Berichten

Drievliet brug naar parkeerplaats

Ziet er aantrekkelijk uit hè, die entree van Drievliet? Spoiler-alert: Eenmaal binnen werd het ook niet beter…

En uiteraard houd ik ook ontzettend veel van mijn twee tienermeiden, dus gingen we naar Drievliet.

Ook al heeft Drievliet in de jaren een enorme transformatie doorgaan, ik moet toch altijd even terugdenken aan de eerste keer dat ik daar met vrienden heen ging, zonder ouders. Het was toen echt nog een klein park, dus prima te doen, zou je denken. Ik werd door een ander groepje jongeren weggesleurd bij mijn vrienden en in de tent van het waterorgel in elkaar geslagen, bespuugd en uitgescholden.

Jaren later mocht ik met groep 4/5 mee met het schoolreisje. Niks voor mij. Ik irriteerde me dood aan de leerkracht en andere hulpouder die hun eigen plan hadden getrokken, zittend op een bankje. Terwijl ik op een gegeven moment de hele klas om me heen had en continu in de gaten hield wie bij welke attractie was. Het waterorgel bestond inmiddels niet meer, dus dat was wel een zorg minder.

Maar goed. Het is zomervakantie, we gaan verder niet echt op vakantie als gezin en Drievliet is goed aan te rijden vanaf ons huis. Bovendien had ik geen klas om me verantwoordelijk voor te voelen en ik heb verder geen trauma overgehouden aan die nare ervaring daar. Vooruit dan maar.

Fucking lang stuk van de gehandicaptenparkeerplaats naar de ingang

Ja, zo lang, dat ik daar ook een lang kopje aan moet wijden. Via borden werd je naar een grote parkeerplaats geleid. Ik heb daar aan iemand met een hesje gevraagd waar ik met mijn gehandicaptenparkeerkaart kon staan en werd naar de gereserveerde parkeerplaatsen geleid naast de opgang van een brug.

En die brug was enorm.

Had ik al gezegd dat mijn Smartdrive het net die week begeven had en ik dus zonder Smartdrive dit dagje uit aanging? Mijn dochters hebben dus wel even flink moeten helpen met die brug, want anders kwam ik er echt niet op.

Aan de overkant ging je zigzaggend weer naar beneden en kon je nog een pokkeneind langs de (‘s ochtends nog lege) parkeerplaats voor je eindelijk bij de ingang kwam. En naast die ingang waren dus nog flink wat lege gehandicaptenparkeerplaatsen.

Toen ik bij het weggaan aan een medewerker vroeg waarom ik niet meteen naar die parkeerplaatsen naast de ingang werd verwezen, werd me verteld dat die pas later opengesteld werden, toen het te druk werd op de parkeerplaats aan de andere kant van de brug.

Maar ik snap dit dus echt niet hè. Het hele park is amper zo groot als de afstand die je moet afleggen van de parkeerplaats naar de ingang. Hoe durf je dan mensen die slecht ter been zijn of van een rolstoel gebruik maken zo’n #*@^~ brug over te laten steken?!

Toegankelijkheid is ruk

Op de website heeft Drievliet een nogal apart beleid omschreven als het gaat om bezoekers met een beperking. Als je rolstoelafhankelijk bent en niet zonder begeleiding kan, mag je gratis het park in, anders moet je kunnen aantonen dat je een beperking hebt en krijg je een klein beetje korting. En: ‘Een rolstoelgebruiker dient bij het betreden van attracties altijd vergezeld te worden door een begeleider van minimaal 18 jaar die in staat is de rolstoelgebruiker te helpen waar nodig.’

Vervolgens is er een schema waarin ze attracties met meerdere opstappen gewoon toegankelijk vinden en andere attracties afraden of verbieden, vanwege hevige krachten of evacuaties.

In het park zelf staan er op de borden picto’s van een rolstoel bij attracties (zie foto hieronder), maar het personeel zelf weet ook niet precies of dat betekent of ze wel of niet toegankelijk zijn. Ik moest het maar proberen. Bij de Dynamite Express was er een hobbeltje op en af na een tunneltje, om vervolgens bij een trap uit te komen. Nu had ik dat op het schema van de website wel kunnen zien, maar die had ik niet bij de hand. Ik had het ook gewoon niet verwacht, als er een picto van een rolstoel op een bord staat, verwacht ik dat ik er met rolstoel kan komen. Maar zo werkt het dus niet.

De toiletten zijn zelfs voor mij erg krap en bovendien ontzettend smerig. Ik heb mensen met loggere rolstoelen gezien dan die van mij en vraag me af hoe zij dan gebruik konden maken van deze toiletten. Mijn freewheel moest ik loskoppelen om naar binnen te kunnen gaan. Vind ik op zich niet zo’n probleem, maar er was vervolgens geen enkel droog of schoon stukje vloer waar ik ‘m neer kon zetten. Vervolgens moest ik daarna dus met smerig nat wiel op schoot het toilet uit rollen.

(Soort van) toegankelijke attracties in Drievliet

Uiteindelijk ben ik in de volgende attracties geweest:

  • Jungle river (zo’n boomstam die hard naar beneden gaat en waar je nat van wordt): Ik had later pas door dat ik beter via de uitgang had kunnen gaan. Maar op het moment dat we gingen, was er amper nog een rij en heb ik een stukje gelopen.
  • Chute (foto hierboven rechts): Hier mocht ik via de uitgang naar binnen, terwijl mijn dochter in de rij stond. Zij mocht dan als eerste door het hek, om mij te helpen. Maar op zich kon ik de paar treden wel nemen, omdat er ook een hek naast stond waar ik me aan vast kon houden.
  • Spookmuseum: Hier kon ik naast de rij in- en uitstappen, was een klein opstapje naar het karretje toe. Mijn kinderen stonden in de rij, maar die is hier zo klein, dat ik gewoon met ze kon kletsen. Maar niet echt de moeite waard dat spookmuseum, beetje suf.
  • Formule X: Vergelijkbaar met achtbanen in Walibi, er is een rolstoelhelling bij de uitgang welke je mag gebruiken. Die helling is wel wat smal, zeker met tegenliggers die uit de attractie komen. Mijn kinderen stonden in de rij en ik ben de helling pas op gerold toen ik zag dat ze bijna aan de beurt waren. Bovenaan bleek er toch nog een breder stukje te zijn waar ik kon wachten, maar dat kon ik van onderaf niet zien. Hoewel deze attractie volgens het schema op de website van Drievliet niet aanbevolen wordt, is deze voor mij goed te doen. Juist omdat mijn gammelste stukjes lijf goed klem gezet worden. En het is gewoon een toffe achtbaan.

Zoals je ziet, hebben mijn kinderen steeds alleen in de rij gestaan. Daar zijn ze groot en wijs genoeg voor met hun twaalf en zestien jaar, maar echt gezellig is het niet. En uiteraard hebben zij wèl nog meer attracties bezocht, waarbij ik dan ergens in de schaduw op ze stond te wachten. Waren ze vijf jaar jonger geweest, dan had ik dat echt niet zien zitten.

Beste organisatie van Drievliet…

FUCK YOU!!! Echt, ga je flink schamen. Ik heb nog nooit een pretpark gezien wat zo ontzettend slecht ingesteld is op mensen met een beperking. Ik ga niet naar een pretpark om alleen als kapstok en tassenoppas dienst te doen, ik wil zelf ook een beetje lol hebben met mijn gezin.

Wel even een petje af voor jullie medewerkers, die echt hun best doen om het voor iedereen een leuke dag te maken. Het zou alleen ook een stuk makkelijker gaan als het vooraf al goed geregeld is en zo moeilijk is dat echt niet.

Doe sowieso iets aan die belachelijke websitepagina voor bezoekers met een beperking. Er is een verschil tussen afhankelijk zijn van een begeleider plus rolstoel en rolstoelgebruiker zijn. Maar er is geen verschil in hoeverre de attracties toegankelijk zijn voor deze groepen, dus maak het dan voor elke bezoeker met fysieke beperkingen gratis.

Check meteen even of wat jullie vragen als borg (kopie identiteitsbewijs) voor het lenen van een rolstoel wettelijk gezien wel mag. En of de toiletten wel echt zo toegankelijk zijn als jullie zeggen.

Waarom mag een rolstoelgebruiker maar met één persoon via de uitgang een attractie in? En waarom moet dit een volwassene zijn? Je zal maar (net als in ons geval) met z’n drieën zijn en als rolstoelgebruiker de enige volwassene in het gezelschap.

Die ‘gids’ over toegankelijke attracties mag wel even bijgewerkt worden. Het is nogal een verschil of je met je rolstoel tot naast het karretje kunt komen, of dat je er een complete trap voor op moet. Geen toegang of niet aanbevolen kun je prima aan de bezoeker zelf overlaten om dit te beslissen. Zolang je maar duidelijk aangeeft welke moeilijkheden je tegen kunt komen.

En mocht er dan een goed bijgewerkte gids zijn, dan is het natuurlijk wel zo handig als medewerkers hiervan op de hoogte zijn en/of dat je deze bij de entree meegeeft aan bezoekers.

Die meiden van mij hebben het verder prima naar hun zin gehad. En als zij het leuk hebben, ben ik ook blij. Maar mochten ze nog eens willen, dan zet ik ze wel bij de ingang af. Echt niet dat ik ooit nog mijn tijd, geld of energie aan ga verspillen aan Drievliet.

boek welkom in het rijk der zieken Hanna Bervoets

Ja, zoals gewoonlijk hobbel ik er een beetje achteraan. Natuurlijk had ik allang het interview gelezen waarin schrijfster Hanna Bervoets vertelt over haar chronisch ziek zijn met EDS. En waar ze vertelde over haar nieuwe boek, Welkom in het rijk der zieken. Dat boek wil ik ook lezen, dacht ik toen. Toen Martine een recensie schreef, werd ik er nog nieuwsgieriger naar. Maar ondertussen had ik het boek nog steeds niet aangeschaft.

Dus je snapt dat ik erg blij was toen ik van Leonie een mailtje kreeg dat ik de gelukkige was geworden van de winactie op haar blog Sugarframe en het boek thuis gestuurd zou krijgen!

Nu ben ik vooral een zomervakantielezer als het om romans gaat en hier op mijn blog heb ik het vooral over hulpboeken of boeken over EDS als ik een review schrijf. Verwacht dus geen uitgebreide recensie hier, daarvoor kun je even doorklikken naar Leonie of Martine (in de linkjes hierboven genoemd). Welkom in het rijk der zieken heeft me wel aan het denken gezet en dat wilde ik vooral hier delen.

Het boek: Welkom in het rijk der zieken – Hanna Bervoets

Zoals ik al zei: ik ben een zomervakantielezer. Het hele jaar neem ik amper de tijd om wat te lezen, maar als ik dan eenmaal de tijd heb om te lezen, lees ik een boek ook meteen in een dag uit. Zo ook dit boek. Ik moest er even inkomen met de terugblikken van Clay en de stukken die zich afspelen in het rijk der zieken. Maar toen ik er eenmaal inzat, kon ik het niet meer loslaten.

Clay is de hoofdpersoon in het boek, die na een bezoek aan een kinderboerderij Q-koorts krijgt en hier het Q-koortsvermoeidheidssyndroom aan overhoudt. Hij blikt terug op hoe dit is verlopen, wat het met zijn relatie met zijn vriendin Nora deed, zijn revalidatietraject en momenten met Marla, een vrouw met fibromyalgie die hij bij een therapiegroepje heeft leren kennen. Daarnaast doorloopt hij een zoektocht in het rijk der zieken, een soort parallelle fantasiewereld waar hij begeleid wordt door Susan.

Een stukje dat vooral bij mij blijft nagalmen:

‘… en nu ben jij daar één van: onzichtbaar voor de anderen omdat iedereen naar zichzelf kijkt. Dus zul je nu eerst jezelf moeten redden en dat doe je niet door met je vlaggetje te blijven zwaaien in de hoop dat iets, iemand, een helikopter van boven je op komt halen. Niemand komt je halen, anderen staan zelf te zwaaien of hun zicht wordt hun ontnomen door het gewapper van anderen. Clay, het is tijd om je vlag te laten zakken.’

Herkenbare thema’s voor chronisch zieken

In het boek wordt duidelijk beschreven hoe Clay het hebben van een chronische ziekte ervaart, het altijd pijn hebben, het altijd vermoeid zijn. Wat dit doet met zijn lijf en zijn leven. Ook voor mij met mijn EDS is dit ontzettend herkenbaar. Zelfs de parallelle fantasiewereld komt behoorlijk realistisch over.

Om even een paar herkenbare thema’s te noemen:

  • De zin en onzin van het revalideren en de betrokken hulpverleners hierbij.
  • Hoop en wanhoop bij het weer iets proberen om ‘beter’ te worden.
  • Hoe de omgeving reageert op jouw ziekzijn.
  • De bureaucratie waar je afhankelijk van bent als je ziek bent.
  • Je zieke lijf als last zien die je mee moet dragen.
  • Contacten met lotgenoten (onder andere via een forum).
  • Het vergelijken van diagnoses: wie heeft het erger?

En er zijn er vast nog veel meer. Het is beschreven zoals ik het ook vaak ervaar of ervaren heb. Geen verhaal met een happy end. Of misschien wel, het is maar net hoe je het leest.

Het rijk der zieken versus het rijk der gezonden

‘Illness is the night-side of life, a more onerous citizenship. Everyone who is born holds dual citizenship, in the kingdom of the well and in the kingdom of the sick. Although we all prefer to use only the good passport, sooner or later each of us is obliged, at least for a spell, to identify ourselves as citizens of that other place.’

Dit is waar Susan Sontag haar essay ‘Illness as metaphore’ mee begint en waar Hanna Bervoets het idee van het rijk der zieken vandaan heeft. De Susan die Clay begeleid in de fantasiewereld, is ook deze Susan Sontag.

Welkom in het rijk der zieken kun je zien als een welkom naar Clay, die nooit meer beter wordt en voor altijd in dit rijk mag blijven. Maar ik zie het boek ook als een welkom naar mensen uit het rijk der gezonden, om kennis te maken hoe het in het rijk der zieken is.

Ik ben dan ook ontzettend benieuwd naar hoe anderen dit boek lezen, de niet-chronisch-zieken. En hoe mensen in mijn naaste omgeving mij zien vergeleken met Clay. Ik ben ook niet altijd een gezellig persoon, Clay ook zeker niet. Maar snappen ze door het lezen van dit boek dan beter waar het vandaan komt? Of überhaupt waar ik sta in mijn zoektocht?

Dit artikel bevat affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de link naar het boek klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

boeken EDS

Het nadeel van het hebben van een zeldzame aandoening als Ehlers Danlos Syndromen, is dat er maar weinig over in boeken te vinden is. Nu kun je op website wel het één en ander vinden, maar soms is een boek in je handen ook wel fijn. In de loop van de jaren heb ik mijn boekenkast aangevuld met boeken waar ik met mijn hEDS wel baat bij heb gehad. Niet allemaal over EDS zelf, maar nog steeds nuttig hierbij.

1. Understanding hypermobile Ehlers-Danlos Syndrome and Hypermobility Spectrum Disorder – Claire Smith

Als je maar één boek wil aanschaffen waar echt bijna alles in staat wat je maar kunt bedenken als het gaat om hEDS, dan moet je deze aanschaffen. Een overzichtelijk en compleet boek, wel in het Engels, maar ik vond het goed leesbaar.

Na het lezen van dit boek weet je wat EDS en HSD inhouden, wat hier vaak bij voorkomt aan klachten en wat je hieraan kunt doen. Hier en daar is het wel wat gericht op het Britse systeem, maar daar valt wel doorheen te kijken.

Lees de uitgebreide review over Understanding hEDS and HSD.

2. Ehlers Danlos Syndrome: A multidisciplinairy approach – J.W.G. Jacobs e.a.

Ok, dit is dan meteen een boek wat niet letterlijk in mijn boekenkast staat, maar gratis te downloaden is als e-book. Maar je zou ‘m natuurlijk uit kunnen printen en alsnog in je kast kunnen zetten.

Ook dit is een Engelstalig boek en enorm uitgebreid. Geen vrolijk beeld wat gegeven wordt over EDS, maar allerlei pittige casussen en duidelijke foto’s over wat hierbij voor kan komen.

Naast de algemene informatie over Ehlers Danlossyndromen, wordt er ook gesproken over welzijn, ethiek en behandelingen.

Lees de uitgebreide review over EDS: a multidisciplinary appraoch.

3. Living life to the fullest with Ehlers-Danlos Syndrome – Kevin Muldowney

Dit boek is volledig gericht op fysiotherapeutische behandeling van EDS. Daarbij is er steeds een stuk geschreven gericht op de persoon met EDS en een stuk gericht op de fysiotherapeut. De opbouw van deze oefeningen wordt ook wel het Muldowney protocol genoemd. Er wordt gestart bij de basis (SI-gewricht) en van daaruit steeds verder opgebouwd in levels.

De lay-out van het boek is een beetje simpel: zwart-witfoto’s, grote regelafstand en juist weer weinig gebruik gemaakt van alinea’s. Maar goed, het gaat om de inhoud en de oefeningen en foto’s laten goed zien hoe je hieraan kunt werken.

Zelf heb ik dit niet met mijn fysiotherapeut gebruikt. Ik hoopte dat het een aanvulling zou zijn, maar het meeste had ik allemaal al eens met mijn fysiotherapeut aangepakt. Ook met de juiste opbouw, als ik het nu teruglees, dus dat is op zich wel een fijne bevestiging dat ik het goed heb aangepakt.

Ik zou het wel aanraden om hier samen met een fysiotherapeut naar te kijken, zeker als je nog niet zoveel aan fysio-oefeningen gedaan hebt.

4. Our stories of strength – Kendra Neilsen Myles & Mysti Reutlinger

In dit boek zijn verhalen van verschillende EDS’ers verzameld, van over de hele wereld. Het is weliswaar wel uitgegeven in de VS en er zit een aardig Amerikaans sausje overheen. Daar kan je wel of niet van houden, maar op zich geeft het nog steeds een goed beeld over hoe divers EDS zich kan uiten bij verschillende mensen.

Het is geschreven om te laten zien wat een impact EDS heeft op iemands leven, maar ook hoe die mensen hier hun weg in hebben gevonden.

Helaas wordt het boek niet meer verkocht na een soap tussen de redacteuren. Ik had zelf twee exemplaren, waarvan één bedoeld was om uit te lenen aan lotgenoten. Mocht iemand in mijn uitleenexemplaar geïnteresseerd zijn, laat het even weten, dan ga ik eens kijken waar dat boek uithangt.

Lees hier mijn verhaal wat ik heb ingestuurd voor Our stories of strength: Deel 1 en deel 2 (het gedeelte wat in het boek eruit geknipt is). Maar dan gewoon in het Nederlands geschreven.

5. De pijn de baas – dr. Frits Winter

Veel gebruikt in revalidatietrajecten, waar het gehaat of geprezen wordt door lotgenoten. Hoewel er nuttige dingen in staan, zoals de salamitechniek, ben ik er geen fan van. Ik bladerde er net weer doorheen en aan de bon als boekenlegger te zien, ben ik in negen jaar tijd niet verder dan de helft gekomen. Voor mij is het vooral de schrijfstijl van de auteur die me irriteert.

Maar omdat ik van anderen nog weleens hoor dat zij wel veel aan dit boek gehad hebben, wilde ik het toch genoemd hebben. En veel ervan heb ik tijdens mijn revalidatie ook al doorgelopen. Er staat bijvoorbeeld beschreven hoe overbelasting voor meer pijn kan zorgen en hoe je dit kunt veranderen door ook je gedrag, gevoel en levensstijl te veranderen.

Niet heel specifiek gericht op EDS, maar wel op pijnproblematiek, die er eigenlijk altijd wel ik bij EDS.

6. Leven met pijn – Martine Vreehof e.a.

Nog een boek wat gericht is op chronische pijn en hoe dit te aanvaarden. Hierbij kon ik de schrijfstijl beter hebben, alhoewel sommige metaforen en mindfulness-oefeningen me op een gegeven moment de neus uitkwamen. Behalve mindfulness is het gebaseerd op Acceptance and Commitment Therapy.

Het gaat er in dit boek niet om om de pijn te verminderen, maar om ondanks de pijn toch een gelukkig leven te kunnen leiden.

Fijn aan een boek als dit is dat je het in je eigen tempo kunt doorwerken. Maar werken is dan ook wel wat je ermee moet doen. Met alleen lezen verander je nog niet veel.

Lees hier een overzicht van alle hoofdstukken uit Leven met pijn en hoe ik hieraan gewerkt heb.

7. Ja dokter, nee dokter – Anne-Marie de Ruiter

Wat een verademing is dit boek tussen alle andere boeken die ik hiervoor noemde! Prachtig vormgegeven, een fijne schrijfstijl en opbouw.

De auteur neemt je mee in haar weg tot een diagnose langs allerlei specialisten en instanties. En wat zij daarvan geleerd heeft, geeft ze meteen in handige tips door. Heel herkenbaar allemaal, ook al wordt ook hier niet zozeer de nadruk op EDS gelegd. Wat Anne-Marie beschrijft, zal voor veel EDS’ers bekend voorkomen.

Lees de review over Ja dokter, nee dokter.

Bovenstaand productoverzicht bevat affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

En mocht je zelf een aanvulling hebben voor deze boekenlijst, dan lees ik dat graag terug in de reacties!

beterschap kaarten chronisch ziek

Het viel me pas weer op, we hebben een hoop zieken in het docententeam op mijn werk. En niet even een griepje, nee, ook ernstigere ziektes waarvan het nog maar de vraag is of ze ooit beter worden. En dan komt er weer een kaartje langs in de docentenkamer, of je er even wat op wil schrijven. Maar wat moet je op zo’n kaartje schrijven? Wat als iemand nooit meer beter gaat worden? Of soms weet ik niet eens wat er precies speelt bij een collega die ziek thuis zit.

Ook bij vriendinnen en lotgenoten zie ik dat ze soms de ene na de andere tegenslag te verwerken krijgen. Ik zou ze zo graag willen steunen, maar kan de woorden niet vinden. Dan is het fijn dat er kaarten zijn, gemaakt door mensen die zelf weten hoe het is om nooit meer ‘beter’ te worden. Zo’n kaartje spreekt al voor zich.

Zelf zou ik er in ieder geval erg blij van worden als iemand de moeite heeft genomen om zo’n kaart voor mij uit te zoeken en op te sturen. (Ja hoor collega’s, dit is zo’n niet zo stille hint: ik zit inmiddels ook alweer bijna tien maanden deels ziek thuis! 😉 )

Steuntje in de rug-kaarten van A-typist

Anne volg ik al een aardig poosje op haar blog A-typist. Zij is zelfstandig ondernemer met een beperking en schrijft hierover. Vooral haar artikelen over autisme vind ik erg interessant om te lezen. Hierbij gebruikt ze niet alleen haar eigen ervaringen, maar schrijft ze ook over boeken en films over dit onderwerp.

En vanuit haar eigen ervaringen en kwaliteiten heeft ze een setje kaarten gemaakt, juist voor mensen die chronisch, psychisch of ongeneeslijk ziek zijn. Want in die gevallen dekt ‘beterschap’ niet echt de lading. En eerlijk gezegd wil je dat ook niet horen als je weet dat je nooit meer beter wordt.

De kaarten hebben een foto van een bloem, een lichtgroene of lichtblauwe achtergrond en hebben een korte tekst, zoals: ‘Ik denk aan je’ en ‘Knuffel!’ Het zijn enkele kaarten, maar omdat er een envelop bij zit, is er genoeg ruimte om op de hele achterkant van de kaart te schrijven. Niet dat ik daar zo goed in ben… Hier een blog vol tikken, gaat me aardig af. Maar de juiste woorden vinden om een ander te steunen of troosten, daar ben ik niet zo goed in. Toch is het gebaar van zo’n goed uitgekozen kaartje vaak ook al genoeg.

De kaarten zijn via Bol.com te koop voor €8,99. Je krijgt dan vijf kaarten met envelop.

X-tien kaarten

Martine is ondanks haar EDS een bezig bijtje. Ze schrijft blogs onder de naam Welkom in de wereld van een kneus, heeft met een paar andere dames de stichting Facing EDS opgericht en ze schrijft dus ook nog gedichten die ze gebundeld in boekjes of los als kaarten verkoopt.

Deze kaarten zijn ook erg geschikt om te sturen aan iemand die chronisch ziek is, om hem of haar tot steun te zijn. Met de zwarte achtergrond en witte tekst geven ze een hele andere indruk dan de kaarten van A-typist. Hier draait het vooral om de tekst van het gedicht op de kaart en zijn hierdoor wel wat specifieker op iets gericht. Maar juist dan is het fijn als je zelf de woorden niet kunt bedenken, dat een ander dat al heeft gedaan.

Martine verkoopt haar kaarten via haar website X-tien voor €1,00 per stuk, zes voor €5,00 of negen voor €7,50. Ook dit zijn enkele kaarten, maar zonder envelop, wel adresregels op de kaart zelf.

Dit is geen gesponsord artikel, ik vind gewoon dat deze dames hele mooie en nuttige kaarten gecreëerd hebben. De link naar Bol is wel een affiliate link, wat wil zeggen dat ik een klein percentage krijg als je op die link klikt en daar iets koopt. Zonder dat het jou wat extra kost uiteraard.

De kaarten van A-typist heb ik gewonnen door een berichtje te retweeten en die van X-tien heb ik gekregen bij een gedichtenbundel die ik ooit bij haar gekocht heb.

EDS a multidisciplinary approach ebook review

Via de Vereniging voor Ehlers Danlos Patiënten werd ik getipt dat er een ‘oud’ boek over EDS in een nieuw jasje is gestoken. In 2005 werd dit boek in het Nederlands uitgegeven. Inmiddels is er alweer een hoop gebeurd, nieuwe nosologie enzo. En dus is dit boek bijgewerkt en opnieuw uitgegeven, ook als gratis ebook. Alleen dit keer in het Engels, om een grotere groep te bereiken en zo nog meer bekendheid te geven aan het hoe en wat van EDS.

Ehlers-Danlos Syndrome: a Multidisciplinary Approach

Het boek is gratis te downloaden als ebook, of je kunt een hardcopy kopen voor €108. Dat is best een hoop geld, dus ik ging voor het ebook. Via de link naar IOS Press kun je het ebook downloaden door op de groene knop ‘Download complete PDF’ te klikken. Dat kan even duren, want het is best een aardig bestand met zo’n 370 pagina’s.

Al die pagina’s zijn opgedeeld in 24 hoofdstukken. Hier wordt onder andere ingegaan op:

  • Geschiedenis van EDS
  • Classificatie en nosologie
  • Testen en differentieel diagnoses
  • Verschillende syndromen binnen EDS
  • Complicaties bij EDS (orthopedisch, gastro-intestinaal, cardiologisch, neurologisch, enzovoort)
  • Ethiek en welzijn
  • Behandelingen/therapie

Bij deze (en meer) onderwerpen wordt verwezen naar onderzoeken waar de informatie vandaan komt en soms doorverwezen naar waar er meer informatie te vinden is. Er worden verschillende casussen beschreven om het geheel te illustreren. En over illustreren gesproken, er zitten ook een aantal foto’s bij. Geen suffe stockfoto’s, maar foto’s die behoorlijk duidelijk laten zien wat je bij EDS kunt tegenkomen.

Wel of geen aanrader?

Het boek is gericht op professionals, maar ook op patiënten die het gewend zijn om medische stukken te lezen. Ik vond het goed te volgen, maar lees wel vaker Engelstalige artikelen over EDS.

Vergeleken met het boek ‘Understanding hEDS and HSD‘ geven ze allebei gelijksoortige informatie. En ik ga ervan uit dat ook dit boek de meest recente en kloppende informatie bevat, het is niet voor niets herzien. Als je geld wil besparen, is het ebook ‘EDS: a Multidisciplinary Approach’ dan ook een goede keuze.

Zelf vind ik een gewoon boek wat prettiger in gebruik. Ik heb geen e-reader, dus zit op mijn laptop door al die pagina’s te scrollen en dat is gewoon niet zo praktisch. Zeker als je alleen maar een bepaald onderwerp wilt opzoeken, de inhoudsopgave is niet ‘klikbaar’.

Persoonlijk vind ik het geen aanrader om meteen van A tot Z door te lezen. Zeker niet als je nog maar net een diagnose hebt, of hiernaar op zoek bent. Het is goed om te beseffen dat alles wat beschreven wordt, niet per se bij iedereen met EDS voorkomt. Ja, EDS kan behoorlijk pittig zijn, sommige gevallen ernstiger dan anderen. Maar het hoeft niet bij iedereen zo te lopen.

Ook qua welzijn wordt er een behoorlijk pessimistisch beeld beschreven. Ook dat komt zeker wel voor bij mensen met EDS, maar zelf ervaar ik het gelukkig anders.

Maar om zo nu en dan wat informatie op te zoeken, is het zeker een aanrader om dit ebook te downloaden.

Heb jij dit ebook ook al gedownload of ben je dit van plan? Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt!

Kunsthal Viktor & Rolf

Tja, wat moet je toch met die ontzettend warme dagen? Gewoon lekker een ochtendje naar een museum! In de koelte van de airco naar mooie dingen kijken. En ik kreeg zowaar mijn twee dochters (van 11 en 15 jaar) mee.

Wat is er te zien in de Kunsthal?

De Kunsthal bestaat uit verschillende hallen waar steeds wisselende tentoonstellingen zijn. Die lopen niet allemaal gelijk op, dus voor de meest actuele info is het handig om even op de website van de Kunsthal te kijken. Ik ging vooral voor de tentoonstelling van Viktor&Rolf: Fashion Artists 25 years. Die had ik bij Dailyspoonie voorbij zien komen en aangezien mode wel iets is wat me interesseert, moest ik hier wel heen gaan. De laatste keer dat ik in de Kunsthal was, was er een tentoonstelling van Jean Paul Gaultier en die vond ik ook erg mooi om te zien.

Van de 25 jaar dat Viktor en Rolf een ontwerpduo zijn, zijn verschillende prachtige ontwerpen tentoongesteld. Ik vond vooral de ontwerpen samen met de miniversie op de porseleinen poppen erg indrukwekkend. Zoveel werk dat erin zit… En hoe blijft het ook zo zitten, met die happen uit de tule rokken?

Een andere grote tentoonstelling is die van All you can Art 3. Als je hier rondloopt, is het net of je in ateliers van kunstenaars bent. Er zijn mensen aan het werk en er ligt overal werk wat half af is en voorraden met materialen. Eén van de kunstenaars legde uit dat het de bedoeling was om ook zelf mee te doen. Hartstikke leuk idee, maar wij voelden ons niet heel erg geroepen. Misschien omdat het ook een beetje lastig te onderscheiden was wat nu wel echt een kunstwerk was en waar je als bezoeker een bijdrage aan mocht leveren.

all you can art 3 kunsthal 

Verder was er in een kleinere hal een fototentoonstelling Eli Dijkers – Chinese reis en De donkere kant van Dick Bruna, waarbij er allemaal boekomslagen van de pocketreeks de Zwarte Beertjes te zien waren.

Leuk voor kinderen?

Ik kan me nog herinneren dat ik vijf jaar geleden ook mijn meiden had meegenomen. Toen moest ik ze er regelmatig op wijzen dat ze er alleen naar mochten kijken en niet met hun handen aan mochten komen. Gelukkig snappen ze dat inmiddels een stuk beter en konden ze al het moois ook waarderen door er alleen naar te kijken.

Bij de tentoonstelling van Viktor&Rolf is er ook een klein atelier voor kinderen waar ze iets van papier kunnen maken. En daar lag ook een boek met allerlei tekenopdrachtjes gekoppeld aan hun ontwerpen. Of het er alleen ter inzage lag, of dat er ook in getekend mocht worden, was niet zo duidelijk. Maar wel een prachtig boek om kinderen (of eigenlijk ook wel volwassenen) lekker creatief bezig te laten zijn.

Ik denk dat Al you can art 3 ook erg leuk voor kinderen kan zijn. Maar toen wij er waren, was het vrij rustig en kwamen de verschillende hoeken niet erg uitnodigend over om er iets te gaan doen. Behalve bij de kunstenaar die ons aansprak dan. Maar verder waren niet alle kunstenaars aanwezig, of gingen ze helemaal op in hun werk en hadden geen aandacht voor ons.

Een fijne meevaller is trouwens dat kinderen tot en met 17 jaar gewoon gratis zijn! Dat vond ik toch wel bijzonder, zeker omdat het met tieners toch echt wel goed vol te houden is om er een poos rond te struinen.

viktor&rolf kunsthal  

Toegankelijkheid Kunsthal

We waren expres lekker vroeg gegaan, om de hitte een beetje voor te zijn. En ook in de hoop een plekje te hebben op één van de gehandicaptenparkeerplaatsen. En dat was gelukt. Er zijn beneden aan de Westzeedijk een aantal parkeerplaatsen, waaronder twee gehandicaptenparkeerplaatsen. Maar bovenaan de Westzeedijk zijn er nog twee, dan sta je alleen wel meteen naast de drukke weg. En uiteraard is er dan nog de parkeergarage Museumpark, maar dan moet je nog wel het park door om bij de Kunsthal te komen.

Er zijn in elke hal wel suppoosten die je de beste route kunnen wijzen. Of om een deur voor je te openen, zoals bij de tentoonstelling van Viktor&Rolf. Waarom die deur niet standaard open staat, vraag ik me wel af. Want andere bezoekers moeten dus een trappetje op en af om op hetzelfde punt uit te komen.

Verder kun je met de liften in bijna alle hallen komen. Alleen hal 6 niet, omdat die halverwege een schuine helling/trap zit. Met wat hulp zou je er wel kunnen komen, maar ik vond de helling iets te heftig om mijn kinderen hierbij te laten helpen met afremmen. En ik ben te eigenwijs om het aan een suppoost te vragen, maar denk dat die anders wel had willen helpen.

De tafels met glasplaat waaronder de Zwarte Beertjes boekomslagen lagen, waren vrij hoog. Ik kon het wel zien, maar zat vaak tegen de spiegeling van het licht te kijken.

Tot slot nog het invalidentoilet gebruikt en deze is wat mij betreft goedgekeurd hoor. De spiegel van vloer tot plafond valt enorm op. Je kunt dus fijn naar jezelf kijken als je je plasje doet.

Ik vond het een bijzonder geslaagd uitje met mijn meiden, die Kunsthal. Ben jij er weleens geweest?

kleurtje in haar haarverf

Als zestienjarige liep ik al stage in het onderwijs. Dit was halverwege de jaren ’90 en ik weet zeker dat haarverf al flink wat eerder is uitgevonden. Alleen toen een kleuter op haar tekening een vrouw mooi paars haar had gegeven, kreeg ze van de juf de opmerking: ‘Nee joh, paars haar bestaat toch niet?! Begin maar overnieuw.’

Ik was in shock. Niet heel lang voordat ik daar stage liep, had ik nog plukken paars en rood in mijn haar. En het was toch echt wel echt.

Maar goed, de boodschap had ik begrepen: in het onderwijs moet je niet al te gek doen qua uiterlijk. Ook toen ik een aantal jaren later toch weer het onderwijs in ging, moest ik mijn lippiercing uit doen. Dat doe ik inmiddels alweer achttien jaar bijna dagelijks.

En daarmee is meteen de gewoonte begonnen om in de vakanties af en toe een leuk kleurtje in mijn haar te gooien.

Knalrood haar

Rood is voor mij de makkelijkste kleur. Eigenlijk vooral omdat het er zo snel uit is. Ik hou er namelijk niet zo van dat je het verven bij moet gaan houden. Met de hoeveelheid grijze haren die ik inmiddels heb, springen die er nog meer uit als ik uitgroei heb. En het rode is meestal al vervaagd voor je de uitgroei ziet.

Als ik al mijn haar verf, zoals hier op de eerste foto, laat ik het wel het liefst door een kapper doen. Dan weet ik zeker dat de achterkant er ook goed uitziet. Hier had ik niet alleen mijn haar knalrood geverfd, maar ook een deel van de zijkant flink kort geknipt. Net niet geschoren hoor, maar meer dan een centimeter was het niet. Ik vond het zelf wel leuk toen, maar was één van de weinigen, haha!

Onderkant een ander kleurtje

Een paar jaar geleden had ik de onderkant van mijn haar geblondeerd, zodat ik daar wat lekker gekke kleurtjes in kon doen. Voordeel hiervan is dat je de uitgroei niet ziet, omdat het andere haar eroverheen valt. En toen na de vakantie de kleur er nog niet uit was, ben ik er toch maar gewoon mee naar mijn werk gegaan. De meesten viel het niet eens op en van de anderen kreeg ik vooral positieve reacties.

Ik had mijn haar in laagjes en zo stak er net een laagje kleur aan de achterkant onderuit. Eigenlijk had ik al een beetje besloten dat ik mijn haar nooit meer ga blonderen, maar als ik deze foto’s terugzie, vind ik dit toch wel heel erg leuk. En omdat het maar een klein deel van mijn haar was, had ik toen niet zoveel last van dat droge touwhaar als nu.

Uitgroei in een ander kleurtje

In september had ik mijn haar geblondeerd (highlights was de bedoeling, maar uiteindelijk werd het iets meer dan dat). Toen iets van zilverblond erin, maar dat ging er al vrij snel uit. Zoveel blonderen ga ik echt nooit meer doen, het werd echt touw. En ik was dus enorm blij toen ik weer naar de kapper geweest was en er laagjes in had laten knippen.

Nu is het redelijk te doen om er met een borstel doorheen te gaan. Dus vond ik dat er ook wel weer een kleurtje in kon.

Rood met een beetje roze erdoor was afgelopen meivakantie. Het blauwgroenige een weekendje tussendoor. Dat had ik vooral voor mijn optreden op de Shimmy Shake gedaan, maar op de foto’s zie je daar niet veel van terug. En nu deze zomervakantie dus een beetje lila. En wie weet wat er nog komt, deze kleur blijft niet zo lang zitten en de vakantie duurt nog wel even.

Favoriete haarverf

Stargazer Azurblue (tweede foto) pakt wel echt alleen op geblondeerd haar, maar blijft dan best een poos zitten. En dan heb ik het natuurlijk niet over maanden, maar wel een paar weken. En eigenlijk vind ik de kleur ook erg mooi als het wat aan het vervagen is. Dan wordt het meer babyblauw.

Directions is toch wel mijn echte favoriet. Ook omdat het in een potje zit, zo kun je precies zien hoeveel je nog hebt en het gemakkelijk een volgende keer weer gebruiken. Op de derde foto heb ik alleen de kleur Cerise, op de vierde een mix van Cerise en Vermillion Red. Vermillion Red vond ik op zichzelf staand niet zo’n sprekende kleur. In mijn dochters (donkerblonde/bruine) haar stond het wel leuk en uiteindelijk heb ik het gemixt met Cerise (zie vierde foto) om de restjes in mijn eigen haar te kunnen gebruiken. Voordeel van Directions vind ik dat je niet per se geblondeerd haar hoeft te hebben. Natuurlijk is het effect wel anders op donkerder haar, maar zeker met de rode/paarse tinten is dat best mooi.

L’Oréal Colorista Washout Pastel Aqua (vijfde foto) kwam er om één of andere reden iets groeniger uit dan de bedoeling was. Maar nog steeds een mooie kleur. Deze houdt een paar wasbeurten en ik had verwacht dat je er dan na een weekendje niet zo heel veel meer van zou zien. Maar het was nog best zichtbaar toen ik ermee naar mijn werk ging.

L’Oréal Colorista Washout Pastel Purple (zesde foto) is een wat grijzige paars. Ook mooi, maar de kleur is na één keer wassen al een flink stuk grauwer dan wat je op de foto ziet.

Haarverf flops

Renbow Craxy Color Ice Mauve is wel een hele mooie kleur. Niet te opvallend, maar juist wat zilverachtig met een roze gloed. Alleen is dit echt na één keer wassen helemaal verdwenen. Misschien leuk als je net even iets anders wil uitproberen en er niet meteen een paar weken aan vast wil zitten.

L’Oréal Colorista Spray is maar voor één dan bedoeld, dus daar hoef je sowieso niet heel veel van te verwachten. Het maakt je haar echt heel droog. Ideaal als je je haar wil touperen en het niet erg vind als je kleding ook meteen onder de glitterspray zit. Misschien leuk voor een themafeestje ofzo? Maar niks voor mij dus. Ik wil mijn haar gewoon zoals altijd kunnen dragen en hier krijg je echt touwhaar van. En als je dan denkt: ik borstel het wel even glad, dan borstel je dus alles er weer uit.

 

Hieronder kun je zowel de tops als flops vinden qua haarverf. Maar zeker als je zelf nog geen favoriet hebt gevonden, is het wel een tip om af en toe bij je drogist te kijken wat er in de aanbieding is. Ik kocht mijn haarverf meestal wanneer het 1 + 1 gratis was. Alleen Directions kun je niet overal kopen, maar Haarimport heeft vaak ook een goede prijs hiervoor.

Welke kleur vind jij het leukst? Zou jij je haar ook weleens in zo’n kleurtje willen hebben?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

LPRD leggings

Net zo goed als dat ik wel van een printje hou als het gaat om jurkjes, vind ik een printje op een sportlegging ook altijd wel gezellig staan. De sportleggings van H&M staan bij mij al een poos op nummer 1, maar nu kreeg ik een mooie van LPRD ter review aangeboden. Een mooie kans om ze eens te vergelijken.

Custom made LPRD leggings

De sportleggings van LPRD worden niet ergens ver weg in een fabriek gemaakt, maar gewoon in Amsterdam. En met de verschillende keuzemogelijkheden kunnen ze een legging voor jou helemaal naar wens maken. Met of zonder ritsvakje of bandje onder de enkel langs. Ik koos voor zonder, maar wel met een extra breed elastiek in de taille.

Wat alle leggings van LPRD met elkaar gemeen hebben, is de luipaardprint. Of nou ja, er is ook wel een zwarte effen variant. Maar verder dus een wat natuurgetrouwe luipaardprint, een fel roze/oranje en een donkerblauwe. De legging die ik mocht reviewen is de donkerblauwe: een midnight leopard print sportlegging.

En hoe leuk is dat, ze hebben een filmpje gemaakt van hoe ze mijn legging gemaakt hebben!

Verschil met de sportlegging van H&M

Zowel de sportlegging van LPRD als die van H&M heb ik in XL en bij beiden ben ik tevreden over de pasvorm. Ze sluiten mooi aan, zijn lang genoeg en de taille zit hoog genoeg. Wat dan wel de verschillen zijn?

  • Stof: die van H&M is wat dikker, stugger, matter. En die van LPRD is heel dun en behoorlijk glad. Er zit ook een kaartje bij waar nog meer eigenschappen van de stof op staan. Zoals dat het van gerecyclede vezels is gemaakt, UV bescherming biedt en tegen chloor en zonnecrème kan.
  • Tailleband: Bij LPRD heb ik voor een breed zwart elastiek gekozen, maar je hebt ook smaller elastiek. Bij de sportleggings van H&M bestaat de tailleband uit drie lagen stof (geen elastiek dus), waarvan er één wat steviger is. Op zich vind ik ze allebei wel fijn, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de wat zachtere tailleband van H&M.
  • Zakje: LPRD heeft de optie om op de achterkant een ritsvakje te plaatsen. H&M heeft een klein zakje aan de binnenkant van de legging aan de tailleband. Beiden gebruik ik niet, dus dan is het fijn dat die optie ook weggelaten kan worden bij LPRD.
  • Prijs: Voor duurzame, custom made leggings van goede kwaliteit betaal je uiteraard wat meer. LPRD vraagt €110 – €125 voor een sportlegging en H&M €19,95.

LPRD vs H&M sportlegging

Fietsen, dansen en fitnessen

Wanneer ik op mijn driewielligfiets rijd, draag ik eigenlijk altijd wel een legging. Ik heb het één keer gehad dat ik een gewone broek droeg, tussen de ketting kwam, mijn broek kapot en vies was en mijn ketting eraf lag.

Wat dat betreft is de sportlegging met midnight leopard print ideaal. Sowieso komt die tijdens het fietsen natuurlijk niet tegen de ketting aan. Maar mocht het bij het afstappen per ongeluk gebeuren, dan valt een vlekje meer niet op.

En de dunne stof is erg fijn bij het fietsen, zeker als de temperatuur wat oploopt. Je kan je warmte goed kwijt en hoeft niet bang te zijn dat je verbrandt door de zon.

Voor het dansen wat ik doe, is de stof misschien net iets te glad. Niet dat ik ermee uit mijn dansrolstoel glij, zo erg is het ook weer niet. Maar andere dansers moeten wel goed grip hebben op mijn benen. Ik kan me overigens wel voorstellen dat het gladde in je voordeel werkt als je veel over de grond rolt bij het dansen. Maar in mijn geval rol ik dus vooral met mijn wielen tijdens het dansen.

Maar behalve dat fietsen en dansen, gebruik ik de legging ook bij het fitnessen. En ook daar bevalt hij prima. Hij zakt niet af, knelt niet en ik kan alle bewegingen maken die nodig zijn op die fitnessapparaten.LPRD sportlegging midnight leopard driewielligfiets

Eindconclusie: wel of niet een nieuwe favoriet?

De kwaliteit van de stof en hoe de leggings in elkaar gezet zijn, vind ik dik in orde. Ik ben er ook erg over te spreken dat ze niet ergens in Bangladesh onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden gemaakt worden. En het bedrijf heeft een hele specifieke keuze gemaakt in de verschillende modellen en stoffen die ze leveren. Je ziet in alles terug dat ze volledig achter hun product staan en dat vind ik mooi om te zien.

Maar of ik meer leggings van LPRD zou willen? Ik ben bang dat ik daarvoor iets te weinig van luipaardprintjes houd. Deze donkerblauwe vind ik erg leuk, maar daar hoef ik er niet een kast vol van te hebben. Ik vroeg me in eerste instantie ook af of er wel een markt voor was om alleen sportkleding met deze print aan te bieden. Maar toen ik in de sportschool eens om me heen keek, kwam ik daarop terug. Er zijn echt wel heel veel luipaardprintliefhebbers!

Mochten ze overstappen op andere soorten stoffen en prints, dan zou ik er zeker nog eens terugkomen!

Dit artikel is tot stand gekomen door middel van een samenwerking met LPRD. De legging heb ik gekregen ter review, maar dit heeft mijn mening verder niet beïnvloed.

hulpboeken zelfhulpboeken ja dokter nee dokter de edele kunst van not giving a fuck

Zo af en toe lees ik nog weleens een boek. Om me te informeren of inspireren of om te ontspannen en mee te gaan in een verhaal. Zelfhulpboeken hebben een bepaalde aantrekkingskracht. Wil niet iedereen vooruit komen in het leven?

Maar juist in dat genre ligt er maar een flinterdunne grens tussen een geweldig boek en bagger. Alhoewel dat natuurlijk erg subjectief is. Deze twee boeken zijn volgens mijn subjectieve mening heel goed te doen!

Ja dokter, nee dokter

Hoe ik mijn weg vond in de zorg, door Anne-Marie de Ruiter

Een lekker klein, licht, vrolijk en fris boekje vol columns en tips vanuit de ervaringen van de schrijfster.

Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd. Onder het kopje ‘Zo ging het’ vertelt Anne-Marie over één van haar ervaringen in de zorg. Vervolgens vertelt ze ‘Met de kennis van nu’ wat haar inzichten of voornemens zijn en welke tips ze heeft met betrekking tot dit onderwerp. Die onderwerpen variëren van een bezoek aan de huisarts tot het geven van feedback aan een zorgverlener.

Tot slot staan er een aantal invulbladen waar je zelf mee aan de slag kunt.

De columns vond ik erg herkenbaar om te lezen. En al lezende loop je met Anne-Marie mee tot aan de diagnose, waarbij ik zoiets had van: zie je, ik wist het wel! Maar ongeacht naar welke diagnose jouw weg in de zorg loopt, denk ik dat het voor veel mensen herkenbaar geschreven is.

Ik zou het boek zeker aanraden aan mensen die nog aan het begin van hun traject staan. Zo handig dat de schrijfster al haar ervaringen en tips heeft beschreven, hoef je het wiel niet opnieuw uit te vinden. Maar ook voor de meer ervaren altijd-wat-mensen is het boek bruikbaar. Om weer even te focussen op een naderend bezoek aan een zorgverlener of om meer inzicht te krijgen in je eigen aanpak en die van een ander.

Deze review was al eerder (en iets uitgebreider) te lezen in het VED-magazine.

De edele kunst van not giving a fuck

De tegendraadse aanpak voor een goed leven, door Mark Manson

Misschien een teleurstelling, maar dit boek schrijft je niet voor om nergens meer een fuck om te geven. Nee, daar ga je je echt niet beter door voelen. Maar het is juist de kunst om keuzes te maken: waar geef je wel een fuck om? En de rest, dat is dus minder belangrijk.

Behalve over zijn eigen ervaringen schrijft Mark ook over bekende en minder bekende mensen. Welke keuzes zij maakten en waar dat toe leidde. En zo komen er verschillende thema’s langs. Geluk, worstelingen, uitzonderlijkheid, waarden, verantwoordelijkheid, overtuigingen, falen, nee zeggen, enzovoort.

Het komt er eigenlijk op neer dat wanneer je kiest waarvoor je wèl wil gaan, dat het de moeite waard is om voor te vechten.

Het boek leest lekker weg en ook hier zitten veel herkenbare stukken in. Waar ik me soms toch wel een beetje aan irriteerde, want dan dacht ik: ‘Hé, dat heb je helemaal niet zelf bedacht! Die theorie komt van een ander en dan mag je die best benoemen.’ Misschien is het dat ik een APA-tic heb opgelopen toen ik tijdens mijn studie alles netjes moest verwijzen. Niet dat ik vind dat alles maar volgens APA-normen verwezen moet worden, maar het is wel zo netjes om anderen te benoemen als je gebruik maakt van hun theorieën.

Maar beter goed gejat dan slecht verzonnen en ik moet toegeven dat hij alles mooi gecombineerd heeft tot één geheel. En waar je zeker wat aan hebt als je je wat bewuster wordt waar je wel of geen fuck om wil geven.

Zo’n boek schrijven, kan ik dat ook?

Deze twee boeken las ik toevallig vlak achter elkaar, eigenlijk alweer een poosje geleden. En na het lezen bleef ik er een beetje over door malen: zou het niet wat voor mij zijn, om zo’n soort boek te schrijven? Hier op mijn blog schrijf ik ook weleens over hoe ik het aanpak om met mijn EDS het beste uit het leven te halen. Vanuit mijn eigen ervaringen, adviezen van specialisten, maar ook vanuit theorieën die ik in mijn werk als docent pedagogiek tegen ben gekomen.

Zoals toen ik schreef over mijn acceptatieproces, wat te vergelijken is met een rouwproces. Of waar ik sta als het gaat om visies op diversiteit. En waarom 21e eeuwse vaardigheden niet alleen in het onderwijs, maar ook voor chronisch zieken belangrijk zijn.

En ik denk dat daar meer uit te halen is, dat ik meer te vertellen heb dan wat ik hier steeds in een kort blogartikel schrijf. Toen ik mijn hersenspinsels deelde met een aantal lotgenoten (al dan niet met EDS), kreeg ik er veel enthousiaste reacties op. Maar eerlijk gezegd is het daarna een beetje blijven liggen. Ik heb wel wat ideeën, maar heb weer even een schop onder mijn kont nodig om het weer op te pakken.

Dus, geef jij mij die schop onder mijn kont? Of denk jij dat er niemand zit te wachten op nòg zo’n zelfhulpboek?

En kende jij de twee boeken die ik hier noem al?

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.

fitbit bandje aliexpressMijn Fitbit heb ik nu bijna een jaar en eigenlijk doe ik ‘m alleen maar af bij het douchen en wanneer hij in de oplader zit. Ideaal om mijn slaappatroon in kaart te brengen, of mijn hartslag.

Het bandje wat erbij zat, is een paar maanden geleden kapot gegaan. Nu had ik gelukkig al eerder nieuwe bandjes besteld, alleen zal je net zien: duurt het een eeuwigheid voordat ze binnen zijn. Ach, zwart tape doet ook z’n werk en inmiddels heb ik nu wel drie bandjes om mee af te wisselen.

En, ik weet het, eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n fan van AliExpress. Duurt allemaal veel te lang en ik wil liever eerst zien en voelen wat ik koop. Maar ik was er weer ingetrapt, ze zijn ook gewoon veel te goedkoop…

Overigens heb ik de Fitbit Alta HR, dat is wel iets om op te letten als je zelf Fitbitbandjes via AliExpress wil bestellen. Er zijn meerdere modellen en niet elk bandje past op elk model.

Paars siliconen Fitbitbandje

Toen ik dit paarse siliconen bandje bestelde, was de zwarte die ik al had nog niet kapot. Dus vandaar dat ik voor een kleurtje koos. Het bandje sluit net als een normaal horlogebandje en is vrij lang met veel gaatjes, dus geschikt voor verschillende maten.

Ze zijn er overigens in heel veel kleuren en kosten echt geen drol, rond de twee euro of zoiets. Dit bandje lijkt nog het meest op het originele bandje, alleen de sluiting heeft hier een metalen pinnetje.

Dit horlogebandje kwam van hetzelfde bedrijf als het zilverkleurige roestvrijstalen bandje en het duurde echt een eeuwigheid voor ze bezorgd werden. Volgens mij ruim twee maanden.

Roestvrijstalen Fitbitbandje

Van dit model zijn er vier verschillende kleuren: goud, zwart, zilver en iets van koperachtig. Ik koos voor het zilverkleurige roestvrijstalen bandje.

Ik moet eerlijk zeggen dat hij behoorlijk glimt. Misschien iets teveel voor mijn smaak, ik ben meer van het matte. Maar het is verder een prima horlogebandje.

Je krijgt er een apparaatje bij waarmee je een stukje uit het bandje kunt halen om ‘m in te korten. Dat werkt heel makkelijk, met dat apparaatje duw je het pinnetje eruit waarmee de schakels aan elkaar zitten.

Mijn favoriet: zwart roestvrijstalen Fitbitbandje met kettinkjes

Ik was zo blij toen deze als eerste bezorgd werd, het was precies wat ik wilde! Met die kettinkjes net iets anders dan anders, maar toch lekker stevig en degelijk, dit zwarte roestvrijstalen bandje.

Deze is gemakkelijk zelf in te korten door er een schakel tussenuit te halen. Dat kan zonder apparaatje of wat dan ook. Je kan ‘m wel al in een bepaalde maat bestellen: 15 of 18 centimeter. En net als het andere roestvrijstalen bandje is deze er in zilver, goud, zwart en koperkleur.

En eigenlijk draag ik dit bandje wel bijna elke dag. Heel soms wissel ik nog wel, bijvoorbeeld bij het sporten.

fitbitbandje aliexpress horlogebandje

Fitbit stinkt

Het schijnt zo te zijn dat mijn website nogal eens omhoog komt op de zoekwoorden ‘Fitbit stinkt’. Dat zal dan meer met de naam van mijn blog te maken hebben, maar misschien kan ik die naar een oplossing zoekende mensen een handje helpen.

Sommige bandjes zijn minder geschikt om mee te sporten of in te zweten, zoals een leren of metalen bandje. Dan kun je dus beter een plastic bandje dragen. Deze is makkelijker schoon te maken, alleen kun je beter geen zeep gebruiken, maar gewoon een vochtige doek.

Zelf zweet ik niet zo snel, dus ik draag eigenlijk bijna altijd mijn favoriete zwart metalen bandje. Ook bij het sporten of slapen. Maar beter zou zijn om dit af te wisselen. Horlogebandjes willen ook weleens schoongemaakt en gelucht worden.

In dit artikel is gebruik gemaakt van affiliate links. Daar merk jij verder niks van, maar mocht je op de linkjes klikken en in die webshop wat kopen, dan help je mij aan een paar centen.