autostoeltjes.

Een prima liedje om even op te zetten als mensen veel teveel onzin uitkramen.

Ik weet niet hoe de jeugd van tegenwoordig dat doet, maar ik vond het afreageren van mijn frustraties in de pit bij een punkbandje altijd heel fijn. Gewoon lekker erop los beuken als alternatief voor het in elkaar slaan van één persoon, omdat we nu eenmaal moeten vertrouwen op ons rechtssysteem. Alle klappen die ik op onderstaand liedje heb uitgedeeld, waren eigenlijk bedoeld voor die klootzak van een collega.

Wat zijn jouw favoriete scheldwoorden?

sneeuwtrappelen

De social media waren in shock: een kinderdagverblijf in Amsterdam liet peuters met blote benen en voeten door de sneeuw, sneeuwtrappelen. Vreselijk. Dat mag toch helemaal niet?! Want daar worden de kinderen ziek van. Want dat doe je zelf toch ook niet. Want dat mag toch helemaal niet volgens de AVG. Want al die pedofielen op internet. Kindermishandeling. Sluiten dat kinderdagverblijf.

Of je voor je eigen kind wel of niet kiest om hieraan mee te doen, laat ik helemaal aan de ouders zelf over. Maar om een kinderdagverblijf wat hier overduidelijk goed over na heeft gedacht zo af te branden… Dan wil ik het als pedagoog toch wel even voor ze opnemen.

Kinderdagverblijven in alle soorten en maten

Bijna vijftien jaar werk ik nu als docent pedagogiek (onder andere) bij de opleiding Pedagogisch Werk. Ik leid studenten op om in de kinderopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang of het (basis-)onderwijs te gaan werken. Tijdens stagebezoeken heb ik ontzettend veel organisaties van dichtbij mogen bekijken. Van Hoek van Holland tot Alphen aan den Rijn, Bleiswijk tot Oud Beijerland en binnen Rotterdam van noord tot zuid en van oost tot west.

In die vijftien jaar heb ik meegemaakt dat kinderopvangorganisaties als paddenstoelen uit de grond opkwamen, weer inkrompen en failliet gingen door keuzes vanuit de overheid en de laatste jaren trekt het weer aardig aan. Je ziet grote organisaties die goed draaien door in te spelen op wat ouders willen, of juist wat de gemeente stimuleert. Maar ook organisaties die vanuit hun eigen samengestelde visie iets unieks neer willen zetten. Of organisaties die vooral snel winst willen maken en alleen het hoognodige bieden. Prachtige buitenlocaties met veel natuur, maar ook eenvoudige omgebouwde rijtjeshuizen met alleen een betegeld plaatsje.

En ik heb heus weleens mijn twijfels gehad over de kwaliteiten van de leidsters, voldoende veiligheid of aandacht voor de kinderen. Maar niet in die mate dat ik melding heb moeten maken van kindermishandeling. Meestal voldeed het om feedback te geven aan een leidster zelf of de leidinggevende.

Maar bovenal heb ik genoten van het zien van de verschillen, hoe kinderdagverblijven binnen hun middelen een eigen draai geven aan het zorgen voor kinderen.

Kinderdagverblijven met een eigenzinnig beleid: ik juich het alleen maar toe!

Tijdens de opleiding probeer ik mijn studenten warm te krijgen om zich te verdiepen in de verschillende pedagogische visies die er zijn. Antroposofie, Reggio Emilia, Montessori, enzovoort. Met een beetje geluk herkennen ze de visies in de manier van werken op hun stage. Maar vaak houden ze toch vast aan wat ze zelf hebben meegekregen in hun opvoeding of wat ze op hun verschillende stageplekken hebben geleerd. Iets anders is vaak vreemd, lastig uit te leggen naar anderen. Dan is het makkelijker aan te sluiten bij het vertrouwde.

Het verbaast me dan ook niet dat er via social media ook door pedagogisch medewerkers fel gereageerd wordt op zoiets als het sneeuwtrappelen. Niet alle lessen pedagogiek of gezondheidskunde blijven even goed hangen. Dat maakt ze niet meteen slechte pedagogisch medewerkers. Er zijn er genoeg die het zorgen voor kinderen zó in de vingers hebben, dat je je kinderen met een gerust hart bij ze achter kunt laten. Ook al zijn ze een beetje vergeten wat ze op school geleerd hebben.

Maar als er dan kinderdagverblijven zijn die zo’n unieke visie hebben dat ze eruit springen, dan juich ik dat alleen maar toe. Het maakt dat mensen (ouders, studenten, pedagogisch medewerkers) na gaan denken over wat ze zelf belangrijk vinden in de opvang van kinderen. Een mooi voorbeeld om te gebruiken in de klas, de discussie aan te zwengelen. Want voordat je dan aan komt zetten met: ‘Dit mag niet, want het hoort niet zo’, verdiep je dan eerst in het waarom.

Waarom zou je wèl sneeuwtrappelen of watertrappelen, buiten slapen, inbakeren, biologisch eten of wat dan ook? Wat zijn nu echt de voors en tegens? En dan vooral vanuit het kind gezien, niet puur en alleen vanuit je eigen belevingswereld.

Zou ik het mijn kinderen ‘aandoen’?

Sneeuwtrappelen of watertrappelen was nieuw voor mij, alhoewel ik wel eens van de Kneippmethode gehoord had. Het klinkt voor mij dan ook gewoon logisch dat zoiets goed is voor de bloedsomloop en kinderen er beter door slapen. Onze kinderen hebben toen ze klein waren weleens met blote voeten door de sneeuw gelopen, maar niet zo doelgericht voor het slapen gaan. Gewoon voor de lol.

Ik was vrij jong (23) toen ik moeder werd en ondanks mijn pedagogische achtergrond had ik me toen niet zo verdiept in verschillende visies en welke ik zelf toe zou willen passen. Ik was net als mijn studenten. 😉 Mijn oudste dochter was ook vreselijk makkelijk als baby, ik kon van alles met haar doen. Weinig rust, reinheid en regelmaat voor haar dus (nee grapje hoor, we wasten haar weleens).

Maar mijn jongste gooide wel al vroeg de kont tegen de krib. En daardoor ben ik wat verder gaan kijken wat zou kunnen werken bij haar. Zij sliep bijvoorbeeld in een bakerzak. Niet echt ingebakerd, vanwege haar heupdysplasie. Maar de bakerzak hielp haar al om zichzelf niet wakker te wapperen met haar armen.

Ze was ook negen maanden lang een felle flesweigeraar. En dan kon ze het krijgen ook: toen ze ging eten, boden we het haar aan volgens de Rapleymethode, doe het dan maar lekker zelf!

Die Rapleymethode gaat ervan uit dat als een kind de fijne motoriek beheerst om iets van een bord te pakken, de mondmotoriek dit ook aankan. Je biedt een baby vanaf zes maanden dan eten aan in grove stukken, dus niet gepureerd. De baby kan dan zelf keuzes maken, leek mij wel handig met die eigenwijze dame van mij.

Inmiddels zijn ze allebei opgegroeid tot twee geweldige tienermeiden die allebei prima eten, slapen, enzovoort. Wat dat betreft heb ik geen bewijs of het wel of niet beter is om een gerichte methode of visie te gebruiken of alleen maar op je moederinstinct te vertrouwen. Als ze maar genoeg liefde krijgen, dat ik het belangrijkste!

En waar sta jij in deze discussie? Sta jij open voor andere visies als het gaat om opvoeden van kinderen?

tradities schoen zetten klomp

Waar is toch die goede oude tijd gebleven? Die tijd dat het enige recht van de vrouw echt nog alleen het aanrecht was. Dat gehandicapten en psychiatrische patiënten ver weg van de bewoonde wereld in enorme instellingen opgehokt werden. Dat je gewoon in de klas kon roken. Dat pieten gewoon zwart waren. Dat een man niet met een man mocht trouwen. Dat je kinderen tenminste nog een pak slaag mocht geven als ze stout waren geweest. Ook als het jouw eigen kind niet was. Dat ongewenste intimiteiten gewoon verzwegen werden en er niet zo’n #metoo heisa van gemaakt werd.

Mis je het ook niet? Die goede oude tijd?

Nee, natuurlijk niet. Tijden veranderen. Culturen en tradities veranderen. En dat is maar goed ook.

Cultuur en tradities zijn plaats- en tijdgebonden

Cultuur is niet iets wat aangeboren is, maar aangeleerd. Gewoontes, gebruiken, tradities, bedacht door mensen zelf, om zich te verbinden of juist af te scheiden van de rest.

In Nederland hebben we niet maar één cultuur, maar tal van subculturen. En dan heb ik het niet eens over iemands huidskleur of waar hun (voor-)ouders vandaan komen.

Als ik alleen al kijk naar de verschillende gezinnen die ik ben tegengekomen bij de sporten van mijn kinderen. Dan waren de ouders die langs het hockeyveld stonden best een beetje anders dan die langs het voetbalveld. Maar ook van wijk tot wijk kan het verschillen hoe er bijvoorbeeld tegen opleidingsniveau, geloof, kunst, sport en rolverdeling aan wordt gekeken.

En toch verandert het ook. Hockey is allang geen elitesport meer. Nederland is niet alleen maar protestant of katholiek. Inzichten in wat goed is voor mensen veranderen ook. En het is ook echt niet erg om te veranderen van mening. Soms zie je later pas in dat iets toch niet zo geweldig is als je ooit dacht. Dat die leuke zwarte piet niet voor iedereen zo leuk is en wel degelijk als racisme gezien kan worden.

Het kan ook anders

Ik heb gerookt in een tijd dat dat nog overal kon en ook helemaal prima was. Dat mijn broertje niet bij mij in de rookcoupé wilde zitten, vond ik toen maar raar. En dat mijn teamleider commentaar had op het vele gerook in de woonkamer bij de overdracht, vond ik wat overdreven. Ja, er werd gewoon gerookt op woningen voor verstandelijk gehandicapten, ongeacht of ze zelf rookten of niet, astma hadden of niet… Dat kun je je nu toch niet meer voorstellen?

Mijn ouders hebben erg hun best gedaan op een christelijke opvoeding. De zondag was een rustdag, dus geen ijsjes kopen op zondag, bij het uitgaan voor de zondag thuis zijn en zo waren er nog wel meer regels waar ik niet zo blij mee was. En alhoewel het geloof voor mijn ouders nog steeds zoveel betekent als toen, denk ik wel dat ze milder zijn geworden in de loop van de jaren. Dat iets voor hun als christenen zo is, hoeft niet te betekenen dat een ander minder waard is als diegene andere keuzes maakt.

Soms helpt het om even te schoppen tegen de algemeen geaccepteerde normen om anderen te doen inzien dat het ook anders kan. Zoals ik als puber tegen de regels van mijn ouders schopte. Zoals #metoo mensen wakker schudt. En nee, dat is niet fijn, voor beide partijen niet.

Maar soms kun je je er gewoon meteen al bij neerleggen dat normen veranderen, zeker als je er zelf geen last van hebt. Bijvoorbeeld dat bij wet is vastgelegd dat de samenleving toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Of winkels die zich inzetten om meer genderneutraal hun kleding aan te bieden. Wat maakt het uit of iets niet meer onder het bordje ‘jongens’ of ‘meisjes’ hangt? Koop gewoon wat je leuk vindt!

Mensenrechten zijn cultuuroverstijgend

Mocht je het nou echt lastig vinden, al die veranderingen, dan is er een uitgangspunt wat altijd toe te passen is: mensenrechten. Daar valt een hoop over te lezen (klik maar op de link), maar bovenal: discriminatie is gewoon not done. Mensen belachelijk maken of minderwaardig behandelen om hun ras, geloof, gender, handicap of wat dan ook, kan gewoon niet.

Dus als een groep zich gediscrimineerd voelt, zijn wij als samenleving verplicht hier wat mee te doen. En als dat je niet zint, dan ‘rot je maar op naar een land waar geen mensenrechten zijn’? Nee, dat oog om oog, tand om tand is ook allang niet meer van deze tijd. Maar ik word er wel een beetje moe van als mensen steeds maar blijven zeggen dat anderen op moeten rotten als ze moeite hebben met Nederlandse tradities. Mensenrechten horen bij de Nederlands cultuur, veel meer dan de schmink van een piet.

Het is echt niet zo ingrijpend om hier en daar wat wijzigingen in tradities aan te brengen. Is er iemand die de roe mist? Of denk je dat de kerstboom bij de geboorte van het kindeke Jezus ook al versierd werd? Hoeveel Nederlanders lopen er nu echt nog op klompen?

Als we dat sinterklaasfeest echt zo belangrijk vinden voor de kinderen als dat we zeggen, dan moeten we ook naar ze luisteren als ze zeggen dat zwarte piet om aanpassing vraagt.

Aanpassen naar tradities waar iedereen plezier van heeft

In mijn ogen is het niet zo moeilijk: die roetveegpiet is een prima alternatief. Het past mooi in het sinterklaasverhaal, voor kinderen maakt het echt niet uit, je zit niet meer met schmink die je niet uit je oren krijgt, prima allemaal toch?

Dan is nog wel de vraag hoe daar te komen.

Mijn aanpak: alle felle pro-zwartepieten op Facebook zet ik op snooze. Hiermee in discussie gaan, levert toch niets op en het kwetst me alleen maar om te zien dat mensen die ik toch graag zie, zo lelijk kunnen doen naar anderen. Protestacties zijn niet mijn ding, maar ik wil wel laten weten waar ik sta. Als maar steeds meer mensen dat doen: laten horen hoe het anders kan, waarom het anders moet. En daar tegenover geweld en racisme niet meer beloond wordt. Misschien wordt het dan ooit wel beter?

Even als voetnoot: Ik besef me heel goed dat we in een land met zoveel diversiteit niet allemaal hetzelfde kunnen denken. Hoeft ook niet, ik zal je niet afschrijven als je een andere mening hebt dan ik. Maar ik hoop wel dat ik hiermee iets meer zicht heb gegeven op mijn mening en misschien zelfs hier en daar iemand heb laten inzien dat het echt geen ramp is als tradities veranderen.