Berichten

hulpboek leven met pijn

Evenwichtige verdeling

Dit stukje heb ik maar vluchtig doorgenomen. Het gaat over het zorgen voor een evenwichtige verdeling van activiteiten, afwisselen van in- en ontspanning, enzovoort. Dit is tijdens het revalideren uitgebreid aan de orde geweest, vooral bij de ergotherapeute. Ook in het boek ‘De pijn de baas’ komt dit terug, waarin het ook de salamitechniek genoemd wordt.

Op mijn vrije dagen lukt het me wel om goed af te wisselen. Ik werk op maandag, dinsdag en vrijdag, dit heb ik ooit op advies van mijn ergotherapeute aangepast en bevalt wel goed. Nu ga ik op dinsdag na mijn werk ook naar school, dat is eigenlijk wel te zwaar, maar dan heb ik weer twee dagen om bij te komen. En het is nog maar alleen dit schooljaar, dan ben ik er vanaf.

Op mijn werkdagen zelf en zeker op dinsdag vind ik het erg lastig om genoeg af te wisselen. Ondanks de afspraken die ik eerder had gemaakt (maximaal 3 lesuur achter elkaar lesgeven), heb ik toch lange lesblokken op maandag en vooral vrijdag. Maar door mijn opleiding en ons kleine team is dat nu even niet anders in te roosteren. Op dinsdag heb ik dan weer helemaal geen les en zit ik weer te lang achter elkaar. Ik zou dan eigenlijk wat vaker een blokje om moeten maken in de pauzes.

Conditie opbouwen

De oefeningen bij het opbouwen van je conditie en vergroten van je activiteitenniveau heb ik gelaten voor wat het is. Ook hier heb ik tijdens het revalideren al aan gewerkt met de fysiotherapeut en bewegingsagoog en hier kwam vooral naar voren dat ik niet teveel hooi op mijn vork moet nemen en moet accepteren dat ik niet meer kan opbouwen dan waar ik nu ben.

Ok, yoga, buikdans en fitness klinkt ook best veel, maar in alles kon ik het zo aanpassen dat ik niet fysiek over mijn grens hoefde te gaan. Nu doe ik ‘alleen’ nog buikdans en fitness, dat laatste gaat prima, maar bij het buikdansen word ik wel vaak belemmerd door met name mijn bekkeninstabiliteit.

Fietsen mis ik wel nog heel erg

Toen ik begon met revalideren hoopte ik dat ze daar ook met een oplossing zouden komen, of misschien gewoon een aangepaste fiets. Ik heb ooit wel eens een driewielligfiets uitgeprobeerd die me qua fietshouding goed beviel. Maar de revalidatiearts en fysiotherapeut daar vonden dat niet nodig: ik moest maar gewoon accepteren dat ik niet langer dan een kwartier kan fietsen.

Nu fiets ik alleen nog kleine stukjes, bijvoorbeeld om de kinderen naar school te brengen. De jongste neem ik niet meer achterop, ben al een paar keer met haar gevallen doordat ik mijn balans verloor en/of mijn pols zowat uit de kom ging. Ze kan nu wel al zelf zonder zijwieltjes fietsen, maar ik baal er wel van dat ik niet vaker en langer met haar kan fietsen, zodat zij ook went aan al het verkeer en lange stukken fietsen.

Ik heb als kind ook vaak met mijn vader aan fietstochten meegedaan, mijn ouders hebben ook niet altijd een auto gehad, dus was de fiets sowieso onmisbaar. Dat vind ik jammer, dat ik het plezier van het fietsen niet op mijn kinderen kan overbrengen. Ik heb nu wel een scooter waar ik langere stukken mee kan rijden, maar dat is toch anders. Ik kan niet allebei de kinderen meenemen als ik met de scooter ben en het is gewoon niet hetzelfde als fietsen.

Een paar jaar geleden toen het fietsen nog redelijk ging, zijn we met z’n vieren met de bakfiets en fietsaanhanger naar Zeeland gefietst. Dat was een tocht van zo’n 60 km, best even doorbikkelen het laatste stuk, maar het was heerlijk om de hele vakantie alles met de fiets te kunnen doen. De bakfiets heb ik niet lang daarna weg moeten doen, omdat het te zwaar werd. En nu fiets ik dus alleen nog korte stukjes van 5 a 10 minuten, zonder bagage of kind achterop.

Maar goed, ik wil dus gewoon teveel.

Wil je al mijn gemaakte huiswerk bij het boek ‘Leven met pijn’ eens doorspitten? Alle hoofdstukken zijn >hier< verzameld.

Leven met pijn, de kunst van het aanvaarden – Martine Veehof, Karlein Schreurs, Monique Hulsbergen, Ernst Bohlmeijer

De pijn de baas – dr. Frits Winter

Toen ik vlak voor de zomervakantie van 2012 mijn boekenkast eens inkeek, om te kijken of er nog iets interessants bij stond wat ik echt wilde gaan lezen deze zomervakantie, kwam ik deze boeken tegen die er al ruim een jaar lagen. Wel eens doorgebladerd, in de één zelfs tot op de helft gekomen, maar het boeide me niet genoeg om er echt iets mee te doen.
‘Leven met pijn’ en ‘De pijn de baas’, niet echt vrolijke titels ook, maar ik vond het toch wel eens tijd worden om ze te lezen/ uit te voeren. Het zijn allebei hulpboeken die vanuit het revalidatiecentrum mij aanbevolen zijn om (chronische) pijn te helpen aanvaarden en het minder van invloed te laten zijn op je leven.

Salamitechniek

‘Als u een salamiworst op moet eten, dan is het niet verstandig deze worst in één keer te verorberen. Uw maag kan al dat vet en die kruiden niet zo snel verwerken. U zou er op die manier misselijk en ziek van worden. Als u echter de worst in dunne plakjes snijdt en elke dag een paar plakjes eet, dan zal die worst ook op gaan. U stopt met eten als u het nog lekker vindt.’

Dit stukje komt uit het boek ‘De pijn de baas’ en het is ook wat ik tijdens mijn revalidatietraject vaak gehoord heb: rust en inspanning afwisselen, zodat belasting en belastbaarheid in balans blijven. Dit is ook het boek waarin ik halverwege ben afgehaakt. Het heeft een ontzettend vervelende schrijfstijl, als je alle u’s verzamelt, kun je al een kwart van het boek vullen. Vandaar dat ik eerst met het andere boek wil beginnen en misschien laat ik ‘De pijn de baas’ wel helemaal links liggen.