Berichten

fietsongeluk

Foto is met toestemming overgenomen van Flashphoto.nl

In een maand tijd kregen twee dierbaren van mij een ongeluk met de fiets. En op zo’n moment, dat je er niet meteen bij kunt zijn, hoop je toch op fatsoenlijke omstanders die te hulp schieten. Maar hoe verschillend kan dat zijn.

Fietsongeluk 1: Dochter gaat onderuit in een bochtje

In een bijna onverstaanbaar telefoongesprek werd ik pas door dochterlief gevraagd of ik meteen kon komen, want ze was gevallen en bloedde heel erg. Ik dacht nog even dat het vooral de schrik zou zijn en het vast wel mee zou vallen. Maar om haar zo snel mogelijk bij te kunnen staan, sprong ik op mijn scooter naar de plek des onheils.

Daar aangekomen was ik juist degene die zich de pestpokken schrok. Een plas bloed op straat, dochter onder het bloed en een verband om haar hoofd. En een hoop mensen om zich heen verzameld. Via die omstanders en mijn dochter hoorde ik wat er gebeurd was. Ze was in de bocht onderuit gegaan met haar fiets en met haar hoofd hard op de straat gevallen. Heel toevallig was er een verpleegkundige in de buurt, die van een taxichauffeur verband kreeg en haar dus kon verbinden. De straat werd afgezet met een auto, 112 was gebeld en een vrouw ‘met connecties’ zorgde er wel even voor dat de ambulance er snel zou zijn. Ze kreeg water aangereikt en een andere vrouw stelde voor om haar fiets in haar tuin te zetten, zodat deze niet ten prooi zou vallen van fietsdieven.

Toen de ambulance er eenmaal was en bleek dat we even naar de spoedeisende hulp moesten, bedacht ik me dat de pasjes (ID en zorgverzekering) thuis lagen. Maar ons huis lag op de route naar het ziekenhuis, dus reden ze daar even langs.

Ondertussen had ik bedacht dat ik in het ziekenhuis niet ver zou komen zonder rolstoel, dus nam ik ook mijn wandelstok mee toen we bij ons huis waren. In de ambulance legde ik aan de verpleegkundige uit dat ik EDS heb en normaal een rolstoel buitenshuis gebruik. Ze was enorm begripvol, snapte meteen dat ik daar puur op adrenaline liep en op een later moment wel zou instorten. Aangekomen in het ziekenhuis nam ze mijn dochters schooltas uit mijn handen (man, die dingen zijn echt loodzwaar) en ging ze op zoek naar een zo comfortabel mogelijke stoel voor mij.

Al met al is het goed afgelopen: het gat in haar hoofd kon gelijmd worden en verder was er niet zo veel aan de hand. Mijn man was inmiddels klaar met werken en kwam ons ophalen, met mijn rolstoel. ‘s Avonds haalde hij de fiets op, waar de behulpzame vrouw nog eens vroeg hoe het met onze dochter was. En diezelfde week kreeg ik een bericht van een collega met dezelfde vraag. Die had via een oud-student gehoord wat er gebeurd was, die had met haar moeder mijn dochter opgevangen voordat ik er was.

Fietsongeluk 2: Vriendin wordt aangereden na een avondje uit

Na een avondje stappen met mijn vriendin is het de gewoonte dat we elkaar op de hoogte houden als we veilig zijn thuisgekomen. Dit keer stuurde ik wel een berichtje, maar kreeg geen bericht terug. Eigenlijk maakte ik me op dat moment geen zorgen, het ging immers altijd wel goed en was meer een gewoonte dan dat het echt nodig was. Ik stuurde nog een laatste berichtje dat ik hoopte dat ze goed thuisgekomen was en ik naar bed zou gaan.

De volgende ochtend zag ik dat er een berichtje van haar verstuurd was na drie uur ‘s nachts: ‘Ik lig in het ziekenhuis.’ Daarnaast een berichtje van haar vader met wat meer uitleg. Ze was dus onderweg naar huis aangereden door een auto en die bestuurder was doorgereden na het ongeluk.

Geen idee hoe lang het voor haar geduurd heeft voor ze geholpen werd, maar getuigen waren er dus niet. Gelukkig heeft ook zij er geen ernstig letsel aan overgehouden, dat had zomaar anders kunnen zijn.

Op Facebook volgde ik de nieuwsberichten hierover, omdat hier ook een oproep werd gedaan voor getuigen. Zelf deelde ik dit bericht ook, dat leverde een reactie op van een letselschadeadvocaat die er wel brood in zag. Verder nog geen reacties van getuigen gelezen, wel vooral veel veroordelende reacties naar de bestuurder die door is gereden. Op zich terecht, maar heel veel schiet je er niet mee op. En vrolijk word je er al helemaal niet van.

Zo hoort het dus wel/niet

Het moge duidelijk zijn dat ik positief onder de indruk was van hoe de omstanders handelden bij het fietsongeluk met mijn dochter. Zo ontzettend betrokken en behulpzaam. Mensen die elkaar niet kenden, werkten samen om mijn dochter (en mij) op te vangen en te helpen.

Maar wat een verschil met het tweede fietsongeluk van mijn vriendin. Nu is dat wel op een ander tijdstip gebeurt, maar dan nog. Hoe haalt die bestuurder het in zijn of haar hoofd om door te rijden nadat je iemand geraakt hebt? Ongeacht wiens fout het is, je stopt toch om te kijken hoe het met de ander gaat? En dan zo’n aasgier die ervan denkt te kunnen profiteren. Bah.

En weet je, ik ben zelf ook echt geen held als het om ongelukken gaat. Als ik zie dat er iets is gebeurd en er staan een hoop mensen om heen, dan denk ik: ‘Mooi, genoeg mensen die kunnen helpen, mij hebben ze niet nodig.’

Maar ik probeer in ieder geval die inschatting te maken. Of mijn hulp nodig zou kunnen zijn, of dat ik alleen maar in de weg zou staan als pottenkijker. En als er maar één of twee omstanders zijn, dan vraag ik sowieso of ik ergens bij kan helpen.

Het zou toch fijn zijn als je in zulke situaties op je medemens kunt rekenen. Dat je niet aan je lot wordt overgelaten en er geen misbruik van de situatie gemaakt wordt. Maar blijkbaar is dat helaas niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Hoe handel jij als je een ongeluk hebt zien gebeuren?

gemeenteraadsverkiezingen

Vandaag mogen we weer stemmen, zowel voor de gemeenteraadsverkiezingen als voor het referendum over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Noem me ouderwets, maar ik vind nog altijd: als je niet stemt, moet je ook niet klagen. Alhoewel ik niet zo’n hoge pet op heb van een raadgevend referendum, denk ik wel dat mijn stem voor de gemeenteraadsverkiezingen verschil kan maken. Al is het maar om tegenwicht te geven aan de partijen waar ik absoluut niet teveel van in mijn stadje wil terugzien.

Maar dat kiezen, is nog best lastig.

Mijn stem krijg je niet als…

  • Je niet eens de moeite hebt genomen om de spellingscontrole door je verkiezingsprogramma te halen.
  • Je niet verder kunt kijken dan je eigen stokpaardje en zo voorbij gaat aan al het andere wat in de gemeente speelt.
  • Je alleen maar met een vingertje kan wijzen en zelf geen concrete oplossingen aandraagt.
  • Je vanuit je geloof politieke beslissingen neemt. Sorry, maar dat is gewoon niet zo mijn ding.
  • Je verkiezingsprogramma meer weg heeft van een sprookjesboek dan de realiteit.

Blanco stemmen

Als er echt geen enkele partij is waar ik achter zou kunnen staan, is er altijd nog de optie van blanco stemmen. Ik heb het jaren geleden weleens gedaan, ik geloof bij de landelijke verkiezingen.

Een blanco stem telt wel mee voor de opkomst, maar gaat niet naar een partij. Voor het referendum heeft het dan nog een waarde, omdat daar een opkomstdrempel van 30% is. Stel dat er zonder de blanco stemmen geen 30% behaald zou worden, dan wordt de uitkomst van het referendum niet meegenomen in de uiteindelijke beslissing.

Maar verder is een blanco stem dus vooral symbolisch. Je laat dan zien dat je wel onderdeel wil zijn van de democratie, maar dat je je niet kunt vinden in de programma’s van de deelnemende partijen.

Waar ik dan wel op ga stemmen?

Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik nog een zwevende kiezer. Voorheen had ik wel een voorkeur bij één van de partijen hier in de gemeente. Maar op dit moment vind ik ze niet zulke hele sterke punten hebben. En alhoewel ze in het verleden best wat bereikt hebben, heb ik nu soms het idee dat ze maar wat roepen, zonder dat ze het waar kunnen maken. En de partij waar ik bij de landelijke verkiezingen op gestemd heb, spreekt me hier in de gemeente helemaal niet aan.

In de hoop een goede keuze te kunnen maken, heb ik een paar stemwijzers ingevuld en bij vrijwel alle partijen het verkiezingsprogramma doorgenomen. Echt heel veel wijzer werd ik daar niet van. Sommige punten vind ik gewoon niet zo belangrijk en andere punten miste ik juist weer.

Wat ik vooral miste, was hoe de de partijen omgaan met het toegankelijk maken van onze gemeente. Die wet op toegankelijkheid is er toch al een tijdje en er is wat dat betreft toch echt nog wel flink wat werk aan de winkel.

Op de Facebookpagina van Salami stinkt had ik hier een berichtje over geplaatst en wat partijen getagd. En dat leverde een paar reacties op van lokale politici, erg verhelderend. Interessant ook om te zien welke partijen dan reageren en hoe. Het heeft me wel weer wat opgeleverd in het wegstrepen. En tegelijkertijd besef ik dat er gewoon geen partij bestaat die echt helemaal precies voor ogen heeft wat ik belangrijk vind.

Ach, ik kom er nog wel uit voor het einde van de dag.

Laat jij je stem horen vandaag?

bso tienermeidenVijftien jaar geleden gingen we op zoek naar een kinderopvang die paste bij de opvoeding die wij voor ogen hadden en praktisch gezien aansloot bij onze behoeftes. En achteraf gezien hebben we het enorm getroffen met het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang (bso) waar onze meiden opgroeiden van kleine hummeltjes tot zelfstandige dames.

Door mijn werk heb ik inmiddels meer dan genoeg vergelijkingsmateriaal gezien. Van kleinschalige, huiselijke opvang tot gigantische ruimtes waar het bruist van energieke kinderen. Sommigen met een prachtige visie op papier, maar waar weinig van terechtkomt in de praktijk. En andersom hebben sommige leidsters niets op papier nodig. Die hebben van nature al zoveel feeling met kinderen, dat zit meteen al goed.

Maar die opvang van onze meiden paste prima bij ons. Niet betuttelen, maar juist ruimte geven om zelf te proberen en ontdekken. Niet krampachtig vasthouden aan de regeltjes, maar handelen met oog voor de kinderen.

Maar nu komt er na al die jaren een einde aan die opvang waar we ons zo thuis voelen. Onze oudste dochter zit al een tijdje op het voortgezet onderwijs. En nu is onze jongste dochter die in groep zeven zit, ook klaar met de bso.

Wanneer zeg je de bso op?

Normaal gesproken loopt de bso door tot je kind dertien wordt, of naar het voortgezet onderwijs gaat. Maar zo in groep zeven of acht blijven er steeds meer kinderen alleen thuis voor, tussen of na schooltijd. Het is natuurlijk ook prettig om het geleidelijk af te bouwen. Met de bso worden vaak al afspraken gemaakt wat betreft die zelfstandigheid. Hoe ver ze mogen met buiten spelen. Of ze zelfstandig van de bso naar school mogen en andersom.

Wanneer een kind eraan toe is om alleen thuis te blijven, is afhankelijk van het kind zelf. Wat voor ons redenen waren om de bso uiteindelijk op te zeggen:

  • Ze houdt zelf de tijd in de gaten en gaat op tijd de deur uit.
  • Ik hoef haar niet te herinneren wat ze in haar tas moet doen.
  • Ze is verkeersveilig en kan de weg naar school zelfstandig lopen of fietsen.
  • Mijn werktijden zijn veranderd, waardoor naschoolse opvang niet meer nodig is.
  • De schooltijden zijn veranderd. Ze is daardoor ‘s ochtends maar hooguit een half uur op de bso, maar vaker maar twintig minuten. En we betalen voor een uur en een kwartier.
  • Met alleen nog maar voorschoolse opvang, doet ze weinig aan activiteiten op de bso. Een stripboek lezen kan thuis ook.
  • Ze wil soms met de fiets naar school, terwijl ik de auto voor mijn werk nodig heb. Dan past ze zich aan mij aan, omdat dat het meest praktisch is.
  • Om via de bso op tijd op mijn werk aan te komen, moeten we eerder de deur uit en dus de wekker vroeger zetten.
  • Ze is zo belachelijk zelfstandig dat ze op een vrije dag zelf met oma afspreekt. Dus ook bij studiedagen is de bso niet meer nodig.
  • Inmiddels is ze samen met haar neefje de enige van hun basisschool die van deze bso gebruik maken.

Hoe bouw je de bso af?

Bij onze oudste dochter was de situatie anders. Toen was er nog geen continurooster op de basisschool. En met een jongere zus die de bso wel echt nodig had, was het makkelijker om ook voor de oudste de bso langer aan te houden.

Bij haar hebben we het in de loop van groep acht afgebouwd door haar eerst alleen tussen de middag en na schooltijd alleen thuis te laten. Voorschoolse opvang vond ik wel zo prettig, omdat ik dan ook zeker wist dat ze op tijd naar school zou gaan.

Maar nu er bij de jongste sinds dit schooljaar wel een continurooster is, is er dus geen tussenschoolse opvang meer nodig. Mijn werktijden heb ik daar verder op aangepast, zodat we de naschoolse opvang ook op konden zeggen. In principe zijn we tegelijk ‘uit’, maar soms ben ik net een kwartiertje later thuis dan haar.

Op dinsdag gaat ze eigenlijk al vanaf het begin van dit schooljaar alleen naar school. Ze is dan ‘s ochtends even alleen thuis met haar zus van veertien. Dat gaat verder prima.

Het enige waarom we de drie overige ochtenden voorschoolse opvang nog aanhielden, was omdat ze het zelf wel gezellig vond. Maar inmiddels vindt ze het belangrijker om langer in bed te kunnen blijven en zelf te kiezen hoe ze naar school gaat.

Dus dat was het dan. Nog een paar weken en dan is dit weer een einde van een fase. Dan nemen we afscheid van de bso en mag ze ‘s ochtends haar eigen boontjes doppen.

Wat is volgens jou een goed moment om te stoppen met de buitenschoolse opvang en te vertrouwen op de zelfstandigheid van je kind?

strand Normandië

Zo op Valentijnsdag is het toch wel weer eens leuk om een stukje over de liefde te schrijven. Niet dat ik zoveel waarde hecht aan deze dag. In de twintig jaar dat mijn man en ik samen zijn, hebben we elkaar één keer een valentijnskaart gegeven. En wel precies dezelfde, eentje die je gratis bij de boodschappen kreeg.

Met die twintig jaar samen mogen we toch wel spreken van ervaringsdeskundigen als het gaat om de liefde. En die ervaring wil ik graag met jullie delen. Volg je deze tips, dan krijg je dus net zo’n geweldige relatie als wij die hebben!

Ik zou het alleen mijn dochters niet aanraden, dus neem het maar niet al te serieus…

Moed indrinken

Ik ben van mezelf vrij preuts en verlegen en zou nooit zo snel uit mezelf op een leuke vent afstappen. Maar met een paar glaasjes op, gaat het een stuk makkelijker.

Die paar glaasjes waren in mijn geval een halve fles Southern Comfort, dus ik was flink moedig toen ik op hem afstapte. Ok, gewoon straalbezopen. En de volgende dag had ik geen idee meer of het nu echt gebeurd was, of dat mijn fantasie op hol was geslagen.

Een beetje vent is niet vies van wat kots

Met zo’n lading alcohol is het vrij onvermijdelijk, maar meteen een goede test. Als hij niet hard wegrent terwijl jij over je nek gaat, maar heel lief je haar opzij houdt, dan is dat toch wel echte liefde.

Ik zou nog veel meer over onze kotsavonturen kunnen vertellen. Maar ik denk niet dat iemand daar op zit te wachten, dus ik laat het hier maar bij.

Al bezet? Ach, daar voel je niks van!

Want hoe serieus kan je zo’n verkering in je tienerjaren nou nemen? En in combinatie met die Southern Comfort kon ik hem er ook van overtuigen dat ik veel mooier was dan zijn vriendin.

Niet dat ik zo’n voorstander ben van vreemdgaan hoor. Als hij me nu zou vertellen dat hij met één of andere bezopen chick zou hebben gezoend en bij me weg zou willen, zou ik behoorlijk pissig zijn. Maar inmiddels hebben we behoorlijk wat opgebouwd samen en toen met dat andere vriendinnetje had hij misschien net een paar weken.

Ja, ok. Slecht verhaal. Gewoon niet doen.

Snel samenwonen

Officieel gingen we pas na ruim een jaar samenwonen, toen zijn moeder hertrouwde, kwam dat wel mooi uit. Maar eigenlijk waren we al heel snel meer bij elkaar dan alleen. Ik ging net op mezelf wonen toen we verkering kregen en vond het maar niks, dat alleen in een huis zitten. Dus bleef hij vaker wel dan niet bij mij slapen.

Eenmaal met al zijn spullen ingetrokken, was dat éénkamerflatje toch wel erg krap. En al snel hadden we door dat kopen goedkoper was dan huren. Ik weet nog dat de 27-jarige makelaar die nog bij zijn moeder woonde erg onder de indruk was dat wij zo jong al een huis gingen kopen. Ik was toen 19 jaar en voor mij voelde het ook wel als heel bijzonder. Maar we waren erg zeker van onze zaak dat onze relatie voor de lange termijn zou zijn.

Jong vader & moeder worden

En als je dan toch al zo zeker bent dat je samen oud wil worden, waarom dan niet ook jong ouders worden? Ik kreeg alweer helemaal vlinders in mijn buik toen we besloten hier samen voor te gaan. Familie en goede vrienden hadden we het ook verteld, toen ik nog maar net gestopt was met de pil. Ik wilde niet dat ze zouden denken dat ons kind een ‘ongelukje’ zou zijn, dit was iets waar we voor de volle 100% voor wilden gaan.

Gelukkig was het bij de eerste vrij snel raak, want je wordt er wel een beetje gestoord van als mensen continu gaan vragen of het al gelukt is. Bij de tweede hebben we het dan ook maar voor ons gehouden tot ik echt de twaalf weken gepasseerd was.

In onze vriendenkring waren we een uitzondering met ons gezinnetje. De meerderheid werd pas jaren later vader of moeder.

Trouwen is overrated

Samen vader en moeder worden was voor ons al zo’n bevestiging van onze liefde, dat trouwen vond ik niet zo belangrijk. En wat voor waarde heeft een huwelijk als er zoveel huwelijken stuklopen tegenwoordig? Zo dacht hij er ook over. Het kwam totaal als een verrassing toen hij toch op zijn knieën ging. Dat gebeurde precies tien jaar na die eerste dronken kus.

Maar eerlijk is eerlijk: het feestje is wel heel erg leuk. We kijken er nog steeds met veel plezier op terug. En het is wel zo praktisch dat we alle vier dezelfde achternaam hebben.

Afstand

Alhoewel we snel gingen samenwonen, zagen we elkaar niet superveel. Ik werkte onregelmatige diensten in de gehandicaptenzorg en hij was net klaar met zijn MTS en werkte kantoortijden als tekenaar. Daarna hebben we een periode gehad dat we elkaar afwisselden: dan deed ik een opleiding in de avonduren, dan weer hij, dan weer ik. En hij heeft een poos op behoorlijk niveau aan zaalvoetbal gedaan, daar was hij zo vier avonden in de week zoet mee.

Inmiddels is dat wel over met studeren en fanatiek sporten. Maar we hebben nog steeds onze eigen interesses en zo nu en dan iets op eigen houtje ondernemen, is best fijn. Wintersport heb ik bijvoorbeeld helemaal niks mee, mag hij lekker met zijn eigen vrienden of familie doen. Aan de andere kant heeft hij niet zoveel met dans of fantasyfestivals, dan ga ik zonder hem. En die keer dat ik alleen met het vliegtuig naar een vriendin in Duitsland ging, vind ik eigenlijk wel voor herhaling vatbaar.

Elkaar dan weer zien nadat we elkaar even gemist te hebben, is dan dubbel zo fijn.

Eén van de twee wordt chronisch ziek

Jarenlang gingen we gelijk op, waren we samen één. Maar toen ik door EDS steeds meer klachten kreeg, was het alsof er bij mij aan de rem getrokken werd en hij in zijn tempo doorging. Dat hele acceptatieproces doorliepen we allebei op onze eigen manier. Niet gemakkelijk en soms met een behoorlijke dip. Maar juist doordat we hier samen weer uit zijn gekomen, is onze relatie alleen maar sterker geworden.

Ik kan niet zeggen of onze relatie stand zou hebben gehouden als we elkaar pas hadden ontmoet toen ik al meer beperkt was door mijn EDS. Had hij me überhaupt zien staan (of zitten) met mijn rolstoel? Geen idee.

 

Al met al ben ik blij met hoe het allemaal gelopen is. We hebben het op onze manier aangepakt, niks aangetrokken van wat anderen zouden denken. En misschien is dat het enige advies uit dit artikel dat je wel serieus mag nemen: doe vooral wat voor jou of jullie goed voelt!

Wat zou jouw advies zijn voor mensen op zoek naar liefde?

Eén van de onderwerpen in mijn lessen, is het geven van feedback. Mijn studenten hebben dit nodig om nu in hun stage en straks in hun werk feedback te kunnen geven aan collega’s en kinderen of cliënten. Voor de kinderen of cliënten is de feedback nuttig om te leren en ontwikkelen. En het geven van feedback aan collega’s is nodig om goed te kunnen samenwerken. Je maakt de ander bewust van zijn of haar gedrag en kunt hiermee ook je grenzen aangeven.

Johari venster feedback

Johari-venster

Het schema wat je hierboven ziet, wordt ook wel het Johari-venster genoemd. Dit venster wordt gebruikt om zicht te krijgen over de communicatie en hoe je feedback hierbij kunt inzetten.

Het gebied waar openheid over is, is datgene waar je naar wil streven in de communicatie. Het is zowel voor jou bekend als voor de ander, dat werkt een stuk gemakkelijker.

Wanneer iets onbekend aan de ander is, maar wel bekend aan jou, spreken we van een verborgen gebied of geheim. Dit hoeft de samenwerking niet altijd in de weg te staan, maar je snapt dat dit gebied beter niet al te groot moet zijn. Het is bijvoorbeeld niet handig om verborgen te houden dat je een bepaalde taak niet begrijpt. Maar dat je in je vrije tijd naar de vreselijkste tv-programma’s kijkt, mag je best voor jezelf houden.

Dan is er ook nog een gebied dat zowel voor jou als de ander onbekend is. Door te experimenteren ontdek je wellicht meer in dit gebied en zal het kleiner worden. Misschien heb je wel kwaliteiten die je nog niet ontdekt hebt.

Tot slot is er de blinde vlek, die wel voor anderen zichtbaar is, maar voor jou niet. En daar komt de feedback om de hoek kijken. Want wanneer je feedback krijgt over je blinde vlek, geeft dit je meer inzicht en zal dit gebied kleiner worden.

Ik-boodschap + 4G

Vanuit de Gordonmethode is het idee dat je feedback geeft, zonder te oordelen. Dat doe je door middel van de ik-boodschap.
Wanneer studenten hier voor het eerst mee oefenen, denken ze nog weleens dat elke boodschap die met ‘ik’ begint, een ik-boodschap is. Zo werkt het niet helemaal. Want ‘Ik vind dat je stom bezig bent’ komt nog steeds net zo hard over als ‘Jij bent stom bezig’.

Samen met die ik-boodschap kun je 4G als ezelsbruggetje gebruiken om feedback te geven: je benoemt het gedrag van de ander, het gevoel wat dat bij jou teweegbracht, het gevolg van dat gedrag en het gewenste gedrag wat je graag wil zien. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je met je telefoon bezig bent, dat geeft mij het gevoel dat je niet geïnteresseerd bent in de les, maar straks weet je niet wat je moet doen. Ik heb liever dat je je telefoon weglegt en oplet bij de uitleg.’

Feed-up, feedback en feedforward

Als je (als docent, maar vast in meerdere situaties toe te passen) effectieve, procesgerichte feedback wil geven, zijn er een paar stappen die je eraan toe kunt voegen.

Allereerst is er de feed-up. Hier start je mee al voordat de ander iets moet uitvoeren. Je legt het doel of de verwachtingen uit, zodat duidelijk is waarnaartoe gewerkt wordt.

Bij het geven van feedback (liefst ook tussentijds) geef je niet alleen een compliment of juist afkeuring. Door vragen te stellen laat je de ander verder denken of het alsnog zelf oplossen.

Feedforward bevat de instructie die nog nodig is om het uiteindelijke doel te behalen.

Tips bij het geven van feedback

Het lesboek wat ik in mijn lessen gebruik, geeft een paar enorme lijsten met tips. Die zijn grotendeels vanzelfsprekend, maar er zit ook veel overlap in. En omdat al die lange lijsten niet meewerken aan het makkelijk onthouden ervan, heb ik hier in het kort de belangrijkste tips:

  • Richt de feedback op het gedrag of de taak, niet op de persoon.
  • Doseer de feedback: teveel verbeterpunten in één keer benoemen kan juist averechts werken.
  • Wacht niet te lang met feedback. Ouwe koeien uit de sloot halen, heeft niemand iets aan.
  • Wees kort en concreet in wat je wil zeggen.
  • Geef de ander ruimte om te reageren.

En soms… kan je beter niet teveel aantrekken van die methodes, regels en tips

Het ligt heel erg aan de situatie hoe je je feedback formuleert. Natuurlijk is het verstandig om het goed aan te pakken als het gaat om het samenwerken met collega’s.

Maar als je ziet dat één van de peuters van jouw groep wil oversteken terwijl er een auto aankomt, dan heb je geen tijd voor een uitgebreide ik-boodschap. ‘STOP!’ is dan genoeg.

En denk je echt dat ik mijn studenten zo netjes aanspreek als ik ze voor de zoveelste keer met een telefoon zie? Nee hoor, dan is het ook gewoon: ‘Weg met die telefoon!’  En soms is het voldoende om met humor of een blik de ander op zijn of haar gedrag te wijzen. De hele tijd politieagentje spelen, word je ook niet vrolijk van.

Daarnaast zijn we allemaal ook maar mensen. En dus heb ik ook weleens (niet zo handig) een collega aangesproken op zijn te laat komen, waar een hele klas bij was. Zonder ik-boodschap. En ik weet niet meer helemaal zeker of ik het alleen maar gedacht heb, of ook hardop heb gezegd, maar de woorden ‘pleur op’ komen regelmatig in me op wanneer studenten ontzettend slordig met hun examens omgaan.

Kom maar op met die feedback!

Een leuke tool die je kunt gebruiken als je niet bang bent voor kritiek, zijn websites waar mensen anoniem feedback over jou kunnen droppen. Hier moet je dan wel anderen voor uitnodigen en vervolgens kun je zelf bepalen wat je wel of niet openbaar zet.

Bij deze wil ik jullie dus uitnodigen om mij van feedback te voorzien! En wees maar niet bang, ik kan wel wat hebben hoor. 😉

Vind je het oersaai als ik hier over mijn werk aan het praten ben? Lees je liever over hoe EDS mijn leven verziekt? (Dat is namelijk wel een beetje wat de bezoekersaantallen zeggen…) Of vind je de afwisseling hier juist verfrissend? Roept u maar!

 

quotes onderzetters Het was bij de wisseling van de gymles in de meisjeskleedkamer. Ik denk dat ik in ongeveer in groep 7 zat. Wij kwamen aan om ons om te kleden voor de gymles en een andere klas vertrok. Eén van de meisjes uit de groep voor ons had een lekkende beker in haar tas, alles zat onder. Ze zat daar in tranen, niemand die haar hulp aanbood. En om er nog een schepje bovenop te doen, lachten mijn klasgenoten haar uit.

Ik had zo met haar te doen en was zo boos op mijn klasgenoten, dat ik de gymtas van één van mijn lachende vriendinnen pakte en die aan het meisje gaf om alles mee schoon te vegen.

Die neiging om op te komen voor anderen, daar heb ik nog steeds weleens last van. Ik kan gewoon niet zo goed tegen pesten of onrechtvaardigheid. Inmiddels ben ik er wel iets minder lomp in geworden, wat fijn is voor anderen, maar ook voor mezelf.

En toch… Toch loop ik er de laatste tijd weer tegenaan dat ik er moeite mee heb dat mensen zo weinig rekening met een ander houden.

Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken

Die onderzetters met quotes op de foto hierboven zijn natuurlijk erg grappig. Maar wat minder grappig is, is dat mensen er tegenwoordig naar gaan leven. Het individu is belangrijker dan de rest van de samenleving. Aardig doen voor een ander is prima, zolang het jou maar geen nadeel oplevert. En je mag best een andere mening hebben, als je je mond maar houdt.

Er is echt niets mis met een beetje om de ander denken. Het hoeft ook niet altijd maar leuk voor jou te zijn.

Hier hadden we bijvoorbeeld een discussie aan de eettafel over het afsteken van vuurwerk voor twaalf uur. Ik vind dat niet nodig. Onze kinderen zijn oud genoeg om op te kunnen blijven en dan om twaalf uur naar buiten te gaan en vuurwerk af te steken. Dat het al eerder mag, tja, ok. Maar is het dan meteen nodig? Alleen omdat je je eigen plezier niet uit kunt stellen? Niet iedereen zit te wachten op al die knallen, dieren doe je er ook geen plezier mee. Dan is het toch maar een kleine moeite om dat afsteken uit te stellen tot middernacht, wanneer het echte feest losbarst.

Ben ik dan zo perfect, een heilig boontje?

Nee, absoluut niet. Ik barst van de vooroordelen, heb geen tafelmanieren en ruim niet altijd mijn zooi op. Maar dat betekent niet dat ik het niet belangrijk vind om mezelf en anderen hier bewust van te maken. Als je een ander alleen maar feedback mag geven als je zelf perfect bent, komen we nooit verder.

Toch vind ik het bijvoorbeeld lastig om een collega feedback te geven op het feit dat hij in één zin de woorden kut, shit en godverdomme gebruikt, zonder dat daar nu een aanleiding voor is. Ik gebruik ook weleens scheldwoorden en ik vind het ook niet vreselijk dat mensen zo nu en dan niet zo netjes praten. Maar in het onderwijs heb je toch een voorbeeldfunctie en er zijn genoeg andere woorden beschikbaar.

Al ben ik niet perfect, ik doe wel mijn best om het goede voorbeeld te geven. Naar mijn studenten toe en natuurlijk ook naar mijn kinderen. Daarin vind ik het trouwens ook goed voorbeeldgedrag dat ik fouten mag maken en kan toegeven. Als ik echt perfect zou zijn, zou ik de lat wel heel erg hoog leggen voor anderen.

Gedrag afkeuren, maar niet de persoon

Die vriendin die in de kleedkamer dat meisje uitlachte, die is uitgegroeid tot een ontzettend mooi mens, van binnen en van buiten. Toen was ze ook al een leuke meid hoor, alleen op dat moment vond ik het even niet zo tof wat ze deed. En dat zal vast wederzijds zijn geweest.

En zo kom ik ook nu nog weleens in situaties waarbij ik er moeite mee heb dat die ander waar ik zo om geef, andere mensen als minderwaardig behandelt. Maar hoe ik ook mijn best doe om niet zo lomp mijn mening te geven, ik kan niet altijd voorkomen dat ik de ander kwets met mijn mening. Niemand vind het leuk om van de ander te horen dat hij of zij iets gedaan heeft wat de ander afkeurt. En toch kan ik het niet laten er wat van te zeggen, omdat ik anders voorbij ga aan mezelf en wat ik belangrijk vind. Dat wil nog niet zeggen dat ik de ander minder waardeer als persoon.

Gedrag is maar gedrag. Soms is het maar een momentopname en zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat het niet zo leuk overkomt. Het hoeft dus niet te betekenen dat de ander egoïstisch of asociaal is als hij of zij een keer niet om een ander denkt. En ik ben ook niet zo lomp als ik soms doe overkomen.

Wat zijn mijn intenties voor 2018 en welke stappen ga ik hiervoor zetten?

Marion van Mijn Kladblog had een mooi artikel geschreven over 10 vragen en opdrachten die je gaan helpen 2018 tot een mooi jaar te maken. Die hebben me wel aan het denken gezet en vooral de laatste twee vragen bleven hangen.

Ik zou heel graag willen dat mensen meer oog voor elkaar zouden hebben, verdraagzamer, empathischer en minder egoïstisch zijn. Maar ik heb geen idee hoe ik dat anders aan zou moeten pakken dan ik nu doe. Ik doe mijn best om mijn kinderen en studenten hier bewust van te maken en ik hoop dat ik in mijn gedrag ook uitstraal wat ik belangrijk vind. Maar het blijft lastig om een ander aan te spreken op zijn of haar gedrag. Want heb ik op dat moment wel genoeg oog voor die ander? Ben ik wel verdraagzaam of empathisch als ik het gedrag van de ander afkeur? Of ben ik niet gewoon zelf egoïstisch als ik zou willen dat iedereen dezelfde normen en waarden zou hebben als ik?

Het antwoord op de vraag in de titel heb ik dus niet. Hoe zou jij het aanpakken om 2018 minder egoïstisch te maken?

vriendschapEr zijn veel kanten van EDS die ik inmiddels wel geaccepteerd heb. Waar ik prima over kan praten, mijn verhaal over wil delen en naar dat van anderen wil luisteren.

Maar daarnaast zijn er best nog wat kanten die ik lastig vind. En één van die dingen is om te zien hoe lotgenoten achteruitgaan, hoeveel zij lijden onder deze vervelende aandoening.

Lotgenoten die na alles geprobeerd te hebben, toch niet anders kunnen dan een heftige operatie te ondergaan. Nu vind ik misschien al snel wat heftig, ben gewoon een watje. Maar gewrichten operatief vastzetten, een maagsonde of een stoma, ik vind dat best heftig. Zeker wetende dat een operatie bij iemand met EDS meer risico’s met zich meebrengt dan bij iemand zonder EDS. Meer kans op bloedingen en ontstekingen, moeilijker te verdoven of te hechten. En dat is dan nog los van de reden van opereren zelf. Want wat voor gevolgen heeft het als je iets vervangt of vastzet dat niet meer naar behoren functioneert?

Maar ook bij lotgenoten die geen operaties hebben ondergaan, vind ik het soms heftig om te lezen hoeveel zorg ze nodig hebben of hoe beperkt ze zijn.

Het lastige vind ik dan nog niet eens zo zeer dat het mij misschien ook wel zou kunnen overkomen in de toekomst. Dat is voor mij wel een reden om dit niet zo snel met mijn gezin te bespreken, of mijn beste vrienden. Ik wil niet dat ze zich onnodig zorgen maken. Want ik denk ook niet dat ik ineens zo snel achteruit zal gaan. Ik verwacht eerder dat ik gewoon heel lang op dit niveau blijf hangen.

En misschien steek ik dan wel mijn kop in het zand, maar met alleen maar zorgen maken over de toekomst schiet je ook niet veel op.

Wat ik er wel lastig aan vind, is dat ik met sommige lotgenoten een goed contact heb en er echt verdrietig van word als het slecht met ze gaat. Lotgenoten lijkt zo’n vaag begrip. Het is anders dan familie of vrienden, maar soms is de band net zo sterk. Je hebt maar weinig woorden nodig om elkaar te begrijpen. Je kan dingen met elkaar delen waar je met anderen niet over praat.

En om dan te zien dat die lotgenoten zo moeten lijden, moeilijke keuzes moeten maken. Dat vind ik gewoon moeilijk. Ik zou ze zoveel beter gunnen, ik zou willen dat ik die last van hun schouders kan nemen, maar dat gaat niet.

Sommigen zijn zo goed in het bieden van troostende woorden. Ik niet. Meer dan ‘sterkte’ komt er vaak niet uit.

Dus kies ik voor de egoïstische oplossing om mijn kop maar weer in het zand te steken. Vriendschapsverzoeken op Facebook te negeren, mensen te ‘ontvolgen’ of gewoon maar snel door die slechtnieuwsberichten heen te scrollen. Het is soms teveel verdriet, teveel leed om elke dag bij stil te staan. Als ik ze niet te dichtbij laat komen, komt dat verdriet ook niet zo hard naar binnen.

Tegelijkertijd hoor ik ze zeggen dat ze al zoveel door vrienden en familie in de steek worden gelaten. Wat ik ook echt oprecht rot voor ze vind. Maar ondertussen doe ik hetzelfde.

Dus lieve lotgenoten en iedereen die zich door mij genegeerd voelt: sorry! Maar het is echt niet omdat ik je niet leuk vind. Integendeel, ik vind je zo leuk dat ik het liefst alleen maar goede berichten over je lees. Omdat ik je die zo hard gun.

vriendschap

Ach ja, je hebt weleens van die momenten dat je teveel nadenkt over iets wat zo vanzelfsprekend lijkt. En dan tijdens zo’n slapeloze nacht lig ik daar dan weer over te malen.

Vriendschap een illusie? Nee, zo denk ik er echt niet over. Ik heb een aantal goede vriendinnen die echt al vanaf mijn jonge jaren meegaan. Maar wat maakt een vriendschap dan sterk? Wat telt er wel of niet mee?

7 x totaal onbelangrijk in een vriendschap

  1. Uiterlijk: Echt, het kan me niets schelen of je er nu elke dag compleet gestyled bijloopt of juist in je ouwe kloffie over straat gaat. En het hoeft ook echt niet mijn smaak te zijn, het is maar de buitenkant!
  2. Afkomst: Ik wil niet zeggen dat mijn vriendengroep enorm divers is, het is ook maar net wie je tegenkomt in je leven. Maar ik kies ze niet bewust uit op waar hun roots liggen.
  3. Geloof: Islam, Christendom, Boeddhisme, whatever. Voor mij is het allemaal één pot nat. En zolang de ander mij niet probeert te bekeren, maar ook weer niet vies is van een discussie over het één of ander, kunnen wij best vriendjes zijn.
  4. Politieke voorkeur: Anders dan wanneer het gaat om het geloof, ben ik geen fan van politieke discussies. Hier heb ik namelijk wèl een mening over en soms wil ik het gewoon liever niet horen als die mening van een vriend of vriendin totaal afwijkt van die van mij, haha. Maar dat betekent niet dat we geen vrienden kunnen zijn, omdat we hier anders over denken. Zelfs mijn man en ik zijn elkaars tegenpolen als het om politiek gaat.
  5. Beperkingen: Via social media en bijeenkomsten met lotgenoten wordt het aandeel vrienden met een beperking wel steeds wat groter. Het is ook fijn om ervaringen te delen met anderen die precies snappen wat je bedoelt. Maar ik moet er ook weer niet aan denken om alleen maar vrienden te hebben die hetzelfde mankeren als ik. Wie moet er anders een wijntje bij de bar halen als ik met mijn rolstoel niet door de mensenmassa kom? 😉
  6. Opleidingsniveau: Eigenlijk had ik hier nooit eerder bij stilgestaan dat dit een ding kon zijn. Tot ik ooit een collega had die zei dat ze alleen hoger opgeleiden in haar vriendenkring had, met een toon alsof mbo’ers minderwaardig zijn. Ik heb het geluk hierin een diverse vriendenkring te hebben die elkaar in kennis en ervaring mooi aanvullen.
  7. Interesses: Misschien is daarom mijn vriendenkring wel zo breed, er is niemand die precies alles wat ik leuk vind, ook leuk vindt. En waar ik met de één een bandje ga bezoeken, ontmoet ik de ander bij een fantasy festival. Via het dansen heb ik een hoop leuke mensen leren kennen, maar sommige van mijn beste vriendinnen hebben mij nog nooit zien optreden.

7 x totaal belangrijk in een vriendschap

Ik moet nu ineens aan die reclame denken: ‘Doe mij maar een kapseltje.’ Maar zo makkelijk ben ik ook weer niet als het om vriendschap gaat. Er zijn toch wel een aantal dingen die ik erg belangrijk vind.

  1. Iets voor een ander overhebben: Dan bedoel ik niet zozeer materiële dingen, maar bijvoorbeeld ruimte in je agenda maken voor de ander. Dat doe ik graag voor mijn vriendinnen en waardeer het ook als de ander dat doet.
  2. Gelijkwaardigheid: Het kan niet zo zijn dat in een vriendschap één iemand alles bepaalt. Of neerkijkt op een ander. Ieders aandeel is even groot en belangrijk.
  3. Andermans kwaliteiten waarderen: Ik vind het geweldig om bijvoorbeeld te zien hoe mijn vriendinnen als moeder zijn, hoe ze uitblinken in hun werk of hobby. Dan kan ik alleen maar trots op ze zijn, als vrienden gun je elkaar dit toch? Jaloezie in een vriendschap lijkt mij maar ongezond.
  4. Inleven in de ander: Met al die verschillende achtergronden kun je niet altijd letterlijk weten hoe de ander zich voelt. Maar een beetje empathie helpt dan wel mee om je bij goede vrienden voor te stellen hoe ze zich in een situatie voelen. Door ernaar te vragen en voort te bouwen op de ervaringen die je al eerder gedeeld hebt met elkaar.
  5. Vertrouwen: Als vrienden onder elkaar moet je erop kunnen vertrouwen dat de gevoelens en meningen die je met elkaar deelt, ook tussen jullie blijven. Maar ook bij het nakomen van afspraken wil ik op de ander kunnen bouwen.
  6. Eerlijkheid: Ik word liever gekwetst door iemands eerlijkheid, dan door iemands achterbaksheid. Bij mij kun je ervan op aan dat wat ik zeg, ook datgene is wat ik denk en wat ik zou zeggen als je er niet bij bent. Dat is ook wat ik van vrienden verwacht.
  7. Een klik hebben: Tja, zonder die klik kun je net zo goed ‘alleen maar’ collega’s of buren zijn. Je moet het wel naar je zin hebben bij elkaar! Het beste voel je die klik als je elkaar een lange tijd niet hebt gezien en het aanvoelt als vanouds.

Het lijkt zo simpel, een vriendschap. Ik kan er blijkbaar zo een artikel mee vullen met wat ik wel en niet belangrijk vind.

Maar toch loopt het weleens mis. En wanneer besluit je er een punt achter te zetten? Of is het beste maar vergeten en vergeven? Daar ben ik nog niet zo goed in, ik weet gewoon niet altijd wat het beste is. Helemaal vergeten vind ik lastig. Maar als het te verklaren is waardoor het mis is gelopen en te voorkomen is dat dit nog eens gebeurt, ben ik niet te beroerd om een ander te vergeven.

En net als met alles in een vriendschap geldt: het moet wel van twee kanten komen.

Wat vind jij wel of niet belangrijk in een vriendschap?

telefoon smartphone telefoongebruik tienersZo in de vakantie zit ik er weer met mijn neus bovenop en zie ik dat die veertienjarige dame van mij toch wel heel erg verknocht is aan haar telefoon. Ze kan zich er uren mee kan vermaken.

Maar omdat het kan, wil nog niet betekenen dat het altijd maar mag.

Telefoongebruik: wanneer niet?

Behalve moeder ben ik ook docent in het mbo. De verantwoordelijkheden van het leren omgaan met een telefoon vind ik persoonlijk niet alleen bij de ouders of alleen bij school liggen. Beide partijen hebben hier een rol in.

Los van wat de school besluit over het wel of niet verbieden van een smartphone, vind ik dat je als ouder hier je kind wel het één en ander over kunt bijbrengen.

Dat het niet beleefd is om je telefoon te pakken als je met iemand in gesprek bent bijvoorbeeld. En hetzelfde geldt bij het volgen van een les, of het kijken van een film of voorstelling. Als je wil laten zien dat datgene de moeite waard is om je aandacht bij te houden, dan blijft die telefoon gewoon weg.

De telefoon gaat niet mee naar de slaapkamer wanneer het bedtijd is. Ook bij mij niet trouwens. De verleiding is dan te groot om door je social media heen te scrollen als je even niet kunt slapen. En daar ga je echt niet beter van slapen.

En met alles geldt dat de uitzondering de regel bevestigt. Als een vriendin blijft logeren en het toch al een nacht keten wordt, mag die telefoon daar dan heus wel een keer bij.

Soms is er geen concrete reden of regel. Dan gaat de telefoon gewoon even weg omdat ik het zeg. Zolang zij niet altijd aanvoelt wanneer en hoe ze haar telefoongebruik moet afremmen, help ik haar daar een handje bij.

Wanneer dan wel die telefoon gebruiken?

Los van al die grijze gebieden, is die telefoon toch wel onmisbaar geworden. Voor het checken van het rooster, huiswerk, cijfers en banksaldo. Of het contact houden met vrienden en familie. En voor het opzoeken of vertalen van iets of gewoon doelloos je tijd verdrijven met een spelletje of app.

Eigenlijk wordt er vanaf de eerste klas van het voortgezet onderwijs al van uitgegaan dat kinderen een smartphone hebben. Een telefoonboom is al hopeloos ouderwets, alle informatie gaat via apps.

Mijn oudste dochter (die nu dus veertien is) had er één vanaf groep acht. De jongste (nu tien jaar en gaat naar groep zeven) heeft er op dit moment nog geen behoefte aan. Nu voorziet haar Ipad mini haar al genoeg van spelletjes, filmpjes en af en toe een berichtje versturen. Ik verwacht dat wanneer meer kinderen uit haar klas een telefoon krijgen, zij er ook één wil.

Op zich vind ik de leeftijd van elf a twaalf jaar wel redelijk om een eigen smartphone te hebben. Op die leeftijd zijn ze bovendien net iets meer kneedbaar en nemen ze meer van jou als ouder aan dan wanneer ze een paar jaar ouder zijn. Alhoewel dat per kind natuurlijk kan verschillen. Ik denk dat je dat als ouder wel goed kunt aanvoelen en ze hier op het juiste moment wegwijs in kunt maken. Bijvoorbeeld in wat ze wel of niet kunnen delen op social media of hoe digitaal pesten tegen te gaan.

Kosten besparen

De eerste smartphone die mijn dochter had, was een eenvoudige waar ze zelf voor gespaard had. Maar al snel voldeed deze niet meer, al die leuke apps vragen toch iets meer van een telefoon. Wetende hoe onvoorzichtig ze soms kan zijn met haar telefoon, vond ik het niet zo’n goed idee om een dure smartphone aan te schaffen voor haar. Vandaar dat ze de oude Iphone 5 van haar vader mocht overnemen.

Het Sim-Only abonnement betalen wij overigens voor haar. Prepaid ben ik zelf niet zo’n fan van, voor je het weet is het beltegoed op of juist verlopen. Met een abonnement heb je toch meer de zekerheid dat ze kan bellen en gebeld worden.

Zelf hebben mijn man en ik ook een Sim-Only. Als je drie jaar met een telefoon doet, heb je het geld van een abonnement waar de telefoon bij zit er lang en breed uit.

Bij haar abonnement hebben we er wel voor gekozen om er geen internet bij te nemen. Thuis en op school heeft ze wifi, dus is de noodzaak niet zo groot om daarbuiten ook internet te hebben. Ze heeft ook de kleinste belbundel (alles gaat toch maar via Whatsapp en Facetime). Dan ben je dus echt maar een euro of drie kwijt per maand.

Sowieso vind ik tegenwoordig dat het helemaal niet zoveel hoeft te kosten om bereikbaar te zijn. Er is op zoveel plaatsen wifi. Ideaal ook dat je nu binnen de EU niets extra’s bovenop je abonnement betaalt om te kunnen internetten. (Ok, dat laatste geldt dan niet voor mijn dochter met haar internetloze abonnement, maar ik vind het voor mezelf wel erg prettig.)

Blijft jouw tiener binnen de perken als het gaat om telefoongebruik?

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking.

14 veertien

Mijn oudste dochter is net twee weken geleden veertien jaar geworden. Veertien. Als ik terugdenk aan het jaar dat ik veertien was, dan houd ik mijn hart vast voor wat ons nog te wachten staat. Maar aan de andere kant heeft het voor mij voor een omschakeling gezorgd en uiteindelijk ben ik toch wel aardig terecht gekomen.

Toch leuk om dan weer even terug te blikken.

Wat ik in mijn dagboeken schreef…

Ik was niet zo’n prater, maar schreef wel hele dagboeken vol. Die kocht ik in een chinees winkeltje en op mijn veertiende was ik bezig in dagboek nummer vijf. Van alles schreef ik daarin op.

Lijstjes met wat ik wilde veranderen aan mezelf (want ik wilde helemaal geen stil meisje zijn met een bril en beugel), de dingen die ik met vriendinnen uitspookte, op wie ik verliefd was, wat ik van anderen vond en wat ik dacht dat ze van mij vonden.

Zelfs schoolcijfers en mijn maten schreef ik erin op. Blijkbaar had ik toen een cup 75B en wat spijkerbroeken betreft wijdtemaat 29 en lengtemaat 34.

Verder schreef ik over nog wat dingen die maar beter niet op internet kunnen. Iets met een hamster. En wat over Halt. Niet in combinatie met elkaar overigens, maar laat je fantasie gerust de vrije loop.

Hangen op het pleintje

De term BFF bestond toen nog niet, maar ik had wel een paar vriendinnen die ik als mijn beste vriendinnen zag. Ze woonden bij mij in de straat en behalve op het pleintje hangen, ondernamen we ook nog weleens wat. Zoals logeerpartijtjes, op de fiets naar het strand of de surfplas gaan, de stad in, of naar de kermis.

Ik mocht nog niet echt uitgaan op die leeftijd, maar daar gebruikten we de logeerpartijtjes voor (sorry mam). Daar dronk ik mijn eerste pisang-jus en bessenjenever. En bier, maar na een paar keer niet durven weigeren als er weer een rondje gegeven werd, gaf ik toch maar toe dat ik het niet zo lekker vond. Doe toch maar gewoon een colaatje.

Maar meestal waren we met een groepje jongens en meiden op het pleintje te vinden. Een beetje aan het hangen, roken en tegen een bal aan trappen. Verder waren we vooral herrie aan het schoppen en flink de grenzen aan het opzoeken bij onze ouders, buren en politie. En hier en daar gingen we eroverheen.

Van vwo naar het mbo

Toen ik veertien was, zat ik in de derde klas van het vwo. Mijn cijfers zagen er prima uit, behalve voor Duits, maar die leraar mocht ik gewoon niet zo.

Maar dat vwo was niet echt mijn ding, voelde me niet zo thuis in de groep en het vooruitzicht om nog drie jaar op school te zitten en dan nog eens te moeten studeren, daar had ik allemaal geen zin in.

Dus bedacht ik het plan om te stoppen met vwo en samen met mijn vriendin naar het mbo te gaan. Of eigenlijk had ik eerst het plan om over te stappen naar de havo, maar toen ik hoorde dat je met een overgangsbewijs van drie naar vier vwo ook naar het mbo kon, wilde ik daarvoor gaan.

Mijn ouders waren uiteraard niet zo blij met dat plan, maar het mocht uiteindelijk wel. Als ik maar een voldoende voor Duits stond. Dus ik keek een paar keer die boeken in en met een zes voor Duits en verder zevens, achten en hier en daar een negen, schreef ik me in bij de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk.

Ik weet nog dat er een kennismakingsdag was voor de zomervakantie en bij het rondje voorstellen vielen de monden open toen ik zei dat ik veertien was. En ook al was ik na die zomervakantie alweer vijftien, ik bleef een beetje het ‘kindje’ van de klas.

Tienertoer

Die zomer vlak voor mijn vijftiende verjaardag, ging ik samen met mijn vriendin op tienertoer. Daarmee kon je binnen tien dagen vier dagen reizen door heel Nederland. Gewoon saampjes met de trein. De logeeradressen waren via mijn ouders geregeld. We logeerden bij een kennis in Limburg, een neef (of oom?) van mijn vader in Friesland, mijn oom en tante in Noord-Holland en eindigden bij mijn ouders die in Zeeland in een vakantiehuisje zaten.

Man, wat voelde ik me stoer en volwassen dat we zo zelfstandig door het land mochten reizen. Soms ook wel frustrerend als we weer eens op een verkeerd perron stonden of een overstap misten. Maar uiteindelijk kwamen we wel steeds waar we wezen moesten. Zonder internet hè!

Lief dametje van veertien, neem dit nou van me aan

Je bent goed zoals je bent. Met bril en beugel, wat voor cijfers je ook haalt en wat anderen misschien wel of niet van je denken. Je bent een prachtmeid.

Laat die sigaretten en alcohol maar links liggen, het heeft echt geen meerwaarde. Zelfgebakken brownies zijn veel lekkerder.

Maak je vwo maar gewoon af, zo heb je genoeg tijd om je plannen voor de toekomst te smeden.

Nee, je bent nog veel te jong om alleen met een vriendin door Nederland te reizen. Rotterdam is ver genoeg.

En als je net zo lief voor je ouders blijft als je nu bent, vertel ik misschien wel een keer over die hamster en Halt.

Neem nooit een pony. Je hebt het haar van je moeder.

Wat spookte jij uit op je veertiende?