Berichten

Twee jaar geleden waren we er ook al geweest en dat was toen ook al goed bevallen: Where The Wild Things Are, een festival op een bungalowpark!

Toen we nog geen kinderen hadden, kwamen we ook altijd op Pinkpop en/of Lowlands, maar tegen de tijd dat we het zagen zitten om ook eens zonder kinderen een weekendje weg te gaan, was het in een tentje op een luchtbedje slapen eigenlijk niet zo’n goede optie meer. Dus ik was ontzettend blij dat we dit alternatief gevonden hadden.Net als de vorige keer hadden we een tweepersoons VIP bungalow geboekt. Er zijn ook wel bungalows voor mindervaliden, maar omdat ik binnenshuis ook prima zonder rolstoel uit de voeten kan, vond ik dat niet zo nodig. En het huisje is ruim genoeg om de rolstoel in het halletje te laten staan, of bij de eettafel aan te schuiven.

En wat een luxe was het! Bedden waren bij aankomst al opgemaakt, handdoeken, zeepjes en koffie lagen klaar en zelfs ook een flesje Jagermeister en een spel Rummikub. En ‘s ochtends werden er verse broodjes gebracht voor bij het ontbijt.

Alleen al voor het huisje met alle luxe is het genieten om zo een weekendje samen weg te zijn en dan zat hier ook nog een festival aan vast.Wel jammer dat het dit weekend zo koud, nat en blubberig was. Je zit dan met je dikke winterjas, die je eigenlijk uit wil doen als je in een tent of iets naar een optreden wil kijken, maar dan hangt ie al snel tegen de blubberige banden van mijn rolstoel aan. Maar na zoveel keer van de kou de warmte weer ingaan, ben ik inmiddels expert in het aan- en uittrekken van mijn jas (die tot mijn knieën komt), hem zo achter mijn rug of onder mijn benen vouwen, zodat er niks tegen de vieze banden aankomt, zonder erbij op te hoeven staan.

Ik ben niet meer zo thuis in de muziek als vroeger, maar als een bandje een goede liveshow neerzet, ben ik tevreden. Op vrijdagavond hebben we vooral een beetje het terrein verkend en het optreden van Balthazar gezien in de Willem Ruistent. Alhoewel ik zelf vooral het publiek zag en een stapel jassen die zich rondom een tentmast ophoopte en zo nog meer zicht ontnam, heb ik er erg van genoten. Ook van het publiek, wat (soms wat dronken) een praatje kwam maken of om me heen kwam dansen.

Zaterdag en zondag hebben we verschillende bandjes gezien en gingen daarbij vooral veel heen en weer tussen de Action Factory en de Willem Ruistent. Desperados was niet zo goed te bereiken met rolstoel: houten platen ernaartoe die niet goed aansloten en vervolgens een gigantische drempel die ik zonder hulp niet alleen zou kunnen nemen.

In de Action Factory heb ik steeds een mooi plekje kunnen vinden met goed uitzicht. Maar toch nog behoorlijk last van mijn nek en rug gekregen door het steeds maar omhoog moeten kijken. Gek, daar heb ik niet eerder zo’n last van gehad als nu.

Leukste band op zaterdag vond ik Gallowstreet, een brassband die er met een stuk of 11 man op het podium een feestje van maakten. En op zondag was De Staat voor ons een mooie afsluiter (we moesten allebei de volgende dag weer werken, dus dan maar vroeg weg). Geweldig om te zien hoe ze het publiek opzweepten en dit keer kòn ik er ook wat van zien, omdat er af en toe ook wat via een scherm te zien was. Bij het laatste nummer toch nog even een traantje weggepinkt, wat er nog een paar meer werden toen mijn man het opmerkte en een arm om me heen sloeg. Want ook al was het een geweldig weekend, het was nog geweldiger geweest als ik ook daar tussen die dansende mensenmassa mee kon doen.

Afgelopen Hemelvaartweekend ben ik met mijn man naar Berlijn geweest. Het was voor het eerst dat ik mijn rolstoel meenam in het vliegtuig en dat vond ik best spannend. Van tevoren had ik al meerdere keren gebeld en gemaild met het reisbureau en elke keer kreeg ik een ander verhaal. Dus ik ging maar van het ergste uit en dat zou dan zijn dat ik bij het inchecken al mijn rolstoel moest inleveren en ze ‘m op z’n kant in het ruim zouden gooien…

Het vliegen vanaf Rotterdam Airport ging prima, ook al waren alle gegevens die ik had doorgegeven niet aangekomen (nee, ik heb geen lift nodig, ik kan korte stukken (trap-)lopen, gewicht van de rolstoel moest ik ook alsnog doorgeven). We werden als eerste naar het vliegtuig gehaald en ik kon mijn rolstoel naast de trap bij het vliegtuig laten staan. De jasbeschermers had ik in mijn tas gedaan, omdat die makkelijk eruit schuiven. Aangekomen in Berlijn mochten we als laatsten uit het vliegtuig en stond mijn rolstoel weer klaar.
Het hotel had een trap naar de ingang, maar gelukkig had ik een sterke man bij me ;-). Ik schrok wel even toen werd verteld dat we een kamer op de 4e verdieping hadden, maar gelukkig was er een lift. Weliswaar een lift uit 1967 waar de rolstoel nog maar net in paste, maar hij deed z’n werk.

Het hele weekend heb ik mijn rolstoel overal mee naartoe genomen, ik heb ook wel stukken gelopen, maar het was wel fijn om ‘m bij me te hebben, zodat ik wat langer door kon gaan. Gelukkig ben ik er niet helemaal afhankelijk van, want niet elk metrostation had een lift, dus we namen geregeld de trap. Berlijn is niet heel rolstoelvriendelijk, vooral de straat is irritant om over te moeten rollen, veel kinderkopjes of spleten tussen stenen. Maar mijn man en ik werden er al snel getraind in (hij vooral door een paar keer een duwsteun in zijn maag te hebben gekregen doordat de rolstoel bleef hangen achter een drempeltje). We hebben flink wat kilometers gemaakt en vreselijk de toerist uitgehangen, hier een paar foto’s:

Deze is al van even geleden, maar toch nog even showen hier. 🙂

Het VED magazine is een blad voor en door leden van de VED.