Berichten

tradities schoen zetten klomp

Waar is toch die goede oude tijd gebleven? Die tijd dat het enige recht van de vrouw echt nog alleen het aanrecht was. Dat gehandicapten en psychiatrische patiënten ver weg van de bewoonde wereld in enorme instellingen opgehokt werden. Dat je gewoon in de klas kon roken. Dat pieten gewoon zwart waren. Dat een man niet met een man mocht trouwen. Dat je kinderen tenminste nog een pak slaag mocht geven als ze stout waren geweest. Ook als het jouw eigen kind niet was. Dat ongewenste intimiteiten gewoon verzwegen werden en er niet zo’n #metoo heisa van gemaakt werd.

Mis je het ook niet? Die goede oude tijd?

Nee, natuurlijk niet. Tijden veranderen. Culturen en tradities veranderen. En dat is maar goed ook.

Cultuur en tradities zijn plaats- en tijdgebonden

Cultuur is niet iets wat aangeboren is, maar aangeleerd. Gewoontes, gebruiken, tradities, bedacht door mensen zelf, om zich te verbinden of juist af te scheiden van de rest.

In Nederland hebben we niet maar één cultuur, maar tal van subculturen. En dan heb ik het niet eens over iemands huidskleur of waar hun (voor-)ouders vandaan komen.

Als ik alleen al kijk naar de verschillende gezinnen die ik ben tegengekomen bij de sporten van mijn kinderen. Dan waren de ouders die langs het hockeyveld stonden best een beetje anders dan die langs het voetbalveld. Maar ook van wijk tot wijk kan het verschillen hoe er bijvoorbeeld tegen opleidingsniveau, geloof, kunst, sport en rolverdeling aan wordt gekeken.

En toch verandert het ook. Hockey is allang geen elitesport meer. Nederland is niet alleen maar protestant of katholiek. Inzichten in wat goed is voor mensen veranderen ook. En het is ook echt niet erg om te veranderen van mening. Soms zie je later pas in dat iets toch niet zo geweldig is als je ooit dacht. Dat die leuke zwarte piet niet voor iedereen zo leuk is en wel degelijk als racisme gezien kan worden.

Het kan ook anders

Ik heb gerookt in een tijd dat dat nog overal kon en ook helemaal prima was. Dat mijn broertje niet bij mij in de rookcoupé wilde zitten, vond ik toen maar raar. En dat mijn teamleider commentaar had op het vele gerook in de woonkamer bij de overdracht, vond ik wat overdreven. Ja, er werd gewoon gerookt op woningen voor verstandelijk gehandicapten, ongeacht of ze zelf rookten of niet, astma hadden of niet… Dat kun je je nu toch niet meer voorstellen?

Mijn ouders hebben erg hun best gedaan op een christelijke opvoeding. De zondag was een rustdag, dus geen ijsjes kopen op zondag, bij het uitgaan voor de zondag thuis zijn en zo waren er nog wel meer regels waar ik niet zo blij mee was. En alhoewel het geloof voor mijn ouders nog steeds zoveel betekent als toen, denk ik wel dat ze milder zijn geworden in de loop van de jaren. Dat iets voor hun als christenen zo is, hoeft niet te betekenen dat een ander minder waard is als diegene andere keuzes maakt.

Soms helpt het om even te schoppen tegen de algemeen geaccepteerde normen om anderen te doen inzien dat het ook anders kan. Zoals ik als puber tegen de regels van mijn ouders schopte. Zoals #metoo mensen wakker schudt. En nee, dat is niet fijn, voor beide partijen niet.

Maar soms kun je je er gewoon meteen al bij neerleggen dat normen veranderen, zeker als je er zelf geen last van hebt. Bijvoorbeeld dat bij wet is vastgelegd dat de samenleving toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Of winkels die zich inzetten om meer genderneutraal hun kleding aan te bieden. Wat maakt het uit of iets niet meer onder het bordje ‘jongens’ of ‘meisjes’ hangt? Koop gewoon wat je leuk vindt!

Mensenrechten zijn cultuuroverstijgend

Mocht je het nou echt lastig vinden, al die veranderingen, dan is er een uitgangspunt wat altijd toe te passen is: mensenrechten. Daar valt een hoop over te lezen (klik maar op de link), maar bovenal: discriminatie is gewoon not done. Mensen belachelijk maken of minderwaardig behandelen om hun ras, geloof, gender, handicap of wat dan ook, kan gewoon niet.

Dus als een groep zich gediscrimineerd voelt, zijn wij als samenleving verplicht hier wat mee te doen. En als dat je niet zint, dan ‘rot je maar op naar een land waar geen mensenrechten zijn’? Nee, dat oog om oog, tand om tand is ook allang niet meer van deze tijd. Maar ik word er wel een beetje moe van als mensen steeds maar blijven zeggen dat anderen op moeten rotten als ze moeite hebben met Nederlandse tradities. Mensenrechten horen bij de Nederlands cultuur, veel meer dan de schmink van een piet.

Het is echt niet zo ingrijpend om hier en daar wat wijzigingen in tradities aan te brengen. Is er iemand die de roe mist? Of denk je dat de kerstboom bij de geboorte van het kindeke Jezus ook al versierd werd? Hoeveel Nederlanders lopen er nu echt nog op klompen?

Als we dat sinterklaasfeest echt zo belangrijk vinden voor de kinderen als dat we zeggen, dan moeten we ook naar ze luisteren als ze zeggen dat zwarte piet om aanpassing vraagt.

Aanpassen naar tradities waar iedereen plezier van heeft

In mijn ogen is het niet zo moeilijk: die roetveegpiet is een prima alternatief. Het past mooi in het sinterklaasverhaal, voor kinderen maakt het echt niet uit, je zit niet meer met schmink die je niet uit je oren krijgt, prima allemaal toch?

Dan is nog wel de vraag hoe daar te komen.

Mijn aanpak: alle felle pro-zwartepieten op Facebook zet ik op snooze. Hiermee in discussie gaan, levert toch niets op en het kwetst me alleen maar om te zien dat mensen die ik toch graag zie, zo lelijk kunnen doen naar anderen. Protestacties zijn niet mijn ding, maar ik wil wel laten weten waar ik sta. Als maar steeds meer mensen dat doen: laten horen hoe het anders kan, waarom het anders moet. En daar tegenover geweld en racisme niet meer beloond wordt. Misschien wordt het dan ooit wel beter?

Even als voetnoot: Ik besef me heel goed dat we in een land met zoveel diversiteit niet allemaal hetzelfde kunnen denken. Hoeft ook niet, ik zal je niet afschrijven als je een andere mening hebt dan ik. Maar ik hoop wel dat ik hiermee iets meer zicht heb gegeven op mijn mening en misschien zelfs hier en daar iemand heb laten inzien dat het echt geen ramp is als tradities veranderen.

lompheid frustratiesOh man, wat is het toch deze week? De ene frustratie volgt de andere op. Ik word er strontchagrijnig van. En omdat ik maar geen manier heb kunnen vinden om me op een andere manier af te reageren, gebruik ik jullie als lezers daar maar voor. Neem het niet persoonlijk op. Normaal zijn dit maar kleine frustratietjes en kan ik ze prima hebben. Maar we zijn nu pas halverwege de week en ik heb mijn frustratietaks al bereikt. Dus. Het moet eruit!

Fietsers die voorrang nemen, terwijl ze dat niet hebben

En dan ook nog lelijk kijken en gaan schelden als ik toeterend vlak voor hun neus tot stilstand kom. Tsss, dat kan ik veel beter en ik heb er een veel betere reden voor. Het is maar goed dat ze me niet horen als ik in de auto zit.

Op de route naar mijn werk zitten een paar drukke kruispunten waar verder niets met borden of stoplichten aangegeven is, dus rechts heeft altijd voorrang. Maar het lijkt er maar niet in te gaan bij de verkeersgebruikers daar. En zeker bij scholieren/tieners kun je ervan uitgaan dat ze je geen voorrang gaan geven. Ja, dat klinkt best generaliserend. Maar je kunt er soms maar beter rekening mee houden om ongelukken te voorkomen. Dat wil dan nog niet zeggen dat ik het niet laat horen hoe irritant die fietsers zijn als ze vlak voor mijn auto langs schieten.

Automobilisten die me voorrang geven, terwijl ik het niet heb

Hoe moeilijk is het? Groen is rijden en op een voorrangsweg heb je voorrang.

Ik weet niet waarom mensen denken dat ze me een plezier doen als ze me onterecht voorrang geven, maar ik heb er echt niks aan. Heb ik eindelijk even een moment om stil te staan en mijn muts wat meer over mijn oren te trekken, of mijn spiegel goed te zetten, word ik door zo’n overdreven vriendelijke automobilist gedwongen om alweer door te gaan.

Als ik op mijn fiets ben, vind ik het zelfs nog vervelender dan met de scooter. Hé, die conditie van mij is gewoon niet zo jofel meer. Laat me gewoon even uitrusten.

Studenten die regels aan hun laars lappen

En dan denken dat ze met jou in discussie kunnen gaan om alsnog hun zin door te drammen. Nee, daar heb ik echt geen zin in. En nee, ik hoef het niet beleefd te vragen als een bekende regel overtreden wordt.

De wereld draait niet om maar één persoon. Zeker op plekken als een school is het handig als er afspraken zijn om elkaar niet tot last te zijn. Geen stinkchips eten in een lokaal en/of je troep achterlaten. Niet een lokaal binnenstormen wanneer de les of het examen al begonnen is.

Gedraag je gewoon zoals je ook graag ziet dat anderen zich naar jou toe gedragen. Dat zou eigenlijk de enige regel hoeven te zijn.

Mensen die ‘dat betekend’ schrijven

Nu ben ik ook weer niet zo’n strenge juf dat ik mijn studenten hierop afreken. Maar bij mensen die geld verdienen met hun schrijfwerk, verwacht ik toch wel wat meer. Deze week heb ik het zeker bij drie bloggers voorbij zien komen. Dan wil ik ook weer niet diegene zijn die ze daar in een flauwe reactie op wijst. Het is ook niet het einde van de wereld. Maar als je het meerdere keren achter elkaar tegenkomt, frustreert het me toch wel wat.

Het is namelijk echt niet zo moeilijk. ‘Dat’ als onderwerp kun je gewoon net zo vervoegen als hij/het/de paashaas: stam + -t. Ook al lijkt het misschien al snel op een voltooid deelwoord als een werkwoord met ‘be-‘, ‘ge-‘ of ‘ver-‘ begint, dat is het dus niet altijd. In het geval van ‘dat heeft betekend’ mag het wel met een -d, dan is het wel een voltooid deelwoord.

Afgewezen worden zonder uitleg

Dat voelt net als een onvoldoende krijgen, terwijl je denkt dat je de opdracht goed gemaakt hebt. Ik snap ook best wel de frustraties van mijn studenten als ze een onvoldoende krijgen. Het is niet zo lang geleden dat ik zelf nog een opleiding volgde. Wat dat betreft is het voor elke docent een aanrader om alleen al om die reden een opleiding te volgen: om te voelen hoe het is om een onvoldoende te krijgen. dat maakt het vervolgens makkelijker om met de frustraties van studenten om te gaan die van jou een onvoldoende krijgen.

Maar goed, op zich volg ik nu geen opleiding en toch word ik weleens afgewezen. Als blogger stuur ik soms een pitch in naar een opdrachtgever en dat is niet altijd met succes. Meestal weet ik van tevoren wel wanneer iets misschien net iets te hoog gegrepen is voor een kleine blogger als ik. Maar soms begrijp ik niet waarom mijn pitch afgewezen wordt. En dat is gewoon frustrerend.

Wéér een rekening voor een ‘vrijwillige’ ouderbijdrage

Dan denk je dat je aan het begin van het schooljaar alles wel betaald hebt voor de school van je kids, komt er weer een rekening bij. Nu wist ik wel dat tweetalig onderwijs wat meer kosten meebrengt, vanwege de uitstapjes en extra examens. Maar dit schooljaar zou juist één van de goedkopere schooljaren zijn.

Van de 160 euro die we aan het begin al betaald hadden, zaten er onder andere licenties bij voor online of softwareprogramma’s. En nu mochten we daar nog eens voor betalen, voor iets van digitaal programma voor studiekeuze ofzo.

Dus ik vraag om uitleg en dat was dan dat die eerdere ‘vrijwillige’ ouderbijdrage algemeen was en dit voor een paar specifieke klassen. Ja dag, het boekenpakket is toch ook meteen al afgestemd per klas? Waarom is het dan zo moeilijk om al die extra bijdragen tegelijk in kaart te hebben? En waarom moet alles maar digitaal? En wat nou als ik niet betaal? Hoe vrijwillig is die ouderbijdrage eigenlijk?

Op die laatste vraag heb ik overigens nog geen antwoord gehad…

Ok, nu is het klaar met mijn gezeur. Vanaf nu kan de week alleen maar beter worden!

Wat zijn jouw grootste frustraties?

 

geld donaties bijbaantje

En dan heeft je vijftienjarige dochter ineens een bijbaantje bij een patatzaak. Hartstikke leuk natuurlijk, zo verdient ze lekker wat bij en leert ze hoe het is om te moeten werken. Maar als ouder komt daar ook weer van alles bij kijken. Want wat mag ze eigenlijk allemaal wel of niet als vijftienjarige? En wat heb jij daar als ouder nog over te zeggen?

Dan zal je maar een moeder hebben die niet alleen juf is, maar ook nog examenleider en dus heel precies de regeltjes wil volgen. Nee, dat valt best mee, maar ik wil wel altijd precies weten hoe het zit.

Werktijden vijftienjarigen

Op schooldagen mogen vijftienjarigen volgens de arbeidstijdenwet 2 uur per dag werken, weekend en vakantie 8 uur. Daar zit dan wel een maximum aan van 12 uur per schoolweek en 40 uur in de vakantie.

Doordeweeks mogen ze tot 19.00 uur werken en in weekenden of vakanties tot 21.00 uur.

En dan komt het eerste dilemma al: ze werkt op vrijdag van 16.00 – 21.30 uur. Dat is meer dan 2 uur en tot na 21.00 uur. Ze is in de vakantie begonnen en toen had ik zoiets van: we kijken het wel even aan. Ergens vind ik het ook wel logisch, het is nu eenmaal de horeca en dan heb je niet zoveel aan een werknemer die van 16.00 – 18.00 uur werkt. En vrijdagavond is het koopavond, dus dan gaat het werk nu eenmaal wat langer door.

Maar toch… Vaak werken ze nog langer door en dan wordt het wel een erg lange dag. Zeker omdat ze pas half vier uit school is.

Werkzaamheden

Ook voor wat een vijftienjarige mag doen, zijn er regels opgesteld. Dit is om te voorkomen dat ze te zwaar of gevaarlijk werk zouden doen.

Dus geen zware dingen tillen, duwen of trekken, niet met giftige stoffen werken. Maar ook geen alcohol schenken bijvoorbeeld. Nu wordt dat in deze patatzaak toch niet gedaan, dus dat scheelt.

Maar er zijn ook een aantal werkzaamheden die niet mogen, die niet zo duidelijk zijn. Vijftienjarigen mogen niet met of in de omgeving van machines werken. Maar wat wordt er dan precies verstaan onder een machine? Is dat ook het softijsautomaat? Of de patatsnijder? En de friteuse, waar valt die dan onder?

Achter de kassa werken, mag ook al niet. En dat snap ik niet helemaal, want hoe gevaarlijk is dit nou? Voor elke snack die besteld wordt, hoeft alleen een knop aangetikt te worden, kan bijna niet mis gaan. En de andere medewerkers staan op minder dan een meter afstand in die krappe zaak, dus altijd beschikbaar als er toch iets niet goed gaat.

Arbeidsovereenkomst tekenen

Ruim een maand na haar eerste werkdag, kreeg ze een arbeidscontract mee. Dus ook weer even opgezocht wat ik daar als ouder mee moet. Vanaf zestien jaar mag een arbeidscontract getekend worden zonder toestemming van ouders. Voor die tijd moet je als ouder of verzorger toestemming geven. Maar als je dat niet binnen vier weken doet, mag de werkgever ervan uitgaan dat je ermee akkoord bent gegaan.

Dus zoveel is je handtekening ook niet waard. Mocht je nou een heel laks kind hebben die pas na twee maanden aan komt zetten met dat contract, dan heb je er als ouder niet zoveel meer over te zeggen.

Ik heb overigens nog even gebeld met de baas over het contract. Het was een nogal standaard contract, waarin alleen met het salaris rekening gehouden werd met haar leeftijd (€2,91 bruto, gewoon standaard volgens het jeugdloon). Werktijden waren dus ook gericht op een volwassen medewerker, deze konden tussen 5.00 en 23.00 uur liggen.

Er werd nogal lacherig aan de telefoon gedaan dat ik hierover navraag deed en ze wees op de arbeidstijdenwet. Zij zouden het contract niet kunnen veranderen, maar wel mondeling met mijn dochter kunnen overleggen wat haar werkdagen en -tijden worden. Ok, prima, maar ik heb dus wel telefonisch bezwaar gemaakt en teken het contract niet.

Voorlopig gaan we gewoon kijken hoe het loopt, hoe eerlijk ze zijn met de betalingen en of ze in het maken van het rooster voldoende rekening houden.

En hoe zit het met andere leeftijden?

Nu heb ik dit vooral gericht op mijn vijftienjarige, omdat ik daar nu middenin zit. Maar ook over jongere en oudere kinderen kun je deze informatie vinden, bijvoorbeeld op de website Weet je wat jij waard bent?

Ik denk wel dat vijftien de leeftijd is dat veel jongeren beginnen met een bijbaantje. Omdat ze net iets meer mogen dan dertien- en veertienjarigen en misschien ook net iets meer behoefte hebben aan extra geld. Er zijn in ieder geval een hoop (oud-) klasgenootjes die nu ook beginnen met een bijbaantje. Bij een drogist, broodjeszaak, als afwasser bij een restaurant, vakkenvuller bij een supermarkt. Genoeg om ervaringen mee uit te wisselen!

Wanneer begon jij (of je kind) met een bijbaantje? Wist jij wat wel en niet mocht?

Via Lotus Writings kwam ik de Body Positivity Tag tegen van Cassandra. En ook al ben ik normaal niet zo van de tags, deze vond ik wel toepasselijk zo in de zomervakantie. Met dat mooie zomerweer en minder kleren aan je lijf, is het wel zo fijn om je daar lekker bij te voelen!

Wat versta jij onder Body Positivity en wat betekent het voor jou?

Blij zijn met je lijf zoals het is en dat uitstralen. Het is niet één perfect plaatje, een lijf kan op heel veel manieren mooi zijn.

Van mij hoeft dat niet per se een ‘ik omarm de gebreken van mijn lijf’ te zijn. Die mag je van mij best weleens wegstoppen. Hoef je echt niet mee te koop te lopen als je dat niet wil. Maar dan nog kun je blij zijn met je lijf, je mooi voelen.

backbeat fit 500 sportkoptelefoon

Kijk eens naar een foto van jezelf, wat valt jou het eerste op? Hoe voel je je daarbij? (deel ook deze foto)

Ik kijk blij, dat is wat me het eerste opvalt. Ben daar ook heerlijk in mijn element: in mijn naaikamertje, muziek luisteren… Wat me verder opvalt is dat de rimpels in mijn voorhoofd zichtbaar zijn en mijn oogleden wat over mijn ogen hangen. Ach ja, ik word ook wat ouder. En ik draag geen make-up, dat doe ik overigens vrijwel nooit. Mijn haar zit wat warrig, waarschijnlijk heb ik het nog niet geborsteld.

Ik voel me er eigenlijk wel prima bij.

tattoos schoudersNoem nu twee mooie dingen aan je body waar je gelukkig mee bent!

Alhoewel ik wel een paar kilootjes meer meedraag dan gezond is, is het wel goed verdeeld. Ik ben dus wel blij met de verhoudingen van mijn lijf, mijn rondingen zitten op de goede plekken. Mijn billen en borsten zijn aardig gevuld, maar ik heb wel een zichtbare taille. En mijn kuiten zijn nog aardig gespierd voor iemand die er niet veel mee doet.

En op nummer twee dan mijn schouders. Niet alleen vanwege de mooie plaatjes die erop staan. Maar vooral omdat je met je schouders zoveel kan veranderen aan je houding of hoe je je beweegt. Dat maakt het een stuk interessanter om naar te kijken en is leuk om mee te spelen.

Zelfacceptatie in de zomer: bikini of badpak?

Vanuit praktisch oogpunt kies ik liever voor een bikini. Zo’n nat badpak uit- en aantrekken als je even naar het toilet wilt, vind ik maar niks.

Overigens draag ik die bikini dan wel met zo’n megagroot bikinibroekje, lekker retro. En het houdt mijn buik wat meer bedekt, waar ik me dan toch wel weer wat prettiger in voel.

In deze outfit voel ik me mooi

Natuurlijk draag ik bijna alleen maar leuke jurkjes waar ik me mooi in voel. Maar historische kostuums hebben net iets meer dan dat. De Victoriaanse kostuums met enorme rokken zijn dan helaas niet zo praktisch in een rolstoel. Dus toen ik het linkerplaatje tegenkwam, leek dat me een mooi alternatief.

En ok, de jurk is uiteindelijk wel wat anders geworden dan het voorbeeld. Maar ik voel me er zeker mooi in. Krijg er ook veel complimenten over als ik ‘m draag. Dus als iemand een gelegenheid weet waarbij ik deze jurk weer eens aan kan trekken, laat maar weten!

Hoe denk jij dat anderen jou zien? En hoe zie jij jezelf? Is dit in het verleden ook anders geweest? Zo ja, wat is hiervan de oorzaak?

Anderen zien me om één of andere reden slanker dan dat ik ben. En nee, dat is niet omdat ik mezelf als ontzettend dik zie. Maar ik heb gewoon aardig wat overgewicht en een maatje XL.

Toen mijn studenten ooit een gastles over gebarentaal kregen, mochten ze zelf een gebaar bedenken voor elkaar en dus ook voor mij als docent. Met dat gebaar beeldden ze een jurkje uit en dat paste ook wel heel erg bij mij. Nu nog steeds trouwens, ik ben gek op leuke jurkjes.

Verder denk ik dat mijn uiterlijk bij de één meer in de smaak valt dan bij de ander. Ik heb een vrij uitgesproken smaak. En gelukkig maar dat niet iedereen mij zo leuk vindt.

Hoe ik mezelf zie, is heel erg veranderd in de loop van de jaren. Op de basisschool werd ik gepest en werd er zo vaak tegen me gezegd dat ik lelijk was, dat ik het zelf ging geloven. Pas rond mijn vijftiende kreeg ik door dat ik er best mocht wezen.

Nu ben ik tevreden met hoe ik eruitzie. Of ik nu zo dik ben als ik nu ben, of tien kilo minder aan mijn lijf zou hebben, ik voel me net zo mooi. Alleen met tien kilo minder zou ik meer jurkjes hebben die me mooi staan, dus ze mogen er wel een keer af, die kilootjes.

Ik denk ook dat het enorm scheelt dat ik al twintig jaar bij dezelfde man ben, die me altijd al mooi heeft gevonden. Wat ik mezelf ook aandoe qua kledingstijl, haarkleur, piercings en tattoos (welke hij niet altijd even mooi vindt), hoe dik of dun ik ook geweest ben, hij kijkt daar gewoon doorheen. Alhoewel hij me achteraf gezien best weleens had mogen afremmen. Soms droeg ik echt achterlijke outfits. Waar ik me overigens nog steeds geweldig in voelde op dat moment.

Noem een overwinning van wat jouw lijf je heeft laten doen?

Nou moet ik zeggen dat mijn lijf me eigenlijk vooral steeds meer in de steek laat. Maar ik heb goede herinneringen aan de keren dat ik wel op mijn lijf kon rekenen.

Ik kon als kind al lange afstanden fietsen. Fietstochten van 40 of 60 kilometer.

En toen ik na een aantal dansloze jaren ging buikdansen, verbaasde me het dat dit me nog best aardig af ging.

Er zijn momenten geweest dat het slecht ging met mijn lijf, maar dat ik toch weer kon opbouwen. Dat is met EDS toch wel bijzonder te noemen. En het betekent ook dat ik het wel kàn, dat luisteren naar mijn lijf en binnen mijn grenzen blijven.

Vijftien kilo afvallen in een jaar tijd, dat vond ik wel een prestatie. Zou het graag nog een keer willen doen, haha!

O ja, die twee keer dat ik een kind op de wereld heb gezet, dat mag ook wel een overwinning genoemd worden. Dit hoeft dan weer niet in de herhaling hoor.

Vind jij dat er meer size diversiteit in de media mag komen? (denk bijvoorbeeld aan curve model) en waarom?

Ja, zeker weten. Eerlijk gezegd lees ik niet echt tijdschriften, modeprogramma’s op tv volg ik ook niet. Niet mijn smaak en niet mijn maat. Ik neus vooral rond op Instagram en kijk dan hoe iets staat bij iemand die ongeveer dezelfde vormen heeft als ik. Of ook in een rolstoel zit, want dat maakt ook een groot verschil hoe iets je staat. Dus behalve diversiteit in maten, mag die rolstoel (of prothese, of krukken, of wat dan ook) best wat meer in beeld gebracht worden. Of diversiteit in leeftijd, kleur… in alles eigenlijk wel.

Je favoriete body positivity instagram account

Lana Leesvoer vind ik sowieso een mooi mens met een superleuke kledingstijl. En ze durft meer dan ik zou durven: croptops, foto’s in ondergoed of bikini op Instagram. Nou hoef ik dat niet allemaal per se te durven hoor, maar hoe vaker ik haar in een croptop zie, hoe vaker ik denk: dat moet ik toch ook eens proberen! Ze laat zien dat je met een maatje meer net zo mooi gekleed kunt zijn.

Body positivity hoeft van mij niet tot het extreme. Ik volg ook mensen die hun lichaamshaar, sondeslangen, of wat dan ook in beeld brengen. Prima als zij zich daar goed bij voelen en ze zullen vast anderen ook helpen om zich zo prettiger in hun lijf te laten voelen. Maar voor mij is dat iets teveel van het goede. Ik hou graag wat dingen voor mezelf. En ik vind ook niet dat je per se met elk stukje van je lijf tevreden hoeft te zijn om van je lijf te houden. Dat herken ik ook terug in wat Lana post, vandaar dat zij toch wel mijn favoriet is.

Je beste zelfacceptatie tip

Hier moest ik toch wel even over nadenken. Met mijn twee tienermeiden ben ik hier ook wel mee bezig. En ik denk dat het vooral prettig is om in een veilige omgeving (thuis of met vriendinnen) te experimenteren in waar jij je mooi en fijn bij voelt. En als je je dan eenmaal hebt overtuigd van datgene wat bij je past, vooral niet teveel van andermans mening aantrekken. Tenzij het iemand is die van je houdt en je om een hele goede reden een ietsjepietsje afremt of juist stimuleert.

Wat zou jij een ander meegeven als tip als het gaat om zelfacceptatie en bodypositivity?

fietsongeluk

Foto is met toestemming overgenomen van Flashphoto.nl

In een maand tijd kregen twee dierbaren van mij een ongeluk met de fiets. En op zo’n moment, dat je er niet meteen bij kunt zijn, hoop je toch op fatsoenlijke omstanders die te hulp schieten. Maar hoe verschillend kan dat zijn.

Fietsongeluk 1: Dochter gaat onderuit in een bochtje

In een bijna onverstaanbaar telefoongesprek werd ik pas door dochterlief gevraagd of ik meteen kon komen, want ze was gevallen en bloedde heel erg. Ik dacht nog even dat het vooral de schrik zou zijn en het vast wel mee zou vallen. Maar om haar zo snel mogelijk bij te kunnen staan, sprong ik op mijn scooter naar de plek des onheils.

Daar aangekomen was ik juist degene die zich de pestpokken schrok. Een plas bloed op straat, dochter onder het bloed en een verband om haar hoofd. En een hoop mensen om zich heen verzameld. Via die omstanders en mijn dochter hoorde ik wat er gebeurd was. Ze was in de bocht onderuit gegaan met haar fiets en met haar hoofd hard op de straat gevallen. Heel toevallig was er een verpleegkundige in de buurt, die van een taxichauffeur verband kreeg en haar dus kon verbinden. De straat werd afgezet met een auto, 112 was gebeld en een vrouw ‘met connecties’ zorgde er wel even voor dat de ambulance er snel zou zijn. Ze kreeg water aangereikt en een andere vrouw stelde voor om haar fiets in haar tuin te zetten, zodat deze niet ten prooi zou vallen van fietsdieven.

Toen de ambulance er eenmaal was en bleek dat we even naar de spoedeisende hulp moesten, bedacht ik me dat de pasjes (ID en zorgverzekering) thuis lagen. Maar ons huis lag op de route naar het ziekenhuis, dus reden ze daar even langs.

Ondertussen had ik bedacht dat ik in het ziekenhuis niet ver zou komen zonder rolstoel, dus nam ik ook mijn wandelstok mee toen we bij ons huis waren. In de ambulance legde ik aan de verpleegkundige uit dat ik EDS heb en normaal een rolstoel buitenshuis gebruik. Ze was enorm begripvol, snapte meteen dat ik daar puur op adrenaline liep en op een later moment wel zou instorten. Aangekomen in het ziekenhuis nam ze mijn dochters schooltas uit mijn handen (man, die dingen zijn echt loodzwaar) en ging ze op zoek naar een zo comfortabel mogelijke stoel voor mij.

Al met al is het goed afgelopen: het gat in haar hoofd kon gelijmd worden en verder was er niet zo veel aan de hand. Mijn man was inmiddels klaar met werken en kwam ons ophalen, met mijn rolstoel. ‘s Avonds haalde hij de fiets op, waar de behulpzame vrouw nog eens vroeg hoe het met onze dochter was. En diezelfde week kreeg ik een bericht van een collega met dezelfde vraag. Die had via een oud-student gehoord wat er gebeurd was, die had met haar moeder mijn dochter opgevangen voordat ik er was.

Fietsongeluk 2: Vriendin wordt aangereden na een avondje uit

Na een avondje stappen met mijn vriendin is het de gewoonte dat we elkaar op de hoogte houden als we veilig zijn thuisgekomen. Dit keer stuurde ik wel een berichtje, maar kreeg geen bericht terug. Eigenlijk maakte ik me op dat moment geen zorgen, het ging immers altijd wel goed en was meer een gewoonte dan dat het echt nodig was. Ik stuurde nog een laatste berichtje dat ik hoopte dat ze goed thuisgekomen was en ik naar bed zou gaan.

De volgende ochtend zag ik dat er een berichtje van haar verstuurd was na drie uur ‘s nachts: ‘Ik lig in het ziekenhuis.’ Daarnaast een berichtje van haar vader met wat meer uitleg. Ze was dus onderweg naar huis aangereden door een auto en die bestuurder was doorgereden na het ongeluk.

Geen idee hoe lang het voor haar geduurd heeft voor ze geholpen werd, maar getuigen waren er dus niet. Gelukkig heeft ook zij er geen ernstig letsel aan overgehouden, dat had zomaar anders kunnen zijn.

Op Facebook volgde ik de nieuwsberichten hierover, omdat hier ook een oproep werd gedaan voor getuigen. Zelf deelde ik dit bericht ook, dat leverde een reactie op van een letselschadeadvocaat die er wel brood in zag. Verder nog geen reacties van getuigen gelezen, wel vooral veel veroordelende reacties naar de bestuurder die door is gereden. Op zich terecht, maar heel veel schiet je er niet mee op. En vrolijk word je er al helemaal niet van.

Zo hoort het dus wel/niet

Het moge duidelijk zijn dat ik positief onder de indruk was van hoe de omstanders handelden bij het fietsongeluk met mijn dochter. Zo ontzettend betrokken en behulpzaam. Mensen die elkaar niet kenden, werkten samen om mijn dochter (en mij) op te vangen en te helpen.

Maar wat een verschil met het tweede fietsongeluk van mijn vriendin. Nu is dat wel op een ander tijdstip gebeurt, maar dan nog. Hoe haalt die bestuurder het in zijn of haar hoofd om door te rijden nadat je iemand geraakt hebt? Ongeacht wiens fout het is, je stopt toch om te kijken hoe het met de ander gaat? En dan zo’n aasgier die ervan denkt te kunnen profiteren. Bah.

En weet je, ik ben zelf ook echt geen held als het om ongelukken gaat. Als ik zie dat er iets is gebeurd en er staan een hoop mensen om heen, dan denk ik: ‘Mooi, genoeg mensen die kunnen helpen, mij hebben ze niet nodig.’

Maar ik probeer in ieder geval die inschatting te maken. Of mijn hulp nodig zou kunnen zijn, of dat ik alleen maar in de weg zou staan als pottenkijker. En als er maar één of twee omstanders zijn, dan vraag ik sowieso of ik ergens bij kan helpen.

Het zou toch fijn zijn als je in zulke situaties op je medemens kunt rekenen. Dat je niet aan je lot wordt overgelaten en er geen misbruik van de situatie gemaakt wordt. Maar blijkbaar is dat helaas niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Hoe handel jij als je een ongeluk hebt zien gebeuren?

gemeenteraadsverkiezingen

Vandaag mogen we weer stemmen, zowel voor de gemeenteraadsverkiezingen als voor het referendum over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Noem me ouderwets, maar ik vind nog altijd: als je niet stemt, moet je ook niet klagen. Alhoewel ik niet zo’n hoge pet op heb van een raadgevend referendum, denk ik wel dat mijn stem voor de gemeenteraadsverkiezingen verschil kan maken. Al is het maar om tegenwicht te geven aan de partijen waar ik absoluut niet teveel van in mijn stadje wil terugzien.

Maar dat kiezen, is nog best lastig.

Mijn stem krijg je niet als…

  • Je niet eens de moeite hebt genomen om de spellingscontrole door je verkiezingsprogramma te halen.
  • Je niet verder kunt kijken dan je eigen stokpaardje en zo voorbij gaat aan al het andere wat in de gemeente speelt.
  • Je alleen maar met een vingertje kan wijzen en zelf geen concrete oplossingen aandraagt.
  • Je vanuit je geloof politieke beslissingen neemt. Sorry, maar dat is gewoon niet zo mijn ding.
  • Je verkiezingsprogramma meer weg heeft van een sprookjesboek dan de realiteit.

Blanco stemmen

Als er echt geen enkele partij is waar ik achter zou kunnen staan, is er altijd nog de optie van blanco stemmen. Ik heb het jaren geleden weleens gedaan, ik geloof bij de landelijke verkiezingen.

Een blanco stem telt wel mee voor de opkomst, maar gaat niet naar een partij. Voor het referendum heeft het dan nog een waarde, omdat daar een opkomstdrempel van 30% is. Stel dat er zonder de blanco stemmen geen 30% behaald zou worden, dan wordt de uitkomst van het referendum niet meegenomen in de uiteindelijke beslissing.

Maar verder is een blanco stem dus vooral symbolisch. Je laat dan zien dat je wel onderdeel wil zijn van de democratie, maar dat je je niet kunt vinden in de programma’s van de deelnemende partijen.

Waar ik dan wel op ga stemmen?

Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik nog een zwevende kiezer. Voorheen had ik wel een voorkeur bij één van de partijen hier in de gemeente. Maar op dit moment vind ik ze niet zulke hele sterke punten hebben. En alhoewel ze in het verleden best wat bereikt hebben, heb ik nu soms het idee dat ze maar wat roepen, zonder dat ze het waar kunnen maken. En de partij waar ik bij de landelijke verkiezingen op gestemd heb, spreekt me hier in de gemeente helemaal niet aan.

In de hoop een goede keuze te kunnen maken, heb ik een paar stemwijzers ingevuld en bij vrijwel alle partijen het verkiezingsprogramma doorgenomen. Echt heel veel wijzer werd ik daar niet van. Sommige punten vind ik gewoon niet zo belangrijk en andere punten miste ik juist weer.

Wat ik vooral miste, was hoe de de partijen omgaan met het toegankelijk maken van onze gemeente. Die wet op toegankelijkheid is er toch al een tijdje en er is wat dat betreft toch echt nog wel flink wat werk aan de winkel.

Op de Facebookpagina van Salami stinkt had ik hier een berichtje over geplaatst en wat partijen getagd. En dat leverde een paar reacties op van lokale politici, erg verhelderend. Interessant ook om te zien welke partijen dan reageren en hoe. Het heeft me wel weer wat opgeleverd in het wegstrepen. En tegelijkertijd besef ik dat er gewoon geen partij bestaat die echt helemaal precies voor ogen heeft wat ik belangrijk vind.

Ach, ik kom er nog wel uit voor het einde van de dag.

Laat jij je stem horen vandaag?

bso tienermeidenVijftien jaar geleden gingen we op zoek naar een kinderopvang die paste bij de opvoeding die wij voor ogen hadden en praktisch gezien aansloot bij onze behoeftes. En achteraf gezien hebben we het enorm getroffen met het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang (bso) waar onze meiden opgroeiden van kleine hummeltjes tot zelfstandige dames.

Door mijn werk heb ik inmiddels meer dan genoeg vergelijkingsmateriaal gezien. Van kleinschalige, huiselijke opvang tot gigantische ruimtes waar het bruist van energieke kinderen. Sommigen met een prachtige visie op papier, maar waar weinig van terechtkomt in de praktijk. En andersom hebben sommige leidsters niets op papier nodig. Die hebben van nature al zoveel feeling met kinderen, dat zit meteen al goed.

Maar die opvang van onze meiden paste prima bij ons. Niet betuttelen, maar juist ruimte geven om zelf te proberen en ontdekken. Niet krampachtig vasthouden aan de regeltjes, maar handelen met oog voor de kinderen.

Maar nu komt er na al die jaren een einde aan die opvang waar we ons zo thuis voelen. Onze oudste dochter zit al een tijdje op het voortgezet onderwijs. En nu is onze jongste dochter die in groep zeven zit, ook klaar met de bso.

Wanneer zeg je de bso op?

Normaal gesproken loopt de bso door tot je kind dertien wordt, of naar het voortgezet onderwijs gaat. Maar zo in groep zeven of acht blijven er steeds meer kinderen alleen thuis voor, tussen of na schooltijd. Het is natuurlijk ook prettig om het geleidelijk af te bouwen. Met de bso worden vaak al afspraken gemaakt wat betreft die zelfstandigheid. Hoe ver ze mogen met buiten spelen. Of ze zelfstandig van de bso naar school mogen en andersom.

Wanneer een kind eraan toe is om alleen thuis te blijven, is afhankelijk van het kind zelf. Wat voor ons redenen waren om de bso uiteindelijk op te zeggen:

  • Ze houdt zelf de tijd in de gaten en gaat op tijd de deur uit.
  • Ik hoef haar niet te herinneren wat ze in haar tas moet doen.
  • Ze is verkeersveilig en kan de weg naar school zelfstandig lopen of fietsen.
  • Mijn werktijden zijn veranderd, waardoor naschoolse opvang niet meer nodig is.
  • De schooltijden zijn veranderd. Ze is daardoor ‘s ochtends maar hooguit een half uur op de bso, maar vaker maar twintig minuten. En we betalen voor een uur en een kwartier.
  • Met alleen nog maar voorschoolse opvang, doet ze weinig aan activiteiten op de bso. Een stripboek lezen kan thuis ook.
  • Ze wil soms met de fiets naar school, terwijl ik de auto voor mijn werk nodig heb. Dan past ze zich aan mij aan, omdat dat het meest praktisch is.
  • Om via de bso op tijd op mijn werk aan te komen, moeten we eerder de deur uit en dus de wekker vroeger zetten.
  • Ze is zo belachelijk zelfstandig dat ze op een vrije dag zelf met oma afspreekt. Dus ook bij studiedagen is de bso niet meer nodig.
  • Inmiddels is ze samen met haar neefje de enige van hun basisschool die van deze bso gebruik maken.

Hoe bouw je de bso af?

Bij onze oudste dochter was de situatie anders. Toen was er nog geen continurooster op de basisschool. En met een jongere zus die de bso wel echt nodig had, was het makkelijker om ook voor de oudste de bso langer aan te houden.

Bij haar hebben we het in de loop van groep acht afgebouwd door haar eerst alleen tussen de middag en na schooltijd alleen thuis te laten. Voorschoolse opvang vond ik wel zo prettig, omdat ik dan ook zeker wist dat ze op tijd naar school zou gaan.

Maar nu er bij de jongste sinds dit schooljaar wel een continurooster is, is er dus geen tussenschoolse opvang meer nodig. Mijn werktijden heb ik daar verder op aangepast, zodat we de naschoolse opvang ook op konden zeggen. In principe zijn we tegelijk ‘uit’, maar soms ben ik net een kwartiertje later thuis dan haar.

Op dinsdag gaat ze eigenlijk al vanaf het begin van dit schooljaar alleen naar school. Ze is dan ‘s ochtends even alleen thuis met haar zus van veertien. Dat gaat verder prima.

Het enige waarom we de drie overige ochtenden voorschoolse opvang nog aanhielden, was omdat ze het zelf wel gezellig vond. Maar inmiddels vindt ze het belangrijker om langer in bed te kunnen blijven en zelf te kiezen hoe ze naar school gaat.

Dus dat was het dan. Nog een paar weken en dan is dit weer een einde van een fase. Dan nemen we afscheid van de bso en mag ze ‘s ochtends haar eigen boontjes doppen.

Wat is volgens jou een goed moment om te stoppen met de buitenschoolse opvang en te vertrouwen op de zelfstandigheid van je kind?

strand Normandië

Zo op Valentijnsdag is het toch wel weer eens leuk om een stukje over de liefde te schrijven. Niet dat ik zoveel waarde hecht aan deze dag. In de twintig jaar dat mijn man en ik samen zijn, hebben we elkaar één keer een valentijnskaart gegeven. En wel precies dezelfde, eentje die je gratis bij de boodschappen kreeg.

Met die twintig jaar samen mogen we toch wel spreken van ervaringsdeskundigen als het gaat om de liefde. En die ervaring wil ik graag met jullie delen. Volg je deze tips, dan krijg je dus net zo’n geweldige relatie als wij die hebben!

Ik zou het alleen mijn dochters niet aanraden, dus neem het maar niet al te serieus…

Moed indrinken

Ik ben van mezelf vrij preuts en verlegen en zou nooit zo snel uit mezelf op een leuke vent afstappen. Maar met een paar glaasjes op, gaat het een stuk makkelijker.

Die paar glaasjes waren in mijn geval een halve fles Southern Comfort, dus ik was flink moedig toen ik op hem afstapte. Ok, gewoon straalbezopen. En de volgende dag had ik geen idee meer of het nu echt gebeurd was, of dat mijn fantasie op hol was geslagen.

Een beetje vent is niet vies van wat kots

Met zo’n lading alcohol is het vrij onvermijdelijk, maar meteen een goede test. Als hij niet hard wegrent terwijl jij over je nek gaat, maar heel lief je haar opzij houdt, dan is dat toch wel echte liefde.

Ik zou nog veel meer over onze kotsavonturen kunnen vertellen. Maar ik denk niet dat iemand daar op zit te wachten, dus ik laat het hier maar bij.

Al bezet? Ach, daar voel je niks van!

Want hoe serieus kan je zo’n verkering in je tienerjaren nou nemen? En in combinatie met die Southern Comfort kon ik hem er ook van overtuigen dat ik veel mooier was dan zijn vriendin.

Niet dat ik zo’n voorstander ben van vreemdgaan hoor. Als hij me nu zou vertellen dat hij met één of andere bezopen chick zou hebben gezoend en bij me weg zou willen, zou ik behoorlijk pissig zijn. Maar inmiddels hebben we behoorlijk wat opgebouwd samen en toen met dat andere vriendinnetje had hij misschien net een paar weken.

Ja, ok. Slecht verhaal. Gewoon niet doen.

Snel samenwonen

Officieel gingen we pas na ruim een jaar samenwonen, toen zijn moeder hertrouwde, kwam dat wel mooi uit. Maar eigenlijk waren we al heel snel meer bij elkaar dan alleen. Ik ging net op mezelf wonen toen we verkering kregen en vond het maar niks, dat alleen in een huis zitten. Dus bleef hij vaker wel dan niet bij mij slapen.

Eenmaal met al zijn spullen ingetrokken, was dat éénkamerflatje toch wel erg krap. En al snel hadden we door dat kopen goedkoper was dan huren. Ik weet nog dat de 27-jarige makelaar die nog bij zijn moeder woonde erg onder de indruk was dat wij zo jong al een huis gingen kopen. Ik was toen 19 jaar en voor mij voelde het ook wel als heel bijzonder. Maar we waren erg zeker van onze zaak dat onze relatie voor de lange termijn zou zijn.

Jong vader & moeder worden

En als je dan toch al zo zeker bent dat je samen oud wil worden, waarom dan niet ook jong ouders worden? Ik kreeg alweer helemaal vlinders in mijn buik toen we besloten hier samen voor te gaan. Familie en goede vrienden hadden we het ook verteld, toen ik nog maar net gestopt was met de pil. Ik wilde niet dat ze zouden denken dat ons kind een ‘ongelukje’ zou zijn, dit was iets waar we voor de volle 100% voor wilden gaan.

Gelukkig was het bij de eerste vrij snel raak, want je wordt er wel een beetje gestoord van als mensen continu gaan vragen of het al gelukt is. Bij de tweede hebben we het dan ook maar voor ons gehouden tot ik echt de twaalf weken gepasseerd was.

In onze vriendenkring waren we een uitzondering met ons gezinnetje. De meerderheid werd pas jaren later vader of moeder.

Trouwen is overrated

Samen vader en moeder worden was voor ons al zo’n bevestiging van onze liefde, dat trouwen vond ik niet zo belangrijk. En wat voor waarde heeft een huwelijk als er zoveel huwelijken stuklopen tegenwoordig? Zo dacht hij er ook over. Het kwam totaal als een verrassing toen hij toch op zijn knieën ging. Dat gebeurde precies tien jaar na die eerste dronken kus.

Maar eerlijk is eerlijk: het feestje is wel heel erg leuk. We kijken er nog steeds met veel plezier op terug. En het is wel zo praktisch dat we alle vier dezelfde achternaam hebben.

Afstand

Alhoewel we snel gingen samenwonen, zagen we elkaar niet superveel. Ik werkte onregelmatige diensten in de gehandicaptenzorg en hij was net klaar met zijn MTS en werkte kantoortijden als tekenaar. Daarna hebben we een periode gehad dat we elkaar afwisselden: dan deed ik een opleiding in de avonduren, dan weer hij, dan weer ik. En hij heeft een poos op behoorlijk niveau aan zaalvoetbal gedaan, daar was hij zo vier avonden in de week zoet mee.

Inmiddels is dat wel over met studeren en fanatiek sporten. Maar we hebben nog steeds onze eigen interesses en zo nu en dan iets op eigen houtje ondernemen, is best fijn. Wintersport heb ik bijvoorbeeld helemaal niks mee, mag hij lekker met zijn eigen vrienden of familie doen. Aan de andere kant heeft hij niet zoveel met dans of fantasyfestivals, dan ga ik zonder hem. En die keer dat ik alleen met het vliegtuig naar een vriendin in Duitsland ging, vind ik eigenlijk wel voor herhaling vatbaar.

Elkaar dan weer zien nadat we elkaar even gemist te hebben, is dan dubbel zo fijn.

Eén van de twee wordt chronisch ziek

Jarenlang gingen we gelijk op, waren we samen één. Maar toen ik door EDS steeds meer klachten kreeg, was het alsof er bij mij aan de rem getrokken werd en hij in zijn tempo doorging. Dat hele acceptatieproces doorliepen we allebei op onze eigen manier. Niet gemakkelijk en soms met een behoorlijke dip. Maar juist doordat we hier samen weer uit zijn gekomen, is onze relatie alleen maar sterker geworden.

Ik kan niet zeggen of onze relatie stand zou hebben gehouden als we elkaar pas hadden ontmoet toen ik al meer beperkt was door mijn EDS. Had hij me überhaupt zien staan (of zitten) met mijn rolstoel? Geen idee.

 

Al met al ben ik blij met hoe het allemaal gelopen is. We hebben het op onze manier aangepakt, niks aangetrokken van wat anderen zouden denken. En misschien is dat het enige advies uit dit artikel dat je wel serieus mag nemen: doe vooral wat voor jou of jullie goed voelt!

Wat zou jouw advies zijn voor mensen op zoek naar liefde?

Eén van de onderwerpen in mijn lessen, is het geven van feedback. Mijn studenten hebben dit nodig om nu in hun stage en straks in hun werk feedback te kunnen geven aan collega’s en kinderen of cliënten. Voor de kinderen of cliënten is de feedback nuttig om te leren en ontwikkelen. En het geven van feedback aan collega’s is nodig om goed te kunnen samenwerken. Je maakt de ander bewust van zijn of haar gedrag en kunt hiermee ook je grenzen aangeven.

Johari venster feedback

Johari-venster

Het schema wat je hierboven ziet, wordt ook wel het Johari-venster genoemd. Dit venster wordt gebruikt om zicht te krijgen over de communicatie en hoe je feedback hierbij kunt inzetten.

Het gebied waar openheid over is, is datgene waar je naar wil streven in de communicatie. Het is zowel voor jou bekend als voor de ander, dat werkt een stuk gemakkelijker.

Wanneer iets onbekend aan de ander is, maar wel bekend aan jou, spreken we van een verborgen gebied of geheim. Dit hoeft de samenwerking niet altijd in de weg te staan, maar je snapt dat dit gebied beter niet al te groot moet zijn. Het is bijvoorbeeld niet handig om verborgen te houden dat je een bepaalde taak niet begrijpt. Maar dat je in je vrije tijd naar de vreselijkste tv-programma’s kijkt, mag je best voor jezelf houden.

Dan is er ook nog een gebied dat zowel voor jou als de ander onbekend is. Door te experimenteren ontdek je wellicht meer in dit gebied en zal het kleiner worden. Misschien heb je wel kwaliteiten die je nog niet ontdekt hebt.

Tot slot is er de blinde vlek, die wel voor anderen zichtbaar is, maar voor jou niet. En daar komt de feedback om de hoek kijken. Want wanneer je feedback krijgt over je blinde vlek, geeft dit je meer inzicht en zal dit gebied kleiner worden.

Ik-boodschap + 4G

Vanuit de Gordonmethode is het idee dat je feedback geeft, zonder te oordelen. Dat doe je door middel van de ik-boodschap.
Wanneer studenten hier voor het eerst mee oefenen, denken ze nog weleens dat elke boodschap die met ‘ik’ begint, een ik-boodschap is. Zo werkt het niet helemaal. Want ‘Ik vind dat je stom bezig bent’ komt nog steeds net zo hard over als ‘Jij bent stom bezig’.

Samen met die ik-boodschap kun je 4G als ezelsbruggetje gebruiken om feedback te geven: je benoemt het gedrag van de ander, het gevoel wat dat bij jou teweegbracht, het gevolg van dat gedrag en het gewenste gedrag wat je graag wil zien. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je met je telefoon bezig bent, dat geeft mij het gevoel dat je niet geïnteresseerd bent in de les, maar straks weet je niet wat je moet doen. Ik heb liever dat je je telefoon weglegt en oplet bij de uitleg.’

Feed-up, feedback en feedforward

Als je (als docent, maar vast in meerdere situaties toe te passen) effectieve, procesgerichte feedback wil geven, zijn er een paar stappen die je eraan toe kunt voegen.

Allereerst is er de feed-up. Hier start je mee al voordat de ander iets moet uitvoeren. Je legt het doel of de verwachtingen uit, zodat duidelijk is waarnaartoe gewerkt wordt.

Bij het geven van feedback (liefst ook tussentijds) geef je niet alleen een compliment of juist afkeuring. Door vragen te stellen laat je de ander verder denken of het alsnog zelf oplossen.

Feedforward bevat de instructie die nog nodig is om het uiteindelijke doel te behalen.

Tips bij het geven van feedback

Het lesboek wat ik in mijn lessen gebruik, geeft een paar enorme lijsten met tips. Die zijn grotendeels vanzelfsprekend, maar er zit ook veel overlap in. En omdat al die lange lijsten niet meewerken aan het makkelijk onthouden ervan, heb ik hier in het kort de belangrijkste tips:

  • Richt de feedback op het gedrag of de taak, niet op de persoon.
  • Doseer de feedback: teveel verbeterpunten in één keer benoemen kan juist averechts werken.
  • Wacht niet te lang met feedback. Ouwe koeien uit de sloot halen, heeft niemand iets aan.
  • Wees kort en concreet in wat je wil zeggen.
  • Geef de ander ruimte om te reageren.

En soms… kan je beter niet teveel aantrekken van die methodes, regels en tips

Het ligt heel erg aan de situatie hoe je je feedback formuleert. Natuurlijk is het verstandig om het goed aan te pakken als het gaat om het samenwerken met collega’s.

Maar als je ziet dat één van de peuters van jouw groep wil oversteken terwijl er een auto aankomt, dan heb je geen tijd voor een uitgebreide ik-boodschap. ‘STOP!’ is dan genoeg.

En denk je echt dat ik mijn studenten zo netjes aanspreek als ik ze voor de zoveelste keer met een telefoon zie? Nee hoor, dan is het ook gewoon: ‘Weg met die telefoon!’  En soms is het voldoende om met humor of een blik de ander op zijn of haar gedrag te wijzen. De hele tijd politieagentje spelen, word je ook niet vrolijk van.

Daarnaast zijn we allemaal ook maar mensen. En dus heb ik ook weleens (niet zo handig) een collega aangesproken op zijn te laat komen, waar een hele klas bij was. Zonder ik-boodschap. En ik weet niet meer helemaal zeker of ik het alleen maar gedacht heb, of ook hardop heb gezegd, maar de woorden ‘pleur op’ komen regelmatig in me op wanneer studenten ontzettend slordig met hun examens omgaan.

Kom maar op met die feedback!

Een leuke tool die je kunt gebruiken als je niet bang bent voor kritiek, zijn websites waar mensen anoniem feedback over jou kunnen droppen. Hier moet je dan wel anderen voor uitnodigen en vervolgens kun je zelf bepalen wat je wel of niet openbaar zet.

Bij deze wil ik jullie dus uitnodigen om mij van feedback te voorzien! En wees maar niet bang, ik kan wel wat hebben hoor. 😉

Vind je het oersaai als ik hier over mijn werk aan het praten ben? Lees je liever over hoe EDS mijn leven verziekt? (Dat is namelijk wel een beetje wat de bezoekersaantallen zeggen…) Of vind je de afwisseling hier juist verfrissend? Roept u maar!

 

quotes onderzetters Het was bij de wisseling van de gymles in de meisjeskleedkamer. Ik denk dat ik in ongeveer in groep 7 zat. Wij kwamen aan om ons om te kleden voor de gymles en een andere klas vertrok. Eén van de meisjes uit de groep voor ons had een lekkende beker in haar tas, alles zat onder. Ze zat daar in tranen, niemand die haar hulp aanbood. En om er nog een schepje bovenop te doen, lachten mijn klasgenoten haar uit.

Ik had zo met haar te doen en was zo boos op mijn klasgenoten, dat ik de gymtas van één van mijn lachende vriendinnen pakte en die aan het meisje gaf om alles mee schoon te vegen.

Die neiging om op te komen voor anderen, daar heb ik nog steeds weleens last van. Ik kan gewoon niet zo goed tegen pesten of onrechtvaardigheid. Inmiddels ben ik er wel iets minder lomp in geworden, wat fijn is voor anderen, maar ook voor mezelf.

En toch… Toch loop ik er de laatste tijd weer tegenaan dat ik er moeite mee heb dat mensen zo weinig rekening met een ander houden.

Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken

Die onderzetters met quotes op de foto hierboven zijn natuurlijk erg grappig. Maar wat minder grappig is, is dat mensen er tegenwoordig naar gaan leven. Het individu is belangrijker dan de rest van de samenleving. Aardig doen voor een ander is prima, zolang het jou maar geen nadeel oplevert. En je mag best een andere mening hebben, als je je mond maar houdt.

Er is echt niets mis met een beetje om de ander denken. Het hoeft ook niet altijd maar leuk voor jou te zijn.

Hier hadden we bijvoorbeeld een discussie aan de eettafel over het afsteken van vuurwerk voor twaalf uur. Ik vind dat niet nodig. Onze kinderen zijn oud genoeg om op te kunnen blijven en dan om twaalf uur naar buiten te gaan en vuurwerk af te steken. Dat het al eerder mag, tja, ok. Maar is het dan meteen nodig? Alleen omdat je je eigen plezier niet uit kunt stellen? Niet iedereen zit te wachten op al die knallen, dieren doe je er ook geen plezier mee. Dan is het toch maar een kleine moeite om dat afsteken uit te stellen tot middernacht, wanneer het echte feest losbarst.

Ben ik dan zo perfect, een heilig boontje?

Nee, absoluut niet. Ik barst van de vooroordelen, heb geen tafelmanieren en ruim niet altijd mijn zooi op. Maar dat betekent niet dat ik het niet belangrijk vind om mezelf en anderen hier bewust van te maken. Als je een ander alleen maar feedback mag geven als je zelf perfect bent, komen we nooit verder.

Toch vind ik het bijvoorbeeld lastig om een collega feedback te geven op het feit dat hij in één zin de woorden kut, shit en godverdomme gebruikt, zonder dat daar nu een aanleiding voor is. Ik gebruik ook weleens scheldwoorden en ik vind het ook niet vreselijk dat mensen zo nu en dan niet zo netjes praten. Maar in het onderwijs heb je toch een voorbeeldfunctie en er zijn genoeg andere woorden beschikbaar.

Al ben ik niet perfect, ik doe wel mijn best om het goede voorbeeld te geven. Naar mijn studenten toe en natuurlijk ook naar mijn kinderen. Daarin vind ik het trouwens ook goed voorbeeldgedrag dat ik fouten mag maken en kan toegeven. Als ik echt perfect zou zijn, zou ik de lat wel heel erg hoog leggen voor anderen.

Gedrag afkeuren, maar niet de persoon

Die vriendin die in de kleedkamer dat meisje uitlachte, die is uitgegroeid tot een ontzettend mooi mens, van binnen en van buiten. Toen was ze ook al een leuke meid hoor, alleen op dat moment vond ik het even niet zo tof wat ze deed. En dat zal vast wederzijds zijn geweest.

En zo kom ik ook nu nog weleens in situaties waarbij ik er moeite mee heb dat die ander waar ik zo om geef, andere mensen als minderwaardig behandelt. Maar hoe ik ook mijn best doe om niet zo lomp mijn mening te geven, ik kan niet altijd voorkomen dat ik de ander kwets met mijn mening. Niemand vind het leuk om van de ander te horen dat hij of zij iets gedaan heeft wat de ander afkeurt. En toch kan ik het niet laten er wat van te zeggen, omdat ik anders voorbij ga aan mezelf en wat ik belangrijk vind. Dat wil nog niet zeggen dat ik de ander minder waardeer als persoon.

Gedrag is maar gedrag. Soms is het maar een momentopname en zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat het niet zo leuk overkomt. Het hoeft dus niet te betekenen dat de ander egoïstisch of asociaal is als hij of zij een keer niet om een ander denkt. En ik ben ook niet zo lomp als ik soms doe overkomen.

Wat zijn mijn intenties voor 2018 en welke stappen ga ik hiervoor zetten?

Marion van Mijn Kladblog had een mooi artikel geschreven over 10 vragen en opdrachten die je gaan helpen 2018 tot een mooi jaar te maken. Die hebben me wel aan het denken gezet en vooral de laatste twee vragen bleven hangen.

Ik zou heel graag willen dat mensen meer oog voor elkaar zouden hebben, verdraagzamer, empathischer en minder egoïstisch zijn. Maar ik heb geen idee hoe ik dat anders aan zou moeten pakken dan ik nu doe. Ik doe mijn best om mijn kinderen en studenten hier bewust van te maken en ik hoop dat ik in mijn gedrag ook uitstraal wat ik belangrijk vind. Maar het blijft lastig om een ander aan te spreken op zijn of haar gedrag. Want heb ik op dat moment wel genoeg oog voor die ander? Ben ik wel verdraagzaam of empathisch als ik het gedrag van de ander afkeur? Of ben ik niet gewoon zelf egoïstisch als ik zou willen dat iedereen dezelfde normen en waarden zou hebben als ik?

Het antwoord op de vraag in de titel heb ik dus niet. Hoe zou jij het aanpakken om 2018 minder egoïstisch te maken?