Berichten

(Schilderij van Sue Lawton Art)

De vergelijking met bordjes die je laat balanceren op stokjes wordt vaker gemaakt als het gaat om mensen die veel dingen tegelijk moeten doen, zoals bij (werkende) ouders.

Maar ik heb ook geregeld het gevoel dat dit zo werkt in mijn lijf. Met op elk gewricht een stokje met bord, waarbij ik van alles moet doen om het bordje niet kapot te laten vallen: Niet te snel willen, niet overbelasten dus. Wel af en toe rust nemen, maar ook weer niet teveel, anders draait het bordje niet meer.

En als je dan net denkt dat je het bordje op je polsen onder controle hebt, begint het bordje op mijn heup te zwabberen. Dus weer even wat extra aandacht daarheen: voldoende rust nemen, vaker de rolstoel pakken, hittepit erop, wat extra masseren, oefeningen weer oppakken. Draait dat bordje weer wat soepeler, begint het bordje op mijn schouders te stuiteren door het rolstoel rollen. Ik wist niet eens dat ik daar ook een bordje had?!

En soms, heel soms, is het of ik alle bordjes onder controle heb. Alles draait zoals het zou moeten en de pijn is naar de achtergrond verdwenen. En dan word ik overmoedig, denk ik dat er nog wel een bordje bovenop kan. Een nachtje zonder braces slapen, toch even lopend naar de stad voor een boodschapje. PATS! Daar ging het bordje en ik kan weer van voren af aan beginnen.

Zo aan het einde van een vakantie heb ik het vaker, dan denk ik dat het best aardig gaat. Een weekendje weg met lotgenoten vraagt minder hersteltijd dan een werkweek en als ik het zo hoor van mijn lotgenoten, mag ik mij daar gelukkig mee prijzen. Zolang niet teveel moet, lukt het me wel om mijn dagen goed in te delen (jaja, volgens de salamitechniek), vraag ik niet teveel van mijn lijf, neem ik op tijd mijn rust en maak ik ook de tijd om dat wat ik kan trainen, te blijven trainen. Deze week was mijn man ook vrij, dus zelfs de boodschappen, het huishouden en het bezighouden van de kinderen werd me deels uit handen genomen. Heerlijk, het was ècht vakantie!

Maar tegelijkertijd zie ik weer op tegen de komende werkweek, omdat ik weet dat als ik eenmaal aan het werk ben, ik toch weer over mijn grenzen blijf gaan, ook al werk ik nog steeds korte dagen. Als het me daar nou toch een keer zou lukken om die bordjes draaiende te houden…

salami stinkt salamitechniek

Ik heb het geluk dat ik ontzettend veel begrip krijg van mijn vrienden, familie, buren en zelfs kennissen. Of misschien zijn ze te beleefd om vragen te stellen of kritiek te hebben als ze iets niet begrijpen, dat zou natuurlijk ook kunnen, maar ik voel me in ieder geval wel begrepen.
Nu hoor ik wel eens andere verhalen van lotgenoten, maar moet zeggen dat die momenten van onbegrip bij mij zeldzaam zijn. Maar goed, speciaal voor die zeldzame momenten/personen, wilde ik het dan toch nog eens uitleggen.

Lepeltheorie / Spoon Theory

De uitleg die op internet circuleert onder mensen met een chronische aandoening en waar de bijnaam ‘Spoonies’ ook vandaan komt, is de Spoon Theory, geschreven door Christine Miserandino. Zij legt aan de hand van lepels aan een vriendin uit hoe het voelt om chronisch ziek te zijn. Waar gezonde mensen een eindeloze voorraad aan lepels hebben, hebben mensen met een chronische aandoening maar een beperkte voorraad en wordt er bij elke activiteit, hoe klein dan ook, een lepel ingeleverd. Dit is het wel heel kort samengevat, de uitgebreide uitleg is dus via de link te vinden. Het komt er in ieder geval op neer dat je met een chronische aandoening elke keer weer een keuze moet maken waar je je energie in stopt, omdat het sneller op is dan bij een gezond persoon.

Salamitechniek

Om zuinig met je lepels om te gaan, is nog best een klus. Ik heb er vier ergotherapeuten, twee psychologen en een maatschappelijk werker voor nodig gehad. Om de dag goed door te komen, is een balans tussen inspanning en ontspanning belangrijk, inspannende activiteiten snij je als een salami in plakjes en verspreid je over de dag. Dat is wat met de salami-techniek bedoeld wordt. En zoals je misschien al aan de titel van dit blog kunt zien: ik ben geen fan van de salamitechniek. Ik wil gewoon spontaan dingen kunnen ondernemen, ook na een lange werkdag. Of lang achter elkaar aan iets kunnen werken, zodat het af komt. Maar dat gaat gewoon echt niet meer.

Soms kies ik ervoor om toch iets te doen wat me teveel lepels kost, gewoon omdat ik het zo graag wil. Een dagje naar een festival of pretpark met het gezin, uitgaan met vriendinnen, een interessante conferentie, shoppen, enzovoort. Zelfs met rolstoel kost dit me eigenlijk teveel energie en pijn. Ik plan zulke uitstapjes dan ook zorgvuldig, zorg dat ik de dagen ervoor en erna genoeg rust kan nemen. En ik moet hierin dus keuzes maken: de ene verjaardag wel, de andere niet, het etentje wel, maar blijven hangen voor een borrel niet, de ene dag wel dochters vriendinnetjes over de vloer, de andere dag niet.
Hierbij doe ik mijn best om zo min mogelijk mensen teleur te stellen, want die fijne mensen om me heen, wil ik graag ook om me heen houden! Maar andersom kan ik dan best teleurgesteld zijn als iets op het laatste moment afgezegd wordt, of ik kostbare lepels verspil met het wachten op iemand…

Koningsdag was leuk, maar niet zo leuk als ik gehoopt had. En daar heb ik nu gewoon even een baaldag van. En dat mag ook wel eens, want verder ben ik optimistisch genoeg en maak ik er ook echt wel het beste van, maar vandaag even niet.Vorige week had ik een dagje extra gewerkt, met als gevolg dat ik zaterdag bijna de hele dag plat heb gelegen en zondag ook niet veel heb kunnen doen. Maar ik wilde wel graag op maandag naar de stad kunnen met mijn gezin, dus dan maar een saai weekend.
En we zijn ook de stad in geweest, ‘s ochtends en ‘s middags, met een bankhangpauze thuis tussendoor. Maar zowel mijn man als ik zijn nog niet gewend aan de nieuwe rolstoel. De kleine voorwieltjes blijven op elke scheve stoeptegel of kabel haken, waardoor ik regelmatig bijna uit de stoel viel. Soms met gescheld heen en weer, want het doet gewoon fucking pijn, maar hij doet het nou eenmaal ook niet expres en wil dan ook nog even laten weten dat ik ook zelf kan rollen als ik zijn hulp niet goed genoeg vind. Zucht.
Ik heb niet veel zelf hoeven rollen (heb de meeste vloeken en scheldwoorden wel in kunnen slikken), maar heb er toch veel last van mijn schouders door gekregen. Vannacht was maar een half nachtje slapen, de rest heb ik wakker gelegen van de pijn. Ik wist ook niet meer bij welke ‘plop’ mijn schouders nou wel of niet goed op z’n plek schoten, want de pijn bleef hetzelfde. Maar het is niet zozeer de pijn waar ik nu het meest last van heb. Ook niet eens de lompe opmerkingen van vage kennissen die mijn man aanspreken om te vragen wat er mis is met mij. Of die buurvrouw die denkt dat ze me mag aanraken, omdat ik in een rolstoel zit. Niet dus. Ik hou nog er nog steeds niet van en ben nu gewapend met een stuk metaal om mijn polsen, welke ik ook zal gebruiken als er nog een keer iemand denkt dat ie een arm om me heen mag slaan, omdat ik toevallig een keer in een rolstoel zit.Ik baal er gewoon van dat ik afhankelijk moet zijn van zo’n rolstoel en zelfs dan heb ik nog iemand nodig, omdat ik niet een hele dag (ook niet eens een uurtje) zelf kan rollen. En ik baal er gewoon van dat ik zelf veel meer wil dan mijn lijf aankan. Ik wil niet vroeg naar huis moeten gaan en mijn man bij zijn feestende vrienden achterlaten. En dan weer plat moeten liggen. Ik word schijtziek van dat platliggen elke keer. Je schiet er niks mee op. De was blijft liggen, afwas staat nog op het aanrecht, de woonkamer is een zootje. En we wonen zo dicht bij de stad, dat ik kan horen hoe gezellig het daar is met de bandjes enzo. En ik wil ook gewoon wel eens een dag extra kunnen werken, zonder daar een paar dagen van bij te moeten komen. Nee, ik wil eigenlijk gewoon fulltime kunnen werken. Zodat ik mijn werk beter kan doen, iets goed kan neerzetten. Zodat ik meer betaald krijg en alle rotklusjes thuis kan uitbesteden.
Nu heb ik die extra dag qua uren wel ongeveer weten te compenseren, door vandaag bijvoorbeeld maar een halve dag te werken. Maar ondertussen betaal ik het driedubbel terug met mijn lijf.Bijna vakantie, nog 1,5 dag werken. Dan ga ik wel weer vrolijk en optimistisch zijn. 😉

Weer een maand verder en inmiddels begonnen bij een nieuwe fysiotherapeut. De vorige had me gevraagd hoe ik er tegenover stond om over te stappen, omdat ze het idee had dat zij me niet verder kon helpen. Tja, ik had er al niet zoveel vertrouwen meer in, dus vond ik het prima om over te stappen. De ‘nieuwe’ is een stuk duidelijker/gestructureerder en dat vind ik wel prettig.

Ook een nieuwe revalidatiearts is aan mijn lijstje toegevoegd, aangezien de vorige was overleden. En behalve dat ook nog een maatschappelijk werkster, maar dat bleek een communicatiefoutje te zijn geweest en daar kon ik na een kopje thee (en een uur daarop te hebben gewacht) weer gaan. Zucht.
Het revalideren gaat zeker nog tot augustus door, terwijl ik van tevoren het idee had dat ik met 12 weken wel klaar zou zijn. En alhoewel ik er ook echt wel wat van opsteek, vind ik het toch ook zonde van mijn tijd. Het is elke week weer rekening ermee houden, alle andere bezigheden erop afstemmen en elke week weer zitten mijn kinderen een uurtje alleen thuis. Dat kunnen ze prima, maar ik vind het toch een vervelend gevoel dat ik ze niet uit school kan halen en waarvoor? Want ik weet nog steeds niet of het me uiteindelijk nou wat op gaat leveren.

Maar ik wil het wel afmaken, want zoals ik al zei, steek ik er ook echt wel wàt van op.
Ik heb weer een paar oefeningen erbij gekregen om mijn heup stabieler te krijgen. En wat de ergotherapie betreft, heb ik gemerkt dat het vooral in mijn eigen hoofd zit dat ik moeite heb met het aangeven van grenzen, want wanneer ik het doe, merk ik dat iedereen er gewoon begrip voor heeft, of het de normaalste zaak van de wereld vindt. Ergens weet ik dat ook wel, maar een beetje bevestiging is toch wel prettig.
Ik ben er nu nog meer bewust mee bezig hoe ik een zware dag zo kan plannen en hierin mijn grenzen aan kan geven, zodat ik de dag met een goed gevoel door kan komen. En dat lukt ook goed. Vorige week een kinder(slaap)feestje, festival in de stad, barbecue van het werk van mijn man en een vrijgezellenfeestje op één dag: van alles een klein stukje meegepakt (alleen het vrijgezellenfeestje wel helemaal 🙂 ) en tussendoor ook wel plat gelegen.
Maar soms lukt het ook niet, of dan doe ik mijn best, maar levert het me niets op. Gisteren had mijn oudste dochter een hockeytoernooi wat de hele dag zou duren. Ik ben er vier uur bij gebleven en heb zoveel mogelijk afgewisseld: dan weer kijken bij haar wedstrijden, dan weer even een rondje lopen, dan weer even zitten. ‘s Middags werd ik afgelost door mijn man, ben ik thuis weer gaan liggen en later teruggekomen toen ik hoorde dat ze de finale zouden spelen. Maar zoveel pijn daarvan gehad… 🙁

Yep. Toch maar weer begonnen met het boek ‘De pijn de baas’. En eigenlijk verbaasde me het dat ik me toch nog zo herkende in het eerste hoofdstuk. Ik heb al een revalidatietraject achter de rug, heb al het boek ‘Leven met pijn’ doorgeworsteld en ben daarnaast ook nog bij een psycholoog geweest. En nog steeds heb ik een levensstijl waarin ik aan het ‘achteruitvechten’ ben, wil ik nog steeds kunnen presteren, is mijn draaglast niet in balans met mijn draagkracht, zit ik in een risicogroep (perfectionist) en kom ik regelmatig in risicosituaties (onzekerheid en stress op werk, druk met werk, gezin en studie).

Les 1 gaat dus over chronische pijn, belasting en belastbaarheid. Ook wordt de salamitechniek uitgelegd. Bij les 1 worden een aantal vragen gesteld welke ik hieronder heb beantwoord:

1. Wat bent u door de pijn kwijtgeraakt?
Een stuk (bewegings)vrijheid, onafhankelijkheid.

2. Heeft de pijn invloed op uw stemming? Heeft de pijn delen van uw karakter beïnvloed?
Van sommige pijn word ik erg moe en chagrijnig, maar meestal kan ik dat wel uitzetten. Het beïnvloedt mijn karakter doordat ik me moet inhouden, steeds maar weer rekening moet houden met mijn lijf, terwijl ik liever impulsief wil zijn.

3. Wat heeft u niet geholpen?
Dat vind ik lastig om te zeggen. Want ook al heeft iets misschien niet de pijn verminderd, maar juist verergerd, dan ben ik er nog steeds wijzer van geworden.

4. Wat verergert de pijn?
Overbelasten, bijvoorbeeld met huishoudelijk werk, lopen, staan, zitten, enz.

5. Wat kunt u doen om de pijn beter te verdragen?
Rustmomenten inlassen, leuke dingen voor mezelf doen waar ik energie van krijg.

6. Hoe betrouwbaar, hoe voorspelbaar is uw pijn?
Ik heb niet snel last van pijn, meestal pas als ik teveel gedaan heb of als er iets verschoven is. Wat dat betreft is mijn pijn wel betrouwbaar en een signaal dat er iets niet goed is en ik het rustig aan moet doen.

7. Bent u langere tijd overbelast geweest?
Dat is bij mij vooral de oorzaak van de pijn. Het is begonnen toen ik in de gehandicaptenzorg werkte, terwijl mijn lijf daar dus blijkbaar niet op gebouwd was. Maar sowieso is het lastig om met een gezin en drukke baan niet te overbelasten. Het werk moet toch gedaan worden, kinderen moeten naar school en eten, enz.

8. Kunt u in uw situatie de salamitechniek toepassen?
Op mijn vrije dagen wel, dus nu ik vakantie heb, gaat het wel. Maar op werkdagen is het lastiger.

Ik kom net thuis na een lange dag en vind een foeilelijk kaartje in de brievenbus. WTF moet ik met zo’n lelijk ding en ik wilde ‘m bijna met de rest van de onzinnige post weggooien, tot ik mijn eigen handschrift ineens herkende. Het is het kaartje wat ik zelf geschreven heb, als opdracht voor school, die het vervolgens nu naar mij gestuurd hebben. Geen idee eigenlijk wat ook alweer de opdracht precies was, maar ik weet nog wel wat ik met ‘En?’ bedoelde.

En? Waar sta je nu? Hoe sta je er nu in? Ben je waar je wil zijn? Ben je tevreden? Wat is de balans die je nu op kunt maken? Wat zou je anders willen aanpakken?

Samen met het kaartje is een envelop van het CAK meegekomen. Ik krijg een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, jeee! Ben best blij met dat bedrag, maar ergens vind ik het maar een rare wetgeving. Want volgend jaar ga ik het niet meer krijgen. Niet dat ik dan niet meer kosten heb aan bijvoorbeeld het reizen met het OV, omdat het fietsen niet meer gaat. Of het kopen van gesneden groenten of kaas, omdat het snijden zelf niet meer gaat. Of… nou ja, het doet er eigenlijk niet toe waar ik extra kosten aan maak, want ik kies ervoor om geen medicijnen, hulpmiddelen of behandelingen af te nemen (die overigens grotendeels vergoed worden en waar ik zelf dus geen kosten aan heb, maar de zorgverzekering wel), dus ben ik ineens een stuk minder beperkt.

Vanochtend kreeg ik na een overleg met mijn onderwijsleider een stel veren in m’n reet geduwd, hij vond dat ik erg vooruit was gegaan in mijn rol als coördinator, in het in beweging zetten van andere mensen en ik deed dit ook nog eens zonder bot te doen. Terwijl ik zijn kantoor uitliep, vroeg hij nog hoe het met mijn gezondheid ging. Ehm… ja, gewoon… slecht. ‘O, nou, daar praten we een andere keer dan nog wel over.’
Ja, enig! Lijkt me leuk!

Vanochtend ging de wekker om 6 uur: douchen, ontbijten met de meiden, meiden afzetten bij oma en door naar m’n werk. De accu van m’n scooter is leeg, dus moet ik me elke keer rottrappen op die kickstart om ‘m aan de praat te krijgen. Maar het lukte! Altijd nog beter dan in de spits met de bus en metro te moeten.
Op m’n werk had ik dat overleg, nog wat mailtjes sturen en weer op de scooter naar een andere locatie om een groepsinterview af te nemen. Dat vond ik best spannend, in een vreemd team, maa het ging prima. Weer terug naar m’n eigen locatie om daar een les te vervangen van een zieke collega. In dat ene lesuurtje wel tig keer de trap op en af gelopen, omdat het lokaal bezet was, omdat het lokaal dat wel vrij zou zijn toch ook bezet was, omdat het klassenboek kwijt was, omdat iemand een formuliertje nodig had…
Daarna weer door naar de Hogeschool, dus van 2 tot 9 op een klotestoel zitten. Groepsinterview uitgewerkt, wat gegeten en een college gevolgd over APA. Mijn niet-bot-zijn op mijn werk heb ik hier weer goedgemaakt. Sorry meneer die vindt dat APA rekening moet houden met ipads, maar het duurde me gewoon te lang.

Net thuis gekomen, ben kapot, hotpacks op mijn pijnlijke gewrichten en even plat liggen voor ik zo weer de trap op kan.

En?

Ik hou van dit ritme, gewoon lekker doorgaan, dingen af kunnen strepen. Weer wat bereikt, weer wat af. Maar mijn lijf is het er niet zo mee eens. Ik weet het wel en meestal hou ik er ook wel rekening mee. Maar ik vind het niet leuk, ik wil het gewoon niet. Ik weet ook wel dat ik eigenlijk weer een keer langs de bedrijfsarts moet. Dat was de afspraak: ik zou het initiatief nemen om langs te komen, haar antwoord geven op die vraag: En?
Maar dan? De vorige keer vroeg ze al of het niet teveel voor me was wat ik werkte. Ja, dat is het wel, maar wat moet ik anders? Ik kan toch niet deels de ziektewet ingaan en wel zelf naar school gaan? Ik kan toch niet gaan vertellen dat het alleen maar slechter met me gaat, terwijl ik minder dan voorheen op mijn vrije dagen met mijn werk bezig ben?

En?

Het gaat dus gewoon goed met me. School gaat goed. Werk gaat goed. Met het gezinnetje gaat het ook goed. Met de hobby-dingetjes gaat het ook goed.
En de rest daar praten we een andere keer dan nog wel over.

hulpboek leven met pijn

Evenwichtige verdeling

Dit stukje heb ik maar vluchtig doorgenomen. Het gaat over het zorgen voor een evenwichtige verdeling van activiteiten, afwisselen van in- en ontspanning, enzovoort. Dit is tijdens het revalideren uitgebreid aan de orde geweest, vooral bij de ergotherapeute. Ook in het boek ‘De pijn de baas’ komt dit terug, waarin het ook de salamitechniek genoemd wordt.

Op mijn vrije dagen lukt het me wel om goed af te wisselen. Ik werk op maandag, dinsdag en vrijdag, dit heb ik ooit op advies van mijn ergotherapeute aangepast en bevalt wel goed. Nu ga ik op dinsdag na mijn werk ook naar school, dat is eigenlijk wel te zwaar, maar dan heb ik weer twee dagen om bij te komen. En het is nog maar alleen dit schooljaar, dan ben ik er vanaf.

Op mijn werkdagen zelf en zeker op dinsdag vind ik het erg lastig om genoeg af te wisselen. Ondanks de afspraken die ik eerder had gemaakt (maximaal 3 lesuur achter elkaar lesgeven), heb ik toch lange lesblokken op maandag en vooral vrijdag. Maar door mijn opleiding en ons kleine team is dat nu even niet anders in te roosteren. Op dinsdag heb ik dan weer helemaal geen les en zit ik weer te lang achter elkaar. Ik zou dan eigenlijk wat vaker een blokje om moeten maken in de pauzes.

Conditie opbouwen

De oefeningen bij het opbouwen van je conditie en vergroten van je activiteitenniveau heb ik gelaten voor wat het is. Ook hier heb ik tijdens het revalideren al aan gewerkt met de fysiotherapeut en bewegingsagoog en hier kwam vooral naar voren dat ik niet teveel hooi op mijn vork moet nemen en moet accepteren dat ik niet meer kan opbouwen dan waar ik nu ben.

Ok, yoga, buikdans en fitness klinkt ook best veel, maar in alles kon ik het zo aanpassen dat ik niet fysiek over mijn grens hoefde te gaan. Nu doe ik ‘alleen’ nog buikdans en fitness, dat laatste gaat prima, maar bij het buikdansen word ik wel vaak belemmerd door met name mijn bekkeninstabiliteit.

Fietsen mis ik wel nog heel erg

Toen ik begon met revalideren hoopte ik dat ze daar ook met een oplossing zouden komen, of misschien gewoon een aangepaste fiets. Ik heb ooit wel eens een driewielligfiets uitgeprobeerd die me qua fietshouding goed beviel. Maar de revalidatiearts en fysiotherapeut daar vonden dat niet nodig: ik moest maar gewoon accepteren dat ik niet langer dan een kwartier kan fietsen.

Nu fiets ik alleen nog kleine stukjes, bijvoorbeeld om de kinderen naar school te brengen. De jongste neem ik niet meer achterop, ben al een paar keer met haar gevallen doordat ik mijn balans verloor en/of mijn pols zowat uit de kom ging. Ze kan nu wel al zelf zonder zijwieltjes fietsen, maar ik baal er wel van dat ik niet vaker en langer met haar kan fietsen, zodat zij ook went aan al het verkeer en lange stukken fietsen.

Ik heb als kind ook vaak met mijn vader aan fietstochten meegedaan, mijn ouders hebben ook niet altijd een auto gehad, dus was de fiets sowieso onmisbaar. Dat vind ik jammer, dat ik het plezier van het fietsen niet op mijn kinderen kan overbrengen. Ik heb nu wel een scooter waar ik langere stukken mee kan rijden, maar dat is toch anders. Ik kan niet allebei de kinderen meenemen als ik met de scooter ben en het is gewoon niet hetzelfde als fietsen.

Een paar jaar geleden toen het fietsen nog redelijk ging, zijn we met z’n vieren met de bakfiets en fietsaanhanger naar Zeeland gefietst. Dat was een tocht van zo’n 60 km, best even doorbikkelen het laatste stuk, maar het was heerlijk om de hele vakantie alles met de fiets te kunnen doen. De bakfiets heb ik niet lang daarna weg moeten doen, omdat het te zwaar werd. En nu fiets ik dus alleen nog korte stukjes van 5 a 10 minuten, zonder bagage of kind achterop.

Maar goed, ik wil dus gewoon teveel.

Wil je al mijn gemaakte huiswerk bij het boek ‘Leven met pijn’ eens doorspitten? Alle hoofdstukken zijn >hier< verzameld.

Leven met pijn, de kunst van het aanvaarden – Martine Veehof, Karlein Schreurs, Monique Hulsbergen, Ernst Bohlmeijer

De pijn de baas – dr. Frits Winter

Toen ik vlak voor de zomervakantie van 2012 mijn boekenkast eens inkeek, om te kijken of er nog iets interessants bij stond wat ik echt wilde gaan lezen deze zomervakantie, kwam ik deze boeken tegen die er al ruim een jaar lagen. Wel eens doorgebladerd, in de één zelfs tot op de helft gekomen, maar het boeide me niet genoeg om er echt iets mee te doen.
‘Leven met pijn’ en ‘De pijn de baas’, niet echt vrolijke titels ook, maar ik vond het toch wel eens tijd worden om ze te lezen/ uit te voeren. Het zijn allebei hulpboeken die vanuit het revalidatiecentrum mij aanbevolen zijn om (chronische) pijn te helpen aanvaarden en het minder van invloed te laten zijn op je leven.

Salamitechniek

‘Als u een salamiworst op moet eten, dan is het niet verstandig deze worst in één keer te verorberen. Uw maag kan al dat vet en die kruiden niet zo snel verwerken. U zou er op die manier misselijk en ziek van worden. Als u echter de worst in dunne plakjes snijdt en elke dag een paar plakjes eet, dan zal die worst ook op gaan. U stopt met eten als u het nog lekker vindt.’

Dit stukje komt uit het boek ‘De pijn de baas’ en het is ook wat ik tijdens mijn revalidatietraject vaak gehoord heb: rust en inspanning afwisselen, zodat belasting en belastbaarheid in balans blijven. Dit is ook het boek waarin ik halverwege ben afgehaakt. Het heeft een ontzettend vervelende schrijfstijl, als je alle u’s verzamelt, kun je al een kwart van het boek vullen. Vandaar dat ik eerst met het andere boek wil beginnen en misschien laat ik ‘De pijn de baas’ wel helemaal links liggen.